Thema: Buitenland - vmbo-kgt34

Thema: Buitenland - vmbo-kgt34

Buitenland

Inleiding

Nederland en het buitenland

Ongeveer de helft van de producten die je dagelijks gebruikt zijn niet in Nederland gemaakt. Rijst, kiwi's, iPhone's allemaal producten die in het buitenland zijn gekocht. Andersom worden veel producten die in Nederland worden gemaakt in het buitenland verkocht. Denk maar aan tomaten, kaas en tulpen. 

Bekijk de volgende video.

Het kopen en verkopen van producten is voor een klein land als Nederland heel belangrijk. Nederland werkt dan ook met zoveel mogelijk landen samen om de handel zo soepel mogelijk te laten verlopen.


Eindopdracht
De eindopdracht van dit thema heeft als titel 'Internationale handel'.
Je bestudeert een aantal bronnen, beantwoordt een aantal vragen en bereidt een debat voor over vrijhandel en protectionisme. Het debat voer je met je klasgenoten.


Naast de eindopdracht vind je bij de afsluiting ook een overzicht van alle Kennisbankitems van dit thema plus een begrippenlijst, een diagnostische toets, examenvragen en een aantal vragen die je helpen bij het terugkijken op het thema.

Genoeg te doen. Aan de slag!

Wat kan ik straks?

Aan het eind van het thema kan ik:

  • het begrip internationale arbeidsverdeling omschrijven en uitleggen waarom internationale arbeidsverdeling handel tussen landen stimuleert.
  • (met behulp van voorbeelden) duidelijk maken wat wordt bedoeld met importeren en exporteren.
  • uitleggen waarom Nederland een open economie heeft.
  • omschrijven wat een betalingsbalans is en kan ik (met behulp van een voorbeeld) duidelijk maken wat wordt bedoeld met een uitvoeroverschot en/of uitvoertekort.
  • de begrippen exportwaarde en importwaarde aeschrijven.
  • beredeneren of een stijging van de wereldprijs voor koffie goed of slecht nieuws is voor koffieboeren.
  • uitleggen wat internationale concurrentie is en weten wat wordt bedoeld met concurrentiepositie.
  • twee voorbeelden van protectionisme noemen.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met vrijhandel.
  • twee terreinen noemen waarop de landen in de Europese Unie samenwerken.
  • twee voordelen voor Nederlandse vakantiegangers noemen om naar een 'euroland' op vakantie te gaan.
  • uitleggen wat vreemde valuta is en drie voorbeelden  noemen.
  • uitleggen waarom het voor bedrijven handig is dat landen waar ze veel mee handelen ook meedoen met de euro.
  • omschrijven wat de wisselkoers is en bij een gegeven aankoop- en verkoopkoers bedragen kunnen omrekenen.

Wat ga ik doen?

Het thema Buitenland bestaat uit de volgende onderdelen.

Activiteit

Aantal lessen

Inleiding

0,5

Wat kan ik straks?

 

Wat ga ik doen?

 

Opdracht: De betalingsbalans

1 à 2

Opdracht: Internationale arbeidsverdeling

1 à 2

Opdracht: Tegen of met elkaar?

1 à 2

Opdracht: De euro en andere valuta

1 à 2

Opdracht: Schoenenimport*

1

Afsluiting

 

Samenvattend

0,5

Eindopdracht

2

D-toets

0,5

Examenvragen

1

Terugkijken

0,5

Totaal:

12

 

*Extra opdracht

Opdrachten

Internationale arbeidsverdeling

Internationale arbeidsverdeling

Intro

Op dit kaartje van Europa zie je van een aantal producten waar die in Europa geproduceerd worden. 


Bespreek met een klasgenoot:

  • Welk land is bekend om zijn wijn?
    In welk land wordt aardolie gewonnen?
  • Door welke producten is Nederland bekend?
  • Waar hangt het zoal vanaf welke producten een land voortbrengt?
  • Is het handig dat landen zich toeleggen op het maken van die producten die het best bij het land passen?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • het begrip internationale arbeidsverdeling omschrijven en uitleggen waarom internationale arbeidsverdeling handel tussen landen stimuleert.
  • (met behulp van voorbeelden) duidelijk maken wat wordt bedoeld met importeren en exporteren.
  • uitleggen waarom Nederland een open economie heeft.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is internationale arbeidsverdeling en waarom stimuleert internationals arbeidsverdeling de handel tussen landen? Wat is importeren en wat is exporteren?

Stap 2

Wat is een open economie en wat is een gesloten economie?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Maak de samenvattingsopdracht.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 à 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Internationale arbeidsverdeling

De verdeling van het maken van goederen en diensten over de verschillende landen noem je internationale arbeidsverdeling. Deze arbeidsverdeling maakt handel tussen landen nodig en maakt het mogelijk dat een land zich gaat toeleggen op het maken van die producten die het best bij dat land passen. Internationale arbeidsverdeling stimuleert de handel tussen landen. Door de toename van de internationale handel raken gebieden overal op aarde steeds meer met elkaar betrokken. Voor die toename van betrokkenheid wordt wel de term globalisering gebruikt.

Het kopen van producten in het buitenland noem je invoeren of importeren.
Het verkopen van producten aan het buitenland noem je uitvoeren of exporteren.
Bekijk de afbeelding.

Doe de vier oefeningen.

Veel Nederlanders gaan in de zomer en/of in de winter op vakantie naar het buitenland.
Op vakantie gaan is eigenlijk ook een voorbeeld van handelen met het buitenland.

Stap 2: Open of gesloten economie?

Nederland is een klein land met een open economie, dat wil zeggen dat Nederland veel handelt met het buitenland.
Het tegenovergestelde van een open economie is een gesloten economie.
Een land met een gesloten economie kan veel goederen en diensten zelf maken en handelt weinig met het buitenland.

Doe de oefeningen.

Dat internationale handel voor Nederland belangrijk is, zie je ook in de volgende oefening.

Stap 3: Kostenverschillen

Landen handelen met elkaar om er beter van te worden.
Nederland kan wel bananen in kassen gaan telen, maar elders groeien ze bijna voor niets aan de boom.
Dan is importeren dus gemakkelijker.

Doe de oefening.

Afronding

Samenvattend

Wat heb je geleerd?

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Zorg dat je alle genoemde begrippen kunt omschrijven.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
  • Inhoud
    Ga voor jezelf eens na welke producten die je vandaag gebruikt uit het buitenland komen.
    Wist je dat Nederland zo afhankelijk was van de handel met het buitenland?
  • Afronding - Samenvattingsopdracht
    Was het fijn om de theorie nog even op een rijtje te kunnen zetten?

De betalingsbalans

De betalingsbalans

Intro

Bekijk de afbeelding.
In de afbeelding zie je dat Nederland voor € 8,8 miljard euro vanuit Frankrijk importeert en dat Nederland voor 13,6 miljard naar Frankrijk exporteert. 



Bespreek met een klasgenoot.

  • 'Verdient' Nederland aan de handel met Frankrijk?
  • 'Verdient' Nederland aan de handel met de andere landen die worden genoemd?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • omschrijven wat een betalingsbalans is en kan ik (met behulp van een voorbeeld) duidelijk maken wat wordt bedoeld met een uitvoeroverschot en/of uitvoertekort.
  • de begrippen exportwaarde en importwaarde aeschrijven.
  • beredeneren of een stijging van de wereldprijs voor koffie goed of slecht nieuws is voor koffieboeren.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is een betalingsbalans en wanneer is er sprake van een uitvoeroverschot of uitvoertekort?

Stap 2

Wat is exportwaarde en wat is importwaarde?

Stap 3

Welke factoren hebben invloed op de prijzen op de wereldmarkt?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 à 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Betalingsbalans

Ieder land houdt een soort huishoudboekje bij waarin alle geldstromen met het buitenland worden genoteerd. Zo'n huishoudboekje noem je een betalingsbalans.

Als een land met de uitvoer meer verdient dan het land betaalt voor de invoer, dan heeft dat land een positief saldo op de betalingsbalans. Bij een positief saldo is er sprake van een uitvoeroverschot.
Je spreekt van een negatief saldo op de betalingsbalans of van een uitvoertekort als een land met de uitvoer minder verdient dan het land betaalt voor de invoer.

Als de waarde van de export gelijk is aan de waarde van de import, dan is de betalingsbalans in evenwicht.

Doe de volgende oefening.

Stap 2: Waarde import en export

Doe de onderstaande opdracht. 

De waarde van de Nederlandse export hangt af van:

  • de hoeveelheid producten die wordt geëxporteerd en
  • de prijs van die producten.

Er geldt:
exportwaarde = aantal geëxporteerde producten x prijs per product.

Voor de waarde van de import geldt:
importwaarde = aantal geimporteerde producten x prijs per product.

Stap 3: Prijzen op de wereldmarkt

Doe de volgende oefeningen.

Koffie is een belangrijke grondstof in de wereld. Ongeveer 25 miljoen boeren in 80 landen leven van de opbrengst van hun koffieoogst.
De vraag naar koffie neemt ieder jaar toe; gemiddeld wordt er per jaar 2 procent meer koffie gedronken. Ook het aanbod van koffie is niet ieder jaar gelijk. Het aanbod is onder andere afhankelijk van het weer.

  1. Een enkele koffieboer heeft weining invloed op de koffieprijs.
    Leg uit waarom niet?
  2. Door droogte kan een deel van de oogst mislukken.
    Heeft het mislukken van een deel van de oogst invloed op de vraag naar koffie of op het aanbod van koffie? Leg je antwoord uit.
  3. Wat zal er met de prijs van de koffie gebeuren als de vraag naar koffie wel toeneemt, maar het aanbod van koffie niet toeneemt?

Volgens Marco is een hoge koffieprijs altijd goed nieuws voor de koffieboeren. Ito twijfelt, volgens haar kan een hoge koffieprijs ook betekenen dat het juist niet zo goed met de koffieboeren gaat.

  1. Ben jij het met Marco eens of juist met Ito?
    Bediscussieer je antwoord met een klasgenoot.

Afronding

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Ga na of je een omschrijving kunt geven van de volgende begrippen:
    - betalingsbalans
    - uitvoertekort en uitvoeroverschot
    - exportwaarde en importwaarde
    - wereldprijs.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je ongeveer 1,5 uur met de opdracht bezig geweest?
  • Inhoud
    Wat rekenwerk in stap 2. Ging dat goed?
  • Afronding - Samenvattingsopdracht
    Geen eindopdracht bij deze opdracht. Hoe heb je de opdracht afgesloten?

Tegen of met elkaar?

Tegen of met elkaar

Intro

Bekijk de volgende twee advertenties. 



Overleg met een klasgenoot.

  1. Welke tv is in Nederland gemaakt?
  2. Welke tv zou jij kopen. Leg ook uit waarom jij voor die tv kiest.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen wat internationale concurrentie is en weten wat wordt bedoeld met concurrentiepositie.
  • twee voorbeelden van protectionisme noemen.
  • omschrijven wat bedoeld wordt met vrijhandel.
  • twee terreinen noemen waarop de landen in de Europese Unie samenwerken.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is internationale concurrentie?

Stap 2

Wat is protectionisme? Wat zijn voorbeelden van protectionistische maatregelen?

Stap 3

Waar streeft de WTO naar?

Stap 4

Op welke terreinen werken de landen van de Europese Unie samen?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Eindopdracht

Ga op internet op zoek naar video's die goed passen bij deze opdracht.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Internationale concurrentie

Bestudeer uit de Kennisbank de eerste bladzijde van het volgende onderdeel.

Tegen of met elkaar?


Doe de twee oefeningen.

Stap 2: Protectionisme

Nederland kan maatregelen nemen om Nederlandse bedrijven te beschermen tegen concurrentie uit het buitenland.

Bestudeer uit de Kennisbank de pagina 'Protectionisme'.
Bekijk ook de video op de volgende pagina.

Tegen of met elkaar?


Doe de oefeningen.

Stap 3: Vrijhandel en WTO

Als twee landen afspreken alle handelsbelemmeringen af schaffen, spreek je van vrijhandel tussen die landen. Er is dan vrij verkeer van producten tussen die landen: de producten kunnen ongehinderd worden geëxporteerd of geïmporteerd.

De Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organisation WTO) is een internationale organisatie waarbij ruim 150 landen zich hebben aangesloten.
De WTO streeft naar het afschaffen van alle importbeperkende maatregelen.

Ga op internet op zoek naar de antwoorden op de volgende vragen.

  1. De WTO had eerst een andere naam? Welke naam?
  2. In welk jaar werd de Wereldhandelsorganisatie (WTO) opgericht?
  3. Is Nederland lid van de WTO? Zo ja, sinds wanneer?
  4. Noem nog vijf andere landen op die zijn aangesloten bij de WTO.
  5. Zoek een land op dat (nog) niet is aangesloten bij de WTO.
    Bedenk een reden waarom dit land zich niet heeft aangesloten.

 

Stap 4: Europese Unie

Bestudeer uit de Kennisbank de pagina over de Europese Unie.
Bekijk ook de video op de volgende pagina.

Tegen of met elkaar?


Beantwoord de vragen in de oefening 'Europese Unie'.

Afronding

Eindopdracht: Video's

Op YouTube zijn er meerdere video's te vinden die goed passen bij deze opdracht. Bekijk bijvoorbeeld de volgende video maar eens.

Past de video goed bij de opdracht? Schrijf op waarom wel of waarom niet?
Ga zelf op zoek naar andere een video die je goed bij de opdracht vindt passen.
Deel de video met een klasgenoot. Vraag hem of haar welke video hij/zij gevonden heeft.

Overleg samen aan welke eisen een goede (onderwijs)video moet voldoen.

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw. Past de intro goed bij de opdracht?
    Hoe zou de Nederlandse regering de verkoop van Nederlandse televisies kunnen stimuleren?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Maak bij ieder leerdoel een vraag en zorg dat je die vraag ook kunt beantwoorden.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
    Heb je in die tijd ook stap 3 kunnen doen?
  • Inhoud
    Kende je de term protectionisme al?
    Wat vind je er van dat overheden hun eigen economie beschermen met protectionistische maatregelen?
  • Afronding - Eindopdracht
    Heb je een goede video bij de opdracht gevonden?
    Vind je het fijn om te leren door video's te kijken? Waarom wel/niet?

De euro en andere valuta

De euro en andere valuta

Intro

In Europa kun je in veel landen met de euro betalen.
Maar er zijn ook EU-landen die hun eigen munteenheid hebben. 

Bespreek met een klasgenoot.

  • Je gaat op vakantie naar Frankrijk. In Frankrijk kun je met de euro betalen.
    Wat zijn de voordelen van het gebruik van de euro voor jou als vakantieganger?
  • Je gaat op vakantie naar Turkije. Turkije behoort niet tot de eurolanden, toch kun je in veel toeristische plekken met de euro betalen.
    Waarom denk je dat op veel plekken toch met de euro kunt betalen?
  • Samen met je ouders ga je komende zomer op vakantie naar Amerika. In Amerika betaal je met dollars.
    Kun je nu al precies uitrekenen hoeveel euro de reis zal kosten?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • twee voordelen voor Nederlandse vakantiegangers noemen om naar een 'euroland' op vakantie te gaan.
  • uitleggen wat vreemde valuta is en drie voorbeelden  noemen.
  • uitleggen waarom het voor bedrijven handig is dat landen waar ze veel mee handelen ook meedoen met de euro.
  • omschrijven wat de wisselkoers is en bij een gegeven aankoop- en verkoopkoers bedragen kunnen omrekenen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat wordt bedoeld met vreemde valuta en de wisselkoers?

Stap 2

Wat wordt bedoeld met koersrisico?

Stap 3

Waarom heeft een stijgende dollarkoers invloed op de import en export?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 à 2 uur nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Wisselkoers

In Europa kun je in veel landen met de euro betalen.
Maar er zijn ook EU-landen die hun eigen munteenheid hebben.
En ook buiten de EU hebben landen (natuurlijk) een andere munteenheid.

De verzamelnaam voor buitenlands geld is vreemde valuta.

Als je naar een land gaat waar je niet met euro's kan betalen, moet je geld omwisselen.
De prijs van vreemde valuta in euro noem je de wisselkoers.

Doe de oefeningen.

Stap 2: Koersschommelingen

Het invoeren van de euro heeft voor de inwoners van landen die meedoen voordelen als ze naar een ander 'euroland' op vakantie gaan:

  • je hoeft geen geld om te wisselen;
  • je kunt prijzen makkelijker met elkaar vergelijken.

Voor Nederlandse bedrijven die handelen met bedrijven uit andere 'eurolanden' heeft de invoering van de euro als voordeel dat ze geen koersrisico lopen.

Stap 3: Dollarkoers

Een stijging van de koers van de dollar heeft invloed op de prijzen van goederen die wij vanuit de Verenigde Staten importeren en ook op de prijzen van goederen die wij naar de Verenigde Staten exporteren.

Doe de oefening.

Afronding

Terugkijken

Intro

  • Bekijk de intro opnieuw.
    Ga na of je de vragen in de intro goed kunt beantwoorden.

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Ga na of je de leerdoelen behaald hebt.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je ongeveer anderhalf uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap heeft het meeste tijd gekost?
  • Inhoud
    Ben je wel eens in een land geweest waar je met een vreemde valuta moest betalen?
    Was je snel gewend aan het omrekenen van de prijzen?

Schoenenimport

Schoenenimport

Introductie

Geïmporteerde schoenen uit China en Vietnam zouden op de Nederlandse markt goedkoper kunnen worden. Dat hangt van het besluit af of de invoerrechten (importheffingen) op schoenen uit China en Vietnam afgeschaft worden of niet. 

Denk, samen met een klasgenoot, eens na over de volgende vragen.

  • Waarom kunnen schoenen uit China en Vietnam goedkoper worden als de invoerrechten worden afgeschaft?
  • Wie kan de invoerrechten afschaffen?
  • Wat is het effect van het heffen van invoerrechten voor Europese schoenenproducenten?
  • Het afschaffen van de invoerrechten kan nadelige effecten hebben voor het milieu. Leg uit waarom.

Over geïmporteerde schoenen uit China en Vietnam ga je straks een aantal vragen beantwoorden.


Bekijk eerst (een stukje van) de volgende video.

Kennisbank Economie

Voor je aan de slag gaat met het beantwoorden van de vragen die horen bij deze opdracht, bestudeer je de theorie in het volgende items in de Kennisbank Economie.


Zorg dat je antwoord kunt geven op de volgende vragen:

  1. Heeft Nederland een open economie of een gesloten economie? Leg je antwoord uit.
  2. Wat wordt bedoeld met internationale concurrentiepositie?
  3. Geef twee voorbeelden van maatregelen die de overheid kan nemen om bedrijven te beschermen tegen internationale concurrentie.
  4. Wat wordt bedoeld met vrijhandel?

Vragen Schoenenimport

Beantwoord de vragen.

Afsluiting

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbankitems die horen bij dit thema.

internationale arbeidsverdeling
de manier waarop de productie over verschillende landen is verdeeld.

importeren of invoeren
het kopen van goederen en diensten in het buitenland.

exporteren of uitvoeren
het verkopen van goederen en diensten aan het buitenland.

open economie
een land dat veel handelt met het buitenland heeft een open economie.

gesloten economie
een land dat weinig handelt met het buitenland heeft een gesloten economie.

internationale concurrentie
als een buitenlands bedrijf hetzelfde product maakt als een Nederlands bedrijf.

protectionisme
het beschermen van de binnenlandse markt door maatregelen te nemen tegen internationale concurrentie.

invoerrechten
een soort belasting die betaald moet worden over geïmporteerde producten.

contingentering
het vaststellen van de hoeveelheid buitenlandse producten die mag worden geïmporteerd.

vrijhandel
handel zonder handelsbelemmeringen.

betalingsbalans
een overzicht van de geldstromen van een land met het buitenland.

exportwaarde
de geëxporteerde hoeveelheid producten maal de prijs.

importwaarde
de geïmporteerde hoeveelheid producten maal de prijs.

uitvoeroverschot
de waarde van de uitvoer is groter dan de waarde van de import.

uitvoertekort
de waarde van de uitvoer is kleiner dan de waarde van de import.

Europese Unie
samenwerkingsverband tussen een groot aantal Europese landen. Een van de afspraken is vrij verkeer van goederen en personen tussen de deelnemende landen.

vreemde valuta
de verzamelnaam voor buitenlands geld (anders dan de euro).

wisselkoers
de prijs van vreemde valuta in euro's.

multinational
bedrijf met vestigingen in het buitenland.

Eindopdracht

Uit de krant:


Wat vind je: moet de Nederlandse regering maatregelen nemen om de werkgelegenheid in de tuinbouw te beschermen of juist niet?
Handelen met het buitenland heeft vele voordelen, maar er zijn ook nadelen te bedenken aan de handel met het buitenland.
In de eindopdracht van het thema 'Buitenland' zet je de voor- en nadelen van handel met het buitenland op een rijtje.

Eindproduct
Je bereidt een debat voor over vrijhandel en protectionisme. De voorbereiding maak je op een A4-tje.
Het debat voer je met je klasgenoten.

Protectionisme en vrijhandel

Werk samen met een klasgenoot.

Ga na of jullie elkaar kunnen uitleggen dat internationale concurrentie kan leiden tot een toename van de werkloosheid in Nederland. Leg elkaar uit wat wordt bedoeld met protectionisme.
Ga nu ook na of je elkaar kunt uitleggen dat een land door het heffen van invoerrechten de werkgelegenheid kan beschermen.

Voorstanders van vrijhandel noemen de consumenten de grote winnaars van vrijhandel. Bespreek samen de argumenten die deze voorstanders kunnen gebruiken.
Bedenk ook zoveel mogelijk nadelen van vrijhandel.

Schrijf op een A4-tje de woorden 'Protectionisme' en 'Vrijhandel'.
Zet onder ieder begrip een aantal belangrijke steekwoorden die je straks mogelijk kunt gebruiken in het debat.

Een discussie of debat wordt vaak gevoerd aan de hand van stellingen.
Probeer een stelling te bedenken die gebruikt zou kunnen worden tijdens het debat over de voor- en nadelen van protectionisme/vrijhandel.

Hieronder zie je drie 'stellingen' over handel met het buitenland.

  1. Het gebruik van Nederlandse producten moet worden gestimuleerd.
  2. Nederland mag alleen producten uit een land importeren als Nederland ook producten naar dat land exporteert.
  3. Handel moet!

Bedenk argumenten voor en tegen iedere stelling.

Wat kun je gebruiken in een debat? Wat zal de tegenstander aanvoeren en hoe kun je daarop reageren?
Je goed voorbereiden op een debat is ook en vooral: je goed inleven in de argumenten van de tegenpartij.

Je bent nu inhoudelijk goed voorbereid op het debat.
Bestudeer eventueel nog de tips in de gereedschapskist.

Het grote debat

Voor het debat wordt de klas in drie groepen verdeeld: voorstanders van veel handel met het buitenland, tegenstanders en een publiek dat nog geen keuze heeft gemaakt. Dat publiek moet worden overtuigd door de debatterende partijen.

Voor het debat maken jullie in de klas een opstelling als in het programma 'Het Lagerhuis'.
Jullie spreken af wie de discussieleider is. Hij/zij zorgt dat de voorstanders en tegenstanders evenveel aan het woord komen.

Als alle argumenten aan bod zijn geweest wordt het tijd om te kijken wie de meerderheid van het publiek heeft weten te overtuigen. Krijgen de voorstanders van veel handel met het buitenland de meeste stemmen of juist de tegenstanders?

Klaar?
Evalueer het debat met de docent.

 

Debat voeren

Bij een debat hebben twee of meer mensen een verschillende mening over een onderwerp. Deze standpunten worden helder in beeld gebracht door argumenten voor het eigen standpunt te geven, of door de argumenten van de ander met tegenargumenten te bestrijden.

 

Diagnostische toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Examenvragen

Examenvragen
Op deze pagina vind je enkele examenvragen uit examens van vorige jaren.
De vragen sluiten zo goed mogelijk aan bij dit thema.

Maak bij het beantwoorden ook gebruik van wat je al eerder geleerd hebt.
Als je de vraag niet kunt beantwoorden, probeer het dan later opnieuw.
Nadat je de vragen beantwoord hebt, kun je de vraag zelf nakijken en je score aangeven.

VMBO GT34 2017-TV1

2017-TV1 Vraag 18

VMBO GT34 2018-TV1

2018-TV1 Vragen 1-5

VMBO GT34 2021-TV1

2021-TV1 Vraag 7
2021-TV1 Vraag 10

VMBO GT34 2021-TV2

2021-TV2 Vraag 22
2021-TV2 Vraag 23

VMBO GT34 2021-TV3

2021-TV2 Vraag 33

Meer oefenen?
Wil je meer oefenen met examens? Ga dan naar ExamenKracht.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je zo'n 12 uur met dit thema bezig zou zijn.
    Klopt dat ongeveer? Ben je met iedere opdracht even lang bezig geweest.
  • Inhoud
    Het thema bestaat uit vier gewone opdrachten en één extra opdracht.
    Welke opdracht vond je het leukst om te doen?
    En welke vond je het minst leuk? Schrijf op waarom je deze opdracht niet zo leuk vond.
  • Eindopdracht
    Heb je de eindopdracht gemaakt? Wat vond je van de opdracht?
    Past de opdracht goed bij het thema?
  • D-toets
    Wat was je score voor de D-toets? Ben je tevreden met die score?
    Heb je geleerd van de fouten die je hebt gemaakt?
  • Examenvragen
    Heel veel examenvragen bij dit thema.
    Heb je ze allemaal gemaakt? Ging het goed?
    Wil je meer oefenen en met recentere examens?
    Ga dan naar ExamenKracht.
  • Het arrangement Thema: Buitenland - vmbo-kgt34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    18-11-2025 08:15:51
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Buitenland' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor economie voor vmbo-kgt34. In dit thema gaat het over het buitenland. Het begint met een inleiding, vervolgens komen de leerdoelen, en daarna wat je gaat doen in dit thema. Dan kom je bij de opdrachten die horen bij dit thema, dit zijn: Internationale arbeidsverdeling, De betalingsbalans, Tegen of met elkaar?, De euro & de andere valuta en Schoenenimport. Begrippen die hier belangrijk zijn: internationale arbeidsverdeling, importeren, exporteren, open economie en internationale concurrentie. De eindopdracht van dit thema is een debat voorbereiden over vrijhandel en protectionisme. Na de eindopdracht komt een D-toets, hier worden negen meerkeuzevragen gesteld over het thema: Buitenland. Vervolgens worden er nog verschillende examenvragen weergegeven die horen bij dit thema. Dit thema eindigt met het terugkijken op dit thema, dus hoe ging het? en kan ik wat ik moet kunnen?
    Leerniveau
    VMBO gemengde leerweg, 3; VMBO theoretische leerweg, 4; VMBO theoretische leerweg, 3; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 4; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Economie; Internationale ontwikkelingen;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    12 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, buitenland, de euro, economie, exporteren, importerren, internationale arbeidsverdeling, open economie, stercollectie, vmbokgt34

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content - Gereedschapskist. (2019).

    Gereedschapskist activerende werkvormen

    https://maken.wikiwijs.nl/105906/Gereedschapskist_activerende_werkvormen

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht (extra): Schoenenimport - vmbokgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/91204/Opdracht__extra___Schoenenimport___vmbokgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: De betalingsbalans - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/62287/Opdracht__De_betalingsbalans___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: De euro en andere valuta - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/62289/Opdracht__De_euro_en_andere_valuta___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Internationale arbeidsverdeling - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/62286/Opdracht__Internationale_arbeidsverdeling___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Tegen of met elkaar? - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/62288/Opdracht__Tegen_of_met_elkaar____vmbo_kgt34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Nederland en het buitenland

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.