Thema: Overheid - Inkomsten en uitgaven - vmbo-kgt34

Thema: Overheid - Inkomsten en uitgaven - vmbo-kgt34

Inkomsten en uitgaven overheid

Inleiding

De inkomsten en uitgaven van de overheid
De overheid speelt een belangrijke rol in ons land. Om die rol goed te kunnen spelen heeft de overheid veel geld nodig. Hoe komt de overheid aan dat geld? Waarom betalen sommige mensen meer belasting dan anderen? Waaraan geeft de overheid geld uit? En wat gebeurt er als de overheid te weinig geld heeft om al haar plannen uit te voeren? 

Eindopdracht
De eindopdracht van dit thema heeft als titel 'De overheid en de economie'.
Je bestudeert een aantal bronnen, beantwoord een aantal vragen en maakt samen met een klasgenoot een eindproduct over de rol van de overheid in de economie.

Naast de eindopdracht vind je bij de afsluiting ook een overzicht van alle Kennisbankitems van dit thema plus een begrippenlijst, een diagnostische toets, examenvragen en een aantal vragen die je helpen bij het terugkijken op het thema.

Genoeg te doen. Aan de slag!

Wat kan ik straks?

Aan het eind van het thema kan ik:

  • de belangrijkste inkomstenbron van de overheid noemen.
  • (met behulp van een voorbeeld) uitleggen wat het verschil is tussen directe en indirecte belastingen.
  • bedragen inclusief btw omrekenen naar bedragen exclusief btw.
  • twee voorbeelden van niet-belastinginkomsten van de overheid noemen.
  • uitleggen wat bedoeld wordt met het draagkrachtbeginsel.
  • (met behulp van een voorbeeld) duidelijk maken wat een progressief belastingsysteem inhoudt.
  • twee voorbeelden noemen van belastingen die werken volgens het profijtbeginsel.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met een retributie en twee voorbeelden van retributies noemen.
  • omschrijven wat wordt bedoeld met het schijventarief.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met het boxenstelsel.
  • de begrippen eigenwoningforfait, algemene heffingskorting en loonheffing omschrijven.
  • acht voorbeelden noemen van overheidsuitgaven.
  • (met behulp van voorbeelden) uitleggen wat het verschil is tussen overdrachtsuitgaven en overheidsbestedingen.
  • uitleggen waarom regeren kiezen is.
  • de begrippen Rijksbegroting en Miljoenennota omschrijven.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met een begrotingstekort en wat het effect van een begrotingstekort op de staatsschuld is.
  • uitleggen waarom het verstandig kan zijn de staatsschuld niet te hoog te laten oplopen.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met sociale zekerheid.
  • twee wetten noemen waarin geregeld is dat mensen zonder inkomen ook een inkomen krijgen.
  • (met behulp van een voorbeeld) uitleggen wat het verschil is tussen een volksverzekering en een werknemersverzekering.

Wat ga ik doen?

Het thema Inkomsten en uitgaven overheid bestaat uit de volgende onderdelen:

Voor je aan de slag gaat met de afsluiting maak je zes opdrachten.
In de tabel staat per activiteit hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Activiteit

Aantal lessen

Inleiding

0,5

Wat kan ik straks?

 

Wat ga ik doen?

 

Opdracht: Inkomsten van de overheid

2

Opdracht: Belastingsysteem

2

Opdracht: Belasting nader bekeken

2

Opdracht: Uitgaven overheid

2

Opdracht: Tekort of overschot?

2

Opdracht: Sociale zekerheid

2

Afsluiting

 

Samenvattend

0,5

Eindopdracht

2

D-toets

0,5

Examenvragen

1

Terugkijken

0,5

Totaal:

17

 

*Extra opdracht.

Opdrachten

Inkomsten van de overheid

Inkomsten overheid

Intro

Belasting betalen is niet leuk, maar wel nodig. 
Met het geld dat de overheid ophaalt, doet ze veel belangrijke dingen.



Wat denk jij?

Waarom vinden mensen belasting betalen niet leuk?
Wat zou er niet meer gebeuren als de overheid geen belasting zou heffen?
Wat vind jij: moet de belasting omhoog of juist omlaag?

Bespreek je antwoorden met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de belangrijkste inkomstenbron van de overheid noemen.
  • (met behulp van een voorbeeld) uitleggen wat het verschil is tussen directe en indirecte belastingen.
  • bedragen inclusief btw omrekenen naar bedragen exclusief btw.
  • twee voorbeelden van niet-belastinginkomsten van de overheid noemen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is de belangrijkste bron van inkomsten van de overheid?

Stap 2

Hoe reken ik met de btw?

Stap 3

Wat is het verschil tussen loon- en inkomstenbelasting?

Stap 4

Wat zijn voorbeelden van niet-belastinginkomsten?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Eindopdracht

Zoek uit wat de belastingdienst doet.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 à 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Inkomsten overheid

Ga naar de Kennisbank economie en bestudeer het volgende onderdeel:

Inkomsten overheid


Beantwoord de vragen in de oefening 'Inkomsten overheid'.

In het cirkeldiagram hieronder zie je de inkomsten van de overheid in 2018.

Uit het diagram kun je bijvoorbeeld dat de overheid 21,8 miljard (van in totaal 285 miljard) aan vennootschapsbelasting binnenkreeg.


Maak nu de volgende oefening.

Stap 2: Inclusief of exclusief btw

Als je een product koopt, betaal je btw.
Voor de meeste producten is de btw 21%.
Met behulp van het schema hiernaast kun je prijzen zonder btw omrekenen naar prijzen met 21% btw en omgekeerd.

Schilders mogen van de overheid 9% in plaats van 21% btw rekenen.
Op veel boeken zit ook geen 21%, maar 9% btw.

Doe de oefening.

Stap 3: Verschil loon-/inkomstenbelasting

Bestudeer in de Kennisbank economie nogmaals het verschil tussen inkomstenbelasting en loonbelasting.

Inkomsten overheid

 

Doe de oefening.

Stap 4: Belasting-/niet-belastinginkomsten

Doe de oefening.

Afronding

Eindopdracht: De belastingdienst

Belasting betalen doe je via een belastingaangifte.
De belastingen komen op het bureau van de belastinginspecteur.
Die kijkt of je aangifte klopt.


Bekijk het filmpje ‘Wat doet de belastingdienst?’.

Kijk eventueel ook nog even op de website van de belastingdienst:
www.belastingdienst.nl.

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je een voorbeeld noemen van een (in)directe belasting?
    Kun je twee voorbeelden van niet-belastinginkomsten noemen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je ongeveer 1,5 uur met de opdracht bezig geweest.
    Heb je in die tijd ook de extra opdracht kunnen doen?
  • Inhoud
    Je had vast al wel eens over belastingen gehoord.
    Schrijf één ding op dat je al wist. Schrijf ook één ding op dat nieuw voor je was.
  • Afronding - Eindopdracht
    Heb je eindopdracht gedaan?
    Wat vond je van de video?

Kenmerken belastingsysteem

Belastingsysteem

Intro


In Nederland betaalt niet iedereen evenveel belasting.
Een onderwijzer met een inkomen van € 40.000,- betaalt ongeveer € 11.000,- aan belasting.

Wat vind jij?

Hoeveel belasting zou een bankdirecteur die € 400.000,- verdient aan belasting moeten betalen?

Bespreek je antwoorden met een klasgenoot. 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen wat bedoeld wordt met het draagkrachtbeginsel.
  • (met behulp van een voorbeeld) duidelijk maken wat een progressief belastingsysteem inhoudt.
  • twee voorbeelden noemen van belastingen die werken volgens het profijtbeginsel.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met een retributie en twee voorbeelden van retributies noemen.
  • omschrijven wat wordt bedoeld met het schijventarief.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Welke kenmerken heeft ons belastingsysteem?

Stap 2

Welke belastingen werken volgens het profijtbeginsel?

Stap 3

Wat is een retributie?

Stap 4

Wat houdt het schijventarief in?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Eindopdracht

Doe de opdracht 'Schijventarief in Excel'.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kenmerken belastingsysteem

Ga naar de Kennisbank economie en bestudeer het onderdeel 'Kenmerken belastingsysteem'.
Bekijk ook de video.

Kenmerken belastingsysteem

​Iemand met een laag inkomen betaalt in Nederland niet veel belasting.
Heb je een hoog inkomen dan betaal je meer belasting.
Je noemt dat het draagkrachtbeginsel: "de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten".

Beantwoord de vragen in de oefening 'Kenmerken belastingsysteem'.

Stap 2: Profijtbeginsel

Belastingen op basis van het profijtbeginsel gaan er vanuit dat mensen betalen die ook echt van het gebruik van het product profiteren.

Doe de oefening.

Stap 3: Retributies

Bestudeer in de Kennisbank (nogmaals) de pagina over retributies.

Retributies


Beantwoord de vragen in de oefening.

Stap 4: Schijventarief

In Nederland bestaat het schijventarief: voor de berekening van het bedrag dat je aan inkomstenbelasting moet betalen, wordt je belastbaar inkomen verdeeld in schijven. Over het deel van je inkomen in de eerste schijf betaal je het laagste tarief, over het deel van je inkomen in de tweede schijf betaal je een hoger tarief, enzovoorts.

Doe de oefening.

Afronding

Extra opdracht: Schijventarief in Spreadsheet

Oefening

Met behulp van Google-Spreadsheet kun je snel uitrekenen hoeveel belasting je betaalt Open het Google-Speadsheet bestand: Belastingschijven.

1
Je ziet op Blad 1 een tabel met de tarieven per schijf voor 2019.
Onder de tabel kun je in de gele cel (C10) het belastbaar inkomen invullen.

  1. Vul in cel C10 als belastbaar inkomen € 70.508,- in.
  2. Het aantal schijven past zich aan.
    Klopt het aantal schijven waarover het inkomen wordt verdeeld?
  3. Klopt het bedrag dat aan belasting betaald moet worden met het bedrag dat je in de vorige oefening hebt berekend?
  4. Controleer of ook het percentage belasting dat je moet betalen klopt met je antwoord in de vorige oefening.
  5. Gebruik het Google-Speadsheetbestand om uit te rekenen hoeveel belasting je betaalt bij een belastbaar inkomen van € 25.000,- en ook bij een belastbaar inkomen van € 100.000,-.

2
De minister van Financiën wil de volgende maatregel nemen:
De grens tussen schijf 3 en schijf 4 verhogen van € 68.508 naar € 70.000.

Voer de maatregel van die de minister wil nemen door in de tabel.
Let op: je moet het bedrag op twee plaatsen aanpassen.

  1. Gebruik het Google-Speadsheetbestand om uit te rekenen hoeveel belasting je betaalt bij een belastbaar inkomen van € 25.000,- en ook bij een belastbaar inkomen van € 100.000,-.
  2. Vergelijk de antwoorden met de antwoorden op vraag e.
    Werkt de maatregel die de minister wil nemen nivellerend of denivellerend? Leg je antwoord uit.

De minister van Financiën wil ook de volgende maatregel nemen:
Het tarief in schijf 4 gaat van 51,75% naar 55%.
Voer ook deze maatregel van die de minister door in de tabel.

  1. Werkt deze maatregel die de minister nivellerend of denivellerend?
    Leg je antwoord uit.

 

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je de verschillende kenmerken van ons belastingsysteem benoemen en omschrijven.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
    Heb je in die tijd ook de eindopdracht kunnen maken?
  • Inhoud
    Vraag thuis eens of ze weten wat het draagkrachtbeginsel inhoudt en wat ze er van vinden.
  • Afronding - Eindopdracht
    Had je al eens eerder met Excel gewerkt? Lukte het nog?
    Heeft de eindopdracht geholpen bij het begrijpen van het schijventarief?

Belastingen nader bekeken

Belasting nader bekeken

Intro

Er zijn verschillende soorten inkomen: 

  • Achmed Gouzine werkt in een supermarkt. Zijn loon bedraagt € 34.000,- per jaar.
  • Meneer Zijlstra is 69 jaar. Hij is met pensioen, maar is nog steeds mede-eigenaar van een bouwbedrijf. Hij heeft jaarlijks recht op een deel van de winst.
  • Ilse Verhoeve heeft € 40.000,- op een spaarrekening staan. Ze krijgt per jaar 3% rente.


Wat denk jij?

Moeten Achmed, de heer Zijlstra en Ilse alle drie belasting betalen over hun inkomen?

Bespreek je antwoord met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • omschrijven wat bedoeld wordt met het boxenstelsel.
  • de begrippen eigenwoningforfait, algemene heffingskorting en loonheffing omschrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Welke drie soorten belastbaar inkomen onderscheidt de overheid?

Stap 2

Hoe werkt het boxenstelsel?

Stap 3

Wie profiteren in verhouding het meest van de algemene heffingskorting?

Stap 4

Wat is loonheffing?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Maak de samenvattingsopdracht.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Boxenstelsel

De overheid onderscheidt drie soorten belastbaar inkomen. Iedere soort inkomen is ondergebracht in een eigen box. Iedere box heeft een eigen belastingtarief.

Boxenstelsel
Box 1: inkomen uit werk en woning

  • loon, pensioen, sociale uitkering, enz.
  • opbrengsten uit overige werkzaamheden
  • winst uit onderneming
  • eigenwoningforfait*

Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang

  • winstuitkering als je voor 5% of meer eigenaar bent van een bedrijf dat aandelen uitgeeft
  • winst door de verkoop van aandelen

Box 3: inkomen uit sparen of beleggen

  • rente over spaartegoeden
  • koerswinst op aandelen


*Eigenwoningforfait
In box 1 zit behalve inkomen uit werk ook inkomen uit eigen woning.
Heb je een eigen huis dan moet je van de belastingdienst je inkomen verhogen met het eigenwoningforfait.
De hoogte van het eigenwoningforfait hangt af van de waarde van je woning.
In 2015 gold voor huizen tussen de € 75.000,- en € 1.060.000,- dat het eigenwoningforfait 0,7% bedraagt.

Beantwoord de vragen in de oefening 'Boxenstelsel'.

Stap 2: Tarieven boxenstelsel

Iedere box kent zijn eigen tarief.

Tarieven 2018 - Boxenstelsel
In box 1 wordt gewerkt met het schijventarief.
In 2018 is het laagste tarief 36,5% en het hoogste is 52%.

In 2018 geldt in box 2 een tarief van 40,8%.

In box 3 was het tarief 40,8%.
Er geldt vanaf 2018 wel een vermogensvrijstelling van ongeveer € 30.000,-.
Dat wil zeggen dat als je minder dan € 30.000,- aan spaargeld en aandelen hebt, je geen belasting in box 3 hoeft te betalen.
Bij sparen en belegen wordt uitgegaan van een rente/rendement van 4%.


Doe de oefeningen.

Stap 3: Heffingskorting

Heb je uitgerekend hoeveel belasting je moet betalen, wacht dan nog even met betalen.
Er geldt namelijk een zogenaamde algemene heffingskorting.

De heffingskorting bedraagt in 2018 maximaal € 2265,- tot € 20.000,-.
D.w.z. dat iedereen van het bedrag dat hij/zij aan belasting moet betalen maximaal € 2265,- mag aftrekken.

Zie eventueel ook: Wat is de algemene heffingskorting en hoeveel krijg ik?

Doe de twee oefeningen.

Stap 4: Loonheffing

Het bedrag dat je in een jaar aan belasting moet betalen kun je pas definitief uitrekenen als het jaar afgelopen is.
Om er voor te zorgen dat werknemers aan het eind van het jaar niet een groot bedrag in één moeten betalen,
is er voor werknemers een voorheffing ingevoerd. Deze voorheffing wordt ook wel loonheffing genoemd.
Een werkgever is verplicht bij het betalen van het loon de loonheffing in te houden en aan de belastingdienst over te maken.

Soms heeft een werknemer door maandelijks de loonheffing te betalen genoeg belasting betaald.
De loonheffing is dan de eindheffing. Is de loonheffing te laag of te hoog of heb je geen loonheffing betaald,
dan moet je na afloop van het jaar een belastingformulier invullen.

Bekijk het loonstrookje van januari 2018 van Jacob Veldhoen.

Loonstrook januari 2018
De heer J. Veldhoen
Kerkstraat 48
2011 BD Haarlem
geb. datum: 16-07-1975

Salaris

€ 2.201,00       

In dienst

01-04-2005

Loonheffing

-€   721,34

functie

redacteur

 

 

gewerkte dagen       

21

Netto

€ 1.479,66

 

 


Het nettosalaris wordt overgemaakt op bankrekening: NL65RABO03173540762


Maak met de gegevens hierboven de volgende oefening.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Zorg dat je alle genoemde begrippen kunt omschrijven.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap heeft het meeste tijd gekost?
  • Inhoud
    Heb je een baantje? In welke box valt je inkomen?
  • Afronding - Samenvattingsopdracht
    Was het fijn om de theorie van deze opdracht en van de vorige opdracht nog even op een rijtje te kunnen zetten?

Uitgaven overheid

Uitgaven overheid

Intro

Bekijk de volgende vier krantenkoppen. 

Wat denk jij?

Iedere krantenkop heeft invloed op de uitgaven van de overheid.
Geef per krantenkop aan of de overheidsuitgaven afnemen of juist toenemen.

Bespreek je antwoorden met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • acht voorbeelden noemen van overheidsuitgaven.
  • (met behulp van voorbeelden) uitleggen wat het verschil is tussen overdrachtsuitgaven en overheidsbestedingen.
  • uitleggen waarom regeren kiezen is.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Welke twee soorten overheidsuitgaven zijn er?

Stap 2

Hoe lees je een cirkeldiagram over uitgaven af?

Stap 3

Wat zijn collectieve overheidsproducten en wat zijn individuele overheidsproducten?

Stap 4

Waarom moet de overheid bij het uitgeven van geld keuzes maken?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 à 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Uitgaven overheid

Ga naar de Kennisbank economie en bestudeer het onderdeel 'Uitgaven overheid'.

Uitgaven overheid


Doe de oefeningen.

Stap 2: Uitgaven overheid OC&W

De uitgaven van de overheid zijn zo ingedeeld dat bij veel uitgaven een ministerie past.

Eén van die ministeries ihet het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W).

Doe de oefening.

Stap 3: Collectief of individueel?

Doe de volgende oefeningen.

Stap 4: Regeren is keuzes maken

In het vak economie staat kiezen centraal.
Economen bestuderen hoe gezinnen, bedrijven en de overheid omgaan met inkomsten en uitgaven.

Doe de oefening.

Afronding

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Zorg dat je alle genoemde begrippen kunt omschrijven.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap heeft het meeste tijd gekost?
  • Inhoud
    Schrijf één ding op waar de overheid volgens jou meer geld aan zou moeten uitgeven.

 

Tekort of overschot?

Tekort of overschot?

Intro

Op de derde dinsdag van september, Prinsjesdag, komt de koning naar het Binnenhof in Den Haag om de troonrede voor te lezen. De troonrede wordt rechtstreeks uitgezonden op radio en televisie.

De troonrede is geschreven door de minister-president in overleg met de andere ministers.
In de troonrede staan de plannen van de regering voor het komende jaar.

Omdat het uitvoeren van die plannen geld kost, staat de minister van Financiën die dag speciaal in de belangstelling. Het financiële verhaal bij de plannen draagt hij bij zich in het 'koffertje'.
Het koffertje bevat de rijksbegroting: een overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven voor het volgende jaar.
 

Wat denk jij?

Waarom gaat het om verwachte inkomsten en uitgaven?
Bedenk een uitgavenpost waarvan het lastig is om van te voren vast te stellen hoeveel geld daar naar toe moet.
Bespreek je antwoorden met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de begrippen Rijksbegroting en Miljoenennota omschrijven.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met een begrotingstekort en wat het effect van een begrotingstekort op de staatsschuld is.
  • uitleggen waarom het verstandig kan zijn de staatsschuld niet te hoog te laten oplopen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat staat er in de Rijksbegroting?

Stap 2

Wat wordt bedoeld met gezonde overheidsfinanciën?

Stap 3

Waarom heeft de overheid een staatsschuld en wat is het nadeel van een te hoge staatsschuld?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Maak de samenvattingsopdracht.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Rijksbegroting

Ga naar de Kennisbank economie en bestudeer de pagina's van het onderdeel.
Bekijk ook de twee video's.

Rijksbegroting


Doe de oefeningen.

Stap 2: Gezonde overheidsfinanciën

Als de overheid jaar na jaar meer uitgeeft dan ze binnenkrijgt, kan dat tot problemen leiden.
Bekijk onderstaand filmpje maar eens.


Beantwoord de vragen in de oefening.

Stap 3: Staatsschuld

Doe nu ook de volgende drie oefeningen.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Maak bij ieder leerdoel een vraag en geef antwoord op die vraag.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap heeft het meeste tijd gekost?
  • Inhoud
    Had je al eens van een staatsschuld gehoord?
    Wat vind je ervan dat de overheid een staatsschuld heeft?
  • Afronding - Samenvattingsopdracht
    Was het fijn om de theorie nog even op een rijtje te kunnen zetten?

Sociale zekerheid

Sociale zekerheid

Intro

Bekijk de krantenkop:

In Nederland is het jaren heel goed gegaan. Maar niet iedereen heeft evenveel daarvan geprofiteerd. 
Volgens de bisschop van Breda zijn er in Nederland nog steeds groepen mensen die moeilijk kunnen rondkomen met hun inkomen.

Wat denk jij?

Ben je het met de bisschop eens?
Zeg ook waarom wel of waarom niet.

Bespreek je mening met je klasgenoten.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • omschrijven wat bedoeld wordt met sociale zekerheid.
  • twee wetten noemen waarin geregeld is dat mensen zonder inkomen ook een inkomen krijgen.
  • (met behulp van een voorbeeld) uitleggen wat het verschil is tussen een volksverzekering en een werknemersverzekering.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Welke wetten kent het stelsel van sociale zekerheid?

Stap 2

Wat zijn volksverzekeringen?

Stap 3

Waar staan de afkortingen WIA, WW en WWB voor?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Maak de samenvattingsopdracht.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Sociale zekerheid

Ga naar de kennisbank economie en lees de eerste twee pagina's van het onderdeel 'Sociale zekerheid'.

Sociale zekerheid


Beantwoord de vragen in de oefening 'Sociale zekerheid' en doe daarna ook de oefening 'AOW'.

Stap 2: Volksverzekeringen

Volksverzekeringen zijn sociale zekerheidswetten die voor alle inwoners van Nederland gelden.
Mensen met een inkomen betalen een premie voor deze verzekeringen.

Doe de twee oefeningen.

Stap 3: Verzekeringen en voorzieningen

Ga naar de kennisbank economie en lees de pagina's 'Werknemersverzekeringen' en  'Sociale voorzieningen'.
Bekijk ook de video op de derde pagina.

Sociale zekerheid

Doe de oefeningen.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw.
    Ben je het eens met de bisschop? Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Ga na of je de leerdoelen hebt behaald.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap heeft het meeste tijd gekost?
  • Inhoud
    Ken je iemand die AOW krijgt?
    Vraag hem of haar of hij/zij ook zonder deze uitkering rond kan komen?
  • Afronding - Samenvattingsopdracht
    Was het fijn om de theorie nog even op een rijtje te kunnen zetten?

Overheid en de coronacrisis

Coronacrisis

Intro

De coronacrisis begon in Nederland februari 2020 en had grote economische gevolgen. De maatregelen tegen de verspreiding van het virus hadden een negatief effect op de economie van Nederland.
Om de negatieve effecten zoveel mogelijk te beperken, stelde de overheid een uitgebreid hulpplan op. Dat hulpplan was vooral bedoeld om bedrijven die in geldnood kwamen te ondersteunen.

Wat denk jij?

Hieronder zie je een aantal economische sectoren. Zet de sectoren op volgorde van economische schade. Zet de sector met de minste schade bovenaan en de sector met de meeste schade onderaan.

  • luchtvaart
  • bouwsector
  • detailhandel
  • supermarkten
  • recreatiesector (toerisme)
  • onderwijs
  • cultuursector
  • horeca

Vergelijk jouw volgorde met de volgorde van een klasgenoot.
Bespreek de verschillen.

Wat kan ik straks?

Leerdoelen

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • (met behulp van voorbeelden) duidelijk maken dat de coronacrisis economische gevolgen heeft voor Nederland.
  • (met behulp van voorbeelden) duidelijk maken dat de coronacrisis voor bepaalde sectoren grotere gevolgen heeft dan voor andere sectoren.
  • minimaal twee voorbeelden van maatregelen beschrijven die de overheid genomen heeft ter bestrijding van de coronacrisis.
  • (met behulp van een voorbeeld) duidelijk maken dat de coronacrisis effect heeft op de manier waarop het werk georganiseerd wordt.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Leervragen
Stap 1 Wat is het economische effect van de coronacrisis binnen verschillende sectoren?
Stap 2 Hoe probeert de overheid de nadelige gevolgen van de crisis te beperken?
Stap 3 Wat wordt bedoeld met het 'nieuwe normaal'? Is er sprake van veranderingen door de coronacrisis?
Afronding
Onderdeel Activiteit
Eindopdracht Discussieer met mijn klasgenoten over rol van de overheid.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Verschillende sectoren

Al een maand na het begin van de coronacrisis was het duidelijk dat de coronacrisis economische gevolgen zou hebben.
Er was sprake van een krimpende economie: door de lockdown nam de consumptie af en de werkloosheid steeg. Het was ook toen al duidelijk dat de gevolgen per sector zeer verschillend zouden zijn.

Hieronder lees je over de gevolgen van de coronacrisis voor twee sectoren.

Luchtvaart

Vanaf februari 2020 werd het aantal vluchten van en naar China beperkt. Vanaf maart gingen er ook minder vluchten, eerst van en naar Italië, maar vervolgens ook al snel naar andere Europese landen en de VS.
Het aantal luchtreizigers nam snel af met grote invloed op het internationale (lucht)verkeer en toerisme.
Al snel na het begin van de crisis waren er geluiden over gedwongen ontslagen in de luchtvaart en toerisme.

 

Supermarkten

Aan het begin van de coronacrisis gingen de mensen, terwijl daar geen noodzaak voor was, massaal hamsteren.
Er ontstond een run op medicijnen, toiletpapier en andere houdbare producten. Maar niet alleen door het hamsteren stegen de verkopen in supermarkt. Sinds het begin van de coronacrisis hebben de supermarkten een hogere omzet gedraaid dan in dezelfde maanden een jaar eerder. Goed nieuws voor jongeren die een baantje als bijvoorbeeld vakkenvuller zochten; werk genoeg.

 

Maak de volgende opdracht.

Stap 2: Overheidsmaatregelen

De coronacrisis leek op het eerste gezicht misschien een gezondheidscrisis. Maar de maatregelen die nodig waren om de verspreiding van het virus in te dammen, hadden ook gevolgen voor de economie.

Beleid overheid

Het beleid van de overheid was er op gericht om zoveel mogelijk banen te behouden. Daarom waren er allerlei financiële regelingen om bedrijven, zzp'ers en instellingen te ondersteunen tijdens de crisis.

Hieronder twee voorbeelden.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

Ondernemers kunnen een groot deel van hun loonkosten vergoed krijgen als ze verwachten 20% of meer van hun omzet te verliezen. Werkgevers kunnen bij het UWV een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten. Met die tegemoetkoming kunnen werknemers met een vast contract en werknemers met een flexibel contract doorbetalen.
Een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een NOW-toekenning is, dat de werkgever geen ontslagaanvraag indient bij het UWV om bedrijfseconomische reden.

 

Financiële regelingen sportsector

De sportsector wordt hard getroffen door het coronavirus. De unieke Nederlandse sportinfrastructuur, die wordt gedragen door verenigingen en vrijwilligers, staat onder druk. Sectorspecifieke steun is daarom noodzakelijk om ervoor te zorgen dat deze sector, ook na deze periode van maatregelen, haar bijdrage weer kan leveren aan het fit houden en weerbaar maken van de Nederlandse bevolking.

Specifiek voor de sportsector is er een steunpakket voor amateursportorganisaties. Dit pakket bestaat onder andere uit:

  • Een huurkwijtscheldingsregeling voor verhuurders die een accommodatie verhuren aan een sportvereniging.
  • Een regeling tegemoetkoming in de vaste lasten voor verenigingen met accommodatie in eigendom of beheer.
  • Uitkering voor gemeenten en exploitanten van ijsbanen en zwembaden die door corona in de financiële problemen zijn gekomen.

 

Maak de volgende opdrachten.

 

Stap 3: 'Nieuwe normaal'

Het nieuwe normaal: wat is dat eigenlijk?

Is de crisis een kans om te vernieuwen, om idealen te verwezenlijken?
Of is dat naïef, en zal het 'nieuwe normaal' uiteindelijk toch gewoon het 'oude normaal' blijken te zijn?

Tijdens de coronacrisis hoorde je van alle kanten: na de ­coronacrisis zal het leven nooit meer hetzelfde worden.
Er komt een ‘nieuw normaal’, en daar zullen we ons op moeten voorbereiden.
Maar wat is dat eigenlijk dan, dat 'nieuwe normaal'?

Maak de volgende opdracht.

Afronding

Eindopdracht: Een sterke overheid?

Economen zijn het ook lang niet altijd met elkaar eens. Er wordt veel gediscussieerd over de invloed die de overheid op het economische leven moet hebben. Sommige economen zijn voorstanders van een overheid op afstand. Andere economen pleiten juist voor een actieve overheid.

Je gaat je nu voorbereiden op een debat. Het debat gaat over de volgende stelling.

Stelling:
De les van corona moet zijn dat een sterke overheid nodig is.

Bedenk nu zoveel mogelijk argumenten vóór en tegen de stelling.
Schrijf de argumenten op een kladblaadje.

Lees nu eerst de Gereedschapskist hieronder door.

In debat

Ga met drie andere leerlingen in debat.

Twee spelen 'voorstander' en twee spelen 'tegenstander'.
Geef elkaar commentaar op de inhoud. Let ook op elkaars houding.
Zorg dat één iemand de voorzitter is.

Evalueer samen het debat. Maak hierbij gebruik van een Juryformulier.

Beoordeling

Tijdens het debat kijkt en luister je docent mee.
Bij de beoordeling van het debat let hij/zij op het volgende:

  • De standpunten werden duidelijk overgebracht.
  • De argumenten werden goed onderbouwd.
  • Bij de argumenten werden voorbeelden gegeven.
  • Er werd duidelijk gesproken.
  • De lichaamstaal paste bij de toon van het debat.


Succes!

Debat voeren

Bij een debat hebben twee of meer mensen een verschillende mening over een onderwerp. Deze standpunten worden helder in beeld gebracht door argumenten voor het eigen standpunt te geven, of door de argumenten van de ander met tegenargumenten te bestrijden.

 

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap heeft het meeste tijd gekost?
  • Inhoud
    De coronacrisis heeft niet alleen impact in 2020 en 2021. Deze opdracht ging over de invloed op de overheid.
    Maar de coronacrisis heeft natuurlijk invloed op veel meer aspecten van de maatschappij, ook aspecten die van invloed zijn geweest op jou persoonlijk. Denk alleen al aan de sluiting van de scholen.
    Kun je er nog meer benoemen en koppelen aan de overheidsaspecten die je in deze opdracht hebt geleerd?
    Wat was de rol van de overheid in deze aspecten?
  • Afronding
    Hoe verliep het debat over de stelling?
    Was je goed voorbereid op het debat?
    Ben je tevreden over je eigen rol in het debat?

Afsluiting

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbankitems die horen bij dit thema.

Rijksbegroting
overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven van de overheid.

miljoenennota
samenvatting van de Rijksbegroting waarin wordt ingegaan op de economische situatie in Nederland.

begrotingstekort
de overheidsuitgaven zijn groter dan de overheidsinkomsten.

staatsschuld
de overheidsschuld, het totaal aan uitstaande leningen van de overheid.

sociale voorzieningen
sociale zekerheidswetten die voor alle inwoners van Nederland gelden. Voor deze voorzieningen hoeft geen premie betaald te worden.

sociaal minimum
een door de overheid vastgesteld minimumbedrag dat je nodig hebt om in je levensonderhoud te voorzien.

sociale zekerheid
stelsel van wetten waarin geregeld is dat iedere inwoner van Nederland recht heeft op het sociaal minimum.

volksverzekeringen
sociale zekerheidswetten die voor alle inwoners van Nederland gelden. Iedereen met een inkomen betaalt een premie voor deze verzekering.

werknemersverzekeringen
sociale zekerheidswetten die gelden voor alle mensen in loondienst. Werknemers betalen een premie voor deze verzekeringen.

Eindopdracht

De overheid heeft op veel terreinen invloed. Veel beslissingen van de overheid hebben invloed op de economie.
Als de invloed van de overheid op de economie zeer groot is, spreek je van een planeconomie. Heeft de overheid nauwelijks invloed dan heeft dat land een markteconomie. Een land heeft een gemengde economie als de overheid wel invloed heeft, maar niet alles regelt.

Je hebt in de opdrachten van het thema gezien waar de overheid geld aan uitgeeft en dus op welke terreinen de overheid invloed heeft. Wat vind je hebben we in Nederland een planeconomie, een markteconomie of een gemengde economie? Je maakt een eindproduct met als titel De overheid en de economie en in je eindproduct geef je aan wat je vindt van de invloed van de overheid op de economie.
De keuze van het eindproduct is vrij.
 

Werken bij de overheid of semioverheid
Wat denk je?
Hoeveel procent van de werknemers in Nederland heeft een baan bij de overheid of bij de semioverheid?
Schrijf je schatting op een papiertje en bewaar dat papiertje voor straks.

De publieke sector is de verzamelnaam voor alle overheidsorganisaties en semioverheidsorganisaties. Overheidsorganisaties zijn gemeenten, provincies en het rijk, maar ook bijvoorbeeld de politie en de rechterlijke macht. Mensen in dienst van een overheidsorganisatie zijn ambtenaren.

Het onderwijs en de zorg behoren tot de semioverheid. Net als bibliotheken en musea zijn scholen en zorginstellingen semioverheidsorganisaties.

Als je wilt kijken naar de invloed van de overheid in het dagelijks leven, zou je bijvoorbeeld kunnen kijken naar hoeveel procent van de mensen er werken bij de overheid of bij de semioverheid.

Probeer op internet de volgende gegevens te vinden:

  • Hoeveel mensen werken er in het totaal? Hoe groot is de werkgelegenheid?
  • Hoeveel gemeente-, provincie- en rijksambtenaren zijn er in Nederland?
  • Hoeveel politieagenten zijn er?
  • Hoeveel mensen werken er in de zorg?
  • Hoeveel mensen werken er in het onderwijs?

Probeer te bepalen hoeveel procent van alle werknemers bij de overheid of bij de semioverheid werkt.
Vergelijk je antwoord met de antwoorden van klasgenoten.
Bespreek eventuele verschillen.
Vind je het percentage hoog of juist laag?
Of komt het percentage overeen met wat je al wel gedacht had?

Als je kijkt naar het percentage mensen dat in dienst is bij de overheid of bij de semioverheid,
vind je dan dat Nederland een planeconomie heeft of juist een markteconomie of toch een gemengde economie?

Belastingdruk
Als je wilt kijken naar de invloed van de overheid op de economie kun je ook naar de belastingdruk.
De belastingdruk geeft aan in welke mate belastingheffingen drukken op het besteedbaar inkomen.
Het gaat dan niet alleen om loon- en inkomstenbelasting, maar ook om bijvoorbeeld btw en wegenbelasting.

Als de belastingdruk hoog is, betekent dat dat de overheid een hoog percentage aan belastingen heft.
De overheid heeft dan dus veel inkomsten waarmee ze invloed kan uitoefenen op de economie.
Bij een lage belastingdruk zijn de inkomsten voor de overheid lager en dus ook de invloed op de economie kleiner.

De belastingdruk wordt vaak uitgedrukt in een percentage.
Dat percentage geeft aan hoeveel procent van het bruto inkomen gemiddeld wordt uitgegeven aan belastingen.

Schat hoe hoog de belastingdruk is in Nederland.
Schrijf je schatting op een papiertje en bewaar dat papiertje voor straks.
Ga op internet op zoek naar de belastingdruk in Nederland.
Is de belastingdruk de afgelopen jaren afgenomen of juist toegenomen?
Vergelijk de belastingdruk in Nederland met de belastingdruk in andere landen.
Is de belastingdruk in Nederland hoog ten opzichte van de druk in andere landen?
Vind je de belastingdruk in Nederland hoog of juist laag?
Of komt de druk overeen met het percentage dat je geschat had.

Als je kijkt naar de belastingdruk vind je dan dat Nederland een planeconomie heeft of juist een markteconomie of toch een gemengde economie?
Bespreek je antwoord met klasgenoten.

Eindproduct

Je gaat samen met een klasgenoot aan de slag met het eindproduct.

Jullie maken een eindproduct met als titel De overheid en de economie. Welk eindproduct jullie maken, mogen jullie zelf kiezen. In het eindproduct moeten jullie met argumenten aangeven wat jullie vinden van de rol van de overheid. Gebruik de gegevens die jullie in stap 1 en stap 2 hebben verzameld.

Voor ideeën kunnen jullie de gereedschapskist bezoeken.
Hebben jullie een eindproduct gekozen, laat dat dan weten aan de docent.
Maak vervolgens duidelijke afspraken: wie doet wat en wanneer?
En houd je vervolgens ook aan de afspraken!

Klaar?
Laat het eindproduct beoordelen door de docent.

 

Gereedschapskist

Welkom bij de gereedschapskist. Hier vind je uitleg over alle werkvormen waarmee je je eindproducten maakt. Bij iedere werkvorm staat beschreven hoe je deze uitvoert, kun je inspiratiefilmpjes bekijken en vind je de beoordelingscriteria waaraan jouw product moet voldoen. Ook zie je welke digitale middelen je kunt gebruiken en aan welke vaardigheden je werkt tijdens het maken van je eindproduct. Veel succes!

 

Diagnostische toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Examentraining

Je hebt de thema's die te maken hebben met de Overheid afgerond.

Hier vind je de examentraining Overheid. In deze examentraining staat de examenstof nogmaals kort uitgelegd, kun je oefenopgaven maken en ga je aan de slag met opdrachten uit eerdere examens.

Overleg met de docent wanneer je de examentraining gaat doen.

Examentraining Overheid vmbo-kgt

 

Meer oefenen?
Wil je meer oefenen met examenvragen? Log dan in op ExamenKracht.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Wist je na het lezen van de intro waar dit thema over ging?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Ga na of alle begrippen in de begrippenlijst staan.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 17 uur met dit thema bezig zou zijn. Klopte dat ongeveer?
    Met welke opdracht was je snel klaar?
    En welke opdracht kostte het meeste tijd? Waarom?
  • Inhoud
    Het thema bestaat uit zes gewone opdrachten.
    Welke opdracht vond je het leukst om te doen?
    En welke vond je het minst leuk? Schrijf op waarom je deze opdracht niet zo leuk vond.
  • Eindopdracht
    Heb je de eindopdracht gemaakt? Wat vond je van de opdracht?
    Past de opdracht goed bij het thema?
  • D-toets
    Wat was je score voor de D-toets? Ben je tevreden met die score?
    Heb je geleerd van de fouten die je hebt gemaakt?
  • Examenvragen
    Veel examenvragen bij dit thema. Heb je ze allemaal gemaakt?
    Ging het goed?
    Wil je meer oefenen en met recentere examens?
    Ga dan naar ExamenKracht.
  • Het arrangement Thema: Overheid - Inkomsten en uitgaven - vmbo-kgt34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    18-11-2025 08:36:01
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Inkomsten en uitgaven van de overheid' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor economie voor vmbo-kgt34. In dit thema gaat het over de inkomsten en uitgaven van de overheid. Dit thema begint met een inleiding, vervolgens komen de leerdoelen, en daarna wat je gaat doen in dit thema. Dan kom je bij de opdrachten die horen bij dit thema, dit zijn: Inkomsten van de overheid, Kenmerken belastingsysteem, Belastingen nader bekeken, Uitgaven overheid, Tekort of overschot?, Sociale zekerheid en Overheid & de coronacrisis. Begrippen die hier belangrijk zijn: rijksbegroting, belastingsysteem, sociale zekerheid en miljoenennota. De eindopdracht van dit thema is een eindproduct maken met als titel: 'De overheid en de economie'. Na de eindopdracht komt een D-toets, hier worden 16 meerkeuzevragen gesteld over het thema: Overheid - Inkomsten en uitgaven. Vervolgens worden er nog verschillende examenvragen weergegeven die horen bij dit thema. Dit thema eindigt met het terugkijken op dit thema, dus hoe ging het? en kan ik wat ik moet kunnen?
    Leerniveau
    VMBO gemengde leerweg, 3; VMBO theoretische leerweg, 4; VMBO theoretische leerweg, 3; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 4; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Economie; Overheid en bestuur;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    16 uur 50 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, economie, inkomstenbron, miljoenennota, overheid - inkomsten en uitgaven, overheidsbestedingen, profijtbeginsel, rijksbegroting, stercollectie, vmbokgt34

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content - Gereedschapskist. (2019).

    Gereedschapskist activerende werkvormen

    https://maken.wikiwijs.nl/105906/Gereedschapskist_activerende_werkvormen

    VO-content Economie. (2021).

    Opdracht (extra): Overheid en de coronacrisis - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/173375/Opdracht__extra___Overheid_en_de_coronacrisis___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Belasting nader bekeken - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/73820/Opdracht__Belasting_nader_bekeken___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Belastingsysteem - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/73819/Opdracht__Belastingsysteem___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Inkomsten overheid - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/73818/Opdracht__Inkomsten_overheid___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Sociale zekerheid - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/73823/Opdracht__Sociale_zekerheid___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Tekort of overschot - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/73822/Opdracht__Tekort_of_overschot___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Uitgaven overheid - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/73821/Opdracht__Uitgaven_overheid___vmbo_kgt34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Inkomsten en uitgaven van de overheid

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.