Thema: Evolutie - v456

Thema: Evolutie - v456

Thema Evolutie

Intro

Evolutie en Darwin
Dit thema gaat over evolutie en over Darwin. De ideeën die Darwin in 1859 presenteerde over de manier waarop het leven op aarde zich ontwikkeld zou kunnen hebben, reiken veel verder dan de biologie: ze zijn inmiddels een belangrijk onderdeel van ons wereldbeeld.

In de volgende video zie je verschillende evolutietheorieën. Bespreek na het kijken met een klasgenoot of je snapt waarom de theorie van Darwin zo baanbrekend was voor zijn tijd.

Video: Evolutietheorieën


Darwin maakte duidelijk dat er tussen mens en dier geen kloof bestaat, maar dat wij onderdeel zijn van het grote geheel van de biosfeer. Hij maakte aannemelijk dat alle organismen die nu leven, afstammen van eerder levende voorouders. Hij ontwikkelde een theorie over de manier waarop het evolutionaire proces zou hebben plaatsgevonden.

Darwins theorie is inmiddels door vele wetenschappers getoetst en verder aangevuld. Niet alleen de moderne biologie, maar ook bijvoorbeeld de geneeskunde, de sociale wetenschappen, de psychologie of de taalwetenschappen maken gebruik van de denkwijze die hij heeft ontwikkeld.

Taalwetenschappen:

In dit thema kijken we naar een paar voorbeelden van evolutiebiologie.
De eerste module gaat over het verwantschap tussen mensen.
In de tweede module houd je je bezig met de afstamming van soorten en het construeren van stambomen en in de derde module bekijk je verschillende toepassingen van de evolutietheorie in de gezondheidszorg.

Wat ga ik leren?

Aan het eind van dit thema:

  • beschrijf ik wat een populatie is en welke emergente eigenschappen een populatie kan hebben.
  • leg ik uit waardoor genfrequenties in een populatie kunnen veranderen.
  • leg ik uit hoe door natuurlijke selectie en genetic drift populaties van elkaar gaan verschillen en nieuwe soorten kunnen ontstaan.
  • beschrijf ik de overeenkomsten en verschillen tussen natuurlijke en kunstmatige selectie.
  • leg ik uit hoe de genetische variatie (zowel in fenotype als genotype) in populaties in tijd en ruimte kan veranderen.
  • geef ik verwantschap en afstamming van soorten weer in de vorm van een cladogram.

Deelconcepten
Populatie, genotype, fenotype, emergente eigenschap, fitness, selectiedruk, soort, natuurlijke selectie, seksuele selectie, eilandtheorie, founder effect, flessenhalseffect, geslacht, cladogram, clade, taxon, homologie, analogie, genetic drift, co-evolutie, sympatrische en allopatrische soortvorming, mutatie, recombinatie, adaptatie.

Wat kan ik al?

Wat weet je al over Evolutie? Lees het volgende onderwerp uit de Kennisbank onderbouw:

Evolutie - onderbouw


Maak nu de oefening om je kennis te testen.

Wat ga ik doen?

Het thema Evolutie bestaat uit de volgende onderdelen.
In de tabel staat per activiteit hoeveel SLU je ongeveer nodig hebt.

Activiteit

Aantal SLU

Inleiding

 

Wat kan ik straks?

0,5

Wat kan ik al?

2

Wat ga ik doen?

0,5

Modules

 

Module: Verwant of niet verwant

10

Module: Een nieuwe soort

8

Module: Dokter Darwin

8

Afsluiting

 

Samenvattend

1

Examenvragen

1

Terugkijken

0,5

Totaal:

31 à 32

Modules

Verwant of niet verwant

Verwant of niet verwant?

Intro

Bloedverwantschap

Ongeveer 20 jaren geleden werd het mogelijk om aan de hand van een DNA-profiel bloedverwantschap vast te stellen.
Dat biedt veel nieuwe mogelijkheden.

Als je wilt weten wie je voorouders zijn, kun je in de archieven duiken en proberen je afstamming te achterhalen.
Maar tegenwoordig kun je ook de geschiedenis onderzoeken die in je DNA ligt opgesloten.
Aan je DNA kun je zien, uit welk deel van de wereld je voorouders afkomstig zijn. Meer daarover zie je in de video hieronder. Ben jij geïnteresseerd in de afkomst van je voorouders?



Deze mogelijkheden kunnen voor allerlei doeleinden worden benut. Het is tegenwoordig zelfs mogelijk om commerciële testkits te kopen en zo je voorvaderen te achterhalen

In een vastgelopen moordonderzoek kan men aan de hand van DNA-profielen proberen verwanten van de dader op te sporen (en daarna mogelijk de dader). In de veeteelt kunnen DNA-profielen worden meegenomen in de beoordeling van de fokwaarde van het dier.

 

Eindproduct
Aan het eind van deze module maak je een keuze uit twee opdrachten:

  1. je schrijft een folder voor deelnemers aan een DNA onderzoek, zodat zij goed geïnformeerd zijn over de mogelijkheden en de opzet van het onderzoek.
  2. je schrijft een artikel voor een magazine voor melkveehouders om uit te leggen hoe op een moderne manier de fokwaarde van melkvee kan worden bepaald.

 

Wat ga ik leren?

Leerdoelen
Aan het eind van deze module kan ik:

  • omschrijven wat onder een populatie wordt verstaan;
  • uitleggen hoe frequenties van genotypen en fenotypen in populaties in tijd en ruimte veranderen;
  • uitleggen dat populaties emergente eigenschappen hebben.
  • beschrijven wat onder genetische variatie in een populatie wordt verstaan;
  • uitleggen hoe genfrequenties in een populatie kunnen veranderen door random mutaties, genetic drift en gene flow;
  • verbanden kwantificeren tussen genfrequenties en frequenties van genotypen van opeenvolgende generaties met gebruik van de regel van Hardy-Weinberg;
  • uitleggen dat adaptatie van populaties door selectie van organismen tot stand komen;
  • uitleggen dat selectiedruk adaptaties bijeen brengt die het voortplantingssucces van de soort vergroten;
  • overeenkomsten en verschillen tussen natuurlijke en kunstmatige selectie beschrijven.

Deelconcepten
Populatie, genotype, fenotype, emergente eigenschap adaptatie, fitness, selectiedruk, soort, natuurlijke selectie, seksuele selectie, eilandtheorie, founder effect, flessenhalseffect.

Wat ga ik doen?

Aan de slag

Stap

Inhoud

Stap 1

Waardoor ontstaat er variatie binnen een soort.

Stap 2

Wat bepaalt of een eigenschap wel of niet geschikt is om te overleven?

Stap 3

Wat zijn de evolutionaire basisprincipes?

Stap 4

Wat wordt bedoeld met natuurlijke selectie?

Stap 5 Wat bepaalt de mate van genetische variatie
Stap 6 Wat zijn haplogroepen? Wat hebben haplogroepen te maken met genetisch stamboom onderzoek?

Afronding

Onderdeel

 

Kennisbank

Alle Kennisbankitems uit deze module.

Eindopdracht

Kies uit het maken van een folder of het schrijven van een artikel.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Benodigdheden

Tijd
De belasting voor deze module is ongeveer 10 SLU.

 

Aan de slag

Stap 1: Variatie

Als je de klas rondkijkt, zie je dat iedereen er anders uit ziet. Oogkleur, lengte en lichaamsbouw verschillen. Ook minder zichtbare eigenschappen als bloedgroep variëren. Een deel van de variatie is erfelijk. Andere verschillen tussen mensen worden bepaald door de omgeving (het milieu) waarin ze opgroeien.

Bestudeer de informatie in de Kennisbank het volgende onderwerp:

Lamarck

Doe de oefeningen.

Stap 2: Variatie en fitness

Variatie en fitness
Je kent de uitdrukking vast wel: “survival of the fittest”. Daarmee is Darwin beroemd geworden. Deze uitdrukking is verwarrend, want “fit” betekent niet ”een goede conditie hebben”. Het betekent “geschikt” zijn om te overleven en dus om je genen door te geven. Het individu met de meeste nakomelingen is dus de “fitste”!

Bestudeer ook de informatie in de Kennisbank.

Evolutietheorieën

Maak de oefening.

Stap 3: De bron van variatie

Bron: Retrieverman.net

Lees de informatie en bestudeer de inhoud van de Kennisbank.
De drie evolutionaire basisprincipes

Mutaties


Doe de oefening.

 

Stap 4: Selectie

Charles Darwin

Bestudeer de informatie in de Kennisbank:

Darwin en darwinisme


Maak de oefeningen.

Stap 5: Genetische variatie

Om te begrijpen hoe de frequenties van allelen veranderen onder invloed van evolutiekrachten, kun je kijken wat er gebeurt als die krachten niet aanwezig zijn.
Twee wetenschappers, Hardy en Weinberg, hebben dat in 1908 gedaan en ze ontwikkelden een theorie.

Bestudeer de informatie in de Kennisbank

De frequentie van allelen in een populatie

 

Stap 6: Stamboomonderzoek

Door van veel mensen verspreid over de wereld het DNA te onderzoeken, is het mogelijk geworden alle mensen in afstammingsgroepen te rangschikken. Zo’n groep heeft een gemeenschappelijke voorouder, ergens in de prehistorie.

Men gebruikt voor dit onderzoek het DNA uit mitochondriën en uit het Y-chromosoom.
Autosomaal DNA (het DNA in de andere chromosomen) is niet bruikbaar voor dit onderzoek.
Het wordt immers bij elke celdeling gerecombineerd.
Bij Y-DNA en mtDNA gebeurt dit niet.

Mensen met dezelfde genetische variatie worden haplogroepen genoemd.
Er zijn twee soorten, op grond van:

  • het Y-chromosoom
  • het mitochondriaal DNA (mtDNA)

Maak de volgende oefeningen

Afsluiting

Samenvattend

Eindopdracht

Afronding
Je weet nu dat er aan DNA veel af te lezen is.
In de opdrachten A en B vind je twee voorbeelden van DNA-onderzoek.
Kies één van de beide opdrachten.

Opdracht A DNA-onderzoek
In deze opdracht bekijk je DNA-onderzoek dat gedaan wordt om een moordzaak op te lossen.
Schrijf een folder waarin deelnemers van het onderzoek wordt uitgelegd waardoor het onderzoek in twee stappen verloopt en tot welke uitslagen elke stap zou kunnen leiden.

Bronnen opdracht A


Opdracht B Selecteren op DNA-niveau
Schrijf een artikel voor een landbouwtijdschrift, waarin je duidelijk maakt hoe kennis van het genoom een rol kan spelen in de veeteelt. Besteed ook aandacht aan de manier waarop de fokwaarde van melkvee kan worden bepaald.

Bronnen opdracht B:

Beoordeling
Je docent beoordeelt jouw eindproduct op de volgende punten:

  • Je folder of artikel geeft een goed beeld van jouw kennis over de leerdoelen van deze module.
  • Je folder of artikel sluit aan bij de doelgroep.
  • Je folder of artikel is duidelijk en overzichtelijk vormgegeven.

Artikel schrijven

Een artikel is een goede manier om informatie te presenteren of een gebeurtenis te beschrijven.

 

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    De inschatting voor deze opdracht is 10 SLU.
    Was de studiebelasting ongeveer 10 SLU?
  • Inhoud
    Klik alle stappen nog eens door.
    Kun je per stap aangeven waarom de stap in deze opdracht staat?
  • Eindopdracht
    In de eindopdracht had je een keuze tussen twee eindopdrachten. Ben je achteraf tevreden met de keus die jij gemaakt hebt? Waarom wel/niet? Motiveer je antwoord.
    Denk je dat jouw eindproduct aansluit bij de doelgroep? Hoe heb je gezorgd dat je weet wat er bij de doelgroep past?

 

Een nieuwe soort

Een nieuwe soort

Intro

Bron: plos.org

Lesula
In 2012 ontdekten biologen binnen 24 maanden twee nieuwe apensoorten.
Een unieke gebeurtenis, want sinds 1984 was dit niet meer voorgekomen. Een van de soorten, de Lesula, heeft zelfs wel iets weg van een veel bekender apensoort: de mens.

Bekijk de video.

Cladogram

Met zijn lange, spitse neus en grote ogen is de Lesula een bijzondere verschijning. In 2007 werd de aap, waarvan de wetenschappelijke naam Cercopithecus lomamiens luidt, voor het eerst gezien in de oerwouden van Congo.

Wetenschappelijk onderzoek
Maar een vreemd uitziende aap direct kwalificeren als nieuwe soort is wetenschappelijk onverantwoord. In de jaren die volgden deden alle mogelijke experts dan ook grondig onderzoek naar de Lesula. Zij constateerden klein, maar statistisch significante verschillen in oogkas en schedel.

Welke argumenten hebben wetenschappers om organismen in te delen bij een bepaalde soort?
Welke kenmerken duiden op verwantschap? Hoe construeren ze een stamboom? Daarover gaat deze module.

Eindproduct
Aan het eind van de module stel je met een groepje een hypothese op over verwantschap en afstamming van een van geslacht hagedissen op de Antillen.
 

Wat ga ik leren?

Leerdoelen
Aan het eind van deze module
Kan ik:

  • beschrijven dat soorten groepen individuen zijn die reproductief van elkaar geïsoleerd zijn;
  • uitleggen dat populaties divergeren door genetic drift, mutatie en selectie;
  • uitleggen dat soorten ontstaan door reproductieve isolatie;
  • uitleggen hoe de verwantschap en afstamming van soorten weergegeven kan worden in de vorm van een cladogram.

 

Deelconcepten
Soort, geslacht, cladogram, clade, taxon, homologie, analogie, genetic drift, coevolutie, sympatrische en allopatrische soortvorming.

 

Wat ga ik doen?

Aan de slag

Stap

Inhoud

Stap 1

Hoe zat het ook alweer met de ordening van Linnaeus?

Stap 2

Welke kenmerken zijn geschikt om een ordening te maken?

Stap 3

Wat wordt bedoeld met analogie en homologie? Kan ik van structuren aangeven of ze homoloog of analoog zijn?

Stap 4

Hoe is de ontwikkeling van het leven gelopen?

Stap 5 Wat bedoelen we nu precies met soortvorming?

Afronding

Onderdeel

 

Kennisbank

Alle Kennisbankitems uit deze module.

Eindopdracht

Ik stel een hypothese op over de verwantschap en afstamming van een geslacht hagedissen.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Benodigdheden

Tijd
De belasting voor deze module is ongeveer 8 SLU.

Aan de slag

Stap 1: Stambomen

In deze module gaan we uit van de ordening van soorten volgens Linnaeus.
Bestudeer de informatie in de Kennisbank.

Ordening van soorten

Misschien heb je een hond of een kat. Heb je je wel eens verdiept in de afstamming van je huisdier? Rechts zie je een gedeelte van de afstammingslijn.

Stap 2: Welke kenmerken?

Om een stamboom te bouwen, verzamelen biologen gegevens over een groot aantal kenmerken. Dat kunnen bijvoorbeeld kenmerken van de bouw zijn, van het gedrag of van het DNA. Niet alle kenmerken zijn even geschikt om verwantschap te bepalen.

Stap 3: Homologie en analogie

1. kreeft
2. geelgerande watertor
3. veenmol
4. sprinkhaan
5. spin
6. hongingbij

Onderzoekers kunnen behoorlijk in verwarring gebracht worden door structuren die op elkaar lijken. Wijst overeenkomst in bouw altijd op verwantschap?

Kijk daarvoor de volgende video. Beantwoord daarna de vragen. De informatie uit de video kun je gebruiken om de vragen te beantwoorden.

Doe de oefeningen.

Stap 4: De tijd toevoegen

We willen niet alleen de afstammingslijnen weten, maar ook de tijd waarin zich de ontwikkeling heeft afgespeeld.

Bekijk de video. Zet de video zo nodig stil en noteer enkele gebeurtenissen met jaartallen.


Bestudeer nu de informatie in de Kennisbank.

Ontwikkeling van het leven

Stap 5: Soortvorming

Bestudeer de informatie uit de  Kennisbank.

Soortvorming

Maak de oefening.

Afsluiting

Samenvattend

Eindopdracht

Afronding
In deze laatste opdracht ga je een hypothese opstellen over verwantschap en afstamming van een geslacht van hagedissen op de Antillen.

Download daarvoor hier het werkblad Anolis.

Beoordeling
Overleg met je docent of je de hypothese ook in moet leveren en zo ja, wat dan de beoordelingseisen zijn. Het kan ook zijn dat de hypotheses klassikaal besproken worden.

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je ongeveer 8 SLU met deze opdracht bezig geweest.
    Heb je in die tijd alle stappen helemaal kunnen doorlopen? Oftewel: klopte de inschatting? Als jij veel meer of veel minder tijd kwijt was, wat was dan volgens jou de oorzaak?
  • Inhoud
    In stap 4 zie je in de video de evolutie door de eeuwen heen. Wat vind jij van deze evolutionaire ontwikkeling? Heb jij hier in je opvoeding iets over geleerd? Bijvoorbeeld door het geloof dat jullie thuis hebben. Hoe vind je dan de informatie die je in deze module hebt gehoord?
  • Eindopdracht
    Is het gelukt om een pakkende hypothese te formuleren? Heb je jouw hypothese kunnen vergelijken met die van een klasgenoot? Als je de hypothese ná deze vergelijking opnieuw zou moeten schrijven, wat zou je dan anders doen?

Dokter Darwin

Dokter Darwin

Intro

Penicilline
“In maart 1942 lag een 33-jarige vrouw met een streptokokken-sepsis op sterven in een ziekenhuis in New Haven, Connecticut. Ondanks de beste pogingen van de toenmalige artsen, konden de dokters de infectie niet uit haar bloed drijven.
Maar toen bemachtigden zij een kleine hoeveelheid van een pas ontdekte stof, penicilline, wat ze haar voorzichtig toedienden. Na enkele doses was haar bloed vrij van de streptokokken, herstelde ze volledig, en leefde ze nog een lang leven.

Zesenzestig jaar na de ontdekking van deze behandeling was er een melding van een 70 jaar oude man in San Francisco met ontsteking van de hartklep, wat veroorzaakt werd door een bacterie. Ondanks de dagenlange toediening van de beste antibiotica die beschikbaar zijn tegen deze bacterie, waren de artsen niet in staat de infectie te bestrijden. De patiënt stierf.

De cirkel is rond en we zijn nu op hetzelfde punt beland als vóór de antibiotica: voor patiënten die geïnfecteerd zijn met multi-resistente bacteriën is er geen passend antwoord.”

Bron: New England Journal of Medicine, 2009


Wat is er gebeurd in die zesenzestig jaar?
Als evolutie ervoor zorgt dat we steeds beter aangepast zijn aan de omgeving waarin we leven, waardoor blijven we dan zo kwetsbaar en worden we dan nog steeds ziek?
Je hebt in de vorige modules het effect van natuurlijke selectie leren kennen. Gaat gezondheidszorg natuurlijke selectie niet juist tegen?
Houden we zo geen genen in de populatie die de fitness verminderen en die we beter kwijt kunnen zijn?

Allemaal vragen waar je in deze module een antwoord op gaat vinden.

Wat ga ik leren?

Leerdoelen
Aan het eind van deze module
Kan ik:

  • uitleggen dat adaptatie van populaties door selectie van organismen tot stand komen;
  • uitleggen dat selectiedruk adaptaties bijeen brengt die het voortplantingssucces van de soort vergroten;
  • overeenkomsten en verschillen tussen natuurlijke en kunstmatige selectie beschrijven.
  • gezondheidszorg bespreken in het kader van evolutie.

Deelconcepten
Mutatie, recombinatie, adaptatie, fitness, natuurlijke selectie, genetic drift, fitness, selectiedruk, soort.

Wat ga ik doen?

Aan de slag

Stap

Inhoud

Stap 1

Waardoor worden we ziek?

Stap 2

Waardoor kunnen bacteriën genetisch veranderen?

Stap 3

Wat wordt bedoeld met de term antibiotica? En hoe werken ze?

Stap 4

Hoe reageren bacteriën op antibiotica?

Afronding

Onderdeel

 

Kennisbank

Alle Kennisbankitems uit deze module.

Eindopdracht

Ik voer een debat over gezondheidszorg en natuurlijke selectie.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
De belasting voor deze module is ongeveer 8 SLU.

 

Aan de slag

Stap 1: Ziek worden

 

 

 

Waardoor worden we ziek?
Er zijn verschillende oorzaken waardoor we ziek worden. En als je wilt kijken of evolutie ziekte uit kan roeien, moet je eerst weten wat waardoor die ziektes worden veroorzaakt.

Bedenk daarbij dat evolutie steeds gebruik maakt van het “bestaande ontwerp”. Door mutatie kunnen nieuwe genen ontstaan, uitgaande van bestaande genen. Evolutie kan bepaalde genen of genencombinaties uitselecteren, als ze de fitness van de nakomelingen verhogen. Maar evolutie is niet doelgericht! Een gen dat de reproductie verhoogt, zal in frequentie toenemen, ook al vermindert het de gezondheid.

Stap 2: Variatie bij bacteriën

In de video zie je waarom bacteriën belangrijk zijn voor evolutionair onderzoek. Kijk de video en beantwoord daarna de bijbehorende vragen.

Maak nu de oefeningen.

Stap 3: Antibacteriële middelen

Er zijn ziekteverwekkende soorten bacteriën, maar zij zijn ver in de minderheid. Jij hebt alleen al circa honderd verschillende nuttige bacteriesoorten in je darm, in totaal wel 1014! Toch kunnen ook deze darmbacteriën problemen opleveren als ze op de verkeerde plaats in het lichaam komen: de nuttige darmbacterie Escherichia coli kan in de urinewegen blaasontsteking veroorzaken. En er zijn ook stammen van E.coli die de dikke darm zelf kunnen infecteren.

De ziekteverwekkende soorten die ons bedreigen zijn vaak afkomstig van dieren die in onze directe omgeving leven. Denk aan runderen, schapen, pluimvee, huisdieren. Zo nu en dan slaagt zo’n bacterie er met succes in een nieuwe gastheer te koloniseren: de mens. Als die gastheer dan ook nog een hoge bevolkingsdichtheid heeft, is succes verzekerd.

Oude Nubiërs dronken bier met antibiotica. Wil je weten hoe dat zat?

Artikel: Nubiërs
De oude Nubiërs, die aan de oevers van de Nijl woonden in wat nu het Noorden van Sudan en het zuiden van Egypte is, gebruikten grote hoeveelheden antibiotica, zegt biologisch antropoloog George Armelagos van de Emory Universiteit in Atlanta. Al in 1980 had Armelagos antibiotica ontdekt in de botten van oude Nubische mummies. Maar niemand nam de vondst toen serieus, omdat antibiotica omstreeks tussen 350 en 550 voor Christus, de tijd dat de Nubiërs leefden, nog niet was uitgevonden.

Maar de antropoloog gaf niet op en een nieuwe studie toont aan dat de Nubiërs echt grote hoeveelheden antibiotica hebben geslikt. Armelagos toont nu ook aan hoe ze het antibioticum binnen kregen, namelijk via graan dat met antibiotica was besmet. Het graan dat de Nubiërs waarschijnlijk veel aten wordt bewoond door Streptomyceten. Deze bacteriesoort produceert antibiotica om andere bacteriesoorten te bestrijden.

De Nubiërs brouwden bier van het besmette graan, wat door iedereen veel werd gedronken. Armelagos let zijn studenten in het lab het bier dat de oude Nubiërs dronken namaken, inclusief een dosis streptomyceten. Het resultaat was een zuur maar drinkbaar drankje, blauwachtig van kleur en met een flinke concentratie antibiotica. Het bier dat we tegenwoordig drinken bevat uiteraard geen antibiotica.

Bron: American Journal of Physical Anthropology


Maak de oefeningen.

Stap 4: De bacterie reageert

Bacteriën
In het voorgaande is al een paar maal gesproken over resistentie van bacteriën.
Hoe dat werkt zie je in de volgende video:

Maak de twee oefeningen.

 

Afsluiting

Samenvattend

In deze module zijn geen nieuwe Kennisbanken aan bod gekomen. Je kunt hieronder wel de Kennisbanken uit de andere modules binnen dit thema lezen.

Lamarck

Darwin en darwinisme

Mutaties

De frequentie van allelen in een populatie

Evolutietheorieën

Ordening volgens Linnaeus

Verwantschap

Soortvorming

Ontwikkeling van het leven

Eindopdracht

Survival of the sickest - Discussie in de klas.
Gezondheidszorg en natuurlijke selectie: een dilemma!

Door de technologische vooruitgangen en de opkomst van de moderne gezondheidszorg kan bijna iedereen zijn genen door zich voort te planten doorgeven. Ook als je een ziekte hebt waar tweehonder d jaar geleden iedereen aan dood ging, kun je nu gezond kinderen krijgen. Als die ziekte op een mutatie berust, zullen nadelige mutaties zullen zich daardoor langzaam ophopen in het menselijk DNA. Door goede gezondheidszorg verbetert onze gezondheid, maar verslechtert onze erfelijke aanleg.

Hoe moeten medici daarmee omgaan?
Lees als voorbereiding:

Bespreek en bediscussieer in de klas de volgende stellingen:

A
Het recht op het krijgen van kinderen is een universeel recht en geldt dus ook voor mensen met een lichte verstandelijke beperking.

B
Behandelingen als IVF en ICSI moeten alleen worden aangeboden als de verminderde vruchtbaarheid niet op erfelijkheid berust.

C
Een genieën spermabank is een goed idee.

D
Mensen met een ernstige erfelijke ziekte moeten wel worden behandeld, maar het moet hen worden afgeraden worden om kinderen te krijgen.

E
Wanneer een vrouw zwanger is van een kind dat met een ernstige handicap geboren zal worden, moet haar abortus worden geadviseerd.

 

Spelregels

  • In het lokaal worden vier hoeken aangewezen. Eens, oneens, ik weet het nog niet, ik wil hier niets over zeggen.
  • Bij elke stelling volgt iedere deelnemer eerst zijn intuïtieve reactie en gaat in de betreffende hoek staan.
  • In de hoeken worden (door gelijkgestemden) argumenten verzameld en uitgewisseld.

Tip: Bedenk welke groeperingen er bij het probleem betrokken zijn.
Welke argumenten zullen door deze groeperingen worden gebruikt?

  • In het midden van het lokaal gaan steeds twee mensen uit verschillende hoeken 1 min. met elkaar in debat. Na elke minuut kun je eventueel een andere hoek kiezen.
  • Aan het eind van het de discussie over een stelling neemt ieder voor zich een besluit, in de vorm: ja, mits  of nee, tenzij.
  • Ga na wat het genomen besluit voor jezelf en voor anderen zal betekenen. Is dat inderdaad wat je wilt?

 

Beoordeling
Je docent let bij de beoordeling van jouw deelname aan het debat op het volgende:

  • Je hebt een actieve rol in het debat.
  • Je spreekt duidelijk en verstaanbaar.
  • Je gebruikt goede (biologisch) onderbouwde argumenten met relevante feiten en voorbeelden.

Debat voeren

Bij een debat hebben twee of meer mensen een verschillende mening over een onderwerp. Deze standpunten worden helder in beeld gebracht door argumenten voor het eigen standpunt te geven, of door de argumenten van de ander met tegenargumenten te bestrijden.

 

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    WAs de belasting van deze opdracht ongeveer 8 SLU?
    Heb je in die tijd ook mee kunnen doen aan de discussie over de stellingen?
  • Inhoud
    Schrijf per stap op of de informatie in de stap nieuw was of dat de informatie al bekend was.
     
  • Eindopdracht
    Omschrijf je eigen rol in het debat. Hoe zie je je eigen rol, ben je hier tevreden over?

Afsluiting

Samenvattend

Examenopgaven

Je hebt in de modules veel theorie bestudeerd en veel vragen beantwoord en opdrachten gemaakt.
Als het goed is, ben je nu klaar voor het beantwoorden van een aantal examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips

 

VWO 2016-TV1

VWO 2016-TV1 Vraag 27

VWO 2018-TV1

VWO 2018-TV1 Vraag 18
VWO 2018-TV1 Vraag 32
VWO 2018-TV1 Vraag 35

VWO 2019-TV1

VWO 2019-TV1 Vraag 18

VWO 2021-TV1

VWO 2021-TV1 Vraag 21
VWO 2021-TV1 Vraag 28

VWO 2021-TV2

VWO 2021-TV2 Vraag 22

VWO 2021-TV3

VWO 2021-TV3 Vraag 9
VWO 2021-TV3 Vraag 16

 

Meer oefenen?
Ga naar ExamenKracht en oefen ook met de nieuwste examens.
Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

Extra opdracht

Noteer een aantal onderwerpen die tot nu toe bij biologie zijn behandeld.
Maak voor elk onderwerp een toetsvraag waarin zowel dat onderwerp als evolutie worden getoetst.

Terugkijken

Reflectie
Kijk nog eens naar de voorkennis toets.
Op welke vragen geef je nu een ander antwoord?
Welk(e) misconcept (en) bracht je de eerste keer tot een onjuist antwoord?

Intro

  • Lees de intro van dit thema nog eens door.
    Vind je het een goede intro om het thema mee te beginnen?
    Past de video goed bij het thema? Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond een totale studiebelasting van 31 à 32 uur
    Ben je meer of minder tijd met het thema bezig geweest?
    Met welke module ben je het langst bezig geweest? En met welke het kortst?
  • Herhaling
    Kijk nog eens naar de voorkennis toets.
    Op welke vragen geef je nu een ander antwoord?
    Welk(e) misconcept (en) bracht je de eerste keer tot een onjuist antwoord?
  • Inhoud
    Het thema bestaat uit drie modules. Welke module vond je het leukst om te doen?
    En welke vond je het minst leuk? Schrijf op waarom je deze opdracht niet zo leuk vond.
  • Examenvragen
    Veel examenvragen bij dit thema. Heb je ze allemaal gemaakt?
    Ging het goed? Had je de theorie uit de modules nodig om de vragen te kunnen maken?
  • Het arrangement Thema: Evolutie - v456 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    28-11-2025 11:23:50
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Dit thema Evolutie is ontwikkeld door medewerkers van StudioVO. Bij het ontwikkelen van het materiaal is gebruik gemaakt van of wordt verwezen naar materiaal van de volgende websites:

    www.schooltv.nl www.youtube.com www.bioplek.org www.wikipedia.org


    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content .

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor biologie voor vwo leerjaar 4/5/6. Dit thema heet evolutie. Aan het eind van dit thema: beschrijf je wat een populatie is en welke emergente eigenschappen een populatie kan hebben. leg je uit waardoor genfrequenties in een populatie kunnen veranderen. leg je uit hoe door natuurlijke selectie en genetic drift populaties van elkaar gaan verschillen en nieuwe soorten kunnen ontstaan. beschrijf je de overeenkomsten en verschillen tussen natuurlijke en kunstmatige selectie. leg je uit hoe de genetische variatie (zowel in fenotype als genotype) in populaties in tijd en ruimte kan veranderen. geef je verwantschap en afstamming van soorten weer in de vorm van een cladogram.
    Leerniveau
    VWO 6; VWO 4; VWO 5;
    Leerinhoud en doelen
    Biodiversiteit; Biologie; Evolutie; Soortvorming; Geschiedenis van het leven;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    32 uur 40 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, biologie, cladogram, fenotype, genetische variatie, genotype, kunstmatige selectie, natuurlijke selectie, stercollectie, vwo4/5/6

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Biologie. (2021).

    Module: Dokter Darwin - v456

    https://maken.wikiwijs.nl/74462/Module__Dokter_Darwin___v456

    VO-content Biologie. (2021).

    Module: Een nieuwe soort - v456

    https://maken.wikiwijs.nl/74461/Module__Een_nieuwe_soort___v456

    VO-content Biologie. (2021).

    Module: Verwant of niet verwant - v456

    https://maken.wikiwijs.nl/74460/Module__Verwant_of_niet_verwant___v456

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Evolutie

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.