Digitaal leerarrangement Robert Bal - Tijdvak 1 Jagers en Boeren
Digitaal leerarrangement Robert Bal - Tijdvak 1 Jagers en Boeren
Voorblad
Voorblad
Maak kennis met het vak geschiedenis.
Wat bedoelen we met 'de geschiedenis'?
En waarom krijg je geschiedenis op school?
Leer over het eerste tijdvak van geschiedenis: de tijd van jagers en boeren. Er was een tijd dat mensen leefden van de jacht en later van de landbouw.
Hoe deden deze mensen dat?
Tijdvak 1: Jagers & Boeren
Introductie geschiedenis
Wat is geschiedenis?
Wat is geschiedenis?
Welkom bij het vak geschiedenis!
Geschiedenis gaat over dat wat er gebeurd is. Anders dan bij vakken zoals aardrijkskunde en biologie, richt geschiedenis zich alleen op mensen.
Planten, dieren, het ontstaan van de aarde, het universum: dat hoort allemaal niet bij het vak geschiedenis.
Om de geschiedenis beter te begrijpen en meer overzicht te krijgen, kun je geschiedenis op meerdere manieren indelen.
Je kunt bijvoorbeeld werken met de tijdvakken. Klik op de link om te kijken naar de tijdvakken.
Zoals je hebt kunnen zien, bestaan er tien tijdvakken. In de komende twee jaar leer je de basis van deze tien tijdvakken.
Een andere manier om de geschiedenis in te delen, is periodisering. Daarmee bedoelen we de vijf periodes van de geschiedenis.
Dit zijn: de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen, de vroeg-moderne tijd en de moderne tijd.
Nog weer een andere manier om in te delen, is door het kijken naar samenlevingstypen.
Voorbeelden van samenlevingen zijn: jagers en verzamelaars samenleving, boerensamenleving (ook wel agrarische samenleving genoemd), agrarisch-stedelijke samenleving, industriele samenleving en informatiesamenleving.
Je begint bij het vak geschiedenis bij de eerste mensen: de tijd van jagers en boeren.
Denk je dat je al een beetje weet welke onderwerpen er bij welke tijdvakken horen? Maak dan de quiz.
Geef feiten en meningen aan in de video over Ötzi.
Je gaat een filmpje kijken over Ötzi. Een man die leefde in de prehistorie en waarvan zijn lichaam goed bewaard is gebleven. Tijdens het filmpje geef je antwoorden over de vragen die je gesteld worden.
Aan de hand van het filmpje geef je twee feiten en twee meningen die te maken hebben met Ötzi.
In de prehistorie hebben niet alleen maar jagers-verzamelaars geleefd. Ongeveer 12.000 jaar geleden veranderde het klimaat en werd het warmer en droger op aarde. Het lukte de mensen niet meer om zich te voeden met wat ze vonden in de natuur. Ze moesten op zoek naar een ander middel van bestaan.
Verbouwen van graan
Dit nieuwe middel van bestaan vonden ze ongeveer 10.000 jaar geleden in de groei van graan en andere gewassen. Mensen hebben waarschijnlijk zaden op de grond zien vallen waaruit nieuwe planten ontkiemden. Zij hebben geleerd hoe ze voor planten moesten zorgen. Ze leerden hoe zij deze planten moesten beschermen tegen vernietiging. Ook leerden zij welke plantsoorten en gewassen in welke seizoenen groeiden en rijp werden. Het verbouwen van plantsoorten en gewassen wordt akkerbouw genoemd.
Temmen van dieren
Er was een tijd dat alle dieren in de wereld wild waren. Ongeveer 2.000 jaar nadat de akkerbouw opkomt, begint de mens ook met het temmen van dieren. Zij gebruiken de tamme dieren voor vervoer, voedsel, wol, melk of bescherming tegen vijanden. Voorbeelden van getemde dieren zijn honden, varkens, schapen, geiten en koeien. Het houden van dieren wordt veeteelt genoemd.
De genoemde veranderingen zorgden ervoor dat mensen zich gingen vestigen in een gebied. Ze konden niet meer zwervend door het leven trekken, omdat ze voor hun akker moesten zorgen. De samenleving van de jagers en verzamelaars veranderde in een landbouwsamenleving. Landbouw bestaat uit akkerbouw en veeteelt.
Door het ontstaan van de landbouw vestigden de mensen zich blijvend in één gebied. Ze hoefden niet meer verder te trekken. De landbouw zorgde het hele jaar door namelijk voor genoeg eten. Hierdoor gingen er veel mensen dicht bij landbouwgrond wonen en ontstonden de eerste dorpen. Het leven van de mensen in een dorp was anders dan het leven van de mensen toen ze nog rondtrokken. Dit is de verandering van de samenleving van de jagers en verzamelaars naar de landbouwsamenleving.
Veranderingen in de samenleving
De nomaden hadden gewoond in hutjes en grotten die ze tegenkwamen. De boeren konden een steviger huis bouwen. Nu ze op één plek bleven wonen, konden ze ook meer spullen hebben. Ze hoefden de spullen niet mee te nemen op reis, maar konden ze in huis bewaren. Zo ontstond het bezit. Bij bezit kun je denken aan potten van gebakken klei waarin mensen eten bewaarden, maar ook dieren of land kunnen behoren tot je bezit.
In de samenleving van de jagers en verzamelaars gingen alle mannen samen op jacht en alle vrouwen verzamelden samen noten en eetbare planten. De opbrengst deelden ze met de hele groep. Nu de mensen boer werden, hadden ze hun eigen stukje akker en hielden ze hun eigen dieren. Hierdoor ontstonden er verschillen tussen de mensen. Sommige mensen hadden meer grond of dieren dan anderen. Niet iedereen was meer gelijk, de één had meer bezit dan de ander.
Nieuwe beroepen ontstaan
In sommige dorpen hadden de boeren meer eten dan ze op konden. Een boer met veel land oogstte wel twee keer zoveel graan als zijn gezin op kon eten. Maar wat moesten ze met al dat extra eten? Sommige mensen besloten om geen boer te zijn, maar een ander beroep te kiezen. Ze werden bijvoorbeeld timmerman of beeldhouwer. Dit werden ambachtslieden genoemd. Timmeren of beeldhouwen zijn namelijk voorbeelden van ambachten. Een ambacht is een beroep waarbij een handwerker met gereedschap een eindproduct maakt. Deze ambachtslieden moesten natuurlijk nog steeds eten. Ze ruilden daarom hun zelfgemaakte spullen voor eten. Een timmerman ruilde bijvoorbeeld een stoel voor graan met een boer. Zo ontstonden er nieuwe beroepen. En iedereen had nog steeds genoeg eten.
In de dorpen waren nieuwe beroepen ontstaan. Sommige mensen waren boer, anderen pottenbakkers, beeldhouwers of ze maakten bijvoorbeeld gereedschap of kleding. De pottenbakkers ruilden hun potten bij de boer voor graan en bij de timmerman voor meubels. Er kwamen steeds meer mensen naar de dorpen. Al deze mensen kwamen aan eten door ruilhandel. Er woonden zoveel mensen bij elkaar dat we rond 3500 v. Chr. spreken van de eerste steden. In een stad wonen veel mensen op een kleine oppervlakte.
Steden in Egypte
Egypte was een vruchtbaar gebied door de rivier de Nijl. In Egypte waren er al heel vroeg steden. Een stad heeft veel inwoners. Om ervoor te zorgen dat iedereen in de stad de regels kende, kwam er een bestuur. Het bestuur maakte wetten en regels voor de stad. Ook hielden de bestuurders bij hoeveel belastingen er betaald moesten worden.
In Egypte waren sommige mensen belangrijker dan andere mensen. Er ontstonden sociale lagen. Dit kun je weergeven in een piramide, de zogenaamde bevolkingspiramide.
Farao
De farao had de meeste macht van iedereen Hij bestuurde alle steden in Egypte.
Hoge ambtenaren en priesters
De farao had mensen die hem hielpen met het besturen van de steden. Deze helpers noemen we hoge ambtenaren. Andere belangrijke mensen waren de priesters. Zij hadden contact met de goden van de Egyptenaren.
Ambtenaren, schrijvers, geleerden, kunstenaars en bouwmeesters
Zij vormden een eigen groep in de samenleving en hadden ook veel aanzien. De ambtenaren haalden de belasting op. Alle mensen moesten een deel van hun oogst of werk afstaan aan de farao. Dit heet belasting. De schrijvers, geleerden, kunstenaars en bouwmeesters stonden hoog in aanzien omdat ze veel kennis hadden.
Handelaren, ambachtslieden, boeren en soldaten
Dit was de grootste groep in Egypte. De handelaren maakten niks, maar deden aan handel. Bij handel ruil je producten voor andere producten of voor geld. Zo hoefden de ambachtslieden dit zelf niet meer te doen. De handelaren reisden van de ene stad naar de andere stad. De ambachtslieden verkochten hun zelfgemaakte spullen aan de handelaren. De boeren moesten hard werken op het land. Een deel van de oogst moesten ze afstaan als belasting. Er woonden ook soldaten in de stad. Zij waren in dienst van de farao. Als er oorlog was, moesten zij vechten.
Slaven
De minst belangrijke mensen in Egypte waren de slaven. De slaven werkten voor hun meester, dat was vaak een rijke Egyptenaar. Deze Egyptenaar hoefde de slaaf niks voor zijn werk te betalen, want hij had de slaaf zelf gekocht.
Rangen & standen
Sociale lagen
In het oude Egypte was de samenleving opgebouwd in verschillende sociale lagen.
Hoe zat dat precies? Bekijk de volgende video goed.
Je hebt kunnen zien dat de samenleving als een piramide was opgebouwd.
Bovenaan stond de belangrijkste man van het rijk: De Farao.
Helemaal onderaan stonden de slaven van het rijk. Hoe zag de piramide er verder uit?
Opdracht
Maak een eigen tekening waarin je de volgende sociale lagen duidelijk aangeeft. De tekening maak je op A4 formaat. Je tekent eerst een grote Pyramide, waarbij de duidelijk de volgorde van standen in weergeeft.
Let op: ze staan hieronder niet op volgorde.
farao
boeren
hoge ambtenaren
bouwmeesters
kunstenaars
handwerklieden (ambachtslieden)
schrijvers
geleerden
priesters
slaven
Schrift & Recht
Hiërogliefen lezen
Rond 3000 v Chr werd het hiërogliefenschrift voor het eerst gebruikt in het Egyptische rijk. Het hiërogliefenschrift werd gebruikt om belastingopbrengsten te noteren, om wetten te noteren en voor het leven na de dood.
Het hiërogliefenschrift werd pas in 1822 ontcijferd. Al die jaren ervoor stonden de wetenschappers voor een raadsel en begrepen niets van al die tekens.
In 1800 werd er een steen gevonden waar één tekst in drie verschillende talen stond opgeschreven: het Grieks, het Demotisch en het Egyptisch (dus: hiërogliefenschrift). Hiermee kon het schrift langzaam worden ontcijferd. Dat was nog een heel karwei, want het hiërogliefenschrift bestaat uit maar liefst 700 tekens!
Opdracht
Denk je dat jij het hiërogliefenschrift kunt lezen?
Bekijk dan de volgende pagina en download oefening 1.
Tijd over? Maak dan ook oefening 2 en het alfabet: hiermee kun je je eigen naam in het hiërogliefenschrift schrijven.
Cultuur en godsdienst in Egypte
De Egyptische cultuur
De god Anubis weegt het hart van de dode.
De Egyptische goden
Sommige mensen geloven dat zij na de dood naar de hemel gaan. Anderen geloven dat er na de dood niets meer is. De Egyptenaren geloofden dat er nog een leven was na de dood. Dit hing sterk samen met hun geloof in goden. In Egypte geloofden de mensen in meerdere goden. Ze hadden in totaal wel meer dan vijftig goden. Niet alle goden waren even belangrijk. De meest belangrijke goden waren Re, Osiris en Horus. Andere belangrijke goden die met het leven na de dood te maken hebben waren Anubis en Thoth. De goden werden vaak afgebeeld als mensen met een dierenkop.
Re is de zonnegod. Men geloofde dat hij alle mensen heeft gemaakt.
Osiris is de god van het dodenrijk.
Horus is de hemelgod. Hij heerst over de aarde.
Anubis is de god van de balseming en van de begraafplaatsen.
Thoth is de god van de wijsheid en van het schrift.
De goden waren heel belangrijk in het leven van de Egyptenaren. Er werden tempels gebouwd om de goden te eren en om offers te brengen. Een offer is iets waardevols dat je geeft aan een god. Bijvoorbeeld een kip of olie. Je hoopt dat de god hierdoor jou bij zal staan. In de tempels mochten alleen de priesters komen. Zij stonden in contact met de goden. Je moest dus datgene wat je wilde offeren aan een priester geven. Dan offerde hij dat voor jou. De farao stond het dichtst bij de goden. Hij werd gezien als de zoon van de god Re.
Mummies en piramides
De Egyptenaren geloofden dat er leven na de dood was. Daarom werd er veel aandacht besteed aan het begraven. Het lichaam moest goed bewaard blijven. Het lichaam werd daarom gebalsemd. Balsemen wordt ook wel mummificeren genoemd. Hierbij wordt het lichaam gewikkeld in stoffen windsels. Er zijn in musea over de hele wereld nog steeds mummies uit het oude Egypte te zien!
De mummies werden begraven in een graf. Hoe dit graf eruitzag, verschilde per persoon. Als je rijk was, had je een mooi graf. De farao had het mooiste graf. Zijn graf was een piramide. Het bouwen van een piramide duurde heel lang, dus begonnen ze hier al vroeg mee. In de piramide werden meerdere kamers gebouwd. Eén van die kamers was een schatkamer met allemaal mooie spullen. Deze spullen kon de farao dan weer gebruiken in het dodenrijk.
Het dodenrijk
In het dodenrijk kon je verder leven na de dood. Je moest wel eerst een hele reis afleggen voordat je hier was. En je mocht alleen naar binnen als je een goed mens was geweest. Het dodenboek laat zien hoe de reis naar het dodenrijk eruit zag.
De piramide van Gizeh (Cheops)
Bekijk de volgende video:
Maak je eigen piramide!
Een piramide met de sfinx op de voorgrond, Egypte.
De volgende pagina laat je zien welke spullen je nodig hebt en hoe je de piramide moet maken. Maak eerst een plan van aanpak.
In je plan van aanpak staat het volgende:
Wat heb je nodig? Welke materialen?
Hoe lang denk je ervoor nodig te hebben?
Ga je nog iets toevoegen om de piramide uniek te maken?
Schrijf je plan van aanpak op en bespreek deze met je docent voordat je gaat beginnen.
Eindproduct module 1 jagers en boeren
Tekening bij jagers en verzamelaars
Dagboekverhaal eerste boeren
Presentatie
Afronding
Om deze module af te ronden, maak je de volgende eindopdracht (ook wel: de missie).
Maak gebruik van de beoordelingscriteria om zelf na te kijken of je aan de missie hebt voldaan.
Onderdeel 1 - Wat ga je doen?
De missie bestaat uit twee onderdelen.
Het eerste onderdeel is het maken van een tekening.
De tekening moet gaan over de jagers en verzamelaars.
Wat moet er op je tekening komen te staan?
1) Waar jaagden de mannen op?
2) Wat verzamelden de vrouwen?
3) Hoe zag de jager eruit?
4) Welke wapens had de jager?
5) Waar woonden de jagers en verzamelaars in?
Onderdeel 1 - Hoe kom je aan deze informatie?
Maak gebruik van de leerteksten, je mindmap over jagers en verzamelaars en de video over Otzi.
Met deze informatie kun je een goede tekening maken over het leven van de jagers en verzamelaars.
Maak je tekening op A4-formaat.
Onderdeel 2 - Wat ga je doen?
Het tweede onderdeel is het schrijven van een verhaal over boeren in een landbouwsamenleving.
Figuur 2: de Nijl.
Wat moet er in het verhaal komen te staan?
1) Waarom ben je overgestapt van jager naar boer?
2) Waar ligt jouw akker? In de bergen of aan een rivier?
3) Welke gewassen verbouw je?
4) Hoe is het om op één plek te wonen in plaats van rond te trekken?
5) Niet iedereen in jouw dorp is boer. Waarom hoeft niet iedereen boer te zijn?
6) Hoe kan het dat de een meer bezit heeft dan de ander?
Onderdeel 2 - Hoe kom je aan de informatie?
Maak gebruik van de leerteksten en de opdrachten van leertaak 1 tot en met leertaak 6. Met deze informatie kun je antwoord geven op de vragen hierboven.
Vind je het moeilijk om te beginnen?
Maak dan gebruik van het volgende begin en schrijf het verhaal zelf :
'Vanmorgen ben ik vroeg opgestaan om naar mijn akkers te gaan. De akkers hadden water nodig. Gelukkig hebben we hier genoeg water: zonder de rivier de Nijl zouden we verloren zijn. Na het water geven heb ik een praatje gemaakt met mijn buurman. Wel raar eigenlijk: vroeger leefden we in groepen en trokken we rond. Nu wonen we op dezelfde plek en hoeven we niet meer rond te trekken...'
De tekening en het verhaal lever je in bij je docent.
Het arrangement Digitaal leerarrangement Robert Bal - Tijdvak 1 Jagers en Boeren is gemaakt met
Wikiwijs van
Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt,
maakt en deelt.
Auteur
Robert Bal
Je moet eerst inloggen om feedback aan de auteur te kunnen geven.
Laatst gewijzigd
2018-04-16 18:45:52
Licentie
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:
Toelichting
Maak kennis met het vak geschiedenis. Wat bedoelen we met 'de geschiedenis'? En waarom krijg je geschiedenis op school?
Leerarrangement voor vmbo 1, een kennismaking met het vak geschiedenis.
Leer over het eerste tijdvak van geschiedenis: de tijd van jagers en boeren. Er was een tijd dat mensen leefden van de jacht en later van de landbouw. Hoe deden deze mensen dat?
Digitaal leerarrangement Robert Bal - Tijdvak 1 Jagers en Boeren
nl
Robert Bal
2018-04-16 18:45:52
Maak kennis met het vak geschiedenis. Wat bedoelen we met 'de geschiedenis'? En waarom krijg je geschiedenis op school?
Leerarrangement voor vmbo 1, een kennismaking met het vak geschiedenis.
Leer over het eerste tijdvak van geschiedenis: de tijd van jagers en boeren. Er was een tijd dat mensen leefden van de jacht en later van de landbouw. Hoe deden deze mensen dat?
Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten
terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI
koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI
koppeling aan te gaan.
Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.
Arrangement
Oefeningen en toetsen
Tijdvak 1: jagers en boeren
Gatentekst bij jagers en verzamelaars
De eerste boeren
De landbouwsamenleving
Tijdvak 1: tijd van jagers en boeren
IMSCC package
Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.
Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat
alle
informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen
punten,
etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.
Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en
het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op
onze Developers Wiki.