16. Haakjes

16. Haakjes

16 Intro

Opgave 1

Opgave 2

Opgave 3

Opgave 4

16.1 De distributiewet

Opgave 5

Opgave 6

Opgave 7

Volgorde van bewerkingen

In eerdere hoofdstukken heb je de volgorde van de bewerkingen geleerd. Hier staan ze nog een keer op een rijtje.

De volgorde van bewerkingen.

  • Eerst wat tussen de haakjes staat uitrekenen.

  • Machtsverheffen (dus ook kwadrateren) gaat voor vermenigvuldigen en delen.

  • Vermenigvuldigen en delen gaan voor optellen en aftrekken.

 

Voorbeeld:

 

Met behulp van deze regels kun je de juiste uitkomst van lange berekeningen vinden. Als voorbeeld nemen we de volgende berekening:
\(1−2⋅(3−4)+5:(6+(7−8))−9+10\)

We doen deze berekening voor. Kijk goed hoe dat werkt.

\(1−2⋅(3−4)+5:(6+(7−8))−9+10\)

haakjes wegwerken

\(1−2⋅‐1+5:(6+‐1)−9+10\)

haakjes wegwerken

\(1−2⋅‐1+5:5−9+10\)

vermenigvuldigen en delen

\(1−‐2+1−9+10\)  
\(1+2+1−9+10\)

optellen en aftrekken

\(5\)  

Je kunt natuurlijk meer stappen in één keer maken.

Opgave 8

Opgave 9

Opgave 10

Opgave 11

Opgave 12

16.2 Producten van tweetermen

Opgave 13

Opgave 14

Opgave 15

Opgave 16

Opgave 17

Opgave 18

Opgave 19

Opgave 20

Opgave 21