Op het Maartens krijg je het vak Godsdienst. Hierbij wordt ingegaan op alle wereldreligies. Natuurlijk willen we daarbij graag weten wat jouw geloof of achtergrond is. Dat komt naar aanleiding van vragen aan de orde in de lessen.
Voor het vak Godsdienst / Levensbeschouwing krijg je in totaal 4 cijfers. Het gemiddelde van deze cijfers is het eindcijfer op je rapport aan het einde van het schooljaar.
Algemene leerdoelen:
De leerlingen leren samen te werken in groepsopdrachten.
Opdracht: stel jezelf voor
Omschrijving:
Ieder mens is anders, ieder mens heeft een eigen levensverhaal. Door jezelf voor te stellen voor de klas komt de klas meer over jou te weten. Door te kijken naar de presentaties van je klasgenoten, kom jij meer over hen te weten.
Je krijgt een cijfer voor deze presentatie, dit cijfer telt 1x mee
Inhoud van de presentatie:
Bedenk je in, dat iemand je de vraag ‘Vertel eens iets over jezelf?’ stelt. Het antwoord op deze vraag bevat informatie over jou en kan door bijvoorbeeld een PowerPoint presentatie ondersteunt worden. In deze presentatie stel je jezelf voor door meer te vertellen over de volgende onderwerpen:
Naam, leeftijd en andere persoonlijke informatie.
Een overzicht van jouw week: hoe ziet die eruit?
Wat zijn jouw ‘skills’ → wat kun je heel erg goed?
Hobby’s: waar krijg jij energie van?
Wat je ambities zijn en hoe je jouw toekomst voor je ziet
Of je religieus bent opgevoed en zoja: hoe actief ben je hierbinnen?
Vorm van de presentatie:
Je mag zelf kiezen hóe je een antwoord geeft op de vraag ‘Vertel eens iets over jezelf?’. Je kunt een PowerPoint presentatie maken, een filmpje, een rap, etc. De presentatie moet ongeveer 5 minuten duren (minimaal 3 minuten en maximaal 7).
Je mag geen kahoot maken.
Tips:
Tip 1- Bereid je presentatie goed voor
Jezelf goed presenteren, dat lukt de meeste mensen niet zonder voorbereiding. Zorg ervoor dat je altijd voorbereid bent. Schrijf kort in een aantal punten op wat je wilt presenteren en verwerk dit op de door jou gekozen manier. Je kunt ook een keer oefenen voor je ouders/verzorgers.
Tip 2 – Zorg voor een originele opening
Wanneer jij jezelf voorstelt verwacht het publiek waarschijnlijk een opsomming van je naam, leeftijd, hobby’s en andere gegevens. Verbreek dit verwachtingspatroon van jouw publiek met een originele opening. Dit kun je doen door na het noemen van jouw naam een vraag te stellen aan het publiek, of een leuke anekdote over jezelf te vertellen. Je kunt het zo gek maken als je zelf wilt.
Tip 3 - Bekijk onderstaande filmpje
Opdracht: levenskaart
Levenskaart
Omschrijving:
Deze opdracht sluit aan bij de opdracht 'stel jezelf voor'. Want, als je jezelf voorstelt, kun je dat doen door je naam te noemen. Maar weet die ander dan wie je bent? Weet die ander dan hoe je in elkaar zit, wat jij belangrijk vindt? Waarschijnlijk is er meer over je te vertellen.
Om aan je klasgenoot via beeld te laten zien wie jij bent, ga je de komende lessen een kaart samenstellen, die zowel aan de buitenkant als binnenin een heleboel over jou vertelt. Het wordt jouw ‘levenskaart’.
Eindresultaat:
Aan het einde van deze opdracht lever je bij je docent een dubbelgevouwen A4 in. Dit bevat de volgende onderdelen:
- voorkant: op een mooie manier je naam, versier de voorkant en zorg ervoor dat de kaart er hierdoor aantrekkelijk uitziet.
- binnenkant: minimaal 6 afbeeldingen (2 verleden, 2 heden, 2 toekomst) met een uitleg daarbij.
- achterkant: afbeeldingen van dingen die bij jouw leven passen.
- in de kaart zit je mindmap (als los papier)
Benodigdheden:
Dit moet je zelf meenemen
Kranten, tijdschriften
Gekleurd papier
Schaar, lijm
6 geprinte afbeeldingen (zie les 9)
Cijfer:
Je krijgt in totaal 2 cijfers voor de gehele opdracht: 1 voor de mindmap en 1 voor de kaart. Beide cijfers tellen 1x mee.
Les 1 - Godsdienst/Levensbeschouwing
Leerdoelen
Het leerdoel van deze les om de leerling in eigen woorden te laten omschrijven wat levensbeschouwing is.
De leerlingen kunnen de drie grootste Godsdiensten benoemen.
Tevens maken zij afspraken over hun gedrag in de lessen Godsdienst.
deel 1
Inventariseren
Vul hier in wat jij voor regels wilt afspreken in de les.
Wat spreken we met elkaar af?
deel 2
Wat is levensbeschouwing?
Levensbeschouwing is een manier van kijken tegen het leven. Je kunt een godsdienst hebben, maar er zijn ook levensbeschouwingen zonder een geloof in God of in goden, zoals een ideologie. Zo is het communisme een atheïstische ideologie. Dat betekent dat ze niet geloven in goddelijke wezens. Een ander voorbeeld is het humanisme, een levensbeschouwing die uitgaat van de mens en geen uitspraak doet over God.
Kern van de vragen van de levensbeschouwing is: wat is de zin van het leven. Daaruit voortvloeiend is de vraag hoe je goed moet leven, ofwel de ethiek. Mensen die geloven dat het leven zin heeft, zijn snel geneigd te spreken over een levensopdracht. Je hebt het leven gekregen en dat is niet voor niets. Ook mensen die niet geloven in een zin van het leven, kunnen iets van een levensopdracht ervaren. Dat kan bijvoorbeeld het beschermen van het milieu zijn.
Verdeling van religies over de wereld
Films
Intro levensbeschouwing en levensopdracht
Wat is de zin van het leven?
slotvraag
Les 2 - Respect voor verschillen
Terugblik
Terugblik
Vorige week hebben we gekeken naar het woord levensbeschouwing en we hebben samen bepaald welke regels we in de les hanteren. Dat zijn gezamenlijke afspraken waar wij ons allemaal aan gaan houden.
deel 1
deel 2
Respect
Vul hier drie verschillende woorden in die je bedenkt bij respect.
Geeft drie woorden die jij bedenkt bij respect.
deel 3
Wie ben jij eigenlijk? Wat is jouw levensverhaal?
Om je levensverhaal in kaart te brengen ga je een mindmap maken over je eigen leven. Deze mindmap is de eerste stap in het maken van een 'levenskaart'.
De geboorte van een kind is iets speciaals. Iets wat je je als ouder altijd zult herinneren en je wil er dan ook iets bijzonders van maken. In vele culturen worden ceremonies gedaan om de baby een goede start in het (religieuze) leven te geven en het in de toekomst te beschermen.
Tijdens deze les kijken jullie een filmpje over dit thema. Daarna houden jullie een klassengesprek over dit thema.
Wie wil er iets vertellen over een ritueel wat is uitgevoerd
tijdens zijn of haar geboorte?
Wanneer denk je dat je volwassen bent?
Hoe herken je een volwassen persoon?
Regels voor een klassengesprek
- iedereen heeft recht op een eigen mening
- lach elkaar niet uit
- laat elkaar uitpraten
- steek je vinger op als je iets wilt zeggen
- luister naar elkaar
Extra teksten geboorte rituelen
Rituelen in het jodendom
Het jodendom kent verschillende geboorterituelen voor jongens en meisjes.
Naamgeving voor een jongen
Zowel jongens en meisjes krijgen bij de geboorte twee namen, namelijk een Hebreeuwse naam en een gewone (roep)naam. De Hebreeuwse naam van de jongen wordt gegeven tijdens de besnijdenis. De besnijdenis vindt 8 dagen na de geboorte plaats tijdens een speciale ceremonie.
Naamgeving voor een meisje
Voor de geboorte van een meisje is de naamgeving het belangrijkste moment, de naamgeving gebeurt tijdens de sabbatdienst in de synagoge. Er wordt gelezen uit de Thora en tijdens het zegeningsgebed wordt luid de naam van het meisje uitgeroepen. Daarnaast wordt er gebeden voor de gezondheid van de moeder en de toekomst van het meisje.
Rituelen binnen het christendom
Binnen het christendom worden baby's gedoopt tijdens een speciale ceremonie. Met dit dopen wordt het lichaam en de ziel als het ware "gereinigd" van de erfzonde Bij het doopsel wordt met water en olie de erfzonde weggewassen en wordt het kind opgenomen in de christelijke gemeenschap. In het verre verleden liet men een baby zo snel mogelijk na de geboorte dopen omdat de kindersterfte toen veel hoger was en men wilde ook in dit geval dat een baby dan "gereinigd" in de hemel zou komen. Tegenwoordig gebeurt dit ergens in het eerste levensjaar, ook omdat de ouders er een speciale gebeurtenis van willen maken met familie en vrienden.
Rituelen binnen de islam
Moslims kennen eenzelfde geboorteritueel voor meisjes en jongens. De vader en moeder fluisteren de geloofsbelijdenis in de linker- en rechteroor van het kindje zodat dit de eerste woorden zijn die de baby hoort.
Naamgeving
De naamgeving gebeurt binnen de eerste zeven dagen en in de meeste gevallen zal het de naam zijn van een belangrijk persoon in de islam. Bij jongens is dit vaak “Mohammed” en bij meisjes is dit “Fatima” of “Aicha”. Deze namen komen van de grote profeet Mohammed. Zijn vrouw heette Aicha en zijn dochter Fatima.
Een geschoren hoofd
Op de zevende dag wordt de geboorte van de pasgeborene gevierd. Vaak wordt op deze dag het hoofdje van de baby geschoren. Dit hoort bij het reinigingsproces van de baby naast het wassen. Het gewicht van het haar wordt in geld geschonken aan de armen en/of behoeftigen als teken van solidariteit.
Besnijdenis
Ook binnen de islamitische tradities worden de jongetjes besneden. Dit gebeurt tussen de achtste en vijftiende dag na de geboorte. Vóór de besnijdenis wordt het verhaal van de geboorte van de profeet Mohammed verteld. Pas na de besnijdenis hoort een jongen bij de islamitische mannenwereld.
Rituelen binnen het Hindoeïsme
Van alle religies kent het hindoeïsme de meeste traditionele ceremonies. In de levenscyclus van een mens kent het hindoeïsme wel zestien ceremonies.
De vader
In de hindoe-religie is het belangrijk dat de vader de navelstreng van de baby doorknipt en de baby aanneemt. Dan fluistert de vader mantra’s in het oor van de baby.
Een geschoren hoofd
Net als bij het islamitische geloof, wordt het hoofd van de baby kaalgeschoren tijdens een speciale ceremonie en worden er gebeden uitgesproken. Zo start het nieuwe leven van de baby in het hindoeïsme. De reden om het hoofd van de baby kaal te scheren is anders dan dat in de islamitische traditie. Het hoofdje wordt kaalgeschoren om de negatieve karma uit het vorige leven te verwijderen en het nieuwe leven met een schone lei te beginnen. Bij een meisje wordt op deze dag het oorlelletje doorboord om zo het eerste verschil tussen jongens en meisjes aan te tonen.
Les 5 - Liefde & trouwen
Een schat gaat niet altijd over geld
maar wordt soms ook als liefde geteld
Elkaar begrijpen
zonder een woord
dat is echt liefde,
dat is wat hoort
Liefde is
een gevoel
iets wat recht uit het hart komt
Dat is wat iedereen weet
maar wat niemand kan uitleggen
Liefde is....
liefde is een gevoel dat aan je knaagt.
liefde is een gevoel dat je blij maakt.
liefde is een gevoel waar je voor leeft.
liefde is een gevoel voor iemand waar je om geef.
weet je nu waarom ik leef.
Liefde is ...
elkaar verstaan zonder woorden.
Elkaars hart voelen kloppen.
Elkaar het leven delen.
Elkaar het jawoord geven.
Samen het kind liefde geven.
Samen het kind laten opgroeien.
Samen het kind vrijheid geven.
En samen oud worden.
De joods-orthodoxe bruiloft is een feest vol bijzondere rituelen en gebruiken. Zo zien de bruid en de bruidegom elkaar een week voor de bruiloft niet. Ongeveer vijf dagen voor de bruiloft krijgt de bruid een reinigend bad, ook wel ‘mikwe’ genoemd. Het is gebruikelijk binnen deze cultuur om als bruidspaar op de grote dag te vasten. Bovendien moet de bruidegom het gezicht van zijn bruid bedekken met een sluier, wat ooit is ontstaan om er als man zeker van te zijn dat het meisje onder de sluier echt de persoon was met wie je wilt trouwen.
Het joodse echtpaar trouwt officieel onder de ‘chuppa’, een geborduurd doek dat om vier zuilen is gespannen. De bruidegom wacht daar zijn bruid op, die door beide ouders naar haar aanstaande man wordt geleid. Zowel de man als de vrouw zijn wit gekleed, als teken van nieuw begin. Wanneer de bruid bij de chuppa is aangekomen, loopt ze zeven keer om haar bruidegom heen, terwijl de bruidegom bidt. Het getal zeven staat voor het aantal scheppingsdagen en symboliseert de nieuwe start die het paar maakt. De rabbijn zegent vervolgens een glas wijn, waar het echtpaar uit drinkt, daarna wisselt hij de ringen uit.
Dan mag de bruidegom de bruid ontsluieren. Als traditie stapt de bruidegom op het wijnglas, tot het breekt. Dit symboliseert de verwoesting van de tempel in Jeruzalem. De bruiloft wordt afgesloten met een vrolijke dans – de Hora -, waarin de gasten het bruidspaar op stoelen boven hun hoofd dragen. Ook tijdens de maaltijd die volgt worden zeven zegeningen uitgesproken en het bruidspaar deelt opnieuw de wijn.
Islamitische bruiloft
Als je een islamitische bruiloft bijwoont, is het drie dagen feest. Deze drie dagen bestaan uit het gescheiden feest, de officiële trouwdag en de verhuizing. Het gescheiden feest houdt in dat mannen en vrouwen apart feestvieren. Zowel de bruidegom als de bruid zijn op deze dag in het wit gekleed, als teken van reinheid. De man draagt een soort witte cape met puntschoenen en de vrouw een wit kleed met witte muiltjes. De bruidegom krijgt op deze dag een touwtje met een zilveren munt om zijn vinger heen gebonden en vervolgens wordt de pink met henna beschilderd. De bruid krijgt de zilveren munt met een touwtje om haar hoofd en een lange sluier, de rejza, die haar hoofd en gezicht bedekt. Dit is traditie: de sluier bedekt de tranen van bruid wanneer henna op haar gezicht wordt aangebracht.
Op de officiële trouwdag draagt de bruid een bruidsjurk. Of beter gezegd: meerdere bruidsjurken. Voor foto’s en het feest heeft de bruid steeds een andere jurk. Hoe meer jurken, hoe groter de bruidsschat. Aan het eind van deze dag worden de ringen uitgewisseld. De vader van de bruid moet hierbij aanwezig zijn, om toestemming te geven voor hun huwelijk. Na de ringenuitwisseling wordt er melk en dadels gegeven aan het bruidspaar. Dit staat voor reinheid, maagdelijkheid en vruchtbaarheid. Het huwelijk wordt gevierd met een groot feest, waarbij de traditionele muziek en het traditionele eten niet ontbreken. Op dag drie verlaat de bruid het huis van haar ouders en trekt in bij haar man. Soms wordt dit als onderdeel van de bruiloft beschouwd, maar dat is niet altijd gebruikelijk.
Boeddhistische bruiloft
In Thailand wordt vaak een boeddhistische bruiloft gevierd en bestaat vaak uit twee delen: een niet-boeddhistisch gedeelte en een boeddhistisch gedeelte. Het boeddhistische gedeelte vindt plaats in een tempel. Het bruidspaar buigt eerst voor het beeld van Boeddha, zegt wat gebeden op en steekt vervolgens wierrook en kaarsen voor het beeld aan. Soms verbinden de ouders van het echtpaar hun kinderen door een touw in twee lussen op de hoofden te leggen.
Nadat het bruidspaar verschillende offers aan de monniken hebben voorgesteld, offers van bloemen of voedsel, geven ook de monniken een touw aan elkaar door, dat het echtpaar moet zegenen. De hoofd-monnik legt het uiteinde van de draad in een bak met heilig water. Dit water is gemengd met het kaarsvet van de kaars die door het bruidspaar is aangestoken voor Boeddha. Het goedje dat hieruit ontstaat wordt vervolgens op de voorhoofden van het bruidspaar gesmeerd. Tijdens dit moment krijgt de bruid ook een stip op haar voorhoofd, die de monnik met een kaars plaatst.
De ceremonie eindigt wanneer de hoofd-monnik adviezen uitspreekt richting het bruidspaar en het bruidspaar vervolgens nog voedseloffers aan de monniken overhandigt.
Het niet-boeddhistische gedeelte vindt vaak buiten de tempel plaats. Terwijl het boeddhistische gedeelte gefocust was op offers en gebeden, staat bij het niet-boeddhistische deel meer de familie centraal en het feest dat wordt gevierd vanuit tradities. Zo giet het echtpaar water in een fontein, bij wijze van bevestiging van hun huwelijk. Ook krijgt de bruid van haar man vaak standaard een gouden ketting en armband cadeau.
Les 6 - Ziekte & sterven
De dood is meestal een ongenode gast. Als hij komt, komt hij altijd met overmacht. Leven en dood zijn tegenpolen, en zolang een mens leeft is het moeilijk om voor te stellen hoe het is om dood te zijn. De dood ontmoet je altijd bij anderen, de komst van je eigen dood valt buiten je horizon. En als de dood komt is daarmee ook je horizon verdwenen.
De dood van een geliefde ander kan hard zijn. Hij geeft je niet alleen een besef van je eigen sterfelijkheid, je eigen eindigheid. Maar hij confronteert je ook met een groot verlies, een diep gevoelde leegte. Het is alsof er een gat in je leven wordt geslagen, een komeetinslag vanuit de ruimte die een deel van je vertrouwde wereld in een klap wegvaagt.
Zo kan het voelen, en soms duurt het lang voordat deze leegte weer enigszins leefbaar, bewoonbaar is geworden. Dat gaat niet vanzelf. Daar gaat tijd over heen en vooral kost het veel geduld. Je wordt getoetst op zulke momenten, je spankracht wordt belast, kun je het uithouden, verduren wat op je weg is gekomen, kun je accepteren wat in je leven is weggevallen?
Hebben jullie wel eens te maken gehad met ernstige ziekte?
Wat denk jij: is er een hiernamaals? Hoe ziet dat leven na de dood eruit?
Heb je wel eens nagedacht over een uitvaart of ritueel tijdens een begrafenis?
Regels voor een klassengesprek
- iedereen heeft recht op een eigen mening
- lach elkaar niet uit
- laat elkaar uitpraten
- steek je vinger op als je iets wilt zeggen
- luister naar elkaar
Extra teksten overlijdens rituelen
Christendom
Wie gelooft in een ziel die na de dood voortleeft in het hiernamaals put kracht uit het feit dat slechts het lichaam is weggenomen. Aan de vooravond van de begrafenis wordt vaak een wake georganiseerd waarbij vrienden en familie afscheid nemen. Vaak wordt de overledene ook nog herdacht in de kerk tijdens Kerst of aan het einde van het jaar. Ook wordt er vaak een herdenkingsdienst gehouden een jaar na het overlijden.
Het gebruik van de overledene een jaar later, of op elke sterfdag, te herdenken is iets wat ook niet-christenen soms in ere houden. Zoals een gezamenlijk diner op de sterfdag. De kern is dat je rouwen niet alleen hoeft te doen. Juist in samen de herinnering levend houden kunnen verdrietige herinneringen langzaam aan plaats maken voor mooie herinneringen.
Boeddhisme
Boeddhisten kiezen eerder voor cremeren dan voor begraven. Waarna een periode van drie dagen volgt waarin de ziel van de overledene de tijd krijgt om te vertrekken. Herdenkingsdiensten worden vaak gehouden op de derde, zevende, negenenveertigste en honderdste sterfdag. Geloofd wordt dat de overledene reïncarneert. En daarvoor is het belangrijk dat de ziel zonder zonden naar een volgend leven kan.
De dood is onlosmakelijk verbonden met het leven
De herdenking op de negenenveertigste dag is bedoeld om stil te staan bij eventuele zonden en die te vergeven. Een aantal dagen vastleggen waarbij je met vrienden en familie bij elkaar komt in dat eerste jaar kan helpen om samen te rouwen. Stilstaan bij niet alleen het mooie uit iemands leven, maar ook de minder mooie dingen is iets wat je uit het boeddhisme zou kunnen overnemen. De honderdste dag wordt de, vrij vertaald, stop-met-huilen-dag genoemd en luidt het einde van de rouwperiode in. Natuurlijk gaat rouw een leven lang door, ook als het verdriet afneemt met de jaren. Toch kan het helpen om een officieel einde aan het grootste verdriet te geven.
Islam
Moslims worden niet gecremeerd, maar begraven. Daarbij is het wassen van het lichaam een belangrijk ritueel. Het lichaam wordt in gebedshouding in doeken gewikkeld, met een hand op de borst en de andere hand er bovenop. De officiële rouwperiode duurt drie dagen. Na die periode is het niet gangbaar dat nabestaanden gecondoleerd worden.
De dood ligt in de handen van Allah, en als Allah iemand tot zich roept, is het niet aan de nabestaanden om te blijven rouwen, zo is de gedachte. Een uitzondering is er voor vrouwen van wie de man overlijdt. Zij mag vier maanden en tien dagen rouwen. Belangrijk wanneer iemand stervende is, is dat vrienden en familie en de hele gemeenschap de stervende bezoekt voor het overlijden. Er wordt openlijk gesproken over de dood, ruzies en onenigheden worden uitgesproken en men schenkt elkaar vergiffenis. Niet iedereen sterft met de kans om afscheid te nemen, maar het helpt bij het verwerken van het verlies als je dat wel kunt doen.
Hindoeïsme
Hindoes kiezen voor cremeren, en het liefst zo snel mogelijk na het moment van overlijden zodat de ziel een nieuw lichaam kan vinden om in terug te keren. In het rouwcentrum wordt een plechtigheid gehouden waarbij een priester ‘pinds’ maakt, balletjes van honing, melk, rijst, boter, suiker en sesamzaad, die in de kist bij de overledene worden gelegd. Eten heeft een belangrijke symbolische betekenis, want zonder eten had de overledene niet kunnen leven, is de gedachte.
Na de crematie volgt een periode van tien dagen sober leven. Op de dertiende dag is de ziel losgekomen van het lichaam en wordt begonnen met afscheid nemen. Ook hier gaat het om het samen rouwen, en net als bij een aantal andere religies is er een vaste dag waarop men in gedachte de overledene laat gaan. Dat ritueel van loslaten helpt bij het verwerken van het verdriet. Want niet het loslaten geeft verdriet, maar het vasthouden aan wat er niet meer is.
Jodendom
Joden begraven de overledene bij voorkeur binnen vierentwintig uur. Daarna begint een rouwperiode van zeven dagen. Een tijd van huilen, wordt het genoemd. De nabestaanden zitten bij elkaar, werken niet, en geven zich over aan gemeenschappelijke rouw. Er wordt geen vlees gegeten, geen wijn gedronken, en er worden doeken over spiegels in huis gehangen. Tijdens deze week van intensieve rouw komen vrienden en bekenden langs om troost te bieden. De rouwenden hoeven niet op te staan om hun bezoek welkom te heten, hoeven niet te koken en zelfs niet te praten als ze dat niet willen. De rouwtijd voor ouders is daarna een jaar, voor anderen is dat dertig dagen.
Wat al deze religies gemeen hebben, en waar je – gelovig of niet – iets van kunt leren, is dat rouwen iets is dat je samen doet, waar je je aan over mag geven, waar je de tijd voor neemt en waarbij je vaste dagen aanhoudt waarop een nieuwe fase van rouw in gaat.
Het inzien dat de dood onlosmakelijk verbonden is met het leven, het loslaten van de ziel, dat alles helpt om het grootste verdriet dat je als mens kunt voelen te verwerken.
Les 7 - Start levenskaart
Hoe je je ‘moet’ gedragen bij dood en rouw is niet iets dat is aangeboren. Het enige wat aangeboren is, is het gevoel van verlies, het verdriet, het gemis. Alles er omheen zijn rituelen. En die verschillen per cultuur, per land en per tijdperk.
Ook voor het omgaan met rouw zijn rituelen. Het maakt de rouw niet minder pijnlijk, maar het kan je helpen om het verlies te verwerken. Dit is hoe een aantal religies en culturen omgaat met rouw.
Vandaag maak je een start met de opdracht 'levenskaart'. De volledige opdracht omschrijving kun je links in het hoofdmenu terug vinden.
Hoe kun je een levensverhaal op papier zetten?
Je kunt een mindmap maken. De mindmap maak je als volgt:
1) Neem een A4
2) Zet in het midden je eigen naam
3) Maak losse takken vanuit het midden met de dingen die bij jou horen.
Eenvoudige start mindmap
4) Daarna ga je deze stappen uitwerken door er nog meer woorden om heen te schrijven. Je kunt werken met kleurtjes om het geheel mooier te maken & afbeeldingen om de woorden visueel te ondersteunen.
5) Je legt ook verbinden tussen de woorden onderling, bijvoorbeeld: Sport / Hockey & Vrienden / Bas. Het kan ook nog zo zijn dat Hockey en Bas bij elkaar horen omdat je met Bas op Hockey zit. Als dit het geval is trek je tussen Bas en Hockey een stippellijn.
Mindmap regels
6) Je mag de mindmap mee nemen naar huis om hem daar af te maken. Tijdens de start van de eerstvolgende les moet de mindmap ingeleverd worden bij je docent. Je krijgt een cijfer voor de mindmap (telt 1x mee)
Filmpjes mindmap maken
1. Uitleg mindmap maken
2. Uitleg mindmap maken
Meenemen volgende les
Volgende les lever je, je mindmap in. Dit is voor een cijfer.
Daarnaast neem je volgende les kleurpotloden / krijt / oude tijdsschriften / lijm / schaar mee. Dit heb je nodig voor het maken van de voorkant van de levenskaart. Je kunt alvast kijken bij les 8, dan weet je wat je volgende les moet maken en wat je hiervoor nodig hebt.
Les 8 - Levenskaart
Levenskaart
Vandaag leveren jullie de mindmap in (bij aanvang van de les)!!
Nu de mindmap op papier staat is het tijd om te beginnen aan de kaart. Je ontvangt van de docent een A4 papier. Deze vouw je dubbel waardoor er een kaart ontstaat.
Op de voorkant ga je je eigen naam zetten. Je mag zelf kiezen of je alleen een afkorting opschrijft, of je voornaam of je voornaam en doopnaam.. Het moet duidelijk zijn dat het jouw levenskaart is.
Hier krijg je de gehele les de tijd voor. Je neemt de kaart niet mee naar huis en levert de kaart aan het einde van de les in bij je docent.
Filmpjes kaart maken
1. Uitleg starten met handlettering
2. Zelf een kaart maken
Meenemen volgende les
Volgende les moet je materialen meenemen om een collage te maken.
Deze collage komt op de achterkant van je kaart. Je zult zelf oude tijdschriften, lijm en een schaar mee moeten nemen. Je kunt alvast bij Les 9 kijken, dan weet je wat je moet maken tijdens de les en kun je zelf de nodige spullen meenemen
Les 9 - Levenskaart
Collage van afbeeldingen uit tijdschriften
Je hebt je mindmap gemaakt, de voorkant van je kaart is ook versierd en heeft jouw naam. Vandaag ga je de achterkant van de kaart versieren. Dat doe je als volgt:
1) ga op basis van je mindmap, in oude tijdschriften opzoek naar afbeeldingen die hierbij passen.
2) Knip deze uit en leg deze (zonder lijm) op de achterkant van de kaart
3) Zoek genoeg plaatjes zodat het papier niet meer zichtbaar is, maar alleen nog maar afbeeldingen uit tijdschriften te zien zijn
4) Leg de afbeeldingen goed over elkaar heen en plak ze pas vast als je zeker weet dat je de afbeelding op je kaart wilt hebben.
5) Lever de kaart weer in bij de docent.
Als je wilt kun je, ter voorbereiding of hulp, filmpjes kijken waarin uitleg gegeven wordt over het maken van een collage.
Filmpjes collage maken
1. Uitleg collage maken
2. Uitleg moodboard maken
Meenemen volgende les
Volgende les ga je de binnenkant van de kaart vullen. In de binnenkant komen (minimaal) 6 afbeeldingen. 2 over jouw verleden, 2 over het heden en 2 over jouw komst. Je kunt weer je mindmap gebruiken ter inspiratie.
Deze zes afbeeldingen zal je vanaf huis mee moeten nemen. Je hebt tijdens de les geen tijd om dit te printen.
Les 10 - Afronding levenskaart
De voorkant en achterkant van je kaart zijn nu af. Tijd voor de binnenkant!
De binnenkant van de kaart vul je met (minimaal) zes "afbeeldingen":
-Twee dingen die iets vertellen over vroeger.
-Twee dingen die iets laten zien over jouw leven nu.
-Twee dingen die laten zien wat jij in de toekomst wilt doen, wat jij wilt bereiken.
Deze afbeeldingen heb je van huis meegenomen. Het mogen foto's zijn, geprinte plaatjes of bewerkte afbeeldingen. Dat mag je zelf weten. Je gaat als volgt te werk:
1) Knip de afbeeldingen uit.
2) Leg ze op de binnenkant van de kaart en plak ze past vast als je zeker bent van de plek.
3) Schrijf bij elke afbeelding waarom je voor dezez afbeelding hebt gekozen en of het bij verleden / heden / toekomst hoort.
4) Als je nog tijd over hebt kun je de witte gedeeltes van de binnenkant nog vullen met tekeningen / plaatjes of inkleuren.
Aan het einde van de les lever je de kaart in. Voor deze kaart krijg je een cijfer en dit cijfer telt 1x mee.
Les 11 - Start groepsopdracht
Reclame Amazone
Wildlife film
Coca Cola zomer
Obesitas
Les 12 - Groepsopdracht
Les 13 - Groepsopdracht
Les 14 - Groepsopdracht
Les 15 - Groepsopdracht
Les 16 - Start presentaties Groepsopdracht
Extra materiaal
Verdieping
Bij verdiepingsstof wil je graag meer weten over een bepaald onderdeel uit de lesstof. Bij Verdiepingsopdrachten willen we je de gelegenheid geven om dieper op bepaalde onderdelen van het curriculum in te gaan.
Verbreding
Bij verbredingsstof wordt meer gekeken naar extra stof naast de lesstof maar wel in een directe samenhang met die lesstof.
Verbredingsopdrachten
Quiz Voodoo
Quiz Animisme
Verdiepingsopdrachten
Religieuze voorwerpen
Religieuze voorwerpen.
In deze oprdacht kun je de definitie van verschillende religieuse voorwerpen oefenen. Wanneer iedereen geoefend heeft kunnen we met de hele klas een Quizlet spelen.
Religieuze tekenen en symbolen
Oefening: Religieuze symbolen en tekenen
Oefening: Religieuze symbolen en tekenen
0%
In deze vragen vind je verschillende symbolen, gebouwen, kledingstukken en gebruiken die met religie temaken hebben. Welke afbeelding hoort bij welke religie?
Het arrangement Werkboek 1e klassen mhv - Levensbeschouwing is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederlands licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Religieuze symbolen en tekenen
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle
informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten,
etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.