Dit thema gaat over kracht en bewegen.
In het blok ‘Ken je kracht’ heb je je vooral verdiept in krachten en de beweging die de kracht kan veroorzaken.
In dit blok kijk je hoe kracht en bewegen in de natuur samenhangen.
Je kijkt naar de manier waarop verschillende dieren zich voortbewegen. Wat is er nodig om te kunnen voortbewegen?
Beheers jij de kunst van het bewegen? Kun je blessures hierbij voorkomen?
Dat onderzoek je in de slotopdracht.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Welk dier is het snelst? Dat is wel een lastige vraag, want kun je de snelheid in water en in lucht bijvoorbeeld wel met elkaar vergelijken?
In stap 2 van het blok ‘Ken je kracht’ heb je al geleerd dat de lucht en water een bepaalde weerstand geven aan voorwerpen.
Is de grootte van het dier ook belangrijk? Zo legt een kakkerlak per seconde 50 keer zijn lichaamslengte af.
Een menselijke sprinter zou in dat geval een snelheid halen van 330 kilometer per uur!
En wat dacht je van de vampiermier?
Dit agressieve insect kan zijn kaken dichtslaan met een snelheid van 320 kilometer per uur!
Daarom splitsen we de vraag op. We kijken niet naar de lichaamsgrootte, maar alleen naar de absolute snelheid waarmee het dier zich kan verplaatsen.
Wat is dan.
de snelste vogel?
het snelste insect?
het snelste landdier?
de snelste vis?
Dat ga je uitzoeken in de volgende oefeningen.
Bekijk het allersnelste dier aan het werk. Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen.
Startopdracht C
Het kan ook anders!
Mensen zijn steeds op zoek om zich zo goed en zo snel mogelijk over land en water en door de lucht voort te bewegen. Vroeger bewoog men met heel simpele middelen, bijvoorbeeld met een boomstam over het water, soms met een zeil, maar heel vaak met eigen spierkracht.
In de vorige opdracht heb je gezien dat voor dieren vliegen de snelste manier van voortbewegen is, daarna zwemmen en lopen.
In de woestijn leven twee bewegingskunstenaars! Bekijk twee filmpjes,
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Bewegen is niet alleen nuttig, maar het is ook leuk en gezond.
Bekijk het filmpje over bewegen en leerprestaties.
Bespreek in de klas hoeveel tijd er gemiddeld per dag wordt ‘gespeeld’.
Welke vormen van spelen zijn het populairst?
Voordat je begint
Benodigdheden:
glas
punaise zonder plastic
afwasmiddel
dik limonade rietje
teil
krantenpapier
tekenmateriaal
regenworm
papier A4
loep
liniaal
touw
stevig stuk karton
4 lege closetrollen
statief met klemmen
verschillende gewichtjes (o.a 25 gram)
gewichtenschaal
pincet
papier
2 personenweegschalen
Tijd (blok):
6 uur
Leerdoelen en vaardigheden
Leerdoelen
Je kunt:
verbanden leggen tussen bouw en functie van spieren en botten (beenderen) waardoor de mens kan voortbewegen.
enkele voorbeelden noemen van aanpassingen van dieren zodat ze op een bepaalde manier kunnen voortbewegen.
onderdelen van een spier benoemen en de functies aangeven.
het verschil tussen willekeurige en onwillekeurige spieren uitleggen.
uitleggen wat antagonisten zijn en voorbeelden van antagonisten noemen.
uitleggen hoe spieren worden aangestuurd.
twee typen skeletten noemen en het verschil daartussen aangeven.
verschillende typen beenverbindingen noemen en de verschillen daartussen aangeven.
uitleggen waardoor een bot sterk is en niet te breekbaar.
Stap 1: Bewegen, hoe doe je dat?
Opdracht 1
Om vooruit te komen heb je een kracht nodig die een voorwerp in beweging brengt. Vaak leveren dieren deze kracht zelf met hun spieren. Maar soms halen ze een deel ervan uit de uit de levenloze natuur.
Krachten in de lucht
In de lucht maken roofvogels gebruik van luchtstromen.
Lees de tekst over Thermiek. Beantwoord daarna de volgende vragen.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Kleine dieren hebben maar weinig kracht nodig om vooruit te komen. Op de grens van water en lucht leeft bijvoorbeeld de oeverkever. Deze kever gebruikt de aantrekkingskracht tussen de watermoleculen om vooruit te komen.
Watermoleculen trekken elkaar aan. In het water wordt elk watermolecuul aan alle kanten omgeven door andere watermoleculen. Hierdoor wordt het molecuul aan alle kanten aangetrokken. Maar aan het wateroppervlak wordt aan de bovenkant niet getrokken door andere watermoleculen, daar ontstaat een oppervlaktespanning.
Oppervlaktespanning is het natuurkundig verschijnsel dat het oppervlak van een vloeistof aan een vloeistof-gasovergang zich gedraagt als een veerkrachtige laag. Vanderwaalskrachten tussen moleculen in de vloeistoffase veroorzaken deze oppervlaktespanning. Losse druppels worden zo veel mogelijk bolvormig. De oppervlaktespanning van water wordt verder verhoogd doordat watermoleculen onderling waterstofbruggen vormen. Schaatsenrijders (een insectensoort) en lichte voorwerpen zinken niet dankzij de oppervlaktespanning van het water.
Download het werkblad Natuurkrachten en voortbeweging en voer de experimenten uit. Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Zeeanemonen hebben een heel eenvoudig zenuwstelsel, een soort netwerk dat over het hele lichaam loopt.
De zintuigcellen die lijken op gevoelszenuwen in onze huid.
Door het zenuwstelsel is er een coördinatie mogelijk tussen de verschillende tentakels.
Spieren kunnen zo opdrachten krijgen om samen te trekken of juist te ontspannen.
Stap 2: Spieren
Opdracht 1
Spieren zorgen voor beweging. Maar hoe werken spieren?
Je hebt in je lichaam een heleboel spieren. Veel daarvan kun je met je wil sturen: je kunt besluiten een arm op te tillen of je wenkbrauwen op te trekken. Deze spieren noem je willekeurige spieren.
Je gaat eerst kijken hoe deze spieren zijn gebouwd en hoe ze werken.
Spieren
Lees het onderdeel 'Spieren' in de Kennisbank en beantwoord de vragen.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Download het werkblad Spierstelsel. Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
Overleg met je docent hoe deze opdracht wordt beoordeeld en beantwoord de vragen.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Spieren trekken niet zomaar samen. Ze krijgen hun opdrachten via het zenuwstelsel.
In het thema Communicatie heb je al veel over het zenuwstelsel geleerd.
Wat weet je nog over het zenuwstelsel? Beantwoord de vragen.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Tot nu toe heb je alleen spieren bekeken die aan het skelet vast zitten. Ze heten skeletspieren. Als je ze onder een microscoop bekijkt, dan zien ze er dwarsgestreept uit.
Maar er zijn ook spieren die niet aan het skelet zijn bevestigd, zoals de spieren om je organen heen. Die spieren kun je niet met je wil besturen. Ze zijn niet gestreept, het zijn gladde spieren.
Tenslotte is er de hartspier. Die kun je niet met je wil besturen, maar hij is wel dwarsgestreept.
Gladde spieren en de hartspier worden niet snel moe.
Opdracht 6
Gladde spieren
Gladde spieren gebruik je niet om je te bewegen. Maar ze zijn wel belangrijk.
Gladde spieren zorgen er bijvoorbeeld voor dat het voedsel in je darm wordt voortbewogen.
Daarvoor liggen om de darm twee groepen spieren: lengtespieren en kringspieren.
Bekijk de figuur goed en probeer je voor te stellen wat er gebeurt als de verschillende spiergroepen samentrekken.
Opdracht 7
Kruipen van regenworm
Een regenworm bestaat uit segmenten.
Die kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen:
Bekijk de video over de regenworm en beantwoord daarna de vragen.
Opdracht 8
Practicum: De regenworm
Download het werkblad De regenworm en voer het practicum uit.
Bespreek met je docent hoe deze opdracht wordt beoordeeld. Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
Als je de regenworm hebt bekeken, maak dan de volgende vragen.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Dieren zonder skelet, zoals de regenworm kunnen zich dus goed voortbewegen, maar de bewegingen zijn eenvoudig en langzaam.
Alles verandert als er een skelet is, met gewrichten. Daarmee kun je delen van je lichaam ten opzichte van elkaar laten bewegen.
Je kunt je bovendien losmaken van de ondergrond. En dat heeft heel veel mogelijkheden.
Opdracht 9
Spierkracht meten
Wil je weten wie de sterkste spieren heeft?
Daag je klasgenoten dan uit in deze test om de spieren van je bovenbenen, je buik en je bovenlichaam te testen.
Maak gebruik van het werkblad: Test je spierkracht. Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
Bespreek in de klas van welke factoren spierkracht afhankelijk is.
Stap 3: Het skelet
Opdracht 1
Skeletspieren zitten vast aan de botten (beenderen) van het skelet.
In deze stap bestudeer je verschillende soorten skeletten.
Twee typen skeletten
Bestudeer de Kennisbank 'Skelet en bewegen' (pagina 1 t/m 5).
Beantwoord daarna de vragen.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
In de figuur zie je een insect en delen van het uitwendig skelet.
Onderdelen 1 en 2 verwijzen naar onderdelen van een pootje.
Onderdelen 3 en 4 verwijzen naar onderdelen van de vleugels.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Het skelet van de mens telt 206 botten. Tussen die botten zitten verschillende soorten verbindingen. Sommige botten kunnen heel goed ten opzichte van elkaar bewegen.
Andere veel minder of zelfs helemaal niet.
Bestudeer de Kennisbank: 'Beenverbindingen' (pagina 1 t/m 5).
Download daarna het werkblad: Skelet mens. Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
Overleg met je docent hoe deze opdracht wordt beoordeeld.
Opdracht 6
Skeletten van andere gewervelden
Alle gewervelde organismen hebben een inwendig skelet.
Download de kleurplaat Skeletten gewervelden.
Ontdek zo de verschillen en de overeenkomsten tussen verschillende skeletten. Maak een kopie van de kleurplaat in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download de kleurplaat (Bestand - Downloaden als).
Overleg met je docent hoe deze opdracht wordt beoordeeld.
Botten
Botten moeten sterk zijn om de krachten die spieren uitoefenen te kunnen weerstaan. Aan de andere kant moeten ze natuurlijk ook weer niet te zwaar zijn.
Hoe zijn botten gebouwd en uit welke stoffen bestaan ze? Je leest hier meer over in de volgende Opdracht.
Opdracht 7
Samenstelling van botten
Bekijk het filmpje over de samenstelling van botten.
Overleg met je docent of je de proef ook zelf gaat uitvoeren.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De botmassa is niet je hele leven hetzelfde. Hoe meer botmassa je hebt, hoe sterker het bot is.
Bekijk de volgende figuur en beantwoord de vragen.
Opdracht 8
Practicum: De stevigheid van een bot
Heeft de vorm van een bot invloed op de stevigheid van het bot?
Download het werkblad Stevigheid van een bot om deze vraag te onderzoeken. Voer de proeven uit.
Materiaal
statief met klemmen
verschillende gewichtjes
gewichtenschaal*
pincet
papier
*Is er geen gewichtenschaaltje op school, zoek dan een andere oplossing om gewichtjes op te hangen.
Gebruik bijvoorbeeld plakband en een touwtje.
Overleg met je docent hoe de opdracht wordt beoordeeld.
Beantwoord na het maken van de proeven de volgende vragen.
Stap 4: Aangepast voortbewegen
Opdracht 1
Er zijn verschillende manieren van voortbewegen. Je hebt een aantal al gezien in de vorige stappen.
Elk dier heeft een lichaamsbouw die is aangepast aan de manier van voortbewegen. Dat is niet toevallig zo. Het is het resultaat van een lange evolutie van een dier in een bepaalde omgeving.
In deze stap bekijk je een aantal voorbeelden van de perfecte samenhang tussen vorm en functie.
Vliegen
Bekijk de video op SchoolTV: "Hoe vliegen vogels".
Download het werkblad Skelet vogel. Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
Benoem de delen van het skelet.
Beantwoord daarna de onderstaande vragen.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Bekijk de afbeelding van het skelet van een mens en een gorilla.
Een gorilla beweegt zich af en toe op twee benen. Een mens bijna altijd.
Het skelet van een mens is aangepast aan het lopen op twee benen.
Maak de volgende oefening.
Opdracht 4
Viervoeters en tweevoeters
Lopen op twee benen lijkt zo eenvoudig. Je kunt het misschien al vanaf je eerste verjaardag.
Maar hoe doe je het eigenlijk?
Dat onderzoek je in deze opdracht.
Download het werkblad: Viervoeters en tweevoeters en voer de opdrachten uit. Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
Overleg met je docent hoe de opdracht wordt beoordeeld.
★ Opdracht 5
Hoe loopt dat dier?
Bij zoogdieren die in rust met vier poten op de grond staan, kun je verschillende manieren van voortbewegen onderscheiden.
Stap: De poten worden één voor één verplaatst. Draf: Linkervoorpoot en rechterachterpoot worden tegelijkertijd verplaatst. Galop: Beide voorpoten worden tegelijkertijd verplaatst, daarna beide achterpoten. Telgang: Beide rechterpoten worden tegelijkertijd verplaatst, daarna beide linkerpoten.
Download het werkblad: Hoe loopt dat dier? Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
Overleg met je docent hoe deze opdracht wordt beoordeeld.
Opdracht 6
Verschillende poten
Niet alleen de manier van lopen kan verschillen, ook in de bouw van de poten zijn grote verschillen te zien.
Bekijk de video "Zoolgangers, teengangers en topgangers".
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Er zijn nog meer voorbeelden van poten die zijn aangepast aan de manier van voortbewegen.
Maak viertallen.
Ieder groepslid zoekt van een van de volgende dieren uit, hoe de poten zijn aangepast aan de manier van voortbewegen.
Teken de pootskeletten.
Vleermuis
Mol
Zeehond
Kangoeroe
Deel de antwoorden in je groep.
Opdracht 7
Het zwemmen van een vis
Hoe zwemt een vis? Bekijk de video 'Fish locomotion' (van 0:22 tot 0:42 min.).
Beschrijf waardoor een vis zich in het water kan voortbewegen.
Gebruik bij je beschrijving de afbeelding. Kijk goed naar de pijlen.
Slot
Bewegen is een kunst
Bewegen is een kunst en bewegen is gezond. Dat laatste geldt vooral als je het goed doet.
Je kunt door verkeerd bewegen ook gemakkelijk blessures oplopen.
In deze slotopdracht geef je iemand advies over gezond bewegen. Je werkt daarbij in tweetallen.
Kies een van de volgende onderwerpen en maak daarover een informatieve poster of een folder.
Daarin besteed je tenminste aandacht aan:
de betreffende spiergroep(en) en deel (delen) van het skelet
de krachten die door die betreffende spiergroep(en) worden uitgeoefend en de risico’s daarvan.
Maak tekeningen om je uitleg toe te lichten.
Mogelijke onderwerpen voor je poster of folder zijn:
Tillen: hoe doe je dat goed?
De juiste zithouding achter de computer.
Veel voorkomende blessures bij musici en het voorkomen daarvan.
Veel voorkomende blessures bij een bepaalde sport en het voorkomen daarvan.
Krachttraining, maar wel verantwoord!
Je kunt onder andere deze bron gebruiken.
Bespreek met je docent hoe de slotopdracht wordt beoordeeld.
Op een informatieve poster kun je laten zien wat de belangrijkste delen van de lesstof zijn. Ook kun je weergeven hoe bepaalde delen zich tot elkaar verhouden.
Het arrangement Blok: Bewegen is een kunst - hv123 is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:
Toelichting
Dit blok hoort bij het thema 'Kracht en beweging', en is onderdeel van de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Mens en Natuur voor niveau hv123. In dit blok ga je dieper in op de relatie tussen kracht en beweging in de natuur. Je onderzoekt hoe verschillende dieren zich voortbewegen en welke aanpassingen ze hebben ontwikkeld om op specifieke manieren te bewegen. Je ontdekt de samenhang tussen de bouw en functie van spieren en botten in het menselijk lichaam, wat ons in staat stelt om te bewegen.Je leert over de structuur en functie van spieren, het verschil tussen willekeurige en onwillekeurige spieren, antagonisten en hoe spieren worden aangestuurd. Daarnaast verkrijg je inzicht in verschillende typen skeletten en beenverbindingen, en begrijp je waarom botten sterk zijn en niet te breekbaar.
Als je alle opdrachten hebt doorlopen kan je aan de slag met de slotopdracht.
Je gaat in tweetallen iemand advies geven over gezond bewegen doormiddel van een informatieve poster of folder. Veel succes!
Leerniveau
VWO 2;
HAVO 1;
VWO 1;
HAVO 3;
VWO 3;
HAVO 2;
Leerinhoud en doelen
Beweging;
Mens en natuur;
Kracht/beweging bij mensen, verkeer, transport van goederen en zonnestelsel;
Kracht-beweging-constructie;
Kracht;
Overbrenging, constructies en verbindingen;
Mens en gezondheid;
Eindgebruiker
leerling/student
Moeilijkheidsgraad
gemiddeld
Studiebelasting
6 uur en 0 minuten
Trefwoorden
arrangeerbaar, bewegen is een kunst, beweging, hv123, kracht, kracht en beweging, skelet, spieren, stercollectie, zintuigen
Dit blok hoort bij het thema 'Kracht en beweging', en is onderdeel van de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Mens en Natuur voor niveau hv123. In dit blok ga je dieper in op de relatie tussen kracht en beweging in de natuur. Je onderzoekt hoe verschillende dieren zich voortbewegen en welke aanpassingen ze hebben ontwikkeld om op specifieke manieren te bewegen. Je ontdekt de samenhang tussen de bouw en functie van spieren en botten in het menselijk lichaam, wat ons in staat stelt om te bewegen.Je leert over de structuur en functie van spieren, het verschil tussen willekeurige en onwillekeurige spieren, antagonisten en hoe spieren worden aangestuurd. Daarnaast verkrijg je inzicht in verschillende typen skeletten en beenverbindingen, en begrijp je waarom botten sterk zijn en niet te breekbaar.
Als je alle opdrachten hebt doorlopen kan je aan de slag met de slotopdracht.
Je gaat in tweetallen iemand advies geven over gezond bewegen doormiddel van een informatieve poster of folder. Veel succes!
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Voortbewegen
Het kan ook anders!
Krachten in de lucht
Oppervlaktespanning
Net als de oeverkever
Liftkracht
De ontdekking van voortbeweging
Spieren
Het spierstelsel
Het zenuwstelsel geeft de opdracht
De regenworm
Twee typen skeletten
Uitwendig skelet
Inwendig skelet
Samenstelling van botten
Vliegen
Verschillende poten
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle
informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten,
etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.