Bijwoordelijke bepaling (bwb)
Wat is een bijwoordelijke bepaling?
Een bijwoordelijke bepaling (bwb) is een zinsdeel dat iets zegt over het werkwoordelijk gezegde.
Een bwb vertelt je iets over hoeveelheid, plaats, richting, reden en tijd. Je kunt de vraagwoorden 'waar?', 'hoe laat?', 'wanneer?', 'met wie?' gebruiken als hulpmiddel.
Voorkennis
Je kunt de bijwoordelijke bepaling makkelijker vinden als je weet:
- wat zinsdelen zijn;
- wat het werkwoordelijk gezegde (wwg) is en hoe je dat kunt vinden;
- wat het onderwerp (ond) is en hoe je dat kunt vinden;
- wat het lijdend voorwerp (lv) is en hoe je dat kunt vinden;
- wat het meewerkend voorwerp (mv) is en hoe je dat kunt vinden.
Hoe vind je een bijwoordelijke bepaling?
1. Verdeel de zin in zinsdelen.
2. Zoek eerst de persoonsvorm en het werkwoordelijk gezegde.
3. Zoek het onderwerp van de zin.
4. Kijk of er een lijdend- en of meewerkend voorwerp in de zin staat.
Het zinsdeel dat dan overblijft is vaak de bwb.
Een bijwoordelijke bepaling geeft antwoord op vragen als:
Soort bwb |
Vraag |
Voorbeeld |
reden/doel |
Waarom? |
Dit gebied is afgesloten vanwege de paddentrek.
Hij gaat vandaag niet naar school, omdat hij ziek is. |
tijd |
Wanneer?
Hoe vaak? |
De training begint om half vijf.
De training is twee keer per week. |
hoedanigheid |
Hoe?
In welke mate? |
De stratenmaker heeft zijn hele leven hard gewerkt.
Eens in de zoveel tijd ga ik hardlopen. |
hoeveelheid |
Hoelang?
Hoe zwaar? |
De verlenging zal een half uur duren.
Hij weegt 80 kilo. |
middel |
Waarmee? |
De timmerman maakte het hek met een hamer en spijkers. |
plaats |
Waar? |
De fiets staat in de schuur. |
richting |
Waarheen?
Waar naartoe? |
Wij gaan naar Frankrijk op vakantie.
De hond liep het bos in. |
Let op!
- Niet elke zin heeft een bijwoordelijke bepaling. |
- > Hij eet een appel.
-> Deze winkel verkoopt leuke spulletjes. |
- De bijwoordelijke bepaling is altijd een heel zinsdeel en kan als heel zinsdeel ook weggelaten worden.
- De zin moet daarna nog wel kloppen. |
> Hij / maakt / altijd / zijn huiswerk / op zijn kamer. (wanneer? waar?
-> Hij maakt .... zijn huiswerk ...
|
- De bijwoordelijke bepaling zegt iets over het werkwoordelijk gezegde.
|
-> Dit gebied is afgesloten vanwege de paddentrek. (waarom?)
-> Dit gebied is afgesloten. ..... |
- Er staan vaak meerdere bijwoordelijke bepaling in een zin. |
-> Ik / ben / gisteren / heel vroeg / opgestaan. (wanneer? hoe laat?)
-> Ik ben .... ..... opgestaan. |