L1-P1 IBS Mijn leefomgeving

L1-P1 IBS Mijn leefomgeving

IBS omschrijving

IBS Mijn leefomgeving
In dit IBS maak je kennis met de opleiding en de verschillende specialisaties. Je gaat aan de slag met de leerarrangementen en leert je eigen omgeving door een andere bril te bekijken.
Elke periode duurt 10 weken. In deze periode valt lesweek 1 weg, in verband met de introductieweek.
Week 10 staat in het teken van toetsen en afsluiten van de periode, inhoudelijk ben je daardoor 8 weken met het IBS bezig.

Integrale beroepssituatie
Als professional organiseer je bijeenkomsten en kun je informatie overdragen. Omdat je niet alles alleen kunt doen, moet je samenwerken en taken verdelen.

Je gaat aan de slag met je directe leefomgeving: je leefstijl, je verbruik, je vrijetijdsbesteding, woonomgeving en je eigen financiële huishouding. Daarnaast ga je inzicht krijgen in jouw kwaliteiten: wie ben jij? En hoe profileer je jezelf?

 

Opdracht

  • Samen met je leerjaar organiseer je een verhalencafé.
  • Het verhalencafé voer je aan het eind van de periode uit.
  • Jullie presenteren wat je hebt geleerd over je directe leefomgeving (micro- en meso-omgeving). Bespreek hierbij je opgedane kennis, vaardigheden en ervaringen.
  • Bij de organisatie houd je rekening met tijd, geld en mensen.
  • De avond moet goed verlopen. Hiervoor is onderling overleg nodig. Jullie zijn samen verantwoordelijk, communicatie is dus heel belangrijk.

IBS toetsing

Beoordeling IBS
Bij elk IBS horen leerdoelen. De leerdoelen worden getoetst met de 3 IBS toetsen.
Voor dit IBS zijn dit de leerdoelen:

  1. Je kunt de basisbegrippen uit de beroepssituatie uitleggen.
  2. Je kunt de basisbegrippen uit de beroepssituatie plaatsen in je eigen leefomgeving.
  3. Je kunt projectmatig werken.
  4. Je kunt volgens de richtlijnen uit de beroepssituatie een evenement organiseren.
  5. Je kunt uit bestaande gegevens conclusies trekken die van toepassing zijn op je eigen leefomgeving.
  6. Je kunt op een correcte manier presenteren.  

Toetsen
Er zijn 3 toetsmomenten die samen deze IBS afronden:

1.         Kennistoets (individueel)
2.         Plan van aanpak (groep)
3.         Presentatie op inhoud en presentatievaardigheden (individueel/groep)

Het gemiddelde van deze drie toetsen is het eindcijfer voor deze periode.

Tijdens de periode maak je leerarrangementen en geef je elkaar feedback op gemaakte producten. Indien je onvoldoende deelneemt aan dit proces word je uitgesloten van deelname aan de kennistoets. Meer informatie vind je onder het kopje 'leerarrangmenten en feedback'.

Toetsen

Kennistoets
 

Plan van aanpak

Presentatie
Bijbehorende leerdoelen Nr. 1 t/m 2
 

Nr. 3 t/m 4

Nr. 2 t/m 6
Duur toets 1 uur
 

n.v.t.

Minimaal 10 min. pp
Weging 1x 1x 1x
Cesuur 66% = 5,5 60% = 5,5 60% = 5,5
Resultaat Cijfer 1-10 Cijfer 1-10 Cijfer 1-10
Samenwerking Individueel Groep Individueel

 

Downloads
Download hieronder alle betrokken documenten:

Betrokken werkprocessen

Het diploma Adviseur duurzame leefomgeving is opgebouwd uit verschillende werkprocessen.

Deze werkprocessen moet je uiteindelijk allemaal vaardig zijn op niveau 4 om de opleiding te kunnen afsluiten.  Meer informatie over de werkprocessen en het diploma vind je op de Wiki Examinering.

Bij dit IBS zijn de volgende werkprocessen betrokken:

  • B1-K1-W2: Communiceert met klanten, gasten, publiek en/of derden
  • B1-K3-W1: Maakt een planning voor de organisatie van activiteiten
  • B1-K3-W2: Bereidt de uitvoering van activiteiten voor
  • B1-K4-W1: Plant en verdeelt de werkzaamheden
  • B1-K4-W2: Begroot financiën

Leerarrangementen en feedback

De leerarrangementen die bij dit IBS horen zijn:

Op deze pagina kun je de LA's bekijken en downloaden. Ze zijn ook in Teams te vinden. Daar lever je jouw gemaakte producten in en geef je feedback.

Feedback friends
Gedurende de periode  kom je regelmatig samen met je feedback friends. Je maakt leerarrangementen en geeft feedback op de leerarrangementen van anderen. Je waardeert de feedback die je krijgt onder begeleiding van een docent.

Bij onvoldoende LA’s, deelname aan het feedback proces of reflectie wordt je uitgesloten van deelname aan de kennistoets.

Je schrijft de reflectie uiteraard alleen.

Periode planning

Week

Doel

Inhoud

Belangrijke data

1

Introductie

Geen lessen

 

2

Het doel van deze week is inzicht krijgen in het IBS en kennismaken met storytelling. Aan het eind van de week zou je inzicht moeten hebben in de toetsvormen van dit IBS en weten wat storytelling is.

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week heb je een samenwerkingsovereenkomst opgesteld met je groepje.

  • Aftrap IBS - wat staat je te wachten?
  • Vertel je eigen verhaal - Storytelling
  • Introductie marketing
  • Introductie financiën
  • Groepjes maken
  • Leren doelen stellen
  • Samenwerkingsovereenkomst schrijven
  • Projectmatig werken
  • Projectvaardigheden
 

3

Het doel van deze week is kennismaken met specialisaties en leerarrangementen. Je gaat aan de slag met feedback schrijven en je leert welke verschillende feedback niveau's we gebruiken.

Voor het IBS ga je leren wat verschillende projectfases zijn.

 

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week heb je voor jullie projectgroep de projectfases uitgewerkt.

  • Projectvoorstel - wat moet daar in komen?
  • Projectfases
  • Financiën - inkopen doen
  • Introductie IBM
  • Feedback niveaus
  • Oefenen met feedback schrijven
  • Marketingplan
  • Marketingmix
  • Communicatieproces
  • Cognitieve, affectieve en conatieve fases
  • AIDA model
  • Introductie LA Mijn leefstijl
  • Introductie LA Mijn wijk
 

4

Het doel van deze week is met je groep een plan maken voor het verhalencafé 

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week heb je het plan van aanpak tot en met het onderdeel 'planning' af

  • Marketing - marketingmix
  • Financiën - kostenindeling
  • ​Projectmanagement - kwaliteit, organisatie en planning
  • Psychologie & HRM samenwerken
  • Introductie LA Mijn vrijetijd
  • Schijf van vijf en eigen leefstijl

21-09 LA1 Mijn wijk

5

Het doel van deze week is het schrijven van een draaiboek voor het Verhalen café. Daarnaast bereiden jullie de pitch voor. 

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week heb je het plan van aanpak in grote lijnen af.

  • Marketing: communicatie en AIDA model
  • Financiën: Kostenoverzicht Excel
  • Projectmanagement: kosten en baten en risico's
  • H2 Document verantwoording
  • Pitch voorbereiden

28-09 Info avond

28-09 LA2 Mijn leefstijl

6

Het doel van deze week is het maken van een kostenoverzicht.

 

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week heb je een kloppend kostenoverzicht voor het Verhalen café.

  • Pitch 'Plan van aanpak'
  • Marketing: Social media 
  • Afstemmen projectactiviteiten

05-10 LA3 Mijn Afval

7

Het doel van deze week is het voorbereiden van het Verhalen Café en het maken van de uitnodiging.

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week lever je als groepje de definitieve uitnodiging op. 

  • Marketing: Uitnodiging
  • Voorbereiden Verhalen Café

12-10 LA4 Mijn verbruik

8

Het doel van deze week is inzicht krijgen in de taakverdeling voor het Verhalen café en het maken van de presentaties voor die avond.

 

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week heb je als groepje besloten welke presentatievorm jullie gaan inzetten op het Verhalencafé.

  • Herhalen thema's
  • Voorbereiden Verhalen Café
  • H3 Document verantwoording

19-10 LA5 Mijn reststromen

Herfstvakantie

9

Het doel van deze week is de uitvoering van een super leuk Verhalencafé!

 

Wat lever je op deze week?
Aan het einde van deze week heb je presentaties gegeven tijdens het Verhalencafé.

  • Presentaties oefenen
  • Herhaling van lesstof
  • Voorbereiding op de kennistoets
  • Uitvoering van het Verhalencafé
  • Evaluatie van de periode

01-11 Plan van aanpak inleveren

03-11 Portfolio deadline

04-11 Verhalen Café

10

Lesweek 10 staat in het teken van toetsing en afronding. Deze week zijn er geen inhoudelijke lessen.

Geen lessen

08-11 Kennistoets

 

IBS lessen

Projectmanagement

Bij het thema 'projectmanagement' leren we jullie waar je aan moet denken bij het organiseren van een project of activiteit. Voordat je een project of activiteit gaat uitvoeren schrijf je eerst een 'plan van aanpak'. Hierin beschrijf je zo nauwkeurig mogelijk alle belangrijke aspecten die nodig zijn voor het organiseren van een succesvol project of activiteit.

Het 'plan van aanpak' is ook één van de drie toetsen die je deze periode krijgt.

 

Onderstaand format mag je gebruiken bij het maken van je plan van aanpak. Dit document volgt én de richtlijnen van de checklist én bevat alle hoofdstukken van projectmanagement.

 

In hoofdstuk 1 en 2 van projectmanagement werken jullie aan de achtergrond van het project (waar speelt het project zich af?) en aan het projectresultaat (waarom doen we het project en wat is het op te leveren eindresultaat van het project?).

In onderstaande PowerPoint vinden jullie meer informatie.

In hoofdstuk 3, 4 en 5 van projectmanagement werken jullie aan de projectactiviteitenvan het project (welke taken of activiteiten moeten uitgevoerd worden om het projectresultaat te bereiken?) ende projectgrenzen  (welke grenzen en randvoorwarden zijn er waar je rekening mee moet huden?) en de tussenresultaten (mijlpalen) zijn beschreven.

In onderstaande PowerPoint vinden jullie meer informatie.

 

Lucidspark is een tool die je kan gebruiken om overzicht te houden van alle projectactiviteiten, projectfases en tussenresultaten. 

Lucidspark

 

In onderstaande hoofdstukken van projectmanagement beschrijven jullie met elkaar wat jullie verstaan onder kwaliteit van het organiseren van het Verhalencafé. Wat verstaan jullie bijvoorbeeld onder een kwalitatief sterk Verhalencafé en wat voor kwaliteit verwachten jullie van elkaars producten? Dit en meer verwerk je in hoofdstuk 6 'Kwaliteitsbewaking'.

In het begin van de periode hebben jullie een samenwerkingsovereenkomst gemaakt. Een groot gedeelte hiervan kan je gebruiken voor hoofdstuk 7 'Projectorganisatie', daarnaast hebben jullie ook les gehad over rolverdelingen en teamrollen (Belbin), dit verwerk je ook in hoofdstuk 7 'Projectorganisatie'.

Tot slot verwerken jullie in hoofdstuk 8 'Planning' de doorlooptijd en deadlines van de projectactiviteiten maar ook maken jullie een draaiboek van de avond zelf. 

Financieel management

Bij het organiseren van een activiteit is het essentieel dat je van te voren een goede inschatting maakt van de kosten die je denkt te gaan maken. Hieronder vallen natuurlijk de inkoopkosten van de hapjes en drankjes die jullie de genodigden gaan aanbieden. Maar denk ook aan de kosten van de huur van de locatie, promotiekosten, personeelskosten, .... , etc. Ook moeten jullie onderscheid kunnen maken tussen vaste- en variabele kosten. Uiteindelijk wordt dit allemaal verwerkt in de kostenbegroting en uiteindelijk ook in een kostenoverzicht. Tijdens het thema financiën gaan we hier verder op in.

 

In onderstaande PowerPoint vinden jullie de introductie van het thema Financiën en de uitwerking van de opdracht waarin jullie hebben geoefend met inkoopprijzen inclusief en exclusief btw.

 

Bij het organiseren van een evenement maak je uiteraard kosten. Denk aan inkopen die je moet doen voor de catering of de aankleding van het Verhalencafé. Een duidelijk overzicht van deze kosten maar je in een kostenoverzicht. In onderstaande PowerPoint leggen we uit hoe zo'n kostenoverzicht moet worden ingedeeld.

Marketing en communicatie

Jullie kunnen de beste en mooiste ideeën hebben voor een activiteit maar hoe zorg je dat mensen op de hoogte zijn van jullie activiteit? Hoe betrek je ze bij de uitvoering en hoe kom je erachter dat het doel van je activiteit ook behaald is? Tijdens het thema marketing & communicatie leren we jullie hoe je bijvoorbeeld een promotiecampagne kan opzetten en hoe je passend communiceert naar de genodigden.  

 

In onderstaande PowerPoint vinden jullie de introductie van het thema van Marketing en communicatie. Marketing en communicatie is veel meer dan alleen ervoor zorgen dat de verkoopcijfers omhoog gaan. Bij Marketing en communicatie komt ook  psychologie en sociologie terug maar laat vooral je creatitviteit zien!

Daarnaast starten we met het beschrijven van de missie en visie van Yuverta, erg belangrijk voor het onderdeel 'achtergronden' uit het 'Plan van aanpak'.

 

Nu jullie de missie en visie van Yuverta mbo Tilburg hebben onderzocht is het belangrijk dat alle keuzes voor het uitvoeren van het evenement in lijn zijn met deze missie en visie. Dit begint bij keuzes die gemaakt worden voor de marketingmix.

In onderstaande PowerPoint lees je wat de markingmix is. 

 

Jullie gaan een bijeenkomst organiseren voor Helicon MBO Tilburg. Om dit zo goed mogelijk uit te voeren moet je weten wat de missie en visie is van deze organisatie.

In onderstaande PowerPoint wordt uitgelegd wat het verschil is tussen een missie en een visie.

De verborgen impact

Bij de opleiding staat duurzaamheid centraal. Maar wat is duurzaamheid en wat is jouw plan om te verduurzamen? Tijdens het thema 'De verborgen impact' gaan we onderzoeken wat jouw impact is op onze planeet.

Op dit moment kijken we meestal alleen naar milieu-impact tijdens het gebruik van ee product, terwijl het maken en vervoeren ook impact heeft. We kijken verder vooral naar klimaateffecten, maar als we ons alleen focussen op het klimaatprobleem en ons niet op waterschaarste, luchtvervuiling of plastic soep, dan heben we nog steeds een probleem.

Verborgen impact is dus de totale impact van een product op klimaat, natuur en milieu. Als je alle soorten impact aan de andere kant van de wereld vergelijktmet de klimaatimpact tijdens gebruik, dan blijkt dat het grootste deel van onze impact veborgen is.

 

Alle informatie uit de les is terug te lezen in het boek:
De verborgen impact - alles voor een eco-positief leven van Babette Porcelijn

Alle lessen zijn onderaan deze pagina terug te vinden.

Verborgen impact - Babette Porcelijn

Keten van impact < verborgen zichtbaar >

                                           < verborgen              zichtbaar>

 

 

Samenwerken

Een activiteit organiseren doe je niet alleen, daar heb je hulp bij nodig en doe je samen. Samen met je groep maar ook samen met andere groepen en wellicht met partijen van buiten school. Hoe zorg je er voor dat je goed kan samenwerken en dat jullie het gewenste eindresultaat halen? Wat zijn jouw kwaliteiten en hoe kan je de kwaliteiten van je groepsleden zo goed mogelijk inzetten? Dit zijn onderwerpen die we behandelen tijdens het thema 'samenwerken'.

Deze week nadere kennismaking met je team m.b.v. de DISC kleuren, effectief vergaderen en de PDCA-cyclus.

Circulaire economie

Circulaire economie

Circulaire processen zijn al eeuwen oud, vanaf het begin van de aarde zijn verschillende processen circulair en in balans met elkaar. Biotische en abiotische factoren hebben grote invloed op elkaar. Iets is biotisch als het leeft of heeft geleefd. Al het levenloze materiaal wordt abiotisch genoemd. Deze factoren bij elkaar wordt een ecosysteem genoemd.

Er zijn veel verschillende ecosystemen, denk aan het bos, de woestijn of koraalriffen. Hierin hebben verschillende organisme en hun omgeving invloed op elkaar. Planten produceren organische stoffen doormiddel van zonne-energie en koolstofdioxide. Consumenten, consumeren planten om aan bepaalde voeding stoffen te komen. Als een producent of consument dood gaat, zijn er onderdelen in de natuur die dit dode organische materiaal omzetten naar nutriënten. Deze nutriënten worden weer opgenomen door planten, zodat deze kunnen groeien. Alles staat in verbinding met elkaar, het ene kan niet leven zonder het andere.

Kenmerken van een ecosysteem zijn:

  • Netwerk van relaties tussen organismen
  • Circulatie van energie en materie
  • Dynamisch evenwicht
  • Zelf herstellend vermogen
  • Relaties met andere ecosystemen

In het verleden
Circulaire – leven met de natuur (consument)

Deze processen in de natuur zijn lang circulair geweest, wij mensen maakte deel uit van het ecosysteem. Wij waren consumenten in het ecosysteem, wij namen en gaven terug aan de natuur. In de loop der tijd is ons gedrag en onze houding ten aanzien van de natuur veranderd. De mens is zich gaan gedragen als producent.

In het heden
Lineair – consumptie maatschappij (producent)

Sinds we op grote schaal grondstoffen en fossiele brandstoffen delven. Is er een weggooimaatschappij gecreëerd. We maken een product, gebruiken een product en gooien het product weg. Er was toen der tijd nog geen reden om nog iets met een product te doen. Nu grondstoffen en fossiele brandstoffen schaars worden, wordt afval weer van waarde. We moeten na gaan denken over het gebruik van producten in de toekomst. Het gebruik van nieuwe grondstoffen moet geminimaliseerd worden en het hergebruik gemaximaliseerd.  

In de toekomst
Circulair – biologische en technologisch (consument en producent)

Probleem
Alle producten die we gebruiken, beïnvloeden onze omgeving. Ook energie en water worden gebruikt en afval wordt gegenereerd tijdens hun productie, distributie en gebruik. Afval is een probleem dat moet worden opgelost, maar het afvalprobleem kan ook nieuwe kansen bieden. Je hebt misschien gehoord van de 3 R's: Reduce (verminderen), Re-use (hergebruiken) en Recycle (recycling). De volgorde waarin de 3 R's worden gepresenteerd, is belangrijk.

 

Reduce
Het is noodzakelijk om te beginnen met nadenken over manieren om de hoeveelheid grondstoffen, water en energie die wordt gebruikt in de productie te verminderen, evenals wat we gebruiken.

Re-use
Zodra we erin geslaagd zijn om de minimale hoeveelheid grondstoffen, water en energie te gebruiken, verdient hergebruik van producten de voorkeur boven het weggooien van producten na een eenmalig gebruik. Hergebruik omvat herbestemming. Een voorbeeld van herbestemming is het gebruik van flessen als bouwmaterialen in glazen wanden.

Recycle
Recycling is de volgende stap. Gebruikt papier kan bijvoorbeeld worden gerecycled om nieuw papier te maken. Tijdens het recyclen worden de gebruikte materialen verwerkt om nieuwe producten te creëren. Dit proces omvat vaak energie en water (voor reiniging).

 

Het ontwerpen van een product

Als het product echt aan het einde van zijn levenscyclus is en recycling niet meer mogelijk is, wordt het vaak verbrand om energie op te wekken. Afvalverwerking is echter de minst te verkiezen optie. Hergebruik (of herbestemming) is een veelbelovende techniek om de economie milieuvriendelijker te maken en in lijn te brengen met de circulaire economie. Het verandert de manier waarop we naar afval kijken. Residuen/restromen worden niet meer als afval beschouwd, maar als een waardevolle bron voor het maken van nieuwe producten.

Afvalwater is bijvoorbeeld een probleem dat kan worden opgelost door het op zodanige wijze te behandelen dat het zonder oppervlaktemaatregelen in het oppervlaktewater kan worden geloosd. Als we afvalwater echter nader beschouwen, bevat het vaak bacteriële biomassa en veel verschillende waardevolle moleculen en voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen kunnen worden hergebruikt om meststoffen te maken, waardoor de vraag naar kunstmest afneemt. Fosfaat, een essentiële voedingsstof in meststoffen, is een eindige bron. Dit maakt het hergebruik van voedingsstoffen uit afvalwater op de lange termijn noodzakelijk. Het is zelfs mogelijk om bepaalde soorten afvalwater te gebruiken als bron voor het produceren van biokunststoffen.

Door het afvalwater van bacteriën met veel organische zuren en lage nutriëntenconcentraties te voeden, kan er plastic worden gemaakt. Voor de bacteriën is dit een soort fast food dat hen vet maakt. De bacteriën slaan dit voedsel op als biokunststof in hun cellen. Deze biokunststof wordt polyhydroxyalkanoaat genoemd, ook bekend als PHA, en is volledig biologisch afbreekbaar. Naast PH A worden er meer bioplastics ontwikkeld. Het is te hopen dat alle plastic producten in de toekomst met b ioplastics worden gemaakt, omdat dit het wereldwijde probleem van plastic afval kan oplossen. Residuen, als waardevolle bron voor het maken van nieuwe producten, zijn een van de meest veelbelovende manieren om van de biobased economy een succes te maken.

Ze combineren milieuvoordelen met economische voordelen. Deze combinatie is ook het principe van upgraden, waarbij veronderstelde waardeloze restproducten worden omgezet in waardevolle producten. In het ideale geval bestaat afval niet meer, maar kan het worden gebruikt in een circulaire economie.

Circulair denken

Naast de technische mogelijkheden om op een verstandige manier residuen te gebruiken, zal deze aanpak ook de manier waarop we met problemen omgaan veranderen. Problemen zijn normaal gesproken om op te lossen, maar problemen kunnen ook kansen zijn. Als we de manier waarop we problemen percipiëren kunnen veranderen in nieuwe kansen, stimuleert dit de creativiteit voor nieuwe circulaire initiatieven en bedrijven.

De waardepiramide

De waardepiramide helpt ons manieren te vinden om het efficiënte gebruik van biomassa te maximaliseren. De waardepiramide toont ons de verschillende categorieën van biobased producten, met hun waarde en de benodigde hoeveelheid. Farmaceutische producten hebben een hogere waarde dan energie, maar er is minder biomassa nodig voor farmaceutische producten in vergelijking met energie.

Allereerst wordt aanbevolen om componenten te isoleren die kunnen worden gebruikt in producten met een hoge waarde. Residuen kunnen dan worden gebruikt voor producten met een lagere waarde. Op deze manier wordt de keten van biomassa naar producten zo duurzaam mogelijk gemaakt, waarbij efficiënt gebruik van biomassa wordt gemaximaliseerd.

Extra informatie (wordt niet getoetst)

Bio-energie

We zullen ons richten op bio-energie, wat energie is die is afgeleid van biologische bronnen, zoals hout, bio-ethanol, biodiesel en biogas. Bio-energie is CO2-neutraal en beperkt daarom het broeikaseffect. CO2-neutraal betekent dat de hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten in de atmosfeer gelijk is aan de hoeveelheid CO2 die wordt verbruikt door nieuwe biomassa. Andere hernieuwbare energiebronnen zijn waterkracht, wind en zonneenergie. Hernieuwbare bronnen, zoals alle soorten biomassa, zijn niet altijd hetzelfde als duurzame bronnen. Hout, beschouwd als de eerste energiebron van de mensheid, is bijvoorbeeld nog steeds de belangrijkste bron van hernieuwbare energie. Veel mensen, vooral in ontwikkelingslanden, zijn afhankelijk van energie uit hout voor koken en verwarmen.

 

Hout is echter afkomstig van bomen. Wanneer bossen niet goed worden onderhouden, leidt dit tot een aantasting van belangrijke ecosystemen. Wanneer hout op een inefficiënte manier wordt verbrand, kunnen de emissies bovendien resulteren in een slechte luchtkwaliteit, zoals smog, met negatieve gevolgen voor de gezondheid. Daarom moeten we ons er altijd van bewust zijn welke biomassa als hernieuwbare energiebron kan of kan worden gebruikt met weinig of geen negatieve neveneffecten.

Dit kan worden bereikt door te kijken naar de waardepiramide. Als biomassa wordt gebruikt voor het leveren van energie, hebben we veel biomassa nodig tegen een lage prijs. Dus, als we de waardepiramide nauwkeuriger bekijken, is de uitdaging om eerst biomassa te gebruiken om producten op het hoogst mogelijke niveau te maken, en de residuen kunnen dan op een lager waardenniveau worden hergebruikt. Deze stap kan worden herhaald tot het laagste waardenniveau is bereikt, wanneer we energie kunnen maken van de laatste resten. Dit proces waarbij biomassa wordt gebruikt door de waardepiramide naar beneden te gaan, wordt cascade genoemd. Cascading, hergebruik, recycling en reduceren zijn allemaal met elkaar verweven. Suikerbieten zijn een goed voorbeeld voor het beschrijven van cascading. Suikerbieten worden voornamelijk geproduceerd om suiker te maken. Het belangrijkste residu na het proces van het extraheren van de suiker uit de bieten is bietenpulp. Bietenpulp kan worden gebruikt als veevoer, maar het bevat ook waardevolle componenten, zoals cellulose en pectine. Van cellulose kunnen we op cellulose gebaseerde biokunststoffen maken en pectine kan worden gebruikt als verdikkingsmiddel in allerlei soorten voedselproducten. Het uiteindelijke resterende  plantmateriaal kan vervolgens worden verwerkt in een vergister om biogas te produceren als bio-energie. Dit is het hele gewasgebruik door de biobased piramide naar beneden te halen.

What are biofuels

Biobrandstof eerste generatie

Het verwerken van biomassa door cascadering vermindert de negatieve bijwerkingen. De vraag naar bio-energie neemt snel toe, wat zeer positief is omdat dit de hoeveelheid CO2-uitstoot zal verminderen. Er kunnen echter andere problemen optreden. Palmolie kan bijvoorbeeld worden omgezet in biodiesel en suiker uit maïs of suikerriet kan worden omgezet in bio-ethanol. maar deze gewassen moeten ergens worden gekweekt. Het telen van deze gewassen concurreert met het beschikbare landoppervlak voor voedselgewassen, terwijl honger wereldwijd nog steeds een probleem is. Dit is het zogenaamde dilemma voor voedsel versus brandstof. Biobrandstoffen die direct uit eetbare bronnen zijn afgeleid, worden biobrandstoffen van de eerste generatie genoemd. Het lijkt logisch om meer land ter beschikking te stellen voor de productie van gewassen voor biobrandstoffen, maar dit brengt kosten met zich mee. Voor palmolie wordt bijvoorbeeld regenwoud omgezet in grote palmolieplantages, waardoor biodiversiteit verloren gaat.

 

Biobrandstof tweede generatie

Biobrandstoffen van de tweede generatie overwinnen deze problemen, omdat ze duurzaam worden geproduceerd door gebruik te maken van biomassa die bestaat uit resterende niet-voedselproducten, zoals die welke zijn beschreven in het geval van suikerbieten, waarin de bietenpulp kan worden omgezet in biogas. Andere voorbeelden van biobrandstoffen van de tweede generatie worden geproduceerd uit gewassen die niet worden gebruikt voor voedselproductie, zoals het gebruik van lignocellulose uit gras.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar microben uit de spijsvertering van koeien of andere herbivoren. Deze microben kunnen complexe moleculen, zoals lignocellulose, afbreken tot beschikbare suikers, die kunnen worden omgezet in bio-ethanol. De resultaten zijn veelbelovend.

 

Biobrandstof derde generatie

Er zijn ook derde generatie biobrandstoffen, biobrandstoffen gemaakt van algen. De productiviteit van algen is veel hoger dan bij elk ander gewas. Algen hoeven geen wortels, stengels of takken te laten groeien. Alle energie van de zon wordt zeer efficiënt gebruikt en het is mogelijk om algen met een hoog oliegehalte te laten groeien. Algen kunnen worden gekweekt in zeewater. Nutriënten kunnen worden verstrekt door afvalwater en CO2 uit fabrieken te gebruiken. Algen kunnen daarom in de toekomst een belangrijke bijdrage leveren aan schone en milieuvriendelijke biodiesel.

De kosten voor de productie van biodiesel uit algen zijn nog steeds te hoog vanwege verschillende redenen. Het kweken van algen in open vijvers is niet altijd succesvol, omdat de algen kunnen worden besmet met andere micro-organismen. Teelt in gesloten systemen, fotobioreactoren genoemd, is kostbaar. Bovendien vereist het oogsten van de algen uit het water veel energie. Tot slot omvat de extractie van de olie uit de algen chemicaliën die niet altijd milieuvriendelijk zijn. Algen zijn zo veelbelovend dat er veel onderzoek wordt gedaan naar deze onderwerpen om algen een bron voor bio-energie te maken.

Bio-energie is in principe een goede bron van hernieuwbare energie. Zijn bijdrage aan het verlagen

van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is een goede stap in de richting van een biobased economy. We moeten echter rekening houden met het dilemma voedsel versus brandstof. Daarom moeten we bio-energie alleen op een duurzame manier implementeren.

Informatie LA mijn reststromen

Zoek naar gegevens op de volgende website: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/70072ned?q=afval

Zoek daar naar afval van de gemeente waar je woon, dit kan je vergelijken met andere gegevens in Nederland. Hoeveel afval is er gemiddeld per inwoner in Nederland, in je provencie? Zit jou gemeente/huishouden onder dat gemiddelde of er juist boven? Vertel waarom dit zo is.

Succes.

Stad en wijk

Deze periode staat de leefbaarheid van je eigen wijk, dorp of stad centraal. Je hebt al een subjectief beeld van de leefbaarheid (je eigen ervaring en mening) en door de lessen Stad en Wijk en een zogenaamde wijkschouw krijg je een meer objectief beeld.

In deze periode besteden we aandacht aan:

-Sociale en fysieke kant van leefbaarheid

-Subjectieve en objectieve kant van leefbaarheid

-Sociale cohesie, voorzieningen en bewonersparticipatie

-Demografie, doelgroepen, SWOT-analyse.

https://www.npostart.nl/nos-journaal/03-02-2020/POW_04508254
NOS journaal met een item over de leefbaarheid van de steden (feb 2020)

https://www.youtube.com/watch?time_continue=62&amp;v=O_hZPJKQpQc&amp;feature=emb_logo
Werken aan de leefbaarheid van de stad.

https://www.lemon-onderzoek.nl/index.php/gemeenten/tilburg/
Site van Lemon, een instrument dat de gemeente Tilburg gebruikt om de mening van haar bewoners over de leefbaarheid te meten.

https://www.leefbaarometer.nl/page/leefbaarometer
De Leefbarometer is een instrument dat gemeenten gebruiken om de mening van de bewoners over de leefbaarheid te meten.

https://corporatiestrateeg.nl/leefbaarheid-doe-er-samen-wat-aan/
Extra leesvoer over leefbaarheid en hoe een woningbouw corporatie daar mee aan de slag kan gaan.

https://www.buurtwijs.nl/tag/sociale-basis
voorbeelden

https://www.buurtwijs.nl/content/ontmoeting-het-sleutelwoord

https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2020-03/Wij-in-de-wijk.pdf

https://www.sociaalweb.nl/nieuws/8-ideeen-voor-een-leefbare-wijk

https://www.buurtwijs.nl/tag/sociale-basis

https://www.buurtwijs.nl/content/ontmoeting-het-sleutelwoord

https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2020-03/Wij-in-de-wijk.pdf

Lifestyle

Week 1 introductieweek

Week 2

  • Kennismaking met elkaar en de mogelijke werkdomeinen vanuit lifestyle.
  • Wat is (positieve) gezondheid en welke ontwikkelingen zien we in de samenleving.
  • Door welke factoren wordt gezondheid bepaald? Je kunt voorbeelden benoemen.
  • Wat zijn welvaartsziekten en welke oorzaken kunnen we herleiden.
  • Welke soorten zorg zijn er en waar zijn we vanuit lifestyle actief.

Opdracht: vul voor je jezelf de vragenlijst voor het model positieve gezondheid:

https://mijnpositievegezondheid.nl

 

 

 

Week 3 en week 4

Vanuit de lessen de komende 2 weken:

Weet je wat het verschil is tussen voeding en vulling

gerelateerd aan de schijf van vijf

•Basiskennis over de energiebalans

•De schijf van vijf uitleggen met concrete

voorbeelden.

•De richtlijnen van de schijf van vijf noemen.

•Je eigen voedingspatroon beschrijven en aangeven

welke adviezen  het voedingscentrum hierover geeft.

•Kan je uitleggen waarom goed slapen goed is voor

je gezondheid.

•Kan je uitleggen wat beweegrichtlijnen inhouden.

Les 5

Vandaag kijken we naat het belang van goede slaap voor de gezondheid.

Vertaal je wat je hebt geleerd in de vorige twee lessen naar je eigen Eetmeter en leefstijl.

Tevens gaan we middels het ANGELO raamwerk aan de slag met de invloed van je omgeving op jouw leefstijl. Hiermee heb je alle informatie voor je LA

Les 6

Vandaag bekijken we jullie bevindingen vanuit het LA lifestyle.

Vanuit het BSR model gaan we inzien dat er mensen op een verschillende manier denken en leven.

Tevens koppelen we de verschillende levensfases van de mens aan leefstijl.

Les 7:

Deze week leggen we een relatie tussen sociologie en leefstijl.

Kijken we naar ontwikkelingen in de tijd en bekijken we welke positieve en negatieve effecten er zijn voor de gezondheid/leefstijl van mensen.

Als laatste welke rol prevnetie kan spelen.

Les 8

We diepen deze week 1 van de welvaartsziektes verder uit (hoge bloeddruk). Je weet hoe een bloeddruk wordt gemeten, wanneer deze gezond is en wanneer deze te hoog is. Daarnaast krijg je inzicht welke factoren een hoge bloeddruk kunnen bepalen.

Vervolgens in lijn met de rol van opvoeding bij een gezonde leefstijl, kijken we naar verschillende opvoedstijlen en naar wat familieopstellingen zijn om gedrag te bepalen.

Week 9 is de herhalingsweek.

Vrijetijd

De komende weken krijg je een introductie in de vrijetijd. Misschien ben je al bewust van hoe jouw vrije tijd eruit ziet, maar wist je dat er een hele 'industrie' achter zit?

Vrijetijd is meer dan een het organiseren van een feestje. Het heeft vanalles te maken met jouw leefomgeving. Misschien kom je er deze periode wel achter dat jouw vrijetijdsgedrag niet alleen door jou bepaald wordt.

De cijfers over toerisme in Nederland en Europa

Een gemiddelde week Vrijetijd

Water en energie

Deze periode staat in het teken van de introductie met het vakgebied water en energie. We beginnen dicht bij huis door te starten met de herkomst en productie van elektriciteit en drinkwater en de verwerking van afvalwater.

Je gaat je eigen elektriciteitsverbruik en watergebruik onderzoeken. Hoe zien de jaarafrekenigen er uit en wat betekent dat. Je gaat op zoek naar manieren om je drinkwater en elektriciteitsverbruik te verminderen.

Je krijgt een leerarrangement voor deze specialisatie die de bovenstaande inhoud combineert.

Energie in Overvloed

productie electriciteit