Thema 11 Dromen - vmbo-kgt34

Thema 11 Dromen - vmbo-kgt34

Dromen

Inleiding

Dit thema heeft als onderwerp 'Dromen'.

In dit thema maak je vijf opdrachten. In iedere opdracht staat een andere vaardigheid centraal.
In de opdrachten wordt waar mogelijk verwezen naar het thema Dromen, maar lang niet overal.

In dit thema worden onderwerpen behandeld die in je examen voorkomen, zoals schrijven, hoofdgedachte en onderwerp en leesstrategieën.

Aan het einde van dit thema ga je een plattegrond van je droomhuis maken.

Boekverslag

In de opdracht Boekverslag van dit thema maak je een boekverslag over een boek dat je hebt gelezen.
Het is verstandig dat je nu vast een boek uitzoekt en begint met lezen.
Overleg met je docent of je zelf een boek uitzoekt of dat je een boek kiest uit de boekenlijst.

Wat kan ik straks?

Hier vind je de leerdoelen die horen bij het thema Dromen.

Leerdoel Opdracht
Ik kan informatie opvragen en mijn taalgebruik aanpassen bij het geven of opvragen van informatie. Schrijven -  Informatie
Ik kan drie leesstrategieën herkennen en per leesstrategie aangeven met welk doel ik een tekst lees. Lezen - Leesstrategie
Ik kan vier schrijfdoelen noemen en bij ieder schrijfdoel een passende tekstsoort noemen. Schrijven - Indeling en schrijfdoel
Ik kan de hoofdgedachte en het onderwerp van een kijk- of luisterfragment benoemen. Luisteren en kijken - Hoofdgedachte
Ik kan een leesverslag schrijven over een gelezen boek. Literatuur - Boekverslag

 

Wat ga ik doen?

Voor je aan de slag gaat met de afsluiting maak je vijf opdrachten.
In de tabel staat per activiteit hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Activiteit Aantal lesuren Eindproduct
Inleiding 0,5  
Schrijven: Informatie 3 Brief schrijven om informatie op te vragen.
Lezen: Leesstrategie 3 Eigen collage maken.
Schrijven: Indeling en schrijfdoel 2

Tekst herschrijven met schrijfdoel 'amuseren'.
Examenvragen over schrijfdoel.

Luisteren en kijken: Hoofdgedachte 2 Hoofdgedachte bij drie filmfragmenten bepalen.
Literatuur: Boekverslag 2 à 3 Boekverslag schrijven.
Afsluiting 2 Plattegrond droomhuis.
Totaal: 15 à 16  


De tijd is slechts een indicatie en afhankelijk van de keuze van de eindopdracht.
De tijd voor het lezen van het boek is hierbij niet meegerekend.

Opdrachten

Schrijven: Schrijven en samenvatten

Schrijven - Informatie

Intro

Bekijk eerst de video 'Alles is informatie'.

Waar denk jij aan bij het woord 'informatie'? ​
Bespreek het samen met je klasgenoot.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • informatie verzamelen of opvragen over een bepaald onderwerp;
  • omschrijven wat een recept is;
  • mijn taalgebruik aanpassen aan de persoon bij wie ik informatie opvraag.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bekijk het voorbeeld. Ga op zoek naar informatie over mijn droombaan. Wissel die informatie uit met een klasgenoot.
Stap 2 Schrijf een recept voor mijn favoriete gerecht. Maak eventueel gebruik van het Google-document om het uit te werken. Wissel mijn recept uit met een klasgenoot. Heb ik het recept duidelijk omschreven?
Stap 3 Schrijf twee e-mails: Een naar een klasgenoot en een naar mijn mentor. Stem mijn taalgebruik af op de persoon aan wie ik schrijf. Vergelijk met een klasgenoot mijn e-mails.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Schrijf een keurige brief om informatie op te vragen. Beoordeel zelf, samen met een klasgenoot, jullie brief met een correctiemodel.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer drie lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Informatie

Informatie vragen en geven

Je kunt op vele manieren aan informatie komen.
Denk bijvoorbeeld aan het sturen van een brief waarin je een vraag stelt, het lezen van een nieuwsbericht of het gebruiken van een gebruiksaanwijzing.

Als je een brief stuurt waarin je informatie aanvraagt, moet je meestal ook zelf informatie geven.

Voorbeeld
Je hebt een leuke vacature voor een bijbaantje gezien, maar je weet niet zeker of de bijbaan bij je past. In de e-mail die je naar de directeur stuurt, stel je vragen over de werkzaamheden, maar je geeft ook informatie over je leeftijd en je interesses.

Stap 2: Recept

Informatieoverdracht: recept

Een recept is een verzameling van instructies die vertelt hoe je iets moet doen.
Deze opdracht gaat over recepten van maaltijden.
In een recept staat welke ingrediënten je nodig hebt en hoe je het gerecht moet klaarmaken.

Voorbeeld:

CITROEN KWARKTAART

INGREDIËNTEN
100 gram boter
200 gram bastognekoeken
7 blaadjes witte gelatine
2 dl slagroom
2 el suiker
500 gram citroenkwark
3 el citroensap
evt. aardbeien ter garnering

HULPMIDDELEN
Springvorm

BEREIDINGSWIJZE
Boter smelten. Koekjes verkruimelen. Boter er door mengen. Over bodem springvorm verdelen en aandrukken. Ca. 30 min. in koelkast hard laten worden. Gelatine 5 min. in water laten weken. Slagroom met suiker stijfkloppen. Kwark en slagroom door elkaar mengen. In pannetje citroensap met 2 el water aan de kook brengen en van vuur halen. Gelatine al roerend in hete citroensap oplossen en iets laten afkoelen. Gelatine door kwarkmengsel roeren en de massa op de koekjesbodem gieten. Taart in koelkast stijf laten worden.

Serveertips
Eventueel aardbeien in plakjes er op sorteren. Of enkele bastognekoekjes verkruimelen en eroverheen strooien.


Maak de volgende oefening.

Stap 3: Taalgebruik

Als je informatie nodig hebt, is het belangrijk dat je weet aan welke persoon je de informatie kunt vragen.
Als bekend is aan wie je informatie kunt vragen, pas je daar ook je taalgebruik op aan.
Een mailtje naar een goede vriend(in) bevat waarschijnlijk ander taalgebruik, dan een mailtje naar de directeur van de school.
Houd, tijdens het schrijven, het lezerspubliek in je achterhoofd! Het lezerspubliek is/zijn de lezer(s) van je tekst.

Je gaat in de volgende oefeningen twee e-mails schrijven:

  • één e-mail aan een klasgenoot en
  • één e-mail aan je mentor.

Daarna beschrijf je welke verschillen er zijn tussen de mails.

Wat is het verschil?

Beschrijf de verschillen in taalgebruik die je bent tegengekomen. Zeg onder andere iets over de aanhef, afsluiting en woordkeuze.

Lever je twee e-mails en de verschillen die je hebt gevonden in bij je docent.
Je docent bepaalt hoe de opdrachten beoordeeld worden.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Zoals je al weet, is de schrijfopdracht een onderdeel van je examen.
Als je een brief moet schrijven, kan het zijn dat je gevraagd wordt informatie aan te vragen.
In deze opdracht ga je oefenen met het aanvragen van informatie in een brief.

Lees hieronder de opdracht.

Het is begin maart. Je zit bij de eerste les biologie na de krokusvakantie.
Na wat verhalen over carnaval komt er een discussie op gang over 'drinken'.
"Enkele glaasjes per dag is toch gezond?"
"Als je vooraf goed eet, is er niks aan de hand!"
"Bij 'drinktest.nl' manipuleren ze volgens mij."
"Die video over verslaving was volgens mij ook zwaar overdreven!"

Kortom, een half uur lang stoere verhalen, persoonlijke ervaringen en de nodige vragen aan de docent.
Jullie besluiten te gaan kijken of er een deskundige kan worden uitgenodigd, die een en ander kan uitleggen over alcoholgebruik en de risico's daarvan.
Die deskundige moet dan voor de vierde klassen van de school een presentatie over jeugd en alcohol geven en vragen van leerlingen beantwoorden.
Jullie gaan in de klas op zoek naar adressen.
De docent zal met de directeur van de school overleggen of er budget is voor zoiets en in welke ruimte binnen school dit georganiseerd kan worden.
Jullie gaan informatie opvragen bij: NIGZ Alcoholvoorlichting, Postbus 500, 3440 AM in Woerden.

Er zijn ook nieuwe vragen:
"Zijn er verschillen in drankgebruik tussen de stad en het platteland?"
"Hoeveel wordt er gedronken door de jeugd in andere landen?"

Vragen genoeg om een deskundige uit te nodigen, maar wat kost zo iemand?
Kan zoiets vóór 1 mei a.s. geregeld worden? Kan het overdag tijdens de lesuren of alleen 's avonds?

Je gaat de brief schrijven aan het bureau Alcoholvoorlichting.


Schrijfopdracht

  1. Schrijf de brief aan NIGZ Alcoholvoorlichting. Vraag of iemand van het bureau bij jullie op school voorlichting over alcoholgebruik kan komen geven.
  2. Je stelt je voor en legt uit wie de doelgroep vormen: de leerlingen van de vierde klassen van jouw school.
  3. Je noemt de aanleiding voor het schrijven van de brief en vermeldt minstens twee punten die in de biologieles zijn genoemd.
  4. Je stelt ook de nieuwe vragen die daarna bij jullie zijn opgekomen.
    De vraag van een vriendin, of jongens sneller dronken zijn dan meisjes, zet je er ook in.
  5. Verder vraag je naar de kosten en of een datum vóór 1 mei haalbaar is.
    Jullie hebben een voorkeur voor overdag.
    In verband met de planning hoop je op een snelle reactie.
  6. Je dateert je brief op 15 maart 20.. .
  7. Je moet bovenstaande gegevens in een logische volgorde in de brief opnemen.

Voordat je aan de brief begint, bestudeer je het volgende onderdeel in de Kennisbank.

Klaar?

Als je helemaal klaar bent met de brief, ga je deze nakijken.
Dit doe je met behulp van het correctiemodel, dat je hier kunt downloaden.
Lees de tekst van het model door en probeer een berekening te maken van je score.

Wissel je brief met een klasgenoot en kijk elkaars werk na.
Komt de behaalde score overeen met wat jij hebt berekend?
Geef elkaar tips voor een nog beter resultaat.

Beoordeling

Lever je brief daarna in bij je docent.
Deze zal de brief nakijken en gebruikt daarbij ook het correctiemodel.

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Kon je uitleggen wat het woord 'informatie' voor jou betekent?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je bij het opvragen van informatie rekening houden met je taalgebruik, afhankelijk aan wie je de informatie vraagt?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Heb je al eens een brief geschreven om informatie op te vragen?
    Kreeg je toen in het antwoord alle gevraagde informatie?
  • Eindopdracht
    Gingen het schrijven van een brief je goed af? Heb je alle zaken, waarover je informatie wilt, in de brief verwerkt?
    Hoe was je score aan de hand van het correctiemodel?

Lezen: Leesstrategie

Lezen - Leesstrategie

Intro

Deze opdracht gaat over leesstrategieën.
Bekijk de volgende video over de verschillende leesstrategieën.

Bij welke strategie doorzoek je de tekst op bruikbare informatie? 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • drie leesstrategieën herkennen;
  • per leesstrategie aangeven met welk doel ik een tekst lees;
  • afhankelijk van de situatie de juiste leesstrategie kiezen en gebruiken.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer het Kennisbankitem en bepaal de strategie in twee oefeningen. De tweede oefening doe ik samen met een klasgenoot.
Stap 2 Lees een artikel globaal door en beantwoord de vragen.
Stap 3 Lees een tekst intensief door en vertel een klasgenoot waar het over gaat. Een klasgenoot doet hetzelfde. In de tweede opdracht lees ik weer intensief een tekst door, dit keer mag ik er aantekeningen bij maken. Bespreek na afloop de verschillen met een klasgenoot.
Stap 4 Lees een advertentie zoekend door en beantwoord de vragen. Lees twee artikelen globaal en beantwoord de vragen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Maak een collage over leesstrategieën. Ik mag samenwerken, maar ieder maakt zijn eigen collage.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer drie lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Leesstrategie

Bij het centraal examen moet je ook lezen.
Als je de juiste leesstrategie toepast, kun je een tekst gemakkelijker en sneller begrijpen.
Bestudeer de theorie over de verschillende strategieën in de Kennisbank.


Maak de juiste combinaties in deze oefening.

De volgende oefening doe je samen met een klasgenoot.
Bepaal samen welke strategie (zoekend, globaal of intensief) je gebruikt in de volgende situaties.

Stap 2: Globaal lezen

Lees het volgende artikel globaal door. Geef daarna antwoord op vier vragen.

Mannen dromen over oorlog, vrouwen over ruzie

Je zou je geld zetten op voetbal en shoppen, maar uit onderzoek van Canadese psychologen blijkt dat mannen voornamelijk over rampspoed en fysieke ongemakken dromen, en vrouwen over persoonlijke conflicten, zoals ruzies.

Voor hun in vakblad Sleep gepubliceerde onderzoek analyseerden de onderzoekers 10.000 dromen, de grootste studie naar het onderwerp ooit. De psychologen focusten zich op de emotionele impact van slechte dromen en nachtmerries.

Mannen blijken het in dromenland vooral druk te hebben met natuurrampen, oorlogen en andere calamiteiten. Of daar in de James Bond-rol wordt vervuld of niet, is niet duidelijk. Nachtmerries van vrouwen draaien vooral om ruzies, persoonlijke onrust en spanningen.

Freud
Over het waarom van dromen zijn onderzoekers na jaren research nog steeds niet uit. De bekendste hypothese over dromen komt van Sigmund Freud, die spreekt van een soort afrekening met onverwerkte en vaak onaangename ervaringen. Moderne neurologen denken dat het gaat om een ontlading van het zenuwstelsel. Het is daarom ook niet nodig betekenis te zoeken achter uw dromen.

Bron: Spitsnieuws

Stap 3: Intensief lezen

In deze opdrachten ga je oefenen met intensief lezen.
Werk samen met een klasgenoot.

Opdracht 1

Je ziet hier twee teksten. Kies allebei één tekst uit. De één leest tekst 1 en de ander tekst 2.

Als je je eigen tekst hebt gelezen, ga je de ander zoveel mogelijk vertellen over de inhoud van de tekst.

Stappenplan

  1. Bepaal wie welke tekst gaat lezen.
  2. Lees jouw tekst intensief. Zorg dat je goed geconcentreerd bent.
    Als je klaar bent, sluit je je tekst.
  3. Eerst vertelt de lezer van tekst 1 wat diegene gelezen heeft.
    De toehoorder mag tekst 1 openen om te bepalen of de informatie klopt.
  4. Daarna vertelt de lezer van tekst 2 wat er in de tekst staat.
    De toehoorder houdt ook dit keer de tekst open om te bepalen of de informatie klopt.

Bespreek samen de opdracht. Is het goed gegaan?
Beantwoord daarna de volgende vragen.

Lees de tips die je helpen nog beter intensief te lezen.

Tips

  • Lees de tekst eerst globaal. Als de grote lijnen van een tekst duidelijk zijn voor jou, is het intensief lezen eenvoudiger.
  • Zorg dat je niet gestoord wordt tijdens het lezen door je telefoon of door een klasgenoot.
  • Probeer alle moeilijke woorden in de tekst te begrijpen.
    Vaak kun je de betekenis hiervan afleiden uit de zin waar het woord instaat of uit de zinnen die rond het woord staan.
    Markeer belangrijke zinnen en woorden.

Opdracht 2

​Nu gaan jullie deze opdracht herhalen, maar er is één verschil: jullie mogen nu aantekeningen maken tijdens het lezen van de tekst.
Hieronder staan de twee teksten voor deze opdracht. Bepaal wie welke tekst gaat lezen.

  1. 'Hersenstimulatie kan bewustzijn aanwakkeren tijdens dromen'
  2. 'Onthouden van dromen gestuurd door specifiek hersengebied'

Stappenplan

  1. Lees jouw tekst intensief en maak aantekeningen.
    Zorg dat je goed geconcentreerd bent.
  2. Eerst vertelt de lezer van tekst 1 wat er in de tekst staat.
    Je mag de gemaakte aantekeningen erbij houden.
    Zijn/haar klasgenoot mag tekst 1 openen om te bepalen of de informatie klopt.
  3. Daarna vertelt de lezer van tekst 2 wat er in de tekst staat.
    De lezer mag de gemaakte aantekeningen erbij houden.
    De andere klasgenoot mag tekst 2 openen om te bepalen of de informatie klopt.

Stap 4: Zoekend lezen

In de volgende opdracht ga je oefenen met zoekend lezen.

Bekijk de afbeelding en beantwoord de bijbehorende vragen.
Houd de tijd bij hoelang je erover doet om antwoord op de vragen te vinden.
Met zoekend lezen probeer je zo snel mogelijk een antwoord op je vraag te vinden.




 


Opdracht 2

Lees de tekst 'Middelvinger' en beantwoord de vraag.

Opdracht 3

Lees het artikel Vier documentaires en geef antwoord op de vragen.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Om de teksten goed en snel te begrijpen, is het belangrijk dat je drie leesstrategieën goed onder de knie hebt.
In deze afsluitende opdracht ga je een collage maken over de drie leesstrategieën.

Hoe ga je te werk?

  • Je mag samenwerken, maar jullie moeten wel allebei een eigen collage inleveren.
  • Je mag het formaat van de collage zelf bepalen.
  • Vul je collage met zinvolle informatie over leesstrategieën.
  • Je kunt de informatie uit deze opdracht gebruiken, maar we raden je aan om met behulp van internet op zoek te gaan naar meer informatie.

Hoe je een collage maakt, kun je lezen in de Gereedschapskist.

Klaar?

Hieronder kun je lezen aan welke criteria je collage moet voldoen.

  1. ​De drie leesstrategieën, waar je in deze opdracht mee hebt geoefend, hebben een belangrijke plek.
  2. Bij elke leesstrategie wordt vermeld wanneer je het gebruikt.
  3. De collage bevat afbeeldingen die passen bij het onderwerp.

Beoordeling

De docent zal jullie collages beoordelen. Daarbij let hij of zij, behalve op bovengenoemde criteria, op de volgende punten:

  • De collage is origineel en creatief samengesteld.
  • De collage bevat geen taalfouten.
  • Het is zichtbaar, dat je aanvullende informatie hebt opgezocht.
  • Het is duidelijk dat het hier om de behandelde leesstrategieën gaat.

Collage maken

Een collage bestaat uit knipsels die op een ander papier geplakt zijn en samen een nieuwe afbeelding vormen.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video bekeken?
    Zijn de verschillende leesstrategieën goed uitgelegd?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je uitleggen welke strategie je gebruikt als je een tekst globaal, intensief of zoekend leest?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 3 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Is het onderwerp geschikt om een collage van te maken?
    Kon je de drie leesstrategieën goed weergeven op je collage?

Schrijven: Indeling en schrijfdoel

Schrijven - Schrijfdoel

Intro

Bekijk de video. Er worden enkele nuttige schrijftips in genoemd.
Welke schrijftip spreekt jou het meeste aan?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • de vier tekst- of schrijfdoelen noemen;
  • bij ieder schrijfdoel een voorbeeld geven van een passende tekstsoort;
  • aan een tekst herkennen met welk schrijfdoel het is geschreven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer het Kennisbankitem en maak de oefeningen.
Stap 2 Lees intensief een nieuwsartikel. Als reactie daarop schrijf ik een amuserende tekst.
Stap 3 Geef van drie teksten aan wat het tekstdoel is. In de derde tekst benoem ik ook het onderwerp en de tekstsoort.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht A Lees een nieuwsartikel en verander het schrijfdoel van dit artikel in amuseren door het te herschrijven of een andere tekstsoort te gebruiken.
Eindopdracht B Oefen op de eindexamensite met schrijfdoelen in een tekst.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer twee lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Schrijfdoel

Wanneer je een tekst schrijft, dan doe je dit met een bepaalde bedoeling.
Je wilt bijvoorbeeld iemand informeren over het laatste nieuws of je wilt een lezer overtuigen om een bepaald product te kopen.

De soort tekst die je schrijft, hangt af van het schrijfdoel. Een ander woord voor schrijfdoel is tekstdoel.

Bestudeer de theorie in de Kennisbank.

Maak de oefeningen.

Stap 2: Amuserende tekst

In deze opdracht ga je een amuserende tekst schrijven.

1. Lees eerst het nieuwsartikel
Ruud de Wild houdt toekomst nog even geheim.
Deze tekst dient als inspiratiebron voor de tekst die jij gaat schrijven.

2. Schrijf een amuserende tekst over de toekomst van Ruud de Wild.
Deze tekst hoeft niet op feiten gebaseerd te zijn.
Je tekst moet minimaal 200 woorden bevatten.

​Stappenplan

  • Lees het artikel op een intensieve manier.
  • Bedenk hoe je jouw tekst gaat vormgeven.

Tip: Kijk in de Kennisbank in Stap 1 wat voor tekstsoorten een amuserend doel hebben.
Misschien krijg je dan een idee voor jouw stuk.
Je kunt er bijvoorbeeld een sprookje van maken ('Er was eens... .')
Of een science fictionverhaal ('We leven in het jaar 2345... .')

  • Schrijf een kladversie van jouw verhaal.
  • Controleer je geschreven stuk op grammatica en taal.
  • Schrijf een netversie van je tekst.

Klaar?

Laat je tekst lezen aan de docent. Hij of zij zal je tekst beoordelen.

  • Heeft jouw tekst een amuserend doel?
  • Ben je creatief geweest in het bedenken van een originele tekst?
  • Gaat de tekst over de toekomst van Ruud de Wild?
  • Is je tekst lang genoeg en bevat deze geen taalfouten?

Stap 3: Oefenen

Om schrijfdoelen en tekstsoorten beter te herkennen, zijn hier nog wat extra oefeningen.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht A: Vergelijken

In deze eindopdracht ga je het schrijfdoel van een tekst veranderen.
Om dit te doen, moet je een tekst herschrijven en/of een andere tekstsoort gebruiken.

Lees het nieuwsartikel Wetenschappers kijken mee.
Zoals je inmiddels weet, is het schrijfdoel van een nieuwsartikel informeren.

Opdracht

Herschrijf het nieuwsartikel zodanig, dat het schrijfdoel niet meer informeren is, maar amuseren.
Gebruik je creativiteit!
Volg voor de werkwijze van het stappenplan.

Stappenplan

  1. Lees het artikel op een intensieve manier.
  2. Bedenk wat voor soort tekst je wilt maken, zodat het schrijfdoel amuseren wordt.
    Tip: Kijk in de Kennisbank wat voor tekstsoorten een amuserend doel hebben. Misschien krijg je dan een idee voor jouw stuk.
    Je kunt er bijvoorbeeld een sprookje van maken ('Er was eens ...') of een sciencefiction verhaal ('We leven in het jaar 2345 ...').
  3. Markeer in het artikel de punten die je wilt laten terugkomen in jouw stuk.
  4. Schrijf een kladversie van jouw verhaal.
  5. Controleer je geschreven stuk op grammatica en taal.
  6. Schrijf een netversie van je tekst.

Lever je herschreven tekst in bij je docent.

Beoordeling

Je docent zal bij de beoordeling letten op:

  • Heb je het bestaande artikel herschreven of heb je een andere tekstsoort gebruikt?
  • Heb je het schrijfdoel veranderd in een amuserend tekstdoel?
  • Heb je ter voorbereiding een kladversie gemaakt?
  • Ziet je eindproduct er verzorgd uit en ben je creatief geweest?
  • Zitten er geen taalfouten in het eindproduct?

Eindopdracht B: Examenvragen

Examenvragen oefenen

Op je examen worden altijd vragen gesteld over het schrijfdoel van een tekst.
In deze eindopdracht ga je oefenen met vragen over het schrijfdoel.

Let op! Om gebruik te kunnen maken van de Eindexamensite moet de school lid zijn van VO-content.

Open de link van de Examenkracht.
Je krijgt dan tien vragen te zien over het schrijfdoel.

Als je veel fouten hebt in deze vragen, is het nuttig om de oefeningen in deze opdracht nog een keer te maken!

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Kun je een paar schrijftips noemen die je in de video hebt gezien?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je bij ieder schrijfdoel een voorbeeld geven van een tekstsoort?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Je hebt in een vorige klas al over tekstdoelen en tekstsoorten geleerd.
    Was het goed om nog extra te oefenen en te herhalen?
  • Eindopdracht A en B
    Heb je gekozen voor het veranderen van een tekst in een tekstsoort met amuserend schrijfdoel?
    Was dat lastig of juist leuk om te doen?
    Of heb je de examenvragen over het schrijfdoel geoefend?
    Was deze extra oefening nuttig?

Luisteren: Hoofdgedachte

Luisteren en kijken - Hoofdgedachte

Intro

In klas 1 of klas 2 heb je al eens een opdracht over de hoofdgedachte gemaakt.
Weet je het nog?
Bekijk de video om je geheugen even op te frissen.

Welke vraag stel je jezelf om het onderwerp van de tekst te bepalen?
Welke vraag stel je jezelf om de hoofdgedachte van de tekst te bepalen?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze kijkopdracht kan ik:

  • de hoofdgedachte en het onderwerp van een kijk- of luisterfragment benoemen;
  • omschrijven hoe ik de hoofdgedachte van een tekst kan bepalen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer het Kennisbankitem en bekijk de video. Lees de tips. Zoek nu zelf een kijk- of luisterfragment en bepaal de hoofdgedachte en het onderwerp. Wissel met een klasgenoot van fragment.
Stap 2 Kijk de video's en benoem de hoofdgedachte in de video's.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Bedenk welke hoofdgedachte past bij drie filmfragmenten zonder geluid. Bespreek mijn antwoord met een klasgenoot.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer twee lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Hoofdgedachte

Bestudeer het volgende Kennisbankitem.

Kijk- of luisterfragment

Deze opdracht gaat niet over de hoofdgedachte van een leestekst, maar over de hoofdgedachte van een kijk- en luisterfragment.

Bekijk de volgende video. Deze gaat over de hoofdgedachte en het onderwerp in een tekst, maar de theorie geldt ook voor de hoofdgedachte en het onderwerp in een video.

Hieronder kun je de genoemde tips nog eens nalezen.

Tips
Geluids- en beeldfragmenten hebben ook een hoofdgedachte en een onderwerp.
Op het examen wordt er soms naar gevraagd.

  1. Onderwerp: Het onderwerp is waar het gehele fragment over gaat.
    Je kunt het onderwerp aangeven met één woord of een klein groepje woorden.
    Maak dus geen hele zin.
  1. Deelonderwerpen: Een geluids- of beeldfragment kan veel onderwerpen bevatten, deze worden deelonderwerpen genoemd.
  1. Hoofdgedachte: De inhoud van een fragment kun je vaak in een zin samenvatten.
    Dit wordt de hoofdgedachte genoemd.

Kijk nog eens naar de voorbeelden in de video.

Stap 2: Oefenen

Hoofdgedachte benoemen

Bekijk de onderstaande video's. Benoem vervolgens voor iedere video de hoofdgedachte.
Het kan zijn dat de hoofdgedachte genoemd wordt in de video, maar het kan ook zijn dat je de hoofdgedachte zelf moet formuleren.

Video 1

Video 2

Video 3

Video 4

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Niet alle kijkfragmenten bevatten geluid.
In deze opdracht ga je kijken naar enkele fragmenten zonder geluid.

Probeer de hoofdgedachte van het fragment te benoemen.
Let goed op de lichaamstaal van de mensen in de verschillende fragmenten.
Deze lichaamstaal kan jou veel zeggen over de inhoud van de video.

Let op: Er is hier geen goed of fout antwoord, omdat je je eigen interpretatie kunt hebben bij een fragment.

Video 1

Video 2

Video 3

Bespreek de antwoorden die je hebt opgeschreven met een klasgenoot.
Vertel elkaar waarom je voor een bepaalde hoofdgedachte hebt gekozen.

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Vond je de uitleg over hoofdgedachte en onderwerp duidelijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je in een video ook het onderwerp en hoofdgedachte vinden?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Is het lastig om de hoofdgedachte van een video te bepalen? Waar let je dan op?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Is het lastiger om de hoofdgedachte te vinden als er geen geluid bij het fragment zit?

Literatuur: Boekverslag

Literatuur - Boekverslag 1

Intro

In deze opdracht ga je een boekverslag maken.

Bekijk de video. Hierin krijg je uitleg hoe je dit kunt aanpakken.

Over welk boek ga jij een boekverslag maken?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • herkennen hoe ik een leesverslag indeel;
  • een samenvatting maken over de inhoud van een boek;
  • mijn mening geven over de inhoud van het boek;
  • een leesverslag schrijven over een boek.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Maak een Google-bestand 'Boekverslag' aan. Noteer daarin de zakelijke gegevens van het boek en mijn eerste persoonlijke reactie op het boek, dat ik gelezen heb.
Stap 2 Ik maak een samenvatting over de inhoud van het boek, waarin je personen, plaats, tijd, titel en schrijver vermeldt. Ik schrijf ook iets over de bedoeling van het verhaal en kijk mee met de verteller van het verhaal.
Stap 3 Ik maak een verwerkingsopdracht in de vorm van een brief die ik aan de hoofdpersoon van het boek schrijf. Ik verwerk daarin een paar elementen.
Stap 4 Ik maak een verwerkingsopdracht in de vorm van een abc-tekst, waarin bijna alle letters van het alfabet gevuld worden met personages of zaken uit het verhaal.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Ik maak het boekverslag af, voeg illustraties toe en lees het nog eens goed door.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer twee à drie lesuren nodig.
Daar komt natuurlijk bij de tijd die je nodig hebt voor het lezen van het boek.

Aan de slag

Stap 1: Boekverslag

Aan het begin van het thema Dromen heb je, in overleg met je docent, een boek uitgekozen om te lezen.
Heb je inmiddels het hele boek gelezen?

In deze opdracht maak je over je boek een boekverslag. Je gaat aan verschillende opdrachten werken, die samen je boekverslag vormen.
Zorg dat je de opdrachten netjes verwerkt en zet ze in de goede volgorde.
Op het laatst voeg je een voorblad toe. Het voorblad en de gemaakte opdrachten vormen samen jouw boekverslag.

Noteer de gegevens in een Google-bestand onder de naam 'Boekverslag' en sla het document op.

Opdracht 1 Zakelijke gegevens

Aan het begin van je boekverslag noteer je de volgende zakelijke gegevens.

  • Naam van de schrijver/schrijfster
  • Titel van het boek
  • Naam van de uitgever
  • Soort boek (genre), daarvan zie je hieronder een paar voorbeelden.

Opdracht 2 Eerste persoonlijke reactie

Geef in het kort een eerste persoonlijke reactie.
  • Vertel in het kort waarom je dit boek hebt gekozen.
  • Geef in tien zinnen je eerste indruk van het boek.

Stap 2: Inhoud

In deze stap ga je vragen beantwoorden over de inhoud van het verhaal.

Opdracht 3 Samenvatting inhoud

Bestudeer de theorie in de Kennisbank.

Een samenvatting mag je niet zomaar van internet halen. Vaak zijn er rechten aan verbonden die dit verbieden.
Je mag wel voorbeelden van samenvattingen bekijken.

Beantwoord de volgende vragen. Maak je beschrijvingen zo duidelijk en compleet mogelijk.

Vragen

  1. Beschrijf hoe het verhaal begint. Welke gebeurtenissen vormen de inleiding?
  2. Beschrijf in het kort de belangrijkste gebeurtenissen.
  3. Beschrijf het einde van het verhaal. Welke vorm kent het einde (slecht, goed, open of gesloten)?

Opdracht 4 Personen

Gebruik weer het Google-bestand voor je boekverslag en werk aan de volgende opdrachten.
Besteed aandacht aan de volgende punten:

  1. Wie is de hoofdpersoon in het boek?
    Beschrijf de hoofdpersoon (naam, uiterlijk, leeftijd, karakter, enzovoort).
  2. Welk probleem heeft de hoofdpersoon?
    Beschrijf hoe de hoofdpersoon het probleem probeert op te lossen en beschrijf ook of dit lukt.
  3. Wie zijn de belangrijkste bijpersonen?
    Beschrijf deze personen (namen, uiterlijk, leeftijd, karakter, et cetera).
  4. Wat is de relatie tussen de hoofdpersoon en de bijpersonen (vriend, moeder, vader, klasgenoot, et cetera)?

Opdracht 5 Plaats

Beschrijf op welke locatie het verhaal zich afspeelt. Geef een omschrijving van de omgeving.

Opdracht 6 Tijd

  1. Beschrijf in welke tijd het verhaal zich afspeelt (in deze tijd, rond 1900, middeleeuwen, et cetera).
  2. Hoeveel tijd verloopt er tussen het begin en het einde van het verhaal?
  3. Is het verhaal chronologisch of niet-chronologisch opgebouwd?

Opdracht 7 Titel

Geef een uitgebreide uitleg over wat de titel met het verhaal te maken heeft.

Opdracht 8 Verteller

Je beleeft het verhaal meestal door de ogen van een bepaald personage. Beschrijf met wie je meekijkt.

Opdracht 9 Bedoeling

Heeft de schrijver volgens jou een boodschap of een bedoeling met het boek? Zo ja, welke?

Opdracht 10 Schrijver

Zoek achtergrondinformatie over de schrijver van het verhaal. Beschrijf wat over de schrijver en over zijn/haar werk.
Misschien kun je er een foto bij plaatsen.

Stap 3: Brief aan hoofdpersoon

Verwerkingsopdracht 1

In deze opdracht schrijf je een brief aan de hoofdpersoon van je boek.
Doel: Je kunt laten zien dat je het verhaal gelezen en begrepen hebt.

Door het lezen van het boek heb je een beeld gekregen bij de hoofdpersoon.
Die personage heeft dingen meegemaakt en bepaalde keuzes gemaakt.

Opdracht

Schrijf een brief aan de hoofdpersoon uit het boek dat je gelezen hebt.
In de brief geef je het personage advies over hoe hij of zij de gebeurtenissen anders had kunnen aanpakken in het verhaal.
Kijk in de Gereedschapskist hoe je dit kunt aanpakken.

Bekijk welke elementen in je brief verwerkt moeten zijn:

  1. Inleiding (30 punten)
    • Stel jezelf voor.
    • Formuleer de gebeurtenis en vertel wat je ervan vindt.
    • Beargumenteer je mening.
  2. Middenstuk (30 punten)
    • Beschrijf één belangrijke gebeurtenis en keuze van de hoofdpersoon in het boek waar je op in wilt gaan.
    • Beschrijf één situatie die indruk op je heeft gemaakt.
    • Beargumenteer je mening.
  3. Slot (30 punten)
    • Geef advies aan de hoofdpersoon (hoe zou de hoofdpersoon de situatie anders kunnen aanpakken?).
    • Beargumenteer je advies.
    • Sluit je brief netjes af.
  4. Lay-out (10 punten, 2 punten per onderdeel)
    • Noteer de datum en plaats.
    • Aanhef
    • Duidelijke alinea-indeling
    • Slotwoord
    • Noteer naam en klas.
  5. Aantal woorden: ongeveer 400.

Beoordeling

Laat je brief aan de hoofdpersoon van je verhaal lezen aan je docent.
De docent zal je brief beoordelen. Hij of zij let daarbij op:

  • Heb je je brief ingedeeld in inleiding, middenstuk en slot?
  • Heb je je brief gericht aan de hoofdpersoon van het verhaal?
  • Heb je bovengenoemde elementen in je brief verwerkt?
  • Heb je je mening over de besproken situatie voldoende onderbouwd met argumenten?
  • Is aan de lay-out van je brief voldoende aandacht besteed en ziet het geheel er verzorgd uit?
  • Heb je niet al te veel fouten gemaakt?

Brief schrijven

Een brief is een goede manier om aan iemand te laten weten wat je van een bepaald
onderwerp vindt of iemand te vragen om in actie te komen rond een bepaald onderwerp.

 

Stap 4: ABC

Verwerkingsopdracht 2

In deze verwerkingsopdracht maak je een abc-tekst bij het verhaal.
Dit is een tekst waarbij je bij alle letters van het alfabet iets schrijft, over het boek dat je gelezen hebt.

Bekijk het volgende voorbeeld over het maken van een abc-tekst bij het verhaal.

Voorbeeld
Je hebt een boek gelezen over de zoektocht van een vrouw, Anna, naar haar ontvoerde hond, Monster.
De letter B kun je dan zo verwerken:

"De B is van bedroefd, dat is Anna als haar hond weg is".

Misschien kun je nu ook de letters A en M verwerken?

 

Verwerk in jouw abc-tekst alle letters van het alfabet. De letters q, x, y hoeven niet.
Hier kun je een voorbeeld abc'tje vinden.

Klaar?

Controleer of je alle letters hebt kunnen gebruiken. Lees de tekst nog een keer door.
Laat je tekst nakijken door je docent.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht: Boekverslag

Als eindopdracht ga je het boekverslag afronden.

  1. Voeg alle losse opdrachten, die je in deze stappen hebt gemaakt, samen.
  2. Zorg ervoor dat elke opdracht afzonderlijk te herkennen is. Voeg dus titels toe.
  3. Voeg illustraties toe aan het verhaal of aan de tekst met informatie over de schrijver.
  4. Als laatste maak je het voorblad voor je boekverslag.
    Je voorblad moet minstens de volgende elementen bevatten:
    • Illustratie
    • Titel van het boek
    • Schrijver van het boek
    • Uitgeverij
    • Afbeelding
    • Naam
    • Klas

Klaar?

Als je boekverslag helemaal af is, lees je het nog een keer helemaal door.
Daarna lever je verslag in bij je docent, die het zal beoordelen.

Beoordeling

Je docent let bij de beoordeling van je leesverslag op het volgende:

  • Je hebt goed omschreven waarom je het boek hebt gekozen en wat je mening is over het verhaal.
  • Je hebt de algemene gegevens van het boek genoteerd (titel, naam van de schrijver, ISBN en aantal pagina's).
  • Je hebt een duidelijke samenvatting van het verhaal gegeven en daarbij aandacht besteed aan de punten die in Stap 2 worden genoemd.
  • Je hebt je boekverslag goed ingedeeld en zorg besteed aan de lay-out en afbeeldingen.
  • Je voorblad bij het verslag is passend bij de titel of bij het verhaal van het boek.
  • Je hebt weinig of geen taalfouten gemaakt.

 

Verslag schrijven

Een verslag is een goede manier om een onderzoek te beschrijven dat je hebt uitgevoerd.        

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video bekeken?
    Was de uitleg nuttig bij het maken van je eigen boekverslag?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je omschrijven hoe de inhoud van een leesverslag is opgebouwd?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Hoe vond je het om stapsgewijs een boekverslag te schrijven?
    Heb je ook voldoende informatie kunnen vinden over de schrijver van het boek?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Moest je nog veel schrijven voor je boekverslag of was je al (bijna) klaar met de tekst?
    Heeft je docent het boekverslag goed beoordeeld?

Afsluiting

Kennisbanken

Hier vind je de Kennisbankitems die horen bij dit thema.

Luisteren en kijken

Hoofdgedachte van een tekst

Literatuur

Samenvatting

Eindopdracht

Iedereen heeft wel een idee over hoe zijn of haar ideale huis eruit ziet.
In deze eindopdracht ga je een plattegrond maken van je droomhuis.

Kijk eerst de video van 'Droomhuis gezocht'.

Komt dit in de buurt van jouw droomhuis? Of ziet jouw droomhuis er heel anders uit?

Schema

Om een goede plattegrond te maken, moet je van tevoren een plan maken.

  • Hoeveel kamers komen er in je huis?
  • Welke andere ruimtes wil je extra? Denk aan sportruimte, sauna, studeerkamer, et cetera.
  • Heeft je huis meerdere etages? Op welke etages komen de kamers?
  • Hoe richt je elke kamer in?
  • Wil je een ligbad in de badkamer? In elke slaapkamer een wastafel?
  • Wil je in de tuin misschien een zwembad of een jacuzzi? Of een tuinhuisje?


Neem het volgende schema over en vul het helemaal in.

Naam kamer Welke etage? Inrichting
Woonkamer    
Keuken    
Eetkamer    
Slaapkamer 1    
Slaapkamer 2    
Badkamer    
Zolder    
Kelder    
Buiten    


Plattegrond

  • Lees in de Gereedschapskist hoe je een plattegrond maakt.
  • Maak de plattegrond op A3-formaat.
  • Maak een plattegrond per etage. De tuin deel je in op de begane grond.
  • Zorg ervoor dat ramen en deuren ook zichtbaar zijn in de tekening.

Klaar?

Laat je plattegrond bekijken door een klasgenoot. Vraag om feedback.
Geef ook commentaar op de plattegrond van je klasgenoot. Verwerk het commentaar.

Beoordeling

Je plattegrond wordt door je docent beoordeeld op de volgende punten:

  • De plattegrond van je droomhuis is duidelijk en bevat de juiste informatie.
  • De plattegrond is op de juiste schaal getekend.
  • Ben je creatief geweest en is de plattegrond zorgvuldig en gedetailleerd uitgewerkt?

Plattegrond maken

Een plattegrond is een op schaal gemaakte tekening van een ruimtelijk gebied of een gebouw.

 

Examentraining

Examenvragen
Als toets krijg je een opdracht met examenvragen.
Om de opdracht te kunnen maken heb je een Entree-account nodig.

Schrijfopdracht (Waarom jongens geen meisjes zijn....)

 

Meer oefenen?
Als je school deelneemt aan VO-content kun je verder oefenen met ExamenKracht.
Oefen daar ook met hele examens.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de inleiding.
    Heb je voor de eindopdracht vast je gedachten laten gaan over je ideale droomhuis?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Vind je dat alle leerdoelen voldoende behandeld zijn in dit thema?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je 15 à 16 uur met dit thema bezig zou zijn.
    Daarbij zijn de uren voor het lezen van je boek niet meegeteld.
    Had je je boek helemaal gelezen voor je aan de opdracht Boekverslag begon?
  • Eindopdracht
    Is het je gelukt een plattegrond te maken van je ideale droomhuis?
    Geeft het een gedetailleerde indruk van hoe je het zou willen inrichten?
  • Het arrangement Thema 11 Dromen - vmbo-kgt34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    28-11-2025 14:37:46
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Dromen KGT' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vmbo-kgt34. Dit thema bestaat uit vijf opdrachten, waarbij in iedere opdracht een andere taalvaardigheid centraal staat. In dit thema leer je verschillende vaardigheden die je nodig hebt om informatie op te vragen en je taalgebruik aan te passen bij het geven of opvragen van informatie. Je leert ook drie leesstrategieën herkennen en begrijpen met welk doel je een tekst leest. Daarnaast leer je vier schrijfdoelen te benoemen en bij elk schrijfdoel een passende tekstsoort te noemen. Verder leer je hoe je de hoofdgedachte en het onderwerp van een kijk- of luisterfragment kunt benoemen en hoe je een leesverslag kunt schrijven over een gelezen boek. Als eindopdracht wordt gevraagd om een plattegrond te maken van je droomhuis. Om de plattegrond te maken, kun je de instructies in de Gereedschapskist volgen. Zorg ervoor dat je de plattegrond op A3-formaat maakt en dat je aparte plattegronden maakt voor elke etage.Als je klaar bent, laat dan je plattegrond bekijken door een klasgenoot en vraag om feedback. Geef ook commentaar op de plattegrond van je klasgenoot en verwerk het ontvangen commentaar. Veel succes met het maken van je plattegrond van je droomhuis!
    Leerniveau
    VMBO gemengde leerweg, 3; VMBO theoretische leerweg, 4; VMBO theoretische leerweg, 3; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 4; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Nederlands; Schrijfvaardigheid; Mondelinge taalvaardigheid; Literatuur; Leesvaardigheid;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    15 uur 30 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, dromen, hoofdgedachte, informatie opvragen, leesstrategieën, leesverslag, nederlands, schrijfdoelen, stercollectie, vmbo-kgt34

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Lezen - Leesstrategie vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74587/Opdracht__Lezen___Leesstrategie_vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Literatuur - Boekverslag 1 vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/76949/Opdracht__Literatuur___Boekverslag_1_vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Luisteren en kijken - Hoofdgedachte vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74589/Opdracht__Luisteren_en_kijken___Hoofdgedachte_vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Schrijven - Informatie vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74586/Opdracht__Schrijven___Informatie_vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Schrijven - Schrijfdoel vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74588/Opdracht__Schrijven___Schrijfdoel__vmbo_kgt34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.