Het Wilhelmus wordt door het Guinness Book of Records beschouwd als het oudste volkslied ter wereld. Toch is het pas sinds 1932 het officiële volkslied van Nederland. Een beknopte geschiedenis van onze nationale hymne. Een opstandslied uit de Tachtigjarige Oorlog. Wie schreef het Wilhelmus? En waar gaat de tekst eigenlijk over?
Opstandelingen tegen de Spaanse koning - Geuzen genoemd - zongen het Wilhelmus. Dit blijkt uit het feit dat het lied vaak in geuzenliedboekjes is terug te vinden.
Het Wilhelmus is een naamdicht of een acrostichon. De beginletters van de vijftien strofen vormen de naam ‘Willem van Nassau’ (in de spelling van toen: Willem van Nassov). Hij wordt door de onbekende auteur naar voren geschoven als de ideale leider in de vrijheidsstrijd. Oranje wordt daarom zelfs met de bijbelse held David vergeleken. De Nederlanders zijn de schapen die door de herder David worden geweid. De Spaanse hertog Alva is in die vergelijking de bijbelse Saul: de koning die David wilde doden, maar dat met de dood moest bekopen omdat God aan Davids kant stond.
W i l l e m v a n N a s s o u
Wilhelmus van Nassouwe
Ben ik, van Duitsen bloed, (Duits of diets)
Den vaderland getrouwe (vaderland = geboortestreek)
Blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
Ben ik, vrij onverveerd, (=zonder vrees)
Den Koning van Hispanje
Heb ik altijd geëerd.
In Godes vrees te leven
Heb ik altijd betracht,
Daarom ben ik verdreven,
Om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
Als een goed instrument,
Dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.
Lijdt u, mijn onderzaten
Die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
Bidt God nacht ende dag,
Dat Hij mij kracht zal geven,
Dat ik u helpen mag.
Lijf en goed al te samen
Heb ik u niet verschoond,
Mijn broeders hoog van namen
Hebben 't u ook vertoond:
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.
Edel en hooggeboren,
Van keizerlijken stam,
Een vorst des rijks verkoren,
Als een vroom christenman,
Voor Godes woord geprezen,
Heb ik, vrij onversaagd,
Als een held zonder vreden
Mijn edel bloed gewaagd.
Mijn schild ende betrouwen (schild = beschermer; figuurlijk)
Zijt Gij, o God mijn Heer, (betrouwen = vertrouwen)
Op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
Uw dienaar t`aller stond, (t`aller stond = op elke tijd)
De tirannie verdrijven
Die mij mijn hart doorwondt. (doorwondt = verscheurt)
Van al die mij bezwaren
En mijn vervolgers zijn,
Mijn God, wil doch bewaren
Den trouwen dienaar dijn,
Dat zij mij niet verassen
in hunnen bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.
Als David moeste vluchten
Voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
Verlost uit alder nood,
Een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.
Na 't zuur zal ik ontvangen
Van God mijn Heer dat zoet,
Daarna zo doet verlangen
Mijn vorstelijk gemoed:
Dat is, dat ik mag sterven
Met eren in dat veld,
Een eeuwig rijk verwerven
Als een getrouwen held.
Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.
Als een prins opgezeten
Met mijner heires-kracht,
Van den tiran vermeten
Heb ik den slag verwacht,
Die, bij Maastricht begraven,
Bevreesde mijn geweld;
Mijn ruiters zag men draven
Zeer moedig door dat veld.
Zo het den wil des Heren
Op dien tijd had geweest,
Had ik geern willen keren
Van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
Die alle ding regeert,
Die men altijd moet loven,
En heeft het niet begeerd.
Zeer christlijk was gedreven
Mijn prinselijk gemoed,
Standvastig is gebleven
Mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.
Oorlof, mijn arme schapen
Die zijt in groten nood,
Uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
Zijn heilzaam woord neemt aan,
Als vrome christen leven,-
't zal hier haast zijn gedaan.
Voor God wil ik belijden
En zijner groten macht,
Dat ik tot genen tijden
Den Koning heb veracht,
Dan dat ik God den Heere,
Der hoogsten Majesteit,
Heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.
Bijzonderheden
Wat bijzonder is, is dat er staat: "ben ik van Duitsen bloed".
Dit is oud-Nederlands. Hier betekent "van Duitsen bloed" niet "uit Duitsland". Duitsland bestond toen nog lang niet, en het woord Duits sloeg toen ook niet op inwoners van wat we nu Duitsland noemen. In de tijd dat het Wilhelmus geschreven werd, was het woord "Duits", of ook wel "Diets" de naam van de Nederlandse taal en werd er ook het Nederlandse volk mee aangeduid: het woord Nederlands werd nog helemaal niet gebruikt.
Ook bijzonder is de regel: "den Koning van Hispanje, heb ik altijd geëerd" - we leren dat de Prins van Oranje juist vocht tegen de Spaanse Koning! Maar voordat hij dat deed, werkte hij voor Koning Filips! Pas toen die anderen dwong tot zijn geloof begon de prins van Oranje te vechten voor de vrijheid van de Lage Landen. Hij wilde namelijk eerst de Spaanse koning wel dienen - dat had zijn vader voor hem ook altijd gedaan. Maar hij zag hoe slecht die de Nederlanders behandelde, en vond dat er iets moest gebeuren. Zonder hem was Nederland een Spaanse provincie gebleven. Zo komt hij ook aan zijn bijnaam "Vader des Vaderlands".
In het onderstaande filmpje wordt uitgelegd wat de basis is van argumenteren
Argumenteren: de basis
Samengevat:
De signaalwoorden die gebruikt kunnen worden staan in de onderstaande lijst. Overigens zijn er meer signaalwoorden opgenomen dan in het filmpje genoemd zijn. Je kunt ze allemaal bij de oefeningen gebruiken.
Signaalwoorden om je standpunt duidelijk te maken
Ik vind
Volgens mij
Dus, daarom
Kortom
Daarom
Ik denk dat
Ik ben van mening dat
Mijn mening is
Signaalwoorden om je argumenten kracht bij te zetten
Want
Omdat
Doordat
Aangezien
Gezien het feit dat
Immers
Namelijk
Signaalwoorden om je tegenargument te ondersteunen
Maar
Echter
Hiertegenover
Aan de andere kant
Anderzijds
Oefening met tekst 1
Lees de onderstaande teksten en maak daarna de vragen
Formule 1 in Nederland: ja, het kan. En nee, het moet niet. En als we er dan toch iets van vinden… dus dan maar in Zandvoort, of nee, in Assen… Maxmania mag dan door ons land razen, dat wil niet zeggen dat iedereen staat te juichen bij het idee van een F1-race in ons land(je). Daarom zijn we het nog niet eens over wáár dat dan zou moeten gebeuren.
Bron: De Telegraaf
Oefening met tekst 2
Te beginnen met de tegenstanders - en dat zijn er best wat. Zij wijzen vooral op de nadelige (milieu)-effecten van het Formule 1-circus. frederiquedujardin118 zegt bijvoorbeeld: „Want, willen we iets aan het milieu doen, dan zullen we uiteindelijk met dit soort ongein als eerste moeten stoppen. Bovendien geeft het een hoop herrie en luchtvervuiling.” En Kees_1001 ziet de rekening al op de deurmat vallen: „Racen, vliegen, zware industrie… het kan allemaal niet op, zolang de burger maar klimaatneutraal wordt en naar mijn mening gaat de burger hiervoor de hoofdprijs betalen.” Dus, zegt poesje44852: „Laat de F1 toch lekker in België, omdat we daar gewoon naar toe kunnen rijden Scheelt files, CO2 en gezeik.”
Oefening met tekst 3
Dat neemt niet weg dat een aanzienlijke groep bezoekers van Telegraaf.nl datzelfde lawaaiige, extravagante, maar ook glamoureuze en spannende evenement maar wat graag ziet komen. Jean B vat dat het kortste samen: „ Ik vind het mooi, als dat komt?” En daar is dannyvdmoo334 het hartgrondig mee eens, maar die ziet beren op de weg: „Absoluut! Moet weer komen. Maar die ouwetjes verzieken het voor de rest in hun te dure flat aan de kust.” Daarmee verwijst hij kennelijk naar de Zandvoort-pensionado’s, de uitgewerkte Nederlanders die van hun spaarcentjes een flatje hebben gekocht aan de Zandvoortse boulevard en mogelijk helemaal niet zitten te wachten op ’een bak herrie’ in hun dorp.
Oefening met tekst 4
Races kunnen in Zandvoort alleen in de winter georganiseerd worden, omdat In de rest van het jaar en vooral in de zomer de badplaats stampvol is .” Hij (of zij) concludeert dan ook: „Daarom zou Assen immers een goede keuze zijn . In Drenthe is er meer steun voor het evenement en Assen is goed bereikbaar. Parkeerproblemen kennen ze daar ook niet.”
Bij een understatement wordt iets op een spottende manier verkleind of verzwakt. Het verschil met het eufemisme zit hem in de spot.
Toen zijn partij weer vier zetels had gewonnen in de peilingen reageerde de fractieleider met: ‘Niet slecht’.
Ik had een twee voor het proefwerk, ik had dus wel een paar foutjes gemaakt.
‘Ik doe dat wel even’, zei de man toen hij het brandende huis in rende om zijn kinderen te redden.
Litotes
De litotes lijkt op een understatement. Het is een stijlfiguur waarbij je schijnbaar iets ontkent of verkleint met het doel datgene wat je bedoelt des te meer uit te laten komen.
Daar ben ik niet blij mee.
Dat is niet onwaarschijnlijk.
Dat vind ik geen verkeerd plan.
Eufemisme
Een eufemisme gebruik je om iets wat niet zo prettig of netjes is, op een verzachtende manier / nette manier onder woorden te brengen.
Gisteren hebben we opa naar zijn laatste rustplaats gebracht.
Zij werkt daar als interieurverzorgster ‘
Hoe is het met uw stoelgang?’, informeerde de dokter.
Geef van de volgende zinnen aan welke stijlfiguren er zijn gebruikt. Kies uit: hyperbool, understatement, eufemisme, litotes en woordspeling.
1 Pioneer laat je cd’s niet rock & rollen.
2 Zorg ervoor dat je van je vakantieliefde geen souvenir overhoudt waar je later spijt van krijgt. (aidsvoorlichting)
3 Ik krijg een punthoofd van jou.
4 Echt mooi vind ik dat zingen niet.
5 Zijn nieuwe huis is een echt paleis.
6 Het kostte niet weinig.
7 Het kostte dus wel een paar centjes.
8 Je kunt zeggen dat het iets meer dan gemiddeld kostte.
9 Mode Tineke voor een maatje meer. (voor grote maten)
10 Houd je kop erbij: draag een Nolan-valhelm.
Grammatica
Samentrekking
In een samengestelde zin met het voegwoord ‘en’ of ‘maar', kun je sommige woorden weglaten. Dit noem je een ‘samentrekking’. Je kunt alleen woorden weglaten die in allebei de zinnen dezelfde functie (grammaticaal), dezelfde betekenis en hetzelfde getal (enkelvoud of meervoud) hebben.
Voorbeelden:
a. Ik wil graag naar Frankrijk op vakantie en ik wil graag naar Italië.
b. Ik wil graag naar Frankrijk op vakantie en naar Italië.
a. Petra gaf haar broer een cadeautje en gaf haar broer een knuffel.
b. Petra gaf haar broer een cadeautje en een knuffel.
Foutieve samentrekking
Soms laat je in een zin een woord of woorden weg die je niet mag weglaten. Je maakt dan een stijlfout die je een foutieve samentrekking noemt. Voor samentrekking gelden namelijk regels waaraan je je moet houden.
Voorbeelden:
Ik wil graag naar Spanje op vakantie en (ik) (wil) (graag) in Griekenland wonen. (Foutieve samentrekking – wil is in de eerste zin zelfstandig werkwoord en in de tweede zin hulpwerkwoord. In de tweede zin mag ‘wil’ dus NIET ontbreken. De andere woorden kun je wèl weglaten.)
Op het industrieterrein zijn nieuwe gebouwen neergezet, maar (is) een oude fabriek blijven staan. (Foutieve samentrekking – de onderwerpen én dus de hulpwerkwoorden hebben niet hetzelfde getal. Het woord ‘zijn’, in de eerste zin, is meervoud, net als ‘nieuwe gebouwen’, het onderwerp en in de tweede zin is ‘een oude fabriek’ enkelvoud, net als het hulpwerkwoord, ‘is’. Je mag ‘is’ dus NIET weglaten.
Maria gaf haar vader een cadeautje, maar (gaf) niks om hem. (Foutieve samentrekking – de woorden hebben niet dezelfde betekenis. Het woordje ‘gaf’ in de eerste zin betekent: schenken. Het woordje ‘gaf’ in de tweede zin betekent, samen met ‘om’, dat je iemand aardig vindt. Dat is dus iets heel anders, en daarom mag je ‘gaf’ niet weglaten.)
Congruentie
Congruentie betekent dat het onderwerp en de persoonsvorm in de zin overeenkomen, congrueren.
Bijvoorbeeld:
a. ‘De leraar schrijft op het bord’
b. ‘De leraren schrijven op het bord’.
In zin a is het onderwerp, de leraar, een enkelvoud, waardoor de persoonsvorm (het werkwoord schrijven) ook enkelvoudig is, namelijk: schrijft.
In zin b is ‘leraren’ een meervoud, waardoor het werkwoord ook een meervoud krijgt, namelijk ‘schrijven’.
Incongruentie
Wanneer bij een enkelvoudig onderwerp een meervoudige persoonsvorm is geschreven, of bij een meervoudig onderwerp een enkelvoudige persoonsvorm, heet dat incongruentie.
Bijvoorbeeld: ‘De leraren schrijft op het bord’. De enkelvoudige persoonsvorm past niet bij het meervoudige onderwerp: het congrueert niet.
ENKELVOUD
Een collectief (een aantal, een reeks): ‘Een groot aantal mensen kon niet naar binnen’ of: ‘Een reeks artikelen is opgenomen’.
Een bedrijfsnaam met een &-teken: ‘Vroom & Dreesman heeft een crisisprobleem’ en: ‘De H&M is een leuke modeketen’.
Reeksen met ‘of…of’, ‘noch.. noch’ en ‘zowel… als’: ‘Of Justin Bieber of One Direction zal moeten afvallen bij The Voice’, en: ‘Noch de meester noch de juf zal het meisje straf geven’.
MEERVOUD
Een instelling of land waarvan de naam een meervoud is: ‘De Verenigde Staten hebben besloten om een nieuwe verkiezing te organiseren’
Reeksen met ‘en’ waar je ‘alle(n)’ of ‘beide(n)’ bij kunt zetten: ‘De politie en de overheid zullen (beide) meer controle invoeren’.
Hoofdletter
Je gebruikt een hoofdletter aan het begin van elke zin. Ook gebruik je een hoofdletter bij namen, plaatsen en landen.
Komma
Tussen twee persoonsvormen
Als er twee persoonsvormen naast elkaar staan, komt daar een komma tussen.
• Omdat hij er niet was, gebeurde er weinig.
• Als jij niet belt, bel ik zelf wel even.
Bij heel korte zinnen hoeft het niet
• Wie dit leest is gek.
Voegwoord
Er komt vaak ook een komma als er midden in de zin een voegwoord staat. Bijvoorbeeld bij omdat, doordat, zoals, terwijl, aangezien, want en maar.
• Ik kan niet naar het feest, omdat ik dan op vakantie ben.
• Zij kon niet slapen, doordat haar broertje snurkte.
• Mijn vriendin heeft een 10 gehaald, terwijl ze niet geleerd had.
• Ik zou haar nog sms'en, maar dat is er niet van gekomen.
• Ik hou er nu over op, want dit heeft toch geen zin.
Opsomming
Na elk deel van een opsomming, maar meestal niet voor en.
• Hij was al op vakantie geweest naar Spanje, Frankrijk, Tsjechië en Duitsland.
• Ik vond dat meisje slim, sterk en aardig.
Aanspreking
Voor of na een aanspreking.
• Jim, kom je zo eten?
• Hou daarmee op, Esther!
• Luister, ik wil niet dat je me daarmee lastigvalt.
Dubbele punt
Een dubbele punt kan op verschillende manieren gebruikt worden.
Voor een opsomming
• Voor morgen staat op het programma: naar school, huiswerk maken en sporten.
Voor een direct citaat
Een direct citaat is een citaat met aanhalingstekens.
• Wannes zei: “We gaan straks weg.”
• Wannes zei: ‘We gaan straks weg.’
Voor een verklaring of toelichting
• Ik ben er niet aan toegekomen: de gasten waren te laat weg.
• In het volgende zinsdeel staat een voorbeeld: dit is het voorbeeld.
Voor een conclusie
• Samengevat: het was een geweldig boek.
Voor een gedachte
• Ik dacht: dat lukt nooit!
Er komt geen spatie vóór een dubbele punt, wel erna.
Puntkomma in een zin
Een puntkomma is een leesteken midden in een zin. Er is een belangrijk verband tussen de delen voor en na de puntkomma, ook al zijn het vaak twee volwaardige zinnen en zou een punt ook gekund hebben. Een voorbeeld:
We stonden vroeg op; we hadden een lange reis voor de boeg.
Ik heb een hekel aan zwemmen; toch neem ik een zwembroek mee.
Uitroepteken
Het uitroepteken komt aan het eind van de zin als je iets roept of schreeuwt.Bijvoorbeeld: “Kijk uit erkomt een auto aan!”?
Punt
De punt komt aan het einde van de zin.
Aanhalingstekens
Aanhalingstekens komen als je gesproken tekst schrijft. Zoals: “Kijk uit!” riep de boze man.
Vraagteken
Het vraagteken komt aan het eind van de zin als je iets vraagt. Bijvoorbeeld: "Ben je moe?"
We gaan deze week de hele week oefenen op Beterspellen.nl. Maak een account aan en oefen iedere dag. Aan het einde van de week heb je 20 zinnen geoefend. Volgende week krijg je een dictee over 10 zinnen.
Debatteren
Debatteren is een kunst, een sport en een spel.
De kunst is het tonen van overtuigingskracht: het vermogen om een stelling zo uit te leggen, te beargumenteren en te illustreren dat een publiek of een jury het met je eens wordt.
De sport is om het daarbij beter te doen dan je tegenstander, die precies het tegenovergestelde verkondigt. Het spel ligt in het feit dat je niet je eigen mening verkondigt, maar moet roeien met de riemen die je gegeven worden.
In dit arrangement vind je lesmateriaal om goed te leren debatteren.
debat
Inleiding
Wat is debatteren?
Debatteren kan het beste omschreven worden als een discussie met spelregels. Vaak betreffen deze spelregels de spreektijden, de spreekvolgorde, interrupties en wat wel en niet toegestaan is. Het doel van een debat is meestal het overtuigen van een derde partij. Dit kan zijn: een jury, 'de kiezer' of het publiek. In tegenstelling tot een discussie zal men bij een debat dus zelden trachten de tegenstander te overtuigen.
Wat is het verschil tussen presenteren en debatteren?
Debatteren is dynamischer en interactiever. Er is namelijk een tegenstander die vaak het recht heeft om interrupties te maken.
Debatteren heeft als doel om te overtuigen, daarentegen kan een presentatie ook als doel hebben om te informeren of te amuseren.
Bij een presentatie heeft men meer mogelijkheden om hulpmiddelen te gebruiken, bij een debat zijn deze meestal niet toegestaan.
Beide zijn een vorm van mondelinge communicatie, waarbij men tegenover een publiek staat en in dat opzicht zijn de twee een verlengde van elkaar.
Wat heb ik aan debatteren?
Allereerst is het een zeer goede manier om te leren spreken in het openbaar. Omdat het debat vaak in een spelvorm gegoten wordt is het een laagdrempelige manier om kennis te maken met spreken voor een publiek. Als tweede leert men bij debatteren om meningen, voorstellen of keuzes te beargumenteren. Men leert om stellingen te onderbouwen en om te verdedigen!
Als laatste leert men essentiële gespreksvaardigheden, die in het dagelijks leven onontbeerlijk zijn: luisteren, analyseren, improviseren, snel reageren, trucs herkennen en pareren, gestructureerd spreken en met zelfvertrouwen te spreken.
Debatspel
Binnen een debat is er altijd sprake van een stelling en twee partijen: de voorstanders en de tegenstanders. De taak van de voorstanders is om een geloofwaardige invulling aan de stelling te geven. De taak van de tegenstanders is om alles wat de voorstanders zeggen te ontkrachten. Beide teams wisselen elkaar af in een vast aantal beurten. Een jury of het publiek geeft dan een oordeel over het debat. Het team dat de meeste overtuigingskracht heeft getoond, wint.
Op deze pagina krijg je een idee voor stellingen waarover te debatteren. Deze stellingen zijn gebruikt door een debatclub:
Er is maar één ding belangrijk in het leven Huisvrouwen moeten salaris krijgen De explosieve groei van het aantal mobiele telefoons is een weerspiegeling van het toenemende isolement van de moderne mens Voortaan dienen salarissen in aandelen uitgekeerd te worden 'Zappen' is een teken van nervositeit en ongeïnteresseerdheid De Montignac mode laat zien hoe narcistisch de maatschappij wordt Het feit dat identieke tweelingen unieke individuen zijn, dient te worden benadrukt in hun kleding Leeftijdsdiscriminatie is gezond Zwangere vrouwen hebben meer plek om een carièrre op hun buik te schrijven Het warme familiegevoel bestaat bij de jongere generatie niet meer De kern van succes is nieuwsgierigheid Brabanders zijn slimmer dan Hollanders Elke stemmer een staatslot Scheiden doet lijden Wat je gelooft bepaal je zelf De prijs van bier is te hoog Het heeft geen zin Pijn is fijn Het is geweldig om een man te zijn Het WAO-probleem komt door de verharding van de arbeidscultuur Een beetje sjoemelen met declaraties moet kunnen Met een creditcard ben je een echte kerel Leuker kunnen we het niet maken Winterdepressie is een overschat fenomeen Mensen vereenzamen door toenemende automatisering Mannen moeten ook kinderen kunnen krijgen Zelf koken is tijdverspilling Bedrijfskleding moet terug in het bedrijfsleven Een diploma koop je bij de supermarkt Zonder overwerk geen carièrre Jerry Springer moet van de Nederlandse tv verwijderd worden Vrouwen zijn betere managers dan mannen Het einde is in zicht Sluiten loket is cadeau voor reiziger Er is een pil voor elk probleem Niets is bedoeld om te blijven In een relatie kan er maar 1 carièrre maken Clinton is de beste sexuele voorlichter van de jaren '90 Leraren krijgen niet wat ze verdienen Thuiswerkers moeten met een webcam gecontroleerd worden Geluk dwing je af Echt privacy zit in je hoofd Internet is suf Mensen zijn dom Consultants zijn de kwakzalvers van het bedrijfsleven Blijf jezelf, blijf weg Een Fries is in Amsterdam meer allochtoon dan een Turk Succes en geluk gaan niet samen Een echte vrouw voetbalt niet Gratis, maar dan heb je ook niks Caravanneren schept een band Mensen moeten elkaar nemen zoals ze zijn Over tien jaar rijdt niemand meer Infantiel is beter dan burgerlijk Hij heeft gewonnen Als je een europeaan in de jungle zet gaat hij dood Er is teveel dom geld Subsidies op cultuuruitingen moeten worden afgeschaft Geen sex voor het sporten Gemaksdiensten zijn een zegen voor de drukbezette werknemer Chocoladesigaretten moeten afgeschaft worden Leren is moeilijk Samen naar de euro Wolken aan de blauwe hemel Het wordt tijd voor een fokverbod voor sommige mensen Kantoorhumor is dodelijk
Films
Met deze films krijg je een indruk hoe je een debatspel kunt opzetten. Ze zijn gevonden op Youtube. Misschien vind jij nog meer films die bruikbaar zijn. Geef even door aan de docent en we kunnen ze hier plaatsen!
Het arrangement Blok 5 is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Auteur
G Laats
Laatst gewijzigd
2019-05-27 12:58:19
Licentie
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0
Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of
bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Deeloefening 1
Deeloefening 2
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.