De Micro:bit is een microcontroller waarop je allerlei sensoren en actuatoren kunt aansluiten. Dat aansluiten gaat via de pinnen. Als je kijkt naar de Micro:bit kun je de pinnen zien: 0, 1, 2, en daarnaast de 3V en GND.
De 3V is kun je wel de plus noemen en de GND de min, net als bij een batterij. Als de Micro:bit is aangesloten komt er 3 volt te staan op de 3V pin. Ter vergelijking, op het stopcontact staat standaard 230 volt. Je hoeft je niet druk te maken dat je een elektrische schok voelt bij de Micro:bit. GND staat voor ground, oftewel de aarde.
De pinnen 0, 1 en 2 kun je gebruiken om sensoren aan te sluiten. Je kunt bijvoorbeeld een temperatuurmeter aansluiten op pin 0 en daarmee meten welke waarde de temperatuursensor doorgeeft. Je kunt de pinnen ook gebruiken om een actuator aan te sluiten. Dan werkt de pin als een soort schakelaar. Je kunt bijvoorbeeld een motor aansluiten op pin 0 en dan de motor aan en uit zetten. Later leer je meer over het aansluiten van sensoren en actuatoren.
De Micro:bit heeft overigens nog veel meer pinnen, die zijn echter veel kleiner. Toch kun je die wel gebruiken door gebruik te maken van een speciaal breakout board. Daarover later meer.
De Micro:bit heeft op de voorkant 5x5=25 ledjes die je ieder apart aan en uit kunt zetten.
Bekijk de onderstaande link als je meer wilt wilt weten over de pinnen van de Micro:bit.
Op de Micro:bit zitten allerlei sensoren die je kunt gebruiken. Je hoeft dus lang niet altijd externe sensoren aan te sluiten. Bekijk de onderstaande link voor een mooi overzicht van alle sensoren op de Micro:bit.
Mocht je het interessant vinden, hieronder vind je een leuk filmpje over hoe de lichtsensor op de Micro:bit werkt. Het is een engelstalig filmpje, je kunt eventueel de automatische vertaling aanzetten op Youtube als je dat prettig vindt.
De lichtsensor op de Micro:bit (engelstalig)
Meer van dit soort filmpjes over sensoren van de Micro:bit vind je op Youtube onder de titel Behind the Code - Hardware:
Maak het programma (zie het filmpje hieronder). Je kunt de blokjes verslepen.
Zorg dat je het volgende programma krijgt:
Stap 3 Sla het programma op, bijvoorbeeld onder de naam 'Kloppend hart'.
Stap 4 Download het programma naar de Micro:bit
Klik op de Download-knop en sla het bestand op. Vervolgens sleep je het bestand naar de Micro:bit. De Micro:bit zal opnieuw opstarten en dan het programma starten. Als het goed is zie je een kloppend hart verschijnen.
Opdracht Maak twee projecten na
Je gaat nu de Micro:bit verder verkennen. Werk in tweetallen. Kies twee projecten van de site https://makecode.microbit.org/# en bouw deze na in de Micro:bit.
Programmeeromgeving Micro:bit
Hieronder vind je een overzicht van de programmeeromgeving van de Micro:bit en een korte uitleg van de belangrijkste onderdelen.
1. Start. Als je terugwilt naar het overzicht jouw projecten en voorbeelden van andere projecten.
2. Zoek je hulp, bijvoorbeeld over de werking van de verschillende blokken, kijk dan hier.
3. Bij de instellingen kun je onder meer de taal instellen.
4. In de simulatie-omgeving kun je je programma testen zonder dat je het eerst hoeft te downloaden.
5. Dit zijn de blokken waarmee je kunt programmeren. Als je een specifiek blok zoekt kan het helpen te kijken naar de kleur van het blok.
6. Je maakt een programma door de blokken naar de programmeeromgeving te slepen.
7. Hier kun je je programma downloaden zodat je het op je Micro:bit kunt zetten.
8. Sla je programma op onder een duidelijke naam zodat je het later makkelijk terug kunt vinden in je projecten overzicht.
De rest van dit hoofdstuk
De overige paragrafen in dit hoofdstuk gaan over het aansluiten van externe sensoren en actuatoren. Daar kun je gerust al mee aan de slag, dan leer je alvast hoe je dat kunt doen. Het is echter ook mogelijk om nu eerst met cyclus 1 te beginnen en pas hier terug te komen als je externe sensoren of actuatoren nodig hebt en gaat aansluiten.
Let op: in deze module leer je werken met toestandsdiagrammen. Dat leer je vanaf cyclus 1. Echter, ook in de voorbeelden in dit hoofdstuk over het aansluiten van externe sensoren en actuatoren maken we gebruik van toestandsdiagrammen.
Uitvinderskit voor het aansluiten van sensoren en actuatoren
Uitvinderskit
Als je externe sensoren gaat aansluiten raden we aan dat je een breadboard en breakout board gebruikt. Die zijn onderdeel van de uitvinderskit van Kitronik. Zonder te solderen kan je alles aansluiten op de Micro:Bit. In de uitvinderskit zit een handleiding, waarin stap voor stap wordt uitgelegd (in het Engels) hoe de Micro:Bit gebruikt kan worden. In het onderstaande filmpje wordt een introductie gegeven van de uitvinderskit en de Micro:bit.
Met behulp van het breakoutboard kun je makkelijk verbindingen maken met alle pinnen van de Micro:bit. Hieronder vind je een filmpje waarin de presentator uitlegt waarom het handig is om het breakout board te gebruiken.
Het overzicht van de pinnen helpt bij het aansluiten van sensoren via het breakout board. Dit overzicht is ook te vinden op de achterkant van de handleiding van de uitvinderskit.
Breadboard
Ondanks dat de Micro:Bit al allerlei sensoren heeft, zal je waarschijnlijk ook andere dingen op de Micro:Bit willen aansluiten. Die dingen kunnen van alles zijn: extra lampjes, extra knoppen, sensoren, etc. Zeker als we het hebben over een proefopstelling is het erg gemakkelijk om daar een zogenaamd breadboard voor te gebruiken.
Een breadboard is een bordje met gaatjes waar je draadjes en andere onderdelen in kunt steken en zo verbindingen kunt maken.
De 5 horizontale gaatjes zijn steeds met elkaar verbonden. Bijvoorbeeld: de gaatjes van rij 5 met de letters F G H I J zijn met elkaar verbonden. Steek je dus een draadje in J5 en een pootje van een led in G5 dan zijn die twee met elkaar verbonden. Maar dus niet met een ander onderdeel dat je in D5 hebt gestoken.
De rode en blauwe lijnen zijn bedoeld om daar 3V (de rode lijn, de +) en GND (de blauwe lijn, de -) op aan te sluiten. In de voorbeelden verderop in de module zul je zien hoe je gebruikt kunt maken van het breadboard.
Je hoeft niet per se gebruik te maken van het breakoutboard en het breadboard. Je kunt ook werken met draden met zogenaamde krokodillebekjes. Hieronder zie je een voorbeeld van het gebruik daarvan in een opstelling voor het meten van de vochtigheid van aarde. Zie ook: https://makecode.microbit.org/projects/soil-moisture.
Het nadeel van het gebruik van deze krokodillebekjes is dat je alleen maar de pinnen 0, 1 en 2 kunt gebruiken, naast 3V en GND. Als je meerdere sensoren en/of actuatoren wilt aansluiten kom je dan wellicht tekort.
Voorbeeld: aansluiten LED en drukknop
Inleiding
In deze paragraaf laten we zien hoe je een externe led en externe drukknop kunt koppelen aan de Micro:bit. We volgen deze stappen:
Aansluiten van de drukknop en vervolgens testen daarvan
Aansluiten van de LED en vervolgens testen daarvan
Een programma maken waarmee je de LED aan en uit kunt zetten met de drukknop.
Bekijk eerst de onderstaande filmpjes over de drukknop en de LED.
Behind the MakeCode Hardware - Buttons
Behind the MakeCode Hardware - LEDs
Stap 1: Aansluiten van de drukknop
Maak de volgende opstelling.
De bovenste rij op het breadboard in het plaatje hierboven is dus de min (0V), de rij daaronder is de plus (3V). Het knopje is dus verbonden met pin P0 en de min (0V).
Je kunt nu op pin P0 meten of het knopje wordt ingedrukt. Belangrijk is om eerst te testen of dit werkt. Dat kan bijvoorbeeld met het volgende programma. Probeer het uit en kijk of het knopje werkt. Als je het knopje indrukt moet er een hartje verschijnen op de Micro:bit.
Enkele opmerkingen voor de experts:
De pinnen P0, P1, P2, maar ook P5 en P11 hebben een ingebouwde weerstand, die hoeft er dus niet bij worden geplaatst.
Nu je weet dat het drukknopje werkt kun je het ledje gaan aansluiten. Daarbij zijn twee dingen belangrijk:
Een led kan doorbranden als er teveel spanning op staat. Daarom moet je altijd een weerstand gebruiken. Voor de ledjes die bij de uitvinderskit zitten kun je een ledje gebruiken van 47 Ohm. Dit zijn de weerstanden met de kleuren: geel, paars, zwart, goud. Als je meer wilt weten over deze kleurcodering, zie bijvoorbeeld: https://www.weerstandcalculator.nl/
Een led is een diode. Dat betekent dat de stroom er maar van één kant door kan. Zorg dat je de platte zijde verbindt met de – (min, 0V) en de bolle zijde met de + (plus, 3V). Doe je het andersom, dan zal de led niet branden. Je kunt het ook zien aan de lengte van de twee pootjes van de led, het lange pootje is de +, het korte pootje de min.
Breid het systeem uit met een led zoals in het onderstaande schema. Je ziet, de led is aangesloten op pin P1. Die fungeert als een soort schakelaar waarmee je de led aan en uit kunt zetten.
Nu moet je eerst de led testen. Je kunt de led bijvoorbeeld steeds aan en uit zetten, met het onderstaande programma. Let op: we gebruiken hier ‘pauzeer’ puur voor het testen van de afzonderlijke LED. In de module leer je om een timer te gebruiken in plaats van 'pauzeer', zie cyclus 2.
Stap 3: Bedien de LED met de drukknop
De volgende stap is om de twee onderdelen (drukknop en led) te combineren: als het knopje wordt ingedrukt (en weer wordt losgelaten) gaat de led aan. Wordt het knopje nogmaals ingedrukt, dan gaat de led weer uit. In deze module werken we altijd met een toestandsdiagram, dus ook nu. Je kunt bijvoorbeeld het volgende toestandsdiagram gebruiken.
Toestand 1: de lamp is uit
Toestand 2: de lamp is aan
Het programma ziet er dan als volgt uit:
Werkt het?
Voorbeeld: sterkte van een LED aanpassen
Inleiding
In deze paragraaf leer je hoe je de sterkte, oftewel de lichtintensiteit, van een led kunt aanpassen. Het doel is om de lichtintensiteit van een led aan te passen met behulp van de A-knop en de B-knop. Als de A-knop wordt ingedrukt gaat de led feller branden. Als de B-knop wordt ingedrukt gaat de led minder fel branden. Dat werkt op basis van Pulse Width Modulation (PWM), ook dat zullen we toelichten.
We gebruiken een weerstand van 47 Ohm om te voorkomen dat de led doorbrandt
De platte kant van de led sluiten we aan op de min (0V). Je kunt ook kijken naar de pootjes van de led: het korte pootje sluiten we aan op de min (0V).
Test of de led werkt, bijvoorbeeld met onderstaande programma. Dit programma laat het lampje steeds met een andere sterkte branden. Daarbij is 1023 de maximale waarde.
Let op: we gebruiken hier ‘pauzeer’ puur voor het testen. In de module leer je hoe je hiervoor een timer kunt gebruiken, zie cyclus 2 - timers.
Over PWM: Pulse With Modulation
In het voorbeeld bij stap 1 zie je al een toepassing van Pulse With Modulation (PWM). De Micro:bit kan namelijk alleen maar een spanning van 3 volt of 0 volt op de pinnen zetten. Het is niet mogelijk om bijvoorbeeld 1,5 volt op de pin te zetten en daarmee de led minder fel te laten branden. De led is dus aan (3V) of uit (0V).
Toch is er een oplossing om de led minder fel te laten branden. De Micro:bit wisselt de spanning op de pin heel snel tussen 0V en 3V. Als de spanning voor 50% van de tijd 0 volt is, dan zal de led maar half zo sterk branden. Als de spanning 25% van de tijd 0 volt is, en dus 75% van de tijd 3 volt, dan zal de led op 75% sterkte branden. Je ziet niet dat de led steeds aan en uit gaat omdat het heel snel achter elkaar gaat. Dit noemen we Pulse Width Modulation.
De figuur hieronder laat drie situaties zien. Het gemiddelde geeft aan hoe sterk de led zal branden.
Je hoeft maar weinig te doen om PWM te gebruiken. Je gebruikt ‘schrijf analoog pin … naar …’ en de Micro:bit handelt het verder af. Als je de led op 50% gebruik je bijvoorbeeld het onderstaande blokje. De waarde is 512, omdat dat de helft is van 1023, wat het maximum is.
Stap 2 Maken van een toestandsdiagram
We maken een programma met 4 toestanden.
Toestand 1: de led is uit
Toestand 2: de led is aan op 33% sterkte
Toestand 3: de led is aan op 66% sterkte
Toestand 4: de led is aan op 100% sterkte
Het toestandsdiagram ziet er dan zo uit:
Stap 3 Omzetten naar een programma
Dit was de bedoeling van ons systeem: als de A-knop op de Micro:bit wordt ingedrukt gaat de led feller branden. Als de B-knop wordt ingedrukt gaat de led minder fel branden.
Als je met de Micro:bit wilt nagaan of een knopje is gedrukt en weer losgelaten kun je het volgende commando gebruiken:
Daarom hebben het programma als volgt opgebouwd.
Test het programma. Werkt het?
Voorbeeld: aansluiten piezobuzzer
Met een piezo-buzzer kun je een alarm laten klinken of een muziekje laten horen. In dit deel laten we zien hoe je de piezo-buzzer kunt aansluiten. De piezo buzzer zit bij de uitvinderskit. Zie ook: https://www.kitronik.co.uk/blog/inventors-kit-experiment-6-help.
Mocht je geen piezo-buzzer hebben, dan kun je ook gebruikmaken van oortjes om geluid te laten (zie de afbeelding hieronder). Daarvoor heb je krokodillebekjes nodig. Zie ook het volgende filmpje over het maken van geluid met de Micro:bit.
Voor het aansluiten van een een piezo-buzzer kun je het onderstaande schema gebruiken. Je ziet dat de piezo-buzzer is aangesloten op pin 2 (P2). Je ziet daarbij ook de aansluiting van de ultrasoonsensor. Je kunt echter ook prima eerst alleen de piezo-buzzer aansluiten en testen, zodat je aan deelprobleem 2 kunt werken.
Met onderstaande programma kun je testen of de piezo-buzzer werkt. Met het blokje 'zet analoge toonhoogte pin P2' laat je weten dat de piezo-buzzer op pin 2 (P2) is aangesloten.
Als het goed is hoor je een hoge toon bij het starten van het programma. De piezo-buzzer blijft nu de hele tijd aan. Om de piezo-buzzer uit te zetten kun je het volgende blokje gebruiken.
Het gaat om een eenvoudige electrische DC-motor. Het is geen servo-motor, maar het is wel goed om het verschil tussen deze twee type motoren te weten. Dat wordt in het onderstaande filmpje uitgelegd.
Het doel is om met de A-knop en B-knop een motor aan te sturen.
Als geen van de knoppen wordt ingedrukt staat de motor uit.
Als de A-knop wordt ingedrukt draait de motor op 25%.
Als de B-knop wordt ingedrukt draait de motor op 50%
Als de A- en B-knop beide worden ingedrukt draait de motor op 100%.
Je leert hierbij dat je een motor niet zomaar op een pin kunt aansluiten, omdat de pinnen van de Micro:bit onvoldoende stroom kunnen leveren voor een motor.
Zorg dat je stapsgewijs werkt:
Stap 1: sluit de motor aan en test of deze werkt.
Stap 2: maak een toestandsdiagram
Stap 3: maak het programma en test dit
Stap 1: Sluit de motor aan
Sluit de motor aan volgens het schema hieronder. Je hebt daarvoor de volgende onderdelen nodig, die vind je allemaal in de uitvinderskit.
Een terminal connector. Hiermee kun je de motor makkelijk en veilig aan het breadboard verbinden.
Een motor, zoals bijvoorbeeld een windmolentje
Een weerstand van 2.2kΩ. Deze heeft de kleuren rood, rood, rood, goud.
Een transistor
De transistor heeft drie pootjes. Het middelste pootje werkt als een soort schakelaar. Als de spanning op het middelste pootje hoog is (3 volt), dan is de poort open en kan er stroom via de buitenste pootjes lopen. Als de spanning op het middelste bootje laag is (0 volt), dan is de poort dicht en kan er geen stroom lopen. De transistor zorgt ervoor dat de stroom voor de motor niet via één van de pinnen van de Micro:bit hoeft te gaan, maar rechtstreeks op de 3V en GND kan worden aangesloten. Daardoor krijgt de motor voldoende stroom om te kunnen draaien. We kunnen de motor nu aan- en uitzetten via pin 0.
Test of de motor werkt, bijvoorbeeld. met het onderstaande programma. Als het goed is begint de motor op ongeveer 50% te draaien. Je kunt de waarde 512 veranderen in het programma (tussen 0 en 1023) en daarmee bepalen hoe hard de motor moet draaien. Ook hier wordt weer gebruik gemaakt van Pulse Width Modulation, zie Over PWM: Pulse With Modulation.
Stap 2: Maak een toestandsdiagram
Je herkent waarschijnlijk wel 4 toestanden in de beschrijving van het systeem. Je kunt bijvoorbeeld het volgende toestandsdiagram gebruiken. Let op: als er staat: 'knop A is ingedrukt' bedoelen we dat je op dat moment de vinger op de knop hebt en indrukt. Het betekent dus niet: de knop is ingedrukt en weer losgelaten.
Stap 3: Maak het programma en test dit.
Hieronder zie je een uitwerking op basis van bovenstaande toestandsdiagram.
Toestand 1: motor is uit
Toestand 2: motor op 25%
Toestand 3: motor op 50%
Toestand 4: motor op 100%
Test het programma. Werkt het?
Voorbeeldopdracht: alarm
Samenwerkingsopdracht
Je kunt deze opdracht als een samenwerkingsopdracht doorlopen, gebaseerd op de expert-methode. Dit staat hieronder beschreven. Je kunt er ook voor kiezen om de opdracht zelfstandig of op een andere manier te maken, sla dan deze paragraaf over. Overleg met je docent.
Opdracht: alarm maken
Je werkt voor deze opdracht in groepjes van 3 leerlingen. Samen gaan jullie het alarm maken zoals in de volgende paragraaf staat beschreven (zie: Opdrachtomschrijving). Voordat jullie dat samen gaan doen gaat ieder van jullie zich verdiepen in een apart onderdeel. Daarna komen jullie weer samen om gezamenlijk het systeem te bouwen.
Opdracht leerling 1: sluit een externe drukknop aan
Zoek één of meerdere leerlingen van andere groepjes op en zorg dat je leert hoe je een externe drukknop kunt aansluiten en gebruiken. Meer informatie vind je hier:
hoe je een piezo-buzzer geluid kunt laten genereren.
Opdracht leerling 3: maak een toestandsdiagram
Zoek één of meerdere leerlingen van een andere groepjes op en maak een toestandsdiagram voor het systeem. Zie ook de opdrachtomschrijving.
Gezamenlijke opdracht
Leg elkaar uit wat je hebt geleerd. Bouw en programmeer vervolgens samen het alarm, zie ook de Opdrachtomschrijving.
Opdrachtomschrijving
Je docent beschikt over een uitgebreide uitwerking van deze opdracht. Samen met je docent kun je er ook voor kiezen om deze opdracht als voorbeeld te bekijken en na te maken.
Let op: dit is een uitgebreide opdracht waarbij je onder meer een timer moet gebruiken. Dit wordt uitgelegd in cyclus 2.
Maak een alarm, zoals dat ook op je mobiele telefoon zit, zie het plaatje hiernaast. Het systeem heeft 3 knoppen:
Plus-knop, waarmee je het aantal seconden ophoogt.
Min-knop, waarmee je het aantal seconden verlaagt.
Start/reset knop, waarmee je de timer kunt starten en resetten.
Daarnaast heeft het systeem een zoemer, dat is de piezo-buzzer, zie het plaatje hieronder.
In het begin kan de gebruiker de tijd instellen met de plus-knop en de min-knop. De tijd kan natuurlijk niet lager zijn dan nul. Vervolgens wordt het alarm gestart met de start/reset-knop. De seconden tikken dan weg, bijv: 8, 7, 6, 5, enzovoort. Als het aantal seconden nul is gaat het alarm af: de zoemer gaat aan. Als de gebruiker dan weer op de start/reset-knop drukt gaat het alarm uit. De gebruiker kan tijdens het wegtikken van de seconden het alarm resetten met de start/reset-knop.
Benodigde materialen
Naast de Micro:bit heb je nodig:
een extra drukknop
een piezo-buzzer
een breadboard
een breakoutboard
draadjes om de onderdelen te verbinden
Mocht je niet over alle materialen beschikken:
Je kunt ook werken zonder breadboard en breakoutboard, in dat geval heb je draden met krokodillenbekjes nodig.
In plaats van de piezo-buzzer kun je ook een koptelefoon of oortjes gebruiken (zie afbeelding hieronder).
In plaats van een extra drukknop kun je de start/reset-knop ook nabootsen door knop A en knop B tegelijk in te drukken.
Aansluiten op een batterij
Soms is het nodig om de Micro:bit los te koppelen van de PC om het te kunnen testen. Je kunt de Micro:bit dan aansluiten op een batterij. Gebruik daarvoor een batterijhouder met 2 AAA-batterijen.
De Micro:bit geeft een spanning van 3V af. Sommige sensoren, zoals de PIR-sensor en de ultrasoonsensor hebben een hogere spanning nodig om goed te functioneren. Daarvoor kun je batterijen gebruiken. Hieronder zie je een batterijhouder voor 3 AAA batterijen, deze geeft een spanning van ongeveer 4,5 V af.
Het lijkt er op dat deze sensoren (de PIR-sensor en ultrasoonsensor) wel werken als de de Micro:bit is aangesloten via de USB-kabel.
Let op: sluit deze batterijhouder met 3 AAA-batterijen nooit rechtstreeks op de Micro:bit aan, de Micro:bit kan door de hogere spanning kapot gaan. Als je de Micro:bit op batterijen wilt aansluiten, gebruiken dan de batterijhouder voor 2 batterijen.
Debuggen met een seriële verbinding
Bij het maken van een programma kun je informatie via de ledjes van de Micro:bit laten zien. Je kunt bijvoorbeeld de waarde van een sensor tonen via de ledjes. Een nadeel van deze manier van testen is dat het blokje om de ledjes op de Micro:bit aan te passen relatief veel processortijd kost. Je ziet daardoor minder goed wat er precies gebeurt.
Een alternatief is gebruik te maken van een seriële verbinding. Daarvoor zul je wat moeten installeren op je computer en dus wel voldoende rechten moeten hebben.
Je kunt dan de volgende regels om informatie te laten zien op het scherm van je computer.
Of, als je wilt dat er bij staat wat het is:
Om de gegevens te kunnen zien moet je:
de Micro:bit via de USB-kabel hebben aangesloten op je computer.
de terminal emulator hebben gestart en daarin:
de juiste seriele poort (waarschijnlijk "mbed Serial Port") hebben geselecteerd (zie meer uitleg hierover op de bovenstaande website)
de snelheid van de seriele verbinding (baud rate) op 115200 hebben gezet.
Je krijgt dan iets als hieronder te zien
Meer voorbeelden en handleidingen
Al doende zal je snel leren hoe je de Micro:Bit kunt programmeren. Als je in de programmeeromgeving (zie: https://makecode.microbit.org/) kijkt bij projecten en dan voorbeelden, vind je veel inspiratie. Voor de blokken-taal is een handleiding beschikbaar in de programmeeromgeving: rechts bovenin staat een oranje knopje ‘Aan de slag’.
Andere interessante bronnen om dingen uit te proberen zijn:
Het arrangement Inleiding - Micro:bit is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.