Sensibiliteitsstoornissen voor coassistenten

Introductie

 

Uitval of verandering van de sensibiliteit heeft een scala aan oorzaken, waarvan je een aantal kunt oefenen in deze e-learning.

Vaak komt de sensibiliteitsstoornis niet geïsoleerd voor, maar zijn er ook begeleidende verschijnselen die richting geven aan een mogelijke lokalisatie, oorzaak en behandeling.

Veel succes,

Ilse van Straaten

Casus 1

Anamnese

Mevrouw Lentveld is 78 jaar en wordt op de spoedeisende hulp gepresenteerd omdat ze wakker is geworden met een doof gevoel in rechter arm en been. Bij het lopen voelt ze zich wat onzeker, maar ze valt niet. De afgelopen week heeft ze dit een paar keer eerder gehad maar dit ging na 15 minuten telkens vanzelf weer over. Er zijn geen andere verschijnselen.

VG: hypertensie, parotitis

Familie-anamnese: hart- en vaatziekten, dementie

Med: geen

Intoxicaties: tot 30 jaar geleden enkele sigaretten per dag gerookt, enkele eenheden alcohol per week.

Lichamelijk en neurologisch onderzoek

Lichamelijk onderzoek:

Niet-zieke mevrouw, RR 180/110 mmHg, pols 78 slagen per minuut, regulair en aequaal. Gewicht rond 80 kg, lengte 1.70 meter. Normale harttonen.

Welke onderdelen van het onderzoek van de hersenzenuwen krijgen extra veel aandacht bij deze klachten? Bedenk er twee.

 

In dit geval ga je de sensibiliteit goed testen. Even kort herhalen: welke test hoort bij welke modaliteit?

Pijnzin: Vitale /Gnostische sensibiliteit

Tastzin: Vitale /Gnostische sensibiliteit

Temperatuurzin: Vitale /Gnostische sensibiliteit

Bewegingsrichtingszin: Vitale /Gnostische sensibiliteit

Vibratiezin: Vitale /Gnostische

 

Neurologisch onderzoek:

HCF: niet formeel getest, maar er vallen geen afwijkingen op aan bewustzijn, taal en gedrag.

HZ: Verminderde pijn- en tastzin in de rechterzijde van het gelaat. Normale corneareflexen, en verder geen afwijkingen aan de hersenzenuwen.

Mot: geen paresen, normotonie.

Sens: verminderde pijn-, tast-, vibratie- en bewegingsrichtingszin in gehele rechterarm en -been. Proef van Romberg positief.

Reflexen: laag symmetrisch opwekbaar. VZR bdz plantairflexie.

Coördinatie: TNP en KHP rechts dysmetrisch met ogen dicht. Met ogen open ongestoord.

Inzoomen op de proef van Romberg

Welke twee modaliteiten worden met deze proef getest?

 

Bij de proef van Romberg staat iemand eerst met de voeten naast elkaar met de ogen open, en dan met de ogen dicht.

Wanneer is de proef positief?

 

Toelichting:

 

Bij een positieve proef van Romberg is er dus een duidelijk verschil tussen staan met ogen open en dicht.

Bij het behouden van evenwicht spelen VIER factoren mee:

  1. Het evenwicht: feedback via het labyrinth en nervus VIII over de houding van het hoofd
  2. De visus, in dit geval voor feedback over de houding van het hoofd ten opzichte van de omgeving
  3. De gnostische sensibiliteit, in dit geval de proprioceptie, voor feedback over de positie van de gewrichten
  4. De coördinatie, via het cerebellum het aansturen van de spieren voor correcties voor het behoud van het evenwicht.

 

Zoals je misschien is opgevallen zijn drie van deze modaliteiten onderdeel van het afferente systeem: zij geven input, informatie die nodig is voor het evenwicht.

En er is één efferent onderdeel: de coördinatie.

 

Om goed te blijven staan heb je minste twee van de drie afferente en het ene efferente onderdeel nodig. Door de visus uit te schakelen (ogen te sluiten) kun je dus alleen blijven staan als het evenwicht en de proprioceptie intact zijn.

Om dit beter te kunnen onthouden, kun je je een stoel voorstellen.

 

De Romberg-stoel:

 

Elke poot is één van de vier modaliteiten die betrokken zijn bij 'rechtop blijven staan'.

Als alle vier intact zijn, is de stoel in evenwicht en kan iemand blijven staan.

 

Dan wordt de visus-poot weggehaald (ogen worden gesloten):

Als de andere poten aanwezig zijn, kan men nog blijven staan.

Maar als de poten 'evenwicht' of 'proprioceptie' ook afwezig of gestoord zijn, zijn er nog twee poten over van de stoel:

En valt de stoel om (en de patiënt ook):

 

 

De poot 'coördinatie' is heel belangrijk, als die er niet is, valt de stoel om, ongeacht de andere poten:

Een cerebellaire stoornis geeft ook met ogen open een probleem: hoe goed de aangeleverde informatie ook is uit labyrinth, ogen en spierspoeltjes, als je de spieren niet kunt aansturen lukt het niet.

 

Bij welke aandoeningen kun je een positieve proef van Romberg verwachten?

 

Casus vervolg

De coördinatieproeven waren niet geheel ongestoord: er was dysmetrie.

Wat is dat?

 

Bij een stoornis in welke twee systemen kun je dysmetrie vinden?

 

Bij dysmetrie kom je bij een gerichte beweging niet goed bij het doel terecht. Dit komt onder anderen voor bij een gnostische sensibiliteitsstoornis als de ogen gesloten zijn. Je kunt dan niet meer precies voelen waar je arm of been zich bevindt ten opzichte van de ruimte eromheen, en kun je niet meer precies 'mikken' op het doel. Bij cerebellaire stoornissen kan er ook dysmetrie zijn, hierbij ook bij geopende ogen.

 

Samenvattend worden bij mevrouw Lentveld dus afwijkingen gevonden bij het onderzoek die allen terug te voeren zijn op een sensibiliteitsstoornis, zowel vitaal als gnostisch.

Lokaliseren - 1

Voordat je na gaat denken over de mogelijke oorzaken van de uitval ga je eerst nader lokaliseren.

Mocht je een opfrissing willen over het anatomische verloop van de sensibiliteit klik hier.

 

Eerste vraag: Is het probleem meest waarschijnlijk centraal of perifeer gelokaliseerd?

 

Lokaliseren - 2

De meest waarschijnlijke lokalisatie is centraal vanwege de verdeling van de uitval:

Om de uitval te kunnen verklaren vanuit een perifere aandoening moeten er selectief sensibele perifere zenuwen zijn uitgevallen van de rechter lichaamshelft, inclusief hersenzenuw V, en is de linker lichaamshelft gespaard. Dat is niet erg waarschijnlijk voor bijvoorbeeld een polyneuropathie, polyradiculopathie of andere perifere oorzaak.

Maar een centrale lokalisatie is wel te bedenken.

Nu verder centraal lokaliseren:

Is de afwijking waarschijnlijk in het myelum of in de hersenen gelokaliseerd?

 

Lokaliseren - 3

Waarom niet in het myelum en wel in de hersenen?: Er is een hemisensibiliteitsstoornis van zowel de gnostische als de vitale sensibiliteit. Als je het traject van de sensibele vezels afgaat, kun je beredeneren waar het probleem wel maar ook waar het niet zou kunnen zijn gelokaliseerd:

In het myelum zijn de vitale en gnostische sensibliteit gedissocieerd: vitaal kruist meteen bij intreden in het myelum en gnostisch pas hoger in de medulla oblongata. Vanaf de medulla lopen vitale en gnostische sensibiliteit weer samen, naar de sensibele cortex in de postcentrale gyrus pariëtaal.

 

Dus: de sensibele uitval kan niet verklaard worden vanuit één lokalisatie in het myelum (tenzij het een grotere laesie is, waarbij er ook contralaterale sensibele en ook motorische uitval is). Maar deze is wel te verklaren door een laesie vanaf de medulla naar craniaal. Een lokalisatie in de hersenen is dus meer voor de hand liggend.

 

Nu nog één stap verder lokaliseren binnen het gebied medulla - cortex.

Wijs aan waar de afwijking meest waarschijnlijk gelokaliseerd is.


hotspot-image
 

Differentiaal diagnose

Het probleem is nu zo veel mogelijk gelokaliseerd, nu ga je uitzoeken wat mogelijke oorzaken zijn.
Dus: wat is de differentiaal diagnose.

Acute uitval, zoals bij deze mevrouw, kan een aantal groepen oorzaken hebben. Zie hier voor een voorbeeld van een overzicht van de categorieën.

Sleep het kenmerk bij de mogelijke oorzaak.

Epiduraal hematoom                  

Meningitis                  

Herseninfarct                  

Epileptische aanval                  

Subarachnoïdale bloeding                  

 

Vasculair belaste voorgeschiedenis Koorts Hoofdpijn Schokken of hevige bewegingen voorafgaand aan de uitval. Trauma enkele uren voorafgaand aan de uitval
 

Vul in welke van deze groepen acute aandoeningen op basis van het eerdere lokalisatie-werk niet waarschijnlijk zijn.

Epiduraal hematoom: wel / niet waarschijnlijk

Meningitis:  wel / niet waarschijnlijk

Herseninfarct:  wel / niet waarschijnlijk

Epileptische aanval:  wel / niet waarschijnlijk

Subarachnoïdale bloeding:  wel / niet waarschijnlijk

 

 

Naast de lokalisatie zijn er in de anamnese geen aanwijzingen voor een trauma, infectie of epileptische aanval. Meest waarschijnlijk is er dus een herseninfarct of -bloeding opgetreden.

Wat is de volgende stap bij deze patiënt op de spoedeisende hulp?

 

De serum-glucose bij mevrouw Lentveld was 5.0 mmol/l (= normaal). Er werd een CT-hersenen verricht.

Wijs een eventuele afwijking aan op de afbeelding of klik rechtsboven indien geen afwijking.


hotspot-image
 

Therapie - 1

Op de voorgaande scan is een lacunair infarct te zien. Maar meestal zie je in de acute fase een lacunair infarct niet goed en komt dit pas na enkele dagen in beeld. Ook bij de patiënte in deze casus was er geen afwijking te zien op de CT-scan in de acute fase. Een hersenbloeding is daarmee uitgesloten maar een ischemie blijft mogelijk.

Er werd de waarschijnlijkheidsdiagnose 'lacunair pure sensory stroke' gesteld. Lacunair vanwege de waarschijnlijke lokalisatie en grootte van het infarct en 'pure sensory' vanwege het uitvalspatroon.

Lacunair verwijst naar een infarct dat klein is. Op een strategische plek kan dit toch veel uitval geven. Bij mevrouw Lentveld is dat dus ergens in verloop van de sensibele banen.

Differentiaal diagnostisch kan gedacht worden aan een groter corticaal infarct.

 

Welke arterie(en) zou(den) zijn betrokken als de sensibele uitval wordt veroorzaakt door een corticaal defect?

 

Je gaat nu uit van herseninfarct als oorzaak van de klachten, dus: verder naar de therapie.

Welke volgende stap is in deze fase op de spoedeisende hulp aangewezen?

 

In de richtlijn staat hierover meer informatie.

 

Wat zijn contra-indicaties voor reperfusietherapie?

 

In dit richtlijn staat, naast de contra-indicaties ook iets over de indicatie van reperfusietherapie: "Behandel patiënten met een acuut herseninfarct zonder relevante contra-indicaties zo snel mogelijk met intraveneus alteplase, in ieder geval binnen viereneenhalf uur."

Wat zou jij doen?

 

Therapie - 2

Er waren geen contra-indicaties voor reperfusietherapie bij mevrouw Lentveld. Maar eerst moet nog een CT-angio worden verricht.

Waarom wordt de CTA gemaakt?

 

Verwacht je, op basis van je waarschijnlijkheidsdiagnose, een occlusie op de CTA?

 

Therapie - 3

De CTA liet geen afwijkingen zien. Dat betekent geen aanwijzingen voor een proximale occlusie en geen reden voor endovasculaire interventie.

Kunnen we nu overgaan tot intraveneuze trombolyse?

 

 

Het begin van de verschijnselen is minder dan 12 uur geleden (ergens in de nacht is het gebeurd). In het ziekenhuis van mevrouw Lentveld werd aanvullend een CTperfusie verricht. De infarctkern was < 25ml in volume op de scan en de penumbra (het omliggende reversibel aangedane weefsel) was minstens zo groot. Daarmee voldeed ze aan de criteria voor trombolyse.

Hierna werd trombolyse verricht, omdat de wankele, onzekere gang door de sensorische ataxie wel als invaliderend werd beoordeeld.

 

Conclusie

De klachten namen niet direct af in de dagen erna, maar met aanvullende fysiotherapie en ergotherapie kan zij zich inmiddels beter redden.

Verdere diagnostiek naar een emboliebron en secudaire profylaxe worden in deze casus niet verder besproken.

Hier kun je nog een aantal casus lezen met betrekking tot pure sensory stroke en verschillende localisaties. Het is een oud artikel, maar nog steeds nuttig vanwege de klinische beschrijvingen.

Casus 2

Op de polikliniek neurologie zie je meneer Stavenuiter van 80 jaar.

Hij is door de huisarts verwezen omdat hij sinds lange tijd steeds meer last heeft in zijn voeten. Het is zo langzaam gegeaan dat hij niet precies meer weet wanneer het is begonnen.

Aard: de 'last' is een veranderd gevoel in zijn voeten, alsof er altijd een soort laag zit tussen zijn voeten en bijvoorbeeld de vloer, of zijn schoenen. Het voelt niet meer 'direct'. Maar tegelijkertijd lijkt het alsof de huid daar juist extra gevoelig is, want als hij erover wrijft voelt het onaangenaam. Het is niet echte pijn, maar gaat een beetje die kant uit.

Localisatie: zijn voeten

Tijd: in de loop van de jaren steeds erger

Intensiteit: alhoewel hinderlijk kan hij zijn bezigheden wel uitvoeren met deze klachten. Hij loopt niet zo veel meer als vroeger, maar dat komt vooral door zijn pijnlijke heup.

Samenhang: Hij kan zich niet meer herinneren of er destijds bij het begin van de klachten nog speciale gebeurtenissen hebben plaatsgevonden.

 

Voorgeschiedenis: benigne prostaathypertrofie, coxartrose rechts meer dan links, DM II, basaalcelcarcinoom op zijn wang dat in toto is verwijderd.

Familie-anamnese: astma en COPD, maar daar heeft hij nooit last van gehad.

Medicatie: diclofenac en metformine

Op basis van deze informatie, wat verwacht je bij het neurologisch onderzoek?

 

Onderzoek

Als er sensibiliteitsveranderingen worden gemeld, zou je deze kunnen vinden bij het neurologisch onderzoek. Omdat sensibiliteit ook onderdeel is van de reflexboog zouden er ook reflex-afwijkingen gevonden kunnen worden als er op het niveau van de reflex sensibele stoornissen zijn.

Algemeen lichamelijk onderzoek:

Niet-zieke meneer, normaal postuur. Wat schilferige, koude voeten, geen wondjes.

Neurologisch onderzoek:

HCF: normaal bewustzijn, geen taal- of begripsstoornissen, normaal denktempo.

HZ: geen afwijkingen

Mot: geen paresen, normotonie

Sens: verminderde pijn- en tastzin in de voeten en onderbenen, ongeveer tot halverwege de knie. Afwezige vibratiezin beide voeten en knieën. Proef van Romberg positief.

Refl: BPR, TPR, KPR bdz laag symmetrisch opwekbaar. APR bdz afwezig, VZR beiderzijds indifferent.

Coördinatie: Ongestoorde TNP en KHP.

Welke aandoening neem je op basis van dit verhaal zeker op in de differentiaal diagnose?

 

Aanvullend onderzoek

Moet er volgens de richtlijn Polyneuropathie van de Nederlandse Vereniging van Neurologie aanvullend onderzoek gedaan worden?

 

Therapie

Bij meneer Stavenuiter kwam behalve een iets verhoogd HbA1c (wat hijzelf al wist, want dat controleert de huisarts ook al) geen andere afwijking aan het licht.

De waarschijnlijkheidsdiagnose wordt: polyneuropathie bij diabetes.

 

Wat voor type polyneuropathie komt het meest voor bij diabetes?

 

 

Bij DM is een bijkomende pnp meestal van het type 'axonaal'. Dat betekent dat primair de axonen van de perifere zenuwen zijn aangedaan, en niet het omgevende myeline. Hoe langer de zenuw hoe groter de kans op schade van DM, en vandaar dat de klachten aan de voeten beginnen.

 

Wat is de eerst-aangewezen therapeutische optie?

 

Meneer Stavenuiter zal met zijn huisarts de HbA1c-waarden nog beter gaan aanpakken. Omdat er geen pijnklachten zijn zijn middelen daarop gericht niet geïndiceerd. Dus jouw taak zit erop, denk je.

"Ja maar, dokter, ik heb nog wel steeds last van die dove voeten. 's Nachts loop ik wankel, en ik ben niet meer zeker op de been. Is er echt niets meer dat eraan gedaan kan worden?" vraagt de patiënt. Je vindt het wel een terechte vraag, en kijkt of je nog wat voor hem kunt betekenen.

Welk van de volgende opties bied je hem aan?

 

Conclusie

Je geeft hem een verwijzing voor de fysiotherapeut. Deze kan helpen met onzekerheid bij bewegen, en mogelijk dat dit hem helpt. Je vergeet niet ook aan verwachtingsmanagement te doen: fysiotherapie zal niet helpen de klachten te verminderen, maar is gericht op het herstel van dagelijkse functies ondanks de handicap.

Voor een psychiater is de patiënt niet geschikt voor zover je inschat. De klachten zijn niet zodanig dat hij er depressief of suïcidaal van is.

Voor het pijnteam is hij ook ongeschikt: hij had immers geen pijn.

Voor de revalidatie-arts is zijn hulpvraag wellicht wat te enkelvoudig. De fysiotherapeut kan met deze gerichte hulpvraag aan de slag.

 

 

Einde

Je hebt klinisch geredeneerd bij twee patiënten met sensibele uitval die je in de praktijk zeker kan tegenkomen. Met deze manier van redeneren kom je in andere gevallen vast ook een eind. Veel succes!

  • Het arrangement Sensibiliteitsstoornissen voor coassistenten is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    Ilse van Straaten
    Laatst gewijzigd
    2023-05-02 20:13:45
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Leerniveau
    WO - Master;
    Leerinhoud en doelen
    Geneeskunde;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    0 uur 30 minuten
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.