Thema: Rondkomen - vmbo-kgt34

Thema: Rondkomen - vmbo-kgt34

Rondkomen

Inleiding

Het is pas woensdag en je zakgeld voor die week is alweer op. Waar heb je je geld aan uitgegeven? Het lijkt wel of het weggevlogen is. Ligt het aan jouw koopgedrag of heeft iedereen dat probleem?
Als je dat wilt, kun je hulp krijgen over hoe je het beste met je geld kunt omgaan. Zeker als je iets duurs koopt, is het verstandig om vooraf advies in te winnen.

Bekijk de video 'Hoe ga je met je eerste geld om?'

Eindopdracht
De eindopdracht van dit thema heeft als titel 'Waar geven we geld aan uit?'.
In de opdracht onderzoek je de vraag:
'Wat zijn de verschillen in uitgaven tussen een gezin met een hoog inkomen en een gezin met een laag inkomen?'

Dat onderzoek je door de uitgaven van drie gezinnen met een verschillend inkomen met elkaar te vergelijken.
De resultaten geef je weer in drie cirkeldiagrammen.

Naast de eindopdracht vind je bij de afsluiting ook een overzicht van alle Kennisbankitems van dit thema plus een begrippenlijst, een diagnostische toets, examenvragen en een aantal vragen die je helpen bij het terugkijken op het thema.

Genoeg te doen. Aan de slag!

Wat kan ik straks?

Aan het eind van het thema kan ik:

  • het verschil is tussen primaire producten en secundaire producten beschrijven.
  • uitgaven onderverdelen in dagelijkse uitgaven, vaste uitgaven en incidentele uitgaven.
  • de begrippen budget en begroting beschrijven.
  • werken met indexcijfers.
  • het verschil tussen mijn nominale inkomen en mijn reële inkomen illustreren.
  • factoren noemen die mijn koopgedrag bepalen.
  • noemen wat wordt bedoeld met consumentisme en met een vergelijkend warenonderzoek.

Wat ga ik doen?

Het thema Rondkomen bestaat uit de volgende onderdelen:

Voor je aan de slag gaat met de afsluiting maak je drie of vier opdrachten.
In de tabel staat per activiteit hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Activiteit

Aantal lessen

Inleiding

0,5

Wat kan ik straks?

 

Wat ga ik doen?

 

Opdracht: Wat doe je met je geld?

2

Opdracht: Indexcijfers

2

Opdracht: Koopgedrag

3

Opdracht: Chiptest*

2

Afsluiting

 

Samenvattend

0,5

Eindopdracht

2

D-toets

0,5

Examenvragen

1

Terugkijken

0,5

Totaal:

14

 

*Extra opdracht

 

Opdrachten

Wat doe je met je geld?

Wat doe je met je geld?

Intro

Het is belangrijk om goed zicht te hebben op je inkomsten en uitgaven.
Maar dat geldt natuurlijk niet alleen voor jou. Dat is ook belangrijk voor je ouders/verzorgers; ook zij moeten goed weten hoeveel geld ze te besteden hebben en hoeveel geld ze aan verschillende zaken kunnen uitgeven. En het liefst niet alleen voor de komende week, maar als het even kan voor een wat langere periode.

Bekijk de video. 

Wat denk jij?

  • Waarom is het handig om regelmatig een overzicht te maken van de verwachte inkomsten en uitgaven?
  • Maak een lijstje met uitgaven die in ieder gezin voorkomen.
    Geef bij iedere uitgave aan of het een eenmalige uitgave is of dat de uitgave regelmatig terugkomt.

Bespreek de antwoorden met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen dat ik producten kan indelen in goederen en diensten.
  • uitleggen dat ik producten kan indelen in primaire producten en secundaire producten.
  • de definitie van de begrippen dagelijkse uitgaven, vaste uitgaven en incidentele uitgaven geven.
  • de definitie van de begrippen budget en begroting geven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is het verschil tussen diensten en goederen?

Stap 2

Welke producten zijn primaire producten en welke producten zijn secundaire producten?

Stap 3

Welke drie soorten uitgaven zijn er?

Stap 4

Behoren de telefoonkosten tot de vaste uitgaven of tot de dagelijkse uitgaven?

Stap 5

Wat is een budget en wat is een begroting?

Stap 6

Op welke uitgaven kun je het gemakkelijkst bezuinigen?

Stap 7

Hoe reken ik bedrag per maand om naar een bedrag per week?

Stap 8

Hoe bereken ik met een begroting of een gezin genoeg inkomsten heeft?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Bestudeer de Kennisbankitems en maak zelf een samenvatting.

Eindopdracht

Bezoek de website van het NIBUD en ga op zoek naar de antwoorden op een aantal vragen.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden
Voor deze opdracht heb je een rekenmachine nodig.

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

 

 

 

 

Aan de slag

Stap 1: Producten

Met je inkomen kun je sparen of consumeren.
Consumeren is het kopen van producten.
Het niet uitgeven van je geld noem je sparen.

Producten kun je onderverdelen in goederen en diensten.

  • Goederen kun je aanraken, bijvoorbeeld een schrift of een brommer.
  • Diensten kun je niet aanraken, bijvoorbeeld een busrit of les krijgen.

Producten kun je ook nog onderverdelen in primaire en secundaire producten.

  • Primaire producten zijn goederen en diensten die je nodig hebt om in leven te blijven.
    Denk aan voeding, kleding en huisvesting.
  • Secundaire producten zijn goederen en diensten die niet echt nodig zijn.
    Denk aan: een wintersportvakantie of een zonnebank.

Stap 2: Indeling producten

Bekijk het schema hieronder. Het schema is nog niet af.
Neem het schema over en vul het verder in.

 

Stap 3: Verschillende uitgaven

Doe eerst de onderstaande oefening.
Lees daarna de tekst onder de oefening.

Bestudeer nu de eerste pagina van het volgende onderdeel.

Indeling uitgaven


Doe nu de volgende oefening.

Stap 4: Telefoonkosten

Doe de volgende oefening.

Stap 5: Budget en begroting

Bestudeer nu uit de Kennisbank economie het volgende onderdeel.

Budgetteren


Doe de oefening.

Stap 6: Bezuinigen

Doe de onderstaande oefening.

Stap 7: Omrekenen

Soms moet je een bedrag per maand omrekenen naar een bedrag per jaar of naar een bedrag per kwartaal.
Daarvoor kun je het onderstaand schema gebruiken.

 

 

Stap 8: Begroten

Doe de onderstaande oefening.

Afronding

Kennisbanken

Hier vind je de Kennisbanken bij deze opdracht.


Maak zelf een begrippenlijst bij deze opdracht.

Begrippenlijst: Wat doe je met je geld?

goederen

....

diensten

....

primaire producten

....

secundaire producten

....

dagelijkse uitgaven

....

vaste uitgaven

....

incidentele uitgaven

....

budget

....

begroting

....

Eindopdracht

Op de website van het NIBUD (www.nibud.nl) vind je veel nuttige informatie over allerlei geldzaken.
Op de site vind je ook een aantal zinvolle tests en spellen.

Terugkijken

Intro

  • Lees de punten onder 'Wat denk jij?' nog eens door.
    Denk je nu anders over de punten dan aan het begin van de opdracht?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je meer of minder dan twee uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap kostte veel tijd? Hoe kwam dat?
  • Inhoud
    Vond je de opdracht leuk om te doen?
    Zeg ook waarom wel of waarom niet.
  • Afronding - Samenvattend
    Heb je de begrippenlijst gemaakt?
    Kon je gemakkelijk een goede omschrijving bij de verschillende begrippen vinden?
  • Afronding - Eindopdracht
    Heb je de eindopdracht gemaakt? Was je al eens eerder op de site van het NIBUB geweest?
    Kon je de antwoorden op de vragen gemakkelijk vinden.

Indexcijfers

Indexcijfers

Intro

Bekijk (een stukje van) de video over de lonen in de horeca. 

In de tabel hieronder zie je de loonontwikkeling tussen 2010 en 2018 in een drietal bedrijfstakken.

Lonen per bedrijfstak (2010 = 100)

  2010     2012     2014     2016     2018    
Landbouw     100 109 112 114 117
Horeca 100 111 116 117 118
Onderwijs 100 108 112 114 116


Wat denk jij?

  1. De lonen zijn tussen 2010 en 2018 in de drie bedrijfstakken steeds gestegen. Hoe zie je dat in de tabel?
  2. In welke bedrijfstak zijn de lonen tussen 2010 en 2018 het meest gestegen?
  3. Kun je uit de tabel afleiden dat in 2018 iemand in de horeca meer verdient dan iemand in het onderwijs?

Bespreek de antwoorden met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen hoe ik verschillende perioden kan vergelijken met indexcijfers.
  • uitleggen wat het verschil is tussen het nominale inkomen en reële inkomen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Wat is een indexcijfer?

Stap 2

Hoe reken ik met indexcijfers?

Stap 3

Hoe reken ik met indexcijfers?

Stap 4

Hoe noem ik het duurder worden van producten?

Stap 5

Wat houd ik reële inkomen in?

Stap 6

Waar moet ik iets over weten om iets te kunnen zeggen over het reële inkomen van iemand?

Stap 7

Wat houdt de Consumenten Prijs Index in?

Stap 8

Wat wordt bedoeld met samengestelde prijsindexcijfers?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Bestudeer de Kennisbankitems en maak zelf een samenvatting.

Eindopdracht

Gebruik de informatie in de tabel om de CPI te berekenen.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.

 

Benodigdheden
Voor deze opdracht heb je een rekenmachine nodig.

Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Indexcijfers

Bestudeer uit de Kennisbank het volgende onderdeel.

Indexcijfers


Doe de oefeningen.

Stap 2: Rekenen met indexcijfers

Doe de onderstaande oefening.

Stap 3: Rekenen met indexcijfers - 2

Doe de volgende oefeningen.

Stap 4: Prijsindexcijfer

Ook de ontwikkeling van de prijzen van producten wordt vaak weergegeven met indexcijfers.

De prijsontwikkeling geeft aan hoe de prijzen van goederen en diensten in een land stijgen in een jaar. De prijsontwikkeling is dus een gemiddelde. Je kunt de prijsontwikkeling ook noteren als een indexcijfer. Als je die in een grafiek weergeeft, kun je een grafiek krijgen als in de opdracht hieronder.

Stap 5: Lonen en prijzen

Nominaal en reëel

De hoeveelheid geld die je verdient, wordt ook wel je nominale inkomen genoemd.
Het aantal producten dat je van je inkomen kunt kopen, noem je je reële inkomen.

Je reële inkomen is hetzelfde als de koopkracht van je inkomen.

Doe nu de oefeningen.

Stap 6: Nominaal of reëel?

Doe de volgende oefeningen.

Stap 7: Samengestelde indexcijfers

Bestudeer uit de Kennisbank het onderdeel:

Consumentenprijsindex

Doe de oefening.

Stap 8: Samengestelde indexcijfers

Berekening samengesteld indexcijfer

Op pagina 2 in het Kennisbankitem staat een voorbeeld van hoe je een samengesteld indexcijfer berekent.
Bestudeer dat voorbeeld goed.

Consumentenprijsindex

Doe de oefening.

In de eindopdracht ga je zelf een CPI berekenen.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken bij deze opdracht.

Indexcijfers

Consumentenprijsindex

Maak een begrippenlijst bij deze opdracht.

Begrippenlijst - Indexcijfers

indexcijfer

...

basisjaar

...

nominaal inkomen

...

reëel inkomen

...

Eindopdracht

Op pagina 2 in het Kennisbankitem 'Consumentenprijsindex'
staat een voorbeeld van hoe je een samengesteld indexcijfer kunt berekenen.
Bestudeer dat voorbeeld goed.

Consumentenprijsindex

Doe daarna de oefening.

Terugkijken

Intro

  • Lees de vragen onder 'Wat denk jij?' nog eens door.
    Zou je de vragen nu anders beantwoorden dan aan het begin van de opdracht?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je uitleggen waarom het soms handig is om met indexcijfers te werken?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je meer of minder dan twee uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap kostte veel tijd? Hoe kwam dat?
  • Inhoud
    In deze opdacht moest er fllink gerekend worden.
    Ben je goed in rekenen?
  • Afronding - Samenvattend
    Heb je de video's in de Kennisbankitems bekeken?
    Vond je de uitleg in de video's duidelijk? Waarom wel/niet?
  • Afronding - Eindopdracht
    De eindopdracht is eigenlijk een vervolg op de laatste stap.
    Ging het goed?

Koopgedrag

Koopgedrag

Intro

Waarom koop je iets juist wel of waarom juist niet?
Bekijk deze video en ontdek de invloed van kleur op je koopgedrag.

Als je een spijkerbroek koopt, heb je veel keus.
De keuze die je uiteindelijk maakt voor het merk of het model wordt beïnvloed door allerlei factoren.
Hieronder zie je een aantal factoren.

het weer

je humeur

je vrienden

je woonplaats

je leeftijd

je geslacht

je inkomen

de dag van de week


Wat denk jij?
Welke factoren hebben invloed op de manier waarop je een spijkerbroek koopt?
Bespreek je antwoord met een klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen wat bedoeld wordt met koopgedrag en kan ik twee factoren noemen die mijn koopgedrag bepalen.
  • uitleggen wat het verschil is tussen commerciële en ideële reclame door voor beide een voorbeeld te geven.
  • in eigen woorden uitleggen wat een vergelijkend warenonderzoek is.
  • twee voorbeelden van consumentenorganisaties geven en kan ik het begrip consumentisme beschrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Leervragen

Stap 1

Welke factoren bepalen iemands koopgedrag?

Stap 2

Wat is commerciële reclame en wat is ideële reclame?

Stap 3

Welke gegevens haal ik uit een vergelijkend warenonderzoek naar hamburgers?

Stap 4

Welke factoren bepalen het koopgedrag van jouw klasgenoten het meest?

Stap 5

Wat kan ik aflezen uit een vergelijkend warenonderzoek naar kinderzitjes?

Stap 6

Wat doet een consumentenorganisatie?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Bestudeer de Kennisbankitems en maak zelf een samenvatting.

Eindopdracht

Doe een vergelijkend warenonderzoek samen met een klasgenoot.

Terugkijken

Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 3 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Koopgedrag

Bestudeer uit de Kennisbank de eerste twee pagina's van het volgende onderdeel.

Koopgedrag

Beantwoord de vragen in de oefening.

Stap 2: Reclame

Commerciële reclame is bedoeld om je koopgedrag te beïnvloeden.
Ideële reclame is bedoeld om je gedrag te beïnvloeden.

Doe de oefening.

Stap 3: Vergelijkend warenonderzoek

Bestudeer uit de Kennisbank de laatste twee pagina's het volgende onderdeel.

Koopgedrag

Bekijk het vergelijkend warenonderzoek naar hamburgers bij McDonalds.

Gebruik het onderzoek om de volgende vragen te beantwoorden.

Stap 4: Enquête koopgedrag

Je gaat onder je klasgenoten een kleine enquête houden.

Stel je wilt een nieuw telefoontoestel + abonnement kopen.
Wat beïnvloedt je koopgedrag het meest?
Kies twee factoren uit:

  • Vrienden/familie
  • Tv-reclame
  • Folder
  • Nieuwsbrief
  • De verkoper
  • Een vergelijkend warenonderzoek

Verzamel de antwoorden van minstens 10 klasgenoten.
Verwerk de uitkomsten in een tabel of in een staafdiagram.

Komen de uitkomsten overeen met je verwachtingen?
Welke wel? En welke niet?

Stap 5: Kinderzitjes

Hieronder zie je een gedeelte van een onderzoek naar kinderzitjes.

Gebruik het onderzoek om de volgende vragen te beantwoorden.

Stap 6: Consumentenorganisaties

Veel vergelijkend warenonderzoek wordt uitgevoerd door de de Consumentenbond.
De resultaten worden gepubliceerd in de Consumentengids.

Maak nu de volgende oefening en lees daarna de tekst onder de oefening.

Doe samen met iemand uit je klas een onderzoek naar één van de drie genoemde consumentenorganisaties.
Geef onder andere antwoord op vragen als:

  • Welke activiteiten organseren de organisaties voor hun leden?
  • Hoeveel leden heeft iedere organisatie?
  • Hoe komen de organisaties aan hun geld?
  • ....

Geef aan het eind van je onderzoek aan of je zelf wel of geen lid denkt te worden van een consumentenorganisatie.

 

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken bij deze opdracht.

Koopgedrag

Maak nu zelf een begrippenlijst bij deze opdracht.

Begrippenlijst - Kooopgedrag

koopgedrag

...

commerciële reclame

...

commerciële reclame

...

consumentenorganisatie

...

consumentisme

...

vergelijkend warenonderzoek

...

Eindopdracht

Je gaat samen met een klasgenoot een vergelijkend warenonderzoek doen.
Je vergelijkt soortgelijke producten op prijs en een aantal andere kenmerken. Je verwerkt de uitkomsten in een tabel (zie bijvoorbeeld stap 5).

  • Ga naar de site www.consumentenbond.nl en surf allebei 5 minuten rond op deze website.
  • Kies samen één product uit waarmee jullie een vergelijkend warenonderzoek willen doen.
  • Zorg dat er van het product minstens drie merken bestaan.
  • Bedenk minimaal vier kenmerken waarop je de producten wilt gaan vergelijken.
  • Vergelijk de producten in ieder geval op prijs.
  • Maak de tabel waar jullie de gegevens in kunnen vullen.
  • Ga op zoek naar de informatie om de tabel in te vullen en vul de tabel ook daadwerkelijk in.
  • Zorg voor enkele afbeeldingen bij de tabel.

Klaar?
Laat de tabel beoordelen door je docent.
Kijk in de gereedschapskist naar de beoordelingscriteria.

Tabel maken

Een tabel of schema is een manier om gegevens in beeld te brengen, op zo’n manier dat het er overzichtelijk uit ziet.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de punten onder 'Wat denk jij?' nog eens door.
    Welke van de genoemde factoren hebben invloed op jouw koopgedrag?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je meer of minder dan drie uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap kostte veel tijd? Hoe kwam dat?
  • Inhoud
    Had je al eens eerder een vergelijkend warenonderzoek bekeken?
    Wat denk je: ga je dat in de toekomst wel vaker doen? Waarom wel/niet?
  • Afronding - Samenvattend
    Heb je de begrippenlijst gemaakt?
    Kon je gemakkelijk een goede omschrijving bij de verschillende begrippen vinden?
  • Afronding - Eindopdracht
    Heb je de eindopdracht gemaakt?
    Hoe verliep de samenwerking? Zijn jullie tevreden over het resultaat?
    Schrijf twee dingen op die je een volgende keer anders zou doen.

 

 

Extra: Chiptest

Chiptest

Intro

Masja en Alien zitten in de bovenbouw van het vmbo. Ze maken voor het vak economie een praktische opdracht. De titel is 'Een vergelijkend warenonderzoek naar paprikachips'. 

Denk, samen met een klasgenoot, alvast eens na over de volgende vragen.

  • Wat voor soort producten onderzoek je in een vergelijkend warenonderzoek?
  • Op welke zaken vergelijk je de producten?
  • Een onderwerp is nog niet hetzelfde als een praktische opdracht. Welke stappen moet je doorlopen om tot een praktische opdracht te komen.
  • Veel chips eten is niet gezond! Zou de overheid het eten van chips moeten verbieden?

Over het onderzoek van Masja en Alien ga je straks een aantal vragen beantwoorden.

In deze video gaan Jesper en Marthijn of je het verschil kunt proeven tussen goedkope en dure paprika chips.

Kennisbank Economie

Voor je aan de slag gaat met het beantwoorden van de vragen die horen bij deze opdracht, bestudeer je de theorie in het volgende item in de Kennisbank Economie.

Koopgedrag en vergelijkend warenonderzoek

Zorg dat je antwoord kunt geven op de volgende vragen.

  1. Welke factoren hebben invloed op je koopgedrag? Noem er drie.
  2. Wat is het doel van commerciële reclame?
  3. Hoe noem je reclame die gericht is op het geven van een belangeloze boodschap?
    Ga op zoek naar een voorbeeld.
  4. Wat is een vergelijkend warenonderzoek?
    Noem een organisatie die vergelijkend warenonderzoeken uitvoert.

Vragen Chips

Marsha en Jorien zitten in de bovenbouw van het vmbo.
Ze maken voor het vak economie een praktische opdracht.
De titel is: ‘Een vergelijkend warenonderzoek naar paprikachips’.

Tijdens de voorbereiding kwamen Marsha en Jorien het volgende filmpje tegen.
Bekijk het filmpje en beantwoord daarna de vragen.

Afsluiting

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbankitems die horen bij dit thema.

consumeren
het kopen van producten.

sparen
het niet uitgeven van een deel van je inkomen.

goederen
producten die je kunt aanraken.

diensten
producten die je niet kunt aanraken.

primaire producten
de meest noodzakelijke producten.

secundaire producten
luxeproducten. Producten die niet echt noodzakelijk zijn.

basisjaar
het jaar waarmee je andere jaren vergelijkt; het jaar met indexcijfer 100.

nominaal inkomen
de hoeveelheid geld die je verdient.

reëel inkomen
de koopkracht van je inkomen.

consumentisme
het streven van consumenten om meer invloed te hebben op de producenten.

dagelijkse uitgaven
uitgaven die bijna elke dag voorkomen.

vaste uitgaven
uitgaven die regelmatig terugkeren.

incidentele uitgaven
uitgaven die onverwachts voorkomen.

budget
bedrag waarvan je een bepaalde periode moet rondkomen.

begroting
een overzicht van de verwachte inkomsten en de verwachte uitgaven.

indexcijfer
verhoudingscijfer; geeft de procentuele verandering weer ten opzichte van het basisjaar.

commerciële reclame
reclame die als doel heeft de winst te vergroten.

consumentenorganisatie
een vereniging van consumenten met het doel op te komen voor de belangen van de consumenten.

vergelijkend warenonderzoek
een test tussen aantal soortgelijke producten.

koopgedrag
de manier waarop je aankopen doet.

Eindopdracht

Waar geven we geld aan uit?

Eten, drinken en een dak boven je hoofd. Hoeveel geld geef je daaraan uit?
En hoeveel geld heb je dan nog over voor andere uitgaven?
Als je twee keer zoveel geld zou hebben, zou je uitgavenpatroon dan erg veranderen?

In deze opdracht vergelijk je de uitgaven van drie gezinnen:

  • een gezin met een laag inkomen,
  • een gezin met een gemiddeld inkomen en
  • een gezin met een hoog inkomen.

Eindproduct

Je maakt een A4-tje met daarop:

  • drie cirkeldiagrammen bij de uitgaven van de drie gezinnen
  • antwoord op de vraag "Wat zijn de verschillen in uitgaven tussen een gezin met een hoog inkomen en een gezin met een laag inkomen?"

Werkwijze

Deze opdracht doe je alleen. Voor de opdracht heb je ongeveer twee uur de tijd.
Vraag aan je docent wanneer het eindproduct klaar moet zijn.

Waar geven we geld aan uit?

Je gaat straks in Excel drie diagrammen maken. Heb je al eens eerder in Excel een diagram gemaakt?
Nee? Download dan het practicum: Diagrammen in Excel. Print het practicum uit en werk het door.

In de bronnen hieronder staan drie bestedingspatronen.
Bekijk de drie bronnen goed.

Bestedingen

Bedrag in euro's

% van het totaal

Voeding

2900

17,6

Wonen

6100

...

Kleding en schoeisel

1000

...

Hygiëne en geneeskundige verzorging

1300

...

Ontwikkeling, ontspanning en verkeer

4700

...

Overig

500

...

Totaal

16500

100

 

Bestedingen

Bedrag in euro's

% van het totaal

Voeding

4700

16,5

Wonen

9500

...

Kleding en schoeisel

1900

...

Hygiëne en geneeskundige verzorging

2100

...

Ontwikkeling, ontspanning en verkeer

9300

...

Overig

700

...

Totaal

28200

100

 

Bestedingen

Bedrag in euro's

% van het totaal

Voeding

7900

...

Wonen

15200

...

Kleding en schoeisel

4300

...

Hygiëne en geneeskundige verzorging

3900

...

Ontwikkeling, ontspanning en verkeer

18000

...

Overig

1400

...

Totaal

50700

100

 

De tabellen zijn ook beschikbaar in Google-Spreadsheets: Bestedingspatronen.
Open het bestand in Google-Spreadsheets en vul van iedere tabel de rechterkolom verder in.
Maak bij ieder bestedingspatroon een tabel. Zorg voor een duidelijke titel en een duidelijke legenda.

Bestudeer de drie cirkeldiagrammen goed. Welke conclusie kun je trekken?
Gebruik bij het trekken van je conclusies de volgende vragen:

  • Wat zijn de grootste uitgavenposten voor een gezin? Zijn dit basisbehoeften of luxe behoeften?
  • Waar gaan mensen meer geld aan uitgeven als ze meer geld te besteden hebben? Kun je dat verklaren?

Beoordeling

Het A4-tje met de cirkeldiagrammen en het antwoord worden beoordeeld door de docent. De docent let op:

  • de inhoud: zijn de drie cirkeldiagrammen juist?
  • de inhoud: geef je antwoord op de vraag: 'Wat zijn de verschillen in uitgaven tussen een gezin met een hoog inkomen en een gezin met een laag inkomen?'
  • de netheid: is het A4-tje met zorg gemaakt?

Diagram maken

Een diagram is een goede manier om informatie op een overzichtelijke manier weer te geven.

 

Diagnostische toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Examenvragen

Op deze pagina vind je een aantal examenvragen uit examens van vorige jaren.
De vragen sluiten zo goed mogelijk aan bij dit thema.

VMBO-GT34 2016-TV1

2016-TV1 Vraag 14
2016-TV1 Vraag 21

VMBO-GT34 2017-TV2

2017-TV2 Vraag 4
2017-TV2 Vraag 29

VMBO-GT34 2019-TV1

2019-TV1 Vraag 32

VMBO-GT34 2021-TV3

2021-TV3 Vraag 26

 

Meer oefenen?
Wil je meer oefenen met examens? Log dan in op ExamenKracht

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van dit thema nog eens door.
    Vind je het een goede intro om de opdracht mee te beginnen?
    Past de video goed bij het thema? Waarom wel of waarom niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 11 uur met dit thema bezig zou zijn. Klopt dat ongeveer?
    Met welke opdracht ben je het langst bezig geweest? En met welke het kortst?
  • Inhoud
    Het thema bestaat uit drie gewone opdrachten en één extra opdracht.
    Welke opdracht vond je het leukst om te doen?
    En welke vond je het minst leuk? Schrijf op waarom je deze opdracht niet zo leuk vond.
  • Eindopdracht
    Heb je de eindopdracht gemaakt? Wat vond je van de opdracht?
    Past de opdracht goed bij het thema?
    Wat heb je van de eindopdracht geleerd? Schrijf twee dingen op.
  • D-toets
    Wat was je score voor de D-toets? Ben je tevreden met die score?
    Heb je geleerd van de fouten die je hebt gemaakt?
  • Examenvragen
    Heb je de examenvragen gemaakt? Ging het goed?
    Wil je meer oefenen en met recentere examens?
    Ga dan naar ExamenKracht.
  • Het arrangement Thema: Rondkomen - vmbo-kgt34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    18-11-2025 08:42:02
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Rondkomen' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor economie voor vmbo-kgt34. In dit thema gaat het over rondkomen. Dit thema begint met een inleiding, vervolgens komen de leerdoelen, en daarna wat je gaat doen in dit thema. Dan kom je bij de opdrachten die horen bij dit thema, dit zijn: Wat doe je met je geld?, Indexcijfers, Koopgedrag en de Chiptest. Begrippen die hier belangrijk zijn: goederen, diensten, consumeren, sparen en secundaire producten. De eindopdracht van dit thema is een diagram maken met verschillende uitgaven van twee gezinnen. Deze vergelijk je vervolgens met elkaar. Na de eindopdracht komt een D-toets, hier worden negen meerkeuzevragen gesteld over het thema: Rondkomen. Vervolgens worden er nog verschillende examenvragen weergegeven die horen bij dit thema. Dit thema eindigt met het terugkijken op dit thema, dus hoe ging het? en kan ik wat ik moet kunnen?
    Leerniveau
    VMBO gemengde leerweg, 3; VMBO theoretische leerweg, 4; VMBO theoretische leerweg, 3; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 4; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Consumptie en consumenten-organisaties; Arbeid, productie en bedrijfsleven; Economie;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    14 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, behoeften, budgetteren, economie, koopgedrag, rondkomen, sparen, stercollectie, uitgaven, vmbokgt34

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht (extra): Chiptest - vmbokgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/76212/Opdracht__extra___Chiptest___vmbokgt34

    VO-content Economie. (2019).

    Opdracht: Indexcijfers - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/62278/Opdracht__Indexcijfers___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Koopgedrag - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/62279/Opdracht__Koopgedrag___vmbo_kgt34

    VO-content Economie. (2020).

    Opdracht: Wat doe je met je geld? - vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/62277/Opdracht__Wat_doe_je_met_je_geld____vmbo_kgt34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Rondkomen

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.