Blok 1

Blok 1

Fictie

Weet je het nog?

Afgelopen jaar hebben we verschillende aspecten van fictie besproken. Deze aspecten komen terug in je boekverslag. Hier nog een korte samenvatting van afgelopen jaar:

Personages

In klas 1 hebben we geleerd wat hoofd- en bijfiguren zijn. Daarnaast komen er allerlei achtergrondfiguren in een verhaal voor.

Een personage in een verhaal omschrijf je door de belangrijkste eigenschappen te noemen. Als we de karakters van de personen in het boek willen beschrijven, dan zijn er drie mogelijkheden:

  • rond karakter (round character)
  • vlak karakter (flat character)
  • type

Sfeer

De plaats, het weer en het tijdstip bepalen het gevoel dat je krijgt bij een verhaal. De schrijver kiest zorgvuldig de plaats uit waar een verhaal zich afspeelt, hij bedenkt welke weersomstandigheden het beste passen en wanneer het verhaal zich moet afspelen. Zo kan hij voor een romantische, enge, magische of vrolijke sfeer zorgen.

Zo herken je sfeer:

Handig is te denken aan drie woorden die beginnen met een ‘w’:

  • Waar speelt het verhaal zich af?
  • Wanneer speelt het verhaal zich af?
  • Wat voor weer is het?

Vraag dan:

  • Wat gebeurt er?
  • Passen de gebeurtenissen bij deze sfeer of gebeurt er juist iets heel onverwachts?

Tijd

De tijd speelt een belangrijke rol in een verhaal. Zo zijn er drie elementen van tijd waar de schrijver mee 'speelt' om jou met zijn verhaal te boeien.

1 De tijd waarin het verhaal zich afspeelt.
Elk verhaal speelt zich af in een bepaalde periode. De periode waarin het verhaal zich afspeelt wordt soms heel duidelijk gezegd en soms moet de lezer moeite doen om te achterhalen wanneer het verhaal zich afspeelt.
Je kunt drie soorten verhalen onderscheiden naar gelang van de periode waarin het verhaal zich afspeelt.
- Speelt het verhaal zich af in het verleden, dan spreken we over historische verhalen.
- Speelt het verhaal zich af in de toekomst, dan spreken we over sciencefictionverhalen of toekomstverhalen.
- Speelt het verhaal zich nu af, of kan het zich nu afspelen, dan spreken we over actuele verhalen.


2 Chronologisch of niet-chronologisch
Je zou denken dat je een verhaal vertelt van voor naar achter. Je vertelt eerst wat er eerst gebeurt, en dan wat er daarna gebeurt en je gaat zo verder tot je aan het einde van je verhaal bent. Zo volgt je verhaal de chronologie (chronos is Grieks en betekent tijd en logisch dat ken je al). Chronologie betekent het volgen van de logica van de tijd. Vaak vertellen schrijvers zo. We spreken dan van een chronologisch verhaal of we zeggen dat de schrijver de chronologie volgt.

Maar soms speelt de schrijver met de chronologie en vertelt hij dingen die nog moeten gebeuren, midden in zijn verhaal. Dit noemen we een flashforward. Als hij, zo langs de neus weg, iets verklapt wat nog moet gebeuren, dan spreken we over een vooruitwijzing. De schrijver doet dit soms en dat kan verschillende redenen hebben. Hij schrikt de lezer even op en verwijst naar wat er nog zal komen. Zo zal de lezer snel willen verder lezen om te zien hoe het personage ertoe komt.

Het kan ook zijn dat de schrijver een sprong terug in de tijd maakt en plots iets vertelt wat in het verleden is gebeurd. Dit noemen we dan een flashback. Als hij kort even terugblikt noemen we dit een terugwijzing.

3 Tijdsduur
De tijd die je nodig hebt om een (deel van een) verhaal te lezen, noemen we de verteltijd. Dat is de tijd die de verteller nodig heeft om iets te vertellen en jij dus om het verhaal te lezen. Als je een kwartier de tijd nodig hebt om een hoofdstuk uit te lezen, dan is de verteltijd een kwartier.
De tijd die verloopt terwijl de verteller het verhaal vertelt, noemen we de vertelde tijd.
Zo kan de verteller in een hoofdstuk de gehele jeugd vertellen van het hoofdpersonage. Zo heeft hij op enkele bladzijden een periode van 20 jaar verteld. De vertelde tijd is dus 20 jaar, maar de verteltijd is maar een kwartiertje. De vertelde tijd is dus groter dan de verteltijd. Deze manier van vertellen noemen we versnelling. Omdat het lezen sneller gaat dan wat er in werkelijkheid gebeurt.

  • vertelde tijd > verteltijd = versnelling


De verteller kan echter ook een volle bladzijde vertellen wat het personage in een oogopslag heeft gezien: een mooi landschap, een schilderachtig dorp waar veel verschillende mensen in rondlopen, een vuurwerkpijl die afgaat... Het personage heeft maar een seconde gekeken en de verteller vertelt er bladzijden over (die jij allemaal geboeid leest). Hier is de vertelde tijd kleiner dan de verteltijd. Dit noemen we vertraging. De schrijver gebruikt dit om een sfeer te scheppen, maar ook soms om spanning op te wekken. 'De moordenaar deed zachtjes de deur open. Was daar iemand? Neen, hij hoorde niets. Voorzichtig zette hij zijn eerste stap in het gigantische huis...' Je merkt dat door de eerste stappen van de moordenaar heel traag te beschrijven, er een zekere spanning opduikt.

  • vertelde tijd < verteltijd = vertraging


Als de tijd die de lezer nodig heeft gelijk loopt met de tijd die de personages beleven is de verteltijd gelijk aan de vertelde tijd. Zo heb je dit bij dialogen. Dit noemen we tijddekking.

  • vertelde tijd = verteltijd = tijddekking

Verteller

De verteller is degene die het verhaal vertelt. Dat hoeft niet per se de schrijver zelf te zijn. De schrijver bedenkt de personages van een verhaal, dus ook de verteller. De verteller vertelt het verhaal vanuit een bepaald standpunt. In deze les leer je welke soorten vertellers er zijn.

Verschillende soorten vertellers

Er zijn drie soorten vertellers:

► de alwetende verteller
► de personale verteller
► de ik-verteller

De alwetende verteller

Deze verteller doet niet mee aan het verhaal, maar is iemand die het verhaal vertelt. Hij of zij weet al wat er gaat gebeuren en kan bijvoorbeeld een oordeel geven. Deze verteller weet al hoe het verhaal gaat eindigen. Het verhaal wordt in de hij- of zij-vorm geschreven.

Personale verteller

In een verhaal met een personale verteller wordt het verhaal verteld door één van de personages in de hij- of zij-vorm. Over het algemeen staat de personale verteller dichter bij de lezer dan de auctoriale verteller.

  • Enkelvoudig: het verhaal wordt vanuit één personage gepresenteerd in de hij- of zij-vorm.
  • Meervoudig: het verhaal wordt vanuit meerdere personages gepresenteerd in de hij- of zij-vorm

Ik-verteller

De verteller in een verhaal vertelt de gebeurtenissen die hij of zij meemaakt in de ik-vorm.

Colofon

Het arrangement Blok 1 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

Auteur
G Laats
Laatst gewijzigd
2019-03-08 16:43:16
Licentie

Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

  • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
  • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
  • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

Eindgebruiker
leerling/student
Moeilijkheidsgraad
gemiddeld
Studiebelasting
4 uur 0 minuten

Bronnen

Bron Type
Oefening 2: Meerkeuzevragen: letterlijk of figuurlijk?
https://leestrainer.nl/Begrijpend%20lezen/groep5%20en/letterlijk/offiguurlijk.htm
Link
Oefening 3: zijn deze zinsdelen letterlijk of figuurlijk bedoeld?
https://leestrainer.nl/Begrijpend%20lezen/groep%207%20en/Woordenschat/letterlijk.htm
Link
Uitleg bijvoeglijke bepaling
https://youtu.be/eTn4-r7miZY
Video
https://youtu.be/qRWT4D-lb54
https://youtu.be/qRWT4D-lb54
Video
https://youtu.be/SmKfJu8nnl0
https://youtu.be/SmKfJu8nnl0
Video
Kijk voor meer uitleg op CambiumNED
https://www.cambiumned.nl/theorie/spelling/werkwoordspelling
Link

Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

Laats, G. (z.d.).

Blok 1

https://maken.wikiwijs.nl/92940/Blok_1

Laats, G. (z.d.).

Blok 1

https://maken.wikiwijs.nl/121051/Blok_1

Laats, G. (2015).

Grammatica vwo

https://maken.wikiwijs.nl/66011/Grammatica_vwo

Laats, G. (z.d.).

Lezen havo

https://maken.wikiwijs.nl/121042/Lezen_havo

Laats, G. (z.d.).

Spelling

https://maken.wikiwijs.nl/121044/Spelling

Laats, G. (z.d.).

Spelling havo

https://maken.wikiwijs.nl/119411/Spelling_havo

VO-content Nederlands. (2021).

Module Schrijven - v456

https://maken.wikiwijs.nl/80983/Module_Schrijven___v456

Downloaden

Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

Metadata

LTI

Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

Arrangement

Oefeningen en toetsen

Vaste combinaties

IMSCC package

Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

QTI

Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

Versie 2.1 (NL)

Versie 3.0 bèta

Voor developers

Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.

close
gemaakt met Wikiwijs van kennisnet-logo
open