Module Schrijven - h45

Module Schrijven - h45

Module Schrijven

Inleiding

Voordat je gaat beginnen met het schrijven van een tekst moet je je goed voorbereiden.
Je maakt een plan van aanpak waarin je eerst het onderwerp waarover je gaat schrijven vaststelt. Je gaat na wat je daarover weet en zoekt er informatie over.

In de hoofdgedachte geef je weer wat jij belangrijk vindt om over het onderwerp te vertellen. Ook bepaal je je tekstdoel en denk je na welke tekstsoort daar het meest geschikt voor is.

Tot slot denk je na over de volgorde waarin je informatie/argumenten gaat geven en kies je een tekststructuur. In een bouwplan zet je dan schematisch wat er in je inleiding, middenstuk en slot komt te staan.

Bekijk eerst de volgende video.

 

Wat kan ik straks?

De leerdoelen van de module Schrijven zijn:

Schrijfdoel en tekstsoort

Ik kan:

  • het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst benoemen.
  • vijf verschillende schrijfdoelen opnoemen.
  • bij ieder schrijfdoel een voorbeeld geven van een tekstsoort.

Opbouw en bouwplan

Ik kan:

  • omschrijven hoe ik de inleiding, het middenstuk en slot van een tekst opbouw.
  • een bouwplan samenstellen voor de opbouw van een tekst.
  • met behulp van een bouwplan een tekst schrijven.


Soorten teksten

Ik kan:

  • verschillende soorten informerende en opiniërende teksten herkennen;
  • aangeven wat het verschil is tussen een betoog en een beschouwing;
  • een gedocumenteerde uiteenzetting, beschouwing en/of betoog of een recensie schrijven.


Brief schrijven

Ik kan:

  • de juiste indeling voor een zakelijke brief of e-mail maken.
  • toelichten in welke situatie ik een klachtenbrief, een motivatiebrief of een sollicitatiebrief schrijf.
  • een curriculum vitae samenstellen.
  • een sollicitatiebrief of motivatiebrief schrijven.

 

 

Wat ga ik doen?

De module 'Schrijven' bestaat uit de volgende opdrachten:

Onderdeel Tijd in SLU
Inleiding 0,5
Opdracht: Schrijfdoel-tekstsoort 3
Opdracht: Opbouw en bouwplan 4
Opdracht: Soorten teksten 6
Opdracht: Brief schrijven 5
Afsluiting 1
Totaal 20 à 21

 

De tijd is een indicatie en afhankelijk van de duur van de eindopdracht.

Opdrachten

Schrijfdoel en tekstsoort

Schrijfdoel en tekstsoort

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst benoemen.
  • vijf verschillende schrijfdoelen opnoemen.
  • bij ieder schrijfdoel een voorbeeld geven van een tekstsoort.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
  Activiteit
Schrijfdoel-tekstsoort Lees in de Kennisbanken over onderwerp en hoofdgedachte van een tekst en over verschillende schrijfdoelen en tekstsoorten.
★ Aan de slag 1 + 2 Bepaal van enkele teksten en afbeeldingen het tekstdoel.
★ Aan de slag 3 Bepaal bij drie onderwerpen een mogelijke hoofdgedachte,  steeds bij een andere tekstsoort.
★ Aan de slag 4 + 5 Bekijk aan de hand van een tekst hoe ik de aandacht van een lezer kan trekken.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Herschrijf een nieuwsartikel. Van een informerende tekst maak ik een amuserende tekst.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht staat ongeveer 3 SLU.

Aan de slag

Schrijfdoel-tekstsoort

​Onderwerp, hoofdgedachte, schrijfdoel en schrijfsoort

Iedere tekst heeft een onderwerp en een hoofdgedachte. In de hoofdgedachte formuleer je wat je over je onderwerp kwijt wilt.
Wat jij wilt dat je lezer van je tekst onthoudt, wordt bepaald door je schrijfdoel.
Afhankelijk van het schrijfdoel kies je een tekstsoort.
We onderscheiden verschillende tekstdoelen en tekstsoorten.

Lees de informatie in de Kennisbankitems.

Onderwerp en hoofdgedachte

Tekstdoel en tekstsoort

 

 

★ Aan de slag 1

Oefening

Bekijk onderstaande afbeeldingen of teksten goed. Bepaal per tekst wat het tekstdoel is.

Tekst 1


 

Tekst 2

 

 

Tekst 3


 

Tekst 4

★ Aan de slag 2

Zowel bij het lezen als schrijven van een tekst is het belangrijk dat je weet wat het tekstdoel is.

Als je een tekst schrijft, is het belangrijk dat je weet wat je wilt bereiken bij de lezer.
Als je een tekst leest, is het tekstdoel ook belangrijk.
Als je het tekstdoel herkent, is het makkelijker om iets te vinden van een tekst, erop te reageren, erover te schrijven of erover te praten met anderen.
Kortom, je moet weten wat het tekstdoel is.

Maak de oefening.

★ Aan de slag 3

Je ziet hier drie onderwerpen voor een schrijfopdracht.

  1. Mannen voor de klas
  2. Gokken
  3. Pretstudies

Beantwoord de vragen eerst zelf. Bespreek je antwoorden met een klasgenoot.

  1. Wat zou een mogelijke hoofdgedachte bij het eerste onderwerp zijn als je een informerende tekst gaat schrijven?
    Wat zou een mogelijke hoofdgedachte bij het eerste onderwerp zijn als je een overtuigende tekst gaat schrijven?
  2. Wat zou een mogelijke hoofdgedachte bij het tweede onderwerp zijn als je een informerende tekst gaat schrijven?
    Wat zou een mogelijke hoofdgedachte bij het tweede onderwerp zijn als je een overtuigende tekst gaat schrijven?
  3. Wat zou een mogelijke hoofdgedachte bij het derde onderwerp zijn als je een informerende tekst gaat schrijven?
    Wat zou een mogelijke hoofdgedachte bij het derde onderwerp zijn als je een overtuigende tekst gaat schrijven?

Klaar?
Maak dan de volgende oefening.

★ Aan de slag 4

Lees de volgende tekst en maak de oefening.

Google en Facebook weten meer van je dan je denkt. Online diensten houden je zoekgedrag namelijk goed in de gaten. Gelukkig zijn er genoeg manieren om je privacy te beschermen. De Minigids Online privacy geeft je handige tips en adviezen.

Minigids Online privacy
Veel mensen zijn dagelijks online. Een beetje chatten op facebook, twitteren of surfen naar dat leuke hotel, die wasmachine, het laatste nieuws ...
Zonder het te weten laat je zo overal sporen achter. Die je later niet meer kunt wissen en waar online-diensten handig gebruik van weten te maken. In deze gratis minigids lees je hoe je baas blijft over je eigen gegevens.

Bron: Consumentenbond - Veilig online

 

★ Aan de slag 5

Lees de volgende tekst en maak de oefening.

Achterwerk, de legendarische rubriek met jeugdbrieven op de achterkant van de VPRO Gids, haalt de Kerst niet.
De puber van tegenwoordig stort zijn hart uit op internet en niet meer op papier.

Al bijna veertig jaar schrijven kinderen en pubers op de achterpagina van de VPRO Gids over hun leven, liefdes en lasten.
Binnenkort, zo maakt de VPRO vandaag bekend, komt er een einde aan de legendarische kinderbrievenrubriek.

De reden voor het stopzetten is dat jongeren zich tegenwoordig met prangende kwesties wenden tot Google, onlinefora en sociale media, en niet meer tot het papier.
'De stroom brieven werd elk jaar minder', schrijft samenstelster Elja Looijestijn in de gids van komende week.
'Gelukkig waren het er nog wel genoeg om wekelijks een leuke pagina mee te vullen. Maar zelfs dat lukt de laatste maanden steeds minder. Laat ik maar heel eerlijk zijn: als het zo doorgaat, haalt Achterwerk de Kerst niet.'

Bron: Volkskrant - Legendarische VPRO-rubriek Achterwerk stopt

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Onderwerp en hoofdgedachte

Eindopdracht

In deze eindopdracht ga je het schrijfdoel van een tekst veranderen.
Om dit te doen, moet je een tekst herschrijven en/of een andere tekstsoort gebruiken.

Lees het nieuwsartikel Wetenschappers kijken mee in dromen.
Zoals je inmiddels weet, is het schrijfdoel van een nieuwsartikel informeren.

Opdracht

Herschrijf het nieuwsartikel zo, dat het schrijfdoel niet meer informeren is, maar amuseren.
Gebruik je creativiteit! Volg voor de werkwijze van het stappenplan.

Stappenplan

  1. Lees het artikel op een intensieve manier.
  2. Bedenk wat voor soort tekst je wilt maken, zodat het schrijfdoel 'amuseren' wordt.
    Tip: Kijk in de Kennisbank wat voor tekstsoorten een amuserend doel hebben. Misschien krijg je dan een idee voor jouw stuk.
    Je kunt er bijvoorbeeld een sprookje van maken ('Er was eens ...') of een sciencefiction verhaal ('We leven in het jaar 2345 ...').
  3. Markeer in het artikel de punten die je wilt laten terugkomen in jouw stuk.
  4. Schrijf een kladversie van jouw verhaal.
  5. Controleer je geschreven stuk op grammatica en taal.
  6. Schrijf een netversie van je tekst.

Lever je herschreven tekst in bij je docent.

Beoordeling

Je docent zal bij de beoordeling letten op:

  • Heb je het bestaande artikel herschreven of heb je een andere tekstsoort gebruikt?
  • Heb je het schrijfdoel veranderd in een amuserend tekstdoel?
  • Heb je ter voorbereiding een kladversie gemaakt?
  • Ziet je eindproduct er verzorgd uit en ben je creatief geweest?
  • Zitten er geen taalfouten in het eindproduct?

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je verschillende tekstdoelen noemen en bij ieder tekstdoel een geschikte tekstsoort noemen?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Je hebt vijf 'Aan de slag'-oefeningen gemaakt. Met welke 'Aan de slag'-oefening had je het meeste moeite? Je kunt de oefening nog een keer maken!
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Heeft het stappenplan geholpen bij het uitvoeren van de opdracht?
    Schrijf op welke stap(pen) je eventueel in het stappenplan hebt gemist.

Bouwplan en opbouw

Bouwplan en opbouw

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • omschrijven hoe ik de inleiding, het middenstuk en slot van een tekst opbouw.
  • een bouwplan samenstellen voor de opbouw van een tekst.
  • met behulp van een bouwplan een tekst schrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Bouwplan Bekijk de video over het maken van een bouwplan en download het voorbeeld van een bouwplan.
Opbouw: Inleiding Lees over de rol van de inleiding van een tekst.
★ Aan de slag 1 Schrijf een inleiding van twee alinea's en bepaal de hoofdgedachte.
Opbouw: Middenstuk Bestudeer wat wordt besproken over het middenstuk van een tekst en lees over verschillende tekststructuren.
★ Aan de slag 2 Werk deelonderwerpen uit tot een middenstuk.
Opbouw: Slot Lees over verschillende manieren waarop ik een tekst kan afsluiten.
★ Aan de slag 3 Schrijf nu het slot.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Maak een bouwplan voor een tekst van ongeveer 500 woorden. Laat mijn tekst beoordelen door klasgenoten.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht staan ongeveer 4 SLU.

Aan de slag

Bouwplan

Voordat je een tekst gaat schrijven is het aan te raden om de verschillende onderdelen eerst in een schema te zetten, een bouwplan. Een bouwplan geeft overzicht en zorgt voor samenhang.

Bekijk eerst de video voor uitleg.


Een bouwplan maken doe je als volgt:

  • Noteer het onderwerp.
  • Noteer het schrijfdoel.
  • Noteer de hoofdgedachte.
  • Noteer voor wat voor een publiek je de tekst schrijft.
  • Kies een passende tekststructuur.
  • Bepaal welke alinea’s inleiding, middenstuk en slot vormen.
  • Noteer de (deel)onderwerpen in vraagvorm en per deelonderwerp een aantal trefwoorden.

Bekijk het voorbeeld: Bouwplan

Opbouw: De inleiding

Een inleiding bestaat uit een of meer alinea’s en heeft als functie aandacht trekken van de lezer en het introduceren van het onderwerp.

Aandacht trekken kun je bijvoorbeeld door:

  • Het vertellen van een verhaaltje of anekdote over iets wat je hebt gelezen of meegemaakt (een anekdote = grappig en kort verhaal over iets wat echt gebeurd is).
  • In te gaan op een actuele gebeurtenis. Je vertelt iets wat op dat moment veel aandacht krijgt in de publiciteit.
  • De voorgeschiedenis te vertellen. Je gaat in op hoe men in het verleden omging met het onderwerp en maakt daarmee de lezer nieuwsgierig naar de huidige stand van zaken.
  • Het belang van de lezer bij de zaak te benadrukken. Je maakt de lezer attent op de voordelen die hij kan hebben bij het lezen van je artikel.

Bij de introductie van je onderwerp kun je gebruik maken van het stellen van enkele vragen of het aankondigen van wat je verder in de tekst gaat bespreken.
Je geeft jouw mening over het onderwerp of formuleert de vraagstelling/het probleem.

 

★ Aan de slag 1

Inleiding

Werk samen met een klasgenoot.

Kies een van de volgende onderwerpen:

  1. Mannen voor de klas
  2. Gokken
  3. Pretstudies

Bepaal samen of jullie een informerende of een overtuigende tekst gaan schrijven.
Schrijf de hoofdgedachte op.

Schrijf nu samen een inleiding van twee alinea’s.
Probeer met de inleiding de aandacht van de lezer te trekken.

Bewaar je resultaat.

Opbouw: Het middenstuk

In het middenstuk werk je je onderwerp uit.
Je behandelt de deelonderwerpen in een volgorde die wordt bepaald door de structuur waarvoor je hebt gekozen in de inleiding.

Als je in je inleiding een aantal vragen hebt gesteld, behandel je in het middenstuk een aantal mogelijke antwoorden (vraag - antwoordstructuur).
Je kan ook de voor- en nadelen van een probleem behandelen (voordelen - nadelenstructuur).
Veel gebruikt is daarnaast de probleem – oplossingsstructuur.
In de inleiding kom je met een probleem waarvoor je in het middenstuk (na het behandelen van oorzaken en gevolgen) met oplossingen komt.
Bij het gebruik van een tijdstructuur vraag je je af hoe een verschijnsel in het verleden is ontstaan, wat er nu gebeurt en wat we in de toekomst kunnen verwachten.
Bij een betoog zal je vaak kiezen voor een argumentatiestructuur.
In de inleiding kom je met een stelling waarvoor je in het middenstuk komt met argumenten (eventueel met weerlegging van tegenargumenten).

​Als je de inleiding voorbereidt, kun je het beste vragen maken bij je deelonderwerpen.
De antwoorden daarop gebruik je om je tekst te schrijven.
Voor de uitwerking van elk deelonderwerp gebruik je een of meer alinea’s.
De kernzin van de alinea geeft de hoofdgedachte weer.
Meestal is dat de eerste zin en soms de laatste. Een andere plaats is echter ook mogelijk.

★ Aan de slag 2

Het middenstuk

Je hebt in 'Aan de slag 1' een onderwerp gekozen, de hoofdgedachte opgeschreven en een pakkende inleiding geschreven.

Bedenk samen met je klasgenoot bij het onderwerp minimaal twee deelonderwerpen.
Kies een tekststructuur die jullie bij de hoofdgedachte vinden passen.

Werk de deelonderwerpen uit tot het middenstuk van de tekst.

 

Opbouw: Het slot

In het slot kom je terug op de in de inleiding gestelde vraag of gegeven probleemstelling.

Je kan een korte samenvatting geven, je conclusie geven, een afweging maken, een oproep of aanbeveling doen of je verwachtingen uitspreken. Kies de afronding die bij je tekst past. Schrijfdoel, soort tekst en gekozen tekststructuur zijn daarbij mede bepalend.

Bij een activerende tekst bijvoorbeeld kan je de lezer aanmoedigen een bepaalde handeling wel of niet te doen.
Als je een originele uitsmijter (opvallende uitspraak/voorbeeld) hebt, kan je je tekst daarmee afsluiten.

★ Aan de slag 3

Het slot

De inleiding en het middenstuk hebben jullie al geschreven.
Schrijf nu samen een slot van ongeveer zestig woorden dat bij je tekst past.
In het slot kom je terug op de hoofdgedachte uit de inleiding.
Je sluit je tekst af met een originele uitsmijter.

Kopieer en plak de drie resultaten (inleiding, middenstuk en slot) tot één tekst.

Laat jullie tekst beoordelen door een ander tweetal en bespreek de resultaten.

Beoordeel elkaars werk op de volgende punten:

  • Is de hoofdgedachte duidelijk?
  • Wordt in de inleiding voldoende de aandacht van de lezer getrokken?
  • Wat waren de deelonderwerpen? Zijn deze in afzonderlijke alinea's genoemd?
  • Bevat het slot een samenvatting, een conclusie, een afweging, een oproep of aanbeveling of wordt er een verwachting uitgesproken?

 

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Bouwplan maken

Maak een bouwplan voor een tekst van ongeveer 500 woorden over een van de volgende onderwerpen:

  1. Euthanasie
  2. Zinloos geweld

Vul daarvoor een bouwplan in: Bouwplan.

Van bouwplan naar tekst

Werk je ingevulde bouwplan uit tot een tekst van ongeveer 500 woorden.
Laat je tekst beoordelen door een klasgenoot.
Hij/zij kan daarbij de onderstaande aandachtspunten gebruiken.

  • Heeft de tekst een passende en pakkende titel?
  • Heeft de tekst een duidelijk indeling in inleiding, middenstuk en slot en staan er witregels tussen de delen?
  • Wordt in de inleiding duidelijk wat het onderwerp is en is de inleiding aantrekkelijk voor de lezer?
  • Worden er in het middenstuk minimaal drie deelonderwerpen besproken?
  • Zijn de alinea’s goed opgebouwd?
  • Zijn de tekstverbanden duidelijk herkenbaar door het gebruik van verbindingswoorden?
  • Is er een duidelijk slot en is er een uitsmijter gebruikt?
  • Is duidelijk welke tekstsoort is gebruikt?
  • Past de toon bij de tekstsoort en het publiek?
  • Is de tekst aantrekkelijk geschreven?
  • Zijn de zinnen niet te lang of kort?
  • Worden er veel taal- en stijlfouten gemaakt?
  • Is de tekst overzichtelijk vormgegeven?
  • Staat de titel op de goede plaats?

 

Maak daarna van de verbeterpunten een lijstje. Pas je eventueel nog aan.

Beoordeling

Je hoort van je docent of de eindopdracht beoordeeld wordt.

Artikel schrijven

Een artikel is een goede manier om informatie te presenteren of een gebeurtenis te beschrijven.

 

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Waarom is het belangrijk om vragen te stellen bij de deelonderwerpen van de tekst die je gaat schrijven?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Wist je al van het bestaan van een bouwplan? Kun je omschrijven wat je in het bouwplan opneemt en waarom het goed is een bouwplan te maken?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Is het jullie gelukt een bouwplan op te stellen en aan de hand daarvan een artikel te schrijven?
    Kreeg je goede feedback van je klasgenoten na het beoordelen van je tekst?

Soorten teksten

Soorten teksten

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • verschillende soorten informerende, overtuigende en opiniërende teksten herkennen;
  • aangeven wat het verschil is tussen een betoog en een beschouwing;
  • aangeven wat ik in de inleiding, het middenstuk en het slot van een betoog schrijf;
  • zelf een gedocumenteerde uiteenzetting, beschouwing en/of betoog of een recensie schrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Uiteenzetting Bekijk de video en lees de informatie over de uiteenzetting.
★ Aan de slag 1 + 2 Beantwoord de vragen over een tekst en schrijf zelf een uiteenzetting. Beoordeel elkaars werk.
Betoog Lees hoe ik een betoog opbouw, welke structuur ik gebruik en hoe ik de tekst indeel.
★ Aan de slag 3 Schrijf een betoog. Beoordeel elkaars werk.
Beschouwing Bestudeer het bouwplan en lees de uitleg over een beschouwing.
★ Aan de slag 4 Vul een bouwplan in. Schrijf een inleiding en slot.
Recensie Lees de uitleg over recensies en de tips om zelf een recensie te schrijven.
★ Aan de slag 5 Beoordeel enkele boek-, film- of muziekrecensies. Schrijf zelf een recensie.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Maak een keuze uit drie onderwerpen en schrijf zelf een beschouwing.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht staan ongeveer 6 SLU.

Aan de slag

Informerende teksten: Uiteenzetting

Een informerende tekst schrijf je om verslag te doen van je werkzaamheden of over iets wat er gebeurd is, om iets uit te leggen of om instructies te geven. Voor je schoolexamen moet je een gedocumenteerde uiteenzetting kunnen schrijven.
Op deze tekstsoort gaan we hier dan ook uitgebreid in.

Bekijk de video.


 
 

Een uiteenzetting is een tekst waarmee je iemand anders over iets informeert.
Het is een objectieve tekst waarmee je feiten en uitleg geeft over een onderwerp.

In een uiteenzetting geef je niet je mening. Je geeft feiten die waar en controleerbaar zijn. Meningen van anderen breng je neutraal, zonder je eigen mening erover te geven.

Een uiteenzetting heeft een vaste opbouw. In de inleiding introduceer je je onderwerp, in het middenstuk werk je dat uit en in het slot kom je met een samenvatting of conclusie.

Veel gebruikte tekststructuren voor een uiteenzetting zijn de

  • verklaringstructuur
  • verleden/heden/toekomststructuur
  • vraag – antwoordstructuur

Belangrijk bij het schrijven van een uiteenzetting is dat je:

  • je eerst afvraagt wat de lezer al van het onderwerp weet;
  • zorgt voor goede, betrouwbare informatie;
  • objectief uitlegt;
  • komt met voldoende goede voorbeelden.

Maak altijd eerst een Bouwplan voordat je de tekst gaat schrijven.

Gebruik het document 'Van bouwplan tot tekst' als richtlijn bij schrijven van de netversie.

★ Aan de slag 1

Uiteenzetting

Lees de tekst. Beantwoord daarna de vragen.

Nederlandse van 14 op de catwalk. Is dat niet te jong?

Tijdens de modeweek van Milaan liep een veertienjarig model uit Nederland mee. Roos Abels besteeg de catwalk voor Prada en Giamba. Hoe jong mag een model zijn?

Het model uit Purmerend 'liep' hier voor het grote Italiaanse modehuis Prada en ook voor Giamba, de nieuwe lijn van modeontwerper Giambattista Valli.

Het slanke meisje trok de aandacht. Ze opende niet alleen de Pradashow, maar nam ook de sluiting voor haar rekening. Zij wordt meteen genoemd als model van de toekomst. In Milaan liep ook het Nederlandse topmodel Lara Stone mee.
Abels trok meteen de aandacht van de internationale pers. Niet alleen omdat Prada een reputatie heeft in het spotten van jong talent, vaak meisjes van dezelfde leeftijd als de Nederlandse, maar ook vanwege de vraag of hier sprake was van kinderarbeid. Is veertien jaar niet te jong om te worden ondergedompeld in de jachtige modewereld met zijn vele uitwassen?

School missen
Abels' managementbureau, het Italiaanse Brave Models, wijst die vraag van de hand.
Directeur Bruno Pauletta: 'Als een meisje van haar ouders en school toestemming krijgt om een of twee dagen les te missen, dan vinden wij dat geen groot probleem. Wij zien dat als iets heel anders dan fulltime modellenwerk.'
Roos werkte volgens Pauletta slechts een paar dagen voor Prada. 'En zo'n show duurde hooguit een kwartier. Trainingen hoefde ze niet te doen en haar make-up werd in hooguit anderhalf uur gedaan. Ieder modellenbureau ter wereld heeft kinderen in de leeftijd van vijftien tot en met zeventien jaar onder contract.'

Steeds meer weerstand
In de modewereld bestaat steeds meer weerstand tegen al te jeugdige modellen.
In Amerika schrijft The Council of Fashion Designers of America (CFDA) voor dat alleen modellen die minstens zestien jaar oud zijn, kleding mogen showen tijdens de New Yorkse modeweek.
In Engeland hebben de leden van de Association of Model Agents (AMA) zich gecommitteerd aan dezelfde belofte.
Voor de Milaanse modeweek, die van 17 tot 23 september plaatsvond, zijn er echter geen beperkende regels.

Renate Peters-Huisman, directeur van RPH Modelmanagement uit Amsterdam neemt liever geen modellen aan van onder de zestien jaar. 'Ik kan uit ervaring vertellen dat de meeste meisjes in dit vak sterker in hun schoenen staan op zestienjarige leeftijd dan wanneer ze veertien jaar zijn. Als ze zestien jaar zijn, hebben ze vaak nog maar één jaar school en kunnen ze hun carrière langzaam opbouwen. Alhoewel een bedrijf als Prada met jongere modellen blijft werken, zijn veel andere bureaus juist op zoek naar oudere modellen.'
Dat veel modellen al jong beginnen, werd in 2012 nog eens onderstreept door een onderzoek van The Model Alliance onder 85 modellen. Ruim de helft gaf aan vóór haar zestiende te zijn begonnen met een modellencarrière.

Bron: Volkskrant - Nederlandse van veertien op de catwalk. Is dat niet te jong?

 

Maak de oefening.

★ Aan de slag 2

Schrijf een uiteenzetting

Kies een van de volgende onderwerpen. Zoek informatie.
Bedenk een hoofdgedachte en kies daarbij een passende tekststructuur.
Maak een bouwplan en bedenk minimaal drie deelonderwerpen.
Schrijf een uiteenzetting van 500 à 600 woorden.

Keuzeonderwerp 1

Alles is aan mode onderhevig. Zelfs de dood.
Vroeger was het voor iedereen duidelijk hoe en waar hij begraven zou worden.
Tegenwoordig staan de zaken rondom een begrafenis niet meer onomstotelijk vast.
  • Wat gebeurt er als iemand dood gaat?
  • Wat zijn de wettelijke voorschriften?
  • Wat is de rol van de uitvaartmaatschappij?
  • Zijn er nieuwe trends?
Bekijk de volgende video.  

Keuzeonderwerp 2

In Nederland worden jaarlijks veel overvallen gepleegd op banken, tankstations, geldtransporten, maar ook op winkels, restaurants en gezinnen.

  • Om hoeveel overvallen gaat het precies?
  • Hoeveel misdadigers zijn er bij betrokken?
  • Is er een ontwikkeling in aantal, soort, buit en slachtoffers?
  • Welke methodes worden toegepast?
  • Welke verklaringen zijn er?
  • Wat kan er gedaan worden om overvallen te voorkomen?
  • Heb jij overvallen meegemaakt?
Bekijk de volgende video.

Keuzeonderwerp 3

Huiselijk geweld is de meest voorkomende vorm van geweld. Ruim 40% van de bevolking is ooit slachtoffer geweest.
Een vrouw is gemiddeld twintig keer slachtoffer voordat ze naar de politie stapt. Afgelopen jaren zijn er landelijke publiekscampagnes tegen huiselijk geweld gevoerd.
De campagnes richtten zich op slachtoffers, omstanders en plegers van huiselijk geweld en riepen op om hulp in te schakelen bij huiselijk geweld.

 

  • Hoe is de toename van het aantal meldingen te verklaren?
  • Hoe kun je er als politie mee omgaan?
  • Zijn er wel voldoende agenten om achter ieder gordijn te kijken?
  • Hoe kan zo’n situatie in een gezin tien jaar lang bestaan?
  • Waar kunnen slachtoffers van huiselijk geweld terecht?
Bekijk de volgende video.
 

Beoordeling

Klaar? Wissel je tekst met een klasgenoot en beoordeel elkaars werk.
Let daarbij op de volgende punten:

  • Heeft de tekst een passende en pakkende titel?
  • Heeft de tekst een duidelijk indeling in inleiding, middenstuk en slot en staan er witregels tussen de delen?
  • Wordt in de inleiding duidelijk wat het onderwerp is en is de inleiding aantrekkelijk voor de lezer?
  • Worden er in het middenstuk minimaal drie deelonderwerpen besproken?
  • Zijn de alinea’s goed opgebouwd?
  • Zijn de tekstverbanden duidelijk herkenbaar door het gebruik van verbindingswoorden?
  • Is er een duidelijk slot en is er een uitsmijter gebruikt?
  • Is duidelijk welke tekstsoort is gebruikt?
  • Past de toon bij de tekstsoort en het publiek?
  • Is de tekst aantrekkelijk geschreven?
  • Worden er veel taal- en stijlfouten gemaakt?
  • Is de tekst overzichtelijk vormgegeven?

Schrijf na bestudering van het commentaar van je klasgenoot de definitieve versie.

Overtuigende teksten: Betoog

Een overtuigende tekst schijf je om iemand te overtuigen van jouw standpunt. Naast feiten spelen argumenten een belangrijke rol in zo’n tekst.

Voor je schoolexamen moet je een gedocumenteerd betoog kunnen schrijven. Deze tekstsoort zullen we hier dan ook uitgebreid behandelen.

Een betoog is niet de enige tekstsoort die overtuigend is, bijvoorbeeld een column of een weblog kunnen ook overtuigende teksten zijn.

Betoog

In een betoog probeert een schrijver zijn lezer te overtuigen van zijn mening.
Door middel van argumenten zal hij zijn standpunt onderbouwen.
Deze argumenten kunnen zowel feitelijk als niet-feitelijk zijn.
De hoofdgedachte van een betoog is de mening die schrijver heeft over een bepaald onderwerp.

Voorbeelden:

  • Catalonië moet onafhankelijk worden.
  • Supporters van Ajax hebben recht op kwaliteit.
  • Ilja Leonard Pfeijffer schreef de mooiste zin van het jaar.

 

Bij een betoog zal je in de inleiding een stelling over je onderwerp formuleren (= standpunt). Je standpunt kun je ook als een vraag formuleren.

In het middenstuk kom je met argumenten voor de stelling.
Behandel ieder hoofdargument in een nieuwe alinea. Voorbeelden en feiten verlevendigen je betoog.
Denk na over mogelijke tegenargumenten en weerleg ze in je betoog.
Hiermee versterk je je betoog.

In het slot herhaal je nadrukkelijk je stelling met je belangrijkste argumenten en geef je een korte samenvatting.
Als je nadelen hebt genoemd, kom je met een afweging en een conclusie.
In een betoog gebruikt men vaak de argumentatiestructuur en de voor- en nadelenstructuur.

  Onderschikkende argumentatie Argumentatie met voor- en nadelen
Inleiding vraag/stelling over onderwerp vraag/stelling over onderwerp
Middenstuk argument met ondersteuning 1 voordeel 1
  argument met ondersteuning 2 voordeel 2
  tegenargument met weerlegging nadeel
Slot conclusie afweging en conclusie


Maak altijd eerst een Bouwplan voordat je de tekst gaat schrijven.

★ Aan de slag 3

Schrijf een betoog

Kies een van de volgende onderwerpen. Zoek informatie.
Bedenk een hoofdgedachte en kies daarbij een passende tekststructuur.
Maak een bouwplan voor een betoog en bedenk minimaal drie (tegen)argumenten.
Schrijf een betoog van 500 à 600 woorden.

Keuzeonderwerp 1

Het kabinet Rutte wil het gokken op internet legaliseren. De verwachting is dat het kabinet een aantal licenties voor het aanbieden van gokken op internet gaat verkopen of, nog waarschijnlijker, gaat veilen.
Behalve de opbrengsten van deze licenties, die waarschijnlijk ook al aanzienlijk zullen zijn, verwacht het nieuwe kabinet met de belasting over de winst van de spelers ook een mooi bedrag in de schatkist te kunnen deponeren.
Aan de andere kant kan gokken ook uit de hand lopen.
Je kunt al snel in de problemen komen omdat je in één keer veel geld kan verliezen.
Veel mensen raken dan ook verslaafd en raken in de problemen.


Bekijk de volgende video.


Schrijf een betoog voor of tegen het legaliseren van gokken op internet.

Keuzeonderwerp 2

Wil jij donor worden? Donor worden moet iedereen voor zichzelf uitmaken.
Het is belangrijk om erover na te denken en er over te praten met mensen uit je omgeving.
Mensen vinden het vaak moeilijk om over de eigen dood na te denken en te praten.
Maar als je gaat nadenken of je donor wilt worden, moet dat toch.
Want je moet eerst overlijden, voordat je weefsels en/of organen kan geven.

Bekijk de volgende video.


Schrijf een betoog over hoe volgens jou het donorschap in Nederland geregeld moet worden.

Keuzeonderwerp 3

Regelmatig lees je berichten over wrakke schepen met honderden vluchtelingen aan boord die kapseizen.
Tot nu toe is het vooral een probleem van Zuid-Europese landen als Italië, Griekenland en Malta. Die landen luiden nu de noodklok en dringen aan op meer Europese solidariteit.
Het is tenslotte een Europees probleem zeggen zij. Europa telt 28 lidstaten.
Is het een goed idee om de opvang van vluchtelingen eerlijk over alle landen te verdelen?
Of is Europa op dit moment te zwak om gezamenlijk het probleem met de bootvluchtelingen op te lossen?

Bekijk de video.

Schrijf een betoog waarin je stelling neemt voor of tegen het eerlijk opnemen van de vluchtelingen over alle landen van Europa.

Beoordeling

Klaar?
Wissel je tekst met een klasgenoot en beoordeel elkaars werk en let daarbij op de volgende punten:

  • Heeft de tekst een passende en pakkende titel?
  • Heeft de tekst een duidelijk indeling in inleiding, middenstuk en slot en staan er witregels tussen de delen?
  • Wordt in de inleiding duidelijk wat het onderwerp is en is de inleiding aantrekkelijk voor de lezer?
  • Worden er in het middenstuk minimaal drie (tegen)argumenten besproken?
  • Zijn de alinea’s goed opgebouwd?
  • Zijn de tekstverbanden duidelijk herkenbaar door het gebruik van verbindingswoorden?
  • Is er een duidelijk slot en is er een uitsmijter gebruikt?
  • Is duidelijk welke tekstsoort is gebruikt?
  • Past de toon bij de tekstsoort en het publiek?
  • Is de tekst aantrekkelijk geschreven?
  • Worden er veel taal- en stijlfouten gemaakt?
  • Is de tekst overzichtelijk vormgegeven?

Schrijf na bestudering van het commentaar van je klasgenoot de definitieve versie.

Opiniërende teksten: Beschouwing

Een overtuigende tekst schijf je om iemand te overtuigen van jouw standpunt.
Naast feiten spelen argumenten een belangrijke rol in zo’n tekst.
Voor je schoolexamen moet je een gedocumenteerde beschouwing kunnen schrijven.
Naast deze tekstsoort zullen we hier ook uitgebreid aandacht besteden aan het schrijven van een recensie.

Beschouwing

Een beschouwing wil de lezer een mening laten vormen, aan het denken zetten.
In een beschouwing wordt een onderwerp van verschillende kanten belicht.
Zo kunnen van een probleem verschillende oorzaken, oplossingen en voor- en nadelen besproken worden.
De lezer krijgt zo een goed beeld van het onderwerp en kan zich daarover een mening vormen.
Aan de ene kant is een beschouwing een beetje informatief (zij geeft informatie over een onderwerp) en aan de andere kant een beetje overtuigend (je geeft wel jouw mening), maar je wil de lezer niet van je mening van overtuigen.
Je laat het oordeel aan de lezer over. De lezer krijgt verschillende meningen te horen en kan daaruit zijn eigen standpunt bepalen.

De volgende tekststructuren zijn vooral geschikt voor het schrijven van een beschouwing:

  • voor- en nadelenstructuur
  • verleden/heden/toekomststructuur
  • verklaringsstructuur
  • probleem – oplossingstructuur

Bekijk het voorbeeld: Bouwplan beschouwing

Zorg ervoor dat je:

  • vóór het schrijven goed documenteert;
  • dat je duidelijk aangeeft van wie de mening is;
  • dat je je lezer niet probeert te overtuigen.

★ Aan de slag 4

Schrijf een beschouwing

Tatoeages in alle vormen en kleuren zijn haast niet meer uit het straatbeeld weg te denken.
Vroeger werd je al snel a-sociaal genoemd met een tatoeage, maar tegenwoordig is het al bijna zo ver dat je er niet bij hoort als je er niet ergens ééntje op je lichaam hebt.


Maak een bouwplan voor een beschouwing over dit verschijnsel.
Vul daarvoor het volgende formulier in.

Schrijf een inleiding van ongeveer 100 woorden. Schrijf een slot van ongeveer 50 woorden.

Beoordeling

Laat inleiding en en slot nakijken door een klasgenoot met behulp van de volgende aandachtspunten:

  • Wordt in de inleiding duidelijk wat het onderwerp is en is de inleiding aantrekkelijk voor de lezer?
  • Zijn de alinea’s goed opgebouwd?
  • Is er een duidelijk slot en is er een uitsmijter gebruikt?
  • Is duidelijk welke tekstsoort is gebruikt?
  • Past de toon bij de tekstsoort en het publiek?
  • Is de tekst aantrekkelijk geschreven?
  • Worden er veel taal- en stijlfouten gemaakt?

Bekijk daarna het voorbeeldantwoord.

Voorbeeldantwoord: Aan de Slag 4

Opiniërende teksten: Recensie

Recensie

In veel kranten, tijdschriften en op websites vind je recensies.
Een recensie is een tekst waarin de recensent een boek, film, toneelstuk, tv-programma, concert, cd, game of expositie beoordeelt.
Het is de bedoeling dat de lezer door de recensie zich een oordeel kan vormen over het werk.
Het is de bedoeling dat je als lezer informatie over het werk krijgt en daarbij zal de recensent zeker ook zijn mening geven. Dat oordeel zal hij onderbouwen met argumenten.
In eerste instantie is een recensie opiniërend bedoeld, maar heel vaak zal hij ook overtuigend en zelfs activerend (koop dit boek (niet)!) geschreven zijn.

In een recensie vind je:

  • informatie over de inhoud van het werk;
  • informatie over de maker;
  • enkele citaten, voorbeelden uit het werk;
  • een oordeel met argumentatie over het werk.

Hoe schrijf je zelf een recensie

Maak meteen na het lezen, zien of luisteren, een paar aantekeningen:

  • Wat vond je leuk, belangrijk, niet goed ... (noteer bladzijden, om later iets weer op te zoeken).
  • Wacht enkele dagen met het schrijven, dan kun je er nog eens over nadenken.
  • Begin niet met “ik”.
  • Mensen die je recensie lezen, kennen het boek (nog) niet. Noem titel en naam van de schrijver.
  • Begin je recensie bijvoorbeeld met in een paar zinnen te vertellen waar het boek over gaat. Je kan ook een aantal zinnen of fragmenten citeren en daarna iets vertellen over de inhoud.
  • Geef daarna je mening. Schrijf op waarom je het boek goed/matig/slecht vindt, geef daarbij argumenten en kom met voorbeelden uit het werk.

★ Aan de slag 5

Schrijf een recensie

Bestudeer de volgende recensies.

Schrijf nu zelf een recensie. Hoe je dat aanpakt, zie je in de Gereedschapskist hieronder.
Kies uit een van de volgende mogelijkheden:

  1. Het laatste boek dat je hebt gelezen voor je lijst bij Nederlands.
  2. Een film die je onlangs hebt gezien.
  3. De beste of slechtste band die je onlangs hebt gezien op een festival dat je hebt bezocht.

Laat je recensie lezen aan een klasgenoot. Vraag om commentaar.
Natuurlijk lees je ook haar of zijn recensie en geef je elkaar op een goede manier feedback.

Recensie schrijven

Een recensie is een stukje tekst met daarin jouw kritische mening over iets cultureels, zoals een boek, voorstelling of film.

 

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Als eindopdracht schrijf je een beschouwing.

Kies een van de volgende onderwerpen. Zoek informatie erover.
Bedenk een hoofdgedachte en kies daarbij een passende tekststructuur.
Maak een bouwplan voor een beschouwing en bedenk minimaal drie deelonderwerpen.
Schrijf een beschouwing van 500 à 600 woorden.

Keuzeonderwerp 1

Het tv-programma ‘Ik vertrek’ heeft een enorme populariteit.
Het programma gaat over gewone Nederlanders zoals jij en ik, die hun alledaagse huisje-boompje-beestje-bestaan verruilen voor een avontuurlijk leven in den vreemde.

Bekijk ook het videofragment.


Schrijf een beschouwing over het verschijnsel dat mensen naar een ander land willen vertrekken.

  • Wat beweegt deze mensen?
  • Waar gaan ze naar toe en hoe vergaat het ze?
  • Zie jij jezelf ook vertrekken?

Keuzeonderwerp 2

Sinds 1 januari 2014 mag je alcohol kopen als je achttien jaar of ouder bent.
De verkoop van alcohol aan personen onder de achttien jaar is verboden.
Ook ben je sinds 1 januari 2014 zelf strafbaar als je nog geen achttien jaar bent en in het openbaar alcohol bij je hebt.
Openbare plekken zijn bijvoorbeeld het café, de sportkantine, het park of op straat.

  • Waarom wil de overheid dit?
  • Wat vinden je ouders en je vrienden en zijn er nog andere meningen?

Bekijk het videofragment.  

 

Schrijf een beschouwing over het veranderen van de leeftijdsgrens bij het gebruik van alcohol door jongeren.

Keuzeonderwerp 3

Jonge mensen kunnen zich amper een leven voorstellen zonder smartphone.
De helft van de jongeren tussen de acht en achttien jaar zegt zelfs niet zonder telefoon te kunnen, zo bleek uit een enquête van Mijn Kind Online van vorig jaar.
Opvallend was dat driekwart van de ondervraagde kinderen zei dat hun eigen generatie verslaafd is aan zijn mobiel.

  • Hoe erg is dit verschijnsel?
  • Kan jij nog wel zonder je telefoon?
  • Moet er wat tegen gedaan worden, en zo ja wat en hoe?
  • Bekijk de video.

Schrijf een beschouwing over dit verschijnsel.

Beoordeling

Wissel je tekst met een klasgenoot en beoordeel elkaars werk.
Let bij het beoordelen van de beschouwing op de volgende punten.

  • Heeft de tekst een passende en pakkende titel?
  • Heeft de tekst een duidelijk indeling in inleiding, middenstuk en slot en staan er witregels tussen de delen?
  • Wordt in de inleiding duidelijk wat het onderwerp is en is de inleiding aantrekkelijk voor de lezer?
  • Worden er in het middenstuk minimaal drie (tegen)argumenten besproken?
  • Zijn de alinea’s goed opgebouwd?
  • Zijn de tekstverbanden duidelijk herkenbaar door het gebruik van verbindingswoorden?
  • Is er een duidelijk slot en is er een uitsmijter gebruikt?
  • Is duidelijk welke tekstsoort is gebruikt?
  • Past de toon bij de tekstsoort en het publiek?
  • Is de tekst aantrekkelijk geschreven?
  • Worden er veel taal- en stijlfouten gemaakt?
  • Is de tekst overzichtelijk vormgegeven?

Schrijf na bestudering van het commentaar van je klasgenoot de definitieve versie.

Van je docent hoor je hoe de beschouwing beoordeeld wordt.

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je voorbeelden noemen van informerende en opiniërende teksten?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij 'Wat ga ik doen?' staat dat je ongeveer zes lesuren voor de opdracht nodig hebt. Klopte dat? Als het niet klopt, schrijf dan op waarom je meer of minder tijd nodig had.
  • Eindopdracht
    Bij de eindopdracht had je de keuze uit drie onderwerpen.
    Welk onderwerp heb je gekozen? Op grond waarvan heb je voor dat onderwerp gekozen? Ben je tevreden over het resultaat?

Brief schrijven

Brief schrijven

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de juiste indeling voor een zakelijke brief of e-mail herkennen en gebruiken.
  • toelichten in welke situatie ik een klachtenbrief, een motivatiebrief of een sollicitatiebrief schrijf.
  • een curriculum vitae samenstellen.
  • een sollicitatiebrief of motivatiebrief schrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Indeling brief/mail Ik lees over de (schematische) indeling van een zakelijke brief/mail en bekijkt een video.
Klachtenbrief Ik bestudeer de opbouw van een klachtenbrief.
★ Aan de slag 1 Ik schrijf een klachtenbrief.
Sollicitatiebrief - motivatiebrief Bekijk de video's en de informatie over het schrijven van een cv en een motivatiebrief.
★ Aan de slag 2 Maak een cv. Kies een vacature van een site en schrijf een sollicitatiebrief met een cv.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Schrijf een sollicitatiebrief op een advertentie. Bespreek met een klasgenoot elkaars brieven.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht staan 5 LSU.

Aan de slag

Indeling brief/mail

De zakelijke brief en e-mail

In veel beroepen, maar ook als student is het belangrijk dat je een goede zakelijke brief of e-mail kunt schrijven.
Van belang bij een zakelijke brief is dat je allerlei gegevens precies noteert.
Adres van geadresseerde en afzender, datum en bijlagen moeten kloppen.
Ook moet je brief of e-mail een duidelijke indeling hebben.
Een zakelijke brief is formeler geschreven dan een persoonlijke brief en moet aantrekkelijk en in goed Nederlands geschreven zijn.

We behandelen in deze module de klachtenbrief, de motivatiebrief en de sollicitatiebrief + cv.

Bekijk de video.

Een schematische indeling van een zakelijke brief vind je hieronder.
Klik hierbij telkens op het woord in de linkerkolom.

Een schematische indeling van een zakelijke e-mail vind je hieronder.
Klik hierbij telkens op het woord in de linkerkolom.

Verschil zakelijke brief en zakelijke e-mail
De inhoud van een zakelijke brief is hetzelfde als bij de zakelijke e-mail, maar de indeling is iets anders.

  • Bij een e-mail zet je de afzender onder de ondertekening.
  • Je zet geen gegevens van de geadresseerde in de e-mail.
  • De betreft-regel wordt vervangen door de onderwerpregel.
  • Er staat geen ondertekening onder de e-mail.
  • De regel voor bijlage(n) is vervangen door een regel boven de e-mail waar staat wat voor een documenten (attachment(s), je hebt bijgevoegd.

Klachtenbrief

In een klachtenbrief wil je iemand, een bedrijf of (overheids-)instelling overtuigen van de juistheid van je klacht over iets of iemand.
Je wilt dat de ontvanger je serieus neemt en naar een oplossing zoekt.
De opbouw is hetzelfde als bij een zakelijke brief.

  • In de eerste alinea geef een precieze omschrijving van de klacht en de waarschijnlijke oorzaak.
  • In de tweede alinea beschrijf je, indien van toepassing, wat je al eerder hebt geprobeerd om een oplossing te vinden voor je klacht.
  • In de slotalinea geef je aan wat je verwacht dat ze gaan doen en hoe lang dat mag duren.

Pas op dat je beleefd blijft en dat je de juiste toon kiest.
Je wilt dat er een oplossing komt en dan is het niet handig om te komen met verwijten en scheldwoorden, ook al ben je nog zo boos!

★ Aan de slag 1

Van je zuur verdiende geld als vakantiehulp heb je onlangs een iPhone 6 bij KPN gekocht. Het toestel werkte prima tot de een na laatste update. Sinds die update werkt je wifi voor geen meter.
De update 8.2 geeft ook geen verbetering. Internet is sloom of doet het vaak helemaal niet. Ook gebruik je nu veel meer MB’s dan normaal.

Je besluit een brief te schrijven waarin je je klachten duidelijk maakt en waarin je vraagt om een oplossing. Je wilt dat je toestel weer goed werkt en dat je een financiële tegemoetkoming krijgt.

Stuur de klachtenbrief naar:
KPN Klantenservice
Utopialaan 53
5442 DE Den Bosch

Laat je brief beoordelen door een klasgenoot en breng eventueel verbeteringen aan.

Een voorbeeld van de klachtenbrief vind je hier.

Sollicitatiebrief - motivatiebrief

Het doel van een sollicitatiebrief is dat je uitgenodigd wordt voor een sollicitatiegesprek.
Schrijf dus een goede brief met een korte levensbeschrijving (= curriculum vitae).
Zorg ervoor dat er geen spelling- en taalfouten in staan en dat de brief er verzorgd uitziet.

De schematische indeling is hetzelfde als die van de zakelijke brief.

  • In de eerste alinea vermeld je de baan waarnaar je solliciteert en, als je op een advertentie reageert, de bron.
  • In de tweede en volgende alinea's schrijf je waarom je voor de baan in aanmerking wenst te komen en wat jou geschikt maakt voor de functie.
    Vermeld niet letterlijk dat je aan bepaalde eigenschappen voldoet (Ik beheers de Engelse taal uitstekend en kan heel goed samenwerken), maar geef voorbeelden van werkervaringen waaruit blijkt dat je over die eigenschappen beschikt.
  • In de slotalinea geef je te kennen dat je je brief graag mondeling wilt toelichten en verwijs je naar je curriculum vitae.

Curriculum vitae (cv)

Bij je brief voeg je als bijlage een curriculum vitae. In die bijlage geef je een korte, zakelijke beschrijving van je levensloop.
In het curriculum vitae komen in ieder geval je persoonlijke gegevens, je opleiding, informatie over werkervaring en je referenties te staan.
Een referentie is iemand die informatie over jou kan geven. Denk dus goed na over wie je opgeeft en vraag die persoon van tevoren of hij/zij referentie wil zijn en vertel hem/haar wie er inlichtingen over jou kunnen vragen. Het is niet gebruikelijk dat je een familielid opgeeft.
Van een referentie vermeld je in je cv naam, functie, bedrijf en in ieder geval telefoonnummer.

Bekijk de video.

Zie hier een voorbeeld van een curriculum vitae.

Motivatiebrief

Voor steeds meer opleidingen en stageplaatsen moet je tegenwoordig een motivatiebrief schrijven.
Zo’n brief moet je soms schrijven om toegelaten te worden tot de opleiding of om in aanmerking te komen voor een stageplaats of speciale studiebeurs.
Vaak wordt er niet veel meer gevraagd dan in maximaal 300 woorden te omschrijven waarom je toegelaten wilt worden of waarom je in aanmerking wil komen voor een stageplaats/studiebeurs.
Een motivatiebrief heeft dezelfde indeling als de zakelijke brief en heeft altijd een curriculum vitae als bijlage.
Belangrijk bij het schrijven van de brief is natuurlijk je motivatie. Waarom wil je deze opleiding doen en wat maakt jou daar zo geschikt voor?
Informeer je goed, toon enthousiasme, overdrijf niet en zorg voor correct en niet te formeel Nederlands.

Bekijk de video.

 

 

★ Aan de slag 2

Je moet binnenkort een motivatiebrief schrijven naar je vervolgopleiding.
Daarbij moet je ook een curriculum vitae meesturen.
Maak een curriculum vitae en gebruik daarbij het volgende voorbeeld:
Voorbeeld curriculum vitae

Laat je curriculum vitae beoordelen door een medescholier en breng eventueel verbeteringen aan. Bewaar het document en gebruik het in de volgende oefening.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Schrijfopdracht: Sollicitatiebrief

Je zoekt een baantje voor in de zomervakantie. In de krant vind je een advertentie van een recreatiecentrum dat diverse medewerkers zoekt. Kies een van de beschikbare functies en schrijf een enthousiaste sollicitatiebrief.

De gegevens die je nodig hebt, lees je in de vacature.

Sportkampen.nl in Den Haag zoekt

MEDEWERKERS

voor de maanden juni, juli en augustus.

A             sporttrainers (o.a. voetbal, volleybal en atletiek)
B             zweminstructeurs
C             leden van het recreatieteam
D             medewerkers voor de huishoudelijke dienst


FUNCTIE-EISEN
Functie A

  • enige jaren ervaring in de betreffende sport;
  • een competitie op kunnen zetten;
  • vaste groepen van 8 kinderen/jongeren begeleiden;
  • ’s avonds bijdragen aan een goede sfeer (o.a. kampvuur, bonte avond).

Functie B

  • zwemdiploma’s A, B, C en reddend zwemmen
  • voor alle activiteiten beschikbaar zijn: het begeleiden van kinderen/jongeren, schoonhouden van de baden e.d.

Functie C

  • een recreatieplan kunnen opstellen met een mooi weer en een slechtweerprogramma;
  • goed kunnen omgaan met kinderen in de leeftijd van 8–12 jaar en 13–16 jaar;
  • bardiensten kunnen draaien;
  • flexibiliteit in de werktijden. Er worden zowel overdag als ’s avonds activiteiten georganiseerd.

Functie D

  • onder leiding van een kok kunnen koken voor grote groepen;
  • meewerken in de bediening;
  • personeelsruimten en gezamenlijke ruimten schoonhouden.

Sportkampen Den Haag bestaat nu acht jaar en staat bekend om de perfecte ontvangst en organisatie. De inspanningen van al het personeel zijn erop gericht het de gasten naar hun zin te maken en ieder kind/iedere jongere een ontspannen vakantie te bieden.

Gegadigden moeten bereid zijn minimaal zes weken aaneen te werken. De sollicitatiegesprekken vinden plaats over twee weken. Reiskosten worden vergoed.

Brieven met cv en bij voorkeur minimaal één referentie naar de directeur, mevrouw D. Schipper, Cruijfflaan 4, 2544 GZ Den Haag.

Klaar?

Je laat de brief nakijken door een klasgenoot. Jij kijkt ook zijn of haar brief na.
Je let daarbij op de volgende punten:

  • de brief heeft de juiste indeling;
  • er wordt ingegaan op de functie-eisen;
  • de brief bevat geen taalfouten;
  • de brief is uitnodigend om te lezen.

Als jullie elkaars brief hebben nagekeken bespreken jullie samen het resultaat.
Vertel aan elkaar wat goed is aan de brief en wat beter kan.

Beoordeling

Als je je brief eventueel nog hebt aangepast, lever je de brief in bij je docent.

Brief schrijven

Een brief is een goede manier om aan iemand te laten weten wat je van een bepaald
onderwerp vindt of iemand te vragen om in actie te komen rond een bepaald onderwerp.

 

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Wat vind je, past de opdracht goed bij de leerdoelen?
    Heb je met het maken van de sollicitatiebrief met cv laten zien dat je je leerdoelen behaald hebt?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je ongeveer met de opdracht bezig geweest?
    Komt dit overeen met de 4,5 SLU die voor deze opdracht staan aangegeven?
  • Inhoud
    In de opdracht staan drie video's van Arnold Kuijpers.
    Vind je het prettig om de theorie te leren door video's te kijken?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Vond je het een leuke advertentie om op te solliciteren?
    Is het je gelukt een goedlopende sollicitatiebrief te schrijven?

Afsluiting

Samenvattend

Hier een overzicht van de Kennisbanken in deze module.

Tekstdoel en tekstsoort

Indeling tekst

Onderwerp en hoofdgedachte

Zakelijke brief

Eindopdracht

Schrijfopdracht

Bekijk de volgende situatie. Je gaat hier een e-mail over schrijven.

Afgelopen weekend ben je met je familie uit eten geweest bij het nieuwe restaurant 'Heerlijk' in jouw woonplaats. Je had bijzonder goede verhalen gehoord over het eten en die klopten inderdaad. Het eten was niet alleen bijzonder lekker, het was ook erg veel. Aangezien je het zonde vond dat het overgebleven eten weggegooid zou worden, besloot jij om een doggybag te vragen.

Je vroeg de ober vriendelijk of jullie het overgebleven eten mee konden krijgen in een doggybag, maar zijn reactie was niet positief. Hij moest erg lachen om je verzoek en negeerde het daarna. Toen je je vraag herhaalde en zei dat jullie toch betaald hadden voor het eten, werd hij erg geïrriteerd en reageerde kortaf. Daarna werkte hij jullie zo snel mogelijk het restaurant uit.

Nu het een paar dagen later is, ben je eigenlijk best wel boos dat er niet serieus op je verzoek is gereageerd. Je bent allereerst boos, omdat je geen doggybag gekregen hebt en daarnaast ook, omdat je vindt dat je niet op een juiste manier behandeld bent.
Aangezien je het eten wel erg lekker vond en er zeker nog vaker wilt gaan eten, besluit je dan ook om een e-mail naar de manager van het restaurant te sturen, waarin je je klachten uitlegt en vraagt om een oplossing.
Op internet heb je de naam van de manager en het e-mailadres van restaurant 'Heerlijk' gevonden.

 

Schrijf de e-mail aan de manager, mevrouw Amanda Groen.

Besteed in jouw e-mail aandacht aan de volgende punten:

  • de aanleiding om de e-mail te schrijven: klachten over je bezoek aan 'Heerlijk';
  • informatie over wanneer en met wie je in het restaurant gegeten hebt;
  • datgene van het restaurantbezoek waar je heel positief over bent;
  • het eerste punt waar je ontevreden over bent en een korte uitleg bij dit punt;
  • het tweede punt waar je ontevreden over bent en een korte uitleg bij dit punt;
  • een mogelijke oplossing voor elk punt waarover je ontevreden bent;
  • een verzoek om een reactie binnen twee weken.

Sluit je e-mail af met ‘Met vriendelijke groet,’ en je eigen voor- en achternaam.
Let erop dat je in je e-mail vriendelijk en beleefd blijft, ook al ben je best geïrriteerd over de gang van zaken.

Let op: Zorg ervoor dat je tekst minimaal uit 100 woorden bestaat. Bij minder dan 100 woorden krijg je geen punten voor taalgebruik.

Beoordeling

Klaar? Laat je e-mail beoordelen door je docent. Je docent let op de volgende punten:

  • Is het duidelijk dat het om een klacht gaat?
  • Heb je bij het opstellen van de e-mail rekening gehouden met genoemde punten?
  • Heb je op een vriendelijke manier je klacht(en) kenbaar gemaakt?
  • Heb je zelf een oplossing aangedragen?
  • Bevat je e-mail geen taalfouten en zijn de zinnen goed geformuleerd?
  • Heb je je gehouden aan de briefconventies?

Brief schrijven

Een brief is een goede manier om aan iemand te laten weten wat je van een bepaald
onderwerp vindt of iemand te vragen om in actie te komen rond een bepaald onderwerp.

 

Terugkijken

Inleiding

  • In de inleiding staan zes woorden vetgedrukt. Ga na of je de zes woorden kunt omschrijven. Komen deze zes woorden ook voor in de video in de inleiding?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen per opdracht nog eens door.
    Vind je dat je met alle theorie en door te oefenen alle leerdoelen hebt behaald van deze module?

Hoe ging het?

  • Tijd
    De studiebelasting voor dit thema was ongeveer 20 à 21 SLU. Klopte dat een beetje? Welke opdracht heeft je meer dan de aangegeven tijd gekost? En welke minder?
  • Inhoud
    Veel zaken die in deze module behandeld worden, zijn in de onderbouw ook al behandeld.
    Wist je het meeste nog? Schrijf twee dingen op die je niet meer wist.
  • Eindopdracht
    Heb je de schrijfopdracht gedaan? Heb je de e-mail op vriendelijke toon geschreven, ondanks dat je geïrriteerd was over de situatie?
  • Examenopdrachten
    Heb je de examenvragen gemaakt? Ging het goed?
  • Het arrangement Module Schrijven - h45 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    02-12-2025 07:58:39
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    De module Schrijven HV is ontwikkeld door Fred Marsman (CambiumNed) en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use.
    Meer informatie: Fair use .

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de
    helpdesk VO-content .

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Deze module valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor hv45. Deze module bestaat uit vier opdrachten. Je zal starten met de opdracht 'Schrijfdoel-tekstsoort'. Daarna zal je werken aan de opdracht 'Opbouw en bouwplan'. Als derde opdracht ga je bezig met soorten teksten. Uiteindelijk zal je de opdrachten afsluiten met de opdracht 'Brief schrijven'.
    Leerniveau
    HAVO 4; HAVO 5;
    Leerinhoud en doelen
    Nederlands; Schrijfvaardigheid; Begrippenlijst en taalverzorging; Argumentatieve vaardigheden;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    20 uur 30 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, brief schrijven, hv45, module schrijven hv45, nederlands, opbouw en bouwplan, schrijfdoel-tekstsoort, soorten teksten, stercollectie

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Nederlands. (2020).

    Bouwplan en opbouw - h45

    https://maken.wikiwijs.nl/163721/Bouwplan_en_opbouw___h45

    VO-content Nederlands. (2020).

    Brief schrijven - h45

    https://maken.wikiwijs.nl/163723/Brief_schrijven___h45

    VO-content Nederlands. (2020).

    Schrijfdoel en tekstsoort - h45

    https://maken.wikiwijs.nl/163720/Schrijfdoel_en_tekstsoort___h45

    VO-content Nederlands. (2020).

    Soorten teksten - h45

    https://maken.wikiwijs.nl/163722/Soorten_teksten___h45

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.