Zoals de titel zegt, deze lessenserie gaat over spelling. Je hebt er al les over gehad op de basisschool, op de middelbare school en dan nu weer? Het blijkt dat veel informatie wegzakt en herhalen werkt.
Omdat niet iedereen dezelfde onderdelen lastig vindt of dezelfde herhaling nodig heeft, is deze pagina opgesteld. Lees eerst even de tekst onder het kopje Waarom?. Maak vervolgens de test, dan weet je waar je staat. Daarna doorloop je de stappen 4 tot en met 6 en doe je de eindtoets. Lastige onderdelen kun je uitgebreider oefenen, makkelijke onderdelen kun je kort herhalen. Uitleg wordt gegeven, gecombineerd met vragen en een kennisclip met een aparte toelichting op 't taxikofschip.
Blijkt uit de test dat je geen moeite hebt met spelling dan kun je vlot door dit arrangement heen, lees dan de theorie nog even door en maak de opdrachten. Maak van de resultaten van de verschillende tests en checks printscreens en mail die in een keer naar me toe; vergeet niet om dan nog even op de meningenmuur je mening te schrijven. Ben je klaar dan heb ik uitdagende extra opdrachten liggen waar je mee aan de slag kunt!
Ik ga ervan uit dat na het doorlopen van de stof en de oefeningen, de behandelde onderdelen voor jullie geen verrassingen meer kennen. Mocht blijken dat er onderdelen zijn die de meerderheid nog lastig vindt dan worden die onderdelen extra in de lessen behandeld.
Succes en plezier!
2. Waarom?
Waarom weer aan de slag met spelling?
Er zijn twee belangrijke redenen:
1. Spelling is een belangrijk punt van beoordeling bij het examen Schrijven.
Zorg dat je de regels goed toepast en je kans van slagen is groter.
2. Het is niet alleen voor je examen van belang,
in je werkzame leven zul je teksten moeten kunnen schrijven.
Je wilt dan zo min mogelijk fouten maken en daar zetten we op in
door er ook op deze school mee te blijven oefenen.
3. Test
Voor de een is spelling een makkie, voor de ander blijft het een uitdaging. Om te zien waar je aandachtspunten liggen, is de bedoeling dat je de starttoets maakt. Deze toets is dus niet voor een cijfer maar om te zien waar je staat. De volgende onderwerpen komen aan bod: de persoonsvorm in de tegenwoordige en verleden tijd, het voltooid deelwoord en de vervoeging van Engelse werkwoorden. Lees goed en vul je antwoord in, aan het einde kun je zien wat goed en eventueel minder goed gaat. Per onderdeel wordt aangegeven wat je op deze Wikiwijspagina gaat doen of mag laten.
Test: Starttoets
0%
De toets bestaat uit twintig meerkeuzevragen over de juiste spelling van werkwoorden. Het gaat om de persoonsvorm in de tegenwoordige en verleden tijd, het voltooid deelwoord en de spelling van Engelse werkwoorden. Als je klaar bent dan zie je per onderdeel de uitslag.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
We gaan aan de slag. Je hebt de oefentoets gemaakt en je weet waar je aandachtspunten liggen. Om je kennis op te halen, beginnen we met de theorie over werkwoorden. Is dat wat weggezakt, kijk dan eerst een kort filmpje. Als je nog weet wat werkwoorden zijn, lees dan de theorie door.
Bekijk onderstaand filmpje over werkwoorden:
Theorie: werkwoorden
Werkwoorden geven aan wat iemand of iets doet of overkomt, zoals ruiken of zien. Sommige werkwoorden hebben niet zo'n duidelijke betekenis, zoals worden en zijn.
In een zin kunnen hele werkwoorden staan, deze worden de infinitief genoemd:
- Jamy gaat fietsen. fietsen = infinitief
Werkwoorden kunnen van vorm veranderen, denk hierbij aan de persoonvorm of het voltooid deelwoord. Het veranderen van werkwoorden wordt vervoegen genoemd, als je dat goed doet dan kun je de woorden juist spellen en daar gaat dit arrangement over.
- Jamy gaat fietsen. hele werkwoord = gaan, gaat = persoonvorm
- Jamy heeft gefietst. hele werkwoord = fietsen, gefietst = voltooid deelwoord
4.2 Onderwerp
Het onderwerp, wat was dat ook alweer? Als je het nog prima weet dan lees je nog even de theorie door en ga je verder. Wil je je kennis wat opfrissen, bekijk dan onderstaand filmpje:
Theorie: het onderwerp
Voor het vervoegen van de persoonsvorm kijk je naar het onderwerp, is er sprake van enkelvoud of meervoud? Op basis hiervan vervoeg je het werkwoord.
Het onderwerp kun je vinden met behulp van de vraag: wie of wat plus persoonsvorm?
Voorbeeld:
- Jamy gaat fietsen. Wie gaat? Jamy - Jamy = het onderwerp
- Kinderen gaan fietsen. Wie gaan? Kinderen - kinderen = het onderwerp
4.3 De persoonsvorm
Om je geheugen op te frissen staat hier een korte video over het vinden van de persoonsvorm.
De persoonsvorm
4.4 Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Theorie: persoonsvorm tegenwoordige tijd
Voor het spellen van de persoonsvorm neem je van het werkwoord de ik-vorm in de tegenwoordige tijd.
Voorbeeld: het hele werkwoord is wandelen, de ik-vorm is wandel.
Er zijn drie vormen van een werkwoord in de tegenwoordige tijd. Twee vormen voor het enkelvoud en één voor het meervoud.
Enkelvoud:
1. Ik-vorm: ik betaal - betaal jij?
2. Ik-vorm + t: hij/zij/het/u betaalt
Meervoud:
3: Hele werkwoord: wij/zij/ jullie betalen
Wanneer je twijfelt dan kun je smurfen of lopen gebruiken om te weten of er een 't' achter de ik-vorm moet staan.
Is het Word je opgehaald of Wordt je opgehaald?
Smurf je of loop je? Daar komt geen 't' achter dus het is Word je opgehaald?
Is het Word je oma opgehaald of Wordt je oma opgehaald?
Smurft je oma of loopt je oma? Daar komt wel een 't' achter dus het is Wordt je oma opgehaald?
De spellingcontrole op je computer herkend niet alle fouten in de werkwoordspelling.
Controleer je werkwoordspelling dus ook altijd zelf!
4.5 De eerste check
Een korte check of de stof tot nu toe duidelijk is. De vragen maak je via Forms en de antwoorden kun je na het maken inzien. Wil je extra oefenen dan kan dat via de link naar Cambiumned onder het kopje Extra oefenen.
Ook voor de verleden tijd gebruik je bij de persoonsvorm van zwakke werkwoorden de ik-vorm. Daar voeg je de uitgangen -te(n) of -de(n) aan toe.
Je hebt de volgende vormen:
Enkelvoud
Ik-vorm + de - bijvoorbeeld: ik wandelde, hij wandelde
Ik-vorm + te - bijvoorbeeld: ik startte, hij startte
Meervoud
Ik-vorm + den - bijvoorbeeld: wij wandelden, zij wandelden
Ik-vorm + ten - bijvoorbeeld: wij startten, zij startten
Staat er al een 'd' of een 't' aan het einde van de ik-vorm? Alleen dan krijg je daar een dubbele 'd' of 't', bijvoorbeeld: hij baadde of ik plantte.
Weet je niet zeker of -de(n) of -te(n) juist is? Gebruik dan 't taxikofschip. Hoe deze te gebruiken: je kijkt naar het hele werkwoord en daar haal je -en vanaf, eindigt deze vorm op een t, x, k, f, s, ch of een p dan vervoeg je met -te(n). Hier zit de klankwet achter die zojuist is uitgelegd in de kennisclip!
Let op! Er zitten wat lastige woorden tussen, hieronder volgen twee voorbeelden:
Van beroven halen we -en af, dat wordt berov, de 'v' zit niet in het 't taxikofschip en daarom wordt het: hij beroofde.
Van verbazen halen we -en af, dat wordt verbaz, de 'z' zit niet in het 't taxikofschip en daarom wordt het: ik verbaasde.
6.2 De tweede check
Een tweede check of de stof over de persoonsvorm tot nu toe duidelijk is. De vragen maak je via Forms en je score kun je bij mij opvragen. Wil je extra oefenen dan kan dat via de link naar Cambiumned onder het kopje Extra oefenen.
Naast de persoonsvorm kan er in een zin een voltooid deelwoord staan. Een voltooid deelwoord begint vaak met ge-, be-, ver-, her- of ont- en wordt in de zin voorafgegaan door een ander werkwoord:
- Ik heb gelopen.
gelopen = voltooid deelwoord
heb = persoonsvorm
- Hij is veranderd.
veranderd = voltooid deelwoord
is = persoonsvorm
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden eindigt vaak op -en (zoals gelopen). Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden eindigt op een 'd' of 't'. Weet je niet zeker wat het moet zijn dan kun je ook hier 't taxikofschip voor gebruiken.
In elke zin staat een persoonsvorm, soms is dat een werkwoord dat vaak als voltooid deelwoord wordt geschreven en vinden mensen het raar om een 't' op het einde te schrijven. Als je oplet om welke vorm het gaat en je volgt de regels dan gaat het goed, kijk naar betalen:
Hij heeft betaald - betaald = voltooid deelwoord en de 'l' zit niet in 't taxikofschip dus een 'd' op het einde.
Hij betaalt - betaalt = persoonsvorm tegenwoordige tijd, dus ik-vorm + t.
6.4 Engelse werkwoorden
Theorie: Engelse werkwoorden
Het vervoegen van Engelse werkwoorden is in de basis gelijk aan het vervoegen van zwakke werkwoorden in het Nederlands.
Als voorbeeld het werkwoord faxen:
Ik fax - hij faxt - wij faxen - zij hebben gefaxt.
Uitzonderingen
Niet alle Engelse werkwoorden kunnen als Nederlandse werkwoorden vervoegd worden want dat zou problemen opleveren met de uitspraak. Een kenmerkend voorbeeld is racen, de 'e' blijft achter de ik-vorm staan:
Ik race - hij racet - wij racen - zij hebben geracet
Zou je de 'e' weglaten dan geeft dat problemen: hijract.
Een opvallend verschil in vervoegen betreft de woorden basketballen en baseballen (honkbal spelen). Basketballen is qua uitspraak vernederlandst en wordt vervoegd als een Nederlands werkwoord:
Ik basketbal - hij basketbalt - wij basketballen - zij hebben gebasketbald
Bij baseballen ligt dat anders, die uitspraak is niet vernederlandst (het klinkt meer als 'basebollen') en daarom blijft de dubbele 'l' aanwezig bij het vervoegen:
Ik baseball - hij baseballt - wij baseballen - zij hebben gebaseballd.
Ben je een tekst aan het schrijven en je twijfelt over de vervoeging van een Engels werkwoord, zoek het dan even op!
6.5 De derde en laatste check
De derde en laatste check of het voltooid deelwoord en het vervoegen van Engelse werkwoorden duidelijk is. De vragen maak je via Forms, het resultaat kun je na afloop zien. Wil je extra oefenen dan kan dat via de linken naar Cambiumned onder de kopjes Extra oefenen.
Nu alle onderdelen doorlopen zijn, maak je de eindtoets. Maak een printscreen van het bewijs dat aan het einde wordt getoond en mail dat naar me. Heb je genoeg tijd over dan krijg je een uitdagende extra opdracht!
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Het arrangement Spelling 2F jaar 1 is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Auteur
M. Lek
Je moet eerst inloggen om feedback aan de auteur te kunnen geven.
Laatst gewijzigd
2022-09-09 16:07:04
Licentie
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Starttoets
EINDTOETS
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle
informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten,
etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.