Leerlijn Digitale Geletterdheid | Groep 1, 2 en 3

Leerlijn Digitale Geletterdheid Onderbouw

Praktische ICT-basisvaardigheden

Praktische ICT basisvaardigheden voor de onderbouw richten zich op het introduceren van kinderen tot de digitale wereld. De hoofddoelen omvatten het leren over verschillende soorten computers, het begrijpen van hun basiscomponenten zoals het toetsenbord en de muis, en het aanleren van fundamentele computertermen zoals 'opstarten' en 'opslaan'. Subdoelen gaan dieper in op specifieke vaardigheden zoals tekstverwerking en basisbeveiliging.

Het vroeg aanleren van deze vaardigheden legt een solide basis voor toekomstig leren en helpt jonge kinderen om veilig en effectief om te gaan met technologie.

Digitale informatievaardigheden

Informatievaardigheden voor de onderbouw draait om het begrijpen van informatie en het stellen van vragen; het verschil tussen het delen van informatie en het stellen van vragen om kennis op te doen of antwoorden te krijgen.

Kinderen leren dat ze informatie kunnen opzoeken wanneer ze nieuwsgierig zijn en hoe ze gerichte vragen kunnen stellen om antwoorden te vinden. Ook wordt aandacht besteed aan het begrijpen van wat zoekmachines op internet zijn. Het is essentieel dat kinderen op jonge leeftijd met informatievaardigheden beginnen, met name in de digitale wereld. Door vragen te stellen en informatie te zoeken, ontwikkelen ze hun kritisch denkvermogen en probleemoplossende vaardigheden. Dit stelt hen in staat om beter te begrijpen wat er in de digitale omgeving om hen heen gebeurt en om betrouwbare antwoorden te vinden.

Computational thinking

Computational Thinking in de onderbouw gaat over het begrijpen van patronen, het opdelen van taken in eenvoudige stappen en het geven en ontvangen van instructies. Leerlingen leren hoe een serie geordende instructies werkt, zoals bijvoorbeeld een recept in een kookboek. Ze leren om herhalingen en overeenkomsten in patronen te zien en hoe ze deze kunnen sorteren. Ze begrijpen dat taken vaak uit verschillende stappen bestaan en dat samenwerking een taak makkelijker kan maken. Daarnaast leren ze om instructies te geven en te ontvangen en dat deze op verschillende manieren overgebracht kunnen worden, bijvoorbeeld mondeling maar ook in de vorm van een tekening.

Computational Thinking gaat niet alleen over computers, het gaat om het leren denken als een probleemoplosser. In de onderbouw wordt hiervoor een basis gelegd die leerlingen later onder andere helpt bij het begrijpen van technologische logica, maar ook bij andere vraagstukken of problemen in het dagelijks leven.

Mediawijsheid

Mediawijsheid in de onderbouw draait om het begrip van media en de verschillende vormen ervan, zoals kranten, tijdschriften, radio, tv en internet. Kinderen leren dat media worden gebruikt om verhalen en informatie te delen, maar ook dat sommige informatie mogelijk niet waar is. Ze ontwikkelen een basisbegrip van reclame en begrijpen waarom mensen en bedrijven dit gebruiken. Het is belangrijk dat kinderen mediawijsheid leren, omdat ze in een wereld vol media opgroeien. Ze moeten begrijpen wat media zijn en hoe ze worden gebruikt om informatie over te brengen.

Praktische ICT-basisvaardigheden

1. Ik kan verschillende soorten computers benoemen.

1.1 Ik kan minimaal de volgende soorten computers benoemen: laptop, tablet, smartphone, slimme apparaten in huis die je kunt aanpassen aan jouw wensen.

1.2 Ik weet dat er verschillende soorten digitale apparaten zijn, en dat bijvoorbeeld speelgoed of dagelijkse apparaten in en om het huis zoals een wekker, stofzuiger of wasmachine ook een computer kunnen bevatten.

2. Ik kan (in grote lijnen) vertellen wat een computer kan.

2.1 Ik kan minimaal de volgende basisonderdelen van een computer benoemen: toetsenbord, scherm, muis, printer en de aan/uit knop.

2.2 Ik weet een aantal dingen die je kunt doen op een computer zoals: Teksten typen, afbeeldingen zoeken, tekenen, muziek luisteren, spelletjes spelen, communiceren, filmpjes kijken, foto's maken, informatie zoeken.

3. Ik kan een toetsenbord van een computer bedienen.

3.1 Ik kan met een touchscreen, muis en toetsenbord werken.

3.2 Ik ken verschillende knoppen op het toetsenbord: letters, cijfers, pijltjes.

3.3 Ik kan minimaal deze functies van toetsen benoemen: Delete, backspace, enter, escape, shift- of caps lock toets om hoofdletters te maken

4. Ik kan verschillende soorten computertermen gebruiken (opstarten, afsluiten, opslaan, bestanden, enz.).

4.1 Ik kan verschillende soorten computertermen benoemen zoals opstarten, afsluiten, opslaan, bestanden. 

4.2 Ik kan specifieke muistermen gebruiken zoals selecteren, aanklikken, dubbelklikken en slepen.

5. Ik kan gebruik maken van een wachtwoord of icoon als inlogmethode.

5.1 Ik begrijp wat een wachtwoord is en hoe het werkt om ermee in te loggen.

5.2 Ik begrijp dat een wachtwoord of pincode alleen van mijzelf (privé) is.

5.3 Ik kan een wachtwoord bedenken en kraken dat bestaat uit vormen en kleuren.

 

1. Ik kan verschillende soorten computers benoemen.

1.1 Ik kan minimaal de volgende soorten computers benoemen: laptop, tablet, smartphone, slimme apparaten in huis die je kunt aanpassen aan jouw wensen.

 

Digi-doener! | Technologie in huis

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren welke technologie in hun eigen huis te vinden is. Daarnaast leren ze pictogrammen gebruiken en denken ze na over de voor- en nadelen van slimme technologie.

 


1.2 Ik weet dat er verschillende soorten digitale apparaten zijn, en dat bijvoorbeeld speelgoed of dagelijkse apparaten in en om het huis zoals een wekker, stofzuiger of wasmachine ook een computer kunnen bevatten.

 

Digi-doener! | De slaapkamer

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale technologie, de samenleving en de wereld

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren dat iedereen op een eigen manier wakker wordt. De leerlingen praten over hun favoriete wijze van gewekt worden en wisselen ervaringen uit. Ze leren dat er apparaten zijn die helpen bij het opstaan en mogen er ook zelf één ontwerpen.

 


Digi-doener! | De tuin

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Leerlingen ervaren tijdens deze les hoe slimme apparaten de natuur kunnen helpen. Ze ontdekken dat een slimme tuin zelfstandig bepaalde taken kan uitvoeren, zoals het laten groeien van planten die normaal gesproken niet in Nederland kunnen groeien. Ze discussiëren over de voordelen van een slimme tuin en leren spelregels hanteren en afspraken maken tijdens het slimme tuinspel in de speelzaal.

 


2. Ik kan (in grote lijnen) vertellen wat een computer kan.

2.1 Ik kan minimaal de volgende basisonderdelen van een computer benoemen: toetsenbord, scherm, muis, printer en de aan/uit knop.

 

Digi-doener! | De computer

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren hoe je je data of informatie kunt ordenen en in groepjes kunt verdelen. Ook leren ze uit welke onderdelen een computer bestaat, welke symbolen er bij de computer horen en welke activiteiten je kunt doen op een computer.

 


2.2 Ik weet een aantal dingen die je kunt doen op een computer zoals: Teksten typen, afbeeldingen zoeken, tekenen, muziek luisteren, spelletjes spelen, communiceren, filmpjes kijken, foto's maken, informatie zoeken

 

Digi-doener! | Maak een digitale tekening

Aansluiting op vak(ken): Kunstzinnige oriëntatie, Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Leerlingen leren hoe ze op de computer of tablet een eenvoudige tekening kunnen maken. Hierbij komen verschillende eenvoudige vaardigheden aan de orde, zoals een andere kleur of ander gereedschap kiezen. Bij het werken op de computer oefenen de leerlingen het gebruik van de muis. Bij het tekenen op de tablet werken de leerlingen met een touchscreen.

 


Digi-doener! | Naar het digitale strand

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Tijdens deze les gaan de leerlingen een virtuele tocht over het strand maken. Ze ontdekken tijdens deze tocht welke onderdelen een computer heeft. De kinderen geven antwoord op de vragen met gekleurde scheppen. Voor ieder goed antwoord krijgen ze een stuk speelgoed.

 


3. Ik kan een toetsenbord van een computer bedienen.

3.1 Ik kan met een touchscreen, muis en toetsenbord werken.

 

Digi-doener! | Verkenning van het toetsenbord

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

In deze les bekijken de leerlingen een onderdeel van de computer: het toetsenbord. Ze bekijken welke knoppen en andere elementen die op het toetsenbord zitten: letters, cijfers, pijltjes, lampjes, etc. Hoe werkt het toetsenbord, waar heb je het voor nodig? Kennen de leerlingen nog meer apparaten met een toetsenbord?

 


3.2 Ik ken verschillende knoppen op het toetsenbord zoals: letters, cijfers, pijltjes.
3.3 Ik kan minimaal deze functies van toetsen benoemen: delete, backspace, enter, escape, shift – of caps lock toets om hoofdletters te maken.

 

Digi-doener! | Toetsenborden van de toekomst

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren wat er allemaal op een toetsenbord staat. Ook leren ze wat al die tekentjes op dat toetsenbord nu eigenlijk betekenen en filosoferen ze over hoe een toetsenbord er in de toekomst uitziet.

 

4. Ik kan verschillende soorten computertermen gebruiken (opstarten, afsluiten, opslaan, bestanden).

4.1 Ik kan verschillende soorten computertermen benoemen: opstarten, afsluiten, opslaan, bestanden enzovoort.

 

Digi-doener! | Hoe gebruik ik een computer?

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Leerlingen bespreken specifieke computertermen zoals laptop, enter, en delete. Tijdens de activiteiten leren de leerlingen deze termen herkennen en toepassen, waardoor ze actief bezig zijn met het benoemen van fundamentele computerbegrippen.

 


4.2 Ik kan specifieke muistermen gebruiken zoals selecteren, aanklikken, dubbelklikken en slepen.

 

Digi-doener! | Escaperoom: Help de dierentuin

Aansluiting op vak(ken): Rekenen

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Tijdens deze escaperoom oefenen leerlingen met verschillende ICT-basisvaardigheden, waaronder het gebruik van de muis. De diverse opdrachten binnen de escaperoom, zoals het slepen van puzzelstukken, tellen en invoeren, en het ordenen van items door te slepen, bieden concrete gelegenheden voor de leerlingen om te praktiseren en vertrouwd te raken met de specifieke muistermen die in het leerdoel worden genoemd.

 


5. Ik kan gebruik maken van een wachtwoord of icoon als inlog-methode.

5.1 Ik begrijp wat een wachtwoord is en hoe het werkt om ermee in te loggen.

 

Digi-doener! | Ssst, niemand vertellen!

Aansluiting op vak(ken): Rekenen

Conceptkerndoel SLO: Veiligheid en privacy

In deze les gaat het erom dat leerlingen leert waarom wachtwoorden belangrijk zijn en hoe ze werken. Ze ontdekken dat wachtwoorden nodig zijn om bijvoorbeeld op een computer of telefoon in te loggen. De les gebruikt leuke activiteiten om je dit te laten begrijpen, zoals codes kraken en praten over waarom het belangrijk is om je wachtwoord geheim te houden.

 


5.2 Ik begrijp dat een wachtwoord of pincode alleen van mijzelf (privé) is.
5.3 Ik kan een wachtwoord bedenken en kraken dat bestaat uit vormen en kleuren.

 

Digi-doener! | Zoek het geheime wachtwoord

Aansluiting op vak(ken): Rekenen, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Veiligheid en privacy

In deze les ontdekken we samen wat een wachtwoord is en waarom we het nodig hebben. We leren dat een wachtwoord een soort geheim woord is, zoals bij een spel waarbij je de juiste code moet zeggen om ergens binnen te mogen. Door een spannend spel te spelen, begrijpen we beter hoe wachtwoorden werken, zoals de codes die we gebruiken voor onze computer, telefoon of om geheimen te bewaren.

 


Digitale informatievaardigheden

1. Ik ken het verschil tussen iets vertellen en een vraag stellen.

1.1 Ik oefen met vragen stellen en opdrachten geven.

1.2 Ik oefen met luisteren, vragen stellen en op basis daarvan een opdracht uitvoeren.

1.3 Ik weet dat je door vragen te stellen beter nadenkt en daardoor betere resultaten krijgt.

2. Ik weet dat je vragen kunt stellen als er behoefte aan informatie is.

2.1 Ik kan spelenderwijs een vraag bedenken samen met klasgenoten.

2.2 Ik kan één of twee aanvullende vragen stellen, om mijn ‘hoofdvraag’ te helpen beantwoorden. Bijvoorbeeld: Waar wil ik heen op vakantie. Ga ik met de auto of het vliegtuig? En is het er warm of koud?

3. Ik weet dat je informatie kunt opzoeken als je ergens iets over wilt weten.

3.1 Ik begrijp dat ik informatie op verschillende manieren kan vinden. Bijvoorbeeld: als ik wil weten hoe laat de trein vertrekt, kan ik samen met de leerkracht op internet kijken, maar ook het informatienummer bellen.

3.2 Ik kan informatie sorteren en aan elkaar koppelen (bijvoorbeeld: klokkijken, treintijden, kaart van Nederland) om mijn doel te bereiken.

4. Ik kan verwoorden of er antwoord is gevonden op de zoekvraag.

4.1 Ik kan met de gevonden informatie een antwoord geven.

4.2 Ik weet dat ik ook antwoord kan geven op een vraag door goed te kijken, ruiken, proeven of voelen (gebruik te maken van mijn zintuigen). Bijvoorbeeld: is de melk bedorven?

5. Ik kan beschrijven wat zoekmachines op internet zijn.

5.1 Ik weet dat je via online zoekmachines kunt zoeken naar informatie en afbeeldingen.

5.2 Ik kan een voorbeeld noemen van een zoekmachine (Google, Google afbeeldingen).

5.3 Ik kan een eenvoudige zoekterm benoemen die (door de leerkracht) gebruikt kan worden om iets te zoeken via een zoekmachine.

1. Ik ken het verschil tussen iets vertellen en een vraag stellen.

1.1 Ik oefen met vragen stellen en opdrachten geven.

 

Digi-doener! | De tekenaar

Aansluiting op vak(ken): Rekenen

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Leren dat professionele tekenaars werken met computers. Ook leren ze verschillende vormen en ervaren ze dat communicatie belangrijk is om elkaar te begrijpen.

 


1.2 Ik oefen met luisteren, vragen stellen en op basis daarvan een opdracht uitvoeren.

 

Digi-doener! | De koning heeft een vraag

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

De koning is elke dag druk met het beantwoorden van vragen. Maar de koning heeft zelf ook een vraag! Hij is druk op zoek op het internet, maar het lukt hem niet om het antwoord te vinden. In deze les leren de leerlingen wat duidelijke en onduidelijke vragen zijn. Ook oefenen ze met belangrijke woorden uit een vraag te halen.

 


1.3 Ik weet dat je door vragen te stellen beter nadenkt en daardoor betere resultaten krijgt.

 

Digi-doener! | Zoek de vraag

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen nadenken over goede vragen. Ook leren ze dat er verschillende vragen mogelijk zijn bij een antwoord.

2. Ik weet dat je vragen kunt stellen als er behoefte aan informatie is.

2.1 Ik kan spelenderwijs een vraag bedenken samen met klasgenoten.

 

Digi-doener! | Lente!

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie, Data

In deze les vragen we ons van alles af. Dit doen we aan de hand van bloembollen. We komen er spelenderwijs achter wat vragen stellen is. We proberen zelf een vraag te bedenken. Samen bekijken we hoe je antwoord kan vinden op een vraag. Leerlingen ervaren dat vragen stellen leuk en leerzaam is.

 


2.2 Ik kan één of twee aanvullende vragen stellen, om mijn ‘hoofdvraag’ te helpen beantwoorden. Bijvoorbeeld: Waar wil ik heen op vakantie. Ga ik met de auto of het vliegtuig? En is het er warm of koud?

 

Digi-doener! | Wie is het?

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les spelen de leerlingen het spel ‘Wie is het?’, in een speciale Sinterklaasvariant. Ze oefenen hiermee het stellen van gerichte, slimme vragen, met als doel zo snel mogelijk de juiste piet te vinden. Het stellen van goede vragen is onderdeel van het domein informatievaardigheden en een belangrijke vaardigheid om te trainen.

 


Digi-doener! | De ambulance

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Veiligheid en privacy

De leerlingen leren over apparaten in de ambulance, wat aanrijdtijd is, wat slimme verkeerslichten zijn en ze spelen een rollenspel over het ‘bellen’ van 112. De leerlingen denken ook na over of de ambulance mag uitzoeken waar je bent (je locatie achterhalen), terwijl je dit zelf niet weet.

 


3. Ik weet dat je informatie kunt opzoeken als je ergens iets over wilt weten.

3.1 Ik begrijp dat ik informatie op verschillende manieren kan vinden. Bijvoorbeeld: als ik wil weten hoe laat de trein vertrekt, kan ik samen met de leerkracht op internet kijken, maar ook het informatienummer bellen.

 

Digi-doener! | De zon

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren dat je op verschillende manieren aan informatie kunt komen. Ook leren ze over de eigenschappen van de zon.

 


Digi-doener! | Astronauten

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

 

 


3.1 Ik begrijp dat ik informatie op verschillende manieren kan vinden. Bijvoorbeeld: als ik wil weten hoe laat de trein vertrekt, kan ik samen met de leerkracht op internet kijken, maar ook het informatienummer bellen.
3.2 Ik kan informatie sorteren en aan elkaar koppelen (bijvoorbeeld: klokkijken, treintijden, kaart van Nederland) om mijn doel te bereiken.

 

Digi-doener! | Met de trein

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Hoe werkt dat eigenlijk, reizen met de trein? Welke informatie heb je nodig om op je bestemming aan te komen? In deze les wordt het prentenboek ‘Boer Boris gaat naar oma’ gebruikt als introductie. Tijdens de les gaan de leerlingen ervaren wat erbij komt kijken om met de trein op pad te gaan.

 


4. Ik kan verwoorden of er antwoord is gevonden op de zoekvraag.

4.1 Ik kan met de gevonden informatie een antwoord geven.

 

Digi-doener! | Hoe overleven dieren?

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren dat je bij alle levende wezens op de aarde dezelfde drie vragen kan stellen; Wat eet het? Hoe verdedigt het zich? En hoe plant het zich voort? Ook leren ze vragen te stellen aan een zoekprogramma op het internet.

 


4.2 Ik weet dat ik ook antwoord kan geven op een vraag door goed te kijken, ruiken, proeven of voelen (gebruik te maken van mijn zintuigen). Bijvoorbeeld: is de melk bedorven?

 

Brand!!

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale technologie, de samenleving en de wereld

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren dat er in gebouwen sensoren zitten die hetzelfde werken als je zintuigen. Ook leren ze dat deze sensoren zijn gekoppeld aan automatische systemen.

 


5. Ik kan beschrijven wat zoekmachines op internet zijn.

5.1 Ik weet dat je via online zoekmachines kunt zoeken naar informatie en afbeeldingen.

 

Digi-doener! | Toversoep

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Je kunt zomaar iets in de kookpot gooien. Misschien uiteindelijk best lekker. Wil je goed gelukte toversoep? Dan werk je volgens recept. Wat is een recept? Waar kun je een recept vinden? Hoe zoek je een recept? We gebruiken verschillende informatiebronnen. Zo leren de kinderen hoe ze kunnen zoeken op internet.

 


5.1 Ik weet dat je via online zoekmachines kunt zoeken naar informatie en afbeeldingen.
5.2 Ik kan een voorbeeld noemen van een zoekmachine (Google, Google afbeeldingen).
5.3 Ik kan een eenvoudige zoekterm benoemen die (door de leerkracht) gebruikt kan worden om iets te zoeken via een zoekmachine.

 

Digi-doener! | Droomvoertuigen

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren dat je door te dromen mooie en interessante voertuigen kunt maken. Ook leren ze gericht vragen te stellen aan een zoekmachine op het internet. De leerlingen tekenen of bouwen een eigen voertuig.

 


Computational thinking

1. Ik begrijp dat een computer gebruik maakt van een serie geordende intructies of regels om te weten wat hij moet doen.

1.1 Ik weet dat een computer (zoals bijvoorbeeld een robot) alleen iets doet wanneer ik het een instructie geef.

1.2 Ik weet dat zo’n instructie volgens een bepaald patroon gaat.

1.3 Ik begrijp dat een patroon een herhaling is van bijvoorbeeld instructies, regels, cijfers, vormen of tekens.

2. Ik kan patronen herkennen in vorm, kleur en model.

2.1 Ik kan verschillen en overeenkomsten in patronen herkennen en benoemen.

2.2 Ik kan voorwerpen sorteren op vorm, kleur en model.

2.3 Ik kan de (basis)vormen uit een voorwerp herkennen en benoemen. Bijvoorbeeld: een bloem bestaat uit één grote ronde cirkel en zes kleinere ronde cirkels.

3. Ik kan de overeenkomsten benoemen tussen taken.

3.1 Ik begrijp dat een taak opgeknipt kan worden in meerdere stappen en dat hier een logische volgorde in zit.

3.2 Ik begrijp dat de ene taak leidt tot een volgende taak. (oorzaak en gevolg).

3.3 Ik begrijp dat onderdelen van een systeem goed moeten samenwerken om een proces soepel te laten verlopen.

4. Ik kan een reeks instructies aan een klasgenoot geven voor het uitvoeren van een bepaalde taak.

4.1 Ik weet dat een instructie een stappenplan is waarin beschreven staat hoe je iets moet uitvoeren.

4.2 Ik begrijp dat er verschillende manieren zijn waarop je een instructie kunt overbrengen (mondeling, schriftelijk, getekend, via een video).

4.3 Ik kan verschillende opdrachten achter elkaar geven.

4.4 Ik kan zelf meerdere opdrachten achter elkaar uitvoeren zodat er een patroon ontstaat.

5. Ik kan een taak opdelen in stappen en begrijp dat bepaalde stappen tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden

5.1 Ik begrijp dat ik tegelijk met een klasgenoot aan eenzelfde taak kan werken.

5.2 Ik begrijp dat verschillende stappen soms tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden (of juist niet).

5.3 Ik begrijp dat de opdracht sneller uitgevoerd kan worden als we deze eerst verdelen over meerdere personen.

1. Ik begrijp dat een computer gebruik maakt van een serie geordende intructies of regels om te weten wat hij moet doen.

1.1 Ik weet dat een computer (zoals bijvoorbeeld een robot) alleen iets doet wanneer ik het een instructie geef.

 

Digi-doener! | Robotles

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie, Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Programmeren

Leerlingen leren lopen als een robot in de robotfabriek. Ze leren duidelijke algoritmes maken en elkaar hiermee opeenvolgende instructies te geven.

 


1.2 Ik weet dat zo’n instructie volgens een bepaald patroon gaat.

 

Digi-doener! | Levend programmeren

Aansluiting op vak(ken): Rekenen

Conceptkerndoel SLO: Programmeren

De brief van de postbode (leerling 1) is door de harde wind uit zijn tas gewaaid. Leerling 2 weet waar de brief ligt en vertelt de postbode door mondelinge instructies of instructies op kaarten hoe de postbode bij de brief kan komen.

 


1.3 Ik begrijp dat een patroon een herhaling is van bijvoorbeeld instructies, regels, cijfers, vormen of tekens.

 

Digi-doener! | Nootjes zoeken in de winter

Aansluiting op vak(ken): Rekenen

Conceptkerndoel SLO: Programmeren

In deze les ontdekken leerlingen hoe eekhoorns hun nootjes verstoppen voor de winter en leren ze over patronen. De les begint met een introductie over hoe eekhoorns nootjes verstoppen en waarom, gevolgd door een uitleg over patronen en hun belang, zowel in de natuur als in de computertechnologie. De leerlingen gaan actief aan de slag door patronen te maken en fouten in bestaande patronen te corrigeren. Ze oefenen met het aanvullen en verbeteren van patronen door een interactieve oefening waarbij ze spoorpatronen van eekhoorns afmaken en fouten vinden. Tot slot reflecteren ze op de rol van patronen in hun eigen leven en in de technologie, en hoe het herkennen van patronen nuttig kan zijn voor zowel mensen als computers.

 


2. Ik kan patronen herkennen in vorm, kleur en model.

2.1 Ik kan verschillen en overeenkomsten in patronen herkennen en benoemen.
2.3 Ik kan de (basis)vormen uit een voorwerp herkennen en benoemen. Bijvoorbeeld: een bloem bestaat uit één grote ronde cirkel en zes kleinere ronde cirkels.

 

Digi-doener! | Zet de bloemetjes buiten

Aansluiting op vak(ken): Rekenen

Conceptkerndoel SLO: Creëren met digitale technologie, Programmeren

Een eerste kennismaking met programmeren. Ook leren ze meteen vormen en kleuren benoemen. De les kun je bijvoorbeeld inzetten tijdens de herfst, als je werkt over vormen, als losse rekenopdracht, of als motorische opdracht.

 


2.2 Ik kan voorwerpen sorteren op vorm, kleur en model.

 

Digi-doener! | Teken een voertuig

Aansluiting op vak(ken): Rekenen, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Creëren met digitale technologie

Tijdens deze les kijken de leerlingen naar verschillende voertuigen en verdelen ze de voertuigen in groepen. Ze gaan ook kijken naar de vormen en functies van de voertuigen. Met deze informatie gaan de leerlingen een eigen ontwerp maken en leggen ze zelf uit waarom ze voor een bepaalde vorm hebben gekozen.

 


3. Ik kan de overeenkomsten benoemen tussen taken.

3.1 Ik begrijp dat een taak opgeknipt kan worden in meerdere stappen en dat hier een logische volgorde in zit.

 

Digi-doener! | Met de trein naar de dierentuin!

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie, Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Programmeren

Hoe wordt een trein in beweging gezet? Als één wiel gaat draaien gaan de andere wielen ook, en gaat de trein steeds sneller! Maar hoe moet de trein een bocht maken? En hoe rem je weer af?

 


3.2 Ik begrijp dat de ene taak leidt tot een volgende taak. (oorzaak en gevolg).

 

Digi-doener! | Kleurdansen

Aansluiting op vak(ken): Bewegingsonderwijs

Conceptkerndoel SLO: Programmeren

In deze les leren je leerlingen bij elke kleur een beweging te maken. Door verschillende kleuren achter elkaar te plakken ontstaat een dansje. De leerlingen verzinnen samen een mooie dans door te spelen met de kleurkaarten. Tijdens deze les gaan ze ervaren dat je een kleur kan koppelen aan een opdracht. Ook leren ze dat je door meer kleuren achter elkaar te plakken je een heel ingewikkelde opdracht kan maken en dat een computer eigenlijk ook zo werkt.

 


3.3 Ik begrijp dat onderdelen van een systeem goed moeten samenwerken om een proces soepel te laten verlopen.

 

Digi-doener! | Het computerrecept

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Bewegingsonderwijs

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen, Programmeren

De allerlekkerste koekjes ter wereld bak je door de instructies uit het recept stap voor stap te volgen. Computers werken niet anders. We kunnen steeds meer automatiseren, doordat computers ijzersterk zijn in het opvolgen van instructies. Tijdens deze les ervaren de leerlingen hoe je instructies krijgt en geeft. Ook leren ze dat apparaten werken doordat ze zichtbare en onzichtbare instructies krijgen.

 


4. Ik kan een reeks instructies aan een klasgenoot geven voor het uitvoeren van een bepaalde taak.

4.1 Ik weet dat een instructie een stappenplan is waarin beschreven staat hoe je iets moet uitvoeren.
4.3 Ik kan verschillende opdrachten achter elkaar geven.
4.4 Ik kan zelf meerdere opdrachten achter elkaar uitvoeren zodat er een patroon ontstaat.

 

Digi-doener! | Robotles

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie, Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Programmeren

Leerlingen leren lopen als een robot in de robotfabriek. Ze leren duidelijke algoritmes maken en elkaar hiermee opeenvolgende instructies te geven.

 


4.2 Ik begrijp dat er verschillende manieren zijn waarop je een instructie kunt overbrengen (mondeling, schriftelijk, getekend, via een video).

 

Digi-doener! | Computerles voor opa's en oma's

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen, Programmeren

Toen opa en oma jong waren bestonden er nog geen computers waarop je filmpjes kon kijken. Kun je je dat voorstellen? Niet zo gek dus dat zij misschien niet weten hoe je een filmpje start op YouTube. In deze les leren de leerlingen wat een instructie is en gaan ze opa en oma stapvoor-stap helpen om YouTube op te starten.

 


5. Ik kan een taak opdelen in stappen en begrijp dat bepaalde stappen tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden.

5.1 Ik begrijp dat ik tegelijk met een klasgenoot aan eenzelfde taak kan werken.

 

Digi-doener! | Boevenles (groep 3)

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Programmeren

Tijdens deze les gaan de leerlingen als echte speurneuzen aan het werk. Aan de hand van een misdaad worden zij om hulp gevraagd door een politieagent. Er zijn verschillende opdrachten in de vorm van puzzels waardoor er steeds meer verdachten afvallen. Gezamenlijk vinden de leerlingen de dader.

 


5.2 Ik begrijp dat verschillende stappen soms tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden (of juist niet).
5.3 Ik begrijp dat de opdracht sneller uitgevoerd kan worden als we deze eerst verdelen over meerdere personen.

 

Digi-doener! | Naar de garage

Aansluiting op vak(ken): Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen

Leren dat auto’s regelmatig gecontroleerd moeten worden om te bekijken of alles het nog doet. Ook leren ze codes om te zetten in werkopdrachten.

 


Mediawijsheid

1. Ik weet dat het verspreiden van nieuws en informatie, media heet.

1.1 Ik heb kennis gemaakt met het begrip media.

2. Ik kan benoemen dat er verschillende soorten media zijn.

2.1 Ik kan twee voorbeelden noemen van eigen mediagebruik, zoals een krant, tijdschrift, radio, tv, en internet.

3. Ik herken verschillende vormen van media.

3.1 Ik begrijp dat er verhalen worden verteld via de media die waar of niet waar kunnen zijn.

3.2 Ik weet dat digitale media een manier zijn om snel veel mensen te bereiken.

4. Ik ken het begrip 'reclame'.

4.1 Ik heb kennis gemaakt met verschillende vormen van reclame (tv-spotjes, op straat, op spullen).

4.2 Ik weet waarom mensen of bedrijven reclame maken.

4.3 Ik weet dat reclame invloed kan hebben op wat ik ergens van vind.

4.4 Ik kan zelf een reclame maken. Bijvoorbeeld in de vorm van een tekening, of mondeling.

5. Ik weet dat er via media gecommuniceerd kan worden.

5.1 Ik kan twee voorbeelden noemen van manieren waarop ik een boodschap kan overbrengen met behulp van media. Bijvoorbeeld: telefoon, berichtjes, brief, kaart, e-mail.

5.2 Ik heb kennis gemaakt met de begrippen boodschap, media, zender en ontvanger.

1. Ik weet dat het verspreiden van nieuws en informatie, media heet.

1.1 Ik heb kennis gemaakt met het begrip media.

 

Digi-doener! | Prentenboekenparade

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale technologie, jezelf en de ander, Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan kinderen ervaren wat het is om je mening te geven over een prentenboek. De kinderen leren wat media zijn en dat media invloed hebben op wat je ergens van vindt. De les sluit aan bij de nationale voorleesdagen en jullie houden samen een prentenboekenparade. Een feestje om mee aan de slag te gaan.

 


Digi-doener! | Koningsspelen

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

De koning wil met de koningsspelen een boodschap uitzenden. De kinderen zijn de ontvanger van deze boodschap. Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren welke verschillende media er zijn en op welke apparaten dit voorbij komt. Ook leren ze de verschillende pictogrammen voor sporten herkennen.

 


2. Ik kan benoemen dat er verschillende soorten media zijn.

2.1 Ik kan twee voorbeelden noemen van eigen mediagebruik, zoals een krant, tijdschrift, radio, tv, en internet.

 

Digi-doener! | Mijn cadeau

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren dat je via verschillende media ideeën kunt krijgen om iets te kopen. Ook leren ze wat deze verschillende media inhouden.

 


Digi-doener! | Sprookjes

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren wat media zijn en welke invloed media hebben. Ook leren ze om zelf media te creëren over een sprookje. Deze ‘mediamuur’ komt in de klas te hangen.

 


Digi-doener! | Wat voor weer is het vandaag?

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen het bestaan van diverse media ervaren aan de hand van het weerbericht. Ook leren ze overeenkomsten en verschillen ontdekken. Tot slot gaan ze zelf aan de slag met het weer.

 


3. Ik herken verschillende vormen van media.

3.1 Ik begrijp dat er verhalen worden verteld via de media die waar of niet waar kunnen zijn.

 

Digi-doener! | Verhaaltjes vertellen

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie, Creëren met digitale technologie

In deze les leren leerlingen hoe je een verhaal vertelt en welke vormen van media er zijn om een echt en verzonnen verhaal te vertellen en herkennen. Iedereen kan een verhaal op het internet zetten en verhalen van anderen zien, lezen of horen.

 


3.2 Ik weet dat digitale media een manier zijn om snel veel mensen te bereiken.

 

Digi-doener! | Komt dat zien!

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Ben jij weleens naar een voorstelling geweest of heb je misschien al eens een voorstelling gegeven? Hoe voller de zaal, hoe meer applaus er klinkt! Maar hoe zorg je dat er mensen naar jouw voorstelling komen? In deze les gaan de leerlingen een poster ontwerpen voor hun eigen show en gaan ze op zoek naar manieren om zoveel mogelijk om bezoekers hiervoor te trekken.

 


4. Ik ken het begrip 'reclame'.

4.1 Ik heb kennis gemaakt met verschillende vormen van reclame (tv-spotjes, op straat, op spullen).
4.2 Ik weet waarom mensen of bedrijven reclame maken.

 

Digi-doener! | Reclame

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Wereldoriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

In deze les leren de leerlingen wat reclame is. Ze maken kennis met verschillende vormen van reclame: folders, televisiereclame, reclame op straat, reclame op spullen... Ze leren wie reclame maakt en met welk doel. De les bevat verschillende doe-opdrachten. De leerlingen maken een reclamecollage. Tijdens de reclamewandeling op straat leren de leerlingen gericht te kijken naar reclame.

 


4.3 Ik weet dat reclame invloed kan hebben op wat ik ergens van vind.

 

Digi-doener! | Mijn school is de leukste!

Aansluiting op vak(ken): Rekenen, Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren hoe je promotie maakt voor je school. Ook denken ze na over of je overal reclame voor mag maken.

 


4.4 Ik kan zelf een reclame maken. Bijvoorbeeld in de vorm van een tekening, of mondeling.

 

Digi-doener! | De dierenambulance

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Creëren met digitale technologie, Digitale media en informatie

Ook voor dieren bestaat er een ambulance, de dierenambulance, die draait op vrijwilligers en beperkte middelen. De leerlingen bedenken een reclameboodschap en maken een poster om meer aandacht en steun voor de dierenambulance te vragen.

 


5. Ik weet dat er via media gecommuniceerd kan worden.

5.1 Ik kan twee voorbeelden noemen van manieren waarop ik een boodschap kan overbrengen met behulp van media. Bijvoorbeeld: telefoon, berichtjes, brief, kaart, e-mail.

 

Digi-doener! | Even bellen

Aansluiting op vak(ken): Nederlands

Conceptkerndoel SLO: Digitale systemen, Digitale media en informatie

Tijdens deze les gaan de leerlingen ervaren welke digitale manieren van communiceren er zijn. Ook leren ze op welke wijze zo’n digitale manier van communicatie ingezet wordt.

 


Digi-doener! | Sinterklaasvlog

Aansluiting op vak(ken): Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Creëren met digitale technologie

In deze les gaan leerlingen (op papier) een vlog maken voor Sinterklaas. In het vlog komen verschillende dingen aan de orde: zoals de favoriete cadeaus op de verlanglijstjes, de leukste Sinterklaasliedjes, lievelings-Pietjes en spannende Sint-verhalen.

 


5.2 Ik heb kennis gemaakt met de begrippen boodschap, media, zender en ontvanger.

 

Digi-doener! | Kijk, een kaart!

Aansluiting op vak(ken): Nederlands, Kunstzinnige oriëntatie

Conceptkerndoel SLO: Digitale media en informatie

Deze Digi-doener gaat over het versturen van wenskaarten. Leerlingen leren antwoorden op vragen als: Wanneer stuur je iemand een kaart? Papier of digitaal? Welke soorten wenskaarten zijn er? Welke informatie staat op de envelop?

 


  • Het arrangement Leerlijn Digitale Geletterdheid | Groep 1, 2 en 3 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    FutureNL
    Laatst gewijzigd
    24-10-2025 17:27:03
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit is een test omgeving
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.