Monniken en ridders - hoofdstuk 4.1 en hoofdstuk 4.2
Monniken en ridders - hoofdstuk 4.1 en hoofdstuk 4.2
Welkom
Welkom in de les! In deze wikiwijs ga jij op een andere manier hoofdstuk 4.1 en 4.2 bestuderen. Ik wens je erg veel succes met het bestuderen en maken van het hoofdstuk!
Wat kan ik straks?
• Je weet hoe de Friezen christen werden.
• Je weet hoe monniken in kloosters leefden.
• Je kunt uitleggen hoe Karel de Grote zijn Rijk bestuurde.
• Je weet wat een ridder was.
Wat ga ik doen?
Activiteiten:
Aan de slag
Stap
Activiteit
Stap 1
Je maakt de instaptoets.
Stap 2
Ga naar het kopje "lesmateriaal". Lees de theorie en maak de opdrachten van hoofdstuk 4.1 en 4.2.
Stap 3
Kijk naar de uitkomsten van de gemaakte opdrachten uit hoofdstuk 4.1 en 4.2.
Het aantal goede antwoorden kan zorgen dat jij op een richting kan uitkomen. Er zijn drie richtingen:
1. Oefenmateriaal
2. Verdiepend materiaal
3. Remediërend materiaal
Maak de opdrachten en lees de theorie uit de richting waar jij op uitgekomen bent.
Afronding
Stap
Activiteit
Stap 4
Maak de eindtoets.
Benodigdheden:
-
Tijd:
Voor deze opdracht heb je twee lesuren nodig.
Instaptoets
Klik op de link om de instaptoets te maken.
Het is niet erg als je verkeerde antwoorden geeft. De bedoeling is om je te oriënteren op de nieuwe hoofdstuk. Met de instaptoets kom jij erachter of je al een beetje kennis bezit over dit hoofdstuk.
Afbeelding 1: Dit is het gebied dat de Franken en de Friezen in bezit hadden.
A. Friezen en Franken
De Romeinse cultuur verspreid de zich over grote delen van Europa.
Het christelijke geloof verspreidde zich daardoor ook.
Dat gebeurde nadat de god van de christenen de oorspronkelijke Romeinse goden had verdrongen.
In ons land waren in het jaar 600 twee volken de baas: de Friezen en de Franken. De Franken waren christenen. De Friezen kenden het christendom niet. Christenen geloven in één god. De Friezen geloofden in heel veel goden tegelijk. Ze hadden bijvoorbeeld een god die hielp als er oorlog was en een god die zieken kon genezen.
Afbeelding 2: Een standbeeld van Willibrord in Utrecht.
B. Willibrord en Bonifatius
Uit Engeland was er een monnik, zijn naam was Willibrord. Hij leefde rond het jaar 730 in Nederland. In de tijd van Willibrord waren er veel mensen die in verschillende goden geloofden. Hij reisde vanuit Utrecht door Nederland om de mensen over Jezus Christus te vertellen. Zijn doel was om de Friezen te bekeren tot het christendom. Dat was heel gevaarlijk. De Friezen wilden namelijk niets van het christendom weten. De opvolger van Willibrord heet Bonifatius. Bonifatius werd zelfs door de Friezen vermoord. De Friezen en Franken hadden veel oorlog met elkaar. Uiteindelijk hebben de Franken de Friezen verslagen. Veel Friezen werden vanaf die tijd christen. De Franken hebben ook vele andere volken verslagen. Hierdoor werden zij de baas in een grote deel van Europa. In het gebied dat zij veroverd hebben zijn er veel mensen bekeerd tot het christendom.
C. Hulp van God
Veel mensen hadden in de tijd van de monniken en ridders een zwaar leven. Dokters wisten toen minder dan nu. Dit is de reden dat veel kinderen dood gingen, maar ook volwassenen werden niet erg oud. Veel mensen hadden ook last van hongersnood, omdat de oogst was mislukt. Mensen begonnen te geloven dat God hen kon helpen. Zij geloven dat zij als goede christenen moesten leven. De mensen wilden graag naar de hemel.
De gelovigen wilden graag weten hoe je een goede christen wordt. Dat leerden zij van de geestelijken: de mensen uit de christelijke kerk, zoals priesters en monikken. Deze mensen stonden erg dicht bij God. Priesters zullen voor de mensen tot God bidden. Gelovigen gaven in ruil daarvoor geld aan de kerk.
D. Leven in het klooster
Veel geestelijken woonden in kloosters. Zo waren er aparte kloosters voor mannen en vrouwen. De vrouwen noem je nonnen en de mannen monikken. Zij baden zeven keer per dag. Monniken en Nonnen werkten erg hard. Zij verbouwden het land om voedsel te maken. Er was ook een kruidentuin. Hiermee wisten zij hoe ze mensen konden genezen door kruiden te gebruiken. In de kloosters waren er vaak ook ziekenhuisjes voor de boeren uit de omgeving. Sommige kloosters hadden zelfs een school. Kinderen van een ridder of edelman kregen er les. Monniken en nonnen konden namelijk erg goed schrijven en lezen. In die tijd was dat heel bijzonder, omdat niet veel mensen dit konden. Monniken en nonnen schreven veel boeken over. Dit probeerden zij zo mooi mogelijk. Het kon jaren duren voordat een boek eindelijk af was.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Franken
De Franken zijn een volk die na het instorten van het West-Romeinse Rijk (476 n.Chr) een groot gedeelte van Europa heeft veroverd. Zij hadden vele andere volken verslagen. De Franken hebben een grote rol gespeeld in de verspreiding van het christendom.
Geestelijke
Iemand die in dienst is van de kerk.
Klooster
Een gebouw waar veel land omheen zit. In een klooster werken en wonen geestelijken, zoals nonnen en monniken. Zij wijden in een klooster hun leven aan god.
Monnik
Een geestelijke (man) die in een klooster werkt en woont.
Non
Een geestelijke (vrouw) die in een klooster werkt en woont.
Schrijven
Monniken en Nonnen probeerden om mooi versierde handschriften te maken. Met deze handschriften schreven zij christelijke teksten over.
Hoofdstuk 4.2: De koning en zijn leenmannen
Afbeelding 3: Standbeeld van Karel de Grote in Nijmegen.
A. Land te leen
Er waren veel onrustige tijden in Europa. Na de val van het West-Romeinse rijk waren er veel oorlogen. Reizen was gevaarlijk en de meeste mensen leefden in dorpjes. Er waren geen auto's, vliegtuigen of andere moderne vervoersmiddelen.
Het Frankische volk kreeg de macht over een groot deel van Europa. De bekendste Frankische koning was Karel de Grote. Zijn Rijk was heel groot. Het was onmogelijk voor Karel om zijn Rijk overal tegelijk in de gaten te houden. Dit is de reden dat hij stukken van zijn land aan edelen gaf, zoals een graaf. Zij mochten dit namens Karel de Grote besturen: zij werden zijn leenmannen. De graaf was dan de leenman van de koning. De koning was de leenheer. Deze manier van besturen heet het leenstelsel, ook wel het feodalisme wordt dit genoemd. Karel de Grote woonde zelf op veel verschillende plekken, in eenvoudige paleizen. Ook in Nijmegen had Karel de Grote een verblijf.
B. Mini-koning
Een graaf had veel rechten. Zij mochten zelf beslissen waar zij zin in hadden. Maar zij moesten wel trouw blijven aan de leenheer, de koning. Dit deden zij door belasting te betalen aan de koning, en zij moesten vechten in een oorlog voor de koning. De graaf kan eigenlijk gezien worden als een soort mini-koning. Omdat zij zelf mochten beslissen hoe het in hun stuk land ging. Sommige grafen hadden een hele grote gebied. Dit is de reden dat zij het gebied weer moest verdelen in kleinere stukken. De graaf gaf zijn gebied aan ridders. De ridders waren dan onderleenmannen. Zij moesten trouw zijn aan de graaf.
C. Soldaten te paard
De ridders waren soldaten van een graaf of koning. Ridders hadden vaak zelf ook een stuk land. Zij droegen een harnas, een schild en een zwaard of lans. Zelfs het paard droeg een harnas. Ridders hadden een schildknaap. Een schildknaap helpt een ridder om bijvoorbeeld het harnas aan te trekken. Als er geen oorlog was, dan waren de ridders onderling aan het vechten tegen elkaar in toernooien. Ridders lieten het werk door knechten en ambtenaren uitvoeren. Zo kon de ridder meer tijd besteden aan bijvoorbeeld jagen. Erg veel ridders hadden een huisdier, zoals een roofvogel of een tamme valk. De dieren hielpen de ridder om op dieren te jagen. In de tijd van de Middeleeuwen was het erg bijzonder om een roofvogel als huisdier te hebben. Die waren namelijk heel erg duur.
Hij laat een deel van zijn gebied door iemand anders besturen, zoals een leenman
Leenman
Hij bestuurt een stuk land voor zijn leenheer
Leenstelsel
Manier van besturen waarbij de koning stukken land in leen geeft. Dit stelsel wordt ook wel de hofstelsel genoemd.
Ridder
Soldaat van de koning of graaf. Vaak had een ridder een stuk land te leen van een leenman.
Karel de Grote
Karel de Grote was een koning die een groot rijk wist op te bouwen. Dit deed hij door veel oorlogen te voeren. Hij verbleef op veel verschillende plekken.
Oefenmateriaal
Lees de tekst:
Tekst 1.
Karel de Grote had meerdere dienaars. Één van die dienaars was Einhard. Hij had in 830 een boek geschreven over Karel de Grote. Einhard vertelde in het boek hoe Karel er vroeger uitzag: 'Karel de Grote had een sterk, groot lichaam. Hij had erg mooie ogen. Zijn neus was vrij groot, maar die was ook mooi. Toen hij ouder werd, werd hij een stuk dikker. Maar Karel de Grote bleef altijd een sterke man. Ik was altijd jaloers op zijn prachtige snor. Hij liep ook altijd erg veel met trots door de straat, net als een echte koning: zelfverzekerd en met een rechte rug.'
Lees de tekst:
Tekst 2.
Karel de Grote had in 780 verloren tijdens een veldslag in Spanje. Een historicus had hier in 1974 over geschreven: 'Karel de Grote moest door smalle paden tussen hoge bergen door met zijn leger. In lange dunne rijen trokken de soldaten en ridders door de kloof. Er was niemand in het landschap. De ruiters van de vijanden hadden de soldaten van Karel gezien. Zij waren aan het wachtten totdat het hele leger van Karel in de kloof was. Toen zij er allemaal waren, werden zij van achteren aangevallen. Zij hebben erg veel soldaten gedood van de mensen die achteraan stonden.'
Belangrijk om te onthouden:
4.1
• Bonifatius en Willbrord waren ook monniken. Hun doel was om de Friezen tot christen te maken. Bonifatius werd zelfs vermoord door de Friezen
• Monniken en nonnen waren geestelijken en woonden in kloosters. Ze baden erg veel, maar zij deden ook veel andere dingen, zoals boeken schrijven of voedsel verbouwen.
4.2
• Karel de Grote was een koning van een erg groot rijk in Europa. Hij kon niet alles tegelijk besturen, dus gaf hij stukken land aan zijn edelen. De edelen zorgden ervoor dat het gebied bestuurd wordt namens de koning. In ruil daarvoor gaven de leenmannen geld aan de koning, en zij vochten zelfs voor de koning.
• Ridders zijn de soldaten die vaak te paard gaan. Als ridders niks te doen hadden, dan gingen zij meestal tegen elkaar vechten in toernooien.
Klaar?
Maak de eindtoets.
Extra: Verdiepend materiaal
Afbeelding 4: Een kasteel in Carcassonne (Frankrijk).
Goed gedaan!
Lees de tekst:
Een veilig huis
Grafen werden vaak aangevallen van buitenaf. Het was belangrijk om jezelf goed te beschermen. Sommige grafen kwamen op het idee om een heuvel te maken. Op een heuvel maakte hij een huis met een toren. Vanuit die heuvel kan hij makkelijk vijanden aan zien komen. Zij maakten smalle schietgaten om jezelf beter te beschermen met een pijn en boog. Dit huis noemen wij ook wel een kasteel. De eerste kastelen waren gemaakt van hout, maar later werden ze gemaakt van steen. In de tijd van de vroege Middeleeuwen waren mensen erg veilig in een kasteel. Zij hadden niet woningen met verf, leuke meubels en behang. Kastelen waren hierdoor heel simpel ingericht. Het was in kastelen ook onwijs koud tijdens de winter, want er was nog geen elektrische verwarming en glazen ramen waren er ook nog niet. De mensen probeerden zich warm te maken met een vuur.
• Bonifatius en Willbrord waren ook monniken. Hun doel was om de Friezen tot christen te maken. Bonifatius werd zelfs vermoord door de Friezen
• Monniken en nonnen waren geestelijken en woonden in kloosters. Ze baden erg veel, maar zij deden ook veel andere dingen, zoals boeken schrijven of voedsel verbouwen.
4.2
• Karel de Grote was een koning van een erg groot rijk in Europa. Hij kon niet alles tegelijk besturen, dus gaf hij stukken land aan zijn edelen. De edelen zorgden ervoor dat het gebied bestuurd wordt namens de koning. In ruil daarvoor gaven de leenmannen geld aan de koning, en zij vochten zelfs voor de koning.
• Ridders zijn de soldaten die vaak te paard gaan. Als ridders niks te doen hadden, dan gingen zij meestal tegen elkaar vechten in toernooien.
Tip:
• Probeer de bronnen van 4.1 en 4.2 goed te onthouden. Dit zorgt voor een grotere kans bij het behalen van de eindtoets.
Druifkes. (2009, maart). Frankish Empire 481 to 814 [Foto]. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Frankish_Empire_481_to_814-de_nl.svg
Eindtoets hoofdstuk 4.1 en 4.1. (z.d.). Google Docs. Geraadpleegd op 21 januari 2021, van https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSfhIE5mKv0Dj8Ccq_rJ6z9quhbk4d2YUgt7Kcml84iEFWtU0A/viewform?usp=sf_link
Goformative. (z.d.). Goformative. Geraadpleegd op 21 januari 2021, van https://goformative.com/join
Omroep NTR. (2003, 23 juni). Schooltv: Kloosters in de middeleeuwen - Het leven in een klooster. SchoolTV. https://schooltv.nl/video/kloosters-in-de-middeleeuwen-het-leven-in-een-klooster/
Omroep NTR. (2004, 30 januari). Schooltv: Bonifatius - Wie is dat? SchoolTV. https://schooltv.nl/video/bonifatius-wie-is-dat/playlist/159/
Quizizz — The world’s most engaging learning platform. (z.d.). Quizizz. Geraadpleegd op 21 januari 2021, van https://quizizz.com/admin
ten Berge, K. (2021, 24 januari). Hoofdstuk 4.2 - De koning en zijn leenman. www.youtube.com. https://www.youtube.com/watch?v=EYN5Qn36HWQ&feature=youtu.be
Willemnabuurs. (2010, 6 augustus). Beeld van keizer Karel de Grote door Albert Termote op het Keizer Karelplein [Foto]. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Nijmegen_-_Beeld_van_keizer_Karel_de_Grote_door_Albert_Termote_op_het_Keizer_Karelplein.jpg
Het arrangement Monniken en ridders - hoofdstuk 4.1 en hoofdstuk 4.2 is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Auteur
Kevin ten Berge
Je moet eerst inloggen om feedback aan de auteur te kunnen geven.
Laatst gewijzigd
2021-03-12 18:31:02
Licentie
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:
Leerniveau
VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 1;
Leerinhoud en doelen
Verspreiding van het christendom in Europa;
De tijd van monniken en ridders (500 - 1000);
Hofstelsel, het leenstelsel en de horigheid;
Hofstelsel en horigheid;
Geschiedenis;
Eindgebruiker
leerling/student
Moeilijkheidsgraad
gemiddeld
Studiebelasting
1 uur en 30 minuten
Trefwoorden
geschiedenis, hofstelsel, karel de grote, kloosters, leenheer, leenman, leenstelsel, monniken en kloosters, monniken en ridders, ridders
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Oefening: Monikken en kloosters
Opdrachten
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle
informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten,
etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.