Thema: Buitenland - vmbo-b34

Thema: Buitenland - vmbo-b34

Buitenland

Inleiding

Nederland en het buitenland

Ongeveer de helft van de producten die je koopt, zijn niet in Nederland gemaakt.
Rijst, kiwi's, iPhone's allemaal producten die uit het buitenland komen.
Andersom worden veel producten die in Nederland worden gemaakt in het buitenland verkocht.
Denk maar aan tomaten, kaas en tulpen.
Het kopen en verkopen van producten is voor een klein land als Nederland heel belangrijk.

Bekijk deze video van de ECO-show.


In dit thema gaat het niet alleen over internationale handel.
Je kijkt in dit thema ook naar verschillen in levensomstandigheden tussen landen.
Daar is veel over te zeggen en je sluit het thema dan ook af met een discussie over de derde wereld.

Genoeg te doen. Aan de slag!

Wat kan ik straks?

Aan het eind van het thema kan ik:

  • met behulp van voorbeelden duidelijk maken wat importeren en exporteren is.
  • in eigen woorden uitleggen dat Nederland een open economie heeft en wat daarvan het belang voor Nederland is.
  • minimaal vijf landen noemen die lid zijn van de Europese Unie en kan ik twee voorbeelden noemen van terreinen waarop landen binnen de EU samenwerken.
  • het begrip wisselkoers omschrijven en met behulp van de wisselkoers uitrekenen hoeveel dollar ik krijg voor een euro en omgekeerd.
  • aangeven waar op de wereld de meeste ontwikkelingslanden liggen en kan ik minimaal drie kenmerken van ontwikkelingslanden noemen.
  • het verschil tussen noodhulp en structurele hulp duidelijk maken aan de hand van een voorbeeld.

Wat ga ik doen?

Het thema Buitenland bestaat uit de volgende onderdelen.

Activiteit

Aantal lessen

Inleiding

0,5

Wat kan ik straks?

 

Wat ga ik doen?

 

opdracht: Handel met het buitenland

2

opdracht: Euro en andere valuta

2

opdracht: Kenmerken ontwikkelingslanden

2

opdracht: Ontwikkelingswegen

2

opdracht*: Op de fiets

2

Afsluiting

 

Samenvattend

0,5

Eindopdracht

2

D-toets

0,5

Examenvragen

1

Terugkijken

0,5

Totaal

15

*Extra opdracht

Opdrachten

Handel met het buitenland

Handel met het buitenland

Intro

Op het kaartje van Europa zie je van een aantal producten waar die in Europa geproduceerd worden.



Wat denk jij?

  • Welk land is bekend om zijn wijn?
    In welk land wordt aardolie gewonnen?
  • Door welke producten is Nederland bekend?
  • Waar hangt het zoal vanaf welke producten een land voortbrengt?

Bespreek de antwoorden met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen wat internationale handel inhoudt.
  • de begrippen export en import begrijpen en toelichten met een voorbeeld.
  • in eigen woorden uitleggen dat Nederland een open economie heeft en wat kenmerkend is voor een open economie.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Welke factoren hebben invloed op welke producten een land voortbrengt?

Stap 2

Wat is importeren en wat is exporteren?

Stap 3

Is op vakantie gaan naar het buitenland een vorm van importeren of exporteren?

Stap 4

Wat zijn voorbeelden van importeren en wat zijn voorbeelden van exporteren?

Stap 5

Wat is een open en wat is een gesloten economie?

Stap 6

Wanneer verdient Nederland aan handel met een bepaald land?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvatting

Samenvattende sleepoefening maken.

Eindopdracht

Maak een begrippenlijst bij de opdracht.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Internationale handel

In verschillende landen worden verschillende producten gemaakt en verkocht.
Daarom is er handel tussen landen.
Je noemt dat internationale handel.

Welke producten een land voortbrengt, hangt onder andere af van:

  • de ligging van het land.
  • het klimaat in het land.
  • het opleidingsniveau van de inwoners van het land.

Doe de oefening 'Internationale handel'.

Stap 2: Import en export

Het kopen van producten in het buitenland noem je invoeren of importeren.
Het verkopen aan het buitenland noem je uitvoeren of exporteren.
Bekijk de afbeelding.

Gebruik de afbeelding bij de volgende oefening.

Stap 3: Op vakantie

Veel Nederlanders gaan op vakantie naar het buitenland.
Op vakantie gaan is ook een voorbeeld van handelen met het buitenland.

Wat denk jij?
Doe de oefening.

Stap 4: Import of export

In de volgende oefening nog enkele voorbeelden van importeren en exporteren.

Stap 5: Open of gesloten economie?

Nederland is een klein land met een open economie.
Dat wil zeggen dat Nederland veel handelt met het buitenland.

Het tegenovergestelde van een open economie is een gesloten economie.
Een land met een gesloten economie kan veel goederen en diensten zelf maken en handelt weinig met het buitenland.

Gebruik de informatie bij het maken van de oefening.

Stap 6: Verdienen aan handel met buitenland

Doe nu ook de volgende oefening.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Eindopdracht: Begrippenlijst

Maak zelf een begrippenlijst bij deze opdracht.

internationale handel
....

importeren of invoeren
....

exporteren of uitvoeren
....

open economie
....

gesloten economie
....

Terugkijken

Intro

  • Bekijk nogmaals het kaartje bij de intro.
    Waarom past dit kaartje goed bij deze opdracht?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je een omschrijving geven van de genoemde begrippen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Heb je alle stappen kunnen zetten binnen de aangegeven tijd?
    Met welke stap ben je het langst bezig geweest?
  • Inhoud
    Bekijk nogmaals het kaartje bij de intro.
    Voor welke landen is toerisme een belangrijk export product?
  • Afronding - Eindopdracht
    Was het aan het eind van de opdracht gemakkelijk om de begrippenlijst te maken?

Euro en andere valuta

Euro en andere valuta

Intro

In Europa kun je in veel landen met de euro betalen.
Maar er zijn ook nog steeds een aantal landen die hun eigen munteenheid hebben.

Bespreek met een klasgenoot.

  • Je gaat op vakantie naar Frankrijk.
    In Frankrijk kun je met de euro betalen.
    Wat zijn de voordelen van het gebruik van de euro voor jou als vakantieganger?
  • Je gaat op vakantie naar Turkije.
    Turkije behoort niet tot de eurolanden, toch kun je in veel toeristische plekken met de euro betalen.
    Waarom denk je dat op veel plekken toch met de euro kunt betalen?
  • Samen met je ouders ga je komende zomer op vakantie naar Amerika.
    In Amerika betaal je met dollars.
    Kun je nu al precies uitrekenen hoeveel de reis in euro's zal kosten?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • twee redenen noemen waarom het makkelijk is voor Nederlandse vakantiegangers om naar een euroland op vakantie te gaan.
  • uitleggen waarom het voor bedrijven handig is dat landen waar ze veel zaken mee doen ook meedoen met de euro.
  • het begrip vreemde valuta omschrijven en twee voorbeelden van een vreemde valuta noemen.
  • omschrijven waarom ik de wisselkoers nodig heb om bedragen om te kunnen rekenen van de ene valuta naar de andere valuta.
  • het begrip multinational omschrijven en een voorbeeld van een multinational noemen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is de EU en met welke munt betalen veel landen die zijn aangesloten bij de EU?

Stap 2

Wat betekent vreemde valuta?

Stap 3

Wat houdt een wisselkoers in? Hoe reken ik met wisselkoersen?

Stap 4

Wat kan het gevolg zijn van een koersstijging of een koersdaling?

Stap 5

Welk voordeel hebben Nederlandse bedrijven die handelen met bedrijven uit andere 'eurolanden'?

Stap 6

Wat is een multinational?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvatting

Samenvattende sleepoefening maken.

Eindopdracht

Zoek samen met een klasgenoot twee video's die goed passen bij deze opdracht.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden
Voor deze opdracht heb je een rekenmachine nodig.

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Europese Unie

De Europese Unie is een organisatie van samenwerkende Europese landen. In veel landen die zijn aangesloten bij de EU kun je betalen met dezelfde munt: de euro.

Kijk bijvoorbeeld even rond op de website van de Europese Unie.

Als je op vakantie gaat naar een land waar je met de euro kunt betalen:

  • hoef je geen geld om te wisselen.
  • kun je gemakkelijk prijzen vergelijken.

Op de kaart hiernaast zie je welke landen in 2021 lid zijn van de Europese Unie.
Het aantal landen dat lid is, neemt nog steeds toe, maar soms ook af …. .

Doe de oefening.

Stap 2: Vreemde valuta

De verzamelnaam voor buitenlands geld is vreemde valuta.

Weet jij voorbeelden van vreemde valuta? Doe de oefening.

Stap 3: Wisselkoers

De handel tussen Nederland en Amerika vind meestal plaats in dollars.
De prijs van één dollar in euro noem je de wisselkoers in euro.

Bekijk de video.

Doe de twee oefeningen over de wisselkoers.

Stap 4: Koersstijging

De wisselkoers is de prijs die je betaalt voor vreemde valuta.
De wisselkoers staat niet vast. De koers kan veranderen.

Doe de twee oefeningen.

Stap 5: Koersrisico

De wisselkoers kan veranderen.
Als een bedrijf veel handelt met het buitenland kan hij te maken krijgen met een verandering van de wisselkoers.
Dat kan voordelig zijn, maar dat kan ook nadelig zijn.

Voor Nederlandse bedrijven die handelen met bedrijven uit andere 'eurolanden' heeft het gebruik van de euro als voordeel dat ze geen koersrisico lopen.

Doe de oefeningen.

Stap 6: Multinational

Een bedrijf met vestigingen in verschillende landen noem je een multinational.
Bekende Nederlandse multinationals zijn:
ABN-Amro, Ahold, Heineken, Philips en Shell.

Een multinational bouwt fabrieken in landen:

  • waar het maken van het product het goedkoopst is.
  • waar veel producten verkocht kunnen worden.

Maak de oefening 'Multinational'.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Eindopdracht: Video zoeken

Op YouTube vind je honderden video's.
Tussen al die video's zitten er ook vast wel enkele die goed bij deze opdracht passen.
Ga (samen met een klasgenoot) op zoek naar twee video's die jullie goed bij deze opdracht vinden passen.
Jullie moeten de video's natuurlijk ook kunnen begrijpen...

Noteer van beide video's de URL.
Schrijf van beide video's ook op waarom jullie ze goed bij de opdracht vinden passen.
Geef bijvoorbeeld aan bij welke stap de video goed past.

Wissel de video's die jullie hebben gevonden uit met een ander tweetal.
Ga na of jullie dezelfde video's hebben gevonden of juist hele andere.

Geef elkaar op een goede manier feedback.

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw.
    Snap je de drie verschillende situaties die worden geschetst in de intro?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Schrijf bij ieder leerdoel een vraag op en zorg dat je die vraag kunt beantwoorden.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je meer of minder dan twee uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap kostte veel tijd? Hoe kwam dat?
  • Inhoud
    Heb je de video bij stap 3 bekeken? Wat vond je van de video?
    Vind je het fijn om te leren door video's te bekijken?
  • Afronding - Samenvattend
    Heb je de samenvattingsopdracht gemaakt?
    Kon de begrippen gemakkelijk naar de juiste plek slepen?
  • Afronding - Eindopdracht
    Hebben jullie twee goede video's kunnen vinden? 
    Hoe hebben jullie de goede video's gevonden?

 

Kenmerken ontwikkelingslanden

Kenmerken ontwikkelingslanden

Intro

Er is een soort lijn over de wereld te trekken.
Aan de ene kant vind je de rijke landen.
Aan de andere kant de arme landen.
Maar hoe herken je een arm en rijk land?
Bekijk het volgende filmpje.

Wat denk jij?
Aan welke zaken herken je een arm land?
Schrijf zoveel mogelijk kenmerken op.
Bespreek de kenmerken met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • omschrijven wat een ontwikkelingsland is en aangeven in welk deel van de wereld ik de meeste ontwikkelingslanden vind.
  • minimaal drie kenmerken van ontwikkelingslanden noemen.
  • het begrip urbanisatie omschrijven en een gevolg van de urbanisatie in ontwikkelingslanden noemen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wanneer wordt een land een ontwikkelingsland genoemd?

Stap 2

Hoe zorgen lage lonen in een ontwikkelingsland er voor dat veel kinderen niet naar school gaan?

Stap 3

Wat zijn de gevolgen in een ontwikkelingsland van slechte gezondheidszorg?

Stap 4

Hoe komt het dat ontwikkelingslanden schulden hebben bij rijke landen?

Stap 5

Wat houdt urbanisatie in en waarom treedt urbanisatie op?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvatting

Samenvattende sleepoefening maken.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Benodigdheden
Voor deze opdracht heb je een rekenmachine nodig.

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kenmerken ontwikkelingslanden

Een land is een ontwikkelingsland als de levensomstandigheden voor een groot deel van de bevolking slecht zijn.
Enkele kenmerken van ontwikkelingslanden zijn:

  • laag inkomen per hoofd van de bevolking.
  • laag opleidingsniveau.
  • slechte gezondheidszorg.
  • hoge buitenlandse schulden.

Deze kenmerken worden in de volgende stappen verder uitgewerkt.

Je begint met het kenmerk 'Laag inkomen per hoofd van de bevolking'.
Doe de oefening.

Stap 2: Opleidingsniveau

Eén van de kenmerken van een ontwikkelingsland is een laag opleidingsniveau.
In de oefening wordt uitgelegd waarom veel arme kinderen niet naar school gaan.

Doe de oefening.

Stap 3: Gezondheidszorg

Eén van de kenmerken van een ontwikkelingsland is een slechte gezondheidszorg.
In de volgende oefening wordt de situatie in Mozambique vergeleken met de situatie in Nederland.

Stap 4: Schulden

Veel ontwikkelingslanden hebben schulden bij rijke landen.
Een reden dat de landen buitenlandse schulden hebben, heeft te maken met internationale handel.
Veel ontwikkellingslanden exporteren landbouwproducten of delfstoffen.
Deze producten worden in een rijk land verder bewerkt.
Ze moeten dan soms worden teruggekocht van het rijke land.

Ga na of je het snapt.
Beantwoord de drie vragen hieronder.

 

 

Stap 5: Urbanisatie

In veel ontwikkelingslanden is er op het platteland niet voldoende werk.
Grote groepen mensen trekken daarom naar de steden.
In de steden ontstaan daardoor krottenwijken.
De verhuizing van platteland naar de stad noem je urbanisatie.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video bekeken?
    Past de video goed bij de opdracht? Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je drie kenmerken van ontwikkelingslanden noemen?
    Kun je een gevolg van urbanisatie noemen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je meer of minder dan twee uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap kostte veel tijd? Hoe kwam dat?
  • Inhoud
    Je hebt in klas 1 of klas 2 ook al wel eens een opdracht over ontwikkelingslanden gemaakt.
    Wist je alles wat besproken is in deze opdracht al? Schrijf één ding op wat nieuw voor je was
  • Afronding - Samenvattend
    Heb je de samenvattingsopdracht gemaakt?
    Kon de begrippen gemakkelijk naar de juiste plek slepen?
  • Afronding - Eindopdracht
    Heb je de toets gedaan? Wat was je score?
    Heb je geleerd van je fouten?

 

Ontwikkelingswegen

Ontwikkelingswegen

Intro

Ontwikkelingssamenwerking

Nederland werkt samen met ontwikkelingslanden.

In Pakistan bijvoorbeeld geeft Nederland aan boerengezinnen kunstmest.
De oogst van akkers wordt daardoor hoger.
Nederland hoopt dat dan meer kinderen naar school kunnen gaan.

Wat denk jij?
Waarom zouden er door de hulp uit Nederland meer Pakistaanse kinderen naar school kunnen gaan?
Bespreek het antwoord met een klasgenoot.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • in mijn eigen woorden uitleggen wat ontwikkelingssamenwerking is.
  • met behulp van een voorbeeld duidelijk maken wat het verschil is tussen noodhulp en structurele hulp.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is ontwikkelingssamenwerking?

Stap 2

Welke verschillende vormen van ontwikkelingssamenwerking zijn er?
Wanner gaat het om noodhulp en wanneer gaat het om structurele hulp?

Stap 3

Hoe kan een lening een boer helpen?

Stap 4

Welke voordelen zijn er voor een ontwikkelingsland als een groot bedrijf een fabriek opent in dat land?

Stap 5

Wat zijn de voor- en nadelen van toerisme in ontwikkelingslanden?

Stap 6

Wat is een microkrediet en waarom kan een microkrediet een vorm van ontwikkelingssamenwerking zijn?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvatting

Samenvattende sleepoefening maken.

Eindopdracht

Onderzoek doen naar de producten die de Wereldwinkel verkoopt.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Ontwikkelingssamenwerking

De samenwerking tussen rijke en arme landen noem je ontwikkelingssamenwerking.
Het doel van ontwikkelingssamenwerking is de levensomstandigheden in het ontwikkelingsland te verbeteren.

De Nederlandse regering geeft geld uit aan ontwikkelingssamenwerking.
Daarnaast zijn er veel organisaties die aan ontwikkelingssamenwerking doen.
Denk maar aan: Artsen zonder grenzen, Novib, Stichting Max Havelaar, enzovoorts.

Beantwoord de vragen in de oefening.

Stap 2: Vormen van hulp

Ontwikkelingssamenwerking kun je onderverdelen in:

  • Noodhulp: het geven van voedsel, kleding en medicijnen als de oogst is mislukt of als er een ramp is gebeurd.
  • Structurele hulp: het helpen met geld, materialen of kennis.
    De hulp heeft als doel dat het ontwikkelingsland de problemen in de toekomst zelf kan oplossen.


In de twee oefeningen hieronder van beide soorten hulp voorbeelden.

Stap 3: Cirkelschema

In het cirkelschema zie je waarom veel arme boeren arm blijven.
Kijk goed naar het cirkelschema.



Bespreek het schema met een klasgenoot.

Stap 4: Fabriek in ontwikkelingsland

Soms opent een groot bedrijf een fabriek in een ontwikkelingsland.
Het bedrijf doet dat om winst te maken.
Toch kunnen er ook voordelen zijn voor de inwoners van het ontwikkelingsland.
Het openen van een fabriek is vaak goed voor de werkgelegenheid in het ontwikkelingsland.

Beantwoord de vragen.

Stap 5: Toerisme

Veel Nederlandse reisbureaus bieden reizen naar ontwikkelingslanden aan.
Soms gaat het alleen om toerisme.
Soms gaat het om vrijwilligerswerk of een stage.
Kijk maar eens op:

Beantwoord de vragen.

Stap 6: Microkredieten

Een microkrediet is een kleine lening (tot maximaal enkele honderden euro's) die wordt toegekend aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden. Een microkrediet maakt het voor de ondernemer mogelijk om bijvoorbeeld een koe aan te schaffen of een naaimachine te kopen. Het doel is dat de ondernemer zich ontwikkelt en zijn financiële positie verbetert.

Microkredieten worden soms door individuele mensen verstrekt, maar soms ook door ontwikkelingsorganisaties, zoals Cordaid en Oxfam Novib, en soms ook door banken. Deze instellingen hebben in het algemeen als doel geen verlies maken. Ongeveer 98% van de microkredieten wordt, met rente, terugbetaald.

Ga op internet op zoek naar informatie over microkredieten. Kijk bijvoorbeeld eens op: www.dayforchange.nl. Zoek één of twee verhalen van mensen op die begonnen zijn met een microkrediet en die nu succesvol zijn.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Eindopdracht: Fair trade

Je hebt vast wel eens gehoord van de Wereldwinkel.
Misschien is er wel een Wereldwinkel bij jou in de buurt.
Samen met een klasgenoot doe je een onderzoekje naar de producten die de Wereldwinkel verkoopt.
Je gaat op internet op zoek naar antwoorde op de volgende vragen.

  • Wat voor soort producten worden er verkocht in de Wereldwinkel?
  • Wat wordt bedoeld met 'fair trade'?
  • Wat voor stichting is 'Max Havelaar'?
  • Wat voor soort producten hebben een Max Havelaar-keurmerk?

Bezoek in ieder geval de volgende websites:

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je met behulp van een voorbeeld duidelijk maken wat het verschil is tussen noodhulp en structurele hulp?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je meer of minder dan twee uur met de opdracht bezig geweest?
    Heb je in die twee uur ook de eindopdracht kunnen doen?
  • Inhoud
    Vond je de opdracht leuk om te doen?
    Zeg ook waarom wel of waarom niet.
  • Afronding - Samenvattend
    Ben je wel een naar een ontwikkelingsland op vakantie geweest?
    Wat denk je, is veel toerisme voordelig of nadelig voor ontwikkelingslanden?
  • Afronding - Eindopdracht
    Kopen jullie thuis wel een fair trade producten? Waarom wel/niet?
    Wat vind je, zouden jullie dat vaker moeten doen?

 

Extra: Op de fiets

Ghana

Intro

Ghana is een ontwikkelingsland in Afrika. In Ghana zijn fietsen een goed vervoermiddel.
Toch zie je er weinig. Er zijn meerdere oorzaken waarom er weinig fietsen zijn in Afrika.

Denk, samen met een klasgenoot, alvast eens na over de volgende vragen.

  • Waarom, denk je, zijn er weinig fietsen in Ghana?
  • Stel dat wordt besloten om fietsen te gaan maken in Ghana.
    Wat zouden de voordelen en/of nadelen zijn?
    Denk bijvoorbeeld aan voordelen of nadelen voor:
    • de werkgelegenheid in Ghana,
    • de werkgelegenheid in fiets producerende landen,
    • het milieu.

Over fietsen in Ghana ga je straks een aantal vragen beantwoorden.

Kennisbank

Voor je aan de slag gaat met het beantwoorden van de vragen die horen bij deze opdracht, bestudeer je de theorie in het volgende item in de Kennisbank Economie.

Kenmerken ontwikkelingslanden

Zorg dat je antwoord kunt geven op de volgende vragen:

  1. Wat, denk je, wordt bedoeld met een armoedegrens van 1 dollar per dag?
  2. Waarom is er een veel ontwikkelingslanden een hoge bevolkingsgroei?
  3. Wat voor producten worden vooral geëxporteerd door ontwikkelingslanden?
  4. Waarom heffen rijke landen soms invoerrechten op producten uit ontwikkelingslanden?
  5. Waarom zijn in ontwikkelingslanden veel mensen analfabeet?
  6. Wat wordt bedoeld met een slechte infrastructuur?

Vragen

Bekijk de video over fietsen in Ghana en beantwoord daarna de vragen.

Afsluiting

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbankitems die horen bij dit thema.

internationale handel
handel tussen landen.

importeren of invoeren
het kopen van goederen en diensten in het buitenland.

exporteren of uitvoeren
het verkopen van goederen en diensten aan het buitenland.

open economie
een land dat veel handelt met het buitenland heeft een open economie.

gesloten economie
een land dat weinig handelt met het buitenland heeft een gesloten economie.

Europese Unie
samenwerkingsverband tussen een groot aantal Europese landen.

multinational
bedrijf met vestigingen in het buitenland.

urbanisatie
verhuizing van het platteland naar de stad.

ontwikkelingsland
de levensomstandigheden voor een groot deel van de bevolking zijn slecht.

noodhulp
het geven van voedsel, kleding en medicijnen in een noodsituatie.

structurele hulp
het geven van geld, materialen of kennis. De hulp heeft als doel dat de ontwikkelingslanden in de toekomst de problemen zelf kunnen oplossen.

ontwikkelingssamenwerking
samenwerking tussen rijke en arme landen met als doel de levensomstandigheden in ontwikkelingslanden te verbeteren.

Eindopdracht

Geldverspilling of niet?
De Nederlandse regering heeft jarenlang veel geld uitgegeven aan projecten in de Derde Wereld.
Tegenwoordig wordt er echter flink bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking.

Jullie gaan debatteren over de stelling:
'Geld voor ontwikkelingshulp is weggegooid geld'.

Voorbereiding

Bekijk het volgende videofragment van 'on Topic'.
In de video discussiëren vier jongeren over ontwikkelingssamenwerking.

De centrale stelling in het debat is:
' Ontwikkelingssamenwerking is weggegooid geld!'.

Hieronder nog een aantal 'stellingen' uit het programma:

  • Ontwikkelingssamenwerking houdt de derde wereld lui.
  • De derde wereld is afhankelijk van onze hulp, geld geven is onze plicht.
  • De derde wereld moet minder afhankelijk worden.
  • Je kunt mensen in de derde wereld beter leren zelf te vissen dan hen een vis te geven.
  • Noodhulp moet!

Bedenk alvast met welke stellingen je het eens bent.
Bedenk ook met welke stellingen je het niet eens bent.

Bedenk argumenten voor en tegen iedere stelling.

Wat kun je gebruiken in een debat?
Wat zal de tegenstander aanvoeren en hoe kun je daarop reageren?
Je goed voorbereiden op een debat is belangrijk.
Je moet je goed kunnen inleven in de argumenten van de tegenpartij.

Je bent nu inhoudelijk goed voorbereid voor het debat.
Lees nu ook de tips voor het houden van een goed debat goed door.

Het grote debat

Voor het debat wordt de klas in drie groepen verdeeld:

  1. voorstanders van ontwikkelingssamenwerking
  2. tegenstanders van ontwikkelingssamenwerking
  3. het publiek dat nog geen keuze heeft gemaakt.

Dat publiek moet worden overtuigd door de debatterende partijen.
Van je docent hoor je wanneer jullie het 'echte' debat gaan voeren.

Na het debat

Hoe ging het?
Gebruik de beoordelingscriteria uit de gereedschapskist om het debat te beoordelen.

Wie stemt nu voor de stelling 'Ontwikkelingshulp is weggegooid geld'.
En wie stemt tegen?

 

Debat voeren

Bij een debat hebben twee of meer mensen een verschillende mening over een onderwerp. Deze standpunten worden helder in beeld gebracht door argumenten voor het eigen standpunt te geven, of door de argumenten van de ander met tegenargumenten te bestrijden.

 

D-toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Examenvragen

Op deze pagina vind je een aantal examenvragen uit examens van vorige jaren.
De vragen sluiten zo goed mogelijk aan bij dit thema.

VMBO-B34 2018-TV1

2018-TV1 Vraag 7
2018-TV1 Vraag 8
2018-TV1 Vraag 9

VMBO-B34 2019-TV1

2019-TV1 Vraag 15

VMBO-B34 2021-TV1

2021-TV1 Vragen 7-11

VMBO-B34 2021-TV1

2021-TV1 Vraag 27

 

 

Wil je meer oefenen en met recentere examens?
Ga dan naar ExamenKracht.

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro nog eens.
    Wat vond je van de video? Past de video goed bij het thema.
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Ga per leerdoel na of je het leerdoel hebt bereikt.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 15 uur met dit thema bezig zou zijn. Klopt dat ongeveer?
    Heb je in die tijd ook de extra opdracht kunnen doen?
  • Inhoud
    Het thema bestaat uit vier gewone opdrachten en één extra opdracht?
    Welke opdracht vond je het leukst om te doen?
    En welke vond je het minst leuk? Schrijf op waarom je deze opdracht niet zo leuk vond.
  • Eindopdracht
    Hebben jullie een debat georganiseerd over de stelling?
    Hoe verliep het debat? Heb je je laten overtuigen? Of heb je anderen kunnen overtuigen?
    Is een debat, wat jou betreft, een goede manier om het thema af te sluiten?
  • D-toets
    Wat was je score voor de D-toets? Ben je tevreden met die score?
    Heb je geleerd van de fouten die je hebt gemaakt?
  • Examenvragen
    Veel examenvragen bij dit thema.
    Heb je ze allemaal gemaakt? Ging het goed?
    Wil je meer oefenen en met recentere examens?
    Ga dan naar ExamenKracht.
  • Het arrangement Thema: Buitenland - vmbo-b34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    25-11-2025 08:54:20
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Buitenland' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor economie voor vmbo-b34. In dit thema gaat het over internationale handel, levensomstandigheden tussen landen en een discussie over de derde wereld. Dit thema begint met een inleiding, hier wordt een video weergegeven over de internationale handel. Daarna komt er een stuk tekst over wat je straks kan aan het eind van het thema buitenland en worden de verschillende onderdelen weergegeven. Dan kom je bij de opdrachten die horen bij dit thema, dit zijn: Handel met het buitenland, Euro en andere valuta, Kenmerken ontwikkelingslanden, Ontwikkelingswegen en Op de fiets. Begrippen die hier belangrijk zijn: importeren, exporteren Europese Unie en ontwikkelingslanden. Vervolgens komt er een samenvatting met alle belangrijke aspecten van dit thema. Dan komt de eindopdracht, hier ga je debatteren over een ontwikkelingssamenwerking. Na de eindopdracht komt een D-toets, hier worden 20 meerkeuzevragen gesteld over het thema: Buitenland. Vervolgens worden er nog verschillende examenvragen weergegeven die horen bij dit thema. Dit thema eindigt met het terugkijken op dit thema, dus hoe ging het? en kan ik wat ik moet kunnen?
    Leerniveau
    VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Economie; Internationale ontwikkelingen;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    15 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, buitenland, economie, europese unie, export, import, internationale handel, noodhulp, stercollectie, vmbob34

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Economie. (2019).

    Opdracht extra: Ghana - Op de fiets - vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/76209/Opdracht_extra__Ghana___Op_de_fiets___vmbo_b34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Euro en andere valuta - vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/62253/Opdracht__Euro_en_andere_valuta___vmbo_b34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Handel met het buitenland - vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/62252/Opdracht__Handel_met_het_buitenland___vmbo_b34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Kenmerken ontwikkelingslanden - vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/62254/Opdracht__Kenmerken_ontwikkelingslanden___vmbo_b34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Ontwikkelingswegen - vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/62255/Opdracht__Ontwikkelingswegen___vmbo_b34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Nederland en het buitenland

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.