De Opdracht
In deze opdracht verdiep je je in belangrijke onderwerpen van je stage die te maken hebben met de (emotionele en fysieke) veiligheid en welzijn van jouw doelgroep. Je doet dit door
- je te verdiepen in het pedagogisch beleidsplan van je stage
- je maakt uiteindelijk een keuze om met een bepaald onderwerp verder aan de slag te aan:
- voor zowel ouders (voorlichting)
- als de doelgroep van je stage (activiteit).
Van een gespecialiseerd pedagogisch medewerker wordt verwacht dat hij/zij fysieke en emotionele veiligheid kan bieden, zowel binnen de groep als bij het individuele kind/jongere. Dit bevordert het welzijn van de doelgroep.
De gespecialiseerd pedagogisch medewerker moet een veilige, vertrouwde omgeving kunnen creëren. Daarnaast heeft de gespecialiseerd pedagogisch medewerker een signalerende functie. Het is je verantwoordelijkheid om tijdig doeltreffende actie op vermoedens en signalen van pesten, kindermishandeling/huiselijk geweld en seksueel misbruik te nemen. Hiervoor duik je het beleid van je BPV-organisatie in. Wanneer er geen beleidsplan is gebruik je het beleidsplan van Partou Caroussel.
Tevens kun je te maken krijgen met pedagogische visies vraagstukken vanuit ouders en verzorgers, maar ook collega’s en andere professionals. Tijdens deze IBO leer je om een goed onderbouwd antwoord te geven op pedagogische vraagstukken met behulp van diverse bronnen.
Kerntaken Werkprocessen
Kerntaak
|
B1-K1 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat
B1-K2 Werken aan kwaliteit en deskundigheid
P2-K1 Opvoeden en ontwikkelen van het kind/de kinderen
P2-K2 Organiseren van de werkzaamheden
|
Werkproces
|
B1-K1-W7 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat
B1-K2-W1 Werkt aan de eigen deskundigheid
P2-K1-W2 Stelt een (gespecialiseerd) activiteitenprogramma op
P2-K2-W1 Voert coördinerende taken uit
|
Aanpak
De aanpak voor het maken van de IBO bestaat uit drie stappen die passen bij een leercyclus. De drie stappen:
1. Voorbereiden: oriënteren & plannen
2. Uitvoeren: uitvoeren & monitoren
3. Evalueren: evalueren & reflectie
Voorbereiden
In deze opdracht verdiep je je in belangrijke onderwerpen van je stage die te maken hebben met de (emotionele en fysieke) veiligheid en welzijn van jouw doelgroep. Je doet dit door je te verdiepen in het pedagogisch beleidsplan van je stage en je maakt uiteindelijk een keuze om met een bepaald onderwerp verder aan de slag te aan: voor zowel ouders (voorlichting) als de doelgroep van je stage (activiteit).
Voorbereiding
-
Tijdens de eerste les van werkplaats neem je de rubrics door van de werkprocessen waar je aan werkt tijdens deze IBO. Je markeert waar je vindt dat je op dit moment staat in je ontwikkeling.
-
Beschrijf per werkproces een leerdoel/aandachtspunt voor jezelf waar je op wilt gaan letten bij het vormgeven van deze IBO. Aan het einde van deze periode kijk je terug hoe je hebt gewerkt aan deze doelen.
Tip: Zet deze leerdoelen ook in je POP van periode 6, dit wordt nog in de stamgroep besproken!
-
Maak een groepje van 3 personen met een vergelijkbare BPV-plek, dit doe je in overleg met je werkplaatsdocent. Binnen deze IBO werk je zowel individueel als samen met je groepje van deze IBO. Zorg dat je met elkaar afspreekt op welke data je de gevonden informatie met elkaar gaat bespreken.
-
Er zijn 3 hoofdthema’s binnen deze IBO:
A. Zorgen voor
B. Veilig en wel
C. Pedagogische situaties
Binnen deze 3 hoofdthema’s zijn er 7 belangrijke onderwerpen waar jij je in gaat verdiepen. Zie het schema hieronder:
Hoofdthema
|
Onderwerpen
|
-
Zorgen voor
|
-
Eten & drinken
-
Persoonlijke verzorging
-
Seksuele ontwikkeling
|
-
Veilig en wel
|
-
Huiselijk geweld
-
Kindermishandeling
|
-
Kritische pedagogische situaties
|
-
Pedagogische visies
-
Pesten (komt ook terug bij Veilig en wel)
|
Vraag binnen je BPV-plek naar het beleid over bovengenoemde 7 onderwerpen. Raadpleeg hierover het pedagogisch beleidsplan van de instelling.
Is er geen beleid over een bepaald onderwerp, ga dan met je BPV-begeleider erover in gesprek.
Vat de belangrijkste punten uit elk onderwerp samen (Richtlijn half A4 per onderwerp).
Uitvoeren
5. Vergelijk het beleid over de verschillende onderwerpen (1 tot en met 7). Wat zijn de verschillen en de overeenkomsten? Bespreek met je werkplaatsgroepje van deze IBO wat jullie van deze overeenkomsten en verschillen vinden. Onderbouw je mening met argumenten. Beschrijf de uitkomsten van jullie gesprek (richtlijn een half A4 per punt).
6. Kies per hoofdthema (A. Zorgen voor, B. Veilig en wel & C. Kritische pedagogische situaties) één onderwerp dat jou het meest aanspreekt en waar jij je verder in zou willen verdiepen. In totaal kies je dan dus 3 onderwerpen uit. Onderbouw de keuze voor jouw 3 onderwerpen.
7. Je gaat je verder verdiepen in de 3 onderwerpen die je hebt gekozen door:
-
(Betrouwbare) bronnen te verzamelen via internet en/of literatuur
-
Documentaires te bekijken
-
Gesprekken met collega’s te voeren over het onderwerp
Om hier doelgericht te werken kun je gebruik maken van een plan van aanpak.
8. De gevonden informatie ga je verwerken in de vorm van een flyer, videoboodschap of
poster om ouders over deze 3 onderwerpen te informeren. Je bent vrij in je keuze wat
betreft uitvoering. Je mag ook iets anders bedenken in overleg met je docent.
9. Je kiest één van de 3 onderwerpen die jij hebt uitgewerkt bij punt 7 en ontwerpt hiervoor een activiteit voor de doelgroep op jouw BPV-plek om hen bewust te maken van het belang van het door jou gekozen onderwerp. Schrijf hiervoor een methodisch werkplan en voer het uit. Vraag feedback aan je BPV-begeleider over de uitvoering van de activiteit en verwerk dit in de reflectie (zie punt 10 hieronder).
10. Je evalueert je uitgevoerde activiteit (dus niet bij dit punt je gehele ibo evalueren) door een reflectie te schrijven op basis van STARRT, Korthagen of Mittendorff. Je kiest een van deze reflectiemodellen uit en licht toe waarom je voor dat model hebt gekozen.
11. Je hebt je bij punt 7 verdiept in 3 onderwerpen naar keuze. Kies hiervan 1 onderwerp en ga op zoek naar één vraagstuk over jouw gekozen onderwerp.
Voorbeeld onderwerp Pesten: een moeder geeft bij jou aan dat haar zoon van 6 wordt gepest door drie klasgenoten. Moeder wil de drie klasgenoten aanspreken op school.
12. Wanneer je een vraagstuk hebt gevonden schrijf je het vraagstuk op en ga je deze
verder uitwerken aan de hand van de volgende vragen:
a. Waarom is het een vraagstuk?
b. Wie zijn erbij betrokken?
c. Waar speelt het zich af?
d. Welk antwoord zou je in eerste instantie op het vraagstuk geven?
13. Bespreek tijdens lesweek 8 van Werkplaats met je groepje van deze IBO jullie antwoorden op de individuele vraagstukken. Een iemand uit je groepje notuleert.
Stel hierbij de volgende vragen:
a. Vanuit welke pedagogische invalshoeken kan je hiernaar kijken?
b. Wat vinden jullie van het antwoord dat wordt gegeven?
c. Zou jij dit antwoord ook hebben gegeven?
d. Wat is jouw mening?
e. Wat is er bekend over dit onderwerp? Denk hierbij aan: Wet- en regelgeving, beroepscode, visies van pedagogen en/ of deskundigen.
Let op; Te gebruiken informatiebronnen: betrouwbare sites, vakliteratuur, vaktijdschriften en –literatuur. Vermeld de bronnen volgens de APA-methode (komt aan bod bij vak Kritische pedagogische situaties).
Evalueren
14. Vul in lesweek 9 van de periode opnieuw de rubrics in op het formulier waar je jezelf al eerder op hebt gescoord. Gebruik bijvoorbeeld een andere kleur pen zodat duidelijk wordt wat je vooraf hebt ingevuld en wat je nu hebt ingevuld.
15. Reflecteer specifiek op de leerdoelen die je op hebt gesteld bij punt 2 van deze IBO en in hoeverre je vooruit bent gegaan op basis van hoe je jezelf hebt gescoord in de rubrics.
Rubrics
Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat
Voert beleidsondersteunende taken uit
Stelt een (gespecialiseerd) activiteitenprogramma op
Bronnen
-
Profielboek Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker – Profielboek Pedagogiek - Hoofdstuk 3: Persoonlijke aandacht bij de verzorging (hoort bij vak Zorgen voor)
-
Profielboek Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker – Profielboek Pedagogiek – Hoofdstuk 2: Opvoeden en begeleiden (hoort bij vak Kritische pedagogische situaties)
-
Profielboek Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker – Profielboek Pedagogiek – Hoofdstuk 4: Groepen begeleiden (alleen paragraaf 4.3 en 4.4) (hoort bij vak Kritische pedagogische situaties)
-
Basisboek Pedagogisch Medewerker – Basisboek Opvoeding en ontwikkeling – Hoofdstuk 9: Een veilig klimaat (hoort bij vak Veilig en wel)
-
Meldcode kindermishandeling https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode
Waarderingsformulier
Methodisch werkplan
Reflectiemodellen
Plan van Aanpak
Checklist voor inleveren
Je levert jouw verslag in (inclusief voorkant, inhoudsopgave met paginanummers en inleiding). In het verslag staat het volgende:
-
Punt 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 van deze IBO:
1. De rubrics ingevuld in lesweek 1.
2. Leerdoelen per werkproces n.a.v. de ingevulde rubrics.
4. De belangrijkste punten uit het pedagogisch beleidsplan m.b.t. de 7 onderwerpen.
5. Uitkomsten gesprek met de vergelijken beleid in je groepje.
6. Keuze van 3 onderwerpen en onderbouwing.
7. Plan van aanpak voor verdieping in de 3 onderwerpen.
8. Informeren/voorlichten van ouders/verzorgers.
9. Methodisch werkplan voor het uitvoeren van een activiteit (in verhaalvorm!).
10. Evaluatie en reflectie m.b.t. de uitgevoerde activiteit (in verhaalvorm!). Je licht daarbij de keuze voor het reflectiemodel toe.
11. Een vraagstuk m.b.t. het gekozen onderwerp.
12. Uitwerking van het vraagstuk.
13. Notulen van het gesprek m.b.t. de verschillende vraagstukken.
14. De rubrics ingevuld in lesweek 9.
15. Reflectie op de leerdoelen op basis van de rubrics.
-
Het ingevulde beoordelingsformulier door je BPV begeleider in samenspraak met jouzelf inclusief handtekening.
Q&A
Zorgen voor
Veilig en wel
Kritische pedagogische situaties