Module 1
Introductie
Wij, Elsbeth en Jocelynn, zijn laatstejaars doktersassistenten op het ROC Hoornbeeck College te Kampen. Wij vinden het belangrijk dat er een goede uitleg van de Prove2Move-map is, zodat iedereen daar goed gebruik van kan maken. Wij hebben zelf ervaren dat sommige dingen best onduidelijk kunnen zijn.
Inleiding
In deze e-learning wordt de Prove2Move-map voor doktersassistentes uitgelegd. Alle opdrachten worden één voor één uitgebreid behandeld, zodat er duidelijkheid ontstaat voor iedereen. Aan het einde van de e-learning stellen wij een aantal vragen, om te kijken of alles duidelijk is.
Module 2
Examenopdracht Triëren
Het eerste examenonderdeel is triëren. Hierbij wordt er van de student verwacht dat hij/zij de patiënt op een correcte wijze helpt en uiteindelijk de juiste urgentie bepaalt.
De student:
- Begroet de patiënt op een nette manier.
- Controleert of hij/zij de juiste NAW-gegevens heeft van de patiënt.
- Stelt passende vragen om duidelijk te krijgen wat de hulpvraag is.
- Past zich aan de situatie en patiënt aan.
- Maakt gebruik van de NHG-triagewijzer en gebruikt de juiste ingangsklacht.
- Past de juiste urgentie toe en de vervolgstappen die daarbij horen.
- Geeft een geschikt (vangnet)advies.
- Controleert of de patiënt de informatie begrepen heeft en akkoord gaat met het vervolgbeleid.
- Beëindigd het gesprek en vult de SOEP-regels in.
- Legt uit waar het vervolgbeleid op gebaseerd is.
- Geeft voorbeelden hoe hij/zij is omgegaan met de gevoelige en vertrouwelijke informatie.
Module 3
Examenopdracht Praktijkvoering
Het tweede examenonderdeel is praktijkvoering. In deze opdracht zorgt de student voor de logistiek, beheer, planning en administratie van de praktijk.
De student:
- Maakt een duidelijke werkplanning voor de week.
- Overlegt met de collega's of de planning werkzaam is.
- Zorgt ervoor dat de werkruimte van de arts gereed is.
- Plant een realistische tijd in voor een spreekuur en behandelt de patiënten en middelen op de juiste manier.
- Verwerkt informatie en gegevens nauwkeurig.
- Noteert alles nauwkeurig digitaal.
- Controleert of de voorraad klopt, checkt bewaarcondities en houdbaarheidsdatums.
- Controleert de werking en onderhoudsstatus van de instrumenten en apparaten in de praktijk.
- Kan uitleggen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt tijdens de uitvoering.
- Geeft voorbeelden hoe hij/zij is omgegaan met de gevoelige en vertrouwelijke informatie.
Module 4
Examenopdracht Assisteren, begeleiden en afstemmen
Het derde examenonderdeel bestaat uit assisteren, begeleiden en afstemmen. Hierbij assisteert de student de behandelaar bij medische verrichtingen en begeleid de patiënt. Ook de stemt de student de werkzaamheden af met alle betrokkenen.
De student:
- Overlegt de handeling vooraf met de behandelaar en andere aanwezigen.
- Zorgt ervoor dat de behandelruimte gereed is, klaar voor de verrichting.
- Zorgt ervoor dat de benodigde materialen en middelen klaar liggen.
- Begeleidt de patiënt naar de behandelkamer.
- Controleert de patiëntgegevens.
- Geeft een voorlichting aan de patiënt over de verrichting.
- Toont betrokkenheid en reageert snel/juist op de signalen van de patiënt tijdens verrichting.
- Volgt aanwijzingen en instructies van de behandelaar tijdig op.
- Werkt hygiënisch en veilig tijdens de behandeling.
- Gaat op de juiste wijze om met de instrumenten, apparatuur en materialen.
- Geeft een correcte voorlichting en advies over de nazorg aan de patiënt.
- Controleert of de patiënt het begrepen heeft.
- Draagt relevante informatie over aan de betrokkenen.
- Werkt hygienisch en veilig na afloop van de behandeling bij het opruimen en reinigen van de materialen, middelen en behandelkamer.
- Licht toe hoe hij/zij op de patiënt gereageerd heeft voor, tijdens of na de verrichting.
- Licht toe welke keuzes hij/zij gemaakt heeft passend bij de patiënt.
- Licht toe hoe hij/zij betrokkenen geïnformeerd heeft en op welke wijze zij gehandeld hebben.
Module 5
Examenopdracht Medisch-technisch handelen
Het volgende examenonderdeel is medisch-technisch handelen. Hierbij moet de student verschillende medisch-technische handelingen uitvoeren.
Instructies voor de beoordelaar:
- Beoordeel de handeling aan de hand van de onderstaande beoordelingscriteria.
- Vul dit in achter de beoordelingsformulieren in deze opdracht.
- Er wordt een eindoordeel toegekend aan de complete examenopdracht.
- Deze wordt vermeld op het bewijs van bekwaamheid.
Vooraf maakt de student een voorbereidingsverslag over de handeling die hij/zij wil uitvoeren. Wanneer dit goedgekeurd is door de stagebegeleider, kan de student de handeling uitvoeren en aftekenen.
De student:
- Informeert de patiënt op een juiste manier over de uitvoering van de handeling.
- Voert de handeling correct uit volgens het protocol.
- Reageert snel/juist op (non)-verbale reacties van de patiënt.
- Houdt rekening met de mogelijke risico's voor de patiënt bij elke handeling.
Module 6
Examenopdracht Werken aan kwaliteit en deskundigheid
Het vijfde onderdeel is werken aan kwaliteit en deskundigheid. Tijdens deze examenopdracht verzamelt de student een aantal bewijsstukken. Het bewijsstuk toont aan dat de deskundigheid van de student is bevordert en deze gedeeld is met collega's. Dit bewijsstuk draagt bij aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg.
Eisen voor de bewijsstukken:
- gevarieerd en tijdens verschillende situaties verzameld;
- het is passend bij de beoordelingscriteria;
- het is uniek en van de student zelf;
- het is actueel en tijdens de opleiding verzameld.
De student schrijft een verantwoording per bewijsstuk van maximaal één A4. Het bewijsstuk moet ingevuld woren in het bewijsformulier. In totaal moeten er 5 bewijsstuken worden ingeleverd.
De beoordelingscriteria moet worden ingevuld door de examinator tijdens het criterium gericht interview. Dit hoeft dus niet afgetekend te worden tijdens de stageperiode.
Module 7
Examenopdracht Nieuwe medewerker begeleiden
Het laatste examenonderdeel is nieuwe medewerker begeleiden. Tijdens de stageperiodes moet de student bewijsstukken verzamelen. Hiervoor moet de student een nieuwe student, stagiaire, collega en/of vrijwilliger begeleiden.
Eisen voor de bewijsstukken:
- gevarieerd en tijdens verschillende situaties verzameld;
- het is passend bij de beoordelingscriteria;
- het is uniek en van de student zelf;
- het is actueel en tijdens de opleiding verzameld.
De student schrijft een verantwoording per bewijsstuk van maximaal één A4. Het bewijsstuk moet ingevuld woren in het bewijsformulier. In totaal moeten er 5 bewijsstuken worden ingeleverd.
De beoordelingscriteria moet worden ingevuld door de examinator tijdens het criterium gericht interview. Dit hoeft dus niet afgetekend te worden tijdens de stageperiode.
Module 8
Slotwoord
Dit is einde van de uitleg over de Prove2Move-map. Hierna volgt er een kleine toets, zodat je jezelf kunt testen of je alle informatie goed begrepen hebt.
Toets: Eindtoets e-learning