Voorwoord
In deze Wikiwijs wordt ingegaan op de ontwikkelingen rondom de Onafhankelijkheid van Suriname. Deze opdracht is gemaakt in het kader van opdracht 2 van de cursus 'Indonesie en de West' van de Hogeschool Rotterdam.
Wat moeten leerlingen weten over dit onderwerp?
Leerdoelen
- Aan het einde van de les kennen de leerlingen de belangrijkste gebeurtenissen rondom de onafhankelijkheid van Suriname;
- Aan het einde van de les kennen de leerlingen de belangrijkste personen die te maken hadden met de onafhankelijkheid van Suriname;
- Aan het einde van de les weten de leerlingen weten de leerlingen hoe de Surinamers reageerden op de onafhankelijkheid.
Om dit onderwerp goed te begrijpen moeten de leerlingen in ieder geval weten wie de belangrijkste actoren waren (Arron, Lachmon en Den Uyl) en wat hun rol was binnen de onafhankelijkheid. Ook moeten natuurlijk de belangrijkste gebeurtenissen binnen dit proces naar voren komen, hierdoor krijgt de leerling een goed chronologisch inzicht in dit onderwerp.
Belangrijk is ook dat de leerlingen weten hoe de Surinamers de onafhankelijkheid ervaarden. Hier moet dan een onderscheid gemaakt worden tussen het Hindoestaanse en het Creolse perspectief. Beiden bevolkingsgroepen keken namelijk heel anders naar de bewerkstelliging van de onafhankelijkheid en de inhoud hiervan.
Eindtermen
De Onafhankelijkheid van Suriname neemt geen centrale plek in binnen het Nederlands geschiedenisonderwijs. Zodoende sluiten de eindtermen, zoals opgesteld door de Nederlandse overheid, niet echt aan op dit onderwerp.
Eindtermen die enigszins in de buurt komen van dit onderwerp zijn:
VO Kerndoel 37 - De leerling leert een kader van tien tijdvakken te gebruiken om gebeurtenissen, ontwikkelingen en personen in hun tijd te plaatsen. De leerling leert hierbij over belangrijke historische personen en gebeurtenissen en over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: tijd van jagers en boeren (prehistorie tot 50 v. Chr.), tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500 na Chr.), tijd van monniken en ridders (500 - 1000), tijd van steden en staten (1000 - 1500), tijd van ontdekkers en hervormers (1500 - 1600), tijd van regenten en vorsten (1600 - 1700), tijd van pruiken en revoluties (1700 - 1800), tijd van burgers en stoommachines (1800 - 1900), tijd van wereldoorlogen (1900 - 1950), tijd van televisie en computer (1950 - heden).De leerling leert daarbij in elk geval de relatie te leggen tussen de gebeurtenissen en ontwikkelingen in de 20e eeuw (waaronder de Wereldoorlogen en de Holocaust), en hedendaagse ontwikkelingen. De leerling leert daarbij in elk geval de relatie te leggen tussen de gebeurtenissen en ontwikkelingen in de 20e eeuw (waaronder de Wereldoorlogen en de Holocaust), en hedendaagse ontwikkelingen. De vensters van de canon van Nederland dienen als uitgangspunt ter illustratie van de tijdvakken.
VO Kerndoel 47 - De leerling leert actuele spanningen en conflicten in de wereld te plaatsen tegen hun achtergrond, en leert daarbij de doorwerking ervan op individuen en samenleving (nationaal, Europees en internationaal), de grote onderlinge afhankelijkheid in de wereld, het belang van mensenrechten en de betekenis van internationale samenwerking te zien.
Kerndoel 37 staat natuurlijk centraal door het gehele geschiedenisonderwijs. De verbanden die men legt door de tijd heen en de indeling van personen en gebeurtenissen in tijdvakken is tekenend daarin. Dit geldt ook voor de onafhankelijkheid van Suriname, de hedendaagse ontwikkelingen in Suriname zijn direct en indirect terug te leiden naar de onafhankelijkheid. Kerndoel 47 sluit hier dan ook op aan, de actuele spanningen binnen Suriname (bijvoorbeeld de berechting van Bouterse) zijn op een bepaalde manier verbonden met de ontwikkelingen rondom de onafhankelijkheid.
Tijdlijn
1667: Verdrag van Breda, Suriname wordt een kolonie van Nederland.
1954: Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van kracht, Suriname wordt een semi-onafhankelijke entiteit binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
1973: De Nationale Partij Suriname (NPS), onder leiding van Henck Arron, komt aan de macht. Henck Arron wilt uiterlijk 1975 onafhankelijk zijn.
18 tot 21 mei 1974: Het eerste grote overleg tussen de Nederlandse delegatie (onder leiding van Joop den Uyl) en de Surinaamse delegatie (onder leiding van Henck Arron) vindt plaats.
+- januari tot november 1975: Raciale spanningen binnen Suriname, waarin de aanhangers van de overwegend Hindoestaanse VHP (oppositiepartij, onder leiding van Jagernath Lachmon) en de aanhangers van de NPS tegen over elkaar kwamen te staan. De VHP is tegen de onafhankelijkheid in de voorgestelde vorm.
26 juni 1975: Principeakkoord tussen de Nederlandse en de Surinaamse delegaties.
16 november 1975: Parlementaire behandeling van de onafhankelijkheid in Suriname.
18 november 1975: Verzoening tussen Arron en Lachmon.
21 november 1975: Standbeeld van Wilhelmina werd verwijderd, de Surinaamse vlag komt er voor in de plaats.
25 november 1975: Suriname wordt een onafhankelijke republiek.
Tijdvak en kenmerkend aspect
Het tijdvak wat aansluit bij de Onafhankelijkheid van Suriname is: Tijdvak 10: de tijd van televisie en computers.
De onafhankelijkheid speelt zich tijdtechnisch af binnen dit tijdvak en ook thematisch sluit het goed aan. Tijdvak 10 wordt namelijk getekend door dekolonialisme.
Het kenmerkende aspect wat hieraan gekoppeld kan worden is: De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
Dit kenmerkende aspect sluit aan bij de Onafhankelijk van Suriname omdat vanaf toen de Surinamers zelfbeschikkingsrecht hadden.
Hoe dient dit onderwerp gepresenteerd te worden?
Pespectief
Momenteel is er weinig aandacht voor dit onderwerp binnen het geschiedenisonderwijs. Dit komt in mijn ogen doordat de onafhankelijkheid voor de meeste Nederlanders weinig invloed heeft gehad. Toch is er in Nederland een grote groep Surinamers welke wel veel binding met dit onderwerp hebben en om hun recht te doen lijkt me het zeer verstandig om ook dit onderwerp een vooraanstaande plek te geven binnen het Nederlands geschiedenisonderwijs.
Om dit gehele onderwerp en om de spanningen rondom de onafhankelijkheid goed te begrijpen behoeft dit verhaal een multiperspectieve invalshoek. Zo zou het verhaal in ieder geval verteld moeten worden vanuit een Nederlands, Hindoestaans en Creoolse invalshoek. Alle drie de groepen hebben namelijk andere ervaringen met de onafhankelijkheid, zodoende moeten alle drie de groepen gehoord worden voor een eerlijk en helder beeld.
Narratief
Het master narratief over de onafhankelijkheid van Suriname is vrij eenduidig. Volgens de Nederlandse geschiedenisboeken (als het al behandeld wordt) ging de onafhankelijkheid vrij soepel en vredig. Dit komt in mijn ogen doordat de onafhankelijkheid van Suriname in het licht van die van Indonesie wordt bekeken. De onafhankelijkheid van Indonesie was uiteraard vergeleken met die van Suriname zeer bloederig en onrustig, hierdoor wordt die van Suriname als vredig gezien. Dit komt niet op de laatste plaats doordat de Nederlandse overheid welwillend stond tegenover de onafhankelijkheid van Suriname.
De counter narratief die je daar op los zou kunnen laten is dat de onafhankelijkheid genoeg onrust met zich mee bracht. Dit dan vooral tussen de Hindoestaanse en de Creeolse bevolkingsgroepen.
Beiden narratieven zouden in mijn ogen naar voren moeten komen binnen het Nederlands geschiedenisonderwijs, zo moet de master narratief dat het rustiger verliep dan de onafhankelijkheisoorlog in Indonesie behouden worden, maar er moet veel meer aandacht komen voor de raciale spanningen rondom de onfhankelijkheid van Suriname.
Als ik een narratief sjabloom zou moeten uitkiezen zou ik gaan voor de 'romance'. Dit zou bijdragen aan de nationale identiteit van de Surinamer en de onafhankelijkheid als een belangrijk slag tegen het Westers-geleide kolonialisme afschilderen. Beiden zijn in mijn ogen goede ontwikkelingen.
Literatuurlijst
Buddingh’, H. (2017). Geschiedenis van Suriname. Rainbow.