Voor je leeslijst in de examenklas mag je alleen literaire boeken op je lijst zetten. Literatuur wordt in het algemeen - samen met bijvoorbeeld muziek, schilderen en architectuur - tot de kunst gerekend, maar lectuur niet. De grens tussen wat literatuur en wat lectuur genoemd mag worden, is niet gemakkelijk te bepalen. Over het algemeen kan het volgende gezegd worden:
1. De literatuur wil mensen aan ’t denken zetten, de lectuur wil mensen amuseren.
2. Literatuur heeft inhoudelijk meer diepgang, is in een betere stijl geschreven, heeft ‘n goede opbouw, geen voorspelbare personages en geen vaste rolpatronen. Literatuur wil vernieuwend + grensverleggend zijn en men verrassen + verbazen.
3. Erkenning van teksten door literaire recesenten = literatuur, geen erkenning van teksten door literaire recesenten = lectuur.
4. Literaire uitgeverijen geven alleen boeken met de hoogste kwaliteit uit = literatuur.
Leesvaardigheid
Instaptekst
Lees de tekst en maak de vragen.
Gapen koelt de hersenen van proefpersonen
(1) Gapen helpt bij het koelen van de hersenen. Dat stellen onderzoekers van de State University of New York in Albany. De wetenschappers denken dat gapen – opengesperde mond, diep inhaleren van koele lucht, en extra bloedtoevoer naar de hersenen die bij geeuwen is gemeten – de hersentemperatuur regelt.
(2) Er bestaat veel onenigheid over de functie van gapen. Lang is gedacht dat gapen meer zuurstof in het bloed oplevert. Maar, zo bleek uit onderzoek, inademen van 100 procent zuurstof in plaats van gewone lucht heeft geen invloed op gaapgedrag. Een andere hypothese is dat de aanstekelijke geeuw groepsgedrag reguleert, door bijvoorbeeld bedtijd te synchroniseren. Gapen zou zelfs erotiserend kunnen werken.
(3) Met twee experimenten voeren Gordon Gallup en zijn zoon Andrew Gallup, beiden psycholoog, indirect bewijs aan voor hun stelling dat gapen het brein koelt (Evolutionary Psychology, mei).
(4) Ze lieten studenten kijken naar een serie korte filmpjes van lachende mensen, gapende mensen en mensen die niets deden. In de eerste test hadden de proefpersonen de opdracht gekregen òf door hun neus of door hun mond te ademen. De gaapfilmpjes bleken aanstekelijk te werken op de mensen die door hun mond ademden. Maar de filmpjes hadden geen effect op de groep die door de neus ademde; niemand gaapte.
(5) Bloedvaatjes die langs de neusholte lopen, brengen afgekoeld bloed naar de hersenen. Als het brein wordt gekoeld, is gapen niet nodig, stellen de wetenschappers.
(6) In een tweede proef kreeg een deel een koude handdoek op het hoofd en een deel een warme. In de eerste groep gaapte bijna niemand bij het zien van de filmpjes, in de tweede groep bijna de helft.
(7) Daarmee lijken we dus eindelijk te weten waarom we gapen: het helpt bij het koelen van de hersenen.
Naar: Carola Houtekamer, NRC Handelsblad, 2007
Vragen
Wat is het onderwerp van de tekst?
Uit welke alinea's bestaat het middenstuk?
Wat staat er in het middenstuk? Kies uit:
A argumenten bij het standpunt uit de inleiding.
B een antwoord op de vraag uit de inleiding.
C oplossingen voor het probleem uit de inleiding.
Tekststructuren
Vaste tekststructuren
We hebben in klas 1 geleerd dat een tekst meestal is opgebouwd uit een inleiding, een kern en een slot. Daarnaast zijn teksten vaak opgebouwd volgens vaste structuren.
Voorbeeld 1: in de inleiding wordt er een probleem beschreven. In de kern kan de schrijver dan ingaan op de gevolgen, de oorzaken en de oplossingen van dit probleem. In het slot wordt de beste oplossing nog eens genoemd (conclusie).
Voorbeeld 2: in de inleiding wordt er een vraag gesteld. In de kern kan de schrijver dan het antwoord op die vraag geven en in het slot kan hij een samenvatting of een conclusie geven.
Hieronder geven we schematisch drie veel voorkomende structuren weer.
Probleem - oplossingstructuur
- Inleiding: probleem
- Kern: oorzaken, gevolgen en mogelijke oplossingen
- Slot: de beste oplossing
Ik wist wel dat het moeilijk is om in de zomer een vrouw te zijn. Allereerst zijn er wintervetjes, maar daar wilde ik het niet over hebben, want een beetje vrouw heeft daar in augustus natuurlijk allang geen last meer van. Dan is er de gevreesde bikinilijn die, denk ik, aan de basis ligt van veel vriendschappen tussen vrouwen en wat dat betreft zo slecht nog niet is. Maar sinds gisteren heb ik er een nieuwe zorg bij. Met een paar ongelukkige internetkliks kwam ik plotseling terecht in de wondere wereld van…
Whitening deodorant
Deodorant om je okselhuid te bleken. Want die heeft dat nodig. Het schijnt dat veel vrouwen last hebben van een wat donker gekleurde okselhuid en dat ze zich daar voor schamen. Ik ging meteen kijken. Het was lastig te zeggen of mijn okselhuid donker was. Eigenlijk heb ik onder mijn oksels altijd een hele hoop stoppels zitten waardoor je de huid niet goed kunt zien. Een beetje onderzoek leverde op dat van de celebs in ieder geval Naomi Campbell, Beyoncé en Serena Williams met donkere oksels gespot zijn. Dat is op zich niet heel gek, zij hebben alledrie een donkere huidskleur. Maar het is toch vervelend voor ze. Julia Roberts wordt daarentegen wel eens op de rode loper aangetroffen met ongeschoren oksels. Hoe durft ze!
Maar goed, dat is een andere kwestie. Terug naar de dark chicken skin worries. In Azië is whitening deodorant big business. Ik kan niet precies verstaan wat de vrouw in de video zegt, maar ze is overduidelijk heel blij met haar Dove Whitening Deodorant. En ook Nivea heeft het gat in de markt gevonden. Hun deodorant is zelfs extra whitening. Omdat ik niets beters te doen had besloot ik om een van hun commercials uit te typen:
Are your underarms beautiful enough to show off? Nivea extra whitening deodorant nourishes with natural ingredients, to repair, tighten and whiten underarm pores. In just two weeks! For smoother, whiter underarms – even up close (man kijkt begeerlijk naar oksel van vrouw). Extra whitening deodorant from Nivea. A hundred years of skin care for life!
De natuurlijke ingrediënten waar ze het over hebben zijn dropextracten (wat ik een vreemd bleekmiddel vind), avocado (wat ik ook een vreemd bleekmiddel vind) en Witch hazel. Witch hazel is een plant die in het Nederlands ‘Toverhazelaar’ heet. Dat klinkt dan weer wel veelbelovend. Er is echter een probleem: er is geen probleem. Het kan me geen flikker schelen hoe mijn okselhuid eruitziet. Totdat ik deze commercials zag had ik nog nooit gehoord van iemand die zich zorgen maakte over haar mogelijk iets donkerdere oksels. Verder onderzoek vertelt me bovendien dat het verkleuren van de okselhuid een resultaat is van deodorantgebruik. Lekker dan. Gebruik je jarenlang de deo’s van Dove en Nivea, blijken die vervelende bijwerkingen te hebben, moet je Dove en Nivea gaan gebruiken – alsof ze je een dienst bewijzen. Zul je zien dat ze in die whitening-shit iets stoppen waardoor je oksels over drie jaar blauw zijn. Ik heb de hoop dat dit product verder zichzelf wel belachelijk zal maken. Ik wilde maar zeggen, handen de lucht in als je je niet voor je okselhuid schaamt.
Bron: Lieke Marsman Tirade.nu 2013
Wat is het onderwerp van deze tekst?
Wat betekenen de volgende woorden:
wintervetjes
bikinilijn
dark chicken skin worries
Maar sinds gisteren heb ik er een nieuwe zorg bij …(regel 5). Omschrijf die zorg.
Vindt ze dat echt een zorg? Motiveer je antwoord.
“Lekker dan. Gebruik je jarenlang de deo’s van Dove en Nivea, blijken die vervelende bijwerkingen te hebben” Wat zijn die bijwerkingen?
Welk tekststructuur herken je hier? Licht je antwoord toe.
Wat is het doel van de schrijfster? Licht je antwoord toe.
Antwoorden
Antwoorden
Instaptekst
1 gapen
2 alinea 2 t/m 6
3 A
Tekst 2
Het bleken van je okselhuid.
wintervetje – overtollig vet dat in de winter is gevormd.
bikinilijn – de overgangszone tussen bikinibroek en onbedekte huid. (Veel vrouwen (en ook mannen) vinden het onesthetisch als hun schaamhaar zichtbaar is.)
dark chicken skin worries – zorgen om een donkere huid.
Moet ik mijn okselhuid bleken?
Nee, ze maakt het probleem in de rest van de tekst belachelijk.
Dat je okselhuid verkleurt.
Probleem oplossingsstructuur.
Het probleem zou een donkere okselhuid zijn, maar door het probleem belachelijk te maken lost het zich vanzelf op.
Overtuigen, ze wil je overtuigen van het feit dat je je niet moet schamen voor je okselhuid.
Over taal
Woordenschat
Vrouwen houden van apen.
De (1) mythe die gevormd is door de vijftig voet grote King Kong is vrijdag bewaarheid, zegt Stine Jensen, filosoof en literatuurwetenschapper. Zij schreef een (2) proefschrift over de relatie tussen vrouwen en apen in literatuur, film en werkelijkheid.
De film King Kong is een echte (3) klassieker. Vrijwel iedereen kent de (4) bloedstollende beelden van de immense aap die de Empire State Building beklimt. Volgens Jensen heeft gorilla Bokito de rol van de mythische King Kong overgenomen, de reuzegorilla uit de Hollywoodfilm uit 1933. „Hij is de gorilla die de (5) naïeve vrouw grijpt met wie hij een band heeft, ook al komt de liefde in dit geval maar van één kant.” Ligt het (6) King Kong-syndroom aan de basis van het drama in Blijdorp?
Gorilla Bokito die in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam (7) onverhoeds een vrouw aanviel, werkte als een soort Kingkong op zijn slachtoffer. Ze voelde een band met hem en dacht dat dit (8) wederzijds was. Maar niets bleek minder waar.
Na de dramatische gebeurtenissen kwam er een stroom van (9) beschouwingen op gang over de band tussen vrouwen en apen. Daarin (10) speculeren de auteurs over verdrongen (11) wellust, mislukte emacipatie en teleurstellingen inde liefde. Wat klopt daarvan volgens deskundigen?
Ook in de Amsterdamse dierentuin Artis is een groep vrouwen die (12) frequent naar de gorilla’s komt kijken. De vrouwen zijn in het verleden zelfs ingezet voor onderzoek, omdat ze de apen toch al zo goed observeerden. Ze volgden de apen en noteerden wat ze zagen, aldus een woordvoerder van Artis.
Frans de Waal, deskundige op het gebied van apengedrag zegt daarover: „Zolang de vrouwen alleen (13) observeren is dat geen punt, maar ze moeten niet proberen contact te maken en aandacht te trekken. Het slachtoffer deed alsof ze een band met de aap had, maar voegde zich ondertussen niet bij zijn harem. Dat heeft zijn (14) toorn gewekt.”
Emeritus hoogleraar ethologie en socio-ecologie Jan van Hooff stelt dat de aangevallen vrouw zich te veel met gorilla Bokito (15) vereenzelvigde, terwijl ze hem eigenlijk alleen maar irriteerde.
„Een gorilla is gewoon een individu met zijn karakter en frustraties. Het slachtoffer maakte hem boos en deze keer was de maat kennelijk vol. Een (16) primaire, maar voor een gorilla volledig begrijpelijke reactie”, aldus Van Hooff.
Vrouwen vereenzelvigen zich volgens Stine Jensen gauw met zo’n dier, omdat zij het gevoel van gevangenschap herkennen. „Vrouwen kunnen zich veel beter dan mannen inleven in die opgesloten aap. Ze (17) projecteren hun hun gedachten en gevoelens dan ook eerder op zo’n gorilla, de emancipatie van de vrouw hierbij in ons achterhoofd houdend. Een eenzame vrouw hecht zich dan ook vaak aan een dier, na al haar teleurstellingen.”
De literatuurdocente aan de Vrije Universiteit in Amsterdam stelt ook dat gorilla’s ’zeer tot de verbeelding spreken’. „Het zijn grote, gespierde mensachtige beesten die (18) domineren over een harem van onderdrukte vrouwtjesgorilla’s. Die brede schouders, grote handen en oerdriften trekken sommige vrouwen aan.”
De bekendste mensaaponderzoekers zijn volgens Jensen dan ook niet voor niets vrouwen: zie Dian Fossey, Jane Goodall en Biruté Galdikas. Fossey ligt zelfs begraven naast haar lievelingsgorilla Digit. „Voor een vrouw staat de gorilla voor (19) daadkracht, dominantie en (20) viriliteit. Al weten veel ’verliefde’ vrouwen niet dat de gorilla het kleinste geslachtsdeel van alle apen heeft.”
We beginnen met het herhalen van de beeldspraak uit blok 1 en 2. Vervolgens lerren we een nieuwe vorm van beeldspraak, namelijk de personificatie.
Vergelijking
In een vergelijking zie je ook vaak het woordje ‘van‘ verschijnen (beer van een vent, dijk van een wijf) of het woordje ‘als’(die jongen is als was in mijn handen, de leerling is als een koppige ezel). Ook kun je het werkwoord ‘lijken’ tegenkomen (dat meisje lijkt wel een prinses, de kamer van mijn zoon lijkt wel een varkensstal).
Metafoor
De metafoor bestaat alleen uit het beeld. Het object ontbreekt. Neem bijvoorbeeld de metafoor ‘viswijf’. Met dit woordje bedoelen we iemand die heel hard en lelijk kan schreeuwen. Ik kan ook zeggen: ‘Ruim die varkensstal boven eens op!’ Ik gebruik in deze zin alleen het beeld. Dat waar ik naar verwijs (de rommelige kamer van mijn zoon) staat er niet naast.
Een bijzondere metafoor is de metafoor in werkwoord. Het werkwoord wordt dan niet letterlijk bedoeld, maar heeft een figuurlijke betekenis. In een zinnetje als ‘Ik brand van verlangen‘ vormt alleen ‘brand’ het beeld. Dit is dus een metafoor in werkwoord.
Enkele voorbeelden:
De coureur schoot weg in de snelle raceauto.
Veel huishoudelijke apparaten vreten stroom.
De muzikanten barsten van het talent.
Om een metafoor in een werkwoord te herkennen, vraag je je dus af of het werkwoord letterlijk wordt bedoeld.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Betrekkelijke voornaamwoorden slaan bijna altijd terug op iets (het antecedent) wat al eerder in de zin genoemd is. Soms slaat het terug op een hele zin.
De betrekkelijke voornaamwoorden zijn: die, dat, wie en wat en soms welke.
Die gebruik je na een de-woord: Ik wil later een boot die heel snel vaart.
die = betr. vnw.
een boot = het antecedent
Dat gebruik je na een het-woord: Het boek dat ik lees, is ongelooflijk spannend.
dat = betr. vwn.
het boek = antecedent
Wie gebruik je na een voorzetsel: De docent aan wie ik mijn verhaal vertelde.
wie = betr. vnw.
De docent = antecedent
Wat gebruik je in drie gevallen:
1. Na een onbepaald (voornaam-)woord (bijvoorbeeld: iets, veel, enige): Het enige wat ik wil, is rust!
wat = betr. vnw.
Het enige = antecedent
2. Na een overtreffende trap (bijvoorbeeld: grootste, meeste, liefste): Het beste wat jou kan overkomen, is een week vrij.
wat = betr. vnw.
Het beste = antecedent
3. Na een hele zin: Ik heb vier uur geleerd, wat best wel veel is.
wat = betr.vnw.
Ik heb vier uur geleerd = antecedent
Welke (of hetwelk) als betrekkelijk voornaamwoord komt niet vaak voor, het is oubollig taalgebruik geworden.
Vraag maar niet naar de zaken welke wij hebben besproken.
welke = betr. vnw.
de zaken = antecedent
Alles verbleekt bij het genoegen hetwelk ik smaak bij de aanblik van haar gelaat.
hetwelk = betr. vnw.
het genoegen = antecedent
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Verwijswoorden zijn woorden die verwijzen naar eerder of soms later genoemde woorden. De woorden waarnaar verwezen wordt noem je antecedenten. In onderstaande opdracht ga je op zoek naar het antecedent.
Oefening: Verwijswoorden - antecedenten
0%
Antecedenten
Verwijswoorden zijn woorden die verwijzen naar eerder of soms later genoemde woorden. De woorden waarnaar verwezen wordt, noem je antecedenten. In onderstaande opdracht ga je op zoek naar het antecedent.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Oefening:In welke zin is het juiste verwijswoord gebruikt?
Een verwijswoord kan ook naar een gedeelte van een zin of zelfs naar een hele zin verwijzen.
Bijvoorbeeld: Het centrum van Katwijk is vannacht erg onrustig geweest; ik heb het vanmorgen in de krant gelezen.
Het verwijswoord het verwijst naar 'het centrum van katwijk is vannacht erg onrustig geweest'.
Het is gebruikelijk om de volgende getallen in lopende tekst als woord te schrijven:
getallen tot twintig: twee, negen, zeventien, achtste, de negentiende eeuw;
tientallen tot honderd: twintig, vijftig, tachtigste;
honderdtallen tot duizend: driehonderd, negenhonderd;
duizendtallen tot en met twaalfduizend: zesduizend, tienduizendste;
de woorden miljoen, miljard, biljoen, enz.: vier miljoen, zeven miljardste.
In cijfers
In de volgende gevallen worden getallen in cijfers weergegeven:
Getallen die niet binnen een van de onder ‘In letters’ genoemde categorieën vallen: 52, 365, de 21e/21ste eeuw.
Exacte waarden, zoals maten, temperaturen, gewichten en jaartallen: ‘In de bebouwde kom is de maximumsnelheid 50 km/u’, ‘Morgen wordt het 14 ºC’, ‘Een hotelovernachting kost € 100,- (of: 100 euro) per persoon.’
Ook bij het nummeren van de onderdelen van een groter geheel, of van een reeks, verdienen cijfers de voorkeur: ‘hoofdstuk 1’, ‘paragraaf 3.4’, ‘optie 1 en optie 2’, ‘deel 1t/m 7’, ‘klas 5’, ‘groep 6’.
Cijfers hebben de voorkeur als er anders een rare mix van woorden en cijfers zou ontstaan. Dus niet: ‘Van de 45 deelnemers zijn er zeventien gezakt en 28 geslaagd’, maar liever: ‘Van de 45 deelnemers zijn er 17 gezakt en 28 geslaagd.’
Bij de weergave van percentages wordt eerder voor cijfers gekozen: 50% van de Nederlanders, 15 procent. Als in een tekst maar een enkel percentage voorkomt, kan het geheel ook in woorden worden opgeschreven: twintig procent.
Hoe schrijf je getallen voluit?
Hele getallen in woorden worden aan elkaar geschreven, met de volgende uitzonderingen:
17.053.980: zeventien miljoen drieënvijftigduizend negenhonderdtachtig
In grote, (afge)ronde getallen met miljoen, miljard, etc. kunnen cijfers en letters gecombineerd worden. Bij getallen met duizend is dit ook mogelijk, maar wel iets minder gebruikelijk:
440.000.000.000: een staatsschuld van 440 miljard euro
Rangtelwoorden
Rangtelwoorden worden volgens dezelfde principes geschreven:
108e: honderdachtste, honderdenachtste
2016e: tweeduizend zestiende, tweeduizend en zestiende
17.000.000e: zeventien miljoenste
Breuken
De teller en de noemer van een breuk worden los van elkaar geschreven:
1/3: een derde
2/5: twee vijfde(n)
27/100: zevenentwintig honderdste(n)
3 5/8: drie (en) vijf achtste(n)
De enige uitzondering is driekwart: dit wordt als één woord geschreven. Het synoniem drie vierde is wel met een spatie, net als de voorbeelden hierboven.
Getallen met half
Een getal met half is één woord als het eindigt op 'enhalf', zonder een. Als het op 'en een half' eindigt, worden die woorden los geschreven:
2½: tweeënhalf,twee eneenhalf
5½: vijfenhalf, vijf en een half
De samenstelling tweederdemeerderheid wordt in één woord geschreven.
Voor die wetswijziging is een tweederdemeerderheid nodig.
lange afstand + loper = langeafstandloper (niet: lange afstandloper)
water + leiding = waterleiding
leiding + water = leidingwater
In veel gevallen heeft het eerste deel van de samenstelling een versterkende werking: ijzersterk is 'zeer sterk', kotsmisselijk is 'heel erg misselijk'.
Een samenstelling schrijf je in het Nederlands meestal gewoon aan elkaar vast, maar soms gebruik je, bijvoorbeeld om de leesbaarheid te vergroten of bij zogenaamde klinkerbotsing, in samenstellingen een koppelteken.
Bijvoorbeeld:
na + apen = na-apen
zo + even = zo-even
diploma + uitreiking = diploma-uitreiking
De tussen -s
In samenstellingen wordt een -s geschreven, wanneer deze ook wordt uitgesproken. Dus: moederskindje en scheepskok. Als het tweede gedeelte van de samenstelling met een -s begint, dan kun je het niet horen. Plaats dan een ander woord waarbij je het wel kan horen. Hoor je nu een -s, dan krijgt je samenstelling een tussen -s.
Bijvoorbeeld: Stationsstraat. In het woord stationsplein hoor je een tussen -s. Daarom worden alle samenstellingen met station- geschreven met een tussen -s. Stationsplein, stationsstraat, stationschef, etc.
De tussen -e of -en
De tussen -en wordt geschreven wanneer het eerste woord van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alleen een meervoud heeft op -en.
Het is dus: kippenei, want het meervoud van kip is alleen kippen.
Als het meervoud eindigt op -s of kan eindigt op zowel -s als -en, dan schrijven we alleen de tussenletter -e. Het is dus aspergeteler en groentesoep, want het meervoud van asperge is asperges en het meervoud van groente kan zowel groenten als groentes zijn.
Uitzonderingen
Sommige woorden houden een -e als tussenletter:
1. Woorden die verwijzen naar een unieke persoon of zaak: zonneklep of maneschijn
2. In bijvoeglijke naamwoorden waarvan het eerste deel alleen maar wordt gebruikt als versterking van het bijvoeglijke tweede deel: boordevol, apetrots en beregoed.
3. Het eerste deel van het woord is een zelfstandig naamwoord zonder meervoud: rijstepap en roggebrood.
4. Woorden die historisch gezien wel een samenstelling zijn, maar die niet meer als zodanig worden herkend (we noemen dit versteende samenstellingen: kattebelletje en elleboog).
Zie ook: PP in taal
5. Het eerste deel van het woord is een zelfstandig woord met een meervoud eindigend op -s: aspergekweker, etagewoning.
6. Het eerste deel van het woord is een bijvoeglijk naamwoord: hogeschool, blindedarm.
Oefening 8: Schrijf de woorden aaneen waar dat moet. Voeg zo nodig een koppelteken of een -s toe.
brommer rijden
chef kok
er van door gaan
gevangen zitten
hoge snelheid trein
lage lonen land
hoge druk gebied
massa ontslag
minister president
na apen
snij ijzer
social zekerheid wet
tot stand komen
successie eed
televisie kijken
trompet spelen
lange afstand raket
vrije tijd kleding
zwarte markt prijzen
bovenbouw leerling
Versterkende uitdrukkingen
De samenstellingen hierboven hebben allemaal een zelfstandig naamwoord als kern. Niet iedere samenstelling heeft een zelfstandig naamwoord als kern. In de volgende samenstellingen is het tweede deel van de samenstelling een bijvoeglijk naamwoord:
brood + mager = broodmager
ijzer + sterk = ijzersterk
licht + blauw = lichtblauw
kots(en) + misselijk = kotsmisselijk
wel + bekend = welbekend
Het eerste gedeelte van de samenstelling versterkt het tweede gedeelte. Je bent niet mager, maar heel erg mager (broodmager). Je bent niet sterk, maar heel erg sterk (ijzersterk). Bijvoorbeeld: bikkelhard, boterzacht, broodnodig, eivol, glashelder, kurkdroog, lijkbleek, loodzwaar, pijlsnel, rotsvast, torenhoog.
Maak onderstaande oefening en kijk hoeveel versterkende uitdrukkingen jij kent.
De lastigste werkwoorden om te vervoegen zijn de de werkwoorden die we uit het Engels hebben 'geleend'. In de volgende twee oefeningen kun je oefenen met Engelse werkwoorden.
Leerdoel
Aan het eind van deze opdracht kun je een betoog schrijven.
Eindproduct
Deze opdracht sluit je af met het schrijven van een betoog.
Beoordeling
Het eindproduct telt 6x mee voor rapport twee.
Bij de beoordeling let je docent op:
Is je stelling duidelijk;
Gebruik je goede argumenten;
Is duidelijk welke tekststructuur je gebruikt hebt;
Past je woordgebruik bij je doelgroep en onderwerp;
Maak je geen taal- en spelfouten.
Groepsgrootte
Deze opdracht doe je alleen.
Schrijfdoel
In een betoog wil jij als schrijver de lezer overtuigen van jouw mening. Je wilt bewijzen dat jij gelijk hebt.
Betoog
Wat is een betoog
Een betoog is een overtuigende tekst. In een betoog probeert de schrijver zijn lezers ervan te overtuigen dat hij gelijk heeft. Dit doet hij doormiddel van argumenten. In het begin van een betoog wordt er vaak een stelling geformuleerd. In de rest van het betoog wordt deze stelling met argumenten en voorbeelden versterkt. Ook kan de schrijver gebruik maken van het verwerpen van tegen argument. Hier later meer over.
De opbouw van een betoog
Hoe bouw je een betoog op? Betogen kunnen over allerlei onderwerpen gaan, maar vaak zijn ze op dezelfde manier opgebouwd. Bedenk eerst je standpunt en verzin argumenten om je standpunt te onderbouwen. Maak voor je gaat schrijven een argumentatieschema. Als je alles op een rijtje hebt, kun je beginnen met schrijven.
Titel
Bedenk een pakkende en originele titel, waaraan je ook kunt zien waar de tekst over gaat. Vaak is het makkelijker om de titel achteraf te bedenken. Niet vergeten natuurlijk!
Inleiding
In de inleiding probeer je de aandacht van de lezer te trekken. Je kunt de inleiding pakkend maken door te starten met een anekdote, een voorbeeld uit de actualiteit of het belang van de lezer. Vermeld ook het onderwerp van je betoog (zo voordehandliggend dat je het bijna zou vergeten). Eindig de inleiding altijd met je stelling!
De stelling
Zorg dat je de stelling krachtig formuleert:
De stelling formuleer je in één zin;
Het moet meteen duidelijk zijn waar de stelling over gaat;
De stelling moet positief geformuleerd zijn (dus zonder de woorden niet of nooit, dat maakt de stelling namelijk onduidelijk);
De stelling moet prikkelend zijn, dus niet saai;
Er moeten meningsverschillen over de stelling mogelijk zijn.
Kern
Geef ten minste drie argumenten ter ondersteuning van je stelling. Werk de argumenten uit. Argumenten winnen aan kracht als je onderzoeksresultaten en percentages noemt of als je een gezaghebbend persoon citeert. Je kunt ook subargumenten geven. Zorg dat de argumenten duidelijk herkenbaar zijn als argument door steeds een nieuwe alinea te beginnen met een signaalwoord.
Laat ook zien dat je hebt nagedacht over eventuele tegenargumenten door minstens twee tegenargumenten te noemen, maar dat ook meteen weer te ontkrachten met iets sterkers (de weerlegging).
Het slot
Begin je slot met een signaalwoord (dus, kortom, concluderend) om duidelijk te maken dat dit het slot is. Herhaal de stelling en vat de belangrijkste argumenten heel kort samen. Kom in het slot niet met nieuwe informatie. Eindig jouw betoog met een pakkende slotzin.
Als hulp bij het schrijven van je betoog, kun je een schrijfplan gebruiken.
Het is gebruikelijk om de volgende getallen in lopende tekst als woord te schrijven:
getallen tot twintig: twee, negen, zeventien, achtste, de negentiende eeuw;
tientallen tot honderd: twintig, vijftig, tachtigste;
honderdtallen tot duizend: driehonderd, negenhonderd;
duizendtallen tot en met twaalfduizend: zesduizend, tienduizendste;
de woorden miljoen, miljard, biljoen, enz.: vier miljoen, zeven miljardste.
Hele getallen in woorden worden aan elkaar geschreven, met de volgende uitzonderingen:
Na duizend komt een spatie.
Woorden als miljoen en miljard staan los.
Breuken: de teller en de noemer van een breuk worden los van elkaar geschreven
1/3: een derde
2/5: twee vijfde(n)
27/100: zevenentwintig honderdste(n)
3 5/8: drie (en) vijf achtste(n)
De enige uitzondering is driekwart: dit wordt als één woord geschreven.
Een getal met half is één woord als het eindigt op 'enhalf', zonder een, bijvoorbeeld tweeënhalf en vijfenhalf.
Het arrangement Blok 3 is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Auteur
G Laats
Laatst gewijzigd
2019-03-18 20:30:23
Licentie
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0
Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of
bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Vergelijking, metafoor, personificatie
De beknopte bijzin
Inversie
Verwijswoorden-1
Verwijswoorden - antecedenten
Verwijswoorden-2
In welke zin is het juiste verwijswoord gebruikt?
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.