Thema plan opstellen

Thema plan opstellen

Voorbereiding

De opdracht

De komende twee perioden gaan jullie aan de slag met het thema Plan opstellen. Dit thema heeft veel raakvlakken met de beroepsproeve welke jullie in het voorjaar gaan uitvoeren dus probeer hier zoveel mogelijk van op te steken.

Hieronder vind je de toetsomschrijving:

 

Opdracht: Neem de toetsomschrijving door en bedenkt een aantal vragen ter verheldering.

Dit is ook voor ons als begeleiders van dit thema belangrijk. Als wij jullie vragen nog niet kunnen beantwoorden moeten wij ook aan de slag om nog meer te kaderen.

Groepjes maken

Je gaat voor deze opdracht werken in groepjes. We willen groepjes van maximaal 3 personen, het liefst BOL en BBL gemengd.

Opdracht: Vorm groepjes en maak als groepje in Teams in het kanaal Plan opstellen een werkmap aan.

Als groepje hou je bij wie wat wanneer doet. Hiervoor gebruiken we het onderstaande logboekformulier:

Stappenplan maken

Het opstellen van een plan kent een aantal stappen. Welke stappen dat concreet zijn is natuurlijk afhankelijk van de concrete situatie.

Opdracht: lees bladzijde 7 en 8 van het boek Groen inrichten. Hieronder vind je een tabel waarin we de belangrijkste mijlpalen voor het project hebben gezet. Maak als groepje een 1e opzet voor een planning. Vul zo volledig mogelijk de stappen in die je denkt te gaan maken.

Zet deze planning in je mapje in Teams.

Consultatiemomenten plannen

Gedurende de komende twee perioden hebben we in de middagen praktijk staan. Deze ruimte gebruiken we voor het ontvangen van gastsprekers, voor jullie om aan het project te werken maar ook voor consultatiemomenten.

We willen dat ieder groepje twee consultatiemomenten met de begeleidende docenten inplant. Tijdens zo'n consultatiemoment kan de docent enerzijds kijken hoe ver je bent en of je nog op de goede weg zit, anderzijds is dit moment voor jullie om specifieke vragen te stellen over zaken waar je tegenaan loopt. Bereid dit moment dus ook goed voor.

Binnenkort vind je in de agenda in Teams de middagen waarop het consultatiemoment gepland kan worden.

Inventariseren

Inventariseren: deskresearch

Bij grotere projecten is het heel gebruikelijk om de inventarisatie te starten met een 'deskresearch'. Simpel gezegd ga je online zoveel mogelijk relevante gegevens verzamelen.

Kadastrale grenzen

Opdracht 1: Ga naar Kadastralekaart.nl en bepaal de kadastrale grenzen van dit stuk groen. Maak een screenshot en zet dit in Word.

Opdracht 2: Bereken met Google Maps de benodigde kwantitatieve gegevens (hoeveelheden, lengte's en oppervlakten). Zet deze bij de kadastrale grenzen.

Afstanden meten in Google Maps

De bodem

Ga naar Bodemdata.nl en zoek het schoolterrein. Beantwoord (bij benadering) de volgende vragen:

  1. Welk type bodem vind je hier?
  2. Wat is de textuur? 
  3. Wat is de geomorfologie van dit terrein? 
  4. Wat is de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG)?
  5. Wat is de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG)? 
  6. Wat is de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG)? 
  7. Welke grondwatertrap vind je op dit terrein? 
  8. Wat betekend dat? 
Grondwatertrappen
Grondwatertrappen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Flora en fauna

Op een later moment gaan we wat dieper in op de consequenties die uit de Wet natuurbescherming voortvloeien. Ook de daadwerkelijke inventarisatie is natuurlijk veldwerk. Veel bedrijven hebben echter een abonnement op de Nationale Databank Flora en Fauna. Hier kan je betrekkelijk specifiek opzoeken welke waarnemingen er in de afgelopen tijd in je plangebied zijn geweest. Dit kan je helpen om al in een vroeg stadium te bepalen of je een ecologisch deskundige in gaat zetten of niet.

Opdracht 3: Zoek in het onderstaande bestand welke beschermde diersoorten er in dit gebied zijn waargenomen. Beperk je bij de vogels tot de broedende exemplaren.  

Klimaateffecten

We hebben te maken met een veranderend klimaat en de effecten hiervan. Gedurende je opleiding is daar al meerdere keren aandacht aan besteed. Vanuit ons vakgebied kunnen wij unieke bijdragen leveren aan klimaatadaptatie. Het is daarom zinvol om in de planvormende fase te kijken naar oplossingen voor (mogelijke) problemen. Denk daarbij aan wateroverlast, droogte biodiversiteit, enz.

Opdracht 4: ga naar de klimaateffectatlas. Zoek je plangebied op en kijk bij de kaartlagen naar:

  • De gemiddelde waterdiepte bij een hevige bui (70mm in 2 uur)
  • Gemiddeld laagste grondwaterstand bij een extreem droge zomer
  • Stedelijk hitte-eiland effect

Bestemmingsplan

Opdracht 5: Ga naar Ruimtelijkeplannen.nl. Zoek de vigerende plannen (met name het bestemmingsplan) en bepaal welke regels er voor het schoolterrein gelden die van invloed zijn op de mogelijke plannen.

Inventariseren: bodem

Inleiding

Voor het opstellen van een plan moet je het terrein van te voren inventariseren. Je brengt het terrein daarbij in kaart wat betreft afmeting en hoogtes en aanwezige elementen (en de staat hiervan).

Daarbij moeten we niet vergeten ook naar de bodemgesteldheid en de waterhuishouding te kijken.

Bij (grotere) projecten is het vaak ook nodig om voor aanvang van de werkzaamheden een aantal onderzoeken te laten uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan een archeologisch onderzoek of een onderzoek naar oorlogsresten. Een ander vooronderzoek is het ecologisch onderzoek of het flora- en faunaonderzoek. Deze onderzoeken gebeuren in de eerste instantie als bureau-onderzoek. Veldonderzoek vindt vervolgens plaats wanneer je projectlocatie in een kansrijk of risicogebied ligt.

De plicht tot dergelijk onderzoeken ligt altijd bij de initiatiefnemer (de opdrachtgever). Hij/zij moet jou van de relevante gegevens kunnen voorzien.

 

Bodemgesteldheid

Als we een beeld willen krijgen van de bodemgesteldheid, kunnen we gebruiken maken van drie vormen van (veld)onderzoek; een profielkuil, een grondboring en een kluitonderzoek.

In de afgelopen twee jaar hebben jullie alledrie de onderzoeken al eens in je opleiding moeten uitvoeren. Om alles nog even op te frissen kijken jullie naar de drie filmpjes die in de onderstaande twee links te vinden zijn.

 

Profielkuil

Kluitonderzoek en grondboring

 

Waterhuishouding

Al de neerslag die op de bodem valt zakt voor een groot gedeelte de grond in. In de bodem zitten lagen en wanneer dit water op een ondoordringbare laag stuit ontstaat een grondwaterlaag. Hoe diep deze laag zit wisselt per regio en is ook afhankelijk van de hoeveelheid neerslag.

De waterhuishouding van de bodem hangt dan ook voor een groot gedeelte af van de stand van dit grondwater. Te diep en het terrein is droogtegevoelig, te ondiep en je hebt wateroverlast.

Presentatie - Water in de bodem

Grondwaterprofiel of hangwaterprofiel?

Voor het opstellen van een beplantingsplan is het belangrijk te weten met welk profiel je te maken hebt. Als je het heel precies wilt vaststellen moet je een uitgebreid onderzoek doen maar er is ook een eenvoudige manier om een redelijk goede indicatie te krijgen.

Stap 1. Bepaal de GVG en de GLG. Dit kan je op een bodemkaart opzoeken maar moet je ook altijd middels een veldonderzoek staven.

Stap 2. Bepaal de grondsoort. Ook hier geld weer, dit kan je op een bodemkaart opzoeken maar moet je ook altijd middels een veldonderzoek staven.

Stap 3. Bepaal de capillaire opstijging welke bij deze grondsoort past. Gebruik hierbij onderstaande tabel:

Stap 4. Tel de capillaire opstijging bij de GVG op en bepaal de diepte vanaf waar het grondwater bereikbaar is.

Stap 5. Tel de capillaire opstijging bij de GLG op en bepaal de diepte vanaf waar het grondwater bereikbaar is.

Als het profiel geen belemmeringen heeft, reiken de wortels van kruidachtige planten tot ongeveer 90 cm diepte en van houtige planten tot ongeveer 130 cm diepte.

Wanneer je beplanting in de zomer het grondwater kan bereiken heb je te maken met een grondwaterprofiel. Wanneer je beplanting alleen in het voorjaar het grondwater kan bereiken is het een contactprofiel. Wanneer je beplanting zowel in het voorjaar als in de zomer niet bij het grondwater kan, heb je te maken met een  hangwaterprofiel.

Je gaat, in deze les, de bodemgesteldheid en de waterhuishouding van (een gedeelte van) de schooltuin in kaart brengen. Je doet hiervoor een profielonderzoek met een grondboring.

Voorbereiding: Maak een plan van aanpak. Bepaal wat je wilt onderzoeken en wat je hiervoor nodig hebt.

Uitvoering: Voer je onderzoek uit. Noteer de gegevens tijdens je onderzoek op een logische en gestructureerde wijze zodat anderen dit ook kunnen interpreteren.

Uitwerking: Werk je gegevens uit in een rapportje. Schrijf een inleiding (met aanleiding), de wijze van onderzoek, de onderzoeksgegevens en je conclusie (over de bodemgesteldheid en de waterhuishouding)

Inventariseren: kwantiteit en kwaliteit (GIS)

Inleiding

Bij ruimtelijke ontwikkeling hebben we vaak te maken met een oude situatie. Denk daarbij aan bestaande beplanting en/of bouwkundige constructies.

Je moet jezelf altijd de vraag stellen wat hiervan gehandhaafd kan blijven, wat eventueel gerecycled kan worden en wat uiteindelijk afgebroken en afgevoerd moet worden. Het is daarom belangrijk om te weten wat er is, hoeveel daarvan is en in welke staat het verkeerd.

In dit arrangement gaan we dit doen door de beheergroepen te bepalen en de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens hiervan op te nemen.

Beheergroepen

Het staat je vrij om te bepalen hoe je de aanwezige elementen op kwantiteit en kwaliteit inventariseerd.

In het openbare groen, waar het vaak om flinke bedragen gaat, wat ook nog eens door de belastingbetaler gefinancieerd wordt, is men al jaren gewend om op een transparante en systematische manier te werken. Hierbij worden de verschillende elementen in vergelijkbare beheergroepen ingedeeld. Deze beheergroepen zijn in hoofdzaak puntvormig, lijnvormig of vlakvormig. De kwaliteit van deze elementen kan vastgesteld worden aan de hand van beeldmeetlatten. Deze zijn te vinden in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte (KOR). 

Opdracht 1: Zoek op internet naar 'beheergroepen'. Kijk vooral bij bestaande beheerplannen. Maak een lijst van hoofdgroepen en subgroepen.

 

Als het goed is zullen de verschillende beheergroepen die je gevonden hebt op hoofdgroepen niet veel van elkaar afwijken. Op subgroepen is dat vaak een ander verhaal. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Wellicht keek je bij beheergroepen van een specifiek gebied waar niet alle groepen aanwezig zijn en dus niet gemeld worden. Een andere oorzaak is dat er vanuit het verleden varschillende systemen waren waarmee men kon werken. Er was het IMAG Normenboek, de RAW systematiek, de eerste kwaliteitsmeetlatten, enz. Daarnaast waren er ook nog verschillende software-leveranciers welke soms een eigen indeling hanteerden.

 

Opdracht 2: Vergelijk je lijst met beheergroepen met het gedeelte van de schooltuin dat je gaat aanpakken. Schrap alle beheergroepen die niet in de object voorkomen en maak een extra lijstje van elementen welke wel aanwezig zijn maar niet in je lijst staan. Probeer deze onder de juiste hoofdgroepen te plaatsen.

 

Zoals al eerder gezegd, het staat ieder vrij om je eigen beheergroepen te kiezen maar het heeft grote voordelen wanneer de onderdelen van het groenbeheer wat betreft systematiek op elkaar aansluiten. Je ziet dat dit ook steeds meer het geval is en dat men daarbij kiest om de RAW systematiek als basis te nemen. Zo ook in de kwaliteitscatalogus.

 

Kwaliteit

Er zijn tijden geweest dat groenobjecten bij renovatie of aanleg in zijn geheel vervangen werden. Hopelijk zijn we als sector inmiddels zo ver dat we dit niet standaard meer willen en zullen doen. 

Het is dan wel belangrijk om de kwaliteit van de aanwezige elementen in beeld te krijgen. Is het uberhaupt te handhaven of te hergebruiken?

Ook hier staat het je weer vrij om zelf kwaliteitscriteria te bepalen. Er is echter voor het openbare ruimte een handboek ontwikkeld waarin voor verschillende elementen kwaliteitsaspecten bepaald zijn, de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte:

 

 

Opdracht 3: Zoek in de Kwaliteitscatalogus welke beheergroepen deze hanteerd en vergelijk deze met je eigen lijst uit opdracht 2. Reflecteer op de volgende vragen:

  • Passen de meetlatten bij jouw beeld van kwaliteit?
  • Zijn er kwaliteitsaspecten genoemd waar je, in deze opdrachten, niets mee kan?
  • Zijn er kwaliteitsaspecten die volgens jou ontbreken?
  • Welke beheer(sub)groepen zijn in je object aanwezig maar hebben geen meetlatten in de Kwaliteitscatalogus?

Maak aan de hand van deze reflectie per beheer(sub)groep een overzicht van kwaliteitspunten welke je gaat inventariseren.

Kwantiteit

De verschillende elementen inventariseer je ook op kwantiteit, de hoeveelheden. Welke hoeveelheden je inventariseerd is afhankelijk van het doel. Als je een haag wilt gaan onderhouden wil je graag weten hoeveel vierkante meter er gesnoeid moet worden. Als de haag echter gerooid en afgevoerd moet worden is het voldoende in te kunnen schatten hoeveel kuub groenafval dit is.

Voor het bepalen van de hoeveelheden verdelen we elementen vaak in puntelementen, lijnelementen en vlakelementen. Bij het thema/IBS beheerplan heb je hier al eens naar gekeken. Samengevat, als je van prullenbakken het type weet, volstaat het om de hoeveelheid stuks te inventariseren (puntelement), bij een haag met een vaste hoogte en breedte, zou het voldoende moeten zijn om de lengte te meten (lijnelement) en van b.v. een gazon zal je oppervlakte en omtrek moeten inventariseren (vlakelement).

 

Opdracht 4: Bekijk je lijst uit opdracht 2 en bepaal of je de verschillende beheer(sub)groepen als punt-, lijn- of vloakelement kan inventariseren.

 

Geografisch Informatie Systeem

In de openbare ruimte wordt al sinds lange tijd voor het beheer gebruik gemaakt van geografische informatiesystemen (GIS). 

Als je nog niet weet wat GIS is raad ik je aan de volgende webpagina te lezen: Geografisch informatiesysteem - Wikipedia

GIS is een ideale manier om de verschillende punt-, lijn- en vlakelementen letterlijk in kaart te brengen en te voorzien van data zoals de kwaliteit. Dit alles kan je in kaarten tekenen, opslaan en delen met anderen. Je kan andere digitale kaarten onder leggen om analyses te maken en conclusies te trekken.

Er zijn verschillende GIS applicaties die je kan gebruiken. Wellicht heb je tijdens je opleiding al eens met ArcGIS gewerkt. Dit is een uitstekende applicatie maar vereist wel dat je inlogt. Een andere, meer laagdrempelige GIS applicatie is EduGIS. Ook hier kan je kaartlagen maken en opslaan. Deze bestanden zijn vervolgens ook in andere GIS applicaties te importeren.

 

Opdracht 5: Ga naar Edugis.

  • Klik op 'kaartlagen' en dan op 'achtergrondlagen'. Bekijk de verschillende achtergrondlagen en kies er één uit die voor jou het beste past voor je inventarisatie.
  • Klik op 'kaartlagen' en ga naar 'Landschap, grond en bodem', ga naar 'Hoogte' en vink 'Hoogte (AHN3)' aan. Je kan nu op de knop met de 'i' klikken en als je daarna op de kaart met je rechter muisknop klikt kan je de hoogte aflezen. Wat is de gemiddelde hoogte van je deel van de schooltuin?
  • Ga naar de knop met de meetlat en meet de techniekhal op. Wat is de totale oppervlakte en de omtrek? Vergeet niet de hoogtekaart weer 'uit te vinken'.

 

 

Opdracht 6: Klik op de knop met het potloodje en kies 'Puntenlaag'. Maak voor je deel van de schooltuin een puntenlaag voor de bomen. Denk goed na welke informatie je wilt inventariseren (bv boomsoort, hoogte, staat van onderhoud, enz.)
Als je dit op je telefoon doet, kan je naar buiten lopen en de verschillende bomen vrij makkelijk invoeren door ter plekken een punt op de juiste plaats op de kaart ts zetten en vervolgens de gevraagde gegevens in te voeren.
Voor meer uitleg kan je in het volhgende youtubekanaal korte instructiefilmpjes vinden: Stichting Edugis - YouTube

Inventariseren: wet- en regelgeving

Inleiding

Bij het opstellen van plannen heb je altijd te maken met vigerend beleid en wet- en regelgeving.

Wetten en regels

In een land als Nederland, met relatief veel mensen op een klein stukje grondgebied, ontkomen we er niet aan om regels op te stellen over hoe we met de ruimte omgaan. Voor het afbreken en/of aanleggen van tuinen en groenvoorzieningen zijn er al een heleboel wetten die daar zijdelings of heel direct mee te maken hebben. Als vakmensen verwachten we dat jullie op de hoogte zijn van de meest relevante wet- en regelgeving en om die reden hebben jullie in de afgelopen jaren regelmatig stil moeten staan bij zaken als WIBON, de Wet natuurbescherming of de Arbowet.

Als je plannen gaat opstellen is het belangrijk dat je daarbij continu bewust bent van de kaders van de wet. Om dit iets overzichtelijker te maken wil de overheid veel losse wetten en regels samenvatten in een alles omvattende omgevingswet.

Opdracht 4

Hieronder staat de link naar het omgevingsloket. Neem de volgende twee werkzaamheden in gedachte, het maken van een vijver in het gras bij de kas en het kappen van één van de moeraseiken op de parkeerplaats. Alle overige informatie mag je zelf aanvullen.

Doorloop voor elk van deze werkzaamheden de vergunningscheck en kijk wat de uitkomst is.

Omgevingsloket

Subsidies

Een subsidie is een (tijdelijke) bijdrage die je voor bepaalde activiteiten kan krijgen. Veelal worden subsidies beschikbaar gesteld door overheden.

Het beschikbare budget voor projecten worden deels bepaald door beschikbare subsidies.

 

Opdracht:

Inventariseer bij de onderstaande links wat de subsidiemogelijkheden binnen jullie projectgebied zijn en (globaal) onder welke spelregels. Maak hiervan een overzicht.

Extra: Wet natuurbescherming

Bij het uitvoeren van al je werkzaamheden heb je te maken met een zorgplicht vanuit de Wet natuurbescherming. Als er beschermde soorten aanwezig zijn in je plangebied of verstoord kunnen worden, heb je een vrijstelling of ontheffing nodig.

Neem zelf, of met je docent onderstaande presentatie door.

Effectenindicator soorten

Alhoewel de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het aanleveren van de benodigde gegevens, kan het nooit kwaad om zelf ook een indicatie te hebben van wat je kan verwachten.

Een snelle manier is het gebruik van de effectenindicator soorten. Dit is een online tool welke hoort bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Effectenindicator soorten

Analyse van de inventarisatie

Inleiding

Je hebt inmiddels veel informatie over het object verzameld. Door nu deze informatie te bundelen in een overzichtelijk geheel, zie je eenvoudiger wat de verbanden tussen de gegevens en de ervaren knelpunten zijn. Ook worden eventuele radvoorwaarden duidelijk.

Deze analyse is nodig voor de vervolgstappen maar kan ook als product op zichzelf staan. 

Opdracht:

Lees blz. 39 t/m 41. Stel, aan de hand van dit format, een inventarisatierapport op. Je mag hiervan wel wat afwijken maar wel functioneel en beargumenteerd. Voeg dit rapport in je mapje in Teams.

Planvorming en presentatie

Planvorming: programma van eisen

In een opdracht van een student stond naar aanleiding van het klantgesprek de volgende tekst:

"De klant wilt graag dat we het gazon een keer verticuteren want er staat teveel mos in. Ook wil ze dat we een kleine pergola maken omdat de klimplant ipv tegen de schutting, door de border groeit. In de voortuin wil ze dat we alles gaan snoeien want dat is al in geen jaren meer gebeurd."

Vraag 1: Zijn de wensen en eisen van de klant goed in beeld gebracht? Waarom vind je dat (niet)?

Wanneer je met een klant/opdrachtgever in gesprek gaat over een project, is het belangrijk om te bepalen wat wensen en eisen zijn en wat zaken zijn waar je zelf invloed op wilt hebben.

De wensen (en eisen) zet je in een programma van eisen. Wat uiteindelijk voldoet aan deze voorwaarden en hoe je dat doet, komen respectievelijk in je ontwerp en je projectplan.

We kunnen de wensen en eisen in vier categorieen delen:

  • Randvoorwaarden: dat zijn de zaken waar je je aan moet houden.
  • Functionele wensen: welke functie of taak heeft de tuin of onderdelen van de tuin?
  • Gebruikerswensen: welke eisen stellen de gebruikers aan het resultaat?
  • Ontwerpbeperkingen: eisen die te maken hebben met de bouw / constructie

Bij aanbestedingen is het gebruikelijk dat de opdrachtgever zelf een programma van eisen heeft opgesteld.

Let op: een goed opgesteld programma van eisen vormt de basis voor de oplevering!

Opdracht 3: Maak eens een overzicht van informatie welke je zou willen of moeten opnemen in een programma van eisen. Geef aan tot welke categorie het hoort en hoe (bureau-onderzoek, veldonderzoek of intakegesprek) je aan de gegevens wilt gaan komen.

Lees paragraaf 3.2 van de module Tuinontwerpen. In de tekst staat een link naar een inventarisatieformulier (hieronder bijgevoegd).

Inventarisatieformulier Mario Kooij Hovenier

Inventarisatieformulier Baaij Hoveniers

Tuinontwerp formulier Karin van den Hoven Tuinen

Opdracht 4: Hierboven staan een aantal voorbeelden van inventarisatieformulieren. Neem ze door en verwerk punten die jij interessant vind in een eigen inventarisatieformulier (t.b.v. je programma van eisen). Je stelt dit formulier op in Word.

Nu je bepaald hebt wat je zou willen weten en/of uitzoeken, kan je aan de slag met je inventarisatie. Het kan echter ook zo zijn dat je dit uitbesteed aan één of meerdere collega's.

Om te zorgen dat de juiste gegevens geinventariseerd worden en dan ook nog op een leesbare manier kan je van je inventarisatieformulier een Forms formulier maken. Hoe dat moet zie je in onderstaande video.

Hoe maak je een Forms enquete

Vraag 5: Welke mogelijkheden zie jij voor het gebruik van Forms om de inventarisatie uit te voeren en de gegevens vast te leggen?

Opdracht 6: Ga naar Forms onder de 'wafel' in Yunet. Maak een nieuw formulier en ga eens op je gemak kijken welke mogelijkheden er allemaal zijn. Wanneer je genoeg 'gespeeld' hebt, ga je proberen een serieus formulier te maken aan de hand van je eigen inventarisatieformulier.

Opdracht: Wanneer je daadwerkelijk je inventarisatie hebt afgerond, kan je je programma van eisen opstellen. Je mag hiervoor het bijgevoegde format gebruiken maar je mag ook een eigen format hiervoor gebruiken.

Planvorming: herhaling ontwerpproces

In leerjaar 2 hebben jullie het thema Ontwerpen gevolgd. In deze les gaan we het proces van het ontwerpen nog een keer herhalen.

Opdracht: Lees hoofdstuk 4, 5 en 6 van de module Ontwerpen. Maak een processchema (flowchart) van de stappen in het ontwerpproces.

We pikken er ééntje uit en zullen deze klassikaal bespreken.

Planvorming: groenblauwe netwerken

De analyse is misschien wel de belangrijkste stap in het ontwerpproces. Een ontwerp is in zijn meest eenvoudige vorm een oplossing voor de knelpunten tussen wat je hebt (inventarisatie) en wat je wilt (programma van eisen). Deze oplossingen zijn te vinden in de keuze van tuinonderdelen (functionaliteit), vormgeving (esthetiek) en techniek.

Tegenwoordig worden er steeds meer eisen gesteld aan thema's als duurzaamheid, circulariteit, biodiversiteit, enz. 

Opdracht 1: Lees onderstaand artikel. Op welke twee aspecten wordt volgens het artikel gelet bij het beoordelen van bestekken? Spelen deze twee aspecten ook een rol in jullie project?

Sommigen van jullie hebben het keuzedeel 'De levende tuin' gevolgd. Daar heb je geleerd dat je een tuin kan beoordelen op 18 thema's, verdeeld over 4 pijlers (natuur, economie, mens en klimaat). Voor de geintereseerden is de handleiding hier te vinden.

Een ander instrument wat in grote lijnen hiermee overeenkomt is de Omgevingswijzer

Opdracht 2: Neem de 'opbouw' en 'uitleg' van deze wijzer door en maak een project aan waarbij je jullie projectgebied in de huidige situatie analyseert aan de hand van de punten van de omgevingswijzer. Je kan de analyse als pdf uitprinten en toevoegen in je map. 

Vraag 3: Welke verbeterpunten zie je die ook door de opdrachtgevers genoemd zijn? En welke verbeterpunten zie je die nog niet genoemd zijn?

Groenblauwe netwerken

In de voorgaande opdrachten heb je gekeken naar thema's en aspecten die te maken hebben met zaken als duurzaamheid, biodiversiteit, enz.

Als het goed is ben je zo onderhand voldoende op de hoogte van deze thema's en ben je in staat om ze voor jezelf te ordenen.

Facultatief: Ga naar de volgende site en lees de tekst door. Hierin worden verschillende thema's nog een keer uitgelegd met een goede toelichting van het belang ervan.

Vanuit het programma van eisen kunnen problemen op bovengenoemde thema's naar voren komen waar je oplossingen voor moet gaan bedenken. De site Groenblauwe netwerken is hiervoor een schatkist aan informatie met allerlei oplossingen en inspirerende projecten.

Opdracht 4: Ga naar de site van Groenblauwe netwerken en klik op het tabblad maatregelen. Aan de linkerkant zie je 'thema's'. Klik op het thema 'biodiversiteit. Vul daaronder de rest van de zoekcriteria in en neem de gegeven maatregelen globaal door. Kies twee maatregelen welke volgens jou haalbaar zijn en onthoud deze voor wanneer we het klassikaal gaan bespreken.

Opdracht 5: Kijk op dezelfde site bij het tablad 'Projecten'. Kies een project welke volgens jou het meest in de buurt ligt van onze schooltuin. Welke ideeen zijn hieruit te halen? Zijn er foto's te vinden die je zou kunnen gebruiken om je eigen ontwerp te illustreren?

Planvorming: presenteren

Begroten en werkplan opstellen

Voorcalculatie herhaling

Wanneer je werk aanneemt is het belangrijk om een realistische voorcalculatie te maken. Je kan immers achteraf niet met een afwijkende eindfactuur komen.

Het maken van een voorcalculatie is niet enkel het schatten van de werkzaamheden en de uren, je moet ook snappen hoe overige kosten van bedrijfsvoering doorgerekend kunnen worden. Hiervoor zijn een aantal begrippen belangrijk:

Vraag 1: Wat is het verschil tussen directe- en indirecte kosten?

Vraag 2: Wat is het verschil tussen vaste en variabele kosten?

Alle kosten worden uiteindelijk met toevoeging van opslagpercentages doorberekend aan de klant. Hiervoor gebruiken we traditioneel drie 'kostendragers':

  • Arbeid
  • Machines
  • Materialen

Opdracht 3: Kostendragers

Lees Arbeidskosten, paragraaf 3.2 en 3.3.

Lees Machinekosten, paragraaf 4.1

Lees Materiaalkosten, paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4

 

Maak de vragen aan het eind van deze paragrafen.  

 

 

Opdracht 4: Oefenen

Hieronder vind je een simpel ontwerp met een aantal aanwijzingen. Probeer de aanleg van dit ontwerp te begroten. Gebruik hiervoor het lege begrotingsformulier.

Prijzen en normen kan je uit boeken halen, op internet opzoeken of zelf zo reëel mogelijk schatten (ga niet schatten omdat je te 'lui' bent om iets op te zoeken)

 

Staartkosten

We hebben al gezien dat we kosten kunnen verdelen in directe kosten (direct aan een project toe te schrijven) en indirecte kosten (te verdelen over alle projecten via opslagpercentages).

We kunnen kosten ook verdelen in vaste kosten en variabele kosten. Variabele kosten zijn kosten die samenhangen met de hoeveelheid uren inzet en gebruikte materialen. Vaste kosten veranderen niet of je nu meer of minder uren of materialen inzet.

Vraag 5: Noem een aantal vaste en variabele kosten

Veel vaste kosten worden toch ondergebracht bij de kostendragers 'arbeid', 'machines' en 'materialen'.

Vraag 6: noem een aantal voorbeelden van vaste kosten welke meegerekend worden bij deze drie kostendragers.

Vraag 7: welke soort vaste kosten worden. denk je, toch meegerekend?

De vaste kosten die toe te schrijven zijn aan specifieke projecten noemen we staartkosten en nemen we als zodanig in de begroting op.

Lees in het boek: Begroten, offreren en werkplanning maken, paragraaf 6.3. Hier worden een aantal staartkosten omschreven.

Vraag 8: Een aantal van deze voorbeelden worden door hoveniers doorgaans niet als staartkosten gezien maar bij het werken met een RAW bestek wel. Waarom zou dat zijn?

Vraag 9: Werk door derden wordt opgenomen als staartkosten. Hoe begroot je dit wanneer dit op regiebasis gebeurd?

Vraag 10: Waarom begroot je met kosten zonder door jou betaalde BTW?

 

Calculeren met tijdnormen

Tijdnormenboek

Bij het opstellen van een begroting en/of een planning maken we vaak gebruik van gemeten tijdnormen. Er zijn verschillende normboeken te krijgen. Wij gaan, voor dit arrangement, werken met Het Groene Boek.

De normen hierin zijn gegroepeerd volgens de RAW systematiek. De normen hebben een code bestaande uit een werkcategorie-code, een subwerkcategorie-code en een romptekst-code.

Voorbeeld:

  1. werkcategorie-code 22: Grondwerken
  2. subwerkcategorie-code 01: Grond ontgraven
  3. Romptekst-code 01: Grond ontgraven uit watergang / geul / cunet / put / haven.

Dus de volledige code van Grond ontgraven uit watergang / geul / cunet / put / haven is: 22.01.01.

Deze code komt overeen met de code uit de RAW catalogus.

Bij de code uit de vorige vraag staat de volgende omschrijving:

"inclusief transport binnen het werkvak, losmaken en geringe aanvulling met zand;
bij het straten in een hard zandbed de tijdnorm met 10% verhogen;
bij het straten van glooiingen de tijdnorm met 100% verhogen"

Rekenen met tijdnormen

Het tijdnormenboek is niet bepaald een makkelijk boek. We hebben al gezien dat je goed moet zoeken en lezen om te bepalen waar je welke werkzaamheden vind en of je daarbij niet iets mist. Daarnaast moet je ook goed snappen wat de genoemde getallen precies betekenen.

Lees, voor de volgende vragen, pagina 8 t/m 10 van Het Groene Boek.

Opdracht:

Werk je inventarisatiegegevens uit in een inventarisatierapport. Een format voor zo'n rapport vind je hier op blz. 39 tot en met 41.

Hieronder staat een deel uit Het Groene Boek:

Hieronder vind je een ander normendocument.

Begroten en werkplan opstellen: fasering project en opstellen netwerkplanning

Inleiding

Om grip te houden op een project is het belangrijk om in de voorbereiding al een goede (lees: bruikbare) planning te maken. Een veel gebruikte methode om een complexe klus te plannen is het maken van een netwerkplanning. In deze les ga je kijken wat precies een netwerkplanning is en hoe je er zelf één op kan stellen.

Netwerkplanning deel 1

Netwerkplanning deel 2

Opdracht 1: Hieronder staat een activiteitentabel van de aanleg van een voor- en achtertuin. Maak van deze tabel een netwerkplanning en beantwoord de volgende vragen:

  1. Wat is de project duur?
  2. Wat is de doorlooptijd?
  3. Wat is het kritieke pad?
  4. Stel, je mag een extra medewerker inzetten. Op welke werkzaamheden kan je tijdwinst halen?

 

Opdracht 2:

De kern Pullermonde in de gemeente Pulstroom is zo’n 600 jaar geleden ontstaan als lintdorp aan de monding van de Pulle. Jarenlang is de kern niet groter geweest dan de as Hoofdstraat/Kerkstraat. Ondanks de grote uitbreidingen van de kern in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is de as nog duidelijk aanwezig en vormen de Hoofdstraat en Kerkstraat de twee belangrijkste invalswegen van de kern.
Een derde invalsweg wordt gevormd door de Kennedylaan, welke de nieuwbouwwijken De Polders en Pulhof van elkaar scheidt. De Kennedylaan sluit aan op de kerkstraat ter hoogte van de Markt in het centrum van Pullermonde.

Uit archiefmateriaal blijkt dat de as Hoofdstraat/Kerkstraat al sinds de 19e eeuw beplant is geweest met aan beide zijden een bomenrij (Tilia x europaea ‘Euchlora’). In de Kerkstraat is deze beplanting nog intact maar in de Hoofdstraat zijn nog slechts restanten van deze beplanting over. Uit de inventarisatie blijkt dat er nog 124 bomen over zijn van gemiddeld 60 jaar oud. Van deze bomen verkeren 12 in zo’n slechte staat dat kappen noodzakelijk is.

De gemeenteraad heeft vorig jaar enthousiast ingestemd met de nieuwe groenvisie voor de kern Pullermonde. Een onderdeel van dit stuk is het herstellen van de bomenrijen op de as Hoofdstraat/Kerkstraat en het aanplanten van dezelfde bomenrijen langs de Kennedylaan.

Inventarisatie

Kerkstraat: hier zijn nog 103 bomen aanwezig. Hiervan moeten er 5 gekapt worden. Inc. Vervanging van deze 5 bomen moeten hier in totaal 24 bomen aangeplant worden. Op de plaatsen waar nieuwe bomen komen zijn nu parkeerplaatsen per nieuwe boom zal een parkeerplaats verdwijnen.

Hoofdstraat: In de hoofdstraat zijn nog 21 bomen aanwezig. Van deze bomen moeten er 7 gekapt worden. Inc. Vervanging van deze 7 bomen moeten hier in totaal 52 bomen aangeplant worden. Op de plaatsen waar nieuwe bomen komen zijn nu parkeerplaatsen per nieuwe boom zal een parkeerplaats verdwijnen.

Kennedylaan: hier zijn 35 Prunus serrulata ‘Kanzan’, in brede groenstroken langs de weg aanwezig. De groenstroken zijn geschikt om een bomenrij aan te planten maar de Prunussen moet verwijderd worden. In de Kennedylaan zullen 100 Tilia’s aangeplant worden.

Het opbreken van de parkeerplaatsen en het plantklaar maken van de vakken zal aanbesteed worden. Deze werkzaamheden nemen volgens begroting 3 weken in beslag. Het bestek is al geschreven. Houd rekening met een aanbestedingsduur van ongeveer 5 maanden. Het kappen en aanplanten van de nieuwe bomen willen we door de eigen groendienst uit laten voeren. Deze werkzaamheden zijn als volgt begroot:
47 Bomen kappen: 7 weken met twee man
176 Bomen planten: 6 weken met twee man
Levertijd van de bomen is 2 weken

Voor alle te kappen bomen moet intern een kapvergunning worden aangevraagd. Houd rekening met een duur van ongeveer 6 weken. Het is wenselijk om zowel voor de bewoners van de nieuwbouwwijken De Polders en De Pulhof als voor de bewoners uit het centrum een informatieavond te houden. De uitnodigingen voor deze bijeenkomsten moeten minimaat 2 weken van te voren de deur uit. Daarnaast willen we door middel van een artikel in de Mond tot monde (regioblad) de inwoners bekend maken met en op de hoogte houden van dit project. We denken dan aan een introductieartikel, een artikel wanneer de werkzaamheden aanvangen en een artikel wanneer de werkzaamheden klaar zijn. Inwoners van de Kerkstraat en de hoofdstraat moeten middels een schrijven op de hoogte worden gebracht van het verdwijnen van parkeerplaatsen en de te verdwijnen parkeerplaatsen moeten tijdig gemarkeerd worden zodat ze bij aanvang van de werkzaamheden vrij zijn.

Opdracht 2a Stel een activiteitentabel op voor deze werkzaamheden

Opdracht 2b Stel een netwerkplanning op.

Begroten en werkplan opstellen: opstellen werkplan

Inleiding

Wanneer je hier bent aangeland kunnen we stellen dat je werkvoorbereiding zo goed als klaar is. Het wordt tijd om het project over te dragen naar anderen. Dit doen we in de vorm van een 'werkplan' of 'uitvoeringsplan'.

Lees de volgende paragraaf en probeer de vragen te beantwoorden.

Vraag 1: Wat is de functie van een werkplan?

Vraag 2: Voor wie wordt een werkplan geschreven?

Vraag 3: Wat komt er in een werkplan te staan?

Opdracht 4: Verzamel de juiste informatie uit je project in een werkplan

Oplevering en nacalculatie

Oplevering en nacalculatie: projectadministratie en oplevering

Projectadministratie

In jullie rol als uitvoerder ben je niet altijd bij elk project ter plaatse. Omdat je wel eindverantwoordelijk blijft bij deze projecten moet je dus op de hoogte blijven van de voortgang van deze projecten.

 

Vraag 1: Een uitvoerder stuurt doorgaans op drie aspecten. Welke zijn dat?

Vraag 2: Welke risico's loop je wanneer je op deze aspecten geen controle hebt?

Vraag 3: Welke informatie heb je nodig om hierop te kunnen sturen en hoe kom je aan deze informatie?

 

Opdracht 4: Maak een Excelbestand waarin je een manier ontwerpt (incl formules) om je projectadministratie bij te kunnen houden.

 

Opleveren

Elk werk start met een afspraak. Dit kan een werkomschrijvende offerte en/of een tekening of wellicht een bestek zijn. Op een goed moment is het werk klaar en ga je het opleveren. In deze en de volgende les gaan we wat meer inzoomen op het proces van opleveren want dat is niet geheel vrijblijvend zoals je zal merken.

Wikipedia opleveren

Wettekst over opleveringen

Vraag 1: Geef in je eigen woorden een definitie van de term 'opleveren'

Vraag 2Waarom is het voor een aannemer belangrijk het werk op te kunnen leveren?

Vraag 3: Waarom is het voor een opdrachtgever belangrijk om het werk opgeleverd te krijgen?

Vraag 4: Wat zijn de uitgangspunten voor de oplevering?

Proces-verbaal van oplevering

Vraag 5: Onder welke voorwaarden kan de opdrachtgever een oplevering weigeren?

Vraag 6: Wat gebeurt er als een opdrachtgever een oplevering onterecht weigert?

Vraag 7: Hoe ga je om met gebreken die een oplevering niet in de weg staan maar wel opgelost moeten worden?

Vraag 8: Welk termijn wordt meestal aangehouden voor de aannemer om de resterende gebreken te herstellen?

Vraag 9: Wie is verantwoordelijk voor zichtbare gebreken na de aanvaarding?

Vraag 10: Wie is verantwoordelijk voor niet zichtbare gebreken na de aanvaarding?

Vooroplevering

Vraag 11: Wat is een vooropname / vooroplevering?

Vraag 12: Waarom is het nuttig een vooropname te doen?

Gebreken en herstel deel 2

Vraag 13: Het bovenstaande artikel geeft de regels zoals die in het UAV (Uniforme Administratieve Voorwaarden) zijn beschreven. Welke regels gelden wanneer er niet volgens deze voorwaarden gewerkt wordt?

Vraag 14: Je verwacht een werk op 17 juni op te kunnen leveren. Maak een tijdspad met de termijnen welke in bovenstaande link te vinden zijn

Gebreken en herstel deel 1

Vraag 15: Wat is opschortingsrecht?

Vraag 16: Welke termijn wordt meestal aangehouden bij het opschorten van betaling?

Oplevering en nacalculatie: nacalculatie en verschillen-analyse

Nacalculatie is een essentieel onderdeel van projectmanagement. Het is een berekening die wordt uitgevoerd na de uitvoering van een opdracht. Maar waarom is dit zo belangrijk?

Stel je voor: je hebt een project afgerond, een product geproduceerd, of een dienst geleverd. Nu wil je weten hoe het werkelijk is gegaan. Hebben de kosten en opbrengsten zich gehouden aan de verwachtingen? Dat is waar nacalculatie om de hoek komt kijken. Een nacalculatie geeft je inzicht in de daadwerkelijke prestaties en helpt je te leren en te verbeteren.

 

Opdracht 1: Wanneer een project loopt houd je een projectadministratie bij. Hierin vind je de begroting maar hierin verzamel je ook je facturen en werkbonnen. Een projectadministratie helpt je om (financieel) vinger aan de pols te houden en om na de oplevering een nacalculatie op te stellen.

Hieronder vind je een begroting van een project. Daarnaast vind je twee facturen en zes werkbonnen (vrij simpel allemaal). Stel, aan de hand van deze documenten een nacalculatie op. Hierbij kan je gebruik maken van het nacalculatieformulier.

 

Begroting
Begroting
Facturen
Facturen
Werkbon 1
Werkbon 1
Werkbon 2
Werkbon 2
Werkbon 3
Werkbon 3
Werkbon 4
Werkbon 4
Werkbon 5
Werkbon 5
Werkbon 6
Werkbon 6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verschillenanalyse

Om in de toekomst verschillen tussen de voor- en nacalculatie zoveel mogelijk te voorkomen, ga je de uiteindelijke voor- en nacalculatie nog een keer onder de loep nemen. Hierbij ga je bij elk verschil van gerealiseerde kosten t.o.v. de begrote kosten uitzoeken wat de reden is van het verschil. Het doel hiervan is om bij een volgende begroting een betere inschatting te kunnen maken, om verschillen zo veel mogelijk te voorkomen.

De verschillenanalyse richt op onderstaande eventuele verschillen:

1) Efficiencyverschillen:

Toelichting: bij efficiencyverschillen is er in de begroting uitgegaan van een andere hoeveelheid uren dan in de nacalculatie blijkt. Het kan dus zijn dat iets sneller of langzamer duurde dan begroot. Probeer te achterhalen waar deze verschillen vandaan komen en pas eventueel je normen aan.

2) Prijsverschillen:

Toelichting: prijsverschillen treden op wanneer er in de nacalculatie blijkt dat de prijzen hoger of lager uitgevallen zijn dan begroot. Dit kan liggen aan gehanteerde normen voor producten of kortingen vanuit de leverancier.

3) Hoeveelheidsverschillen:  

Toelichting: bij de voorcalculatie ga je uit van een bepaalde hoeveelheid producten. Om verschillende redenen kan het zijn dat je uiteindelijk meer of minder producten gebruikt hebt. Wellicht was het breukverlies hoger dan je verwacht had of heb je door een meetfout teveel van iets besteld.

Opdracht 2: Bekijk je nacalculatie uit opdracht 1 en bereken hoeveel efficiencyverschil, prijsverschil en hoeveelheidsverschil er is. Probeer per post aan te geven wat een mogelijke oorzaak kan zijn of welke vragen je beantwoord zou willen hebben om dat te kunnen bepalen.