Tijdens het thema ‘Grenzen’ gaan jullie een collage maken.
Bij elk vak ga je een stukje van de collage maken. Deze stukjes voeg je samen tot één geheel; de collage. Daarnaast gaan jullie voor Lichamelijke Opvoeding een dans uitvoering doen en voor muziek spelen jullie een muziekstuk.
Kijk goed naar de opdracht bij elk vak en welke onderdelen er in de collage terug moeten komen. Voor elk vak krijg je een afzonderlijke beoordeling voor je product en daarnaast krijg je een cijfer voor de gehele collage.
Niet alle vakken doen dit project mee. Kijk dus goed naar het onderstaande schema welke vakken thuis horen in de collage. De opdrachten zijn verderop op deze site te vinden.
Opdrachten per vak voor dit thema:
Vak:
Opdracht:
Biologie
Je gaat een groeiboekje bijhouden van een meelworm en maakt voor je nieuwe huis(school)dier een paspoort.
Geschiedenis
Je gaat een tijdlijn maken bij de cultuur van het continent. Hierbij zul je een aantal vakvaardigheden trainen.
Wiskunde
Bij wiskunde gaan we kijken naar de oppervlakte van verschillende landen. We werken daarbij met vlakken en figuren. Ook tabellen en grafieken komen aan bod.
Techniek
-
Nederlands
Gedicht of flyer voor/van de dansuitvoering
Aardrijkskunde
Je gaat je verdiepen in culturen, grenzen en bevolkingsverplaatsingen.
Lichamelijke Opvoeding
Dans in verschillende stijlen die te maken hebben met verschillende werelddelen
Voorzitter: zorgt er voor dat alles in de groep gaat zoals het zou moeten gaan
Secretaris: verwerkt resultaten uit de groep schriftelijk (bijvoorbeeld in verslagen)
Vragensteller: mag – als enige – vragen aan de docent stellen
Tijdbewaker: is verantwoordelijk voor het bewaken van de tijd
Informant: mag naar andere groepen gaan om overleg te hebben
Opzoeker: haalt en raadpleegt naslagwerken (bijvoorbeeld in de mediatheek)
Uitvoerder: voert opdrachten uit namens de groep
Presentator: presenteert groepsresultaten aan de rest van de klas
Checker: controleert of iedereen in de groep de opdrachten kan doen
Vakken
Nederlands
Bij dit thema gaan jullie voor het vak Nederlands een flyer maken voor de dans(voorstelling) die jullie maken voor het vak lichamelijke opvoeding. Voordat jullie beginnen met het maken van een eindproduct, moeten jullie eerst weten aan welke eisen een geschikt eindproduct voldoet. Ook moeten jullie gebruik maken van de mogelijkheden die de Nederlandse taal jullie biedt.
Eindproduct, eisen en leerdoelen
Jullie maken een flyer voor de dans(voorstelling) die jullie maken bij het vak lichamelijke opvoeding;
De flyer heeft een formaat a5;
Jullie maken gebruiken van de paragrafen uit Nieuw Nederlands:
Poëzie hoofdstuk 1;
Poëzie hoofdstuk 5;
Kijk op taal hoofdstuk 2;
Kijk op taal hoofdstuk 5;
Schrijven hoofdstuk 6.
Jullie maken de volgende opdrachten (in deze volgorde) als groep en leveren deze per paragraaf in bij de docent:
Opdracht 2 en keuzeopdracht 3, poëzie hoofdstuk 1;
Opdracht 2 en keuzeopdracht 1, poëzie hoofdstuk 5;
Opdracht 3 en 5, kijk op taal hoofdstuk 2;
Opdracht 1 en2, kijk op taal hoofdstuk 5;
Opdracht 1 en 3, schrijven hoofdstuk 6.
Als jullie klaar zijn met het maken van de opdrachten (na iedere paragraaf werken jullie de opdrachten uit op jullie device en laten jullie de opdrachten goedkeuren door de docent: pas daarna gaan jullie door met de volgende opdracht!), starten jullie met het maken van het eindproduct. De definitieve flyer moet voldoen aan onderstaande eisen:
De flyer heeft een a5-formaat;
De flyer voldoet aan alle eisen die in de checklist van schrijven hoofdstuk 6 genoemd worden;
De flyer bevat dichterlijk taalgebruik, een homoniem, figuurlijk taalgebruik en beeldtaal;
Jullie leveren drie dingen in: de daadwerkelijke flyer, een chekclist over jullie flyer (ingevuld door jullie als groep) en een verantwoording van dichterlijk taalgebruik, homoniem, figuurlijk taalgebruik en beeldtaal in jullie flyer (met andere woorden: waar staan deze aspecten benoemd in jullie flyer?).
Leerdoelen:
Je leert waar gedichten voorkomen;
Je leert wat dichterlijk taalgebruik is en je kunt het toepassen in een zelfgeschreven gedicht;
Je weet wat homoniemen zijn;
Je weet wat figuurlijk taalgebruik is;
Je weet wat beeldtaal is;
Je kunt met je groep een geschikte flyer maken.
Frans
Engels
Thema Boundaries
Jullie gaan voor Engels op expeditie. Jullie krijgen een werelddeel toebedeeld als groep. Vervolgens ga je van het werelddeel 1 land uitkiezen wat ooit gekoloniseerd is geweest door GB. Je gaat in de huid kruipen van een expeditie groep.
- je gaat een expeditiedagboek schrijven
- je gaat de gewoontes, de cultuur, de religie, de mensen etc. van het land beschrijven in de vorm van een dagboek
- je gaat naar een reisbureau om informatie te halen over dit land en je gaat informatie zoeken op het internet
- verleg je grenzen en think outside the box
- je gaat je bevindingen presenteren aan de klas op een leuke manier
- bonus: als je iemand die uit afkomstig is uit het land van jullie keuze kunnen interviewen
- bonus: als je gerechtjes bij je presentatie presenteert die bij het land horen, als je bijpassende muziek verwerkt in je presentatie
Geschiedenis
Beste leerling,
Bij Geschiedenis ga je met je groep een tijdlijn maken van je continent. Je zoomt in op de cultuur waarmee je ook werkt bij Aardrijkskunde. Je tijdlijn zal een goede context geven van je cultuur.
Doelen
In dit project wordt je beoordeeld op je Onderzoeksvaardigheden zoals die omschreven zijn bij Expeditie.
Daarbij is het grootste doel om je vakvaardigheden te trainen binnen het vak Geschiedenis. Je krijgt hierbij uitleg en oefening in de expeditie- en geschiedenisles en je kan de vakvaardigheden nalezen in je tekstboek vanaf blz 153.
5. Historische indeling
Bij deze vakvaardigheid is het belangrijk dat je de periode (en eventuele kenmerkende aspecten), gebeurtenissen en ontwikkelingen onderscheidt.
8. Ontwikkelingen
Deze vakvaardigheid zie je terug in de tijdbalk door langzame en snelle veranderingen en continuïteit te laten zien.
9. Oorzaken en gevolgen
Je gaat ook op zoek naar verklaringen: oorzaken en gevolgen. Met deze vakvaardigheid laat je zien dat je verbanden kan leggen. Maak ook onderscheid in directe en indirecte oorzaken, gevolgen op de korte en lange termijn en de aanleiding.
12. Invloed van het verleden
Je maakt je tijdlijn relevant door uit te leggen op welke manier het verleden (dat je laat zien op de tijdlijn) invloed heeft op de cultuur (je collage en dans/muziek) in het heden.
Uitvoering
Je voert de tijdlijn ui op papier in een horizontale richting. Neem maar eens een kijkje op deze site http://timerime.com/. Hier kun je verschillende tijdlijnen bekijken en ideeën op doen. Deze auteurs gebruiken verschillende horizontale balken om te structureren met bijvoorbeeld perioden en gebeurtenissen. Ook gebruiken ze historische afbeeldingen of andere bronnen om de tijdbalk in te kleuren. Bedenk zelf een logische opbouw waarin al je vakvaardigheden worden getoond.
Planning
Zoals je in de planning van dit project ziet, heb je vier weken om aan deze tijdlijn te werken. Volg de juiste volgorde van stappen bij de uitvoering van deze opdracht.
(1) begin met het gericht zoeken naar informatie (les 1)
(2) bronnen raadplegen en informatie beoordelen (les 2)
(3) informatie verwerken in de tijdlijn: maak eerst een schets en dan een eindproduct (les 3 en 4)
Presentatie
Aan het einde van dit project presenteer je de tijdbalk. Deze kun je een plaats geven op de collage. In je presentatie maak je ook ruimte voor Vakvaardigheid 12. Je kan nu mondeling toelichten op welke manier de geschiedenis van je cultuur invloed heeft op het heden.
Beoordeling
Je wordt beoordeeld op de wijze waarop je de vakvaardigheden (5,8,9,12) hebt ingezet in de tijdlijn. Daarbij moet de inhoud historisch juist zijn en wordt de presentatie (Vakvaardigheid 12) ook meegenomen in de beoordeling.
Aardrijkskunde
Opdracht Aardrijkskunde
Je groep krijg je een werelddeel toegewezen. Elk groepslid kiest een cultuur van een land van het toegewezen werelddeel en beschrijft de belangrijkste cultuur elementen. Verder probeer je hiervan een zo uitgebreid mogelijke verslag/werkstuk te maken. Dit die je voor jezelf (indivudeel).
De belangrijkste uitkomsten van de groepsopdracht (overeenkomsten en verschillen) presenteer je op de collage.
Individuele opdracht.
Hoofdvraag:
Wat zijn de belangrijkste cultuurelementen van de door jou gekozen cultuur.
Deelvragen.
Wat zijn cultuur elementen.
Welke cultuurelementen zijn belangrijk voor de door jouw gekozen cultuur.
Tot welk cultuurgebied behoort de door jullie onderzochte cultuur.
Welke cultuurelementen van andere culturen zijn overgenomen door de door jouw gekozen cultuur.
Bedenk zelf nog 2 deelvragen
Groepsopdracht:
Onderzoek de overeenkomsten en verschillende tussen de door je groep onderzochte culturen. Presenteer deze op jullie werelddeel.
Weet je dat de vorm van de noot bepaalt hoe lang hij duurt
Je kent de verschillende vormen en de lengtes die erbij horen
Je weet wat een maat is
Je weet hoe je kan zien hoeveel tellen er in een maat zitten
Je kan maatstrepen op de goede plek zetten
Je kan een ritme klappen wat genoteerd staat van achtste en kwartnoten
Je kan een ritme opschrijven in achtste en kwartnoten als je het ritme hebt gehoord
Nootwaardes:
Als je naar een muziek luistert hoor je verschillen in toonhoogte (hoge en lage tonen), maar ook verschillen in toonduur (lange en korte tonen).
Maat en ritme gaan over hoe lang tonen klinken, over de afwisseling tussen lange en korte tonen en hoe je kunt meten hoe lang je een toon aan moet houden als je zelf muziek speelt.
De tijd waarin de toon klinkt noemen we toonduur. Tonen van verschillende lengte vormen samen een ritme.
Om te meten hoe lang een toon klinkt, kun je mee tellen.
Eén tel wordt ook wel de puls genoemd. De puls hoor je niet alleen als je zelf muziek speelt, maar ook als je naar muziek luistert. Als je beweegt, danst of marcheert op muziek beweeg je op de puls. De puls is een regelmatige beweging die in de muziek aanwezig is. Meestal is de puls ingedeeld in groepjes van een gelijk aantal tellen (twee, drie of vier tellen). Eén zo'n groepje noemen we een maat.
Als je snel telt is het tempo hoog, als je langzaam telt laag.
Toonduur:
Om de verschilende toonduren aan te geven worden de volgende symbolen gebruikt:
Kijk naar het plaatje.
Hoe moet je dat dan tellen?
Kijk op het plaatje voor het telvoobeeld. per soort noot staat erbij hoe je het moet tellen.
Kijk naar de uitleg in het filmpje
Maatsoorten:
3.1 Maatsoorten
Als je naar muziek luistert kun je meestal een regelmatige beweging horen, waarop je kunt meebewegen, dansen, marcheren of meeklappen. Elke klap noemen we een puls of een tel. Als je meetelt, zul je merken dat muziek vaak in groepjes van een gelijk aantal tellen is ingedeeld. Een groepje van een gelijk aantal tellen noemen we een maat. Er zijn verschillende maatsoorten: groepjes van twee, drie, vier of zes tellen.
De maatsoort wordt aangegeven door een maatteken, dat aan het begin van een muziekstuk staat:
Vier-kwarts maat. Er zitten vier tellen in de maat. De kwartnoot duurt één tel.
Drie-kwarts maat. Er zitten drie tellen in de maat. De kwartnoot duurt één tel.
Twee-kwarts maat. Er zitten twee tellen in de maat. De kwartnoot duurt één tel.
Het bovenste getal geeft aan hoeveel tellen er in een maat passen:
Het onderste getal geeft aan welke notenwaarde één tel duurt: (Omdat het onderste getal een vier is duurt de kwartnoot (1/4) één tel.)
Maatstrepen:
Maten worden genoteerd met behulp van maatstrepen. Bijvoorbeeld: in een vier- kwarts maat bevinden zich tussen de maatstrepen steeds vier tellen.
Het eind van een muziekstuk wordt aangegeven door een dikke maatstreep.
Voorbeeld:
Telcijfers:
Om een ritme goed uit te voeren kun je de maat mee tellen. Soms is het handig om als steuntje de juiste telwijze onder de noten te schrijven:
Tips:
- Kijk altijd eerst welke notenwaarde één tel duurt!
- Noten die langer duren dan 1 tel, verbinden we met een -
- Rusten staan tussen haakjes
- Noten van een halve tel geven we aan met een -e (spreek uit: eene, tweeje, drieje)
Voorbeeld:
Ritmisch Dictee
Je moet in wek 9 ook kunnen noteren wat je hoort. Je leert dat door veel te doen. 5 minuten per dag is prima. Je traint er je geheugen mee. Oefen op http://m.teoria.com/en/exercises/rd.php
SCHRIFTELIJKE OPDRACHT.
Nootwaarden, Maatsoorten en Maatstrepen
Opdracht 1:Leg de volgende begrippen uit in eigen woorden:
Naam
Betekenis:
Toonduur
Ritme
Puls
Maat
Tempo
Opdracht 2 bepaal de puls en het tempo:
Beluister enkele muziekstukken. Klap de puls mee. Probeer ook eens mee te marcheren. Lukt dit bij elk muziekstuk? Kun je horen of de puls ingedeeld is in groepen van twee, drie of vier tellen? Tel mee in de maat van de muziek. Is het tempo hoog, gemiddeld of laag?
Schrijf op welke muziekstukken je hebt beluisterd en wat je merkte aan het tempo en of de puls is ingedeeld in groepjes van 2 3 of 4.
Tip je kan op je mobiel een metronome-app downloaden om het tempo precies te bepalen.
Opdracht 3:Notenrekenen
Reken de volgende sommen uit:
Opdracht 4:
Teken de ontbrekende maatstrepen:
Opdracht 5:
De rusten zijn weg. Teken de goede rusten:
Opdracht 6
Zet de maatstrepen op de goede plaats en ook de telcijfers:
AFRIKA: JAMBO
Groep AFRIKA:
Verdeel de instrument en leer het liedje met je band.
Caption
ZUID AMERIKA; Stir it up
Groepsindeling:
Verdeel binnen je band de partijen en leer het liedje spelen.
Je maakt met je groepje een dans van 2 minuten op zelfgekozen muziek.
Het moet een dans en muziek zijn die hoort bij het werelddeel dat je als groepje hebt gekozen.
De dans moet minimaal uit 8 verschillende maten bestaan.
Tijdens de lessen (ongeveer 4 blokuren) is er tijd om de dans te ontwikkelen en te oefenen, maar de muziek moet voordat de eerste les begint al gekozen zijn door iedere groepje.
Iedere groep zorgt ervoor dat hij/zij de muziek tijdens de lessen bij zich heeft.
Uiteindelijk zal de dans uitgevoerd worden in de binnenhof voor ouders en medeleerlingen in samenwerking met het vak muziek.
Het arrangement Thema: Grenzen is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Auteur
hannie janssen
Je moet eerst inloggen om feedback aan de auteur te kunnen geven.
Laatst gewijzigd
2016-03-23 22:16:13
Licentie
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederlands licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.