Thema: Feest vmbo-b34

Thema: Feest vmbo-b34

Feest

Inleiding

Welkom bij het laatste thema: Feest!
Na je examen is het natuurlijk tijd voor feestjes. Daar gaat dit thema over.

Denk alvast na over de volgende vragen:

  1. Wat vind jij een goede reden om een feestje te geven?
  2. Wanneer is een feest geslaagd?
  3. Wat vind jij het leukste feest van het jaar?

Bespreek je antwoorden met je klasgenoot.

Je hebt mogelijk in het thema 'Vrienden en familie' al eens een uitnodiging gemaakt en je weet waarschijnlijk wel dat je een uitnodiging op verschillende manieren kunt versturen.
Maar pas op.... als je niet oplet, kan het uit de hand lopen!

Bekijk deze video.


In dit thema maak je vier opdrachten. De laatste opdracht is een boekverslag.
Begin op tijd met lezen, want het is wel zo handig als je het boek uit hebt als je aan de laatste opdracht begint.

In de afsluiting van dit thema vind je nogmaals de eindopdracht uit het thema 'Vrienden en familie'.
Heb je die eindopdracht als gemaakt, beschouw dan de eindopdracht van Opdracht 4 (boekverslag) als de eindopdracht van het thema.

Wat kan ik straks?

Hier vind je de leerdoelen die horen bij het thema Feest.

Leerdoel Opdracht
Ik kan de briefconventies voor het schrijven van een (zakelijke) brief of e-mail toepassen. Schrijven - Conventies
Ik kan tekstverbanden tussen alinea's herkennen en aan de hand van signaalwoorden tekstverbanden benoemen. Lezen - Tekstrelaties
Ik kan vier schrijfdoelen benoemen en per schrijfdoel een passende tekstsoort noemen. Schrijven - Doel en hoofdgedachte
Ik kan een boekverslag maken. Literatuur - Boekverslag

 

Wat ga ik doen?

Voor je aan de slag gaat met de afsluiting maak je vier opdrachten.
In de tabel staat per activiteit hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Activiteit Aantal lesuren Eindproduct
Inleiding 0,5  
Schrijven: Conventies 3 Sollicitatiebrief en cv schrijven.
Lezen: Tekstrelaties 3 Verhaaltjes met tekstverband schrijven.
Schrijven: Doel en hoofdgedachte 2 Bepaal hoofdgedachte en schrijfdoel in een tekst.
Literatuur: Boekverslag 2 Boekverslag maken.
Afsluiting 2 à 3 Uitnodiging versturen of boekverslag.
Totaal: 12 à 13  


De tijd is slechts een inschatting en afhankelijk van de keuze van het eindproduct.
De leestijd van het boek voor het boekverslag is hier niet meegerekend.

Opdrachten

Schrijven: Conventies

Conventies

Intro

Je hebt al een opdracht gemaakt over het schrijven een zakelijke brief.
In deze opdracht wordt opnieuw aandacht besteed aan de brief.

Begin met het kijken van deze video.
In welke situaties schrijf je een zakelijke brief?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • omschrijven wat briefconventies zijn;
  • de indeling voor het schrijven van een persoonlijke brief herkennen;
  • het verschil tussen een zakelijke en persoonlijke brief herkennen;
  • de briefconventies voor het schrijven van een zakelijke e-mail toepassen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Lees wat briefconventies zijn en bestudeer het Kennisbankitem 'Zakelijke brief'. Schrijf met behulp van het sjabloon en het voorbeeld een zakelijke brief. Laat mijn brief aan een klasgenoot zien.
Stap 2 Bestudeer het Kennisbankitem en de voorbeeldbrief. Zoek in twee voorbeeldbrieven de fouten.
Stap 3 Bestudeer de informatie over het cv en de motivatiebrief. Stel mijn eigen cv samen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht A Kies ik voor deze eindopdracht, dan beoordeel ik, samen met een klasgenoot, twee sollicitatiebrieven.
Eindopdracht B Kies ik voor deze eindopdracht, dan schrijf ik een sollicitatiebrief. Ik gebruik het cv uit Stap 3. Ik stuur beide als bijlagen mee in een zakelijke e-mail naar mijn docent.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer drie lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Briefconventies

Weet jij nog wat briefconventies zijn?

Briefconventies zijn afspraken waar je je aan moet houden bij het schrijven van een officiële brief.

Voor je examen moet je een aantal briefconventies uit je hoofd kennen.
Je gaat aan de slag met de zakelijke brief (e-mail), de persoonlijke brief en de sollicitatiebrief.

Bekijk alvast de afvinklijst briefconventies.

Afvinklijst

Controleer je brief op:

  1. Beginnen de onderdelen in dezelfde positie aan de linkerkant?
  2. Worden de alinea's gescheiden door een witregel?
  3. Klopt de vaste volgorde van de onderdelen?

De volgorde van deze onderdelen kan bijvoorbeeld zijn:

  1. afzender
  2. geadresseerde
  3. plaats en datum
  4. betreft: ….
  5. aanhef
  6. brieftekst
  7. slotformule
  8. ondertekening
  9. bijlagen (als deze bijgevoegd zijn)
  10. kopie

Zakelijke brief

Een zakelijke brief kun je schrijven aan mensen, instanties of bedrijven.
Een zakelijke brief is kort en helder.

In de Kennisbank vind je meer informatie over de zakelijke brief.

Je gaat een klachtenbrief schrijven.
Lees hieronder meer over de inhoud van de opdracht.

Casus
Van je zuurverdiende geld als vakantiehulp heb je onlangs een iPhone 6 bij KPN gekocht.
Het toestel werkte prima tot je een-na-laatste update.
Sinds die update werkt je wifi voor geen meter.
Internet is sloom of doet het vaak helemaal niet.

Je besluit een brief te schrijven waarin je je klachten duidelijk maakt en waarin je vraagt om een oplossing. Je wilt dat je toestel weer goed werkt en dat je een financiële tegemoetkoming krijgt.

Je hebt naar de KPN gebeld, maar de mevrouw aan de telefoon vertelde dat je een brief moest schrijven aan de klantenservice.

Het adres:
KPN klantenservice
Utopialaan 53
5442 DE Den Bosch


Voor het schrijven van de brief kun je het volgende sjabloon gebruiken.
Kopieer het en plak het in een leeg (Google-)tekstbestand.
Je kunt nu de brief gaan schrijven.

 

 

Geachte ……………………………………,

 

Onlangs heb ik een iPhone 6 aangeschaft bij KPN. Het toestel werkte prima tot …………………………

Sindsdien is het internet ………………………

Ik wil graag ……………… en  …………

Ik hoop dat u met een passende oplossing kunt komen.

 

Met vriendelijke groet,

…………

 


Laat je brief beoordelen door een klasgenoot.
Heb je tips gekregen voor verbeteringen? Verwerk die dan in je brief.

Stap 2: Persoonlijke brief

Een persoonlijke brief wordt ook wel een informele brief genoemd.
Zo'n brief schrijf je bijvoorbeeld aan je opa, vriendin of iemand uit je buurt.

In de Kennisbank zie je het briefmodel voor een persoonlijke brief.

Hier zie je een voorbeeld van een persoonlijke brief.

Stap 3: Sollicitatiebrief

Deze stap gaat over het schrijven van een sollicitatiebrief.
Het is heel belangrijk dat je deze vaardigheid goed beheerst. Een goede sollicitatiebrief helpt je bij het vinden van een stage, een bijbaan en, na je opleiding, een baan die bij je past.

Je sollicitatiebrief bestaat altijd uit twee onderdelen:

  1. een motivatiebrief;
  2. je levensloopbeschrijving (cv).

Curriculum Vitae

In het cv beschrijf je alle belangrijke zaken die met je werk, je opleiding, je vaardigheden en je kwaliteiten te maken hebben.

Bekijk hier een voorbeeld van een cv.

In een cv schrijf je de dingen puntsgewijs op.
De informatie is zo makkelijk te lezen en de lezer kan in een oogopslag de juiste informatie vinden.

Motivatiebrief

De motivatiebrief is een formele (zakelijke) brief.
Met deze brief wil je de lezer overtuigen dat jij de meest geschikte persoon voor de functie bent.
Dit doe je door te beschrijven:

  1. waarom je op de vacature reageert,
  2. waarom de baan geschikt voor je is,
  3. waarom je bij dát bedrijf wilt werken.

Let op!
Spelfouten zijn absoluut verboden in een sollicitatiebrief. Heb je moeite met spelling?
Gebruik dan de spellingcontrole van Word en de woordenlijst voor de moeilijke woorden.
Vraag ook iemand uit je omgeving de foutjes uit je brief te halen.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht A

Je leest twee brieven en gaat deze beoordelen.
De brieven zijn geschreven door leerlingen die de volgende opdracht hebben gekregen:

"Schrijf een korte sollicitatiebrief aan het bedrijf waar je stage wilt lopen.
Vertel dat je een stageplaats zoekt en dat je graag bij hen stage wilt lopen.
Motiveer waarom; geef een of twee redenen.
Geef ook aan waar je goed in bent; een of twee eigenschappen."

Brief 1

Super De Boer
H. van Heijnen
Amsterdamseweg 1
1055 AD Amstelveen

Betreft: Vacature leerling Levensmiddel Supermarkt

Amsterdam, 8 december Amsterdam

Geachte heer Van Heijnen,

Doormiddel van deze wil ik graag mededelen dat ik graag stage wil lopen bij jullie winkel. De reden dat ik bij Super de Boer stage wil lopen is dat  ik  pas in de opleiding Verkoopspecialist ben en graag alles mee wil pakken zoals kassa, vakken vullen enz.

Ik heb Vmbo Handel en verkoop afgerond en doe nu Mbo niveau 3 leerjaar 1. ik heb hiervoor in een andere supermarkt stage gevolgd dat eigenlijk uitstekend ging, maar de nadeel was dat het te klein was en dat ik niet alles kon leren.

Dit stage plek heeft het voordeel dat ik een kans krijg om in de praktijk veel te leren. ik ben goed in het berekenen/afrekenen van producten en had wel een 9,6 voor mijn eindexamen wiskunde gehaald. ik zou het geweldig vinden als u mij een kans toe biedt.

ik hoop dat ik mijn brief genoeg heb geïnformeerd en hoop graag snel van u te horen.

Met vriendelijke groet,

 

Brief 2

Accent Sport B.V.
Adres P. Heijestraat 366
6835 MN Arnhem

Arnhem, 01 september '19

Betreft: Sollicitatie naar stageplaats Accent Sport

Geachte heer/meverouw,

Mijn naam is 'leerling 2', ik ben 17 jaar en ik doe de opleiding Verkoopspecialist 3 op het ROC Economie Oost te Nijmegen. In de toekomst zou ik graag verder willen gaan met handel. In verband met mijn opleiding ben ik dan ook op zoek naar een leerzame stageplek.

Afgelopen maandag 1 september keek ik op Jobbird.nl daarbij viel uw bedrijf mij op als mogelijke stageplaats. Het lijtk mij erg leuk om met klanten om te gaan en te werken in een sportwinkel, Ook omdat ik zelf aan sport doe en mijn sportartikelen daar koop.

Ik ben een spontane en sociale jongen die goed kan communiceren.
Ook kan ik goed werken met anderen en ik weet van aanpakken.
Ik spreek goed Nederlands en ben zeer klantvriendelijk.

Graag zou ik mijn sollicitatie in een persoonlijk gesprek willen doen,


Hoogachtend,


Bij de beoordeling let je op de volgende punten:

  • Komt de kandidaat overtuigend over?
  • Zou de werkgever deze kandidaat uitnodigen voor een gesprek?


Volg bij de opdracht de volgende stappen:

  1. Lees de twee brieven.
  2. Bespreek de brieven met een klasgenoot.
  3. Vinden jullie dat de brieven positief beoordeeld kunnen worden?
  4. Vertel waarom de schrijver van de brief wel of niet uitgenodigd zou worden voor een sollicitatiegesprek.

Eindopdracht B

Er zijn enkele verschillen tussen een zakelijke e-mail en een zakelijke brief.
Bekijk het volgende schema.

Schema zakelijke e-mail

Van:
Aan:
CC:
Onderwerp:

ExtraNederlands [contact@extranederlands.nl]  
Henk Fabricius [h.fabricius@planet.nl]
personen aan wie je een kopie hebt verzonden
bevestiging abonnement
Bijgevoegd aankoopbon, kopie-brief et cetera.
Je voegt dit te aan de mail met het paperclipicoontje
Dagtekening Plaats + datum
voorbeeld:
Wageningen, 26 oktober 2019
Aanhef voorbeeld:
Geachte heer/mevrouw,
Geachte heer Bol,
1e alinea Je begint deze alinea met een hoofdletter.
Je geeft aan waarom je de brief schrijft.
Begin de brief niet met 'ik'.
2e en volgende alinea's In deze alinea's kom je met een klacht, mededeling, verzoek of bedankje.
Slotalinea Je geeft nogmaals aan wat je verwacht of bedankt vast voor de moeite.
Afsluiting voorbeeld:
Met vriendelijke groet/Hoogachtend,
G. Jansen

Eindopdracht

Schrijf een sollicitatiebrief met cv naar een bedrijf waar je stage wilt lopen.
Je mag deze brief als voorbeeldbrief gebruiken.
Schrijf de brief niet over. Het is namelijk wel belangrijk dat het jouw brief blijft!
Sla je brieven op en stuur ze als bijlagen mee in je e-mail aan je docent.

Hoe ga je te werk?

  1. Ga op internet op zoek naar een bedrijf waar jij stage zou willen lopen.
  2. Schrijf een sollicitatiebrief waarin je zo goed mogelijk aangeeft waarom je bij dat bedrijf stage wilt lopen.
    Schrijf de brief in een Google-bestand en sla het document op.
  3. Schrijf je cv. Je kunt het voorbeeld uit de vorige stap gebruiken, maar je mag ook de website www.cvwizard.nl gebruiken.
    Sla het op als Google-bestand.
  4. Schrijf in de mail aan je docent de reden van je schrijven (Je solliciteert!).
    Geef ook aan welke bijlagen je meestuurt (de sollicitatiebrief en het cv).
    Denk aan de onderwerpregel!

Beoordeling

Je docent zal de brief, het cv en de e-mail die je hem of haar stuurde beoordelen.
Daarbij wordt gelet op:

  • Heb je alle inhoudelijke informatie in de sollicitatiebrief verwerkt?
  • Is de brief ingedeeld volgens de briefconventies voor een zakelijke brief?
  • Is het cv compleet?
  • Is de zakelijke e-mail naar je docent volgens het schema opgezet en verstuurd?
  • Ben je niet vergeten de bijlagen mee te sturen?
  • Zien zowel brief, als cv en e-mail er netjes verzorgd uit?
  • Heb je geen taalfouten gemaakt?

Brief schrijven

Een brief is een goede manier om aan iemand te laten weten wat je van een bepaald
onderwerp vindt of iemand te vragen om in actie te komen rond een bepaald onderwerp.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Vond je de uitleg over het schrijven van een zakelijke brief duidelijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je uitleggen wat briefconventies zijn en wanneer je deze toepast?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 3 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je voldoende tijd voor het schrijven van de brief en het samenstellen van je eigen cv?
  • Inhoud
    De opdracht was grotendeels een herhalingsopdracht.
    Vond je het nuttig de briefconventies opnieuw te bestuderen?
    Was het schrijven van de brief en cv een goede oefening?
  • Eindopdracht A en B
    Welke eindopdracht heb je gekozen?
    Koos je voor eindopdracht A, is het je gelukt samen met je klasgenoot de brieven te beoordelen? Hadden jullie dezelfde mening daarover?
    Koos je voor eindopdracht B, is het je gelukt om een sollicitatiebrief en zakelijke e-mail te schrijven?
    Heb je de juiste briefconventies toegepast?

Lezen: Tekstrelaties

Lezen - Tekstrelaties

Intro

Op het eindexamen Nederlands krijg je ook vragen over:

  • tekstverbanden/tekstrelaties;
  • hoofdgedachte van een tekst;
  • het schrijfdoel.

Bekijk de video over tekstverbanden en signaalwoorden.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • de belangrijkste tekstverbanden tussen alinea's herkennen en benoemen;
  • aan de hand van signaalwoorden tekstverbanden herkennen in een tekst.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer het Kennisbankitem en het schema met verschillende tekstrelaties met bijbehorende signaalwoorden. Maak de oefening over tekstverbanden.
Stap 2 Speel het memoryspel over signaalwoorden. Speel het alleen of tegen een klasgenoot.
Stap 3 Oefenen helpt: maak de oefeningen over tekstverbanden.
Stap 4 Lees de tekst 'Ouderdom van dieren'. Beantwoord de vragen over tekstverbanden.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Schrijf zelf drie verhaaltjes van twee alinea's met een bepaald tekstverband. Wissel van verhaaltjes en bekijk ook de tekstverbanden van een klasgenoot.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer drie lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Tekstrelaties

Deze opdracht gaat over tekstrelaties. Dat is een ander woord voor tekstverbanden.
Tussen alinea's bestaan allerlei soorten verbanden.
Dat houdt in dat alinea's op een bepaalde manier op elkaar aansluiten.
Door middel van signaalwoorden kun je de verbanden herkennen.

Bestudeer dit onderwerp in de Kennisbank.

Hieronder staan verschillende tekstrelaties met bijbehorende signaalwoorden.
Zorg dat je ze herkent!

Tekstverband Signaalwoorden
oorzaak-gevolg doordat, daardoor, ten gevolge van
doel-middel door middel van, om, waarmee
algemene uitspraak-voorbeeld (uitleggend) bijvoorbeeld, zoals, ter illustratie
tegenstelling maar, echter, daarentegen, in tegenstelling tot
opsomming en, ook, verder, ten tweede, ten slotte
voorwaarde als, indien, wanneer
argumenten-conclusie (samenvattend) dus, concluderend, kortom


Maak de volgende oefening.

Stap 2: Memory

Klik op de link www.memoryspelen.nl en speel het spel.
Het gaat over signaalwoorden. Zoek de juiste combinatie.

Je kunt de tijd uitzetten met de rode knop 'Klok uit', maar je kunt ook kijken of je de combinaties sneller vindt dan je klasgenoot!

Stap 3: Oefenen!

Hier vind je nog twee oefeningen over signaalwoorden en tekstverbanden.

Stap 4: Ouderdom van dieren

Lees de tekst over ouderdom van dieren.
Beantwoord de vragen over verbanden in de tekst.

Ouderdom van dieren

(1) Niet ieder dier wordt even oud. Een hond of een paard worden bijvoorbeeld lang niet zo oud als een papegaai of een schildpad. Hoe komt dat?

(2) 'Bij gewervelde dieren hangt de levensduur vaak samen met de lichaamsgrootte en de stofwisseling', zegt Wijbren Landman, bioloog bij Dierenpark Emmen. Kleine dieren, zoals muizen, hebben vaak een intensieve stofwisseling. Hierdoor slijten het hart en andere organen sneller. Omdat een olifant zo groot is en zijn stofwisseling traag, kan hij wel 50 tot 70 jaar oud worden.

(3) Ook de meeste vogels worden niet zo oud door hun snelle stofwisseling. Vogels hebben een sterke verbranding om hun lichaamstemperatuur op peil te houden (40 tot 44 graden Celsius) en omdat vliegen veel energie kost. De hartslag van een mus kan bijvoorbeeld oplopen tot 460 slagen per minuut. Bij een mens is 180 slagen al uitzonderlijk hoog.

(4) Papegaaien daarentegen kunnen door hun massa 50 jaar en ouder worden. Net als bij grote roofvogels, die ook een aanzienlijke leeftijd kunnen bereiken, gaat het dan wel om vogels in gevangenschap. Dieren in de vrije natuur leven korter.

(5) 'Schildpadden worden het oudst', zegt Landman. 'Tachtig jaar is geen uitzondering. Er leeft op Madagaskar zelfs een schildpadsoort die 200 jaar kan worden. Een schildpad is niet zo groot, dus een uitzondering op de regel.'

Naar: NRC Next

 

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Schrijfopdracht met tekstverband

Als eindopdracht ga je een verhaaltje schrijven van twee alinea's, die een tekstverband met elkaar hebben.

Je schrijft een verhaaltje van twee alinea's. Iedere alinea moet minimaal 30 woorden bevatten. Om de alinea's op elkaar aan te laten sluiten gebruik je signaalwoorden. Je mag zelf de inhoud van het verhaaltje bepalen.
Het heeft wel te maken met het onderwerp van dit thema: Feest.

Voorbeeld:

Onderwerp: verjaardag
Tekstverband: tegenstelling

Ik ben uitgenodigd voor de verjaardag van Yoachim. Het feestje is morgen al! Ik twijfel alleen heel erg of ik wel naar zijn verjaardag moet gaan. Het lijkt me aan de ene kant heel erg leuk om daar naar toe te gaan. Ik bedoel, hij is aardig en hij heeft leuke vrienden.

Aan de andere kant weet ik niet zeker of ik wel moet gaan. Ik mag van mijn moeder namelijk niet bij Yoachim thuiskomen. Het schijnt dat zijn vader niet zo’n lieverdje is. Gelukkig heb ik daar nog nooit iets van gemerkt. Maar waar moet ik voor kiezen: Yoachim afbellen of liegen tegen mijn ouders?


Schrijf per onderwerp + tekstverband een verhaaltje:

Thema    Onderwerp    Verband
1    Kerstmis    Opsommend verband
2    Suikerfeest    Vergelijkend verband
3    Carnaval    Samenvattend verband

Klaar?

Wissel je teksten met die van een klasgenoot.
Kijk of hij/zij de tekstverbanden duidelijk heeft laten terugkomen in de tekst.
Geef elkaar feedback.

Beoordeling

Jullie docent zal de verhaaltjes beoordelen. Er wordt gelet op de volgende punten:

  • Bevat elk verhaaltje twee alinea's?
  • Is in elk verhaaltje duidelijk het tekstverband te herkennen tussen de alinea's?
  • Ben je creatief en origineel geweest in het maken van drie verhaaltjes?
  • Bevatten de verhaaltjes geen taalfouten?

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Vond je de uitleg over tekstverbanden in de video duidelijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je aan de signaalwoorden in een alinea zien om welk tekstverband het gaat?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 3 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor alle oefeningen en het schrijven van de verhaaltjes?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Vond je lastig om in je verhaaltjes het juiste tekstverband te laten zien?
    Heb je voldoende gebruik gemaakt van signaalwoorden?

Schrijven: Doel en hoofdgedachte

Herhaling: Doel en hoofdgedachte

Intro

In deze opdracht wordt de theorie over schrijfdoelen en de hoofdgedachte herhaald.

Bekijk de video om je geheugen nog even op te frissen.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • vier schrijfdoelen opnoemen, die ik gebruik bij het schrijven van tekst;
  • omschrijven welke tekstsoorten bij de vier schrijfdoelen passen;
  • de hoofdgedachte van een tekst benoemen.

 

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer het Kennisbankitem 'Tekstdoel en tekstsoort' en maak de twee oefeningen.
Stap 2 Bestudeer het Kennisbankitem 'Hoofdgedachte'. Bekijk de video over onderwerp en hoofdgedachte. Lees de twee teksten en beantwoord de vraag over de hoofdgedachte.
Stap 3 Maak de drie oefeningen. Zoek in de drie teksten de zin die het best past bij de hoofdgedachte.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Lees een tekst en bepaal wat de hoofdgedachte en het schrijfdoel is.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer twee lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Tekstdoelen

Bestudeer de informatie in het volgende Kennisbankitem.


Maak de twee oefeningen.

Stap 2: Hoofdgedachte

Bestudeer de informatie in de Kennisbank.


Bekijk de video waarin je uitleg krijgt over het onderwerp en de hoofdgedachte.

Lees de volgende teksten. Beantwoord de vragen over de hoofdgedachte.

Stap 3: Oefenen!

Maak de drie oefeningen. Zo leer je steeds beter de hoofdgedachte van een tekst te bepalen.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht

Feest geven

Als eindopdracht bepaal je het schrijfdoel en de hoofdgedachte van de volgende tekst.
De tekst gaat over het geven van een feestje.

Feest
Je bent jarig of hebt iets anders te vieren en wilt thuis een feestje geven.
Maar, je weet niet zo goed waar je moet beginnen.
Wij helpen je op weg met een paar handige tips.

Bedenk eerst wat voor soort feestje je wilt geven.
Een etentje, een wild themafeest of een relaxte borrel, waar heb je zin in?
Neem in overweging hoeveel werk je eraan wilt hebben.
Een simpele borrel is sneller geregeld dan een uitgebreid diner of de aankleding van een themafeest.

De volgende stap is: wie ga je uitnodigen?
Afhankelijk van het soort feest, nodig je een klein groepje goede vrienden uit of je hele familie.
Houd hierbij rekening met de grootte van je huiskamer of als je een etentje geeft, met hoeveel mensen je aan je eettafel kwijt kunt.

Muziek bepaalt al snel de sfeer op je feestje.
In de kroeg staat er een dj te draaien maar thuis ben jij aan zet.
Ben je niet zo’n held in muziek uitkiezen en wil je voor iedereen wat wils?
Kies er dan voor een online playlist op bijvoorbeeld Spotify te maken.
Iedereen kan hieraan zijn eigen muziek toevoegen.

Bron: www.feest.nl/


Maak de opdracht.

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Kwam de uitleg over tekstsoorten en tekstdoelen je bekend voor?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je in een tekst die je leest, de hoofdgedachte bepalen?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Deze opdracht was een herhaling van lesstof die eerder behandeld is.
    Had je nog moeite met de lesstof of de oefeningen? Lees de Kennisbankitems dan nog een keer door.
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Was het gemakkelijk om de hoofdgedachte en het tekstdoel uit de tekst te halen?

 

Literatuur: Boekverslag 2

Literatuur - Boekverslag 2

Intro

In deze opdracht gaat het over het maken van een goed leesverslag of boekverslag.
In de opdracht Boekverslag 1 heb je er al wat over geleerd.

Maak voor jezelf een lijstje van de vijf mooiste boeken die je ooit hebt gelezen.
Welk boek staat bij jou met stip op nummer 1?

Van een van deze boeken uit je Top 5 ga je in de eindopdracht een boekverslag schrijven.
Overleg even met de docent of hij het boek ook geschikt vindt.

Kijk eerst deze video over het nut van lezen.
Wat vind jij nuttig aan het lezen van een boek?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de belangrijkste kenmerken van een boek opnoemen, die ik nodig heb om een leesverslag te maken;
  • enkele beoordelingswoorden herkennen, waarmee ik een boek kan beoordelen;
  • boekgegevens op de juiste wijze schrijven in mijn verslag;
  • zelf een goed leesverslag maken over een boek dat ik gelezen heb.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer de Kennisbankitems over leesverslag en beoordeling. Maak de oefening.
Stap 2 Je leest over de wijze waarop je boekgegevens in een verslag verwerkt. Maak de oefening, waarin je de boekgegevens corrigeert. Vergelijk je antwoord met een klasgenoot.
Stap 3 Je kunt al veel over een boek te weten komen zonder het te lezen. Hoe? Dat leer je hier. Vergelijk je antwoord met een klasgenoot.
Stap 4 Hoe geef je je mening over een boek? Lees de recensie. Markeer de woorden waaruit blijkt dat het om een recensie gaat.
Stap 5 Hoe kun je je leesverslag presenteren? Verschillende manieren worden besproken.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Je maakt nu zelf een leesverslag.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 lesuren nodig.
Daarbij is de tijd die je nodig hebt om het boek te lezen, niet meegerekend.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank de volgende twee onderwerpen.

Maak daarna de volgende opdracht.

 

Stap 2: Boekgegevens

Als je de boekgegevens op een rijtje wilt zetten in je verslag, doe dat dan in deze volgorde:

Voorbeeld:
Bodelo, J., Het leven van Pandora. Uitgeverij Lezema, Baarn 2009.

Dus:
Naam schrijver, Voorletter,  Titel boek, Uitgever, Plaats, Jaar.

Let op!
Vermeld de plaats of de uitgever.
Allebei mag, maar is niet verplicht. Wel het jaar!

Waarom op deze manier?
Het is een soort zoekafspraak.
Iemand die deze gegevens kent, kan het boek altijd vinden in een bibliotheek. 

Stap 3: Een boek verkennen

Zonder een boek helemaal gelezen te hebben, kun je al heel wat over het boek vertellen. Dat doe je door het boek 'te verkennen'.
Hier zie je de omslag van het boek 'Het leven van een Loser'.
Klik op de titel van het boek om een omschrijving van het boek op www.bol.com te vinden.
Je kunt het boek daar ook inkijken.

Stap 4: Beoordeling door een ander

Als je wilt weten wat de mening van anderen is over een bepaald boek, zoek je een recensie.
Een recensie is een leesverslag, waar het vooral om de mening gaat van een lezer.
Meestal is de recensent een lezer die verstand van boeken heeft. Hij of zij heeft meestal heel veel boeken gelezen.

In de oefening zie je een deel van een recensie van het boek 'De Pest' van Clem Matini. Kopieer de tekst in je leesverslag als voorbeeld.

Stap 5: Leesverslag maar dan anders

Er zijn veel manieren om een boek te bespreken. Je kunt een verslag schrijven of typen. Maar als je het nu eens anders wilt aanpakken, en je verslag op een niet-saaie manier wilt presenteren, probeer dan een van de mogelijke mogelijkheden.
Veel informatie over deze manieren van een boekverslag maken, kun je ook vinden in de Gereedschapskist.

Maak een Prezi
Met Prezi kun je je boekbespreking als een soort poster opzetten. Begin met de koppen van je bespreking: boekgegevens, schrijver, hoofdpersonen enz. Zoom heel sterk in op zo’n kop en schrijf daar je tekst. Gebruik ook afbeeldingen en bijvoorbeeld een YouTubevideo over je boek.
Kijk ook in de Gereedschapskist onder 'Presentatie geven'.
TIP: zorg dat de onderdelen samen een beeld vormen dat past bij het verhaal.
Of gebruik een afbeelding van de omslag als achtergrond.

Interview elkaar
Laat een klasgenoot jou interviewen over je boek. Vertaal de vaste onderdelen in vragen.
Het leukst is als je het boek allebei gelezen hebt, en elkaar kritische vragen kunt stellen!
Film je interview of neem het op.

Speel een fragment na
Sommige boeken hebben scènes die goed zijn na te spelen.
Zorg voor een inleiding waarin je de belangrijkste gegevens van boek, schrijver, gebeurtenissen en hoofdpersonen kort uitlegt.
De kijkers begrijpen dan waar het stuk over gaat. Na de voorstelling vertel je hoe het afloopt, en wat je mening is.

Gebruik PowerPoint
Iedereen vindt PowerPoint tegenwoordig saai, maar je kunt er geweldige dingen mee doen.
Juist bij een boekbespreking is het leuk om woorden en zinnen op een bijzondere manier te laten binnenkomen.
Of zoek een afbeelding die precies laat zien wat je bedoelt, maar zonder woorden. Je geeft de uitleg erbij.
Weet je al hoe je video’s in een PowerPointpresentatie kunt opnemen? Kijk ook in de Gereedschapskist onder 'Presentatie geven'.

Maak een poster
Je kunt een poster maken, waarop je allerlei details over je boek verwerkt.
Je kunt je poster heel veel sfeer meegeven door een juiste keuze van kleuren, vormen en achtergronden.

Film een scène
Voor de filmliefhebbers: speel een (belangrijke) scène na. Kom vooraf en achteraf zelf in beeld met toelichting.
Ook in tussentitels kun je informatie kwijt. Zorg voor juiste sfeer: muziek, locatie, geluiden.
Je kunt de video opnemen met de camera van je smartphone.

Gereedschapskist

Welkom bij de gereedschapskist. Hier vind je uitleg over alle werkvormen waarmee je je eindproducten maakt. Bij iedere werkvorm staat beschreven hoe je deze uitvoert, kun je inspiratiefilmpjes bekijken en vind je de beoordelingscriteria waaraan jouw product moet voldoen. Ook zie je welke digitale middelen je kunt gebruiken en aan welke vaardigheden je werkt tijdens het maken van je eindproduct. Veel succes!

 

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht: Leesverslag

Je hebt inmiddels genoeg tips en uitleg gehad over het maken van een leesverslag.
Je weet wat je moet doen en je hebt besloten hoe je het gaat doen.
Kies nu een boek uit je eigen Top 5. Overleg dit nog even met je docent

Weet je nog steeds niet welk boek je wilt bespreken, kijk dan bijvoorbeeld op de website van je bibliotheek, in de schoolbibliotheek of online, bijvoorbeeld op www.leesfeest.nl of hier: www.boekenzoeker.org.

Klaar?

Is je leesverslag klaar? Lees het nog even kritisch door. Kijk of je de boekgegevens goed vermeld hebt.
Lever je boekverslag daarna in bij je docent.

Beoordeling

Je docent beoordeelt het leesverslag op de volgende punten:

  • Feiten: Het verslag bevat de voornaamste feiten over het boek en de schrijver.
  • Inhoud: Het verslag bevat goede informatie over de personages, gebeurtenissen, tijd en plaats waar het verhaal zich afspeelt. Er staat ook iets in over het genre en de thematiek.
  • Opbouw: Het verslag gaat ook over de manier waarop het verhaal wordt verteld en over de stijl van de schrijver.
  • Mening: In het verslag geef je met goede argumenten en in duidelijke taal je eigen mening over dit boek.
  • Vormgeving: Het verslag ziet er goed verzorgd uit en je hebt weinig of geen taalfouten gemaakt.

Terugkijken

Intro

  • Hoe ziet jouw eigen top 5 van favoriete boeken eruit?
    Wat maakt het boek, wat op één staat, zo bijzonder?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je aangeven welke informatie je nodig hebt om een boek te beoordelen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort? 
    Hoeveel tijd kostte het om je boek te lezen?
  • Inhoud
    Had je al eens eerder een leesverslag gemaakt?
    Of was alles in deze opdracht nieuw voor je?
  • Eindopdracht
    Ben je tevreden over het leesverslag dat je hebt gemaakt?
    Geeft het een goede indruk over het door jou gelezen boek?

Afsluiting thema

Kennisbanken

Eindopdracht

Je gaat het thema afsluiten.
Je maakt een uitnodiging voor het feestje, dat je geeft ter ere van je verjaardag.

Feestje

Bedenk eerst wat voor soort feest het gaat worden.

  • Nodig je alleen vrienden uit of ook familie en/of kennissen?
  • Welke activiteiten vinden er plaats op het feestje? Wordt er gedanst of ....?
  • Hoeveel mensen nodig je uit?
  • Heb je thuis genoeg ruimte om die mensen te ontvangen? Of mag je van je ouders het feestje buiten de deur organiseren?

Uitnodiging

Je gaat voor je feestje een leuke, originele uitnodiging maken.

  • Hoe wil je dat de uitnodiging eruit ziet?
  • Hoe verstuur je de uitnodiging?
  • Klik hier voor tips en ideeën

Wat er in ieder geval op de uitnodiging moet staan:

  • de reden waarom je een feestje geeft
  • de datum en het tijdstip van je feestje
  • de locatie van het feestje.

Klaar?

Laat de uitnodiging zien aan een klasgenoot. Vraag om feedback.
Bekijk ook de uitnodiging van je klasgenoot. Geef op een goede manier commentaar.
Verwerk de feedback.

Beoordeling

Je docent zal je uitnodiging beoordelen op de volgende punten.

Inhoud:

  • Is de informatie op de uitnodiging duidelijk weergegeven?
  • Staat alle informatie erop vermeld?
  • Is de uitnodiging geschikt voor zowel familie als vrienden?
  • Zitten er geen taalfouten in de tekst van je uitnodiging?

Vorm:

  • Is de uitnodiging mooi vormgegeven?
  • Heb je een passende afbeelding toegevoegd?
  • Is te zien dat je er de nodige aandacht aan hebt besteed?

Examentraining

Examenvragen
Als toets maak je een heel examen.
Om de opdracht te kunnen maken heb je een Entree-account nodig.

Examen 2016-2

 

Meer oefenen?
Als je school deelneemt aan VO-content kun je verder oefenen met ExamenKracht.
Oefen daar ook met hele examens.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de Inleiding.
    Past de video in de inleiding goed bij het thema?
    Waarom liep dit feestje uit op rellen?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Vind je dat alle leerdoelen voldoende zijn behandeld in dit thema?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 13 uur met dit thema bezig zou zijn.
    Klopt dat met het aantal lessen dat je over dit thema hebt gehad?
     
  • Inhoud
    Van welke opdracht hebt je het meest geleerd? Kun je uitleggen waarom?
     
  • Eindopdracht
    Welke eindopdracht heb je gemaakt? De uitnodiging of het boekverslag?
    Ben je tevreden over het resultaat?
  • Het arrangement Thema: Feest vmbo-b34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    29-11-2025 10:10:51
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Werken en leren B' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de
    helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vmbo-b34. Na de examens is het tijd voor feest! In dit thema worden vier opdrachten gemaakt, waarbij in iedere opdracht een andere taalvaardigheid centraal staat. Zo komt het toepassen van briefconventies, het herkennen van tekstverbanden, het benoemen van schrijfdoelen en het schrijven van een boekverslag aan bod. De eindopdracht behorende bij dit thema is dezelfde als bij het thema 'vrienden en familie'. Er wordt een uitnodiging voor een feestje geschreven. Ook is er examentraining en een diagnostische toets beschikbaar. Veel succes!
    Leerniveau
    VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Lezen van zakelijke teksten (Nederlands); Nederlands; Schrijfvaardigheid; Literatuur; Lezen van fictionele teksten en literaire teksten (Nederlands); Leesvaardigheid;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    12 uur 30 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, boekverslag, briefconventies, examentraining, feest, nederlands, schrijfdoelen, stercollectie, uitnodiging schrijven, vmbo-b34

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Lezen - Tekstrelaties vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/74562/Opdracht__Lezen___Tekstrelaties__vmbo_b34

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Literatuur - Boekverslag 2 vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/76923/Opdracht__Literatuur___Boekverslag_2_vmbo_b34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Schrijven - Conventies vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/74561/Opdracht__Schrijven___Conventies__vmbo_b34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Schrijven - Herhaling: Doel en hoofdgedachte vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/74563/Opdracht__Schrijven___Herhaling__Doel_en_hoofdgedachte__vmbo_b34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.