Het klimaat verandert, wereldwijd, en alles wijst op een versterkt broeikaseffect. Dat blijft niet zonder gevolgen. Deze opdracht gaat over hoe de gevolgen voor Nederland en Spanje en wat beide landen ertegen kunnen doen.
Wat kan ik straks?
Aan het eind van deze opdracht kun je:
een gevolg omschrijven van het versterkte broeikaseffect in Nederland en Spanje.
minimaal twee maatregelen noemen om de gevolgen van het versterkte broeikaseffect te beperken of tegen te gaan.
Wat ga ik doen?
Onderdeel
Activiteit
Aan de slag
Stap
Activiteit
Stap 1
Lees de informatie. Bekijk de video's. Beantwoord de vragen
Stap 2
Lees de informatie. Beantwoord de vraag.
Stap 3
Lees de informatie. Beantwoord de vragen.
Stap 4
Lees de informatie. Beantwoord de vragen.
Afronding
Onderdeel
Activiteit
Eindopdracht A
Kies je voor opdracht A: maak dan de toets 'Broeikaseffect'.
Eindopdracht B
of
Kies je voor opdracht B: maak dan een plan voor Nederland en Spanje om maatregelen tenmen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen.
Terugkijken
Terugkijken op de opdracht.
Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 lesuren nodig.
Aan de slag
Stap 1: Aanpak waterproblemen
Aanpak waterproblemen als gevolg van klimaatveranderingen
De aarde warmt op. In Nederland wordt het de komende tientallen jaren warmer en natter en in Spanje warmer en droger. De meeste klimaatdeskundigen zijn ervan overtuigd dat het versterkte broeikaseffect de opwarming van de aarde veroorzaakt.
Nederland
In Nederland veroorzaakt de klimaatverandering drie waterproblemen die moeten worden aangepakt. Wateroverlast door zware plensbuien. Vooral in steden lopen tijdens zware regenbuien straten, kelders en woningen onder water. Deze wateroverlast ontstaat omdat regenwater op de meeste plaatsen niet in de grond kan zakken. De bodem is voor het overgrote deel bedekt met plaveisel, gebouwen en andere harde oppervlakken. Het water kan wel weg via de riolering, maar als het hard regent, krijgt de riolering meer water aangevoerd dan het kan verwerken. Wateroverlast is het gevolg. Daarom nemen steeds meer gemeenten maatregelen om een deel van het regenwater bij zware buien tijdelijk vast te houden in wadi’s (Water Afvoer Door Infiltratie), zodat de riolering niet overbelast raakt. Denk daarbij aan het aanleggen van bassins (zoals vijvers), waar regenwater tijdelijk kan worden opgeslagen en later kan worden afgevoerd. Denk ook aan andere plekken waar regenwater wordt vastgehouden, zoals tuinen op daken.
Toenemend gevaar van rivieroverstromingen. Ook rivieren kunnen door zware regenval meer water aangevoerd krijgen dan ze kunnen afvoeren. Als dat gebeurt, stijgt het waterpeil in rivieren zo sterk dat uiterwaarden onderlopen en het water tegen de dijken staat. De kans daarop wordt groter omdat er gemiddeld meer neerslag gaat vallen in Nederland en de rest van de stroomgebieden van de Nederlandse rivieren. Om de verwachte hogere waterstanden in de rivieren op te vangen en overstromingen te voorkomen, zijn rivierdijken verhoogd en verstevigd. Daarnaast is een hele reeks maatregelen genomen om het waterbergend vermogen van de uiterwaarden te vergroten. De video “Uiterwaardvergraving” laat voorbeelden zien.
Video - Millingerwaard uiterwaardvergraving
Toenemend gevaar van overstromingen vanuit zee. Als gevolg van de opwarming van de aarde stijgt wereldwijd de zeespiegel en dat zal ook de komende tientallen jaren doorgaan. Tegelijkertijd zakt de bodem in Nederland. Daardoor neemt de kans toe dat tijdens een zware storm die gepaard gaat met hoge waterstanden langs de kust, zeedijken breken en duinen worden weggespoeld, waardoor zeewater het land instroomt. Wat er gedaan wordt om dit in de toekomst te voorkomen, zie je in de film “Kustverdediging, Nederland”.
Video - Kustverdediging, Nederland
Kustversterking kan voor de natuur ongunstig uitpakken. Lees de tekst:
Kustversterking Petten mag door
PETTEN – De Raad van State heeft besloten dat de werkzaamheden aan de kustversterking bij Petten verder mogen gaan. Faunabescherming had om het stilleggen van de werkzaamheden gevraagd omdat door de kustversterking de strekdammen door zand bedekt zouden raken. Die strekdammen zijn plekken waar veel vogels hun voedsel halen. Volgens de Raad van State maken de strekdammen geen deel uit van het Natura 2000 gebied. Daarom hoeven geen maatregelen te worden getroffen om het verlies van de voedselplaatsen voor de vogels goed te maken. Bron: Schagen FM, 8 augustus 2014
Spanje
Overstromingen
Ook in Spanje zullen stranden en andere laaggelegen kustgebieden steeds meer kans lopen op overstroming. Als de kust niet wordt versterkt, lopen veel toeristenstranden het risico definitief onder water te verdwijnen.
Watertekorten
Spanje krijgt steeds meer te maken met watertekorten. Er valt jaarlijks minder regen en de temperatuur stijgt. Vooral ’s zomers wordt het warmer; de verdamping van water neemt toe. De inwoners van Spanje zullen in de toekomst zuiniger met water moeten omspringen, zowel in de stad als op het platteland.
De noordelijke Spaanse deelstaat Catalonië kreeg in de eerste drie maanden van 2008 een voorproefje van het toenemende watertekort. In die periode daarvoor viel er ongewoon weinig regen. In Barcelona, de hoofdstad van Catalonië, ontstond een nijpende waterschaarste. Fonteinen in de stad werkten niet meer; openbare douches bij het strand waren buiten gebruik en werklieden waren bezig om naar lekken in gemeentelijke waterleidingen te zoeken en elk lek te dichten dat ze maar konden vinden. Ook moesten bedrijven en particulieren 3.000 euro boete betalen in het geval ze water verspilden. Daarom werden auto’s niet gewassen, tuinen niet besproeid en bleven privézwembaden leeg. Toch zat er in april 2008 nog maar weinig water in de stedelijke reservoirs. Om rantsoenering te voorkomen heeft het gemeentebestuur met tankers en treinen 35.000 m3 water aan laten voeren uit Frankrijk.
Aquifers
Spanje kan wel aan water voor landbouw en drinkwatervoorziening komen door meer water op te pompen uit aquifers. Dat zijn ondergrondse voorraden water in poreuze steenlagen. Deze aquifers beslaan bij elkaar ongeveer 1/3 van het landoppervlak van Spanje. Ook onder Barcelona is veel grondwater te vinden, maar het is door de bodemverontreiniging ter plaatse te vuil om te gebruiken.
Energietekorten
Watertekort kan ook leiden tot energietekorten. In Spanje wordt veel stroom opgewekt met waterkrachtcentrales in rivieren. Als die rivieren door langdurige droogte weinig water aanvoeren, kunnen die centrales weinig stroom leveren.
Stap 2: Aanpak landbouwproblemen
Aanpak problemen in de landbouw als gevolg van klimaatveranderingen
De klimaatveranderingen hebben ook gevolgen voor de landbouw, al lijkt dat in Nederland nog enigszins mee te vallen. Hier zal het warmere en nattere klimaat ervoor zorgen dat vee en gewassen meer te maken krijgen met ziekten en plagen die oorspronkelijk uit zuidelijker gelegen streken afkomstig zijn. Maar daar is wel wat tegen te doen. Een manier om die nieuwe plantenziekten te bestrijden is het ontsmetten van zaaizaad. Ook kunnen gewassen worden beschermd tegen nieuwe plagen door ze te besproeien met bestrijdingsmiddelen. Dat heeft wel het nadeel dat die middelen ook voor andere dieren en planten schadelijk zijn.
In Spanje wordt het gemiddeld droger en warmer. Om ook dan intensieve landbouw (landbouw met hoge opbrengst per hectare) te bedrijven, kunnen gewassen worden geteeld die beter bestand zijn tegen langdurige droogtes dan de gewassen die nú op de Spaanse akkers staan. Aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen worden bijvoorbeeld nieuwe soorten tarwe en andere gewassen gekweekt die goed tegen droogte kunnen.
Intensieve landbouw blijft ook mogelijk als druppelirrigatie wordt toegepast. Bij deze manier om gewassen van voldoende water te voorzien krijgen de afzonderlijke planten op een akker water druppel voor druppel toegevoerd uit gaatjes in een slang. Die druppels gaan rechtstreeks naar de wortels van die planten. Deze manier om planten op een akker van water te voorzien kost minder water dan het toevoeren van water naar de akker via sloten en kanaaltjes of het besproeien van de akker.
Stap 3: Klimaatverdrag
Klimaatverdrag en Protocol van Kyoto
De opwarming van de aarde is het gevolg is van het versterkte broeikaseffect en we moeten dus zorgen dat er minder broeikasgassen (zoals CO2) in de dampkring komen. Als het lukt de versterking van het broeikaseffect af te remmen, zo is de gedachte, zal het klimaat wereldwijd minder sterk veranderen en zullen de gevolgen van de klimaatverandering minder groot zijn dan wanneer we niets doen.
Dat kan alleen in internationaal verband, dus houden de Verenigde Naties zich intensief met dat probleem bezig. In 1992 hebben de leden van de VN een reeks afspraken op klimaatgebied vastgelegd in het ‘Klimaatverdrag’. De afspraken gaan met name over het verminderen van uitstoot van broeikasgassen in de dampkring. In 1997 heeft de VN in het Japanse Kyoto een grote klimaatconferentie georganiseerd en is een belangrijke aanvulling op het klimaatverdrag opgesteld: het Kyotoprotocol. Hierin staat duidelijk omschreven hoeveel elk land zijn CO2-uitstoot moet verminderen. Het protocol was geldig tot 2012, maar is inmiddels verlengd tot 2020.
Hoe Nederland en Spanje de versterking van het broeikaseffect (kunnen) bestrijden
Nederland en Spanje nemen maatregelen om het versterkte broeikaseffect tegen te gaan. We nemen er twee onder de loep.
Maatregel 1
Voor de opwekking van elektriciteit worden minder fossiele brandstoffen gebruikt en meer schone energiebronnen ingezet: windkracht, waterkracht en zonne-energie. Het inzetten van kernenergie staat ter discussie, zeker na het ernstige ongeluk met de kerncentrale in Fukushima, Japan (2011).
Elektriciteitscentrales die met behulp van fossiele brandstoffen elektriciteit opwekken, stoten CO2 uit. Denk aan steenkool, aardgas, bruinkool of aardolie. Centrales die op kernenergie, waterkracht, windkracht of zonne-energie draaien, doen dat niet. De meeste CO2 komt vrij bij het verbranden van steenkool, het minst bij het verbranden van aardgas. Je vermindert dus al de uitstoot van CO2 als je centrales op aardgas laat lopen in plaats van een andere fossiele brandstof. Hoe dan ook, de voorraad fossiele brandstoffen is eindig. Het raakt op.
Windkracht raakt nooit op maar het waait niet altijd (even hard) en veel mensen vinden de grote turbines lelijk. Windenergie is op dit moment ook duurder dan energie uit fossiele brandstoffen. Aan zonne-energie kleven ongeveer dezelfde nadelen: de zon schijnt niet altijd en de kilowattprijs ligt hoger dan bij fossiele brandstoffen. Voor waterkrachtcentrales moeten stuwdammen en –meren worden aangelegd en dat heeft nogal wat gevolgen voor mens en milieu. Bovendien kan er met een waterkrachtcentrale in een rivier weinig stroom worden opgewekt als de rivier door langdurige droogte weinig water aanvoert en het stuwmeer slechts voor een deel gevuld wordt (zie ook Stap 1).
Tussen 1998 en 2012 was aardgas de meest gebruikte energiebron voor de opwekking van stroom (zie de grafiek). Op de tweede plaats staat steenkool. Het aandeel van steenkool in de stroomopwekking kan groter worden; kijk naar een fragment uit het NOS-Journaal van 9 augustus 2014. “Kolen uit Amerika zijn spotgoedkoop.”
Maatregel 2
Met verschillende maatregelen wordt het gebruik van (deels) elektrische voertuigen gestimuleerd ter vervanging van benzine-, diesel- en lpg-voertuigen. De laatste categorie stoot veel CO2 uit. Elektrische voortuigen zijn een stuk schoner maar vragen wel weer een heel eigen infrastructuur, zoals snelle oplaadpunten. Het gebruik van schone auto’s die weinig of geen CO2 uitstoten, wordt aangemoedigd door een belastingmaatregel, de bijtelling. Hoe die maatregel werkt, lees je in de eerste alinea op deze website.
Spanje is op het punt van de elektrische infrastructuur nog lang niet zover als Nederland.
Afronding
Eindopdracht A: Toets
Voor je aan de afsluiting van deze opdracht begint,
maak je eerst de volgende toets.
Vergelijk, na het beantwoorden van de vragen, jouw antwoorden met de goede antwoorden.
Heb je vragen fout, zorg dan dat je begrijpt waarom je antwoord niet goed is.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Het plan Leven met klimaatverandering in 2050
Je hebt gezien dat de klimaatverandering gevolgen heeft voor de waterhuishouding en de landbouw in Nederland en Spanje. Je hebt ook gezien wat beide landen kunnen doen om die gevolgen te beperken. Ten slotte heb je gezien waarom deskundigen denken dat door vermindering van uitstoot van CO2 de klimaatverandering nog enigszins in de hand te houden is en de gevolgen minder ingrijpend zullen zijn.
Aan de hand van al deze kennis maak je het plan Leven met Klimaatverandering 2050. In dat plan neem je maatregelen die de versterking van het broeikaseffect afremmen om zo de gevolgen van klimaatveranderingen in Nederland en Spanje het hoofd te bieden.
Laat in dit plan zien dat je de volgende drie doelstellingen wil nastreven:
In 2050 moet je overal in Nederland en Spanje aan voldoende water kunnen komen.
In 2050 moet je overal in Nederland en Spanje veilig zijn voor overstromingen uit zee.
In 2050 moet je in Nederland en Spanje ook voedsel kunnen kopen van eigen bodem.
Een verslag is een goede manier om een onderzoek te beschrijven dat je hebt uitgevoerd.
Probeer vooral duidelijk te maken hoe Nederland en Spanje met elkaar kunnen samenwerken om die doelstellingen te halen.
Heb je nog ideeën en aanvullingen, verwerk ze dan in je plan.
Beoordeling
Het plan laten jullie beoordelen door jullie docent.
Terugkijken
Intro
Neem de intro nog eens door. Wat vind je van de video bij de intro.
Past die goed bij de opdracht? Waarom wel of waarom niet?
Kan ik wat ik moet kunnen?
Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
Kun je wat je moet kunnen?
Hoe ging het?
Tijd
Ben je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig geweest?
Heb je in die tijd ook de eindopdracht kunnen doen?
Inhoud
Je hebt vast al wel eens eerder een opdracht gedaan over het broeikaseffect.
Waarin verschilt deze opdracht van eerdere opdrachten die je hebt gedaan?
Afronding - Eindopdracht
Heb je de enquête afgenomen? Ging het goed.
Was je verrast over de uitslag?
Het arrangement Broeikaseffect vmbo-kgt34 is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Broeikaseffect
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle
informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten,
etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.