Thema: Arm en Rijk vmbo-kgt34

Thema: Arm en Rijk vmbo-kgt34

Thema Arm en rijk

Inleiding

Dit thema gaat over Arm en Rijk. De onderwerpen zijn:

  • Mijn wijk
    Je gaat rondkijken in je eigen wijk en onderzoekt - ook op internet -  verschillende buurtkenmerken zoals: variatie in woningen en bewoners, veiligheid, aanwezigheid voor voorzieningen en groen.
  • Begin bij je wijk
    Om te kunnen onderzoeken wat er in je buurt leeft, interview je buurtbewoners. Er komen verbeterpunten en suggesties naar boven, die je met een brief kan communiceren naar gemeente of instanties.
  • Klarendal
    Elke (volks)wijk kent zijn eigen geschiedenis. Klarendal is een wijk in Arnhem, waar door het nemen van maatregelen de leefsituatie sterk is verbeterd en zelfs populair is onder bewoners en winkeliers.
  • Regionale verschillen
    Ook al is Nederland niet groot, er zijn grote verschillen in afstand en bereikbaarheid als er snel (medische) hulp nodig is. Ook zijn er grote verschillen in leefomgeving als je drie steden van verschillende grootte vergelijkt.
  • Welvaart Nederland - Europa
    Het verschil in welvaart tussen landen in Europa is groot. Wat geeft een Lorenzcurve weer en wat is een Big Mac Index? Deze opdracht gaat over inkomensverschillen en hoe je dat kunt meten.
  • Welzijn Nederland, VS en Nigeria
    Om het welzijn van mensen te meten wordt door de VN de IMO gebruikt, waarbij volksgezondheid, kennis en levensstandaard een rol spelen. Er zijn grote verschillen tussen het welzijn in Nederland, VS en Nigeria.
  • Platteland Nederland, VS en Nigeria
    Anders dan in Nederland en VS kenmerkt het platteland van Nigeria zich door armoede. Vergelijk ook de verschillen in onderwijs, gezondheidszorg en (on)veiligheid met VS en Nigeria.
  • Voedselvoorziening VS - Nigeria
    De voedselvoorziening in VS en Nigeria is heel verschillend. Het geeft voor beide landen kansen en problemen. Nigeria heeft voedselonzekerheid terwijl de VS zijn graan voor dumpprijzen aanbiedt op de wereldmarkt.

 

Introductie-opdracht

Je kunt niet iedere Nederlander rijk noemen. De één krijgt zijn salaris niet op en de ander moet elke maand naar de voedselbank.
Er zijn nogal verschillen. Maar als je de gemiddelde Nederlander vergelijkt met de gemiddelde inwoner van Nigeria, dan ziet het er heel anders uit.

Verschillen tussen arm en rijk zie je overal: in de buurt, tussen verschillende regio’s in Nederland en zeker wereldwijd.

Wat weten jullie al over arm en rijk?
Maak een mindmap of een woordwolk met in het midden de woorden 'arm of rijk'.
Schrijf zoveel woorden op die in je opkomen en die te maken hebben met armoede en rijkdom.

Hoe je een mindmap maakt, lees je hieronder in de gereedschapskist.
De mindmap kun je later nog gebruiken in de eindopdracht.

Succes!

Mindmap maken

Woorden bij een onderwerp bedenken en met elkaar verbinden.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van het thema kan ik:​

Leerdoel Opdracht
verschillen tussen meer en minder welvarende wijken beschrijven.
  • Mijn wijk
  • Klarendal
voorstellen voor verbetering van de woon- en leefomstandigheden in de eigen regio beschrijven.
  • Mijn wijk
  • Begin bij je wijk
  • Klarendal

regionale verschillen in welvaart in Nederland kunnen beschrijven en verklaren.

  • Regionale verschillen
  • Welvaart Nederland-Europa
verschillen in welvaart tussen Nederland, Verenigde Staten en Nigeria kunnen beschrijven en verklaren.
  • Welzijn Nederland, VS en Nigeria
  • Platteland Nederland, VS en Nigeria
  • Voedselvoorziening VS-Nigeria

Wat ga ik doen?

Het thema Arm en rijk bestudeer je door acht opdrachten en de afsluiting te maken.

Onderdeel Tijd in lesuren Eindproduct
Inleiding 0,5 Mindmap
Opdracht: Mijn wijk 3 Brochure
Opdracht: Begin bij je wijk 3 Klachtbrief
Opdracht: Klarendal 2 Verslag
Opdracht: Regionale verschillen 3 à 4 Grafiek
Opdracht: Welvaart Nederland - Europa 2 Sleepoefening
Opdracht: Welzijn Nederland, VS en Nigeria 2 Kruiswoordpuzzel
Opdracht: Platteland Nederland, VS en Nigeria 2 Fotoreportage
Opdracht: Voedselvoorziening VS en Nigeria 2 Toets
Afsluiting 2 Lijstje over armoede
Totaal 22 à 23 uur  

 

Opdrachten

Mijn wijk

Mijn wijk

Intro

Wat vind je van je eigen wijk? Is het een leuke buurt om in te wonen?

In deze opdracht breng je je eigen wijk of buurt in kaart aan de hand van verschillende buurtkenmerken.
Denk daarbij aan de variatie in woningen, aan ‘soorten’ buurtbewoners, gemiddelde opleiding, gemiddeld inkomen, eenzaamheid, veiligheid, aanwezigheid van groen en afstand tot voorzieningen.

Bekijk eerst deze video.
Zijn de jongens positief over hun wijk?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • een aantal voorzieningen of buurtkenmerken noemen, die het wonen in een wijk prettig of minder prettig maken;
  • mijn eigen buurt of wijk in kaart brengen aan de hand van een aantal buurtkenmerken;
  • herkennen of ik te maken heb met een welvarende, rijke buurt of met een mindere buurt.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 en Je gaat een aantal vragen beantwoorden over de indeling, de welvaart en het welzijn in je buurt of wijk. Je bespreekt de antwoorden met klasgenoten.
Stap 2 en Op de site AlleCijfers.nl kun je allerlei informatie terugvinden over je wijk en een vergelijking maken met andere wijken. Check je antwoorden uit Stap 1 aan de hand van deze site en bespreek ze met je klasgenoten.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Eindopdracht A Kies je voor eindopdracht A: dan maak je de toets 'Mijn wijk'.
Eindopdracht B Kies je voor eindopdracht B: dan maak je een geïllustreerde brochure over je wijk, bestemd voor nieuwe buurtbewoners.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 3 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Verken je wijk of buurt

Wandel in gedachten of met behulp van Google Maps Streetview door je wijk of buurt en probeer antwoord te geven op de volgende vragen.
Vergelijk na het beantwoorden van alle vragen je antwoorden met een of meerdere klasgenoten.

Indeling wijk

  1. Is er veel open ruimte (grasvelden, speelplaatsen e.d.) in je wijk of is die overal dichtbebouwd?
  2. Kunnen kinderen overal veilig buiten spelen? Leg uit waarom.
  3. Zijn er overal afvalbakken waar je oud papier, plastic tassen en andere rommel in kan doen?
  4. Liggen er altijd veel stukken papier, plastic tassen, hondenpoep en ander afval op straat of niet?
  5. Hoe ver van je woonadres is de dichtstbijzijnde oprit van een hoofdverkeersweg?
  6. Worden straten en stoepen in je wijk of buurt goed onderhouden of kom je veel losse en scheve tegels, gaten en kuilen tegen?
  7. Kun je overal veilig fietsen of lopen in je wijk of buurt? Leg uit waarom.
  8. Kun je makkelijk met het openbaar vervoer je wijk of buurt in of uit? Leg uit waarom.

Welvaart: Hoe rijk zijn de buurtbewoners?

  1. Denk je dat de woningen in jouw wijk vooral dure woningen zijn, of vooral goedkope woningen of is het een gelijke mix?
  2. Zijn het vooral koopwoningen (bewoner is eigenaar) of vooral huurwoningen (bewoner is niet de eigenaar) of is het een gelijke mix?
  3. Zien alle woningen in jouw wijk of buurt er goed onderhouden uit of zijn er ook woningen die er verwaarloosd en bouwvallig uitzien?
  4. Zie je veel dure auto’s op straat in je wijk of juist veel goedkope auto’s?
  5. Zijn veel mensen in de wijk werkloos?
  6. Is er een voedselbank in je wijk of buurt?

Welzijn: Hoe tevreden zijn de buurtbewoners?

  1. Wat is de gemiddelde leeftijd in de wijk?
  2. Kun je voor boodschappen alleen naar een supermarkt of winkelcentrum of zijn er ook buurtwinkels?
  3. Wonen er veel mensen alleen?
  4. Denk je dat eenzaamheid een probleem is in jouw wijk?
  5. Hoeveel minuten ben je te voet onderweg van je huis naar ...?
    • Het wijkcentrum
    • De huisarts
    • Een ziekenhuis
    • Een basisschool/jouw school
    • Het openbaar vervoer

Stap 2: Info over je wijk

Lukte het jullie om alle vragen uit stap 1 te beantwoorden? Het was vast niet zo gemakkelijk. Zelfs niet als je regelmatig door de wijk loopt of fietst en er veel mensen kent.

Toch is er ook van jouw buurt meer bekend dan je denkt. Breng maar eens een bezoek aan de site AlleCijfers.nl. Op deze site zijn veel gegevens te vinden over jouw wijk of buurt. Bovendien kun je op deze site jouw eigen buurt vergelijken met het gemiddelde van alle wijken en buurten in Nederland.

  • Ga naar de site: AlleCijfers.nl
  • Zoek gegevens over jouw gemeente, wijk of buurt.

Als het goed is, kom je op een pagina met veel informatie over de plaats waarin je woont.

Je vindt info over het 'aantal inwoners', 'leeftijden van de inwoners', het 'woningbezit', etc.

Loop de vragen uit Stap 1 nu nog eens na en vul de ontbrekende antwoorden in.
Hoe doet jouw wijk het vergeleken met het Nederlands gemiddelde?
Welke cijfers verrassen je?

Bespreek je ervaringen met je klasgenoten.

Afronding

Eindopdracht A: Toets

Kies je voor eindopdracht A dan maak je de toets 'Mijn wijk'.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen.
Als je alle vragen hebt beantwoord, zie je je score.

Eindopdracht B: Brochure maken

Als eindopdracht ga je aan de slag met het schrijven van een brochure over de wijk waarin jullie wonen.

  • Schrijf over wat jou aantrekkelijk of interessant lijkt voor eventuele nieuwe bewoners.
  • Maak een korte wervende tekst over het woon- en leefklimaat in de wijk.
  • Schrijf iets over de openbare voorzieningen, over de verenigingen, de speelveldjes, enz.
  • Je kunt ook zelf foto’s maken van je wijk of afbeeldingen op internet zoeken over je wijk.

Jullie hebben ongeveer drie uur de tijd om deze opdracht te maken.

Hoe gaan jullie te werk?

  • Maak groepjes van twee of drie leerlingen. De klasgenoten moeten natuurlijk wel in dezelfde wijk wonen.
  • Spreek af wie welke tekst schrijft, wie een interview afneemt, wie zorgt voor de foto's, wie zorgt voor de opmaak, etc.
  • Maak een duidelijke planning en houd je aan de planning.

Klaar?
Bekijk de brochure nogmaals aandachtig. Hebben jullie allerlei informatie en antwoorden over de wijk uit de stappen gebruikt?
Lever de brochure in bij de docent, die hem zal beoordelen.

Beoordeling

Bij de beoordeling let jullie docent op:

  • inhoud: krijgt de lezer van de brochure de indruk dat het prettig is om in jouw wijk of buurt te wonen?
    Krijgt de lezer voldoende praktische informatie over de wijk?
  • vorm: is de brochure overzichtelijk en prettig leesbaar? Is in de brochure tekst en beeld goed gecombineerd?
  • taalfouten: bevat de brochure niet te veel taalfouten?

Folder maken

Met maken van een folder presenteer je kennis die je hebt opgedaan aan anderen.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Vind je deze passen bij deze opdracht?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je aan de hand van een aantal kenmerken en cijfers, je eigen buurt in kaart brengen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 3 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor jullie 'buurtonderzoek' en de brochure?
  • Eindopdracht A of B
    Heb je gekozen voor het maken van de toets en was je score goed?
    Of heb je gekozen voor het maken van een brochure over jullie buurt en wijk?
    Ben je tevreden over het resultaat?

Begin bij je wijk

Begin bij je wijk

Intro

In deze opdracht doe je een klein onderzoek onder de bewoners van je eigen wijk of buurt.
Met het onderzoek probeer je verbeterpunten op het spoor te komen.
Je probeert er achter te komen wat er beter kan. Je vraagt ook naar suggesties voor verbeteringen.

Verbeterpunten en suggesties geef je door aan het gemeentebestuur en of een woningbouwvereniging middels het schrijven van een brief.

Bekijk deze video.
Welke ideeën hebben de bewoners van Selwerd aangedragen als verbeterpunten?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • een interview voorbereiden, houden en uitwerken;
  • verbeterpunten en suggesties over een wijk of buurt in kaart brengen en er actie in ondernemen.

Wat ga ik doen?

Activiteit

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Jullie gaan een interview voorbereiden en houden met je wijkbewoners om verbeterpunten en suggesties te onderzoeken.
Stap 2 Jullie werken dit interview uit en kijken welke verbeterpunten aangepakt moeten worden.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Eindopdracht Jullie ondernemen actie en schrijven een formele klachtbrief aan gemeente of andere instantie.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Met deze opdracht ben je ongeveer 3 uur bezig.

Aan de slag

Stap 1: Interview wijkbewoners

Je gaat samen met je klasgenoten een klein onderzoek doen onder buurtbewoners van jullie eigen wijk of buurt. In dit buurtonderzoek gaan jullie op zoek naar verbeterpunten voor jullie wijk of buurt.

Het buurtonderzoek bestaat uit een aantal korte interviews met buurtbewoners.
De vragen kunnen gaan over de sociale samenhang in de buurt, over de openbare ruimte, veiligheid of bijvoorbeeld de kwaliteit van de woningen.
Hieronder vind je een aantal vragen die jullie tijdens het interview zouden kunnen stellen. Natuurlijk kunnen jullie ook zelf een aantal vragen bedenken.

In de gereedschapskist kun je ook lezen hoe je een interview kunt voorbereiden en afnemen.

Hoe gaan jullie te werk?

  • Bepaal samen welke vragen jullie willen stellen.
  • Bepaal wie jullie gaan interviewen: ouders, buren, kennissen, winkeliers, ....
  • Bepaal wanneer jullie de interviews gaan houden.
  • Neem een mobiele telefoon mee om de gesprekken op te nemen en foto's te maken.
  • Houd de interviews.

Interviewvragen

Kies uit de volgende lijst een aantal vragen of bedenk zelf vragen.

  1. Zijn er regelmatig buurtactiviteiten?
    Zo ja, doen daar veel mensen aan mee?
  2. Is er veel jongerenoverlast?
  3. Wonen er verschillende groepen mensen in de buurt?
  4. Gaan die verschillende groepen goed met elkaar om?
  5. Gaan jongeren en ouderen goed met elkaar om?
  6. Hebben de buurtbewoners een veilig gevoel in de buurt?
  7. Is er voldoende openbaar groen?
  8. Is er veel vandalisme in de buurt?
  9. Zijn er voldoende hangplekken en speelruimten voor jongeren en kinderen?
  10. Zijn er voldoende winkels in de buurt?
  11. Hebben de bewoners voldoende contacten in de buurt (eenzaamheid)?
  12. Kunnen de bewoners terecht in een wijkcentrum?
  13. Hoe is de kwaliteit van de huizen?
    Zijn ze goed onderhouden of moet er nodig worden gerenoveerd?
  14. Hoe is het met de verkeersveiligheid?
  15. Voelen de mensen zich veilig in de wijk?
    Is er genoeg straatverlichting 's avonds?

 

Interview afnemen

Je bevraagt een ander over een bepaald onderwerp.

 

Stap 2: Interview uitwerken

Jullie hebben een aantal interviews gehouden.
De antwoorden op de vragen gebruiken jullie straks in de eindopdracht voor het schrijven van een brief aan de gemeente of de woningbouwvereniging.

Eerst werken jullie de interviews uit en gaan jullie ze samen bespreken.

  • Is er een onderwerp dat eruit springt?
  • Welke klachten kunnen door de bewoners zelf worden verholpen?
  • Voor welke zaken heb je de gemeente nodig?
  • Of heb je nog een andere instantie nodig, bijvoorbeeld een woningbouwvereniging.
  • Bepaal samen over welke klacht of over welk verbeterpunt jullie een brief gaan schrijven.

Bewaar jullie uitwerking voor de eindopdracht.

Afronding

Eindopdracht: Brief schrijven

In de voorgaande stappen hebben jullie mensen geïnterviewd over mogelijke verbeterpunten in de wijk. De antwoorden hebben jullie uitgewerkt en besproken. Er is zeker één punt waarin jullie tot actie willen overgaan.

Ga nu aan de slag met het schrijven van een nette brief.
Jullie willen iets gedaan krijgen, dus maak je tekst zo uitnodigend mogelijk!
Probeer in gesprek te komen met de gemeente of met de woningbouwvereniging.
In een gesprek kun je alles goed toelichten en dan hoef je in de brief niet te gedetailleerd te zijn.

Vinden jullie het lastig om de brief te schrijven, kijk dan eens op deze site of in de gereedschapskist.

Klaar?
Lees de brief nog een keer door, let op taal- en spelfouten. Hebben jullie duidelijk en helder geschreven over het verbeterpunt en wat jullie verwachten van de betreffende instantie?
Lever de brief in bij jullie docent.

Beoordeling

Bij de beoordeling let jullie docent op:

  • inhoud: laat de brief duidelijk het verbeterpunt of de klacht zien die jullie voor je wijk of buurt behandeld willen zien en wat daarbij de rol van de instantie kan zijn?
  • vorm: is de brief helder en compact geschreven?
  • taalfouten: bevat de brief geen taalfouten?

Brief schrijven

Een brief is een goede manier om aan iemand te laten weten wat je van een bepaald
onderwerp vindt of iemand te vragen om in actie te komen rond een bepaald onderwerp.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video bekeken?
    Kun je een paar suggesties noemen die in de video naar voren kwamen?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je uit de gehouden interviews voldoende verbeterpunten en suggesties halen?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Vond je leuk om vragen te bedenken over de leefsituatie in jullie buurt?
    Hadden de interviews het gewenste resultaat?
  • Eindopdracht
    Hoe ging het schrijven van een formele brief?
    Heb je de brief ook daadwerkelijk verstuurd? Heb je een antwoord gekregen?

Klarendal

Klarendal

Intro

Elke wijk heeft zijn eigen geschiedenis. In de loop der jaren verandert er veel.
Huizen worden afgebroken, nieuwe huizen worden gebouwd. Bewoners trekken weg of overlijden, de huizen krijgen nieuwe bewoners. Winkels en bedrijven verdwijnen of worden vervangen door bijvoorbeeld supermarkten.

In deze opdracht maak je kennis met de geschiedenis van de (volks)wijk Klarendal in de stad Arnhem.

Tussen de arbeiders van toen zijn de blitse eettentjes en trendy modewinkeltjes van nu verschenen. Onder de ouwe Klarendallers steekt de heimwee naar vroeger dan ook wel eens de kop op.
Maar kleurrijk, dat zijn de wijk en haar bewoners nog altijd.

Kijk (een stukje van) deze video.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • herkennen hoe de leefsituatie in Klarendal was in het begin van de 20ste eeuw;
  • omschrijven welke maatregelen zijn genomen om de leefsituatie in de volkswijk te verbeteren;
  • omschrijven hoe de volkswijk zich (her)ontwikkelt tot een populaire wijk voor bewoners en winkeliers.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bekijk de oude video over Klarendal en beantwoord de vragen.
Stap 2 Je leest een tekst over Klarendal als 'modekwartier' en beantwoord de vragen.
Stap 3 Je bekijkt een video over de bewoners en kijkt rond op de website van Klarendal. Je beantwoordt er vragen over.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Eindopdracht Samen met een klasgenoot maak je een verslag over de ontwikkelingen in Klarendal.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Klarendal

Op de website van de wijk Klarendal vind je onderstaand filmpje over het oude Klarendal.

Lees eerst de vragen. Bekijk dan het filmpje helemaal.
Kijk of je antwoord kunt vinden op de volgende vragen.

  1. In welke stad ligt de wijk Klarendal?
  2. Was Klarendal in het begin van de 20ste eeuw een welvarende wijk?
  3. Voor welk bedrag kon je in het begin van de 20e eeuw een huis kopen in Klarendal?
  4. Waarom had de lagere school twee ingangen?
  5. Hoeveel verdiende iemand bij de gemeentereiniging per week?
  6. Wat werd verkocht in een comestibleszaak?

 

Stap 2: Klarendal modekwartier

Lees de volgende tekst over Klarendal.

Klarendal was in de vorige eeuw een echte volkswijk, met voornamelijk kleine woningen. De wijk werd gezien als een achterstandswijk.
Roerige momenten in de Klarendalse geschiedenis waren het oproer tegen de verloedering in 1970 en de opstand van de bewoners tegen de drugsoverlast in 1989. Buurtbewoners spraken toen van 'Klarendal Tranendal'.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw zijn veel slechte huizen gesaneerd (afgebroken en/of gerenoveerd) in het zuidelijke deel van de wijk. In maart 2007 werd de wijk met 39 andere wijken door minister Vogelaar van Volkshuisvesting tot aandachtswijk benoemd. Deze veertig 'Vogelaarwijken' kregen extra geld voor verbeteringen.
Vijf jaar later is het project weer stopgezet, omdat er van de verbeteringen niets terecht zou zijn gekomen. De bewoners van Klarendal denken daar anders over: in de Volkskrant van 3 augustus 2013 is le lezen dat er volgens hen wel veel verbeterd is in de wijk.

De gemeente Arnhem heeft vanaf 2007 samen met het ministerie plannen gemaakt om verwaarloosde panden of panden met een ongewenste bestemming (denk bijvoorbeeld aan coffeeshops) op te kopen en om te vormen tot kleine modewinkels. Het plan kreeg de naam '100% mode' en de gemeente is Klarendal het 'modekwartier' gaan noemen.

Arnhem is al langer een modestad. Veel studenten volgen een modeopleiding aan de Arnhemse kunstacademie en verschillende bekende ontwerpers hebben er het vak geleerd. Vandaar de keuze voor mode.
In mei 2008 was het modekwartier in Klarendal klaar, inclusief de herbouw van het oude postgebouw. Hierin is nu een café-restaurant gevestigd.  

 

Maak de volgende oefening.

Stap 3: Bewoners over Klarendal

Wat vinden de bewoners van hun wijk en wat zijn de plannen voor de wijk?
Kijk eerst naar de volgende video.

Bezoek vervolgens ook deze website.

Ga op zoek naar het antwoord op de volgende vragen:

  1. Waaraan herken je de 'echte' Klarendaller?
  2. De woningbouwvereniging heeft veel panden gerenoveerd en geschikt gemaakt als woon-werkruimte. Op welk werkgebied zijn die panden in gebruik genomen?
  3. Heeft de woningbouwvereniging er voor gezorgd dat er voor de verschillende bevolkingsgroepen ook passende woonruimte beschikbaar is? Waaruit blijkt dat?
  4. Wat is de toekomstvisie-slagzin voor 2022?

Bespreek de antwoorden met een klasgenoot.

Afronding

Eindopdracht: Verslag

In deze opdracht heb je gezien hoe een typische oude volkswijk kan veranderen in een hippe wijk, waar het goed wonen is, met name voor studenten en waar kleine winkeliers weer met succes hun producten verkopen.

Als eindproduct van deze opdracht maak je samen met een klasgenoot een verslag waarin je de belangrijkste ontwikkelingen in de (recente) geschiedenis van de wijk Klarendal omschrijft.

Maak daarbij gebruik van de gegevens die je op de website AlleCijfers.nl en op de website van Klarendal hebt gevonden.

Je schrijft het opstel samen met een klasgenoot. Jullie verslag moet minimaal een half A4'tje groot zijn. Hoe je een verslagje schrijft, kun je lezen in de gereedschapskist.

Klaar?
Lees jullie verslagje nog even door. Kijk of jullie de ontwikkeling van deze volkswijk goed hebben weergegeven.
Lever het daarna in bij de docent.

Beoordeling

Het verslag over Klarendal wordt beoordeeld door jullie docent.
Bij de beoordeling let hij of zij op:

  • inhoud: hebben jullie de geschiedenis en ontwikkeling van Klarendal duidelijk weergegeven?
    Vertelt jullie verslag ook iets over de huidige situatie van de wijk?
  • vorm: is het verslag prettig leesbaar en ziet het er verzorgd uit?
  • taalfouten: bevat het niet te veel taalfouten?

Verslag schrijven

Een verslag is een goede manier om een onderzoek te beschrijven dat je hebt uitgevoerd.        

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Heeft de video je inzicht gegeven over de sfeer in de wijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je opnoemen welke maatregelen er in de loop van de jaren zijn genomen om Klarendal weer leefbaarder te maken?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Wat sprak je het meest aan bij het zien van de video's en het lezen van de tekst over Klarendal?
  • Eindopdracht
    Vond je het leuk om samen met een klasgenoot een verslag over Klarendal te maken?
    Zou je zelf wel in de wijk Klarendal willen wonen? Zou je je er thuis voelen?

Regionale verschillen

Regionale verschillen

Intro

De ene plek is de andere niet.
Zelfs niet in Nederland waar we toch niet al te ver van elkaar vandaan wonen, zijn er regionaal grote verschillen in afstand, bereikbaarheid en leefomgeving.

Afstand en bereikbaarheid zijn heel belangrijk als je snel (dokters-)hulp nodig hebt of zelf hulp moet verlenen. Het maakt dan wel degelijk uit of je in een stedelijk gebied met voorzieningen woont of in een landelijk gebied, waar de bereikbaarheid niet groot is.

Qua leefomgeving zijn er ook grote verschillen: je kunt wonen in een grote stad zoals Amsterdam, een middelgrote stad zoals Nijmegen, een kleinere stad zoals Meppel, of in een dorp op het platteland.

In deze opdracht ga je de verschillen per regio bekijken.

In deze video wordt het leven in een dorp vergeleken met het leven in een stad.
Kijk (een stukje van) de video.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de regionale verschillen in afstand en bereikbaarheid van stedelijke en landelijke gebieden onderzoeken en benoemen;
  • de verschillen in leefomgeving van drie verschillende steden onderzoeken en in tabel- en grafiekvorm zichtbaar maken.

Wat ga ik doen?

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1  en  Je leest over de afstand en bereikbaarheid van gebieden indien hulpverlening noodzakelijk is (door ambulance, traumaheli, AED). Je zoekt op interactieve kaarten naar antwoorden op vragen. Je bespreekt de resultaten met klasgenoten.
Stap 2 Je verzamelt op 2 sites gegevens over een aantal onderwerpen over Amsterdam, Nijmegen en Meppel. Je bewaart deze gegevens in tabelvorm en bespreekt de resultaten met klasgenoten.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Eindopdracht B De gegevens uit de tabel over de drie steden werk je samen uit in een grafiek.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 3 à 4 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Wees er snel bij!

Aanrijtijd ambulance

Voor de ambulancezorg geldt de streefnorm dat in 95 procent van de spoedmeldingen (A1-meldingen) binnen 15 minuten na aanname van de melding een ambulance ter plaatse moet zijn op de locatie van de melder.
Er zijn in Nederland natuurlijk plekken met een ambulancepost om de hoek.
Er zijn ook veel plekken die door water omgeven zijn (rivieren, meren, etc.) of waar de verkeersintensiteit zo hoog is dat de aanrijtijd niet kan worden gehaald.

Traumahelikopter

De belangrijkste reden om een traumahelikopter in te zetten is om een arts en een verpleegkundige zo snel mogelijk naar de plaats te vervoeren, waar spoedeisende, specialistische, medische hulp benodigd is. De traumahelikopter is dus geen vervanging van de ambulance, maar een aanvulling op de reguliere ambulancezorg. Naast een vitale bedreiging van de gezondheid zijn er andere belangrijkste criteria voor het inzetten van een traumahelikopter waaronder een (te) lange aanrijtijd van een ambulance.
Er zijn in Nederland vier traumahelikopters inzetbaar, elk met een Mobiel Medisch Team (MMT).

AED en burgerhulpverleners

In Nederland worden elk jaar tussen de 15.000 en de 16.000 mensen buiten het ziekenhuis getroffen door een hartstilstand. In al die gevallen neemt de kans op overleven toe als er direct wordt gereanimeerd (hartmassage en beademing). Dat wordt nog beter met een Automatische Externe Defibrillator. Een AED beoordeelt de situatie en geeft zo nodig stroomstoten om het hart weer op gang te helpen.
Maar, zo'n AED moet dan natuurlijk wel in de buurt zijn.

Gelukkig komen op steeds meer plekken in Nederland AED's te hangen. Inmiddels zijn er bijna 18.000 geregistreerd. Ook het aantal burgerhulpverleners is gestegen. Burgerhulpverleners krijgen via een speciaal systeem een seintje als iemand in hun buurt een hartstilstand krijgt. Zij brengen dan zo snel mogelijk een AED naar het slachtoffer, of beginnen zelf met reanimeren. Gemiddeld zijn ze 2,5 minuut eerder bij een slachtoffer dan de hulpdiensten

Bekijk de video.

 

Stap 2: Verschillen in leefomgeving

Als je steden met elkaar vergelijkt zijn er grote verschillen.
In deze opdracht ga je Amsterdam, Nijmegen en Meppel met elkaar vergelijken; drie steden van verschillende grootte.
Je maakt deze opdracht samen met een klasgenoot.

Waar staat je gemeente?

Op deze site kun je allerlei zaken van meerdere gemeentes vergelijken.
Je kunt echter alleen twee gemeentes tegelijk vergelijken. Om de vergelijking van de drie steden te maken, moet je dus telkens een andere combinatie steden intikken (bijvoorbeeld Amsterdam-Meppel of Meppel-Nijmegen). Zo krijg je van alle drie gemeentes een vergelijking.
Maak een tabel waar je deze gegevens in bijhoudt. Verzamel gegevens op het gebied van:

  • Gezondheid:
    concentratie stikstof, eenzaamheid, gebruik huisartsenzorg.
  • Werk en inkomen:
    aantal banen, werkloosheid, huishoudens met laag inkomen.
  • Onderwijs:
    reisafstand tot voortgezet onderwijs, verzuim.
  • Openbare orde en veiligheid:
    criminaliteitsindex, verkeersongevallen, overlast.
  • Leefbaarheid:
    Deze burgerpeiling geeft scores te zien van:
    inzet leefbaarheid in de buurt, onveiligheid en overlast.

Allecijfers.nl

Op deze site kun je van de genoemde drie steden ook allerlei vergelijkingsmateriaal verzamelen.
Via het tabblad 'Overzichten' (je tikt dan telkens de plaatsnaam in van een van de drie steden) verzamel je gegevens over:

  • Gemeentes, regio's:
    aantal regio's en totaal aantal inwoners van de drie steden.
  • Middelbare scholen:
    aantal scholen, verhouding openbaar of christelijke scholen.
  • Verkiezingsuitslagen:
    politieke voorkeur bij landelijke en gemeenteraadsverkiezingen.


Hebben jullie alle cijfers in kaart gebracht? Hoe je een tabel maakt van alle gegevens kun je zien in de gereedschapskist.

Bestudeer de gegevens en bekijk in de klas de verschillen.
Noem per stad twee punten die er positief of negatief uitspringen.

Bewaar de tabel voor de eindopdracht.

 

Tabel maken

Een tabel of schema is een manier om gegevens in beeld te brengen, op zo’n manier dat het er overzichtelijk uit ziet.

 

Afronding

Eindopdracht: Grafiek maken

In Stap 2 van deze opdracht hebben jullie gegevens verzameld over Amsterdam, Nijmegen en Meppel. Jullie hebben over een aantal onderwerpen cijfermateriaal verzameld en dit in tabelvorm gezet. Daarna hebben jullie de uitkomsten besproken in de klas.

In deze eindopdracht maak je samen met een klasgenoot een grafiek.
De grafiek gaat over een van de onderwerpen die jullie onderzocht hebben: onderwijs, leefbaarheid, politieke voorkeur, veiligheid, enzovoort. Je mag zelf bepalen over welk onderwerp je een grafiek maakt.

Zorg dat in de grafiek duidelijk het verschil zichtbaar is tussen de drie steden.
Hoe je een grafiek maakt, kun je zien in de gereedschapskist.

  • Zorg dat de titel goed past bij het onderwerp van de grafiek
  • Zorg dat alle relevante uitkomsten van je onderzoek of opdracht zijn weergegeven in je grafiek.
  • Zorg ervoor dat de verdeling van de assen in verhouding is.
  • Zorg dat het verschil tussen de drie steden duidelijk zichtbaar is. Schrijf de naam van de stad erbij of geef elke curve een andere kleur.


Klaar?
Bekijk nauwkeurig of je de verschillen goed weergegeven hebt. Lever de grafiek in bij je docent.

Beoordeling

De docent beoordeelt de grafiek op de volgende punten:

  • indeling van de grafiek: zijn de assen in verhouding, zijn de gegevens correct? Is op de grafiek duidelijk af te lezen wat de verschillen zijn?
  • titel: heeft de grafiek een titel die past bij het in kaart gebrachte onderwerp?
  • vormgeving: is de grafiek met zorg gemaakt en goed leesbaar?
  • taalfouten: bevat de grafiek geen taalfouten?

Grafiek maken

In een grafiek kun je heel overzichtelijk informatie aflezen over één specifiek onderwerp. Je maakt naar aanleiding van een onderzoek of opdracht een grafiek waarin je de opgedane kennis of resultaten weergeeft.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introvideo bekeken?
    Kun je duidelijke verschillen herkennen tussen wonen in een stad of dorp?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Heb je een duidelijke vergelijking gemaakt tussen de drie steden? Wat is je opgevallen over de leefbaarheid?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Heb je je de afstanden en bereikbaarheid van bepaalde regio's in Nederland goed bestudeerd?
    Kun je omschrijven waar de bereikbaarheid het grootst is in geval van nood?
  • Eindopdracht
    Over welk onderwerp hebben jullie een grafiek gemaakt? Waren de verschillen goed zichtbaar?

Welvaart Nederland - Europa

Welvaart Nederland - Europa

Intro

Als een land welvarend is, betekent het dat een land rijk is.
De bewoners kunnen dus een huis kopen, een auto hebben en zelfs op vakantie.

In deze opdracht vergelijk je de welvaart in Nederland met die in verschillende andere landen in Europa en leer je hoe je die welvaart kunt meten.

Bekijk de video.
Wat is het verschil tussen welvaart en welzijn?

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • omschrijven wat wordt verstaan onder een 'welvarend land';
  • uitleggen hoe ik aan de hand van het BNP kan meten hoe rijk of arm een land is;
  • omschrijven hoe je de koopkracht kan vergelijken in meerdere landen met de Big Mac Index;
  • omschrijven wat ik kan aflezen op een Lorenzcurve en hoe deze is opgebouwd.

Wat ga ik doen?

 

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je leert hoe je de welvaart in een land kunt meten met het BNP. Je beantwoordt vragen aan de hand van tabellen over het BNP van verschillende landen.
Stap 2 Je leert wat de Big Mac Index is. Je bekijkt een video en beantwoordt vragen.
Stap 3 Je ziet hoeveel uur mensen in verschillende landen moeten werken om 1 Big Mac te kunnen kopen.
Stap 4 Je krijgt uitleg over de Lorenzcurve en maakt er zelf ook eentje.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippen   De begrippen gaan over welvaart in Nederland en Europa.
Eindopdracht A Kies je voor opdracht A: dan maak je de toets 'Nederland en Europa'
Eindopdracht B Kies je voor opdracht B: dan maak je een sleepoefening over deze opdracht.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Welvaart

Welvaart is een situatie waarin de mensen in ruime mate in hun behoeften kunnen voorzien. Een welvarend land is een rijk land.

Het tegenovergestelde van rijkdom is armoede. Maar hoe meet je of een land arm of rijk is? Daarvoor gebruiken we het BNP: het Bruto Nationaal Product. Dat zouden we kunnen meten in euro’s of andere geldsoorten, maar de internationale afspraak is dat het BNP gemeten wordt in dollars.

Het Bruto Nationaal Product is de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die door een land in een jaar worden geproduceerd. Als je het BNP deelt door het aantal inwoners krijg je het BNP per hoofd van de bevolking.

Maak de volgende oefening.

Vergelijk je antwoorden met de antwoorden van een klasgenoot.

Stap 2: Big Mac Index

We kunnen alle landen van de wereld vergelijken door het BNP per hoofd van de bevolking uit te rekenen. Maar dan is die vergelijking niet altijd eerlijk. Veel belangrijker is de koopkracht: hoeveel kun je voor je geld kopen?

Daarvoor is de Big Mac Index bedacht, op basis van een product dat overal in de wereld exact hetzelfde is.
Hieronder zie je van een paar landen de prijzen die je in 2018 voor één Big Mac betaalde.

  • In Oekraïne € 1,30
  • In Nederland € 3,45
  • In Zweden € 6,12
  • In Zwitserland € 6,76


Bekijk de video. Beantwoord daarna de vragen.



Stap 3: Werken voor een Big Mac

In deze voorbeeldtabel zie je hoe lang iemand die het minimumloon verdient, moet werken om één Big Mac te kunnen kopen.

Land Aantal uur
Australië 0,3
Frankrijk 0,4
VS 0,6
Griekenland 0,9
Argentinië 1,2
Rusland 2,6
China 3,1
India 5,8


Als voorbeeld gaan we uit in Nederland van een bruto minimumloon vanaf 19 jaar van € 850,42 per maand. Per uur is dat ongeveer € 9,81 bruto.
Ga je uit van € 9,00 netto per uur en een prijs van € 3,45 voor één Bic Mac, dan moet je iets minder dan een half uur werken voor één Big Mac.

Beantwoord de volgende vraag.

Stap 4: Lorenzcurve

Het verschil in welvaart tussen landen in Europa is groot. Gemiddeld zijn de mensen in Nederland welvarender dan de mensen in Albanië. Maar dat betekent niet dat iedereen in Nederland even welvarend is. De verschillen binnen een land kunnen heel groot zijn. De verschillen in een land kun je duidelijk maken met de Lorenzcurve. Max Lorenz bedacht de curve in 1905, hij was toen nog een student economie.

Op de afbeelding zie je een Lorenzcurve. Op de horizontale as staat het 'aandeel inkomenstrekkers in %'. Op de verticale as het 'inkomensaandeel in %'.
Als in een land iedereen evenveel zou verdienen, zou de Lorenzcurve in een rechte lijn van linksonder naar rechtsboven lopen (de zwarte diagonaal): 25% van de mensen verdient 25% van het inkomen, 50% van de mensen verdient 50% van het inkomen, etc.

In werkelijkheid zijn er altijd inkomensverschillen. Je krijgt dan bijvoorbeeld de groene lijn:

  • de armste 25% van de bevolking verdient samen 10% van het totale inkomen,
  • de tweede 25% verdient 15% (25 - 10 = 15) van het inkomen,
  • de derde 25% verdient 22% (47 - 25 = 22) van het inkomen,
  • de 25% rijksten verdienen samen 53% van het totale inkomen.

Bekijk de video. Hierin wordt uitgelegd hoe je aan de Lorenzcurve kunt zien hoe de inkomensverdeling in een land is.

Afronding

Begrippen

Welvaart
Welvaart is een situatie waarin mensen in ruime mate in hun behoeften kunnen voorzien.
Bruto Nationaal Product (BNP)
Het Bruto Nationaal Product is de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die door een land in een jaar worden geproduceerd.
Big Mac Index
Deze index wordt gebruikt om de koopkracht in verschillende landen te vergelijken, door de prijs die mensen voor één Big Mac betalen, naast elkaar te leggen.
Lorenzcurve
De curve geeft het verband weer tussen het cumulatief percentage van de bevolkingsomvang, en het cumulatief percentage van de inkomens van diezelfde bevolking.

Eindopdracht A: Toets

Kies je voor eindopdracht A dan maak je een toets over de welvaart in Nederland en Europa.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen.
Na het beantwoorden van de vragen zie je je score.

Eindopdracht B: Invuloefening

Kies je voor eindopdracht B dan maak je de invuloefening 'Hoe meet je welvaart?'.
De inhoud gaat over alle theorie en oefeningen in deze opdracht.

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video bekeken?
    Kun je het verschil tussen welzijn en welvaart onderscheiden?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je het BNP per hoofd van de bevolking uitrekenen en dat vergelijken met andere landen?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Je hebt geleerd hoe je op verschillende manieren de welvaart in een land kunt peilen. Kun je uitleggen wat je kunt aflezen op een Lorenzcurve?
  • Eindopdracht A en B
    Voor welk eindproduct heb je gekozen? Of heb je beide opdrachten gemaakt?
    Sloten beide opdrachten goed aan bij de leerdoelen?

Welzijn Nederland, VS en Nigeria

Welzijn Nederland, VS en Nigeria

Intro

In deze opdracht kijk je naar het welzijn van mensen in Nederland, de Verenigde Staten en Nigeria.

Onder welzijn wordt meestal verstaan de mate waarop in iemands behoeften is voldaan op materieel en immaterieel gebied (goederen, gezondheid, sociale contacten, enz.).

Welzijn is moeilijk meetbaar, maar er is door de Verenigde Naties wel een standaard voor ontwikkeld: de IMO (Index van de Menselijke Ontwikkeling).

Bekijk de video over welzijn.
Weet je nog wat BNP betekent?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • beschrijven wat welzijn is en hoe de Verenigde Naties welzijn meten;
  • drie punten noemen die door de Index van de Menselijke Ontwikkeling worden gemeten in een land;
  • de IMO van Nederland, Verenigde Staten en Nigeria met elkaar vergelijken, op gebied van inkomen, onderwijs en gezondheidszorg.

Wat kan ik al?

In deze opdracht vergelijk je het welzijn tussen rijkere en armere landen.
Bestudeer, voor je met de opdracht begint, de volgende twee Kennisbanken.

Kijk of je antwoord kunt geven op de volgende vragen

Wat ga ik doen?

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je leert over hoe het welzijn in een land gemeten wordt met IMO en welke drie punten een rol spelen in de vaststelling daarvan. Je beantwoordt er vragen over.
Stap 2 In deze stap vergelijk je de IMO van inkomensgegevens van Nederland, Nigeria en de VS. Je maakt een oefening over de Lorenzcurve.
Stap 3 In deze stap vergelijk je de onderwijsgegevens van de drie landen. Je beantwoordt een vraag.
Stap 4 In deze stap vergelijk je de gezondheidscijfers van de drie landen. Je bekijkt een tabel en beantwoordt er vragen over.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippen De begrippen gaan over welvaart in Nederland, VS en Nigeria.
Eindopdracht A Kies je voor opdracht A: maak dan de toets 'Welzijn'
Eindopdracht B Kies je voor opdracht B: maak dan de kruiswoordpuzzel.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Welzijn - IMO

Je kent vast wel de uitdrukking ‘geld maakt niet gelukkig’. Hoe arm of rijk je bent zegt niet alles. Je kunt nu eenmaal niet alles in geld uitdrukken. Niet alles is te koop voor geld.

Dat wordt uitgedrukt in het begrip ‘welzijn’. Om welzijn op nationale schaal te meten wordt naar ontwikkeling gekeken.

De Verenigde Naties meten het welzijn van mensen met behulp van de Index van de Menselijke Ontwikkeling (IMO, ook bekend met de Engelse term HDI, Human Development Index). Deze IMO houdt rekening met drie zaken:

  • Volksgezondheid: de gemiddelde levensverwachting bij de geboorte.
  • Kennis: analfabetisme en het deel van de bevolking dat de basis-, voortgezet en hoger onderwijs doorloopt.
  • Levensstandaard: BNP per hoofd van de bevolking vergeleken met de koopkracht in dollars.

Stap 2: Nederland, de VS en Nigeria

De schaal van de IMO loopt van 0 tot 1.
Met een 1 is de score perfect, maar geen enkel land in de wereld haalt de 1.
Hieronder de scores van Nederland, de VS en Nigeria.
Je ziet ook de scores op de afzonderlijke onderdelen: gezondheidszorg, onderwijs en inkomen.

Inkomenscijfers

Vergelijk eerst de inkomenscijfers van de Verenigde Staten, Nederland en Nigeria.

Land BNP per hoofd
Nigeria 2420 dollar
Nederland 43.620 dollar
Verenigde Staten 50.610 dollar

 

Stap 3: Onderwijs

Onderwijsgegevens

Vergelijk de onderwijsgegevens van Nederland, Verenigde Staten en Nigeria.

Onderwijs Nederland Verenigde Staten Nigeria
Aantal basisscholen ± 7000 ± 110.000 ± 2000
% jongens dat basisonderwijs volgt 100% 95,4% 60,1%
% meisjes dat basisonderwijs volgt 100% 95,61% 54,8%
verhouding jongens meisjes op de basisschool* 1,00 1,00 0,91
verhouding jongens meisjes in de voortgezet onderwijs* 0,99 1,01 0,88
verhouding jongens meisjes in de voortgezet onderwijs* 1,12 1,41 0,71

* Bij 1,0 zijn er evenveel jongens als meisjes. Bij een getal onder de 1,0 zijn er meer jongens dan meisjes.
Bij een getal boven 1,0 zijn er meer meisjes dan jongens die dat type onderwijs volgen.


In Nederland (16,7 miljoen inwoners) is er éé basisschool op ongeveer 2400 inwoners.
In de Verenigde Staten (315 miljoen inwoners) is er één basisschool op ongeveer 2800 inwoners.
In Nigeria (158 miljoen inwoners) is er één basisschool op ongeveer 79.000 inwoners. Nigeria heeft dus een groot tekort aan schoolgebouwen. Daarnaast zijn de klassen er overvol en is er een groot tekort aan leermiddelen.

Nederland en de Verenigde Staten kennen de leerplicht: kinderen (tot 18 jaar) moeten naar school.
Nigeria heeft geen leerplicht en veel kinderen gaan niet naar de basisschool, ook al is het onderwijs gratis. Van de kinderen die wel basisonderwijs volgen, stopt de helft na de laatste klas en gaat niet naar het voortgezet onderwijs

Stap 4: Gezondheidszorg

Gezondsheidzorg in cijfers

Je vergelijkt Nederland, de VS en Nigeria ook op het gebied van volksgezondheid.

Gezondheidszorg Nederland VS Nigeria
Uitgaven gezondheidszorg in % van BNP 11,9 17,9 5,1
Aantal artsen per 1000 inwoners 3,92 2,67 0,4
Kindersterfte (0-1 jaar)* 4,0 7,5 124,1
Sterfte kinderen jonger dan 5 jaar ** 3,4 6,4 78,0
Moedersterfte** 6,0 21,0 640,0
Aantal mensen met hiv/aids 22.000 1.200.000 3.300.000
Aantal mensen met malaria*** 0 0 31.900
Aantal mensen met tuberculose*** 8,5 4,7 171,0
Levensverwachting 81 jaar 79 jaar 52 jaar

* gemeten per duizend geboren kinderen
** gemeten per honderdduizend geboortes
*** gemeten per honderdduizend mensen

Zoals je in de tabel kunt zien, zijn de verschillen tussen Nederland en de VS behoorlijk.
Maar de verschillen tussen deze twee landen en Nigeria zijn enorm.
Nigeria besteedt veel minder geld aan de gezondheidszorg dan in Nederland en de Verenigde Staten. Van alles wat er in een land verdiend wordt, het BNP, gaat maar 5% naar de gezondheidszorg.
In Nederland is dat meer dan twee keer zoveel (bijna 12%) en de VS zelfs meer dan drie keer zoveel (bijna 18%).

Zo is er één arts voor 2500 mensen in Nigeria, in de VS is er één arts voor 375 mensen en in Nederland is één arts voor 255 mensen.
In Nederland zijn er naar verhouding tien keer zo veel artsen als in Nigeria.
Wrang is dat van alle artsen in Nigeria een kwart naar de VS is verhuisd omdat daar veel meer te verdienen valt.

De gevolgen kun je ook terugvinden in de tabel. Bij de cijfers over kinder- en moedersterfte in Nigeria zie je dat deze veel hoger zijn vergeleken bij Nederland en VS.
Er zijn ook veel meer mensen ziek in Nigeria dan in Nederland of de VS. Een op de drie Nigerianen heeft malaria. En er is maar één land met meer hiv/aidspatiënten dan Nigeria, dat is Zuid-Afrika.

Beantwoord de volgende vragen.

De gevolgen kun je ook terugvinden in de tabel. Bij de cijfers over kinder- en moedersterfte in Nigeria zie je dat deze veel hoger zijn vergeleken bij Nederland en VS.
Er zijn ook veel meer mensen ziek in Nigeria dan in Nederland of de VS. Een op de drie Nigerianen heeft malaria. En er is maar één land met meer hiv/aidspatiënten dan Nigeria, dat is Zuid-Afrika.

Beantwoord de volgende vragen.

Bespreek de antwoorden op de vragen met een klasgenoot.

Afronding

Begrippen

Ontwikkelingslanden

Kenmerken ontwikkelingslanden

Welzijn
Onder welzijn wordt meestal verstaan de mate waarop in iemands behoeften is voldaan op materieel en immaterieel gebied (goederen, gezondheid, sociale contacten, enz.).
Index van de Menselijke Ontwikkeling (IMO)
Verenigde Naties gebruikt dit als index om welzijn te meten in landen, voornamelijk volksgezondheid, onderwijs en levensstandaard.
Lorenzcurve
De curve geeft het verband weer tussen het cumulatief percentage van de bevolkingsomvang, en het cumulatief percentage van de inkomens van diezelfde bevolking.
Bruto Nationaal Product (BNP)
Het Bruto Nationaal Product is de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die door een land in een jaar worden geproduceerd.
Ontwikkelingslanden
Landen waar de levensomstandigheden voor een groot deel van de bevolking slecht zijn: veel mensen kunnen slecht in hun behoeften voorzien.

 

Eindopdracht A: Toets

Kies je voor eindopdracht A dan maak je een toets.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen.
Als je deze beantwoord hebt, zie je je score.

Eindopdracht B: Kruiswoordpuzzel

Als eindopdracht B maak je een puzzel. 
Als je alle woorden goed hebt ingevuld, zie je van boven naar beneden op het gele kader een woord dat al vaak gevallen is deze opdracht.
Welk woord is dat?

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je uitleggen welke drie zaken de IMO in een of meerdere landen meet?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je voldoende tijd voor het maken van alle opdrachten en de puzzel in de eindopdracht?
  • Inhoud
    Had je al eens gehoord van de Index Menselijke Ontwikkeling?
    Vind je het een goed systeem om vergelijkingen te maken tussen landen op gebied van onderwijs, gezondheidszorg en inkomen?
    Kun je uitleggen waarom wel/waarom niet?
  • Eindopdracht
    Heb je de toets gemaakt of heb je gekozen voor de kruiswoordpuzzel?
    Ben je tevreden met het resultaat?

Platteland Nederland, VS en Nigeria

Platteland Nederland, Nigeria en VS

Intro

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in een stad, maar er is ook een aanzienlijk deel van de wereldbewoners dat op het platteland leeft.

In deze opdracht vergelijk je het dagelijks leven op het platteland van Nederland, Nigeria en de VS. Je vergelijkt deze drie landen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid.

Bekijk de video over landbouw in de VS.
Wat wordt bedoeld met het 'zwarte goud'?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de begrippen 'bevolkingsdichtheid', 'bebouwingsdichtheid' en 'verstedelijking' herkennen;
  • verklaren waarom kinderen op het platteland van Nigeria minder (vaak) onderwijs volgen dan kinderen in Nederland en de Verenigde Staten;
  • omschrijven waarom op het platteland van Nigeria minder gebruik wordt gemaakt van de gezondheidszorg;
  • verklaren waarom het percentage thuisbevallingen in Nigeria hoger is dan in Nederland en de VS;
  • de (on)veiligheid op het platteland van Nigeria vergelijken met de (on)veiligheid in de steden.

Wat ga ik doen?

Activiteit

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je vergelijkt de bevolkingsdichtheid en de verstedelijking in Nederland, VS en Nigeria. Je beantwoordt een vraag met behulp van De Grote Bosatlas.
Stap 2 Je vergelijkt de situatie in het volgen van onderwijs tussen de drie landen. Je beantwoordt een vraag hierover.
Stap 3 Je leest over het hoge sterftecijfer van moeders en kinderen in Nigeria en over al of niet thuis bevallen in de drie landen. Je beantwoordt een vraag hierover.
Stap 3 Je leest over de onveilige situatie met name op het platteland in Nigeria door de aanwezigheid van groeperingen.  Je beantwoordt een vraag hierover.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippen De begrippen gaan over bevolkingsdichtheid en verstedelijking.
Eindopdracht A Kies je voor opdracht A: maak dan de toets.
Eindopdracht B Kies je voor opdracht B: maak dan samen met een klasgenoot een fotoreportage over dit onderwerp.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Bevolkingsdichtheid

Bevolkingsdichtheid en verstedelijking

De verschillen tussen Nederland, de Verenigde Staten en Nigeria zijn groot, maar soms lijken de landen toch veel op elkaar als je kijkt naar de oppervlakte en het aantal inwoners.
Bekijk de gegevens in de tabel.

Land

Oppervlakte (km²) Aantal keer Nederland Inwoners Inwoners per km² Verstedelijking
Nederland 33.893 1 16.700.000 492 83%
Nigeria 910.768 27 158.000.000 173 50%
Verenigde Staten 9.161.966 270 315.000.000 34 82%

Verstedelijking vs platteland

De geografische term voor ‘inwoners per km2’ is bevolkingsdichtheid. Dat is de verhouding tussen het aantal inwoners en de oppervlakte van een bepaald gebied, meestal uitgedrukt in het aantal inwoners per vierkante kilometer.
De kolom ‘verstedelijking’ drukt het aandeel van de bevolking uit dat in stedelijke gebieden woont. Er bestaat een verband tussen verstedelijking en ontwikkeling: hoe meer verstedelijking, hoe beter een land ervoor staat qua menselijke ontwikkeling.
In Nigeria en in de Verenigde Staten vind je miljoenensteden (met honderden of zelfs duizenden mensen per km2), maar ook uitgestrekte plattelandsgebieden waar je bijna niemand tegenkomt. In Nederland ben je nooit ver weg van een stad en echt leeg is het platteland in Nederland niet.

Anders dan in Nederland en de Verenigde Staten kenmerkt het platteland van Nigeria zich vooral door armoede.
Meer dan de helft van de Nigerianen moet rondkomen van minder dan $1,25 per dag. Op het platteland is dat zelfs meer dan 80%! Daar zijn diverse redenen voor:

  1. Op het Nigeriaanse platteland zijn vrijwel geen fabrieken te vinden.
  2. 90% van de plattelandsbevolking werkt in de landbouw. De meeste boeren hebben een klein stukje grond dat ze voor zichzelf verbouwen en niet voor de markt. Op het platteland zijn ook maar weinig wegen te vinden die landbouwproducten naar de stad kunnen vervoeren.
  3. De landbouw is in handen van vrouwen, traditioneel het arme deel van de bevolking. Vrouwen hebben ook minder toegang tot scholing en training dan mannen. Door de oplopende werkloosheid trekken veel mannen weg naar de grote steden en laten hun vrouw en kinderen op het platteland achter.

Stap 2: Onderwijs op het platteland

In Nederland zijn de afstanden tussen thuis en school niet zo groot. 95% van alle leerlingen in het basisonderwijs woont minder dan 5 kilometer van school en kan lopend of met de fiets naar school. De afstanden naar de scholen voor voortgezet onderwijs zijn groter, maar komen zelden boven de 15 kilometer uit. De meeste leerlingen fietsen van huis naar school.

In de Verenigde Staten is de bebouwingsdichtheid (= het gemiddeld aantal gebouwen per oppervlakte-eenheid) veel geringer dan op het Nederlandse platteland. Van de ene naar de andere boerderij moet je soms kilometers rijden. De afstanden van thuis naar school zijn ook veel groter dan in Nederland. Leerlingen kunnen er niet te voet of met de fiets naar school. Zij gaan vaak met de (school)bus.

Hoe anders is het op het Nigeriaanse platteland. Nigeria kent geen fijnmazig netwerk van bussen. Veel leerlingen lopen en een enkeling gaat met de fiets naar school (meer dan twee uur heen en weer twee uur terug is geen uitzondering). Maar voor de meeste kinderen en jongeren zijn de afstanden vaak te groot om te kunnen lopen of te fietsen en de meeste ouders kunnen geen brommer of auto betalen. Ook om die reden gaan veel kinderen niet naar school.

Naar school?

Tien procent van alle kinderen in de wereld die niet naar school gaan, woont in Nigeria. Bijna 11 miljoen Nigeriaanse kinderen volgen geen onderwijs. En als ze wel naar school gaan, krijgen ze maar al te vaak geen goed onderwijs. Er zijn te weinig leerkrachten en veel leerkrachten werken liever niet op het platteland.
In sommige grote steden als Lagos of Ibadan zijn er 16 leerlingen per docent. In dorpen als Patigi en Kaiama in dezelfde provincie zijn er 200 leerlingen per docent.
Unicef heeft uitgerekend dat als je voor heel Nigeria 40 leerlingen per docent zou willen hebben er nog 200.000 leraren in het basisonderwijs nodig zijn.

Met name op het platteland zijn veel docenten niet bevoegd. Ze staan voor de klas, maar spreken bijvoorbeeld geen Engels, de officiële taal waarin ze geacht worden les te geven. En als je als leerling geluk hebt en een goede juf of meester hebt, ben je er nog niet. De salarissen zijn zo laag, dat veel leraren bij moeten klussen en daardoor vallen veel lessen uit.

Stap 3: Gezondheidszorg

Gezondheidszorg op het platteland

De kinder- en moedersterfte in Nigeria is hoog. Sinds 1990 dalen beide, maar uit een regeringsrapport blijkt dat er grote verschillen zijn in kinder- en moedersterfte tussen de stad en het platteland.

Mensen op het platteland wonen ver weg van de gezondheidsfaciliteiten. Vrouwen gaan minder vaak voor controle als ze zwanger zijn en laten zich vaak helpen door ongeschoolde traditionele vroedvrouwen.

Een andere reden waarom veel vrouwen niet naar een gezondheidscentrum gaan, is armoede. Veel zwangere vrouwen in het noorden van het land bevallen thuis omdat ze de kosten van het ziekenhuis niet kunnen betalen. In plaats daarvan betalen ze de goedkopere traditionele vroedvrouwen om bij de bevalling te helpen.

Thuis bevallen?

In de Verenigde Staten bevalt 99% van alle moeders in het ziekenhuis, in Nederland is dat 65%, maar in Nigeria bevalt twee derde van de moeders thuis.
In Nederland is thuis bevallen een bewuste keuze en als er iets mis gaat, zijn moeder en het aankomende kind in korte tijd in het ziekenhuis.
In Nigeria is thuis bevallen meestal geen vrijwillige keuze. Als er iets mis gaat, is er geen ziekenhuis in de buurt om op terug te vallen. En zelfs als er een ziekenhuis in de buurt is, is dat geen garantie voor succes.

Een door de overheid geleide medische kliniek in Zuidoost-Nigeria heeft laten weten dat ze al maanden geen medicijnen meer ontvangen. Of het nu komt door corruptie, nalatigheid of door slechte organisatie, feit is dat de kliniek niet beschikt over de voorraden die nodig zijn om zorg te kunnen leveren aan haar patiënten.

Stap 4: (On)veiligheid

In Nederland en de Verenigde Staten zijn er geen gewapende conflicten tussen groepen mensen.
In Nigeria is die situatie heel anders. Er zijn veel conflicten tussen etnische groepen en aanhangers van verschillende godsdiensten.
In de Nigerdelta in Zuid-Nigeria zijn er bovendien politieke spanningen rond de olie-industrie. Andere conflicten vinden plaats tussen islamitische en christelijke groeperingen.

In het noorden van het land is er de islamitische groep Boko Haram. De naam betekent ‘Westerse opvoeding is verboden’. Boko Haram streeft naar een nationaal verbod op al het onderwijs dat niet gebaseerd is op de islam. In de visie van Boko Haram wordt Nigeria geregeerd door ongelovigen. Boko Haram pleegt regelmatig aanslagen op kerken en christelijke scholen, maar ook op moskeeën die niet willen samenwerken met Boko Haram.
De groepering veroordeelt het gebruik van westerse medicijnen en de vaccinaties. Bendeleden hebben het vuur geopend op gezondheidswerkers die polio-vaccins uitdeelden. In 2011 zijn ook vertegenwoordigers van de Verenigde Naties aangevallen en doodgeschoten.

Terreur op het platteland

Boko Haram pleegt de aanslagen niet alleen in de steden, maar ook bewoners op het platteland zijn slachtoffer.
De kazernes van het Nigeriaanse leger, die de bewoners moeten beschermen, vind je vooral in de steden en niet op het platteland.

Afronding

Begrippen

Bevolkingsdichtheid
De verhouding tussen het aantal inwoners en de oppervlakte van een bepaald gebied, meestal uitgedrukt in het aantal inwoners per vierkante kilometer.
Verstedelijking
Verstedelijking zegt iets over het deel van de bevolking dat in steden woont of steeds meer naar steden trekt.

Eindopdracht A: Toets

Kies je voor eindopdracht A, dan maak je een toets.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen.
Als je alle vragen hebt beantwoord, zie je je score.

Eindopdracht B: Foto's

In deze opdracht zijn bevolkingsdichtheid, onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid op het platteland van Nederland, VS en Nigeria besproken.

Je gaat, samen met een klasgenoot, op internet foto's of afbeeldingen zoeken die met deze vier onderwerpen te maken hebben.
Het is de bedoeling dat jullie van elk onderwerp en van elk land (dus Nederland, VS en Nigeria) op internet een foto zoeken.

Een site waar je rechtenvrij foto's kunt downloaden is: Pixabay

Zorg dat de reeks foto's een mooi geheel vormen en de verschillen laten zien tussen Nederland, VS en Nigeria. Maak een document ter grootte van één A4'tje.
Lever de foto's in bij je docent. Hij of zij zal ze beoordelen.

Beoordeling
De fotoreeks wordt beoordeeld door jullie docent. Er zal gelet worden op:

  • inhoud: hebben jullie van elk van de vier onderwerpen een foto gezocht? zijn de verschillen per onderwerp tussen de drie landen duidelijk zichtbaar?
  • vorm: ziet de reportage er verzorgd uit? Zijn de foto's of afbeeldingen scherp? Zijn jullie creatief en origineel geweest?

Fotoreportage maken

Met een fotoreportage kun je een verhaal vertellen met behulp van foto’s.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video bekeken? Past de video goed bij de opdracht?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je uitleggen waarom veel kinderen in Nigeria niet naar school gaan?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn. Had je voldoende tijd om de vragen te beantwoorden en een fotoreportage samen te stellen?
  • Inhoud
    Je hebt verschillen en overeenkomsten tussen drie landen bestudeerd.
    Wat vond jij het meest in het oog springende verschil? Kun je uitleggen waarom?
  • Eindopdracht A of B 
    Heb je de toets gemaakt of heb je gekozen voor de fotoreportage?
    Is het jullie gelukt met de foto's de verschillen in de drie landen weer te geven? 

Voedselvoorziening VS - Nigeria

Voedselvoorziening VS - Nigeria

Intro

Deze opdracht gaat over de voedselvoorziening in Amerika en Nigeria. De landen zijn heel verschillend en hebben elk hun eigen mogelijkheden en problemen. Het gaat over het verband tussen voedselproductie en gezondheidszorg.


Bekijk deze video over het kweken van landbouwproducten in Nigeria.
Wat is een van de voordelen van dit systeem?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen waarom 'dumping' wordt gezien als oneerlijke concurrentie;
  • omschrijven wat wordt bedoeld met 'biobrandstoffen';
  • een nadeel noemen van het gebruik van mais als biobrandstof;
  • uitleggen waarom Nigeria tegenwoordig gedwongen is voedsel te importeren;
  • omschrijven waarvoor de Body Mass Index wordt gebruikt en hoe ik die kan uitrekenen.

Wat ga ik doen?

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je leest hoe de VS graan, mais en soja wereldwijd verhandelt en wat dumping inhoudt. Je beantwoordt er een vraag over.
Stap 2 VS en Brazilië zijn grootgebruikers van biobrandstoffen. Dat heeft ook een keerzijde. Je beantwoordt er een vraag over.
Stap 3 Ondanks dat de grond geschikt is voor landbouw, moet Nigeria voedsel importeren. Je beantwoordt een vraag hierover.
Stap 4 Nigeria kampt met voedselonzekerheid en armoede. Je bekijkt een video en leest hoe eerlijke handel ontstaat in cacaobonen. Beantwoord de vraag.
Stap 5 Je bekijkt een tabel over voeding. Je leert wat de Body Mass Index is en hoe je je eigen BMI kunt uitrekenen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippen De begrippen hebben te maken met de voedselvoorziening.
Eindopdracht Je maakt een toets over deze opdracht.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: De graanschuur van de VS

De VS produceert zoveel voedsel dat het grootste deel wordt geëxporteerd naar het buitenland. Het midden van het land, dat bekend staat als de 'Great Plains' (grote vlakten), wordt de ‘graanschuur van Amerika’ genoemd. Naast graan worden er ook andere gewassen als maïs en soja verbouwd.

Graan, maïs en soja worden ook op de wereldmarkt verhandeld. Naast uitgestrekte velden met deze handelsgewassen vind je op de 'Great Plains' ook grote kuddes met koeien. De veeteelt is er extensief: er zijn weinig dieren per oppervlak. Van zoveel ruimte kunnen Nederlandse koeien alleen maar dromen.

De grote landbouwproducenten kunnen hun producten makkelijk kwijt aan het buitenland omdat de prijzen laag zijn door de exportsubsidies van de overheid. Het komt voor dat Amerikaanse graanexporteurs hun graan onder de wereldmarktprijs kunnen aanbieden. Dat wordt wel dumping genoemd.
Zo zijn ze bijvoorbeeld ook aantrekkelijk voor Nigeria dat nog steeds met voedseltekorten kampt. Nadeel: lokale boeren in Nigeria kunnen die concurrentie niet aan en zij raken hun landbouwproducten niet kwijt.

Stap 2: Biobrandstof

Veel landen zoeken naar middelen om hun afhankelijkheid van schaarse fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool te verminderen. Een van die middelen is het gebruik van biobrandstoffen. De Verenigde Staten lopen daarin voorop. Biobrandstoffen zijn brandstoffen gemaakt van planten zoals maïs, suikerriet, koolzaad of algen. Uit deze planten wordt alcohol of diesel gemaakt.

Door grote subsidies zijn veel boeren overgeschakeld op maïsteelt voor de productie van bio-ethanol, de populairste biobrandstof. In 2013 gebruikten de VS 13 procent van alle maïs op de wereld voor de productie van ethanol. Bijna 40 procent van de binnenlandse maïsproductie verdwijnt uiteindelijk in de tank van een auto.

Van alle biobrandstoffen in de wereld wordt meer dan de helft (51%) in de Verenigde Staten geproduceerd en gebruikt. Brazilië is met 23% een goede tweede. Biobrandstoffen voor auto’s worden meestal gemengd met ‘gewone’ benzine of diesel.

 

Nadelen van het gebruik van maïs voor biobrandstof

Het gebruik van biobrandstoffen heeft een keerzijde.
De maïs die in een tank verdwijnt kan niet meer dienen als voedsel voor mens en dier.
Het gevolg is dat het voedselaanbod afneemt en de voedselprijs omhoog schiet.
Dit heeft nadelige gevolgen voor de voedseltekorten in ontwikkelingslanden.

Stap 3: Verbouwing gewassen Nigeria

De bodem en het klimaat van Nigeria zijn geschikt om veel verschillende gewassen te verbouwen. Jarenlang was Nigeria een voedselexporteur.
Maar zo’n veertig jaar geleden werd er olie gevonden en al snel kon het geld beter in de oliesector worden verdiend. Veel boeren verlieten hun boerderij en trokken naar de steden in de hoop daar een beter bestaan te kunnen opbouwen. Vooral de jongeren hadden geen zin meer om boer te worden.

Het gevolg is dat nog maar een derde van het land wordt gebruikt voor de landbouw. En 80% van de landbouwbedrijven is kleiner dan 6 hectare (in Nederland is dat gemiddeld 26 hectare en in Amerika zelfs 169 hectare). Het aandeel van de landbouw is in Nigeria gezakt tot minder dan 1% van het BNP.

Tegenwoordig moet Nigeria veel voedsel importeren. Nigeria produceert zelf nog diverse graansoorten en knolgewassen vooral voor eigen gebruik. Het land is ’s werelds grootste producent van maniok (een knolsoort, ook wel cassave genoemd). Bijna de hele oogst (90%) wordt door de kleine boeren zelf gebruikt om er een stijve eetbare brij van te maken.

Veel boeren kunnen ook niet anders.  De Nederlandse ondernemer Peter Bolt, een van de weinige buitenlanders die met een groot agrarisch project investeert in Nigeria, zegt daarover:
"De regering negeert het platteland. Twee kilometer buiten de hoofdstad Abuja, waar ik nu ruim een jaar woon, begint het Stenen Tijdperk. Alles ontbreekt: ziekenhuizen, scholen, stromend water en elektriciteit. Er is geen infrastructuur: er zijn geen voorzieningen die een land nodig heeft om goederen en informatie te verspreiden. Er zijn geen wegen en ook geen internetkabels. Hierdoor zijn stedelijke afzetmarkten voor boeren onbereikbaar."

Stap 4: Voedselonzekerheid

Je spreekt over voedselzekerheid wanneer alle inwoners van een land toegang hebben tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel. Dat is in Nigeria niet het geval.
De olie-industrie kreeg op alle gebieden voorrang en de landbouw werd jarenlang verwaarloosd. De arme bevolking, met name op het platteland, profiteerde niet mee van de oliewinsten. Terwijl een klein deel van de bevolking zwemt in oliedollars, lijden anderen honger.

Onder leiding van de minister van Landbouw probeert Nigeria de voedselonzekerheid in het land te verminderen. Er is een plan opgesteld voor landbouwverbeteringen en de regering heeft enkele miljarden euro's beschikbaar gesteld, bijvoorbeeld voor de teelt van maniok.
Er zijn grote maniokplantages opgericht. Kleine boeren kunnen 10 ton maniok per hectare opbrengen.
Met ondersteuning van deskundigen van het Internationale Instituut voor Tropische Landbouw (IITA) mikt Nigeria op een opbrengst van 20 tot 40 ton maniok per hectare. Omdat maniok het hele jaar kan worden geoogst, draagt het bij aan meer voedselveiligheid en een bron van inkomsten voor de landbouwsector.

Eerlijke handel

Nigeria is niet alleen bezig met grootschalige plannen. Op kleine schaal zijn bijvoorbeeld veel cacaoboeren bezig, soms met wat hulp uit het buitenland.
Fadu, partner van Oxfam Novib, traint cacaoboeren zodat ze meer en kwalitatief betere cacao gaan produceren. Dan krijgen ze een betere prijs, en dus meer inkomen.

Van een deel van de cacao in Nigeria wordt eerlijke chocolade gemaakt.
Eerlijk betekent dat de cacaoboeren een eerlijke prijs krijgen voor hun producten. Een prijs die in verhouding staat tot de werkelijke productiekosten, en niet een prijs die wordt bepaald door de verhoudingen op de wereldmarkt.
De chocolade kan dan voorzien worden van het Max-Havelaarkeurmerk: een keurmerk dat aangeeft dat het product duurzaam is geproduceerd.

Stap 5: Body Mass Index

Stel je weegt 70 kilo. Je bent 180 centimeter lang.
Je BMI is dan: 70 / (1,8 x 1,8 = 3,24) = 21,60.

Is je BMI onder de 20 dan weeg je te weinig voor je lengte en heb je ondergewicht.
Tussen 20 en 25 heb je een normaal postuur.
Is je BMI tussen 25 en 30 dan heb je overgewicht.
Met een BMI boven de 30 heb je obesitas, een ernstige vorm van overgewicht.

Bekijk de gegevens in de tabel en beantwoord de vragen.

 

Wanneer weeg je (te) veel of (te) weinig?

De voedselvoorziening in de Verenigde Staten en in Nigeria is dus nogal verschillend. Beide landen hebben zo hun problemen. En in beide landen zijn er gevolgen voor de gezondheid van de burgers. Amerikanen hebben vooral problemen met de gevolgen van te veel eten. Nigerianen hebben meer problemen met de gevolgen van te weinig eten.

Hoeveel je weegt, heeft veel te maken met hoeveel je eet. Als je zwaarlijvig bent, kun je (op termijn) allerlei ziektes krijgen als hoge bloeddruk, suikerziekte en hart- en vaatziekten. Als je te weinig eet, kun je ondervoed raken. Ondervoeding kan tot allerlei ziektes en tot groeiachterstand leiden.

Wanneer is je gewicht een bedreiging voor je gezondheid?
Een maatstaf daarvoor is de Body Mass Index (BMI) die gewicht afzet tegen lichaamslengte.

Afronding

Begrippen

Dumping
Amerikaanse graanexporteurs bieden hun graan onder de wereldmarktprijs aan. Dat wordt gezien als oneerlijke concurrentie, omdat ze andere exporteurs uit de markt drukken.
Maniok
Een knolsoort, ook wel cassave genoemd, die wordt verbouwd in Nigeria.
Voedselzekerheid
Je spreekt over voedselzekerheid wanneer alle inwoners van een land toegang hebben tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel.
Bruto Nationaal Product (BNP)
Het Bruto Nationaal Product is de totale geldwaarde van alle goederen en diensten die door een land in een jaar worden geproduceerd.
Body Mass Index (BMI)
Een maatstaf, die gewicht afzet tegen lichaamslengte, om te controleren of je gewicht een bedreiging vormt voor je gezondheid.

Eindopdracht: Toets

Als eindopdracht maak je een toets.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen.
Aan het eind zie je je score.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Vind je dat deze hydrocultuur positief is voor de handel in Nigeria? Leg je antwoord uit.

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je uitleggen waarom landbouw niet intensief wordt beoefend in Nigeria?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Het gebruik van biobrandstof lijkt goed voor het milieu. Kun je uitleggen waarom dat niet in alle gevallen zo is?
  • Eindopdracht
    Hoe ging het maken van de toets? Had je een goede score? 

Afsluiting

Kennisbanken

Het thema 'Arm en rijk' bestaat uit de volgende Kennisbanken:

Eindproduct

Je hebt acht opdrachten gemaakt waarin welvaart, armoede, rijkdom en welzijn de centrale begrippen zijn.

  • Wat heb je nodig om te leven?
  • Wat hebben welstand en leefbaarheid met elkaar te maken?
  • Hoe zit het met verschillen in de leefomgeving? Doen die verschillen ertoe als het gaat om welvaart en welzijn?
  • Hoe zit het met de verschillen in armoede en rijkdom binnen Europa?

Je hebt Nederland vergeleken met het rijke Verenigde Staten en met het arme Nigeria. Je hebt gelezen over voeding en voedselvoorziening. Hoe moeilijk is het om uit de armoede te komen? In ieder geval, armoede is een relatief begrip en het betekent niet overal hetzelfde.

In de eindopdracht gaat het vooral over de vraag wat WIJ kunnen doen aan extreme armoede.
Het soort armoede dat honger veroorzaakt, kinderen weerhoudt van onderwijs en die ziekte en sterfte veroorzaakt.
Die armoede moet de wereld uit!

Opdracht
Je maakt met de klas een top 5 van problemen.
En jullie bedenken klassikaal een campagne om het grootste probleem aan te pakken.  

 

Hoe gaan jullie te werk?

Jullie werken in groepjes van drie of vier leerlingen.
Ieder groepje stelt een lijst op van vijf 'simpele' manieren die bijdragen aan armoedebestrijding.
Voor deze opdracht krijgen jullie ongeveer twee uur de tijd.

Voorbereiding

  • Bekijk eerst de volgende video. In de video komen verschillende manieren aan bod om armoede aan te pakken.
    Schrijf ze allemaal op en maak zo het begin van je lijst.

 

  • 'EEN: armoede de wereld uit'
    In Nederland zet het Nederlands Platform Millenniumdoelen zich in voor het behalen van de millenniumdoelen. Met de campagne 'EEN: armoede de wereld uit' wil het de Nederlandse regering aanmoedigen om zich maximaal in te zetten voor deze doelen.
    Het platform is een samenwerkingsverband van meer dan 60 maatschappelijke en ontwikkelingsorganisaties zoals Cordaid, ICCO en Oxfam Novib.
    Kijk rond op deze sites en zoek naar mogelijke acties en campagnes tegen armoede. Vul daarmee jullie lijst aan.


Maak vervolgens je top 5. Belangrijk criterium daarbij moet zijn of je zelf mogelijkheden ziet om ermee aan de slag te gaan.
Schrijf bij elk item op je lijst waar je het vandaan hebt, van welke organisatie?

De klassikale Top 5

Om erachter te komen welke manieren er gevonden zijn om armoede aan te pakken, lopen jullie alle lijstjes langs die in de klas zijn gemaakt.
Wordt een punt voor de tweede keer genoemd, dan zet je er een streepje achter. Als elke groep zijn lijstje heeft voorgelezen, weet je gelijk welke punten het vaakst zijn genoemd. Misschien heb je dan al de klassikale Top 5.

Zo niet, dan moet je nog even met elkaar in discussie.
Kom maar met goede argumenten waarom de ene methode jouw voorkeur krijgt boven de andere.

Klassikaal brengen jullie alle lijsten met manieren om de armoede te bestrijden terug tot één lijst met de vijf meest kansrijke manieren.
Daarna gaan jullie het gesprek aan of jullie één van die manieren kunnen ombouwen tot een echte campagne op wereldarmoededag, elk jaar op 17 oktober.

Wat denken jullie, is het een goed idee om samen een campagne op te zetten en ook in real life je steentje bij te dragen? Wat houdt je tegen?

Veel succes!

Beoordeling
De klassikale lijst zal worden beoordeeld door jullie docent. Hij of zij zal letten op:

  • inhoud: zijn de punten zorgvuldig gekozen? Zijn ze realistisch genoeg om uit te voeren?
    Zullen de punten daadwerkelijk kunnen bijdragen aan het bestrijden van de armoede?
  • vormgeving: zijn jullie ideeën creatief en origineel?

Gereedschapskist

Welkom bij de gereedschapskist. Hier vind je uitleg over alle werkvormen waarmee je je eindproducten maakt. Bij iedere werkvorm staat beschreven hoe je deze uitvoert, kun je inspiratiefilmpjes bekijken en vind je de beoordelingscriteria waaraan jouw product moet voldoen. Ook zie je welke digitale middelen je kunt gebruiken en aan welke vaardigheden je werkt tijdens het maken van je eindproduct. Veel succes!

 

D-toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Terugkijken

Intro

  • Lees de Inleiding van dit thema nog eens door.
    Zijn alle genoemde onderwerpen voldoende aan bod gekomen, volgens jou?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Kun je in je eigen woonplaats een wijk herkennen die duidelijk minder welvarend is dan andere wijken? Waaraan merk je dat?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Voor dit thema was ongeveer 22 uur gepland.
    Had je voldoende tijd om alle opdrachten te maken en een klassikale Top 5 voor armoedebestrijding te maken?
  • Inhoud
    Welvaart en armoede zijn in dit thema uitvoerig besproken. Wat kun je vertellen over de gezondheidszorg en het onderwijs in Nigeria?
  • Eindopdracht
    Hebben jullie je goed voorbereid voor de eindopdracht? Is de klassikale Top 5 voor armoedebestrijding soepel tot stand gekomen?
    Verliep de discussie met je klasgenoten goed?

 

  • Het arrangement Thema: Arm en Rijk vmbo-kgt34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    18-11-2025 07:53:14
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Arm en rijk' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Aardrijkskunde voor VMBO-kgt leerjaar 3 en 4. In het thema ''Arm en rijk'' worden acht verschillende onderwerpen besproken. Het eerste onderwerp, genaamd "Mijn wijk", nodigt je uit om naar je eigen woonwijk te kijken en te onderzoeken hoe deze is ingedeeld. Wie zijn de bewoners van de wijk? Zijn ze tevreden met de wijk? Dit helpt je nadenken over de belangrijke kenmerken van een wijk. Het tweede onderwerp, getiteld "Begin bij je wijk", beschrijft hoe bewoners geïnterviewd zijn over hun mening over de wijk en wat je met die informatie kunt doen om de wijk te verbeteren. In het derde onderwerp, "Klarendal", wordt de wijk Klarendal onder de loep genomen, met speciale aandacht voor het modekwartier, een oude volkswijk waar nu veel studenten naartoe verhuizen. Het volgende onderwerp, "Regionale verschillen", beschrijft dat verschillende plaatsen verschillende bereikbaarheid hebben en wat daar de gevolgen van zijn. Het behandelt ook hoe verschillende leefomgevingen verschillen in leefbaarheid, veiligheid, gezondheid en onderwijs. Onderwerp vijf, "Welvaart Nederland - Europa", legt eerst uit wat welvaart inhoudt en wat het Bruto Binnenlands Product (BBP) is. Vervolgens wordt de Big Mac-index uitgelegd en hoe deze gebruikt kan worden om welvaart te meten. Het begrip Lorenzcurve wordt ook besproken en hoe deze curve laat zien hoe de welvaart binnen een land verdeeld is. Het volgende onderwerp, "Welzijn Nederland, VS en Nigeria", bespreekt de Human Development Index (HDI) en kijkt naar de HDI in Nederland, de VS en Nigeria, en hoe het gesteld is met onderwijs en gezondheidszorg in deze landen. Het zevende onderwerp, "Platteland Nederland, VS en Nigeria", behandelt de bevolkingsdichtheid in deze landen en hoe dit van invloed is op onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid. Het laatste onderwerp, "Voedselvoorziening VS - Nigeria", gaat over de grootschalige graanproductie en biobrandstofproductie in de VS. Daarna wordt uitgelegd hoe gewassen worden verbouwd in Nigeria en hoe dit land te maken heeft met voedselonzekerheid. De Body Mass Index wordt gebruikt om het verschil in voedselbeschikbaarheid tussen de landen aan te duiden.
    Leerniveau
    VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 3; VMBO theoretische leerweg, 4; VMBO theoretische leerweg, 3; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 3; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 4; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Arm en rijk; Verschillen in welvaart en welzijn in de eigen regio en Nederland; Aardrijkskunde; Ontwikkelingsgebieden;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    23 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    aardrijkskunde, arm en rijk, arrangeerbaar, human development index, klarendal, lorenzcurve, nigeria, regionale verschillen, vmbo leerjaar 3 & 4, vs

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content - Gereedschapskist. (2019).

    Gereedschapskist activerende werkvormen

    https://maken.wikiwijs.nl/105906/Gereedschapskist_activerende_werkvormen

    VO-content - Toetsen. (z.d.).

    Aardrijkskunde vmbo34 - D-toetsen

    https://maken.wikiwijs.nl/156781/Aardrijkskunde_vmbo34___D_toetsen

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Begin bij je wijk vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82610/Opdracht__Begin_bij_je_wijk_vmbo_kgt34

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Klarendal vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82611/Opdracht__Klarendal_vmbo_kgt34

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Mijn wijk vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82609/Opdracht__Mijn_wijk_vmbo_kgt34

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Platteland Nederland, Nigeria en VS vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82616/Opdracht__Platteland_Nederland__Nigeria_en_VS__vmbo_kgt34

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Regionale verschillen vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82613/Opdracht__Regionale_verschillen_vmbo_kgt34

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Voedselvoorziening VS - Nigeria vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82617/Opdracht__Voedselvoorziening_VS___Nigeria_vmbo_kgt34

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Welvaart Nederland - Europa vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82614/Opdracht__Welvaart_Nederland___Europa_vmbo_kgt34

    VO-content Aardrijkskunde. (2020).

    Opdracht: Welzijn Nederland, Nigeria en VS vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/82615/Opdracht__Welzijn_Nederland__Nigeria_en_VS__vmbo_kgt34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Arm en rijk

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.