Thema 6 Shoppen in Londen vmbo-b12

Thema 6 Shoppen in Londen vmbo-b12

Shoppen

Inleiding

Hoe zou het zijn om te shoppen in een buitenlandse stad? In een echte modestad als Parijs of Milaan? Of zou je liever een enorm warenhuis bezoeken in Londen? Soms is een winkel zo bijzonder, dat je er niet alleen naartoe wilt om iets te kopen. Dan wil je er ook heen om de winkel zelf te bekijken. Neem alvast een kijkje in een van de mooiste boekwinkels ter wereld: Livraria Lello in Portugal.

Wat kan ik straks?

Hier vind je de leerdoelen die horen bij het thema: Shoppen.

Leerdoel Opdracht
Ik kan aangeven hoe een zakelijke brief is ingedeeld en welk taalgebruik bij een zakelijke brief past. Schrijven - Zakelijke brief
Ik kan het lidwoord herkennen in een zin of tekst. Grammatica - Lidwoord
Ik kan tegenstellingen herkennen en er voorbeelden van geven. Woordenschat - Tegenstellingen
Ik kan hoofdletters op de juiste manier toepassen in een tekst. Spelling - Hoofdletters

Wat ga ik doen?

Het thema 'Shoppen' bestaat uit de volgende onderdelen:

Onderdeel Tijd Eindproduct
Inleiding 0,5 lesuur -
Schrijven - Zakelijke brief 2 lesuren Zakelijke brief
Grammatica - Lidwoord 2 lesuren Toets
Woordenschat - Tegenstellingen 2 lesuren Toets of tegenstelling-domino
Spelling - Hoofdletters 2 lesuren Toets of poster
Afsluiting 2 lesuren Affiche
Totaal 10 à 11 lesuren  

Opdrachten

Schrijven - Zakelijke brief

Zakelijke brief

Intro

Je leert wat het verschil is tussen een persoonlijke en een zakelijke brief.

Je hebt vast wel eens een brief of kaart geschreven aan een vriend, vriendin of iemand in de familie.
Je schrijft dan vaak op dezelfde manier als je praat.

Maar heb je ook al eens een zakelijke brief geschreven? Bijvoorbeeld een brief aan de conrector omdat je het niet eens bent met de schooltijden.
Dan is de toon van je brief heel anders. Je gebruikt andere woorden en moet letten op de indeling van je brief.
Hoe dat precies werkt, ga je in deze opdracht leren.

In deze schrijfopdracht staat het onderwerp zakelijke brief centraal.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • omschrijven aan wie ik een zakelijke brief stuur.
  • onderscheid maken tussen formeel en informeel taalgebruik.
  • een voorbeeld geven van spreektaal en van schrijftaal.
  • aangeven hoe een zakelijke brief is ingedeeld.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van het Kennisbankitem 'Zakelijke brief' kan ik vragen over de indeling van een zakelijke brief beantwoorden.
Stap 2 en Ik kan aangeven wanneer er sprake is van informeel of formeel taalgebruik en wanneer er sprake is van spreektaal of schrijftaal.
Stap 3 Ik bestudeer de juiste indeling van een zakelijke brief.
Stap 4 Ik kan de verschillende onderdelen van een zakelijke brief benoemen.
Stap 5 en Ik kan een zakelijke brief verbeteren.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Schrijf een zakelijke brief.
Extra opdracht   Maak de extra opdracht. Overleg met mijn docent.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Je hebt voor deze opdracht ongeveer 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands de volgende onderwerpen:

Stap 2: Formeel of informeel?

Stap 3: Indeling

In een zakelijke brief moet je alles volgens vaste regels doen.
Voordeel daarvan is, dat alle gegevens snel terug te vinden zijn.
De informatie moet volledig en voor iedereen duidelijk zijn.

Kijk voor de indeling volgens de regels van een zakelijke brief op de site
van CambiumNed.

Kijk of je de volgende onderdelen kunt vinden:

  • Afzender - Dagtekening - Geadresseerde

  • Betreft: .... - Aanspreking - Inleiding - Middenstuk - Slotalinea

  • Afsluiting en ondertekening - Verwijzing naar bijlagen.

Stap 4: Zakelijke brief

Bekijk de zakelijke brief.


1





2

3



4


5

6

7

8

9


10
T. Poot
Gademasingel 24
9602 MB Groningen
Tel. 06-12345678
t.poot@gmail.com

Groningen, 19 november 2012

De heer H. Hak
Zuidstraat 18
7201 AH Zutphen

bevestiging ontvangst .....


Geachte heer Hak,

Uitleg over waarom je de brief schrijft.

Alinea met daarin een mededeling, verzoek, klacht of bedankje.

Alinea waarin je aangeeft wat je van de geadresseerde verwacht.

Met vriendelijke groet,
Theo Poot.

Bijlagen: 2

Maak de volgende oefening.

Stap 5: Verbeteren

Je gaat nu zelf een zakelijke brief verbeteren.
Download de brief hier.

Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).

De brief is een zakelijke brief waarin je verlof aanvraagt.
In de brief zijn sommige onderdelen onvolledig.
En sommige onderdelen staan op de verkeerde plaats.
Verbeter de brief.

Laat de verbeterde brief lezen door een klasgenoot.
Vraag om commentaar.
Lees ook de brief van je klasgenoot.
Geef op een goede manier feedback.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht: Zakelijke brief

Je gaat zelf een zakelijke brief schrijven.
Je richt je brief aan de directeur van je school.
Je bent lid van de Leerlingenraad. Namens de Leerlingenraad vraag je toestemming om op 6 juni een film over War Child te draaien in de aula.
Leg ook kort uit waarom dit volgens jou een belangrijke activiteit is.

Beoordeling
Je docent beoordeelt de brief op de volgende punten:

  • Indeling volgens de afspraken bij een zakelijke brief
  • Volledigheid
  • Overtuigingskracht
  • Formeel en duidelijk taalgebruik
  • Weinig tot geen spelfouten

Klaar?
Kijk nog eens goed bij beoordeling aan welke eisen de brief moet voldoen.
Voldoet je brief aan de eisen?
Laat je zakelijke brief dan beoordelen door je docent.

Brief schrijven

Een brief is een goede manier om aan iemand te laten weten wat je van een bepaald
onderwerp vindt of iemand te vragen om in actie te komen rond een bepaald onderwerp.

 

Extra opdracht

Terugkijken

Inleiding

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Kun je nog meer voorbeelden verzinnen voor zakelijke brieven?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Hoe vond je het om een bestaande brief aan te passen? Vind je dat makkelijker of moeilijker dan het zelf schrijven van een brief?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Is het gelukt om de brief goed te formuleren?
    Wat vind je het meest lastige aan het schrijven van een zakelijke brief?
  • Extra opdracht
    Heb je de extra opdracht gemaakt? Ging het goed?

Grammatica - Lidwoord

Lidwoord

Intro

In deze grammaticaopdracht staat het lidwoord centraal.

Lidwoorden zijn de woordjes de / het / een.
Woorden die we allemaal kennen en heel veel gebruiken.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • het lidwoord in een zin of tekst herkennen.

Wat kan ik al?

Het lidwoord wordt geplaatst voor een zelfstandig naamwoord. Wat een zelfstandig naamwoord is, heb je eerder geleerd.

We frissen je geheugen even op! Lees eerst de Kennisbank en maak daarna de oefening.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de Kennisbank kan ik oefeningen maken over het lidwoord in een zin.
Stap 2 Ik zoek de lidwoorden in een tekst.
Stap 3 Ik kan het juiste lidwoord voor een zelfstandig naamwoord plaatsen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Maak de toets over lidwoorden.
Extra opdrachten Maak de extra opdrachten over lidwoorden. Overleg met mijn docent.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor de opdracht heb je 1 lesuur de tijd.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer nu uit de Kennisbank het volgende onderwerp.

Maak daarna de volgende oefening.
 

Stap 2: Lidwoorden zoeken

Stap 3: Welk lidwoord?

Soms is het lastig om te weten welk lidwoord voor een zelfstandig naamwoord hoort.
Probeer het maar eens in de volgende oefening.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht: Toets

Als eindopdracht maak je een toets over lidwoorden.

Succes

Extra opdracht 1

Hier vind je een extra opdracht over lidwoorden.
Kun je de juiste lidwoorden invullen in de tekst?

Extra opdracht 2

Ga op internet naar een willekeurige website.
Selecteer op de website een tekst van ongeveer 100 woorden.
Plak de tekst in Word.

In Word kun je zien uit hoeveel woorden de tekst bestaat.
Is de tekst langer dan 100 woorden?
Haal dan aan het eind een aantal woorden weg.

Tel nu het aantal lidwoorden in de tekst.
Hoeveel procent van de woorden in jouw tekst zijn lidwoorden?
(Als bijvoorbeeld 12 van de 100 woorden lidwoorden zijn, is dat 12 procent).
Vraag aan een aantal klasgenoten welke percentages zij gevonden hebben.

Durf je antwoord te geven op de vraag:
"Hoeveel procent van de woorden in een tekst is een lidwoord?"

Schrijf een kort verslag over het onderzoekje dat je gedaan hebt.
Hiervoor mag je een voorbeeld gebruiken.
Download het lege verslag.

  • Vul je naam, je klas en de datum in.
  • Schrijf onder Hoofdvraag op welke vraag je onderzocht hebt.
  • Schrijf onder Werkwijze op hoe je te werk bent gegaan.
  • Schrijf onder Conclusie het antwoord op de hoofdvraag op.

Vraag je docent of hij/zij je verslag ook gaat beoordelen.

Je docent let dan op:

  • de inhoud: gaat het verslag over je onderzoek?
  • de omvang: is het verslag niet groter dan een half A4-tje?
  • de vorm: is het verslag netjes?
  • taalfouten: bevat je verslag niet te veel taalfouten?

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Gebruikte jij de goede lidwoorden?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees het leerdoel van deze opdracht nog eens door.
    ​Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Vind je het lastig om lidwoorden te herkennen in een zin? Als je lidwoorden zoekt, kijk je dan vooral naar een zelfstandig naamwoord of kijk je naar de lidwoorden zelf?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Is het in de toets gelukt om alle lidwoorden te vinden? Was je tevreden of de score die je behaald hebt?
    Als je niet tevreden was, wat heb je dan gedaan om je score te verbeteren?
  • Extra opdrachten
    Heb je één of beide extra opdrachten gedaan?

Woordenschat - Tegenstellingen

Tegenstellingen

Intro

Groot en klein, lekker en vies, mooi en lelijk. Zelfs als klein kind weet je al snel wat het verschil is.

Maar deze tegenstellingen zijn nog vrij eenvoudig, want sociaal en asociaal, perfect en imperfect worden al een stuk ingewikkelder. Over deze en andere tegenstellingen ga je meer leren in deze opdracht.

In deze opdracht staan tegenstellingen centraal.

 

Wat kan ik straks?

Leerdoel
Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • tegenstellingen herkennen en er voorbeelden van geven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de Kennisbank over Tegenstellingen kan ik van verschillende woorden de tegenstelling aangeven.
Stap 2 en Ik kan een tekst een andere betekenis geven door tegenstellingen in te voegen.
Stap 3 Ik kan in een puzzelwoordenboek tegenstellingen opzoeken.
Stap 4 Maak een tegenstellingen-domino.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht A Maak de toets over tegenstellingen.
Eindopdracht B Maak samen met een klasgenoot een tegenstellingen-domino.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb jullie 1 à 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Maak nu de volgende oefeningen.

Stap 2: Tegengestelde woorden

Stap 3: Puzzelwoordenboek

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht A: Toets

Als eindopdracht A maak je een toets. 

Eindopdracht B: Dominospel

Als eindproduct B maak je samen met een klasgenoot een tegenstellingen-domino.

  • Download eerst het format dominospel.
  • Maak samen een lijstje van zes tegenstellingen.
  • Vul de tegenstellingen op de juiste manier in op de verschillende kaartjes.
  • Print het spel uit, knip de kaartjes uit en plak ze op stevig karton.
  • Download nu spelregels de van het echte spel.
  • Pas de spelregels aan op de punten waar dat nodig is.
  • Speel het spel een aantal keer.

Beoordeling
Jullie krijgen een goede beoordeling voor de opdracht als:

  • Het dominospel goed is uitgewerkt.
  • De tegenstellingen kloppend zijn.
  • De spelregels van het spel duidelijk zijn.
  • Het spel er verzorgd uitziet.
  • Het spel op tijd klaar is.

Klaar?
Laat het spel beoordelen door je docent.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Bedenk nog minimaal vijf tegenstellingen. Maak het nu niet te makkelijk!

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1 à 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Tegenstellingen zijn niet altijd makkelijk. Waren er tegenstellingen die je echt nog niet kende?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    A: Kende je alle tegenstellingen die in de toets naar voren kwamen?
    B: Is het gelukt om samen een domino te maken? Hoe verliep de samenwerking? Konden jullie goed overleggen? Werden de taken eerlijk verdeeld?

Spelling - Hoofdletters

Hoofdletters

Intro

In deze opdracht leer je wanneer je hoofdletters moet gebruiken.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • het gebruik van hoofdletters in een tekst toepassen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank kan ik van zinnen aangeven of de hoofdletters op de juist manier geplaatst zijn.
Stap 2 Ik kan hoofdletters op de juiste plek in de zin plaatsen.
Stap 3 en Ik kan een tekst van een klasgenoot controleren op fouten.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht A Maak de toets over hoofdletters.
Eindopdracht B en Maak een poster over hoofdlettergebruik.
Extra opdracht   Maak de extra opdracht. Overleg met ik docent.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Maak nu de volgende oefening. 

Stap 2: Zinnen

In de volgende oefening zie je allemaal zinnen. 
Geef steeds aan in elke zin de hoofdletters op de juiste plek staan. 

Stap 3: Verhaal schrijven

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht A: Toets

Als eindopdracht A maak je een toets over het gebruik van hoofdletters. 

Eindopdracht B: Poster

Poster over hoofdlettergebruik
Je hebt nu een aantal oefeningen over het gebruik van hoofdletters gemaakt.
Ging het goed of maakte je steeds dezelfde fout?

Bij eindopdracht B schrijf je samen met een klasgenoot een tip die jullie helpt om in de toekomst minder fouten te maken bij het gebruik van hoofdletters.
Laat jullie tip zien aan een aantal klasgenoten.
Bekijk ook de tips van een aantal klasgenoten.

Verzamel naast jullie tip drie tips van klasgenoten en maak met die vier tips een poster over hoofdlettergebruik.
In de gereedschapskist hieronder kunnen jullie lezen waar jullie op moet letten bij het maken van een poster.

Beoordeling
Je docent let bij de beoordeling van jullie poster op het volgende:

  • bevat de poster minimaal vier tips voor het gebruik van hoofdletters?
  • zijn de tips begrijpelijk en duidelijk geformuleerd?
  • is de poster aantrekkelijk vormgegeven?
  • sluit de poster aan bij de doelgroep (jullie klasgenoten)?
  • is de poster vrij van fouten?
  • Lees voor verdere beoordelingseisen de tabel in de gereedschapskist.

Klaar?
Laat de poster beoordelen door je docent.

Poster maken

Op een informatieve poster kun je laten zien wat de belangrijkste delen van de lesstof zijn. Ook kun je weergeven hoe bepaalde delen zich tot elkaar verhouden.

 

Extra opdracht

Hier vind je een extra oefening over hoofdletters.
Je zult merken dat je met het gebruik van hoofdletters al vertrouwd bent geraakt.


Download het werkblad oefening 'hoofdletters'

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Had je alle fouten gevonden? Zo niet, maak de zinnen dan nu nogmaals.

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Welke hoofdletters vind jij het meest lastig? Zijn dat die van plaatsnamen of juist de uitzonderingen of misschien wel iets heel anders!
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    A: Kon je de hoofdletters op de juiste plekken plaatsen? Was je tevreden over de score die je voor de toets hebt behaald? Zo niet, waarom was je niet tevreden? Wat had je er aan kunnen doen om toch een voldoende te halen?
    B: Is het gelukt om in de poster de tips op een begrijpelijke manier te verwerken? Vonden jullie de tips van jullie klasgenoten bruikbaar en begrijpelijk? Zo niet, wat hebben jullie gedaan om te zorgen dat goede tips op de poster geschreven konden worden?
    Hoe verliep jullie samenwerking? Waren jullie het eens over de indeling van de poster? Hoe hebben jullie eventuele meningsverschillen opgelost?
  • Extra opdracht
    Heb je de extra opdracht op het werkblad gemaakt? Ging het goed?

Afsluiting

Kennisbanken

Hier vind je de kennisbanken die gebruikt zijn in dit thema.

Eindopdracht

Eindopdracht

Je gaat het thema ‘Shoppen’ afronden. Je maakt een affiche om reclame te maken voor een boek. Je maakt deze eindopdracht alleen. Je hebt hier ongeveer twee lesuren voor nodig. In de gereedschapskist kun je lezen waarop je beoordeeld wordt.

Aan de slag!

  1. Download het werkblad. Bekijk de vier boeken en kies er eentje uit. Wil je graag een affiche maken voor een ander boek? Of kies je liever voor een boek in een andere taal? Overleg dit eerst met je docent.
  2. Stel je het volgende voor: je bent de eigenaar van een boekenwinkel. Binnenkort ligt het boek in jouw winkel. Je wilt goed verdienen, dus je wilt veel exemplaren verkopen. Daarom wil je een reclameposter (een affiche) maken. Daarvoor heb je informatie over het boek nodig.
    - Zoek op internet naar een goede samenvatting van het boek en lees die.
    - Zoek meer informatie over het boek. Zoek vooral naar informatie die je kunt gebruiken voor je affiche.
  3. Bepaal welke informatie je gaat gebruiken en maak een schets. Gebruik hiervoor de tips in de gereedschapskist.
  4. Maak je affiche. Zorg ervoor dat je affiche op een creatieve manier de aandacht trekt.  

Tip!
Zoek uit of het een spannend, romantisch of grappig boek is en pas je affiche daarop aan.  

Klaar?
Lever je affiche in bij je docent.

Affiche maken

Met een affiche geef je op een aantrekkelijke manier informatie door. Het is een soort
reclameboodschap met afbeeldingen en tekst. Het draait om twee dingen: inhoud en vorm.

D-Toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de inleiding. Ben jij al wel eens in Londen geweest of in een andere stad met een (extreem) groot warenhuis?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 10 à 11 uur met dit thema bezig zou zijn.
    Klopt dat met het aantal lessen dat je over dit thema hebt gehad?
  • Inhoud
    Welke lesstof in dit thema was nieuw voor je en welke lesstof wist je al?
    Van welke opdracht heb je het meest geleerd?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Is het samen gelukt om een eindproduct te maken die aansluit bij het thema?
    Hoe verliep jullie samenwerking? Jullie moesten samen een keuze maken.
    Ging dit makkelijk of moesten jullie elkaar overtuigen?
    Wat vind je de voordelen van samenwerken met een klasgenoot en wat de nadelen?
    Welke hulp(middelen) hebben jullie gebruikt?
    Welke onderdelen van deze opdracht vonden jullie het moeilijkst?

Verderkijker

De Verderkijker biedt bij het thema passende externe linkjes
naar uitleg, oefenmateriaal of filmpjes.

Schrijven

Voor het onderdeel Zakelijke brief klik op:

Grammatica

Voor het onderdeel Lidwoord zijn de volgende items geselecteerd.

Woordenschat

Voor het onderdeel Tegenstellingen klik op:

Spelling

Voor het onderdeel Hoofdletters klik op:

  • Het arrangement Thema 6 Shoppen in Londen vmbo-b12 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    28-11-2025 15:09:26
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    StudioVO

    Deze module is ontwikkeld door medewerkers van StudioVO.

    Fair Use

    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vmbo-b12. In dit thema worden aan de hand van losse opdrachten verschillende onderwerpen aan bod gesteld. Zo leer je in dit thema een zakelijke brief schrijven en welk taalgebruik daarbij past. Ook worden lidwoorden en tegenstellingen behandeld en wordt het gebruik van hoofdletters onder de aandacht gebracht. Als thema afsluiting ga je in tweetallen bezig met een zelfgekozen eindproduct. Dit product kan een advertentie, interview of artikel zijn. Dit eindproduct moet aansluiten bij het thema: shoppen in Londen. Ook is er een diagnostische toets beschikbaar. Veel succes!
    Leerniveau
    VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 1; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 2;
    Leerinhoud en doelen
    Techniek en woordenschat; Schrijven; Spelling, interpunctie en grammatica; Lezen van zakelijke teksten (Nederlands); Nederlands; Schrijfvaardigheid; Afstemming op publiek; Begrippenlijst en taalverzorging; Woordgebruik en woordenschat (Nederlands); Afstemming op doel; Leesvaardigheid;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    10 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, eindproduct, hoofdletters, lidwoorden, nederlands, shoppen in londen, stercollectie, tegenstellingen, vmbo-b12, zakelijke brief

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Grammatica - Lidwoord - vmbo-b12

    https://maken.wikiwijs.nl/117358/Opdracht__Grammatica___Lidwoord___vmbo_b12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Schrijven - Zakelijke brief - vmbo-b12

    https://maken.wikiwijs.nl/117355/Opdracht__Schrijven___Zakelijke_brief___vmbo_b12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Spelling - Hoofdletters - vmbo-b12

    https://maken.wikiwijs.nl/117360/Opdracht__Spelling___Hoofdletters___vmbo_b12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Woordenschat - Tegenstellingen - vmbo-b12

    https://maken.wikiwijs.nl/117359/Opdracht__Woordenschat___Tegenstellingen___vmbo_b12

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Shoppen in Londen

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.