Thema Blessures hv12

Thema Blessures hv12

Thema: Blessures

Intro

Topsporters krijgen er bijna allemaal last van: blessures. Maar ook gewone sporters kunnen er last van krijgen.
Zelfs niet-sporters kunnen een blessure krijgen, bijvoorbeeld door het gebruik van de computermuis, een verkeerde houding bij het tillen of een verkeerd afgestelde bureaustoel.

Kijk maar eens naar de voetballer in de video.

 

Wat kan ik straks?

In de tabel vind je de leerdoelen van dit thema.

Aan het einde van dit thema kan ik: Opdracht:
de namen van de verschillende beenderen en botgroepen in ons skelet benoemen. Geraamte
bij verschillende diersoorten de plekken van botgroepen en de houding van hun skelet bij beweging beschrijven (zoolgangers, hoefgangers, teengangers). Geraamte
de samenstelling van bot benoemen en daarbij aangeven waar kalk en lijmstof voor dienen en in welke verhouding deze voorkomen. Beenderen  
de bouw, functie en verschillende onderdelen van de wervelkolom benoemen. Rechtop staan       
verschillende soorten gewrichten onderscheiden en hun onderdelen benoemen Bewegen
aangeven hoe ons bewegingsstelsel functioneert en voorbeelden van de verschillende onderdelen geven. Bewegen
het belang van een goede lichaamshouding benoemen en uitleggen hoe blessures door een foutieve lichaamshouding voorkomen kunnen worden. Lichaamshouding

 

Wat ga ik doen?

In dit thema ga je aan de gang met vijf opdrachten, een afsluiting en een diagnostische toets.
In de tabel staat per opdracht hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Activiteit Aantal lessen Eindproduct
Inleiding 0,5 lesuur  
Opdracht: Geraamte 2 lesuren Bouwplaat skelet of toets
Opdracht: Beenderen 2 lesuren Onderzoeksverslag
Opdracht: Rechtop staan 1 lesuur Dominospel of toets
Opdracht: Bewegen 2 lesuren Kruiswoordpuzzel of toets
Opdracht: Lichaamshouding 3 lesuren Poster maken
Afsluiting 3 lesuur Folder over sportblessures
Diagnostische toets
Totaal 13,5 lesuren  


De tijd is een indicatie en afhankelijk van de keuze van het eindproduct.

 

Opdrachten

Geraamte

Geraamte

Intro

Open de interactieve schoolplaat van SchoolTV.
Deze schoolplaat gaat over je geraamte.
Een ander woord voor geraamte is skelet.

Start de videotour 'Reis door je skelet'.
In deze videotour maak je kennis met je skelet.
Bespreek na het kijken van de tour met een klasgenoot welke functies ons skelet heeft.

Overleg met je docent of je ook zelf nog even mag rondkijken op de schoolplaat.

In deze opdracht staat het skelet centraal.
Hoe heten al die botten in ons skelet?
Wij behoren tot de zoogdieren.
Hebben andere zoogdieren dezelfde botten als de mens?

Op deze vragen ga je in deze opdracht antwoord geven.

Succes

Wat kan ik straks?

Hieronder zie je de leerdoelen staan die horen bij de opdracht geraamte.

Aan het einde van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen waarom ik een skelet nodig heb.
  • de namen van de beenderen van het skelet benoemen.
  • de verschillende botgroepen benoemen.
  • bij verschillende diersoorten de plek van tenen/vingers, voeten/handen, onderarm/bovenarm en dijbeen onderscheiden.
  • de kenmerken van zoolgangers, teengangers, hoefgangers (topgangers) en zool-/teengangers beschrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je bestudeert de kennisbank en kunt daarna in een opdracht de functie uitleggen.
Stap 2 Je bestudeert de kennisbank en benoemt daarna in een opdracht de verschillende beenderen van het skelet.
Stap 3 Je benoemt de verschillende botten en botgroepen van je eigen skelet.
Stap 4 Je leest op de site van Natuurinformatie over zool-, teen- en hoefgangers. Daarna kun je in een opdracht de kenmerken onderscheiden.
Stap 5 Je leest informatie over de verschillende botgroepen en benoemt deze botgroepen daarna bij verschillende diersoorten.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst        Hier vind je de kennisbank die gebruikt is in deze opdracht. Ook kun je hier de begrippen
die passen bij het geraamte vinden.
Eindopdracht  A Als je kiest voor deze eindopdracht maak je een toets over het geraamte.
Eindopdracht B Als je kiest voor deze eindopdracht zet je een bouwplaat in elkaar en benoemt de verschillende botten/botgroepen.
Terugkijken    Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden

  • fototoestel (stap 3)
  • Googledoc - bouwplaat Skelet
  • karton en printer (of je krijgt de bouwplaat uitgedeeld)
  • kleurpotloden (rood, groen, grijs, geel, paars en blauw)
  • schaar
  • tang om gaatjes te maken plus acht splitpennen
  • touw/katoendraad en naald

Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Het skelet

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het onderdeel over het skelet.
Een skelet wordt ook een geraamte genoemd. Beantwoord nu de vraag over de functies van het skelet.

Skelet of geraamte

Welke functies heeft ons geraamte allemaal?
Maak onderstaande oefening.

Stap 2: Verschillende botten

Bestudeer nu uit de Kennisbank biologie het onderdeel 'Van schedel tot ledematen'.
Kijk uit welke botten en beenderen de schedel, de romp, de wervelkolom en de ledematen zijn opgebouwd.

Van schedel tot ledematen

Maak nu de volgende oefening.

Stap 3: Je eigen botten

Ken je nu alle botten en kun je de botten bij jezelf aanwijzen?

  • Open het werkblad Het Skelet.
  • Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
    of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Ga in dezelfde houding staan als de afbeelding.
  • Vraag een klasgenoot om een foto van je te maken.
  • Plak deze foto in het werkdocument achter het skelet.
  • Benoem alle genummerde botten.
  • Kijk of je elk bot bij jezelf kunt voelen.

Oefen met een klasgenoot: de één wijst een lichaamsdeel aan, de ander zegt welk bot daar zit.

 

Stap 4: Mens en dier

In de volgende oefening zie je dat er als je kijkt naar het skelet overeenkomsten zijn tussen mens en paard.

In de video van SchoolTV zie je hoe de poten van dieren zijn aangepast aan hun omgeving.
Je ziet dat er verschillen zijn in de manier van lopen tussen hoefgangers (of topgangers), zoolgangers en teengangers.


Beantwoord nu de acht vragen hieronder.

Cheetah
In het volgende filmpje kun je goed zien hoe snel een cheetah is en hoe een cheetah zijn prooi vangt.
Het commentaar is in het Engels; het geeft niet als je het niet helemaal verstaat.
Bekijk het filmpje en beantwoord dan de drie vragen.

Stap 5: Zeven botgroepen

Alle skeletten bestaan uit zeven botgroepen.
Lees op de website van Naturalis welke zeven groepen dat zijn:

> natuurwijzer.naturalis.nl

Maak daarna de oefeningen.

Afronding

Begrippenlijst

Geraamte

Been
Been is keihard en stevig en tevens hetgeen waar botten uit bestaan.
Kraakbeen
Kraakbeen is weefsel dat stevig is en toch ook buigzaam.
Schedel
De schedel staat bovenop de wervelkolom en heeft een beschermende functie.
Romp
De romp bestaat uit de wervelkolom, de ribben, de schoudergordel en de bekkengordel. De romp heeft een beschermende functie.
Wervelkolom
De wervelkolom is veerkrachtig en heeft een beschermende en vormgevende functie.
Beenmerg
Beenmerg weefsel in de beenderen van gewervelde dieren, o.a. in ruggenwervel en borstbeen. Speelt een rol bij het vormen van botweefsel en bloed.
Tussenwervelschijf
Een kraakbeenkussentje, gevuld met vocht, gelegen tussen elke wervel en de volgende.
Wervellichaam
De buikzijde van de tussenwervelschijf.
Uitsteeksels
De rugzijde van de tussenwervelschijf.
Bekkengordel
De bekkengordel wordt gevormd door de heupbeenderen en het heiligbeen.
Ledematen
Benaming voor armen en benen.
Kalk
Kalk is een stevige stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te soepel zijn.
Lijmstof
Lijmstof is een soepele stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te broos zijn.

Zoolganger
Bij zoolgangers raakt de hele voetzool de grond. Zoolgangers kunnen goed afzetten. Ze zijn niet snel.

Hoefganger
Bij hoefgangers raken allen de teen- of vingertoppen de grond. Ze kunnen zich goed afzetten, hebben lange poten en zijn snel.
Teenganger
Bij teengangers raken alleen de kootjes de grond. Ze hebben daardoor erg lange poten waardoor ze erg hard kunnen rennen.
Gecombineerde zool-/teenganger
Bij de achterpoten raakt de hele voetzool de grond. Meestal alleen in rust. Bij de voorpoten raken alleen de vingers de grond. Ze kunnen redelijk snel rennen.

Eindopdracht A: Toets

Als je kiest voor eindopdracht A, maak je een toets over de opdracht geraamte.

Eindopdracht B: Bouwplaat skelet

Je gaat nu een skelet in elkaar zetten.

  • Open de Bouwplaat Skelet.
  • Open ook de Uitleg maak een trekpop.
  • Maak de trekpop op de aangegeven manier.
  • Schrijf de namen van de zeven botgroepen op het skelet.
  • Geef elke botgroep een andere kleur.
  • Schrijf de nummers van de volgende beenderen op het skelet:
    1. dijbeen
    2. opperarmbeen
    3. middenvoetsbeentjes
    4. halswervels
    5. borstbeen
    6. heupbeen
    7. scheenbeen
    8. onderkaak.
  • Geef de botten waarbij, bij volwassenen, beenmerg wordt aangemaakt een zwarte stip.

Beoordeling
Je docent let bij de beoordeling op de volgende punten:

  • Ziet de pop er netjes uit en is hij volgens de stappen gemaakt?
  • Staan de nummers van de verschillende beenderen op de juiste plek in het skelet?
  • Zijn de botgroepen voorzien van kleur en de juiste naam?
  • Staan de botten waarin bij volwassenen beenmerg wordt gemaakt gemarkeerd?

Klaar en tevreden?
Laat je trekpop beoordelen door je docent.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Waar heb je het meeste van geleerd?
  • Eindopdracht
    Vond je het lastig om een keuze te maken tussen de beide eindopdrachten? Waarom heb je uiteindelijk voor A of B gekozen?

Beenderen

Beenderen

Intro

Bekijk het filmpje. Let goed op de flexibiliteit van de baby.

In het filmpje zie je een baby die zijn voeten in zijn mond steekt.
Waarom kunnen veel baby's dat wel en de meeste ouderen niet?
Wat maakt botten soepel en wat maakt botten stijf?

Op deze vragen ga je antwoord geven in deze opdracht.

Wat kan ik straks?

De leerdoelen van de opdracht beenderen.

Ik kan:

  • de samenstelling van bot benoemen.
  • aangeven waarvoor kalkstof en lijmstof dienen.
  • beschrijven hoe het percentage lijmstof en kalk in mijn botten verandert als ik ouder word en wat dit betekent voor de botten.
  • in mijn eigen woorden beschrijven wat beenmerg is.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je kunt de samenstelling van bot benoemen en in vragen aangeven waar kalk, lijmstof en beenmerg voor dienen.
Stap 2 Je kunt aangeven waarvoor kalk en lijmstof dienen en in een vraag beantwoorden hoe het veranderproces in je botten verloopt.
Stap 3 Je kunt beschrijven hoe het percentage van lijmstof en kalk verandert als je ouder wordt
Stap 4 Je kunt aan de hand van een practicum de werking van kalkstof en lijmstof in het bot aangeven.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbank die gebruikt is in deze opdracht. Ook kun je hier de begrippen die te maken hebben met de opdracht beenderen vinden.
Eindopdracht Je maakt een onderzoek verslag aan de hand van het practicum in de opdrachten. Daarin geef je antwoord op de onderzoeksvraag over soepelheid van botten.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

 

Benodigdheden

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Samenstelling botten

Kalk en lijmstof

Bestudeer uit het Kennisbankitem 'Van schedel tot ledematen' de pagina 'Samenstelling van het bot'.

Van schedel tot ledematen

Je geraamte moet wel tegen een stootje kunnen en dus stevig zijn. De botten zijn daarom erg hard en heel erg sterk.
Een bot bestaat gewoonlijk uit been en voor de geboorte uit kraakbeen. Enkele botten zoals in je neus en oorschelp blijven uit kraakbeen bestaan. Been bestaat uit beencellen, kalk en lijmstof.

Kalk ken je vast wel, want stoepkrijt is ook van kalk.
Kalk is stevig, maar ook broos. Als je een stukje stoepkrijt probeert te buigen, breekt het.
Lijmstof is net een soort gum. Het is gemakkelijk in elkaar te drukken, maar veert daarna weer terug. Stevig is deze lijmstof dus niet, maar wel erg soepel. Ook is het kleverig: vroeger maakte men er lijm van (beenderlijm).

Het binnenste van een bot, het beenmerg, is zacht. Beenmerg speelt een belangrijke rol bij het vormen van botweefsel.
In het beenmerg worden bloedcellen aangemaakt.
Bij kinderen gebeurt dit in alle beenderen, bij volwassenen alleen in de platte beenderen zoals de schedel, ribben, schouderbladen en het bekken.
Kalk en lijmstof zorgen samen voor een stabiel skelet, zodat het lichaam zijn vorm behoudt.

In de volgende video wordt alles nog een keer uitgelegd. Let goed op de samenstelling van bot. Daarover ga je straks vragen beantwoorden.

Stap 2: Verandering in de samenstelling van botten en krimpen

Maak de oefening "Samenstelling van botten".

Stap 3: Lijmstof en kalk in je botten

Bekijk de grafiek hieronder.
In de grafiek zie je hoe het percentage lijmstof en kalk in je botten verandert als je ouder wordt.

Beantwoord nu de volgende vragen.

Stap 4: Julia

Bekijk het onderzoekje dat Julia doet.
Van dit onderzoek maak je in het eindproduct een onderzoeksverslag.

Welk stofje in je botten zorgt er voor dat de benen toch zo soepel zijn?
Wat denk je dat het antwoord is op deze vraag?

 

Julia gaat een proefje doen. Ze heeft nodig:

  • (verdund) zoutzuur
  • botje (kip)
  • tang/pincet
  • potje

 

 

Ze schenkt (verdund) zoutzuur in het potje.

 

 

Ze doet het botje in het potje met zoutzuur.

 

Ze schrijft op een briefje 'Pas op' en legt het briefje bij het potje.

En nu één dag wachten ......

 

Ze doet handschoenen aan en haalt het botje met een tangetje uit het zoutzuur.

Ze spoelt het botje af.

 

Afronding

Begrippenlijst

Geraamte

Been
Been is keihard en stevig en tevens hetgeen waar botten uit bestaan.
Kraakbeen
Kraakbeen is weefsel dat stevig is en toch ook buigzaam.
Schedel
De schedel staat bovenop de wervelkolom en heeft een beschermende functie.
Romp
De romp bestaat uit de wervelkolom, de ribben, de schoudergordel en de bekkengordel. De romp heeft een beschermende functie.
Wervelkolom
De wervelkolom is veerkrachtig en heeft een beschermende en vormgevende functie.
Beenmerg
Beenmerg weefsel in de beenderen van gewervelde dieren, o.a. in ruggenwervel en borstbeen. Speelt een rol bij het vormen van botweefsel en bloed.
Tussenwervelschijf
Een kraakbeenkussentje, gevuld met vocht, gelegen tussen elke wervel en de volgende.
Wervellichaam
De buikzijde van de tussenwervelschijf.
Uitsteeksels
De rugzijde van de tussenwervelschijf.
Bekkengordel
De bekkengordel wordt gevormd door de heupbeenderen en het heiligbeen.
Ledematen
Benaming voor armen en benen.
Kalk
Kalk is een stevige stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te soepel zijn.
Lijmstof
Lijmstof is een soepele stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te broos zijn.

Eindopdracht: Onderzoeksverslag

Je gaat een onderzoeksverslag maken.

  • Download het googledoc onderzoeksverslag Beenderen
  • Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
    of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Lees het onderzoeksverslag een keer helemaal door.
  • Lees ook de beoordelingscriteria door.
  • Bekijk het onderzoek in stap 4 opnieuw.
  • Vul het onderzoeksverslag helemaal in.
  • Beoordeel eerst zelf het onderzoeksverslag.
    De beoordelingseisen vind je in het document.
  • Laat het onderzoeksverslag beoordelen door je docent.

Succes!

Natuurwetenschappelijk verslag maken

Schrijf je een verslag van een onderzoek voor biologie of NaSk, dan wordt dit een natuurwetenschappelijk verslag genoemd. Het is hierbij vooral belangrijk dat het doel van je onderzoek en de manier waarop je het uitvoert zo duidelijk mogelijk wordt weergegeven. Het schrijven van zo’n verslag gebeurt in verschillende stappen.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat? Hoeveel tijd was je uiteindelijk kwijt aan de eindopdracht?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Had je het practicum liever zelf uitgevoerd of vond je het wel fijn dat het al voor je gedaan was in stap 4?

Rechtop staan

Rechtop staan

Intro

Bekijk de volgende twee filmpjes.In beide filmpjes zie je de wervelkolom.
De wervelkolom speelt een belangrijke rol bij het rechtop staan.

Wat maakt de wervelkolom buigzaam?





In deze opdracht bekijk je hoe de wervelkolom in elkaar zit.

 

Wat kan ik straks?

De leerdoelen van de opdracht rechtop staan.

Ik kan:

  • de bouw van de wervelkolom beschrijven en de verschillende onderdelen benoemen.
  • aangeven waardoor de wervelkolom kan bewegen.
  • de onderdelen van de wervels en tussenwervelschijven benoemen.
  • benoemen hoe we de buikzijde en rugzijde van een tussenwervelschijf noemen.

Wat kan ik al?

In de eerste opdracht van dit thema, geraamte, heb je geleerd hoe het menselijk skelet in elkaar zit en uit welke botgroepen het bestaat.

Maar hoe goed weet je dat allemaal nog? We frissen even je voorkennis op met een korte oefening.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je kunt na het bestuderen van de kennisbank de bouw van de wervelkolom en
de verschillende onderdelen benoemen.
Stap 2 Na het lezen van informatie kun je de onderdelen van wervels en tussenwervelschijven benoemen.
Stap 3 Je kunt met informatie die je verzamelt hebt over een hernia, vragen beantwoorden.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Je vindt hier de kennisbank geraamte en de begrippenlijst die past bij de opdracht Rechtop staan.
Eindopdracht A Je maakt een toets over de opdracht Rechtop staan.
Eindopdracht B Je maakt een domino over de wervelkolom.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden
Als je kiest voor eindopdracht B heb je eventueel knutselmateriaal nodig.

Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 à 1,5 uur de tijd.

Aan de slag

Stap 1: Wervelkolom

Bestudeer in de Kennisbank biologie van onderdeel 'Van schedel tot ledematen' de informatie over de wervelkolom.

Van schedel tot ledematen

Maak nu de onderstaande sleepoefening.

Stap 2: Wervelkolom

Bekijk nu de video op de website www.e-gezondheid.be.
Gebruik alle informatie voor het beantwoorden van de acht vragen.
www.e-gezondheid.be

Stap 3: Hernia

Lage rugpijn

Je hebt vast wel eens gehoord van een hernia. Misschien ken je wel iemand die last heeft van een hernia. In deze stap onderzoek je wat een hernia is.

Ga op internet op zoek naar informatie over een hernia.
Probeer daarna antwoord te geven op de volgende vragen.

 

Afronding

Begrippenlijst

Geraamte

Wervelkolom
De wervelkolom is veerkrachtig en heeft een beschermende en vormgevende functie.
Tussenwervelschijven
Een kraakbeenkussentje, gevuld met vocht, gelegen tussen elke wervel en de volgende.
Wervellichaam
De buikzijde van de tussenwervelschijf.
Uitsteeksels
De rugzijde van de tussenwervelschijf.
Bekkengordel
De bekkengordel wordt gevormd door de heupbeenderen en het heiligbeen.
Ledematen
Benaming voor armen en benen.
Kalk
Kalk is een stevige stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te soepel zijn.
Lijmstof
Lijmstof is een soepele stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te broos zijn.

Zenuw
Een soort draad in het lichaam die de hersenen verbindt met spieren en organen. Via het ruggenmerg gaan de zenuwen naar de verschillende delen van je lichaam.

Kraakbeen
Kraakbeen is weefsel dat stevig is en toch ook buigzaam.
Ruggenmerg

Een koker met vloeistof die door je wervels loopt. Door deze buis lopen alle zenuwen van en naar je hersenen.

Eindopdracht A: Toets

Je kunt deze opdracht afsluiten met het maken van een toets.

Eindopdracht B: Dominospel

Als je kiest voor eindopdracht B ga je een dominospel van de wervelkolom maken.
Het is belangrijk dat klasgenoten ook daadwerkelijk iets leren als ze het spel spelen.

  • Kies of je het dominospel op de computer maakt, of dat je gaat knutselen/tekenen.
  • Zorg dat je alle materialen bij elkaar zoekt.
  • Maak een dominospel dat bestaat uit minimaal 20 dominostenen.
  • De plaatjes die samen op één steen staan moeten in je wervelkolom ook met elkaar in verbinding staan. Je kunt bijvoorbeeld een plaatje van de halswervels naast die van de borstwervels plaatsen.

De uiteindelijke bedoeling van het spel is dat je alleen plaatjes aan elkaar kan leggen die in je wervelkolom ook met elkaar in verbinding staan. Kijk maar eens naar het voorbeeld hieronder.

Beoordeling
Je docent let bij de beoordeling op het volgende:

  • het spel ziet er overzichtelijk en verzorgd uit
  • de afbeeldingen staan allemaal in de juiste volgorde op de dominostenen
  • het spel kan daadwerkelijk gespeeld worden

Klaar?
Laat een aantal klasgenoten je spel spelen. Pas waar nodig nog wat dingen aan. Ben je tevreden? Lever je spel dan in bij je docent.

Dominospel maken

Je kunt van (een deel van) de lesstof een dominospel maken. Daarbij verwerk je de informatie tot vragen en antwoorden en die schrijf je op de dominostenen.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1 á 1,5 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Als je hebt gekozen voor het dominospel: vond je het lastig om de juiste onderdelen bij elkaar te plaatsen?

Bewegen

Bewegen

Intro

Je lichaam doet de hele dag niets anders dan bewegen: lopen, zitten, schrijven of typen, staan,
fietsen, rennen en ga zo maar door.
Kijk maar eens goed naar de bewegingen van de sporters in de volgende filmpjes.





Hoe komt het dat je kunt bewegen?
Hoe werkt jouw bewegingsapparaat?
Onder je huid zit een ingewikkeld bewegingsapparaat dat bestaat uit botten, gewrichten, spieren, pezen en zenuwen.
Daarover ga je in deze opdracht meer te weten komen....

Veel succes.

Wat kan ik straks?

De leerdoelen van de opdracht bewegen.

Ik kan:

  • vier manieren benoemen waarop botten met elkaar verbonden zijn en bij elke verbinding een voorbeeld geven.
  • de onderdelen van een gewricht en de functies ervan benoemen.
  • het kogel-, rol- en scharniergewricht van elkaar onderscheiden.
  • aangeven wat de werking van spieren en gewrichten is.
  • beschrijven wat antagonisme is en hier een voorbeeld van geven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je kunt de verschillende manieren waarop botten met elkaar verbonden zijn benoemen en dit toepassen in een oefening.
Stap 2 Je bestudeert de werking van spieren en benoemt in een oefening de juiste onderdelen van de spier.
Stap 3 Aan de hand van een video beschrijf je spierfuncties en antagonisten.
Stap 4 In een practicum onderzoek je de werking van de armbuigspier en dit kun je verwerken in een onderzoeksblad
Stap 5 Je kunt de verschillende typen spieren benoemen en dit toepassen in een oefening.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Begrippen van de opdracht bewegen.
Eindopdracht A Als je kiest voor eindopdracht A maak je een toets over de opdracht bewegen.
Eindopdracht B Als je kiest voor eindopdracht B vul je de antwoorden in, in een kruiswoordpuzzel over bewegen.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Beenverbindingen

Bestudeer uit de Kennisbank Biologie het onderdeel Beenverbindingen:

Beenverbindingen

Bekijk de volgende filmpjes op de site van SchoolTV. De informatie uit de Kennisbank wordt daarin uitgelegd.

Video: Gewrichten - Gewrichten zorgen ervoor dat je kunt bewegen


Video: Gewrichten - Hoe zitten botten aan elkaar vast?


Hieronder vind je een sleepoefening over beenverbindingen.

Stap 2: Spieren

Bestudeer nu uit de Kennisbank Biologie het onderdeel Spieren:

Spieren

Maak nu de volgende sleepoefeningen.

Je kunt de oefeningen ook in het googledocument maken.
Googledoc - Spieren
Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).

 

Stap 3: Armspieren

In het item van de Kennisbank over Spieren ging een deel over de armspieren.

Spieren

Bekijk de volgende videoclip over bodybuilding. Wat vind jij van het lichaam van een bodybuilder?

 

Stap 4: Practicum armbuigspier

Het opmeten van een bovenarm

Je onderzoekt hoe de dikte van je buigspier verandert als je je arm samentrekt.
Je vergelijkt je linker- en rechterarm.
En je vergelijkt jouw resultaten met de resultaten van een aantal klasgenoten.

  • Download het googledoc - Practicum Armbuigspier.
  • Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
    of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Lees het practicum een keer helemaal door.
  • Zoek de spullen bij elkaar die je nodig hebt om het onderzoek uit te voeren.
  • Voer het practicum samen met klasgenoot uit.
  • Vul de resultaten van de metingen in, in de tabel.
  • Geef daarna antwoord op de vragen onder het kopje conclusie en geef de verklaring.

Vergelijk jullie resultaten met de resultaten van een aantal klasgenoten.

Stap 5: Typen spieren

Lees de tekst in de bron en beantwoord daarna de vragen.

Bewegen als je dat zelf wilt
De spieren die de armen, benen, gezicht, hoofd en lichaam bewegen zijn ‘willekeurige’ spieren.
Dit betekent dat ze alleen maar werken als jij dat wilt. Vaak moet je, als je voor het eerst iets doet, er goed bij nadenken welke spieren je nodig hebt.
Bijvoorbeeld: toen je leerde fietsen. Je moest toen leren om tegelijkertijd te trappen, te sturen en je evenwicht te bewaren. Pas na veel oefening kon je fietsen en je willekeurige spieren gebruiken zonder er steeds bij na te denken.
Als je deze spieren onder de microscoop bekijkt, zie je dwarse streepjes.
Daarom heten de willekeurige spieren ook wel dwarsgestreepte spieren.

Spieren die vanzelf werken
Je hebt ook spieren die je niet met je wil kunt besturen. Ze zitten in je darmen, in bloedvaten en nog meer organen. Het zijn ‘onwillekeurige’ spieren ofwel gladde spieren.
Als je deze spieren onder de microscoop bekijkt, zie je geen dwarsstreepjes.  
Dit soort spieren werkt dus automatisch: Niemand hoeft te leren het voedsel door de darmen te vervoeren.

Eén spier is nooit moe
Het hart is eigenlijk één grote speciale spier, de hartspier.  
Elke keer als de hartspier samentrekt, wordt er bloed uit het hart geperst.  
De hartspier werkt dag en nacht en wordt nooit moe.
Hij heeft wel dwarse streepjes maar lijkt in zijn werking meer op gladde spieren.


Maak de volgende oefening.

Afronding

Begrippenlijst

Beenverbindingen

Spieren

Myoglobine
Deze stof vind je in rode spiervezels. Kenmerkend is het feit dat deze stof zuurstof opslaat in de spieren en relatief lang kan samentrekken.
Beenverbindingen
Verbindingen tussen botten.
Vergroeide botten
Een vorm van beenverbindingen.
Naadverbindingen
Stevige en dichte verbinding die wordt gevormd door naden, zoals bij de schedel.
Kraakbeenverbindingen
Verbindingen die voor buigmogelijkheden zorgen, zoals bij de rug.
Gewrichtsverbindingen
Verbindingen bestaande uit gewrichten die botbewegingen mogelijk maken.
Gewrichten
Een gewricht is een verbinding tussen twee botten die beweging mogelijk maakt.
Gewrichtskom
De gewrichtskom is één van de twee hoofdonderdelen van een kogelgewricht.
Gewrichtskogel
De gewrichtskogel is één van de twee hoofdonderdelen van een kogelgewricht.
Gewrichtskapsel
Het gewrichtskapsel verbindt de twee losse botten waaruit het gewricht bestaat met elkaar.
Gewrichtssmeer
Gewrichtssmeer zorgt ervoor dat het gewricht soepel kan bewegen.
Kapselbanden
Kapselbanden houden een gewicht op zijn plaats.
Kogelgewricht
Hiermee zijn bewegingen in verschillende richtingen mogelijk.
Rolgewricht
Hierbij draaien twee botstukken om elkaar heen.
Scharniergewricht
Hiermee zijn bewegingen in één richting mogelijk.
Spierstelsel
Orgaanstelsel bestaande uit spieren, die in samenwerking met het zenuwstelsel en het skelet ervoor zorgen dat je kunt bewegen.
Pees
Verbinding tussen een spier en een bot
Aanhechtingsplaats
Dit is de plaats waar een pees aan het bot vastzit.
Antagonisten
Spieren met een tegenovergestelde werking; Bijvoorbeeld biceps (armbuigspier) en triceps (armstrekspier).
Antagonisme
Tegenovergestelde werking; vaak bij spieren; Bijvoorbeeld biceps (armbuigspier) en triceps (armstrekspier).

Eindopdracht A: Toets

Je kunt deze opdracht afsluiten met het maken van een toets.

Eindopdracht B: Kruiswoordpuzzel

Als je kiest voor eindopdracht B bij deze opdracht, maak je een kruiswoordpuzzel:
Kruiswoordpuzzel Hoe kom ik in beweging?

Overleg met je docent of je de kruiswoordpuzzel digitaal in moet vullen of moet downloaden.

Vul alle antwoorden in.
Als je hem digitaal invult, kun je de antwoorden controleren door op de 'Answer key' te klikken.
En daarna klik je op 'Continue'.

Maak je gebruik van een iPad gebruik dan de applicatie Puffin.

Overleg met je docent of de kruiswoordpuzzel moet worden ingeleverd of dat je alleen het resultaat door hoeft te geven.

Kruiswoordpuzzel maken

Bij een kruiswoordpuzzel vul je de letters van woorden in vakjes in.  

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Was de inhoud van de opdracht nieuw voor je of wist je het meeste al?
    Wist je bijvoorbeeld al de namen van de spieren die je gebruikt als je je arm strekt en buigt?
  • Eindopdracht
    Heb je gekozen voor de toets of voor de kruiswoordpuzzel?
    Waren de vragen moeilijk? Was je achteraf blij me je keuze?

Lichaamshouding

Lichaamshouding

Intro

 

We tillen allemaal wel eens iets, we zitten, we liggen, we lopen.
Maar wat nou als deze bewegingen klachten veroorzaken?

Discussieer met je klasgenoten over de volgende stelling:

"Betere voorlichting over de juiste lichaamshouding zou de overheid veel geld besparen."

Wat kan ik straks?

De leerdoelen van de opdracht lichaamshouding.  

Ik kan:

  • het belang van een goede lichaamshouding benoemen.
  • uitleggen hoe je moet tillen.
  • een ander aanwijzingen geven over zijn/haar zit- of tilhouding.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je kunt, na het lezen van de kennisbank, de juiste lichaamshouding bij de persoon in de video's benoemen.
Stap 2 Je benoemt in een opdracht de juiste sta- en zithouding.
Stap 3 Je benoemt in een opdracht de juiste slaaphouding.
Stap 4 Je kunt uitleg geven over de juiste tilhouding en een klasgenoot adviseren
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippenlijst Hier vind je de kennisbank die gebruikt is in deze opdracht en de begrippen die bij deze opdracht horen.
Eindopdracht Je maakt een poster die een adviserende functie heeft.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden

  • Vel A3-papier
  • Pen, (kleur)potloden, stiften, schaar, lijm, ..... voor het maken van de poster

Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 3 lesuren nodig.
Neem één uur voor stap 1 t/m stap 4.
Neem twee uur voor het maken van de poster.

Aan de slag

Stap 1: Lichaamshouding

Juiste werkhouding achter een bureau

Bestudeer uit de Kennisbank Biologie het onderdeel Lichaamshouding:

Lichaamshouding

Bekijk de volgende twee video's. Zet de video elke keer stop als je ziet dat het figuurtje in de video een verkeerde lichaamshouding heeft. Bespreek met je klasgenoot de verkeerde houding en kijk dan weer verder.



Stap 2: Hoe moet je staan en hoe moet je zitten?

Maak onderstaande oefening.

Stap 3: Slaaphouding

Juiste en onjuiste
slaaphoudingen

Lees onderstaande tekst over een goede slaaphouding.

Inleiding
Een goede slaaphouding en een goed matras zijn van invloed op het welbevinden.
Een verkeerde slaaphouding of een slecht matras kunnen allerlei klachten veroorzaken.
Tijdens de slaap moet het lichaamsgewicht over de gehele oppervlakte gelijkmatig gedragen worden.
En dan ook nog in een houding die de natuurlijke krommingen van de rug ondersteunt.

Slapen op de buik
Slapen op de buik wordt afgeraden. Als je op de buik slaapt, ligt de nek in een te sterke draai om vrij te kunnen ademen. De kromming in het bekken vergroot waardoor je met een holle rug ligt.
Deze houding kan tot rug- en/of nekklachten leiden.

Slapen op de rug
De rugligging is een goede houding omdat het lichaamsgewicht hierbij over een zo groot mogelijk oppervlakte wordt verdeeld. Hierbij moet het lichaam wel zo gedragen worden dat de natuurlijke S-vormige kromming behouden blijft.
Het hoofd moet afzonderlijk ondersteund worden door middel van een kussen.
Dit moet niet te dik of te hard zijn omdat dit weer een knik in de wervelkolom veroorzaakt.

Slapen op de zij
Deze houding vinden de meeste mensen het prettigste. Slapen op je zij is goed voor mensen die last hebben van lage rugpijn. Je wervelkolom kan namelijk, zelfs met opgetrokken knieën, nog in een mooie rechte lijn liggen.
Als je slaapt op je zij moet je zorgen dat je hoofd goed ondersteund wordt door een kussen dat niet te dik of te hard is.
Ook is het verstandig om een kussen tussen je knieën te leggen om je houding nog verder te verbeteren.

Stap 4: Goed tillen

In de kennisbank heb je gezien hoe je goed moet tillen.

Lichaamshouding

Op internet kun je ook veel informatie vinden over goed tillen.
Bezoek bijvoorbeeld de volgende websites:

Besteed niet meer dan 10 minuten aan het lezen van de informatie op internet.

Doe nu de volgende oefening samen met een klasgenoot.
Pak om de beurt een aantal voorwerpen op.
Geef elkaar op een goede manier feedback op de manier waarop de voorwerpen worden opgepakt.

Afronding

Begrippenlijst

Lichaamshouding

Spier
Een spier bestaat uit spierweefsel dat door het samentrekken of ontspannen van de betreffende cellen, voor beweging zorgt.
Kalk
Kalk is een stevige stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te soepel zijn.
Lijmstof
Lijmstof is een soepele stof die je in je botten vindt en voorkomt dat je botten te broos zijn.
Kraakbeen
Kraakbeen is weefsel dat stevig is en toch ook buigzaam en heeft vaak een slijtage voorkomende functie.
Ergonomie
De wetenschap die zich bezig houdt met een gezonde lichaamshouding.

Eindopdracht: Poster maken

Je gaat samen met een klasgenoot een poster maken.

De poster maak je voor in de wachtkamer van een dokter.
Verzin een pakkende titel voor de poster. De titel moet passen bij je poster én bij het onderwerp.
Op de poster laat je zien wat een goede en wat een slechte zithouding is.
Je geeft ook tips voor een goede zithouding.

Beoordeling:
Je docent let bij de beoordeling op de volgende punten:

  • Sluit de poster aan bij de doelgroep?
  • Is in één blik duidelijk wat het onderwerp van de poster is?
  • Laat de poster een goede en een slechte zithouding zien?
  • Zijn er op de poster duidelijke en juiste tips gegeven?
  • Voor de algemene beoordeling van een poster kun je kijken in de gereedschapskist. 


Klaar en tevreden?
Laat het resultaat beoordelen door je docent.

 

Poster maken

Op een informatieve poster kun je laten zien wat de belangrijkste delen van de lesstof zijn. Ook kun je weergeven hoe bepaalde delen zich tot elkaar verhouden.

 

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro van deze opdracht nogmaals.
    Heb je de stelling goed kunnen bediscussiëren met je klasgenoot?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 3 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat?
  • Inhoud
    Kijk eens kritisch naar je eigen houding. Was die voor de opdracht beter of slechter? Pas je de informatie die je hebt geleerd in deze opdracht ook toe?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Zou jou poster ook daadwerkelijk in een dokterspraktijk kunnen hangen? Waarom wel/niet?

Afsluiting

Kennisbanken

De theorie van dit thema vind je in de Kennisbank biologie HV.

Geraamte

Beenverbindingen

Spieren

Lichaamshouding

Eindopdracht

Je sluit het thema af met de volgende opdracht:

Bij de inleiding van dit thema heb je een overzicht gemaakt van de meest voorkomende blessures in je klas.
De meest voorkomende blessure in de sportwereld is de enkelblessure, maar ook blessures aan de knie, elleboog, rug en schouder komen regelmatig voor.

Je gaat dit thema afronden door samen met een klasgenoot twee beschrijving van(sport)blessures voor in een folder te maken.

Tijd
Voor het maken van het eindproduct hebben jullie 2 uur:

Benodigdheden

  • Computer met internet en een tekstverwerker
  • Papier en (kleur)potloden, stiften, schaar, lijm, karton, plakband, ...

Werkwijze
Kies in overleg met jullie docent twee (sport)blessures uit.
Ga op internet op zoek naar informatie over de twee blessures. Maak tijdens het doornemen van de informatie aantekeningen. Schrijf ook de URL's van de websites op waar jullie de informatie vinden. Verzamel ook alvast goede en duidelijke afbeeldingen voor bij jullie omschrijvingen.

Gebruik de verzamelde informatie om twee beschrijvingen van (sport-) blessures te maken voor in een folder.
Zorg dat jullie in ieder geval antwoord geeft op de volgende vier vragen. Zorg dat je bij het beantwoorden van de vragen de leerdoelen in je achterhoofd houdt. Verwerk de dikgedrukte termen die je in de leerdoelen ziet in je folder.

  • Wat houdt de blessure in?
  • Hoe kan de blessure ontstaan?
  • Wat kan er aan de blessure worden gedaan?
  • Wat kun je doen om de blessure te voorkomen?

Vraag een ander tweetal de gemaakte beschrijvingen te lezen.
Vraag ze de folder te beoordelen volgens de punten die staan bij in de reisgids.
Zijn er nog zaken te verbeteren?
Beoordeel ook de beschrijvingen voor een ander tweetal.

Beoordeling:
Bij het beoordelen van je folder let je docent op het volgende:

  • Is duidelijk om welke blessures het gaat?
  • Is duidelijk omschreven wat de blessure inhoudt?
  • Is er een oplossing gegeven voor het blessureprobleem?
  • Zijn er tips gegeven om de blessure te voorkomen?
  • Zijn de dikgedrukte termen uit de leerdoelen verwerkt in de opdracht?
  • Kijk voor algemene beoordelingseisen voor een folder in de gereedschapskist hieronder.

Tevreden?
Laat de omschrijving van de (sport)blessures beoordelen door jullie docent.

Folder maken

Met maken van een folder presenteer je kennis die je hebt opgedaan aan anderen.

 

Diagnostische toets

Je sluit het thema Blessures af met het maken van een diagnostische toets.

Verderkijker

De Verderkijker biedt bij het thema passende externe linkjes naar uitleg, oefenmateriaal of filmpjes.

SchoolTV
Op de website van SchoolTV zijn veel verschillende video's te zien over het thema Blessures.
We hebben een aantal interessante video's voor je op een rijtje gezet.

  • Aan de hand van modellen, animaties en röntgenopnamen wordt zichtbaar hoe ons geraamte is opgebouwd en wat de functie ervan is.
    Video: De mens
 

Een interactieve schoolplaat over je skelet.
Schoolplaat: Je lichaam

Een interactieve schoolplaat over de werking van je lichaam.
Schoolplaat: Van top tot teen

Youtube
Op youtube staan talloze filmpjes die passen binnen dit thema. We zetten er een aantal op een rijtje:

  • Biologielessen.nl heeft een interessante video gemaakt over het skelet.
  • Een video over onder andere de functie van het skelet.
  • Een video over de schedel en de wervelkolom.

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de lijst met blessures van je klasgenoten. Kon je de lijst nog gebruiken bij het maken van het eindproduct van dit thema?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door. Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd:
    Bij opdracht lichaamshouding stond dat je 3 lesuren nodig had. Klopt
    dit met het uren dat je aan deze opdracht hebt gewerkt?
  • Inhoud:
    Welke opdrachten uit het thema vond je het leukst?  
  • Eindopdracht:
    Hoe verliep het maken van de folder? Werden de verschillende blessures goed verdeeld over de klas?
    Hadden jullie genoeg tijd om de folder helemaal naar wens af te maken?
    Hoe verliep de samenwerking? Waren jullie tevreden over de taakverdeling?
  • Het arrangement Thema Blessures hv12 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    25-11-2025 09:44:57
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Blessures' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor biologie voor havo/vwo leerjaar 1. Dit thema heet blessures en behandelt 5 onderwerpen. Het eerste onderwerp is geraamte. Je leert de namen van de verschillende beenderen en botgroepen in ons skelet benoemen en bij verschillende diersoorten de plekken van botgroepen en de houding van hun skelet bij beweging beschrijven (zoolgangers, hoefgangers, teengangers). Het tweede onderwerp is beenderen. Je leert de samenstelling van bot benoemen en daarbij aangeven waar kalk en lijmstof voor dienen en in welke verhouding deze voorkomen. Het derde onderwerp is rechtop staan. Je leert de bouw, functie en verschillende onderdelen van de wervelkolom benoemen. Het vierde onderwerp is bewegen. Je kunt verschillende soorten gewrichten onderscheiden en hun onderdelen benoemen en aangeven hoe ons bewegingsstelsel functioneert en voorbeelden van de verschillende onderdelen geven. Het vijfde onderwerp is lichaamshouding. Je kunt het belang van een goede lichaamshouding benoemen en uitleggen hoe blessures door een foutieve lichaamshouding voorkomen kunnen worden.
    Leerniveau
    VWO 2; HAVO 1; VWO 1; HAVO 2;
    Leerinhoud en doelen
    Groei en ontwikkeling; Biologie; Instandhouding en ontwikkeling; Instandhouding;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    13 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    beenderen, biologie, geraamte, gewrichten, havo/vwo 1, kalk, leerlijn, lichaamshouding, stercollectie, wervelkolom

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Biologie. (2019).

    Beenderen hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62507/Beenderen__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Bewegen hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62509/Bewegen__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Geraamte hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62506/Geraamte__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Lichaamshouding hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62510/Lichaamshouding__hv12

    VO-content Biologie. (2019).

    Rechtop staan hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/62508/Rechtop_staan__hv12

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Blessures

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.