Thema Zintuigen hv12

Thema Zintuigen hv12

Thema: Zintuigen

Intro

Als je niet kunt zien en licht niet kunt waarnemen, ziet het leven er anders uit dan als je dit wel kunt.
Hoe kun je er dan voor zorgen dat je wel de juiste route naar school loopt?
Juist, je gebruikt in plaats van je ogen andere zintuigen.

Bekijk het volgende filmpje. De man in de video kan zijn ogen maar heel beperkt gebruiken. Hoe vindt hij toch zijn weg?


Voor het waarnemen van prikkels van buiten, gebruik je je zintuigen.
Je hebt verschillende zintuigen voor zien, horen, voelen, proeven en ruiken.

Dit thema gaat over waarnemen met je zintuigen.

Wat kan ik straks?

In de tabel vind je de leerdoelen van dit thema.

Aan het einde van dit thema kan ik... Opdracht
de begrippen prikkels, impulsen, zintuigen uitleggen en het verband in eigen woorden vertellen. Zintuigen
de begrippen bewuste reactie, onbewuste reactie en reflex met eigen woorden vertellen. Zintuigen
de belangrijkste zintuigen in ons lichaam opnoemen en aangeven welke weg de informatie van deze zintuigen aflegt in ons lichaam. Zintuigen / Voelen de huid
benoemen uit welke vijf delen de huid bestaat en wat de functie van elk deel is. Voelen de huid
elf onderdelen van het oog aanwijzen, benoemen en aangeven welke functie ze hebben. Ogen bekeken
aangeven welke functies en onderdelen het lichaam heeft om de ogen te beschermen. Ogen bekeken
de werking van het oog en eventuele oogproblemen uitleggen met behulp van begrippen. Ogen bekeken
de onderdelen van het oor benoemen en aangeven in welke volgorde het geluid langs deze verschillende onderdelen gaat. Goed gehoord
uitleggen hoe geluidstrillingen worden omgezet in impulsen. Goed gehoord
beschrijven hoe geluidssterkte en trillingsfrequenties onze gehoorgrenzen bepalen. Goed gehoord
omschrijven hoe onze neus en tong zijn opgebouwd, hoe ze werken en welke zintuigen verantwoordelijk zijn voor hun werking. Ruiken en proeven

 

Wat ga ik doen?

In dit thema ga je aan de gang met vijf opdrachten, de afsluiting, een diagnostische toets en eventueel de extra opdrachten (aangegeven met een ★).
In de tabel staat per opdracht hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt en welke eindopdrachten er bij de opdrachten horen.

Activiteit Aantal lessen Eindopdracht
Inleiding 0,5 lesuur  
Opdracht: Zenuwstelsel 1 lesuur Toets
Opdracht: Voelen: de huid 2 lesuren Practicum en onderzoeksverslag
Opdracht: Ogen bekeken 2 lesuren Toets
Opdracht: Goed gehoord 2 lesuren Toets
Opdracht: Ruiken en proeven 3 lesuren Kruiswoordpuzzel of practicum
Opdracht: ★ Gezichtsbedrog 1 lesuren Optische illusie maken of toets
Opdracht: ★ Hormonen 2 lesuren Artikel schrijven of toets
Opdracht: Brandwonden 3 lesuren Eindproduct naar keuze
Afsluiting    
Eindopdracht A 2 lesuren Kwartetspel
Eindopdracht B 1 à 2 lesuren Eindproduct naar keuze
Diagnostische toets 1 lesuur  
Totaal 21 lesuren  


De tijd is een indicatie en afhankelijk van de keuze van het eindproduct.

 

Opdrachten

Zenuwstelsel

Zenuwstelsel

Intro

Bekijk het filmpje over het zenuwstelsel op Schooltv.
In het filmpje gaat het over het zenuwstelsel: één groot netwerk van zenuwcellen die met elkaar in contact staan en die er voor zorgen dat je allerlei informatie kunt opnemen. Let goed op de verschillende soorten zenuwcellen.

Video: Je hersenen werken altijd


In deze eerste opdracht van dit thema staat dit zenuwstelsel centraal.

Succes!

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht zenuwstelsel.
Ik kan:

  • het begrip 'prikkels' in mijn eigen woorden weergeven.
  • het verband tussen prikkels en zintuigen uitleggen.
  • de vijf belangrijkste zintuigen in ons lichaam opsommen.
  • het verschil tussen een prikkel en een impuls uitleggen.
  • de weg aanduiden die informatie van de zintuigen naar de hersenen aflegt.
  • illustreren wat het verschil is tussen bewuste en onbewuste reacties.
  • het begrip reflex kunnen uitleggen met behulp van een voorbeeld.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je kunt de begrippen zintuigen, prikkels en impulsen uitleggen en toepassen in een opdracht.
Stap 2 Je kunt na het bestuderen van twee kennisbanken de belangrijkste zintuigen in ons lichaam opnoemen en een opdracht maken over het centraal zenuwstelsel.
Stap 3 Je kunt met behulp van de kniepeesreflex benoemen wat een reflex is.
Stap 4 Je kunt na het kijken van een video verwoorden hoe de pupilreflex werkt en deze kennis toepassen in een oefening.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbanken die zijn gebruikt in deze opdracht. Ook staat hier een lijst met begrippen die aansluiten bij de opdracht zenuwstelsel
Eindopdracht Je sluit deze opdracht af met het maken van een toets.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.
Extra
Onderdeel Activiteit
Extra: Zintuigen bij dieren Je maakt kennis met de bijzondere zintuigen van dieren en kunt deze zintuigen aan het juiste dier koppelen.


Benodigdheden
Geen bijzonderheden.

Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 1 uur nodig.

Extra
Overleg met je docent of je de extra opdracht 'Andere zintuigen' doet.

Aan de slag

Stap 1: Zintuigen

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het volgende onderdeel:

Prikkels en impulsen

Maak de volgende oefening.

Stap 2: Zenuwstelsel

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het volgende twee onderdelen:

Hersenen

Zenuwstelsel

Maak nu de volgende oefening.

Stap 3: Kniepeesreflex

Als iemand met een hamertje op je kniepees slaat, gaat je onderbeen vanzelf omhoog. Dit is bekend als de kniepeesreflex.

Wat er gebeurt bij de kniepeesreflex zie je hieronder:

In de animatie op Bioplek.org kun je zien hoe de kniepeesreflex werkt. 
In de animatie gaat het over sensorische zenuwcellen, dat zijn gevoelszenuwcellen.
Motorische zenuwcellen zijn bewegingszenuwcellen.

 

Stap 4: Pupilreflex

Als je naar een oog kijkt, zie je het gekleurde deel, de iris, met daarin een donkere vlek, de pupil.
Eigenlijk is de pupil een gaatje. Door het gaatje valt licht in het oog.
De pupil kan groter en kleiner worden.
Bekijk het volgende filmpje.

Je pupil wordt automatisch kleiner als er veel licht is en groter als er weinig licht is.
Het automatisch groter of kleiner worden van je pupil is een voorbeeld van een reflex met negatieve terugkoppeling.

Probeer samen met een klasgenoot antwoord te geven op de volgende vragen:

Afronding

Begrippenlijst

Prikkels en impulsen

Hersenen

Zenuwstelsel

Prikkel
Vanuit een intern of extern milieu afkomstige informatie.
Zintuig
Orgaan dat een verandering in de omgeving kan waarnemen en signalen doorgeeft aan delen van het zenuwstelsel (zenuwcellen).
Adequate prikkel
De bepaalde prikkel waar een bepaald zintuig gevoelig voor is noem je de adequate prikkel.
Gezichtszintuig
Orgaan met zintuigcellen die licht registreren/waarnemen, waardoor je kunt zien. Ook wel ogen genoemd.
Gehoorzintuig
Orgaan met zintuigcellen die geluidstrillingen registreren/waarnemen, waardoor je kunt horen. Ook wel oren genoemd.
Reukzintuig
Orgaan met reukzintuigcellen die geuren kunnen waarnemen, waardoor je kunt ruiken. Ook wel neus genoemd.
Smaakzintuig
Orgaan met smaakzintuigcellen die smaken kunnen waarnemen, waardoor je kunt proeven.
Gevoelszintuig
Tastzintuigen, drukzintuigen, warmtezintuigen en koudezintuigen, o.a. in de huid, geven informatie door aan het zenuwstelsel over gevoel.
Zintuigcellen
Zintuigen bestaan uit zintuigcellen. In deze cellen worden prikkels omgezet in impulsen.
Impulsen
Elektrische stroompjes die door zintuigcellen worden doorgegeven aan zenuwcellen.
Reflex
Een zeer snelle reactie van het zenuwstelsel, waarbij het signaal in eerste instantie niet via de hersenen verloopt, maar alleen via het ruggenmerg.
Prikkeldrempel
De waarde van een prikkel die nog net omgezet wordt in een impuls en dus waargenomen wordt.
Gewenning
Het hoger worden van de prikkeldrempel voor een bepaalde drempel door een constante aanvoer ervan.
Centrale zenuwstelsel
Bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg.
Perifere zenuwstelsel
Bestaat uit alle zenuwen behalve de hersenen en het ruggenmerg.
Zenuwcellen
Specifieke cellen van het zenuwstelsel, die bestaan uit een cellichaam en heel lange uitlopers. Ze ontvangen signalen en informatie en geven die door.
Ruggenmerg
Deel van het zenuwstelsel dat binnen in de wervelkolom ligt, speelt een rol bij het doorgeven van signalen in het zenuwstelsel.
Gevoelszenuwcellen
Zenuwcellen die impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel brengen.
Schakelcellen
Zenuwcellen die impulsen van de ene naar de andere zenuwcel brengen.
Bewegingszenuwcellen
Zenuwcellen die impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en/of klieren brengen.
Hersenen
Een buitengewoon ontwikkeld orgaan, dat alle gevoelens, het bewustzijn en alle mogelijkheden om iets te doen bevat.
Grote hersenen
Orgaan van het zenuwstelsel; grootste deel van de hersenen, waar signalen van zenuwen worden verwerkt en de beweging van je lichaam wordt geregeld. Is ook het regelcentrum voor o.a. plannen, redeneren, emotie en het geheugen.
Kleine hersenen
Orgaan van het zenuwstelsel, zorgt o.a. voor coördinatie van bewegingen.
Hersenstam
De hersenstam is het oudste hersendeel, ligt in het verlengde van het ruggenmerg en regelt de basale functies.

Eindopdracht: Toets

Je sluit deze opdracht af met het maken van een toets.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Wist je dat je lichaam zo'n ingewikkeld zenuwstelsel heeft? Heb je zelf wel eens bij een arts een onderzoek naar je reflexen gehad?
  • Eindopdracht
    Vond je de toets moeilijk of makkelijk? Waren er onderdelen uit de opdracht die je nog miste in de toets?

Extra: Andere zintuigen

Dieren gebruiken vaak andere zintuigen dan mensen.
Maak onderstaande oefening.

Voelen: de huid

Voelen: de huid

Intro

De buitenkant van je lichaam is je huid.
Met je huid kun je van alles te weten komen over je omgeving.
Je kunt bijvoorbeeld voelen dat een trui lekker zacht aanvoelt, of dat een speld scherp is.

Bekijk het filmpje. Wat zou jij doen?

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht voelen: de huid.
Ik kan:

  • de werking van de vijf verschillende zintuigen in de huid beschrijven.
  • de weg beschrijven die informatie van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel aflegt.
  • de werking van warmte- en koudezintuigen uitleggen.
  • benoemen uit welke drie delen huid bestaat en wat de functie van elk deel is.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank kun je de drie lagen, de zintuigen en de functie van de huid benoemen. De opgedane kennis kun je verwerken in een opdracht.
Stap 2 Na het uitvoeren van een practicum kun je de werking van warmte- en koudezintuigen uitleggen.
Stap 3 In een opdracht kun je de informatie die je in deze opdracht hebt geleerd verwerken en de werking van de zintuigen uitleggen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst

Hier vind je de kennisbanken die zijn gebruikt in deze opdracht. Ook staat hier een lijst met begrippen die aansluiten bij de opdracht voelen: de huid.

Eindopdracht Je sluit deze opdracht af met het uitvoeren van een practicum en het maken van een onderzoeksverslag over dit practicum.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden

  • Practicumspullen practicum warmte- en koudezintuigen.
  • Beschrijving practicum
    Googledoc - Huidzintuigen

Tijd
Voor het bestuderen van de theorie en beantwoorden van de vragen heb je 0,5 uur nodig.
Voor het uitvoeren van het practicum huidzintuigen en het schrijven van het onderzoeksverslag heb je nog ongeveer 1 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: De huid

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het volgende onderdeel:

De huid

Maak de volgende oefening.

Stap 2: Practicum: Koud en warm

Bij de volgende proef onderzoek je de werking van warmte- en koudezintuigen.

Benodigdheden:

  • Een bekerglas met koud water van ongeveer 4°C met ijsblokjes erin.
  • Een bekerglas met warm water van ongeveer 40°C.
  • Een bekerglas met lauw water van ongeveer 20°C.
  • Een thermometer om de temperaturen te controleren.

Uitvoering:

  • Steek een vinger van je linkerhand in het bekerglas met warm water.
  • Steek een vinger van je rechterhand in het bekerglas met koud water.
  • Wacht ongeveer één minuut.
  • Doe dan de vingers van beide handen in het bekerglas met lauw water.

Wat merk je op het moment dat je beide vingers in het lauwe water doet?
Maak onderstaand verslag van de proef af door de juiste woorden naar de tekst te slepen.

Stap 3: Warme en koude huid

Afronding

Begrippenlijst

De huid

Mechanische bescherming/afweer
Eerste afweer door aanpassingen aan de buitenkant van het lichaam om ziekteverwekkers uit te schakelen of tegen te houden. Voorbeelden bij de mens: huid en slijm(vlies).
Hoornlaag
Bovenste laag van de opperhuid. Bestaat uit dode cellen.
Kiemlaag
Onderste laag van de opperhuid. Bestaat uit delende cellen.
Pigmentcellen
Pigment bestaat uit pigmentcellen die een kleurstof bevatten die de gevaarlijke UV-straling kunnen opnemen.
Zintuigcellen
Zintuigen bestaan uit zintuigcellen. In deze cellen worden prikkels omgezet in impulsen.
tastzintuig
Geeft informatie over de structuur van hetgeen je aanraakt.
Pijnzintuig
Waarschuwt je als je huid beschadigd dreigt te worden.
Drukzintuig
Geeft je informatie over de massa en/of breekbaarheid van hetgeen je aanraakt.
Koudezintuig
Geeft informatie over de kou van hetgeen je aanraakt.
Warmtezintuig
Geeft informatie over de warmte van hetgeen je aanraakt.
Zweet
Uitscheidingsproduct dat een functie heeft bij het regelen van de temperatuur van het lichaam.
Voelen
Het waarnemen van aanraking, druk, warmte of kou (tastzintuig en drukzintuig, warmte- en koudezintuigen).
Afweersysteem
Alle reacties die een organisme heeft op het binnendringen van ziekteverwekkers en lichaamsvreemde stoffen.

Eindopdracht: Practicum huidzintuigen

Je gaat samen met een klasgenoot het practicum huidzintuigen uitvoeren en van dat practicum een onderzoeksverslag schrijven.

  • Open het werkblad Huidzintuigen.
  • Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
    of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Lees het werkblad een keer helemaal door.
  • Zoek de benodigdheden bij elkaar.
  • Voer het practicum op de aangegeven manier uit. Let op veiligheid! 
  • Maak op het werkblad een onderzoeksverslag van het practicum.
  • Vergeet de evaluatie niet in te vullen.
  • Beoordeel het onderzoeksverslag eerst zelf.
  • Laat het verslag daarna beoordelen door jullie docent.

Succes!

Natuurwetenschappelijk verslag maken

Schrijf je een verslag van een onderzoek voor biologie of NaSk, dan wordt dit een natuurwetenschappelijk verslag genoemd. Het is hierbij vooral belangrijk dat het doel van je onderzoek en de manier waarop je het uitvoert zo duidelijk mogelijk wordt weergegeven. Het schrijven van zo’n verslag gebeurt in verschillende stappen.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Heb je de juiste stelling gekozen bij de introductieopdracht? Wat vind je nu van de argumenten die je gebruikt hebt?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1,5 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Was je verbaasd over het antwoord op de onderzoeksvraag of had je dit al voorspelt in je hypothese?

Ogen bekeken

Ogen bekeken

Intro

Je ogen heb je om te kijken! Maar wat als je niet kunt zien?De mensen in de video hieronder benoemen, met een knipoog, de voordelen van blind zijn.

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht ogen bekeken.
Ik kan:

  • de volgende onderdelen van het oog aanwijzen en ik kan aangeven waarvoor deze onderdelen dienen:
    iris, pupil, lens, oogwit (harde oogvlies), hoornvlies, netvlies, vaatvlies, gele vlek, blinde vlek, oogzenuw en glasachtig lichaam.
  • aangeven dat mijn ogen worden beschermd door wenkbrauwen, oogleden en wimpers.
  • met eigen woorden vertellen dat traanvocht wordt gemaakt in de traanklier en dat het traanvocht over het oog wordt verspreid door de oogleden.
  • de werking van het oog uitleggen met de begrippen ooglens, brandpunt, netvlies, staafjes en kegeltjes.
  • de begrippen accommoderen, bijziend en verziend beschrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je kunt na het bestuderen van de tekenregels een natuurgetrouwe tekening van het oog maken. Daarbij benoem je de onderdelen van het oog die jij al kent.
Stap 2 Je kunt na het bestuderen van de kennisbank verschillende onderdelen van het oog benoemen en deze kennis toepassen in een oefening.
Stap 3 Samen met een klasgenoot voer je een aantal testjes uit met de pupil. Daarna kun je de uitslagen van de testjes koppelen aan je voorkennis en toepassen in een oefening.
Stap 4 Na het bestuderen van de kennisbank kun je aangeven hoe het oog wordt beschermd.
Stap 5 Na het bestuderen van de kennisbank kun je de werking van het oog uitleggen met behulp van verschillende begrippen.
Stap 6 Door het uitvoeren van een experiment kun je je eigen blinde vlek vinden.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbanken die bij deze opdrachten horen. Ook vind je hier de begrippenlijst met begrippen die horen bij de opdracht Ogen bekeken.
Eindopdracht Je maakt een toets over de opdracht Ogen bekeken.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.
Extra
Onderdeel Activiteit
Extra: Kleurenblindheid Na het kijken van een video kun je zelf een test uitvoeren over kleurenblindheid.


Benodigdheden

  • Computer met internetaansluiting.
  • Papier en (kleur)potloden.
  • Liniaal.

Tijd
Voor het doen van de oefeningen en het maken van de eindtoets heb je ongeveer 2 lesuren nodig.

Extra
Overleg met je docent of je de extra opdracht over kleurenblindheid doet.

Aan de slag

Stap 1: Kijk elkaar in de ogen

Je begint deze opdracht met het kijken en tekenen van een oog van een klasgenoot.
Je maakt een zo natuurgetrouwe tekening van zijn/haar oog.

Houd je bij het tekenen aan de tekenregels.

Je benoemt alle onderdelen die je kent.

Ben je klaar? Laat de tekening dan zien aan je klasgenoot.
Bekijk ook zijn tekening. Wie wist de meeste onderdelen te benoemen?
Zijn er verder nog opvallende verschillen? Bespreek die verschillen.

Bekijk de tekeningen aan het eind van de opdracht nog eens en kijk of je dan alle onderdelen kunt benoemen.

Natuurgetrouwe tekening maken

In een natuurgetrouwe tekening verwerp je veel meer details dan in een schematische tekening. Je zorgt ervoor dat je het object zo realistisch mogelijk weergeeft.

 

Stap 2: Bouw van het oog

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het volgende onderdeel.

Kijken

Weet je na het bestuderen van het Kennisbankitem hoe het oog in elkaar zit?
Maak de oefening.

Je kunt de oefening ook in het googledocument maken.
Bouw van het oog
Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).

Stap 3: Pupil

Je gaat nog eens in de ogen van een klasgenoot kijken.
Je klasgenoot kijkt naar het licht, bijvoorbeeld het raam.
Hij of zij dekt met een hand één oog af, maar doet het oog niet dicht!
Na enige tijd haalt hij of zij de hand weer weg.
Kijk nu goed naar de pupil. Wat valt je op?

Maak de volgende oefening.

Stap 4: Rondom het oog

Bestudeer de pagina 'Bescherming' uit de Kennisbank.

Kijken

Maak de volgende oefening.

Stap 5: De ooglens

Bestudeer in het Kennisbankitem 'Kijken' de volgende pagina's:

  • Werking van het oog
  • Accommoderen
  • Verziend
  • Bijziend

Kijken

Maak nu de volgende oefening.

Stap 6: Blinde en gele vlek

Bekijk het volgende filmpje op Schooltv.

Video: Waarom zien we niet alles op zijn kop?


De blinde vlek is dus een plek op het netvlies waar geen zintuigcellen aanwezig zijn.
Met behulp van een experimentje kan je zelf je blinde vlek bepalen.

  • Sluit je rechteroog en ga met je gezicht op ongeveer 50 cm van het beeldscherm af zitten.
  • Kijk nu recht met je linkeroog naar de ogen van het meisje.
  • Kom nu langzaam dichterbij, blijf recht naar de ogen kijken.
  • Op een gegeven moment zul je de bloem niet meer kunnen zien. Deze valt dan precies op je blinde vlek.

Afronding

Begrippenlijst

Kijken

Het oog
Een zintuig; orgaan met zintuigcellen die licht registreren/waarnemen, waardoor je kunt zien.
Pupil
Opening in het midden van de iris, waardoor licht het oog binnenkomt.
Hoornvlies
Voorste deel van het harde oogvlies. Het is stevig en doorzichtig.
Lens
Deel van het oog (achter de pupil) dat ervoor zorgt dat lichtstralen naar elkaar toe gebogen worden en op het netvlies terechtkomen.
Iris
Het gekleurde deel van het oog.
Straalvormig lichaam
Kringspier en lensbandjes die ervoor zorgen dat het oog kan accommoderen.
Oogspier
Draait oog in de gewenste kijkrichting.
Harde oogvlies
Heeft een vormgevende en beschermende functie en is wit van kleur. Het harde oogvlies zit om de hele oogbol heen.
Vaatvlies
Vlies dat veel bloedvaten bevat.
Netvlies
De binnenste laag van het oog dat bestaat uit zintuigcellen (staafjes en kegeltjes), die beelden omzetten in elektrische signalen. Deze signalen gaan via de oogzenuw naar de hersenen.
Glasachtig lichaam
Heldere, geleiachtige substantie in het midden van het oog.
Gele vlek
Deel van het netvlies waar het scherpste beeld gevormd wordt (veel kegeltjes).
Blinde vlek
Plaats van het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat en waar geen kegeltjes of staafjes voorkomen.
Oogzenuw
Zenuw die impulsen van het oog naar de hersenen doorgeeft.
Accommoderen
Het boller of holler maken van de ooglens met kleine spiertjes om scherp te kunnen zien.
Bijziend
Bij een bijziend oog ligt het brandpunt voor het netvlies.
Verziend
Bij een verziend oog ligt het brandpunt achter het netvlies.
Reflex
Een zeer snelle reactie van het zenuwstelsel, waarbij het signaal in eerste instantie niet via de hersenen verloopt, maar alleen via de hersenstam.
Staafjes
Zintuigcellen op het netvlies die zwart-grijs-wit en contrasten kunnen waarnemen; ze worden vooral gebruikt in schemer en donker en nemen geen kleuren en details waar.
Kegeltjes
Zintuigcellen op het netvlies die kleuren, licht en details kunnen waarnemen; ze liggen vooral in, maar ook rondom de gele vlek.
Brandpunt
Het punt waarop de lichtstralen gebundeld door de lens gaan.
Zien
Het waarnemen van licht (kleuren, diepte, licht/donker) met de ogen (gezichtszintuig).

Eindopdracht: Toets

Je sluit deze opdracht af met het maken van een toets.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Hoe denk je nu over het missen van je zicht? Zijn er nog meer dingen die je echt zou gaan missen?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Kijk nog eens terug naar stap 1. Kun je nu meer onderdelen benoemen in je natuurgetrouwe tekening?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Vond je de toets moeilijk?

Extra: Kleurenblind

Bekijk het volgende filmpje van GezondheidspleinTV.

Zoals in het filmpje te zien en te horen is, weten veel mensen die kleurenblind zijn niet dat ze de kleuren anders waarnemen dan andere mensen.
Ze komen hier pas achter na het doen van een test.

Doe zelf de test op enchroma.

Welke getallen zie je in de rondjes?
De test is zo gemaakt dat je, als je alle getallen in de rondjes ziet, niet kleurenblind bent.
Zie je geen getal of ze je een heel ander getal, dan is er een kans dat je kleurenblind bent.

Goed gehoord

Goed gehoord

Intro

Ronald Ligtenberg leidde lange tijd een snel, hip leven.
Uiteindelijk bracht dat hem geen voldoening.
Ronald ging evenementen organiseren die alle zintuigen prikkelen.
Dansavonden voor doven en horenden. Avonden waarbij iedereen uit z'n dak gaat.

Hoe dat er uitziet? Dat kun je zien in de volgende video.

 

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht goed gehoord.

Ik kan:

  • de namen van de onderdelen van het oor benoemen.
  • de onderdelen van het oor in de volgorde zetten waarin ze informatie over geluid doorgeven.
  • aangeven hoe het oor de trillingen van geluid omzet tot impulsen en hoe die bij de hersenen komen.
  • beschrijven dat de geluidssterkte en de trillingsfrequentie onze gehoorgrenzen bepalen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank kun je de verschillende onderdelen van het oor benoemen en deze kennis gebruiken in een oefening.
Stap 2 In een video leer je welke weg het geluid aflegt. Met die informatie kun je daarna een oefening maken.
Stap 3 Je kunt de manier waarop mensen en dieren geluiden opvangen vergelijken en voert hiervoor een experiment uit.
Stap 4 Je kunt de functie van oorsmeer benoemen en dit toepassen in een oefening.
Stap 5 Je kunt de oorzaken en de oplossingen voor een oorontsteking benoemen. Ook kun je bij stellingen over dit onderwerp aangeven of ze waar zijn of niet waar.
Stap 6 Na het kijken van een video kun je de verkregen informatie verwerken in een opdracht over druk op het oor.
Stap 7 Je kunt na het lezen van de kennisbank beschrijven dat de geluidssterkte en de trillingsfrequentie onze gehoorgrenzen bepalen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbank die bij deze opdracht hoort. Ook kun je hier de begrippen van deze opdracht nalezen.
Eindopdracht Je maakt een toets over de opdracht gehoor.
Terugkijken Je kijkt terug naar deze opdracht.
Extra
Onderdeel Activiteit

Extra:

Gehoorbeschadiging

Je kunt na het kijken van een video een online gehoorcheck doen.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 lesuren nodig.

Extra
Bespreek met je docent of jullie de extra opdracht over gehoorbeschadiging doen.

Aan de slag

Stap 1: Horen

Ga naar de Kennisbank en bestudeer het item.

Horen

Weet je na het bestuderen van het Kennisbankitem hoe het oor in elkaar zit?
Maak de toepassing.

Je kunt deze oefening ook in het googledocument maken.
Bouw oor
Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).

 

Stap 2: De weg van het geluid

Dankzij je oren kun je van alles horen.
Voordat je ook daadwerkelijk het geluid hoort, is er veel gebeurd met de geluidsgolf die het oor binnenkomt.

In onderstaand filmpje zie je welke weg het geluid aflegt. Herken je de verschillende stappen die je hebt gelezen in de Kennisbank?

Video: Weg van het geluid


Doe nu de volgende oefening.

Stap 3: Oorschelpen

De meeste mensen kunnen hun oorschelpen niet bewegen.
Dieren kunnen dit wel. Kijk maar eens naar de oren van de haas in het volgende filmpje:

Video: De paartijd van de haas

 

Stap 4: Oorsmeer

Oren uitspuiten door een arts

In de oorschelp zit een opening met de gehoorgang, waardoorheen het geluid het oor in gaat.
Achterin deze gehoorgang zit het trommelvlies en aan de zijkant zitten de oorsmeerkliertjes.

Deze oorsmeerkliertjes maken oorsmeer, wat dient om het trommelvlies soepel te houden.
Zo kan het trommelvlies snel meebewegen met de geluidstrillingen.
Geluidstrillingen laten het trommelvlies afhankelijk van de sterkte van het geluid tussen de 20 en 20.000 keer per seconde trillen.

Soms droogt oorsmeer te veel in en wordt het een hard klontje.
Daardoor kan het trommelvlies minder goed bewegen en hoor je minder goed.
Door de oren uit te spuiten krijgt een dokter de gehoorgang weer schoon.

Stap 5: Middenoorontsteking

Een ander probleem in je oren is middenoorontsteking. Dit is erg vervelend en pijnlijk.

Bekijk dit filmpje over middenoorontsteking. Welke oplossing wordt hier gegeven?

Video: Buisjes in je oren


Het middenoor is het deel van het oor achter het trommelvlies, waar de gehoorbeentjes zitten.
De buis van Eustachius verbindt dit deel van het oor met de keelholte.
Gewoonlijk is de buis van Eustachius dicht. Maar...hij gaat bij slikken of je neus snuiten open.
Als je zwaar verkouden bent kan vanuit de keelholte gemakkelijk slijm met daarin ziektekiemen via deze buis in het middenoor komen en daar voor een ontsteking zorgen.
Bij jonge kinderen plaatst men bij middenoorontsteking soms buisjes door het trommelvlies heen.
Zo kunnen vocht en pus doorgegeven worden aan de gehoorgang, waardoor het middenoor sneller geneest.

Stap 6: Druk

Het trommelvlies grenst dus aan de buitenlucht via de gehoorgang. Ook aan de binnenkant in het middenoor hoort lucht te zitten. Als de luchtdruk aan beide kanten niet gelijk is, staat het trommelvlies hol of bol.
Kijk eens naar een situatie in het filmpje waarin dit gebeurt:

Video: Het trommelvlies tijdens het duiken


Ook bij het op- en afrijden van bergen of bij het vliegen met een vliegtuig zijn er drukverschillen tussen het middenoor en de buitenlucht.
Door te slikken of te gapen kan via de buis van Eustachius lucht van het middenoor naar de keelholte of omgekeerd.
Daardoor wordt de luchtdruk aan beide kanten gelijk.
Dan beweegt het trommelvlies weer gemakkelijker en worden ook de gehoorbeentjes niet in een verkeerde stand geduwd.
 

Stap 7: Geluidssterkte

Decibelmeter

Bestudeer nog eens de pagina Geluidssterkte in het Kennisbankitem:

Horen

Mensen hebben de afspraak gemaakt, dat het zachtste geluid dat mensen nog kunnen horen 3 decibel is.
Het zachtste geluid dat mensen kunnen horen wordt wel de gehoordrempel genoemd.
De geluidssterkte kun je meten met een decibelmeter.

De geluidssterkte van een stofzuiger is ongeveer 70 decibel. Als twee stofzuigers twee keer zo veel geluid maken, zou je verwachten dat de geluidssterkte 140 decibel is, maar dat is niet zo.
Als geluid twee keer zo hard is, komt er 3 decibel bij.
Dus als één stofzuiger 70 decibel aan geluid produceert, produceren twee stofzuigers 73 decibel aan geluid.

Afronding

Begrippenlijst

Horen

Geluid
Geluid is een trilling van de lucht.
Trommelvlies
Deel van het oor; het vlies gaat trillen door geluidstrillingen en geeft deze trillingen door aan de gehoorbeentjes.
Gehoorbeentjes
Drie kleine botjes in het middenoor, die geluidstrillingen doorgeven aan het slakkenhuis.
Hamer
Gehoorbeentje dat de trilling doorgeeft van trommelvlies naar aambeeld.
Aambeeld
Gehoorbeentje dat de trilling doorgeeft van hamer naar stijgbeugel.
Stijgbeugel
Gehoorbeentje dat de trilling doorgeeft van aambeeld naar vlies/venster.
Slakkenhuis
Deel van het binnenoor, gevuld met vloeistof. Het ontvangt geluidstrillingen van de gehoorbeentjes en zet deze om in elektrische signalen. Zintuigcellen in het slakkenhuis geven de signaaltjes door aan de gehoorzenuw.
Impulsen
Elektrische stroompjes die door zintuigcellen worden doorgegeven aan zenuwcellen.
Gehoorzenuw
Geeft impulsen van het oor door aan de grote hersenen.
Gehoorcentrum
Deel van de hersenen dat impulsen van de gehoorzenuw verwerkt.
Hersenen
Een buitengewoon ontwikkeld orgaan dat alle gevoelens, het bewustzijn en alle mogelijkheden om iets te doen bevat.
Decibel
De eenheid waarin geluidssterkte wordt uitgedrukt.
Buis van Eustachius
Buis die het binnenoor verbindt met de keelholte. Door slikken of geeuwen kun je je oren 'klaren': lucht wordt dan aan- of afgevoerd en daarbij wordt de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies gelijk.
Evenwichtszintuig
Met vloeistof gevulde kanalen vlak bij het slakkenhuis; het verzamelt informatie over bewegingen van het lichaam en houdt het lichaam in evenwicht.
Trilharen
'Haartjes' op slijmvliescellen, o.a. neusslijmvlies, die ervoor zorgen dat vuil, slijm en ziekteverwekkers naar buiten worden gewerkt. Bijvoorbeeld in de luchtpijp: ziekteverwekkers komen via de trilharen in de mondholte, waar je ze inslikt. In de maag worden de ziekteverwekkers onschadelijk gemaakt.
Horen
Het waarnemen van geluid (hoog/laag, hard/zacht) met de oren (gehoorzintuig).
Trillingsfrequentie
Het aantal trillingen per seconde. Bijvoorbeeld: 10000 trillingen per seconde. Hoe hoger de toon, hoe hoger de trillingsfrequentie.

Eindopdracht: Toets

Je sluit deze opdracht af met het maken van een toets.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Zowel bij de opdracht over kijken, als bij deze opdracht over horen heb je het gehad over dingen die je zou missen. Nu de moeilijkste vraag: Als je moet kiezen...kies je dan voor doof of blind? Of is de keuze onmogelijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Was de toets makkelijk of moeilijk?

Extra: Gehoorbeschadiging

Bekijk nu nogmaals het filmpje.

Video: Weg van het geluid


Doe nu de volgende twee testjes op www.oorcheck.nl:

Bespreek de resultaten van de testjes met je klasgenoten.
Heb je iets van de testjes geleerd?

Ruiken en proeven

Ruiken en proeven

Intro

Lekker eten, dat doen we allemaal graag.
Bekijk de vier kommen soep. Welke zou jij kiezen?

Heb je gekozen voor kom 1 of kom 4, dan heb je de soep gekozen die de meeste mensen kiezen.
Blauwe of paarse soep kiezen we niet snel, want dat zijn we niet gewend.

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht ruiken en proeven.
Ik kan:

  • de vorm en de functie van de neus en tong omschrijven.
  • aangeven welke smaken ik proef en welke ik ruik.
  • aangeven dat ik al mijn zintuigen gebruik bij het herkennen van voedsel.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het lezen van de kennisbank kun je in een opdracht omschrijven hoe de neus en de tong zijn opgebouwd en werken.
Stap 2 Je kunt na het kijken van de video aangeven hoe jouw zintuigen functioneren bij het herkennen van voedsel.
Stap 3 Je kunt in een opdracht aangeven wat de functie van de neus is en hoe deze gekoppeld is aan het zenuwstelsel.
Stap 4 Je kunt aangeven dat je je reuk kan gebruiken bij het ontdekken van gevaarlijke stoffen.
Stap 5 Je kunt aangeven welke functies proeven en ruiken hebben naast het eten van voedsel. Met deze informatie maak je een oefening.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbank die past bij deze opdracht. Ook kun je hier de begrippen terugvinden.
Eindopdracht A Als je kiest voor eindopdracht A, maak je samen met een klasgenoot een kruiswoordpuzzel.
Eindopdracht B Als je kiest voor eindopdracht B, kies je voor het practicum Smakeloos.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht
Extra
Onderdeel Activiteit
Extra: Speurhonden Je kunt na het kijken van een video informatie over speurhonden verwerken in een tweetal opdrachten.


Benodigdheden

  • Practicum + practicumbenodigdheden
    Googledoc - Smakeloos

Tijd
In totaal ongeveer 3 lesuren.

Extra
Overleg met je docent of jullie de extra oefeningen over speurhonden doen.

Aan de slag

Stap 1: Ruiken en proeven

Ga naar de Kennisbank en bestudeer het item.

Ruiken en proeven

Beantwoord de volgende vragen.

Stap 2: Watertanden

Heb jij dat nou ook? Zie je of ruik je iets lekkers en je gaat watertanden.
En bij iets wat je niet lekker vindt? Loop je er ook voor weg?

Op grote stations maakt men gebruik van dit watertanden om de eetlust bij hongerige reizigers op te wekken: geurende croissants, reclameborden met grote aantrekkelijke broodjes hamburger en ga zo maar door.

Stap 3: Reuk

De volgende tekst gaat over je reukorgaan.
Je herhaalt meteen ook even hoe het zenuwstelsel werkt.
Maak de tekst compleet.

Stap 4: Gevaarlijke stoffen

Flessen met gevaarlijke stoffen. 

In het keukenkastje staan flessen met allerlei stoffen om schoon te maken.
Wat er in zit kun je herkennen aan de geur.
Doe dit nooit met je neus vlak boven de fles!
Sommige stoffen zoals ammoniak kunnen iemand een soort astmatische aanval bezorgen.
De concentratie van die stof vlak boven de fles is veel te hoog om in te ademen.
Lees dus liever even wat er op het etiket staat.

Beantwoord de volgende vraag:

Maak de volgende oefening over symbolen van gevaarlijke stoffen.

Stap 5: Functies van proeven en ruiken

Wolven gebruiken al hun zintuigen

Bij proeven en ruiken gaat het om het kunnen waarnemen van stoffen.
Dit heeft verschillende functies. Bijvoorbeeld:

  • Waarschuwing bij gevaar.
  • Vinden van een partner.
  • Vinden van voedsel.
  • Herkennen van familieleden en/of soortgenoten.
  • Herkennen van vijanden.
  • Communiceren met soortgenoten.

Ook bij de mens spelen deze functies een rol, soms onder de oppervlakte.

Combineer in de volgende oefening zes situaties met de juiste functie.

Afronding

Begrippenlijst

Ruiken en proeven

Reukzintuig
Een zintuig; orgaan met reukzintuigcellen die geuren kunnen waarnemen, waardoor je kunt ruiken'.
Neusholte
Onderdeel van het ademhalingsstelsel.
Neusslijmvlies
Laagje slijm dat de neusholte bedekt en waarin de geurstoffen oplossen die via het neusgat de holte binnenkomen.
Smaakzintuig
Een zintuig; orgaan met smaakzintuigcellen die smaken kunnen waarnemen, waardoor je kunt proeven.
Proeven
Het waarnemen van smaken met een tong (smaakzintuig).
Smaakstoffen
Er zijn vijf soorten smaakstoffen; zoet, zuur, zout, bitter en umami.
Speeksel
Verteringssap, aangemaakt in speekselklieren; bestaat uit water, slijm en enzymen voor de vertering.
Ruiken
Het waarnemen van geur met een neus (reukzintuig).
Reukharen
Kleine, dunne haartjes in de neus. Reukharen kunnen geurstoffen waarnemen die zijn opgelost in het reukslijmvlies.
Groef
Ruimte op de tong waarin de opgeloste vloeistof stroomt.
Smaakknopje
Kan prikkels omzetten in impulsen. De impulsen gaan via zenuwen naar het centrale zenuwstelsel.
Zenuw
Geeft impulsen door naar de hersenen.
Zintuigcel
Kan prikkels omzetten in impulsen. De impulsen gaan via zenuwen naar het centrale zenuwstelsel.

Eindopdracht A: Kruiswoordpuzzel

Als je kiest voor eindopdracht A ga je samen met een klasgenoot een kruiswoordpuzzel maken.

Een kruiswoordpuzzel is een creatieve manier om begrippen en hun omschrijvingen te presenteren. Door in een patroon van vakjes de letters van woorden in te vullen is de puzzel op te lossen. De antwoorden worden meestal gegeven aan de hand van omschrijvingen.
Maar je kunt bijvoorbeeld ook een afbeelding als omschrijving gebruiken.

Jullie kruiswoordpuzzel gaat over ruiken en proeven. 
Zoek woorden en afbeeldingen op die passen bij dit onderwerp.
Maak minimaal 15 omschrijvingen. 
Maak van ieder woord een (korte) omschrijving.
Maak nu het hokjespatroon en schrijf de omschrijvingen erbij.
Zorg dat je alle begrippen die in de leerdoelen staan gebruikt.

Kopieer de puzzel een of twee keer en laat de puzzel oplossen door een of twee klasgenoten.
Vraag om commentaar op jullie puzzel. Natuurlijk proberen jullie ook een puzzel van jullie
klasgenoten op te lossen. Geef op een positieve manier feedback aan jullie klasgenoten.

Beoordeling
Bij de beoordeling let jullie docent op het volgende:

  • De kruiswoordpuzzel minimaal 15 woorden bevat.
  • De omschrijvingen op de juiste manier naast de puzzel staan.
  • De begrippen op de juiste manier omschreven zijn.
  • De puzzel niet te makkelijk en niet te moeilijk is; de puzzel moet door klasgenoten te
    maken zijn.
  • De kruiswoordpuzzel er verzorgd uitziet.

Klaar?
Laat de kruiswoordpuzzel beoordelen door jullie docent.

Kruiswoordpuzzel maken

Bij een kruiswoordpuzzel vul je de letters van woorden in vakjes in.  

 

Eindopdracht B: Practicum Smakeloos

Als je kiest voor eindopdracht B voer je het practicum Smakeloos uit. 

Practicum Smakeloos
Als mensen verkouden zijn proeven ze weinig.
Ze merken geen verschil tussen sinaasappelsap en aardbeisap. Hoe kan dat?
Jullie gaan onderzoeken of jullie verschillende smaken proeven met jullie neus dicht.

  • Open het werkblad Smakeloos - Googledoc
  • Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
    of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Lees het practicum een keer helemaal door.
  • Zoek de benodigdheden bij elkaar.
  • Voer het practicum uit zoals beschreven onder de werkwijze.
  • Maak het onderzoeksverslag.
  • Beoordeel eerst samen het onderzoeksverslag.
  • Laat het verslag vervolgens beoordelen door jullie docent.

Succes!

Natuurwetenschappelijk verslag maken

Schrijf je een verslag van een onderzoek voor biologie of NaSk, dan wordt dit een natuurwetenschappelijk verslag genoemd. Het is hierbij vooral belangrijk dat het doel van je onderzoek en de manier waarop je het uitvoert zo duidelijk mogelijk wordt weergegeven. Het schrijven van zo’n verslag gebeurt in verschillende stappen.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Weet je nu hoe het kan, dat we niet zo snel voor de paarse soep kiezen?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 3 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Vond je het fijn om de opdracht met z'n tweeën te doen?
    Hoe verliep de samenwerking?

Extra: Speurhonden

Bij honden is de reuk het meest ontwikkelde zintuig.
Honden gebruiken de neus bij het volgen van een spoor of het opsporen van bepaalde voorwerpen.
Dit filmpje gaat over het werk van speurhonden van de politie.
Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen in de toepassingen.

 

Geurstoffen
Dieren gebruiken vaak geurstoffen om met elkaar te communiceren.
Maak de sleepoefening in de volgende toepassingen.

★ Gezichtsbedrog

Extra: Gezichtsbedrog

Intro

Zie je altijd wat je ziet?
Bekijk voor je antwoord geeft op deze vraag de volgende twee filmpjes maar eens.

In de filmpjes zie je een heleboel voorbeelden van gezichtsbedrog, ook wel een optische illusie genoemd.
Hoe werkt dat? Dat ga je in deze opdracht onderzoeken.

Succes!

 

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht gezichtsbedrog.
Ik kan:

  • uitleggen dat ik 'Kijk met mijn ogen, maar zie met mijn hersenen'.
  • verschillende vormen van gezichtsbedrog opnoemen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het kijken van een video kun je uitleggen waarom je kijkt met je ogen, maar ziet met je hersenen.
Stap 2 Je maakt kennis met twee verschillende vormen van visuele illusie en kunt deze daarna herkennen.
Stap 3 Je kunt in een onmogelijk figuur de 'fout' vinden.
Stap 4 Je kunt in een ambique figuur beide figuren onderscheiden.
Stap 5 Je kunt aan een figuur zien dat de beweging die je ziet niet klopt met de werkelijkheid.
Stap 6 Je kunt het na-figuur dat je in een afbeelding ziet koppelen aan gezichtsbedrog.
Stap 7 Je kunt in figuren zien dat de lengte van de lijn of de grote van een stip niet verschilt, ook al vertellen je hersenen je iets anders.
Stap 8 Je kunt in een afbeelding twee kleuren als gelijke zien, ondanks dat je hersenen je anders vertellen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de belangrijkste begrippen uit deze opdracht.
Eindopdracht A Als je kiest voor eindopdracht A, maak je een toets over optische illusies.
Eindopdracht B Als je kiest voor eindopdracht B, maak je een optische illusie.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden
Eindopdracht A:

Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 lesuur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Gezichtsbedrog

Wat je ogen zien, wordt soms op een andere manier in je hersenen verwerkt.
Je hebt dan te maken met gezichtsbedrog of een optische illusie.

Je ogen of je hersenen worden, zeg maar, een beetje voor de gek gehouden.
In sommige gevallen kunnen je ogen de beelden niet goed doorgeven naar je hersenen.
Of weten je hersenen niet hoe ze iets moeten zien en raken dan in de war.

Bekijk de Klokhuis-clip om meer te weten over gezichtsbedrog op de site van de npo:

Video: Het Klokhuis - Gezichtsbedrog

Er zijn verschillende vormen van gezichtsbedrog:

  • visuele illusie
  • na-figuren
  • onmogelijke figuren
  • ambigue figuren
  • bewegende figuren

In de volgende stappen zie je voorbeelden van deze verschillende vormen.

Stap 2: Visuele illusie

Er zijn verschillende soorten van gezichtsbedrog.

Hieronder zie je twee vormen van visuele illusie.

Er komt iets bij
Kijk naar de figuur.
Zie je een driehoek?
De tekening bestaat uit drie zwarte ballen waar hoekjes uit
zijn. Omdat je figuren probeert te ontdekken zie je de
driehoek; het is een figuur die je al kent.
Je ogen denken iets te zien, wat er niet is.

 

 

 

 

 

Kromming

Kijk goed naar de twee lijnen die horizontaal lopen. Lopen ze evenwijdig? Controleer het met een liniaal.
Lijnen zijn zo geplaatst dat je hersens er een andere invulling aan geven.

 

 

 

 

 

 

 

Stap 3: Onmogelijke figuren

Onmogelijke figuren
Klopt dit? Wat gaat er mis?
Figuur lijkt te kloppen, maar als je goed kijkt kan dit onmogelijk echt bestaan.

 

Stap 4: Ambigue figuren

Ambigue figuren
Ambigue figuren zijn figuren die je op twee manieren kunt bekijken.
Je kan er twee dingen in zien.
Wat zie je in dit plaatje?
Je kunt beide figuren nooit tegelijk zien omdat je hersens zich maar op één plaatje kunnen concentreren.

 

Stap 5: Bewegende figuren

Bewegende figuren
Dit is géén animatie en toch beweegt het.
Word je al draaierig?

De illusie ontstaat doordat de contrasten een verstoring van het netvlies veroorzaken waardoor je beweging waarneemt.

 

Stap 6: Na-figuren

Hier volgen nog een aantal voorbeelden van gezichtsbedrog.

Zwarte vierkantjes
Kijk naar de figuur.
Zie jij alleen zwarte vierkantjes of zie je ook grijze stippen tussen de zwarte vierkantjes?
Dit plaatje wordt het Hermann rooster genoemd.

Stap 7: Groter of kleiner

Bij gezichtsbedrog is het vaak zo dat een deel van het figuur groter of kleiner lijkt dan dat deze daadwerkelijk is. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden.

 

Lijnen

Kijk goed naar de afbeeldingen.
Je ziet drie horizontale lijnen met haken.
Welke lijn is het langst?

Ze zijn allemaal even lang.
Door de verschillende pijlpunten raken je
hersenen in de war.

 

 

Stippen
Bekijk de figuur.
Je ziet twee gele stippen met groene stippen er omheen.
Welke gele stip is groter?

De stippen zijn even groot!
In het bovenste plaatje lijkt de gele stip groter, omdat hij omringd wordt door allemaal kleine stippen.
Dingen om een voorwerp heen hebben invloed op wat je ziet.

 

 

Twee lijnen
Kijk goed naar de afbeelding.
Je ziet twee lijnen die loodrecht op elkaar staan.
Welke lijn is het langst?

De lijnen zijn even lang.
Het lijkt dat de rechtopstaande lijn langer is.
Maar dat is gezichtsbedrog!

 

 

Rode lijn

Je ziet links twee rode lijnen en rechts één rode lijn.
Welke rode lijn aan de linkerkant past aan de rode lijn aan de rechterkant?

Zie je meteen dat het de onderste rode lijn is?
Het lijkt dat de bovenste lijn past op de rode lijn aan de rechterkant.
Doordat de rode lijn schuin staat raken je hersenen in de war.

 

 

Stap 8: Kleuren

Vierkantjes
Je ziet twee kleine blauwe vierkantjes.
Welk blauwe vierkant is het donkerst van kleur?

Ze zijn allebei gelijk van kleur.
Het lijkt of het vierkant met de witte achtergrond donkerder blauw is.
Bij een donkere achtergrond lijkt het vierkantje lichter blauw van kleur.
Je hersenen raken in de war door de achtergrond.

 

Afronding

Begrippenlijst

Gezichtsbedrog / Optische illusie
Wat je ziet met je ogen wordt soms op een andere manier in je hersenen verwerkt.
Visuele illusies
Je ziet kleuren, bewegingen en vormen die er eigenlijk niet zijn.
Ambique figuren
Figuren die je op twee manieren kunt bekijken. Hierdoor zie je twee verschillende afbeeldingen in één afbeelding.
Na-figuren
Figuren die je in een tegengestelde (negatieve) kleur ziet.
Onmogelijke figuren
Figuren waarvan je weet dat het niet kan of klopt wat je ziet, maar je ziet het toch.
Bewegende figuren
Figuren die lijken te bewegen, maar dit in werkelijkheid niet doen.

Eindproduct A: Toets

Als je kiest voor eindopdracht A maak je een toets met 10 vragen over gezichtsbedrog.

Eindproduct B: Bouwplaat draakje

Als eindproduct van deze opdracht ga je zelf een optische illusie maken.

  • Download de Bouwplaat Draakje .
  • Print het bestand uit.
  • Zet het draakje in elkaar.
  • Je vouwt volgens de aanwijzingen en lijmt het vast.
  • Zoek onbekende woorden op in een woordenboek.

Is het gelukt?
Vergelijk je resultaat met wat je ziet in het volgende filmpje:



Tevreden?
Laat je eindproduct beoordelen door je docent

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Vond je het fijn om de opdracht met z'n tweeën te doen?
    Hoe verliep de samenwerking?

★ Hormonen

Extra: Hormonen

Intro

Je reageert op prikkels van buiten (uitwendige prikkels) en prikkels van binnen (inwendige prikkels).
Prikkels van buiten zijn bijvoorbeeld licht, geluid en temperatuur.
Zenuwcellen zorgen ervoor dat de boodschap aankomt in de hersenen.
De hersenen verwerken de boodschap en zorgen dat er een bijpassende reactie komt.

Hormonen zijn stoffen die inwendige prikkels doorgeven.
Op allerlei plaatsen in het lichaam worden hormonen aangemaakt.
Het bloed zorgt ervoor dat de hormonen door het lichaam worden vervoerd.
Hormonen regelen onder andere je groei, ontwikkeling en stofwisseling.

Bekijk het volgende video op de site van Schooltv over hormonen.
Welke hormonen spelen een rol bij verliefdheid?

Video: Hoe werkt verliefdheid?


In deze opdracht leer je over de werking van hormonen.

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht hormonen op hol.

Ik kan:

  • het begrip hormoon beschrijven.
  • het begrip hormoonklier beschrijven.
  • de ligging en functie van enkele hormoonklieren benoemen.
  • uitleggen dat hormonen worden vervoerd door het bloed.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank kun je de begrippen hormoon en hormoonklier beschrijven. Deze begrippen kun je toepassen in een oefening.
Stap 2 Je kunt na het bekijken van twee video's de verschillen tussen jongens en meisjes in de puberteit uitleggen.
Stap 3 Je kunt uitleggen welke rol hormonen spelen bij suikerziekte
Stap 4 Je kunt uitleggen wat de invloed en gevolgen van het hormoon adrenaline kunnen zijn.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbank die bij deze opdracht horen. Ook vind je hier een begrippenlijst passend bij deze opdracht.
Eindopdracht A Als je kiest voor eindopdracht A maak je een toets met vragen over hormonen.
Eindopdracht B Als je kiest voor eindopdracht B schrijf je een artikel over doping.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.
Extra
Onderdeel Activiteit
Extra: Groeihormonen Je kunt na het lezen van een tekst aangeven welke gevaren er zijn bij het gebruik van groeihormonen.


Benodigdheden
Geen bijzonderheden.

Tijd
Voor deze leereenheid heb je twee lesuren nodig.

Extra
Overleg met je docent of je ook de extra opdracht over hormonen doet.

Aan de slag

Stap 1: Hormonen

Ga naar de Kennisbank en bestudeer het item.

Hormonen

Stap 2: Puberteit

In de puberteit verandert je lichaam. Je begint sneller te groeien, dit noemen we de groeispurt.
Jongens krijgen een zwaardere stem. Meisjes krijgen borsten. Je krijgt schaamhaar en okselhaar.
En ook de voortplantingsorganen beginnen te werken. Hormonen spelen hier een belangrijke rol.
 

Stap 3: Suikerziekte-Diabetes

Je hebt vast wel eens gehoord van suikerziekte.
Misschien ken je wel iemand met suikerziekte in je omgeving.
Maar wat is suikerziekte nu precies?
Het heeft in ieder geval iets met hormonen te maken.

Bekijk het volgende filmpje. Formuleer tijdens het kijken voor jezelf een omschrijving van het begrip Diabetes.

 

Stap 4: Vechten of vluchten

Een van de hormonen die je lichaam maakt is adrenaline.
De tekst in de oefening gaat over dit hormoon.

Bekijk het volgende filmpje. Let goed op. De vragen na de video gaan over de video. 

Video: Wat-is-adrenaline?

Maak nu de volgende oefening.

Afronding

Begrippenlijst

Hormonen

Hormoon
Stof die organen of speciale hormoonklieren afgeven aan het bloed om lichaamspocessen te reguleren.
Hormoonklier
Orgaan dat hormonen aan het bloed afgeeft. Bijvoorbeeld: hypofyse, alvleesklier.
Hormoonstelsel
Orgaanstelsel bestaande uit organen en klieren die hormonen maken en afgeven. Hormonen worden vervoerd via het bloed en regelen allerlei lichaamsprocessen, zoals ademhaling, bloeddruk, hartslag, spijsvertering, slapen en voortplanting. Betrokken organen zijn o.a. de hypofyse en schildklier.
Negatieve terugkoppeling
Het principe dat het effect de oorzaak remt.
Regelkring
Manier waarop organen elkaar via het zenuwstelsel of hormonen elkaar beïnvloeden.
Adrenaline
Hormoon dat wordt aangemaakt in de bijnieren en een rol speelt bij vecht- en vluchtreacties. Glycogeen wordt versneld afgebroken waardoor er een glucose-boost ontstaat.
Bijnieren
Hormoonklier bij de nieren. Maakt o.a. het hormoon adrenaline dat een rol speelt bij vecht- en vluchtreacties.
Insuline
Hormoon dat de eilandjes van Langerhans aanmaken in de alvleesklier en het glucosegehalte in het bloed verlaagt.
Glucagon
Hormoon dat de eilandjes van Langerhans aanmaken in de alvleesklier en het glucosegehalte in het bloed verhoogt (door glycogeen (voorraad) af te breken).
Oestrogeen
Vrouwelijk geslachtshormoon dat wordt aangemaakt in de eierstokken. Het zorgt o.a. voor bredere heupen en borstgroei in de puberteit en speelt een rol bij de menstruatiecyclus. Ook mannen hebben wat oestrogeen.
Progesteron
Hormoon dat wordt aangemaakt in de eierstokken. Onder invloed van progesteron wordt o.a. het baarmoederslijmvlies voorbereid op de innesteling van een bevruchte eicel. Als er geen zwangerschap optreedt, daalt de productie van progesteron en treedt menstruatie op.
Testosteron
Mannelijk geslachtshormoon dat wordt aangemaakt in de teelballen; zorgt voor o.a. mannelijke beharing, ontwikkeling spieren, speelt een rol bij geslachtsdrift (libido). Ook vrouwen hebben testosteron (aangemaakt in de eierstokken en de bijnieren).
Stofwisseling
Een lichamelijk proces bij alle levende organismen, waarbij verschillende processen voedingsstoffen omzetten in energie.
Lever
Orgaan dat o.a. bij de spijsvertering, bloedvorming en uitscheiding is betrokken. De lever maakt gal aan.
De eilandjes van Langerhans
Groepje cellen in de alvleesklier dat de hormonen insuline en glucagon aanmaakt. Deze hormonen houden samen het glucosegehalte in het bloed constant.
Regulerende stoffen
Ook wel regelstoffen; stoffen zoals hormonen, die een regulerende rol spelen bij belangrijke lichaamsprocessen. Bijvoorbeeld: geslachtshormonen bij de voortplanting.

Eindopdracht A: Toets

Als je kiest voor eindopdracht A maak je een toets over hormonen.

Eindopdracht B: Artikel over doping

Wel eens van doping gehoord? In het nieuws hoor je regelmatig over doping in de sport.
De prestatie van sporters wordt door doping verbeterd.
Er zijn verschillende vormen van doping, zoals bloeddoping (toevoegen van rode bloedcellen) en het gebruik van hormonen.

Anabole steroïde is een chemische stof dat lijkt op het lichaamseigen mannelijk geslachtshormoon testosteron. Anabole steroïden zorgen voor sterkere spieren.
Epo is een hormoon dat in de nieren wordt aangemaakt.
Het bevordert de vorming van rode bloedcellen en daardoor de zuurstofopname.

Zoek op internet informatie op over anabole steroïde of over epo.
Schrijf met de informatie die je vindt een kort artikel (ongeveer 200 woorden) over deze vorm van doping.
Vertel in het artikel iets over:

  • De werking van anabole steroïde of epo.
  • Het gevaar van het gebruik van anabole steroïde of epo.

Geef in je artikel ook een voorbeeld van een sporter die betrapt is op het gebruik van deze vorm van doping.
Kleed je artikel aan met afbeeldingen.

Klaar?
Laat je artikel beoordelen door je docent.

Artikel schrijven

Een artikel is een goede manier om informatie te presenteren of een gebeurtenis te beschrijven.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Herken jij de hormonen uit de video al in je eigen lijf?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Had je al eens eerder over doping gehoord? Had je wat aan deze informatie bij het schrijven van het artikel?

Extra: Groeihormonen

Om kippen sneller te laten groeien krijgen ze soms extra groeihormonen toegediend.
Dat het niet altijd helemaal ongevaarlijk is, lees je in de tekst van de volgende oefening.
 

★ Brandwonden

Extra: Brandwonden

Intro

Als je je ergens aan brandt, ontstaat er op die plek een brandwond.
Soms is een brandwond alleen even vervelend, maar soms kan een brandwond zorgen voor blijvende schade aan je huid.

In deze opdracht staan brandwonden centraal.
Je kijkt naar verschillende oorzaken van brandwonden, naar verschillende soorten brandwonden en naar de gevolgen van brandwonden.

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht brandwonden.
Ik kan:

  • de lagen en de functies van de huid beschrijven.
  • het verschil uitleggen tussen eerste-, tweede- en derdegraads brandwonden.
  • de oorzaken en gevolgen van minimaal drie verschillende brandwonden beschrijven.

Wat kan ik al?

In de opdracht 'voelen: de huid', heb je geleerd hoe de huid is opgebouwd en welke functies de verschillende onderdelen van de huid hebben.
De stof die je toen hebt geleerd is ook belangrijk in deze opdracht. Daarom even een kleine opfrisoefening.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank ken je de verschillende functies en lagen van de huid en kun je deze informatie toepassen in een oefening.
Stap 2 Je kunt informatie zoeken over brandwonden en deze informatie noteren voor de eindopdracht.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbank en de belangrijkste begrippen uit deze opdracht.
Eindopdracht Soorten brandwonden.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden
Afhankelijk van de keuze van het eindproduct.

Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 3 uur nodig.

  • 0,5 uur: voor het bestuderen van het onderwerp uit de kennisbank.
  • 1 uur: voor het zoeken van informatie.
  • 1,5 uur: voor het maken van het eindproduct.

Aan de slag

Stap 1: De huid

Bestudeer het volgende onderdeel uit de kennisbank:

De huid

In de volgende oefening vind je vragen over de huid.
Zorg dat je minimaal 7 vragen goed beantwoord.

Lukt dit niet?
Lees dan de Kennisbank nogmaals door en beantwoord de vragen opnieuw.

Stap 2: Brandwonden

Een huid met eerstegraads brandwonden
veroorzaakt door de zon.

Ga op internet op zoek naar informatie over brandwonden.
Bezoek in ieder geval de website van de Nederlandse Brandwonden Stichting.
Op deze website vind je informatie over:

  • Wat zijn brandwonden?
  • Soorten brandwonden.
  • Behandeling brandwonden.
  • Eerste hulp bij brandwonden.
  • Voorkomen brandwonden.

Maak tijdens het doornemen van de informatie aantekeningen en verzamel afbeeldingen die jullie mogelijk kunnen gebruiken in het eindproduct.

Afronding

Begrippenlijst

De huid

Brandwond
Een brandwond is een beschadiging van de huid. Deze is veroorzaakt door de inwerking van warmte, electriciteit of een chemische stof.
Eerstegraads brandwond
De opperhuid is rood/roze en pijnlijk. Hij kan soms wat gezwollen zijn. Een eerstegraads brandwond is een droge wond. De huid is niet stuk.
Tweedegraads brandwond
De huid is rood en zeer pijnlijk. De wond is nat. Er zijn (kapotte) blaren zichtbaar. Een diepe tweedegraads brandwond gaat tot in de lederhuid.
Derdegraads brandwond
De huid is beschadigd tot in het onderhuids bindweefsel. De wond is wit, bruin of zwart. De huid is heel stug en doet nauwelijk pijn omdat de zenuwen zijn aangetast.
Mechanische bescherming/afweer
Eerste afweer door aanpassingen aan de buitenkant van het lichaam om ziekteverwekkers uit te schakelen of tegen te houden. Voorbeelden bij de mens: huid en slijm(vlies).
Hoornlaag
Bovenste laag van de opperhuid. Bestaat uit dode cellen.
Kiemlaag
Onderste laag van de opperhuid. Bestaat uit delende cellen.
Pigmentcellen
Pigment bestaat uit pigmentcellen die een kleurstof bevatten die de gevaarlijke UV-straling kunnen opnemen.
Zintuigcellen
Zintuigen bestaan uit zintuigcellen. In deze cellen worden prikkels omgezet in impulsen.
tastzintuig
Geeft informatie over de structuur van hetgeen je aanraakt.
Pijnzintuig
Waarschuwt je als je huid beschadigd dreigt te worden.
Drukzintuig
Geeft je informatie over de massa en/of breekbaarheid van hetgeen je aanraakt.
Koudezintuig
Geeft informatie over de kou van hetgeen je aanraakt.
Warmtezintuig
Geeft informatie over de warmte van hetgeen je aanraakt. 
Zweet
Uitscheidingsproduct dat een functie heeft bij het regelen van de temperatuur van het lichaam.
Voelen
Het waarnemen van aanraking, druk, warmte of kou (tastzintuig en drukzintuig, warmte- en koudezintuigen).
Afweersysteem
Alle reacties die een organisme heeft op het binnendringen van ziekteverwekkers en lichaamsvreemde stoffen.

Eindproduct: Soorten brandwonden

Jullie gaan aan de slag met het maken van het eindproduct.
Kies samen een product uit waarmee jullie de verschillende oorzaken, de soorten brandwonden en de gevolgens van brandwonden in beeld kunnen brengen.
Kijk in de gereedschapskist voor ideeën!

Eindproduct
Laat je eindproduct zien aan enkele klasgenoten.
Bekijk ook een aantal eindproducten van klasgenoten.
Beoordeel je eindproduct met de volgende vragen:

  • Zijn mogelijke oorzaken van brandwonden genoemd?
  • Is er uitleg over verschillende soorten brandwonden?
  • Worden mogelijke gevolgen van brandwonden besproken?
  • Is het eindproduct origineel?
  • Is het eindproduct verzorgd vormgegeven?

Tevreden?
Laat jullie eindproduct beoordelen door de docent.

 

Gereedschapskist

Welkom bij de gereedschapskist. Hier vind je uitleg over alle werkvormen waarmee je je eindproducten maakt. Bij iedere werkvorm staat beschreven hoe je deze uitvoert, kun je inspiratiefilmpjes bekijken en vind je de beoordelingscriteria waaraan jouw product moet voldoen. Ook zie je welke digitale middelen je kunt gebruiken en aan welke vaardigheden je werkt tijdens het maken van je eindproduct. Veel succes!

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?
  • Kon je de vragen bij 'Wat kan ik al' goed beantwoorden?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 3 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Vond je het lastig om een keuze te maken uit de gereedschapskist? Ben je tevreden over het eindresultaat?

Afsluiting

Kennisbanken

De theorie van dit thema vind je in de Kennisbank biologie HV.

Prikkels en impulsen

Zenuwstelsel

De huid

Kijken

Horen

Ruiken en proeven

Hormonen

 

Eindopdracht A

Je sluit dit thema af door samen met een klasgenoot een kwartetspel over de verschillende zintuigen en de werking van hormonen te maken.

Kies vier onderdelen van het oor uit en maak met die vier onderdelen het eerste kwartet (= 4 kaarten) van het kwartetspel.
Maak een tweede kwartet over onderdelen van het oog.

Maak daarna nog kwartetten over de volgende onderdelen:

  • smaak- en geurzintuigen
  • huid
  • hormonen
  • brandwonden
  • gezichtsbedrog

Heb je nog tijd over? Maak dan nog een kwartet over het zenuwstelsel.

Speel het spel samen met een aantal klasgenoten.
Vraag om feedback op het spel.
Jullie spelen natuurlijk ook het spel dat door jullie klasgenoten is gemaakt.
Geef commentaar op het spel van je klasgenoot.
Je kunt daarvoor de beoordelingspunten van je docent gebruiken.

Verwerk het commentaar dat jullie op het spel hebben gekregen.
Kijk ook nog even naar de vragen onder het kopje 'Beoordeling'.

Beoordeling
Jullie laten het kwartetspel beoordelen door de docent.
Bij de beoordeling van het kwartetspel gebruikt de docent de volgende vragen:

  • Bestaat het spel uit de hierboven genoemde zintuigen?
  • Heeft elk zintuig 4 kaartjes?
  • Is het spel origineel?
  • Ziet het spel er verzorgd uit?
  • Komt de informatie overeen met de werkelijkheid?
  • Is het duidelijk hoe het spel gespeeld moet worden?

Kwartet maken

Een kwartetspel is een creatieve manier om informatie te presenteren.

 

Eindopdracht B

In het boek 'Kinderen die wereld hebben veranderd' staan verhalen over kinderen van wie de rechten zijn geschonden. Ze hebben daardoor de aandacht gevestigd op een probleem in onze maatschappij.

Een van deze verhalen gaat over Helen Keller.
De Amerikaanse Helen Keller (1880-1968) was negentien maanden oud toen ze doof en blind werd. Toch heeft ze leren lezen, schrijven en praten, vooral dankzij een lerares die bij haar in huis woonde. Helen kon naar school, schreef boeken en gaf lezingen – overal ter wereld. Haar leven is verfilmd.
Helen Keller geldt als schoolvoorbeeld van wat je met doorzettingsvermogen kunt bereiken.

Bekijk onderstaande video:



Kinderrechten
Mensenrechten zijn in diverse wetten en verdragen vastgelegd. Ze gelden in Nederland en in de rest van de wereld - voor iedereen en voor altijd. Dankzij deze rechten kunnen mensen een volwaardig bestaan opbouwen. Omdat kinderen speciale behoeften hebben, bestaan er ook kinderrechten. Helaas wordt er niet overal even netjes met deze rechten omgegaan.

Ga naar de website klikplaat mensenrechten en bekijk welke mensenrechten er zijn.
Klik op de verschillende afbeeldingen en lees de informatie.

Het verhaal van Helen Keller gaat over leven met een beperking en recht op onderwijs.
Bij dit verhaal spelen in ieder geval de volgende kinderrechten een rol:

  • art 6: Je hebt recht op leven en ontwikkeling.
  • art 24: Je hebt recht op een goede gezondheid en op hulp als je ziek bent.

Zijn er volgens jou nog meer (kinder-)rechten die betrekking hebben op het verhaal van Helen Keller? Zo ja, schrijf ze op.

Opkomen voor blinden en slechtzienden
Helen Keller schreef boeken, gaf lezingen, was politiek actief en zamelde geld in voor een Amerikaanse blindenorganisatie. En dat is nodig ook. Er zijn op dit moment zo'n 285 miljoen visueel gehandicapten (blinden en slechtzienden). Van deze 285 miljoen mensen leeft 90% in een ontwikkelingsland. Volgens de organisatie 'Light for the world' is 80% van alle blindheid in de wereld onnodig.

Ga naar de website van Light for the world en bekijk enkele projecten.
Lees ook een of twee praktijkverhalen en bekijk een video over het werk van Light for the world.
Een van de thema's waar de organisatie zich op richt, is 'Onderwijs en revalidatie'.

  • Ieder kind heeft recht op onderwijs. 'Light for the world' helpt me ervoor te zorgen dat onderwijs ook voor visueel gehandicapten toegankelijk is.

Eindproduct
Gebruik de informatie bij het maken van een eindproduct over Helen Keller.
Je mag zelf kiezen wat voor soort eindproduct je maakt.
In je eindproduct maak je duidelijk:

  • welke kinderrechten een rol spelen in het verhaal van Helen Keller.
  • waarom het terecht is dat er een verhaal over Helen Keller in het boek 'Kinderen die de wereld hebben veranderd' staat.
  • wat jij vindt van het verhaal van Helen Keller.

Voor het maken van het eindproduct kun je kijken in de gereedschapskist!

Tip:

  • Kies voor het schrijven van een brief aan Helen Keller.
  • Kies voor het schrijven van een artikel om de informatie over Helen Keller goed te presenteren.
  • Maak een collage waarbij je met afbeeldingen en korte teksten laat zien hoe het leven van Helen Keller en kinderrechten met elkaar te maken hebben.

Beoordeling:

In de gereedschapskist vind je voor veel verschillende eindproducten een plan van aanpak en kun je zien hoe de verschillende eindproducten beoordeeld worden.
Je docent let bij de beoordeling in ieder geval op het volgende:

  • geeft je eindproduct een duidelijk beeld van het verhaal van Helen Keller.
  • zijn de kinderrechten die een rol spelen duidelijk aangegeven.
  • je eigen mening is duidelijk geformuleerd.


Klaar:
Lever je eindproduct in bij je docent.
 

Gereedschapskist

Welkom bij de gereedschapskist. Hier vind je uitleg over alle werkvormen waarmee je je eindproducten maakt. Bij iedere werkvorm staat beschreven hoe je deze uitvoert, kun je inspiratiefilmpjes bekijken en vind je de beoordelingscriteria waaraan jouw product moet voldoen. Ook zie je welke digitale middelen je kunt gebruiken en aan welke vaardigheden je werkt tijdens het maken van je eindproduct. Veel succes!

 

Diagnostische toets

Je sluit het thema Zintuigen af met het maken van een diagnotische toets.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van dit thema nog eens door.
    Kun je nu goed verwoorden welke zintuigen de blinde kinderen gebruiken?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 21 uur met dit thema bezig zou zijn. Klopt dat met het aantal lessen dat je over dit thema hebt gehad?
  • Inhoud
    Welke lesstof in dit thema was nieuw voor je en welke lesstof wist je al?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    A: Vond je het leuk om het kwartet te maken? Was het gelijk ook weer een mooie opfrisser voor de lesstof die je in de opdrachten hebt behandeld?
    B: Vond je het lastig om een keuze te maken tussen de verschillende mogelijke eindproducten? Is het gelukt je mening op een duidelijke manier te formuleren?

Verderkijker

De Verderkijker biedt bij het thema passende externe linkjes naar uitleg, oefenmateriaal of filmpjes.

Leerlingen voor leerlingen
Hier vind je verschillende video's die door leerlingen voor leerlingen zijn gemaakt.
Hieronder staan video's die goed passen bij dit thema.

 

Schooltv
Op de website van Schooltv zijn veel verschillende video's te zien over het thema Zintuigen.
We hebben een aantal interessante video's voor je op een rijtje gezet.

  • Je lichaam bestaat uit een netwerk van zenuwen. Berichten worden van en naar de hersenen gestuurd.
    Video: Zenuwen
  • De hersenen verwerken de informatie die je zintuigen versturen.
    Het ene lichaamsdeel heeft meer zintuigcellen dan het andere.
    Meer hierover leer in deze video: Zintuigen
  • Je oog is een zintuig dat gebruik maakt van licht om een beeld door te geven aan de hersenen.
    Video: De ogen

 

Youtube
Op youtube staan talloze filmpjes die passen binnen dit thema. We zetten er een aantal op een rijtje:

  • Het arrangement Thema Zintuigen hv12 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    25-11-2025 10:09:11
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Zintuigen' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor biologie voor havo/vwo leerjaar 1. Dit thema heet zintuigen en behandelt 5 onderwerpen. Het eerste onderwerp is zintuigen. Je leert de begrippen prikkels, impulsen, zintuigen uitleggen en het verband in eigen woorden vertellen, de begrippen bewuste reactie, onbewuste reactie en reflex met eigen woorden vertellen en de belangrijkste zintuigen in ons lichaam opnoemen en aangeven welke weg de informatie van deze zintuigen aflegt in ons lichaam. Het tweede onderwerp is voelen de huid. Je leert benoemen uit welke vijf delen de huid bestaat en wat de functie van elk deel is. Het derde onderwerp is ogen bekeken. Je leert elf onderdelen van het oog aanwijzen, benoemen en aangeven welke functie ze hebben, aangeven welke functies en onderdelen het lichaam heeft om de ogen te beschermen en de werking van het oog en eventuele oogproblemen uitleggen met behulp van begrippen. Het vierde onderwerp is goed gehoord. Je leert de onderdelen van het oor benoemen en aangeven in welke volgorde het geluid langs deze verschillende onderdelen gaat, uitleggen hoe geluidstrillingen worden omgezet in impulsen en beschrijven hoe geluidssterkte en trillingsfrequenties onze gehoorgrenzen bepalen. Het vijfde onderwerp is ruiken en proeven. Je leert omschrijven hoe onze neus en tong zijn opgebouwd, hoe ze werken en welke zintuigen verantwoordelijk zijn voor hun werking.
    Leerniveau
    VWO 2; HAVO 1; VWO 1; HAVO 2;
    Leerinhoud en doelen
    Groei en ontwikkeling; Biologie; Instandhouding en ontwikkeling; Instandhouding;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    12 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    biologie, havo/vwo 1, horen, leerlijn, proeven, ruiken, stercollectie, voelen, zien, zintuigen

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Biologie. (2019).

    Extra: Brandwonden hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/76147/Extra__Brandwonden__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Extra: Gezichtsbedrog hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62517/Extra__Gezichtsbedrog__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Extra: Hormonen op hol hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62518/Extra__Hormonen_op_hol_hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Goed gehoord hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62515/Goed_gehoord__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Ogen bekeken hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62514/Ogen_bekeken__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Ruiken en proeven hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62516/Ruiken_en_proeven__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Voelen: de huid hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62513/Voelen__de_huid__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Zenuwstelsel hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62512/Zenuwstelsel__hv12

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Zintuigen

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.