Inleiding
Oh nee! Overal kriebeldiertjes!
De leerlingen van groep 3 De Rank gaan onderzoek doen naar kriebeldiertjes. Maar waar zitten die nou..
Taak
Weetjes!
Vooraf heb ik de leerlingen allemaal feitjes over kriebeldiertjes verteld.
Kijk naar het filmpje over een kriebeldiertje.
Praat eens met je schoudermaatje welke kriebeldiertjes jij kent.
Wat doen deze kriebeldiertjes?
Werkwijze
Opdracht 1 (aangepast)
Jullie hebben gepraat over kriebeldiertjes. Leg de het goede plaatje van het kriebeldiertje bij de naam van het kriebeldiertje.
Kijk daarna naar de kriebeldiertjes. Wat is er anders aan deze kriebeldiertjes. Wat heeft de ene wel en de andere niet?
Opdracht 2 (aangepast)
Kijk naar de filmpjes.
Nu gaan jullie je eigen kriebeldiertje tekenen!
Pak het blaadje en de kleurpotloden welk kriebeldiertje vind jij het leukst?
Wat ik wil zien op de tekenig is:
Wat kan het kriebeldiertje goed?
Waar zitten de voelsprietjes of angel? Misschien heeft je kriebeldiertje dat helemaal niet, maar wat heeft het diertje dan wel?
Probeer het diertje zo goed mogelijk te tekenen.
Kijk maar naar het voorbeeld, probeer het zo!

Kriebeldiertjes in de klas
Opdracht 3 (aangepast)
Hoek met kriebeldiertjes
Kijk eens met je schoudermaatje naar je tekening.
Wat is anders aan de kriebeldiertjes?
Wat is speciaal aan het kriebeldiertje?
Wat heeft jou kriebeldiertje wel en die van je schoudermaatje niet?
Wat doet het kriebeldiertje met bijvoorbeeld zijn voelspruiten? Waarom heeft hij die?
Kom dat bij mij vertellen!
De tekening gaan we ophangen in de hoek met kriebeldiertjes.
Zo hebben we een heel bos met kriebeldiertjes!
Vragen
Oefening: Kriebeldiertjes
Start
Einde!
Bronnen
Beoordeling
Opdracht 1:
Meester, let erop dat de leerlingen dit ook aan je komen vertellen. Zo kan je het controleren.
Opdracht 2:
Meester, laat de leerlingen ook hun eigen fantasie gebruiken. Nu blijft het beperkter.
Opdracht 3:
Misschien was het ook leuk geweest om de leerlingen iets te geven van een aankruisblad. Zo onthouden ze beter wat ze hebben gedaan hebben en wat de verschillen zijn.
Uitvoering (na eerste beoordeling)
Thema
Het thema kriebeldiertjes is een alledaags concept. Ook de alledaagse concepten hebben veel te maken met natuur. Waar zijn de kriebeldiertjes, hoe herken je ze en wat is hun specialiteit. Door te kiezen voor een thema dat dichtbij de kinderen staat, kunnen de kinderen makkelijk de aspecten met elkaar verbinden. Door deze verbinding is het voor het kind interessanter en kan het makkelijker kennis opdoen in de vorm fysieke activiteit. (Wetenschap en techniek op de Basisschool. P.33). Het is een project dat is gelinkt aan de belevingswereld van de kinderen. Kriebeldiertjes komen overal voor en ze hebben er al eens kennis mee gemaakt.
Bijbehorende TULE Kerndoelen:
Kerndoel 40: De leerlingen leren in de eigen omgeving veel voorkomende
planten en dieren onderscheiden en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.
Kerndoel 41: De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen.
Doelen (na eerste beoordeling)
Webquest doel: De leerlingen kunnen aan het einde van de webquest een kriebeldiertje naar keuze tekenen en aangeven waarom het kriebeldiertje zo speciaal is.
De leerlingen moeten bij de laatste opdracht een kriebeldiertje naar keuze tekenen. Ze gaan de kriebeldiertjes ook heel gedetailleerd tekenen. Bijvoorbeeld bij een bij: waar zitten de voelsprieten, waar zitten de ogen, waar zit de angel enzovoort.
Kerndoelen:
Kerndoel 1:De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie mondeling te geven.
Kerndoel 2:De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren in bij het discussiëren.
Kerndoel 40:De leerlingen leren in de eigen omgeving veel voorkomende planten en dieren onderscheiden en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.
Subdoelen:
Het voedsel van mens en dier komt van plant en/of dier. (Wat is de verbinding in dit geval tussen kriebeldiertje en plant. Waar zorgt een bij voor?)
Planten en dieren doorlopen verschillende ontwikkelingsstadia. (Welke ontwikkelingstadia loopt een vlinder door?)
Delen van planten en dieren hebben verschillende kenmerken, zoals vorm, kleur, geur. (Waar dienen de voelsprieten of de angel voor bij een bij?)
Schriftelijk: bijvoorbeeld een werkstuk of muurkrant maken van de belangrijkste informatie. (De leerlingen maken aan het einde van de webquest met een tekening van de belangrijskte onderdelen).
Ze zijn niet altijd contextafhankelijk: ze kunnen ook betrekking hebben op omgeving, verleden en toekomst die minder nabij is. (De leerlingen leren de geleerde woorden te verbinden aan de omgeving).
De leerlingen wisten vooraf tijdens een klassikaal gesprek wel wat kriebeldiertjes zijn en welke er zijn, maar waarom ze er zijn wisten ze niet en waar je ze kan vinden. Dit wilde ik verder onderzoeken met de leerlingen.
Ik wilde dat de leerlingen beter kennis leerde maken met een aantal kriebeldiertjes. Wat doet het kriebeldiertje (wat is zijn specialiteit), welke onderdelen heeft het kriebeldiertje en waar gebruikt hij deze voor en waarom is dit kriebeldiertje nuttig voor de natuur. Dit wilde ik bereiken bij de leerlingen.
De leerlingen hebben een grotere woordenschat gekregen en konden dit ook mondeling brengen (kerndoel 1). Woorden zoals angel, voelsprieten en ringen hebben ze verbonden aan kriebeldiertjes.
Ik vind dat dit goed gelukt is. De leerlingen konden mij exact vertellen waarom een bij bijvoorbeeld voelsprieten heeft en waar de angel voor is. Iemand anders kon weer heel goed vertellen waarom een worm ringen heeft. Ik vond dit heel leuk om te zien en ik vind dat de leerlingen het doel ook hebben bereikt. Ze vonden de kriebeldiertjes heel interessant en wisten zelfs ook nog te vertellen waar het kriebeldiertje voor dient in de natuur.
Reflectie (na eerste beoordeling)
Ik vond het leuk om deze webquest te geven. De leerlingen waren enthousiast en daardoor werd ik ook enthousiast om er mee aan het werk te gaan.
Wat ik de volgende keer nog meer zou willen doen is om te onderzoeken met de leerlingen waar je bijvoorbeeld bepaalde kriebeldiertjes zou kunnen vinden. Welke grond heeft een worm bijvoorbeeld nodig om te kunnen leven of wat eet een bij om te kunnen leven? Dit zijn vragen die ik voor een volgende keer meer zou kunnen uitwerken.
Ik zou voor deze vragen bijvoorbeeld naar het bos kunnen gaan om te onderzoeken waar welke kriebeldiertjes leven. We zijn nu alleen opzoek gegaan bij de school, maar hebben ze toen bekeken en daarna weer laten gaan. In het vervolg kunnen we de kriebeldiertjes ook verder onderzoeken. Kan je bijvoorbeeld de ringen op een worm tellen of waar zit nou precies de angel van een bij. We zouden bepaalde kriebeldiertjes ook in de klas kunnen hebben. Kijken naar hoe een worm zijn gangen graaft of hoe een spin zijn web bouwt.
Ik zou de leerlingen ook voor het eerst een kleine presentatie kunnen laten geven. Wat hebben ze ontdekt en waarom hebben ze voor dit dier gekozen.
Dit zijn de vragen en onderdelen die ik voor een volgende webquest zou willen onderzoeken.
Leerkracht
Onderwerp: Kriebeldiertjes
Schooltype: Basisonderwijs
Groep: 3
Vakgebied: Natuur
Uitvoering door: Individueel en in tweetallen.
Opbrengst: Leerlingen maken 3 opdrachten die te maken hebben met kriebeldiertjes.
Evaluatie: Door middel van vier vragen controleren wat de leerlingen hebben geleerd. In de les ook nog een kringgesprek met de leerlingen, wanneer ze allemaal de webquest hebben uitgevoerd.
Leerpunten: Leerlingen leren welke kriebeldiertjes er zijn, hoe ze eruit zien en waar ze voor zijn.
Extra materiaal: Kleurpotloden, A4 papier, feitjes kriebeldiertjes.
Webquest maker: Yorick Bernhart