Vwo 4 wisA

Groeisnelheid berekenen

Groeisnelheid berekenen

Wat ga ik leren?

Je gaat in deze paragraaf leren ...

Opgaven

y=x^3−10x^2+50x

y=x^3−10x^2+50x

Gegeven een functie \(f\). De invoer is \(x\), de uitvoer \(f(x)\).
Als de invoer verandert, dan verandert ook de uitvoer.
In dit hoofdstuk houden we ons bezig met de vraag hoeveel keer zo snel de uitvoer groeit als de invoer. We noemen dat de groeisnelheid.
Als de grafiek van de functie niet recht is, is de groeisnelheid niet constant. Die hangt af van het punt waarin je kijkt.

 

 

 

Een formule bij de grafiek van opgave "Productiekosten" is:
\(y=x^3−10x^2+50x\), hierbij zijn \(y\) de kosten per honderden euro en \(x\) het aantal honderden stuks.

Bereken met hoeveel de kosten stijgen als de productie toeneemt van \(200\) naar \(201\) stuks.

 

Opmerking:

In de economie spreekt men van marginale kosten (of marginale opbrengst of marginale winst). Hiermee wordt bedoeld de extra kosten die je maakt om één exemplaar extra te produceren.

 

 

Optrekkende auto

Optrekkende auto

We kijken nog eens naar de optrekkende auto van opgave "We bekijken de rit van een auto".
Voor de afgelegde afstand \(s\) (in meters) na \(t\) seconden geldt: \(s=t^2\).
Je wilt de snelheid van de auto op een bepaald moment weten, zeg op \(t=3\).
Je krijgt een goede benadering van die snelheid als je de gemiddelde snelheid berekent op een klein interval waarin \(t=3\) ligt, bijvoorbeeld het interval \([2,9 ; 3]\).

a Bereken de gemiddelde snelheid van de auto op het tijdsinterval \([2,9 ; 3]\).

b Ook op het tijdsinterval \([3 ; 3,01]\).

c Welke van de twee bovenstaande berekeningen geeft de beste benadering van de snelheid van de auto op \(t=3\)?

d Benader de snelheid van de auto op \(t=5\) met behulp van de gemiddelde snelheid op het tijdsinterval \([4,9 ; 5]\).

e Is de snelheid die je in het vorige onderdeel groter of kleiner dan de snelheid op \(t=5\)?
Licht je antwoord toe.

 

In de opgaven "y=x^3−10x^2+50x" en "Optrekkende auto" hebben we de gemiddelde stijging van een functie op een interval bekeken. (In opgave "y=x^3−10x^2+50x" was dat de gemiddelde stijging van de functie \(y=x^3−10x^2+50x\) op het interval \([2 ; 2,01]\).)
In opgave "y=x^3−10x^2+50x" stelt die gemiddelde stijging de marginale kosten voor en in opgave "Optrekkende auto" de gemiddelde snelheid. Wat we in de vorige opgaven gedaan hebben doen we in de volgende opgave "De grafiek van een functie f" voor een abstracte functie. We spreken dan niet van (gemiddelde) snelheid, maar van (gemiddelde) groeisnelheid.

 

De grafiek van een functie f

De grafiek van een functie f

Hiernaast en op het werkblad is de grafiek van een functie \(f\) getekend.

a Lees de gemiddelde groeisnelheid van \(f\) op het interval \([‐1,1]\) af uit de grafiek.

 

De toename van \(\bf \it x\) noteren we met \(Δx\) (en de toename van \(y\) met \(Δy\)).
Op het interval \([‐1,1]\) is \(Δx=2\) en \(Δy=6\).
De gemiddelde groeisnelheid van \(y\) op \([‐1,1]\) is \(\frac{{\Delta y}}{{\Delta x}} = 3\).
Deze is gelijk aan de gemiddelde helling van de grafiek op het interval \([‐1,1]\).

b Geef \(Δx\) en \(Δy\) in de grafiek aan.

c Bepaal \(Δx\) en \(Δy\) op \([‐1,2]\) en bereken daarmee de gemiddelde groeisnelheid van \(y\) op \([‐1,2]\).

d Hoe kun je (zonder te rekenen) in de grafiek zien dat de gemiddelde groeisnelheid van \(y\) op \([‐1,1]\) groter is dan de gemiddelde groeisnelheid op \([‐2,1]\)?

 

\(g\) is de functie die door \((0,0)\) gaat en constante groeisnelheid \(1\) heeft.

e Teken de grafiek van \(g\) op het werkblad en geef een formule voor \(g\).

f Bepaal de punten van de grafiek van \(f\) waar de groeisnelheid van \(f\) even groot is als de groeisnelheid van \(g\).
Hoe heb je dat gedaan?

 

Een formule voor \(f(x)\) is: \(f(x)=‐x^3+4x\).
Waarschijnlijk heb je bij vraag f het punt op de grafiek van \(f\) gezocht waar die even steil loopt als de grafiek van \(g\).
Dat gebeurt ongeveer in de punten met eerste coördinaat \(‐1\) en \(1\).

g Je kunt dat controleren met de GR door inzoomen.
Je kunt dit onderdeel ook in een "GeoGebra-applet" bekijken.
Met de schuifknop kun je de lijn \(y=x\) naar het punt \((1,3)\) schuiven.
Als je uitvergroot zie je dat beide grafieken ongeveer even steil lopen.

 

Als je ver genoeg inzoomt op de grafiek van \(f\) in \((1,3)\), zie je (bijna) geen verschil meer tussen de grafiek van \(f\) en de lijn door \((1,3)\) met helling \(1\). De helling van \(f\) in \((1,3)\) is \(1\) (ongeveer) en de lijn \(y=x+2\) is een vergelijking van de raaklijn aan de grafiek van \(f\) in dat punt.


Je kunt de helling van de grafiek in een punt goed 'zien' op de GR door in te zoomen. Een berekening van die helling kun je maken door de gemiddelde groeisnelheid te bepalen op een heel klein interval waar de eerste coördinaat van dat punt in ligt.

h Bereken met behulp van de formule van \(f(x)\) de gemiddelde groeisnelheid op het interval \([0,99;1,01]\).

 

Rekenschema

Een boom groeit

Om de gemiddelde groeisnelheid (helling) te berekenen is een rekenschema handig.
Bijvoorbeeld om de gemiddelde groeisnelheid te berekenen bij \(s=t^2\) op het tijdsinterval \([3 ; 3,01]\), zie opgave "Optrekkende auto".


Rekenschema

\(t=3\)

\(→\)

\(s=9\)

\(\underline {t = 3,01}\)

\(→\)

\(\underline {s = 9,0601}\)

\(Δt=0,01\)

\(→\)

\(Δs=0,0601\)

dus de gemiddelde groeisnelheid is \(\frac{{\Delta s}}{{\Delta t}} = 6,01\).

 

Of om de gemiddelde groeisnelheid van \(y=‐x^3+4x\) te bepalen op \([0,99 ; 1,01]\), zie opgave "De grafiek van een functie f".


Rekenschema

\(x=0,99\)

\(→\)

\(y=2,989701\)

\(\underline {x = 1,01}\)

\(→\)

\(\underline {y = 3,009699}\)

\(Δx=0,02\)

\(→\)

\(Δy=0,019998\)

dus gemiddelde groeisnelheid is \(\frac{{\Delta y}}{{\Delta x}} = \frac{{0,019998}}{{0,02}} = 0,9999\).

 

Een boom groeit van zaadje tot \(8\) meter hoog in \(20\) jaar. Hiernaast staat de grafiek van de hoogte \(h\) (in m) na \(t\) jaar.

a Wat is de gemiddelde groeisnelheid van de boom op \([0,20]\)?

b Hoe ziet de grafiek bij een boom met een constante groei van \(0,4\) meter per jaar eruit?

 

Een formule bij de grafiek is: \(h=‐0,002t^3+0,06t^2\).

c Bereken met rekenschema de groeisnelheid van de boom op \([3 ; 3,01]\) in één decimaal.

d Wat denk je dat de groeisnelheid van de boom op \(t=3\) is?

 

Benader de helling

De groeisnelheid van de functie f in het punt met eerste coördinaat a is de helling van de raaklijn aan de grafiek in het punt met eerste coördinaat a.
Als je een formule van f(x) hebt, dan kun je de helling in het punt met eerste coördinaat a goed benaderen door de gemiddelde groei f(b)f(a)ba van f(x) op het interval [a,b] uit te rekenen.
Die benadering is beter, naarmate b dichter bij a gekozen wordt.
Met de Δ-notatie kunnen we dit ook zó opschrijven:
met Δx=ba en Δy=f(b)f(a) is f(b)f(a)ba=ΔyΔx.

 

De gemiddelde helling van een functie f op het interval [a,b] is een quotiënt van twee verschillen namelijk Δy=f(b)f(a) gedeeld door Δx=ba.
Daarom noemt men f(b)f(a)ba en ΔyΔx ook wel een differentiequotiënt.
Δ (Griekse hoofdletter delta) staat voor differentie, dit betekent verschil.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opmerking:

Kijk nog eens goed naar de eenheden waarin de groeisnelheid wordt uitgedrukt.

  1. In opgave "Wandeling":
    t de tijd in uur,
    s de afstand in km,
    de gemiddelde groeisnelheid van s is in km/u;

  2. In opgave "y=x^3−10x^2+50x":
    x het aantal stuks (in honderdtallen),
    y de kosten in honderden euro,
    de gemiddelde groeisnelheid van y is in honderden euro per honderd stuks, dus in euro per stuk;

  3. In opgave "Optrekkende auto":
    t de tijd in seconden,
    s de afstand in meter,
    de gemiddelde groeisnelheid van s is in m/s.

Benader de helling

In opgave "Groei van een zonnebloem" hebben we de helling van de raaklijn gemeten in het punt \(P(4,3)\) aan de grafiek van \(y = 1\frac{1}{2}\sqrt x\).

Benader die helling in drie decimalen met behulp van de gemiddelde groeisnelheid op het interval \([3,99 ; 4,01]\).

 

Van gemiddelde groeisnelheid naar groeisnelheid

We bekijken de rit van de auto nomaals

We bekijken de rit van de auto uit opgave "We bekijken de rit van een auto" vanaf een bepaald moment (\(t=0\)).
Voor de afstand \(s\) (in meters) die de auto na \(t\) sec heeft afgelegd geldt: \(s=t^2\).
We willen exact weten hoe snel de auto rijdt op tijdstip \(t=4\).

a Bereken de gemiddelde snelheid van de auto op de intervallen \([4 ; 4,01]\) en op \([3,99 ; 4]\).

b Neem over en vul in.

\(t=4\)

\(→\)

\(s=16\)

\({\underline {t = 4 + \Delta t} }\)

\(→\)

\(\underline {s = 16 + ... \cdot \Delta t + {{\left( {\Delta t} \right)}^2}}\)

 

\(→\)

\(\Delta s = ... \cdot \Delta t + {(\Delta t)^2}\)

dus de gemiddelde groeisnelheid is \(\frac{{\Delta s}}{{\Delta t}} = 8 + \Delta t\).

 

Met je antwoord uit b kun je je antwoorden van a controleren. Het eerste antwoord door voor \(Δt=0,01\) te nemen.

c Hoe kun je tweede antwoord van onderdeel a controleren? Voer die controle uit.

 

Hoe dichter \(Δt\) bij \(0\) komt, hoe beter \(\frac{{\Delta s}}{{\Delta t}}\) de snelheid op tijdstip \(4\) benadert.

d Tot welke waarde nadert \(\frac{{\Delta s}}{{\Delta t}}\) als \(Δt\) naar \(0\) nadert?

 

Conclusie: de snelheid van de auto op tijdstip \(4\) is \(8\).

 

e Neem over en vul in.

\(t=3\)

\(→\)

\(s=9\)

\(\underline {t = 3 + \Delta t}\)

\(→\)

\(\underline {s = ... + ... \cdot \Delta t + {{(\Delta t)}^2}}\)

 

\(→\)

\(\Delta s = .... \cdot \Delta t + {(\Delta t)^2}\)

Dus de gemiddelde groeisnelheid is \(\frac{{\Delta s}}{{\Delta t}} = 6 + \Delta t\).

f Hoe volgt uit het vorige onderdeel met welke snelheid de auto op tijdstip \(3\) rijdt?

g Bereken ook de exacte snelheid van de auto op tijdstip \(5\).

 

y=0,5x^2−2x

y=0,5x^2−2x

\(y = \frac{1}{2}{x^2} - 2x\)
We berekenen de groeisnelheid van \(y\) als \(x=3\).

a Neem over en vul in.

\(x=3\) \(→ y=...\)
\(x=3+Δx\) \(→ y=...+_⋅Δx+...(Δx)^2\)

Dus \(\frac{{\Delta y}}{{\Delta x}} = ...\Delta x + ...\), de groeisnelheid is dus: \(...\).

b Bereken, zoals in het vorige onderdeel de groeisnelheid als \(x=2\) en als \(x=0\).

 

Hiernaast en op het werkblad is de grafiek van de functie getekend. Je hebt het volgende berekend.

  1. In het punt \(O(0,0)\) is de groeisnelheid \(‐2\),

  2. in het punt \(P(3,‐1\frac{1}{2})\) is de groeisnelheid \(1\),

  3. in het punt \(Q(2,‐2)\) is de groeisnelheid \(0\).

c Teken op het werkblad in \(O\) de lijn met richtingscoëfficiënt \(‐2\), in \(P\) de lijn met richtingscoëfficiënt \(1\) en in \(Q\) de lijn met richtingscoëfficiënt \(0\).
De lijnen die je in die punten getekend hebt sluiten daar het beste aan bij de grafiek. Het zijn raaklijnen aan de grafiek.

 

Gegeven een functie f met daarop een punt A met eerste coördinaat a.
De waarde die je krijgt door in f(a+Δx)f(a)Δx het getal Δx naar 0 te laten naderen, is de groeisnelheid van f(x) in A.
We noemen die waarde ook de helling van de grafiek van f in A.

Als P het punt op de grafiek van f met eerste coördinaat a+Δx is, nadert lijn AP de raaklijn in A. De raaklijn in A aan de grafiek van f is de lijn door A met de groeisnelheid als richtingscoëfficiënt.

 

 

 

 

Opmerking:

Bekijk de applet demo_raaklijn waar de grafiek van bovenstaande functie is getekend.
Met de schuifknop a kun je de positie van A op de grafiek variëren: de eerste coördinaat van A is a. Het punt P op de grafiek van de functie heeft eerste coördinaat a+Δx.
Je kunt met een schuifknop de eerste coördinaat van A en Δx kiezen.
Naarmate Δx dichter bij 0 gekozen wordt, 'nadert' lijn AB de raaklijn.

Van een toren valt een steen

Van een toren valt een steen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van een toren valt een steen. Voor de valweg \(s(t)\) (in meters) na \(t\) seconden geldt bij benadering: \(s(t)=5t^2\).
Hiernaast staat de grafiek.
De steen valt steeds sneller.

a Hoe zie je dat aan de grafiek?

 

De toren is \(125\) meter hoog.

b Bereken het exacte tijdstip waarop de steen op de grond komt.

 

We gaan de snelheid berekenen waarmee de steen op de grond komt, dus als \(t=5\).

c Bereken de gemiddelde snelheid waarmee de steen valt op het tijdsinterval \([4,99 ; 5]\).

 

De gemiddelde snelheid van de steen tussen \(t=5\) en \(5+Δt\) is: \(\frac{{s(5 + \Delta t) - s(5)}}{{\Delta t}}\).
Dit is te vereenvoudigen tot \(50+5⋅Δt\).

d Laat dat met een berekening zien.

 

Je kunt dit gebruiken om je antwoord op c te controleren.

e Wat moet je dan voor \(Δt\) nemen?

f Wat is de snelheid op \(t=5\), denk je?
Geef je antwoord in m/s en in km/u.

 

Naarmate \(Δt\) dichter bij \(0\) komt, komt \(50+5⋅Δt\) dichter bij \(50\).
De snelheid op \(t=5\) is exact \(50\).

 

De (groei)snelheid als \(t=3\) kun je goed benaderen door de gemiddelde groeisnelheid te berekenen op een klein interval waar \(3\) in ligt, bijvoorbeeld \([3 ; 3,01]\). De lijn door de punten van de grafiek met eerste coördinaat \(3\) en \(3,01\) is een goede benadering voor de raaklijn aan de grafiek in het punt met eerste coördinaat \(3\).

De groeisnelheid tussen \(t=3\) en \(3+Δt\) is \(30+5⋅Δt\).

g Reken dat na.

h Wat is de exacte snelheid van de steen op \(t=3\)?

 

 

 

Opmerking:

Om de groeisnelheid van een functie \(f\) voor een bepaalde \(a\) uit te rekenen, kun je in \(\frac{{f(a + \Delta x) - f(a)}}{{\Delta x}}\) niet zo maar \(0\) invullen voor \(Δx\).
Waarom niet?
Daarom spreken we van de waarde waarnaar bijvoorbeeld \(\it {\frac{{s(5 + \Delta x) - s(5)}}{{\Delta x}}}\) nadert als \(\it Δx\) naar \(\it 0\) nadert.

 

Grafiek van een of andere functie

Grafiek van een of andere functie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hieronder staat de grafiek van een of andere functie.
Het punt \(A(4,2)\) ligt op de grafiek.

Iemand (die een formule van de functie kent) benadert de helling in \(A\) van de grafiek als volgt. Hij kiest het punt \(P\) op de grafiek met eerste coördinaat \(4,001\) en berekent de helling van de lijn door \(A\) en \(P\).

a Is zijn antwoord groter of kleiner dan de precieze helling in het punt \(A\)?
Licht je antwoord toe.

b En als hij in plaats van \(P\) het punt \(Q\) op de grafiek gekozen had met eerste coördinaat \(3,999\)?

 
  • Het arrangement Groeisnelheid berekenen is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    2022-07-31 02:37:16
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    4 uur 0 minuten

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Wiskunde Wageningse Methode OUD. (2022).

    Groeisnelheid

    https://maken.wikiwijs.nl/154975/Groeisnelheid

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.