Voeding en Grasland

Voeding en Grasland

Inleiding

Van grondstof naar eindproduct

 

Tijdens dit project ga je kijken naar de behoeftes van de dieren en de beschikbare voedermiddelen. Daarna gaan jullie nadenken over een stukje grasland. Je gaat een weide ontwerpen waar jullie dieren niet alleen kunnen grazen, maar waar je ook je eigen ruwvoer kunt winnen. Bij het uitwerken van dit project, staat een diersoort centraal. Voor de paardleerlingen is dit niet zo moeilijk, maar de dierleerlingen moeten een keuze maken uit de volgende diersoorten:

geit

- schaap

- rund

- kip

- varken

- ezel

- paard  

 

Het uiteindelijke product wordt een handboek waarin alles te lezen valt over de voederbehoefte van jullie dier en hoe je hierin het beste kunt voorzien.

 

Voordat je aan de slag kunt met de uiteindelijke ontwikkeling van je weide, moet je een aantal zaken helder hebben. “Waar heeft het dier behoefte aan?” Is de vraag die bij alle punten centraal staat.

 

Tijdens het project ga je de volgende punten voor de diersoort van jullie keuze verder uitwerken:

 

Algemeen

-          Oorsprong van het dier

-          Natuurlijke leefomgeving

-          Levenswijze en gedrag

-          Voortplanting

 

Voeding

-          Het natuurlijke voedsel

-          Voedselmogelijkheden in gevangenschap

-          Behoeften van het dier

-          Vaststellen rantsoen

-          Kostenberekening

 

Grasland

-          Grootte van het perceel

-          Samenstelling grasmat

-          Afrastering

-          Watervoorziening

-          Inrichting

-          Onderhoud

-          Kostenberekening

 

Voederwinning

-          Mogelijkheden grasmat

-          Beschikbaarheid voor de dieren

-          Werkwijze ruwvoederwinning

-          Kostenberekening

 

Samenstellen projectgroep

Met wie vorm jij een projectgroep?

 

Dit project is het 3e project van dit schooljaar. Je hebt dus al wat ervaring opgedaan in het werken met project-groepen; je weet waarin je goed bent en waar je wellicht wat tekort schiet. Ook heb je ervaren met welke personen je de afgelopen projecten prettig hebt samengewerkt en met welke personen het minder vlekkeloos liep. Kortom; nu kom je beslagen ten ijs!

 

Zet de volgende zaken eens even voor jezelf op een rijtje:

 

a)     Waarin ben je best goed, heb je de afgelopen projecten gemerkt?

Noem eens enkele eigenschappen die positief bijdragen aan projectmatig werken:

 

b)     Met welke eigenschappen, die horen bij projectmatig werken, heb je moeite?

 

 

c)      Als je de antwoorden bij a en b combineert en eens rondkijkt in je klas; met wie ga jij dan de projectgroep voor dit project vormen?

 

Let op! Bovenstaande vaardigheden vormen de gesprekstof tijdens de coachgesprekken van deze periode. Het is de bedoeling dat je aan het einde van deze projectperiode verbeterd bent in de punten die je genoemd hebt bij vraag b.

Planning maken

Maak een planning, waarin je duidelijk aangeeft wat je wanneer af wilt hebben en wie voor welke taken verantwoordelijk is. Neem onderstaand schema over en vul het in. Zorg dat de begeleidende docent een kopie ontvangt!

 

 

Datum 1

 

Datum 2

Datum 3

Datum 4

Enz.

 

 

VOORBEELD

 

 

 

 

 

 

Groepsdoelstelling

 

Hfdst. 1 af!

 

 

 

 

 

 

Naam leerling 1

 

Oorsprong van het dier

 

 

 

 

 

 

Naam leerling 2

 

Natuurlijke leefomgeving

 

 

 

 

 

 

Naam leerling 3

 

Levenswijze en gedrag

 

 

 

 

 

Enz.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Verslaglegging

In de inleiding van dit project werd al aangegeven wat het eindproduct wordt: een handboek waarin alles te lezen valt over de voederbehoefte van jullie dier(en) en hoe je hierin het beste kunt voorzien. In dezelfde inleiding werd ook aangeven welke onderwerpen dit handboek moet bevatten, zodat je niets vergeet. Uiteraard moet het handboek prettig te lezen zijn, dus enige afspraken over de wijze van verslaglegging, lijken op zijn plaats.

 

Lay out

Het handboek is voorzien van de juiste opbouw en bevat naast een toepasselijke kaft, een inleiding, inhoudsopgave en nawoord. Er wordt gewerkt met een indeling in hoofdstukken en onderliggende paragrafen, waarbij de paginanummers overeen komen met die uit de inhoudsopgave.

 

Inhoudelijk

De verslaglegging gebeurt in eigen woorden. Informatie van internet mag gebruikt worden, mist het op juistheid getoetst wordt en in eigen woorden wordt omgezet. Knippen en plakken is niet mogelijk.

Er wordt gecontroleerd op spelfouten.

 

Door de opdrachten nauwkeurig te lezen en ze op de juiste manier uit te werken, ontstaat de juiste opbouw van het handboek. Het is dan ook belangrijk dat de opdrachten in de juiste volgorde gemaakt worden.

Project opdracht

 

1. Algemeen

 

-          Oorsprong van het dier

-          Natuurlijke leefomgeving

-          Levenswijze en gedrag

-          Voortplanting

 

================================================================

 

a) Om welk dier gaat het?

 

Tijdens een eerder project hebben jullie je verdiept in de binnen-huisvesting van verschillende dieren. Om e.e.a. bewerkbaar te houden, is het de bedoeling dat er bij dit project maar 1 diersoort centraal staat. Dit moet een diersoort zijn die gehouden kan worden op grasland en (bij)gevoerd kan worden met ruwvoer. Bespreek in je projectgroep, welke diersoort uit jullie eerste project jullie kiezen. Dit kun je doen door de volgende tabel in te vullen:

 

Diersoorten gebruikt bij project 1 (Binnen-huisvesting)

Kan gehouden worden op grasland

Kan (bij)gevoerd worden met ruwvoer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor welke diersoort hebben jullie gekozen? ……………………………………………………..

 

b) Beschrijving dierenbestand

 

Het aantal dieren waarmee je moet gaan werken is 5. Maar hoe is het dierenbestand samengesteld? Hoe oud zijn de dieren? Met hoeveel mannelijke en vrouwelijke dieren heb je maken? Met welke rassen werken jullie? Beschrijf jullie dieren bestand.

 

c) Uitwerken Hoofdstuk 1 “Algemeen”

 

Verdeel de onderstaande onderwerpen in de projectgroep. Zij vormen het eerste hoofdstuk in jullie handboek, afzonderlijk zijn zij de paragrafen:

 


- 1.1 Oorsprong van het dier

 

Waar komt het dier oorspronkelijk vandaan? Vertel hoe het dier zich ontwikkeld heeft tot hoe het er nu uitziet. Verwerk in je verhaal ook wat over de domesticatie; wanneer is het dier gedomesticeerd en met welke doeleinden? En wordt het dier daarvoor nog steeds gebruikt of dient het dier inmiddels andere doelen?

 

-   1.2 Natuurlijke leefomgeving

 

Vertel wat over het land waar jullie dier oorspronkelijk leefde en het daarbij horende klimaat. En hoe zag de leefomgeving van het dier eruit; had het dier te maken met zand- of rotsgronden, of komt jullie dier oorspronkelijk uit de vochtige oerwouden? Beschrijf dit alles nauwkeurig!

 

-   1.3 Levenswijze en gedrag

 

Hoe komt jullie dier in zijn ‘wilde / oorspronkelijke’ vorm de dag door; leeft het in groepen of is het liever alleen? En wat doet jullie dier de hele dag; klimt of graaft het graag? Er valt vast een heleboel over de levenswijze en het gedrag van jullie dier te vertellen!

 

-  1.4 Voortplanting

 

Niet ieder dier plant zich gemakkelijk voort in gevangenschap. Het is dus erg belangrijk dat je goed naar de voortplanting van een dier kijkt, voordat je het in gevangenschap gaat plaatsen. Helemaal als je graag met de dieren wilt gaan fokken. Hoe zit dat bij jullie diersoort? Beschrijf de voortplanting van jullie dier en geef aan waarmee je rekening mee moet houden als je het dier in gevangenschap houdt. Denk aan de volgende punten: Moet het dier in gezelschap van de andere sexe gehouden worden of juist niet? Hoe lang is de cyclus van het vrouwelijke dier? Welke factoren zijn van invloed op de cyclus? Hoe herken je een vruchtbare periode bij het vrouwelijke dier en hoe noem je deze? Wat is het beste moment van bevruchting; kan dit alleen op natuurlijke wijze of is kunstmatige inseminatie ook mogelijk? Hoe lang is de dracht van het dier? Wil het moederdier in gezelschap van soortgenoten werpen of is het liever alleen? En de periode erna? Tot wanneer is het jong bij de moeder? Enz.

 


2. Voeding

 

-          Het natuurlijke voedsel

-          Voedselmogelijkheden in gevangenschap

-          Behoeften van het dier

-          Vaststellen rantsoen

-          Kostenberekening

 

================================================================

 

Hoofdstuk 2 van jullie handboek gaat over de voederbehoefte van jullie diersoort. De volgende onderwerpen dienen hierbij beschreven te worden:

 

-  2.1 Het natuurlijke voedsel

 

Bij hoofdstuk 1 hebben jullie gekeken naar de oorspronkelijke leefomgeving van het dier. Uiteraard is dit nauw verbonden met het voedsel waar het dier oorspronkelijk van leeft. Beschrijf het eetpatroon en het daarbij horende rantsoen van het dier in zijn oorspronkelijke omgeving.

 

-  2.2 Voedselmogelijkheden in gevangenschap

 

Om het dier zo gezond mogelijk te houden in gevangenschap, is het noodzakelijk het rantsoen zo goed mogelijk af te stemmen op het oorspronkelijke voedsel van het dier. Het spijsverteringsstelsel heeft zich immers aangepast aan het oorspronkelijke rantsoen. Toch is het vaak niet mogelijk om het dier exact te bieden wat het van oorsprong at. Het is de kunst om er wel zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen. Maar voordat je een rantsoen kunt gaan samenstellen, is het belangrijk dat je weet wat de mogelijkheden zijn.

 

2.2.1. Ruwvoer

 

Wat is ruwvoer?                  

Welke ruwvoeders kun je het dier aanbieden en wat zijn de kenmerken wat betreft energie- en eiwitwaarden?

 

- 2.2.2. Krachtvoer

Wat is krachtvoer?

Welke soorten krachtvoer zijn er beschikbaar voor jullie dier? Zijn er voedingsstoffen waarmee je rekening moet houden (kan hier dier alle voedingsstoffen verdragen of juist niet?) Wat zijn de kenmerken wat betreft energie- en eiwitwaarden?

 

- 2.2.3. Bijvoeders

Wat is een bijvoederproduct?

      Naast ruw- en krachtvoeders kun je ook bijvoeders toevoegen aan het rantsoen van jullie dier. Welke mogelijkheden zijn er allemaal? Vertel over de eigenschappen en de energie- en eiwitwaarden.

 

- 2.3 Behoeften van het dier

 

Ieder individu heeft een bepaalde behoefte aan voedingsstoffen. Deze behoefte is niet toevallig, maar wordt bepaald door verschillende factoren. ‘Onderhoud’ en ‘productie’ zijn belangrijke begrippen in dit verhaal. Vertel in je eigen woorden hoe de energiebehoefte van jullie dier tot stand komt. Besluit je verhaal met een overzicht van de benodigde voedingsstoffen voor alle verschillende dieren uit jullie dierenbestand.

 

-  2.4 Vaststellen rantsoen

 

Inmiddels weet je welke mogelijkheden er zijn om jullie dier in de voederbehoefte te voorzien. Maak een keuze uit alle producten (Par. 2.2). Kies 1 soort ruwvoer, maximaal 3 soorten krachtvoer en 1 soort bijproduct. Met al deze producten moet je de rantsoenen voor de verschillende dieren uit jullie dierenbestand kunnen samenstellen. Houdt hierbij voldoende rekening met de oorspronkelijke voederbehoefte van het dier (Par. 2.1). Vertel voor welke producten jullie gekozen hebben. Geef in je verhaal duidelijk aan waarom je voor deze producten gekozen hebt. Ook geef je een duidelijk overzicht van de voedingsstoffen die de producten bezitten.

 

-   2.5 Rantsoenberekening

 

Combineer de informatie uit paragraaf 2.3 en 2.4. Geef aan hoeveel van elk voedermiddel je nodig hebt voor de behoefte van de verschillende dieren afzonderlijk. Hier zul je een beetje mee moeten spelen. Je moet namelijk opletten dat je in de juiste verhouding gebruik maakt van krachtvoer, ruwvoer en bijvoedermiddelen en bijvoorbeeld een dier niet op een rantsoen zet van alleen maar wortelen. Daarna bereken je hoeveel je van alle producten nodig hebt per week, maand en jaar.

3. Grasland

 

-          Grootte van het perceel

-          Samenstelling grasmat

-          Afrastering

-          Watervoorziening

-          Inrichting

-          Onderhoud

-          Kostenberekening

 

===============================================================

 

- 3.1 Grootte van het perceel

 

Hoe groot moet het perceel eigenlijk zijn? Er moet gegeten worden en er moet de beschikking zijn over voldoende bewegingsruimte. Het mag natuurlijk nooit zo zijn dat het dier onvoldoende ruimte heeft, maar wanneer is de ruimte onvoldoende?

Ga op zoek naar informatie over de benodigde ruimte per dier. Houd daarbij rekening met het feit dat het gras opgegeten wordt. Dit klinkt misschien een beetje raar, maar het betekent dat je na moet denken over de beschikbaarheid van gras. In jullie verhaal moeten ook de volgende begrippen uitgewerkt worden:

a)                      Weidebeheer

b)                      Stripbegrazing

c)                      Omweiden

Jullie moeten duidelijk aangeven waarom je wel of niet kiest voor een bepaalde vorm van weidebeheer.

Uiteindelijk voegen jullie een plattegrond toe op schaal van de weide. Geef hierin duidelijk de afscheiding aan tussen eventuele verschillende percelen en de plaatsing van het binnenverblijf.

 

Let op! Voordat je dit kunt doen, dien je eerst Hoofdstuk 4, par. 4.1 uit te werken!  

 

- 3.2 Samenstelling grasmat

 

Als je weet hoe groot jullie percelen moeten zijn voor het dierenbestand, ben je er nog niet. Want welke grassoort moet je gebruiken? Er zijn ontzettend veel verschillende graszaadmengsels op de markt, met elk hun eigen eigenschappen. Deze eigenschappen moeten natuurlijk aansluiten bij de behoeften van jullie diersoort. Verwerk de gevonden informatie in de volgende paragrafen:

 

- 3.2.1 Vertering van het dier

 

De vertering van het dier heeft zich bij de ontwikkeling in de loop der jaren aangepast aan het rantsoen van dier. Dit betekent dat het verteringsstelsel het beste werkt als het dier het juiste voedsel eet. Hoe zit dat bij jullie dier? Aan welke eigenschappen heeft jullie dier behoefte als het gaat om gras?

 


-  3.2.2 Geschikte grassen en planten

 

Elke grasachtige heeft zijn eigen kenmerken. Bij par. 3.2.1 heb je gekeken waar jullie dier behoefte aan heeft. Maak een lijst van geschikte grassen en planten, waarbij je de meest geschikte bovenaan de lijst zet. Uiteraard voeg je afbeeldingen en eigenschappen van de verschillende gras- en plantensoorten toe

 

 - 3.2.3 Ongeschikte grassen en planten

 

Waar kan jullie dier niet tegen? Oftewel; welke grassen en planten zijn ongeschikt? Maak een lijst van ongeschikte grassen en planten en vermeld erbij wat de gevolgen kunnen zijn als je dier er toch van eet. Uiteraard voeg je afbeeldingen toe.

 

 - 3.3.3 Geschikte graszaadmengsels

 

Het samenstellen van de ideale grasmat, hoef je gelukkig niet zelf te doen. Er zijn verschillende graszaadmengsels op de markt. Welke mogelijkheden zijn er allemaal? Ga op zoek naar wat er voor jullie dier op de markt is. Beschrijf de eigenschappen van de verschillende graszaadmengsels en vergelijk ze met elkaar. Neem hierin ook de prijs mee. Uiteindelijk maken jullie een keuze voor wat, in jullie ogen, de beste optie is.

 

-   3.4 Afrastering

 

Beschrijf de verschillende soorten afrastering die er zijn voor jullie dier, zo uitgebreid mogelijk. Er zijn er een heleboel, met allemaal hun eigen voor- en nadelen. Voeg ook afbeeldingen toe.

Uiteindelijk maken jullie een keuze voor jullie eigen perceel. Reken uit wat het kost om het te plaatsen, maar ook wat de jaarlijkse onderhoudskosten zijn.

 

-  3.5 Watervoorziening

 

Op welke manier kun je jullie dieren voorzien van water? Maak uiteindelijk een keuze voor de wijze van watervoorziening die jullie voorkeur heeft. Hoeveel heb je er nodig voor de verschillende percelen van jullie plan? Maak ook een kostenoverzicht voor aanschaf en jaarlijks onderhoud.

 

- 3.6 Inrichting

 

Een dier blijft gezond als het lekker in zijn vel zit. Een dier zit lekker in zijn vel als de oorspronkelijke leefomgeving zo goed mogelijk nagebootst wordt. Inmiddels weten jullie waar jullie dier vanuit zijn oorspronkelijke leefomgeving behoefte aan heeft. Beschrijf hoe je weide het beste in kunt richten. Denk hierbij aan; beschutting, mogelijkheden om te graven, klimmen of slapen, enz.

 


-  3.7 Onderhoud

 

Om een grasmaat mooi te houden, zul je hem goed moeten onderhouden. Met het gebruiken van het juiste graszaadmengsel alleen, ben je er nog niet. Beschrijf het juiste onderhoud, waarbij je de volgende onderdelen bespreekt:

 

a)     Schoonhouden van de weide

b)     Bemesting

c)      Bloten

d)     Slepen

e)     Beregenen

f)        Overig onderhoud

g)     Kosten van onderhoud

 

 

-  3.8 Kostenberekening

 

Bij eerdere paragrafen van hoofdstuk 3 heb je al gekeken naar de kosten van de verschillende onderdelen. Zet deze kosten eens op een rijtje, zodat je een mooi overzicht krijgt van wat een weide je per jaar kost.

4. Voederwinning

-          Mogelijkheden grasmat

-          Beschikbaarheid voor de dieren

-          Werkwijze ruwvoederwinning

-          Kostenberekening

 

===============================================================

 

-   4.1 Mogelijkheden grasmat

 

Bij hoofdstuk 3 (par. 3.3.3) hebben jullie de keuze gemaakt voor een graszaadmengsel. Welke soorten ruwvoer kunnen hiervan gemaakt worden? Beschrijf de eigenschappen van de verschillende ruwvoeders.

 

-  4.2 Beschikbaarheid voor de dieren

 

Bij hoofdstuk 2 hebben jullie een keuze gemaakt voor de soort ruwvoer die jullie willen gebruiken voor jullie dierenbestand (par.2.4). Voor welk voedermiddel hebben jullie gekozen? ……………………………………..

Bij par. 2.5 heb je gekeken naar de hoeveelheid die nodig is om jullie dieren in hun ruwvoederbehoeften te voorzien. Om hoeveel kg. ging het ook al weer op jaarbasis? ………………………………… kg.

Zoek uit wat de oppervlakte van jullie perceel moet zijn om aan deze kg. te komen. Als je deze informatie hebt, kun je de plattegrond verder afmaken (par. 3.1)

 

-  4.3 Werkwijze ruwvoederwinning

 

Beschrijf zo gedetailleerd mogelijk hoe jullie ruwvoer gemaakt wordt. Hierbij vermeld je ook welke rol een loonwerker speelt in het proces. Tevens vertel je duidelijk welke machines gebruikt worden en hoe deze werken.

Wat is de beste manier om je voersoort te bewaren?

 

- 4.4 Kostenberekening

 

 

Beoordeling

Bronnen

Dieren dineren
In deze uitgave komen verschillende aspecten van het voeren en de voeding van huisdieren aan de orde. Steeds wordt daarbij het verband gelegd met het oorspronkelijke, natuurlijke gedrag en de natuurlijke leefomgeving van het dier. Het zijn die twee aspecten die van groot belang zijn om huisdieren, gezelschapsdieren maar ook proefdieren goed te verzorgen. Naast het voeren wordt aandacht besteed aan de omgang met dieren.

Gezelschapsdieren voeren
In deze uitgave komt de samenstelling van voer aan de orde en wordt ingegaan op de relatie tussen voeding en gezondheid. Tenslotte wordt dieper ingegaan op de voerbehoefte van diverse gezelschapsdieren.

Bundel voeding paard

  • Het arrangement Voeding en Grasland is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    Marianne Banning Je moet eerst inloggen om feedback aan de auteur te kunnen geven.
    Laatst gewijzigd
    2010-12-10 17:50:13
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederlands licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    MBO Nijmegen, Helicon, dier, paard, project, voeding, grasland, rantsoen, voederwinning, voeren
    Leerniveau
    VMBO gemengde leerweg, 2; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 1; VWO 2; VO; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 2; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 3; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 1; VMBO theoretische leerweg, 1; HAVO 4; HAVO 1; VMBO theoretische leerweg, 4; VWO 6; VMBO gemengde leerweg, 1; VMBO theoretische leerweg, 2; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 2; VWO 1; HAVO 3; VWO 3; HAVO 5; Praktijkonderwijs; VWO 4; VMBO theoretische leerweg, 3; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 3; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4; HAVO 2; VMBO gemengde leerweg, 4; VWO 5; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 3;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    0 uur en 50 minuten
    Trefwoorden
    grasland beheer

    Bronnen

    Bron Type
    Van grondstof naar eindproduct
    http://www.youtube.com/watch?v=j6s2IbD61Ak
    Link
    Dieren dineren
    http://provisioning.ontwikkelcentrum.nl/Default.aspx?id=OC-23002.pdf&format=pdf&mode=single
    Link
    Gezelschapsdieren voeren
    http://provisioning.ontwikkelcentrum.nl/Default.aspx?id=OC-23001.pdf&format=pdf&mode=single
    Link
    Bundel voeding paard
    http://www.mensport.nl/pdf%20bestanden/Vlaanderen_paarden.pdf
    Link
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Meer informatie voor ontwikkelaars

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.