Thema: Verkouden vmbo-b34

Thema: Verkouden vmbo-b34

Thema: Verkouden

Intro

Verkouden
Iedereen is weleens verkouden. Je snottert, niest, hoest en soms heb je ook koorts.
Wanneer je verkouden bent, ruik en proef je je eten niet goed. Je oren zitten dicht en je hoort niet goed. Op die manier kun je niet goed waarnemen.
Wat is er aan de hand?

Virussen en schadelijke bacteriën kunnen een verkoudheid veroorzaken.
Bacteriën en virussen veroorzaken infecties. De ziekteverwekkers komen je ademhalingsstelsel binnen.
In je lichaam planten ze zich voort. Gelukkig zorgt je lichaam er meestal zelf voor dat
de verkoudheid weer over gaat. Soms helpt een medicijn.

Dit thema gaat over infecties van het ademhalingsstelsel door bacteriën en virussen en
het waarnemen van geluid, geur en smaak.

Wat ga ik leren?

Kennis
Aan het eind van dit thema kan ik:

K9 Ademhalingsstelsel

  • De volgende onderdelen van ademhalingsstelsel in afbeeldingen aanwijzen: neusholte, keelholte, strottenklepje, luchtpijp, long, bronchiën, longblaasje.
  • De functie van de onderdelen van het ademhalingsstelsel beschrijven.
  • Omschrijven hoe het inademen en uitademen werkt.
  • Omschrijven hoe de gasuitwisseling tussen longblaasjes en het bloed verloopt.
  • Aangeven uit welke gassen lucht is opgebouwd.
  • Omschrijven wat astma is.

K11 Prikkels en impulsen

  • Omschrijven met welke zintuigen je welke prikkels kunt waarnemen.
  • De begrippen adequate prikkel, prikkeldrempel en gewenning omschrijven.
  • Omschrijven wat impulsen zijn.
  • Het verschil omschrijven tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex).

K11 Horen

  • De verschillende onderdelen van het oor in een afbeelding aanwijzen.
  • Van de verschillende onderdelen van het oor de functie omschrijven.
  • De werking van het oor uitleggen.
  • Het begrip geluidssterkte omschrijven en de maat voor geluidsterkte noemen.

K11 Ruiken en proeven

  • Aangeven welke organen een rol spelen bij het proeven.
  • De onderdelen van het reukzintuig in een afbeelding aanwijzen.
  • De functie van de onderdelen van het reukzintuig omschrijven.
  • De werking van de neus omschrijven.
  • De onderdelen van het smaakzintuig benoemen en hun functie omschrijven.
  • De werking van het smaakzintuig omschrijven.
  • De smaken die de tong kan waarnemen noemen.

K11 Zenuwstelsel

  • Benoemen uit welke onderdelen het zenuwstelsel bestaat.
  • De drie type zenuwcellen omschrijven.
  • De weg van de impulsen bij een bewuste reactie beschrijven.
  • Omschrijven wat een reflex is.
  • De weg van de impulsen bij een onbewuste reactie beschrijven.

K10 Infectie bacteriën en virussen en K9 Medicijnen

  • Minimaal twee voorbeelden van ziektes noemen die door infecties van bacteriën en virussen ontstaan.
  • Het nut van wel of niet toedienen van antibiotica bespreken.

Vaardigheden
Aan het eind van dit thema kan ik:

  • Een onderzoek/practicum uitvoeren en daarvan een verslag maken.
  • Het resultaat van een opdracht presenteren met behulp van een animatie.
  • Met de begrippen uit een opdracht een kruiswoordpuzzel maken.

Wat kan ik al?

Weet je het nog
Het thema Verkouden is het vijfde thema in leerjaar 3. De theorie uit enkele modules die je in de eerste thema's bent tegengekomen, heb je ook nodig bij de afsluiting van dit thema. Als je twijfelt of je het nog weet, klik de modules hieronder dan nog eens door.

Module

Dissimilatie

Module

Van cel tot orgaanstelsel

Module

Cellen van bacteriën

Module

Voedingsstoffen en voedingsmiddelen

Wat ga ik doen?

Het thema Verkouden bestaat uit de volgende onderdelen.
In de tabel staat per activiteit hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Activiteit

Aantal lessen

Inleiding

 

Wat kan ik straks?

0,5

Wat kun je al?

2

Wat ga ik doen?

0,5

Modules

 

Module: Ademhalingsstelsel

2

Module: Prikkels en impulsen

2

Module: Horen

2

Module: Ruiken en proeven

2

Module: Zenuwstelsel

2

Module: Infectie bacteriën en virussen

2

Afsluiting

 

Samenvattend

0,5

Eindopdracht: examenvragen Verkouden

0,5

Terugkijken

0,5

Totaal:

16 à 17

 

 

Modules

Ademhalingsstelsel

Ademhalingsstelsel

Intro

Let jij wel eens op hoe je ademt? Adem je snel of juist langzaam? Adem je door je neus of door je mond?

Uit onderzoek is gebleken dat mensen sneller ademen dan eigenlijk nodig is.
Hoe zit dat bij jou? Doe de ademhalingstest van Runiversity.

Vergelijk jouw resultaat met dat van een klasgenoot. Is jouw ademhaling in orde?

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze module kan ik:

  • de volgende onderdelen van ademhalingsstelsel in afbeeldingen aanwijzen: neusholte, keelholte, strottenklepje, luchtpijp, long, bronchiën, longblaasje.
  • de functie van de onderdelen van het ademhalingsstelsel beschrijven.
  • omschrijven hoe het inademen en uitademen werkt.
  • omschrijven hoe de gasuitwisseling tussen longblaasjes en het bloed verloopt.
  • aangeven uit welke gassen lucht is opgebouwd.
  • omschrijven wat astma is.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Activiteit

Stap 1

Je bestudeert het Kennisbankitem dat past bij dit onderdeel en test je kennis.

Stap 2

Bekijk de video over ademen en beantwoord de vragen.

Stap 3

Beantwoord de vragen over de longen.

Stap 4

Bekijk de video over Astma en beantwoord de vragen.

Stap 5

Maak een animatie waarin je laat zien dat het ademhalingsstelsel belangrijk is bij het maken van klanken, woorden en zinnen.

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Hier vind je de begrippenlijst die hoort deze module.

Examenopgaven

Maak de examenopgaven die passen bij de module.

Terugkijken

Terugkijken op de module.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 à 3 lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Ademhalingsstelsel
De cellen in je lichaam hebben voor de verbranding van voedingsstoffen zuurstof nodig.
Bij de verbranding komt koolstofdioxide vrij en dat gaat je lichaam weer uit.
Het ademhalingsstelsel zorgt hiervoor.
Bestudeer uit de Kennisbank biologie het onderdeel 'Ademhalingstelsel'.

Ademhalingsstelsel


Test je kennis
Beantwoord de volgende vragen over de theorie in de Kennisbank.

 

Stap 2: Ademhaling

Werk deze stap in tweetallen.
Bekijk drie filmpjes en beantwoord de vragen.
Lees voordat je gaat kijken steeds eerst de vragen goed door.

Filmpje 1:

Filmpje 2:

De mens moet ademhalen om het hele lichaam van zuurstof te voorzien.
In de lucht zit zuurstof. Als je inademt, komt er lucht met zuurstof in je longen.
Als je uitademt, gaat lucht zonder zuurstof je lichaam weer uit.

Bij een gewone ademhaling vinden rib- en middenrifademhaling beiden plaats.

Filmpje 3:

Je ademt zuurstof in en koolzuurgas uit. Zuurstof wordt via de longblaasjes afgegeven aan je bloed.
Dit noemen we gaswisseling. Als de zuurstof gebruikt is, gaat koolzuurgas vanuit het bloed
weer de longblaasjes in. Dit gas adem je weer uit.

Beantwoord nu de volgende vragen.

Stap 3: Longen

In de longen bevinden zich vele miljoenen longblaasjes. Al die longblaasjes samen vormen een heel groot oppervlak.
Als je alle longblaasjes uitstrekt, krijg je een oppervlak dat ongeveer even groot is als één speelhelft van een volleybalveld.

Maak de oefening.

Stap 4: Astma

Er zijn verschillende soorten astma en de ene astmapatiënt heeft er meer last van dan de ander. In alle gevallen is er sprake van een ontsteking van de luchtwegen. In de volgende video wordt astma uitgelegd:

Wanneer je longen gezond zijn, heb je geen problemen met ademhalen.
Maar mensen met astma hebben wel moeite met ademhalen. Ze krijgen veel minder lucht binnen dan iemand zonder astma.

Wil je weten hoe dat voelt? Adem dan eens door een rietje en houd je neus dicht. Probeer maar eens, wat valt je op?

Stap 5: Je stem

In de volgende twee video's krijg je informatie over de werking van je stem.

Kijk de video's en maak daarna samen met een klasgenoot de opdracht. 

Als je praat, zingt of lacht, knijpen je stembanden zich samen en beginnen je stemplooien te trillen.

Hoe werkt jouw stem? Hoe maak je klanken, woorden en zinnen? Je ademhalingsstelsel is hierbij belangrijk.
Maak in tweetallen een product waarin je het belang van de ademhaling voor het praten duidelijk maakt. Dit kan een presentatie zijn, maar ook een toneelstuk of een affiche. 

Kijk voor ideeën in de Gereedschapskist.

Gereedschapskist

Welkom bij de gereedschapskist. Hier vind je uitleg over alle werkvormen waarmee je je eindproducten maakt. Bij iedere werkvorm staat beschreven hoe je deze uitvoert, kun je inspiratiefilmpjes bekijken en vind je de beoordelingscriteria waaraan jouw product moet voldoen. Ook zie je welke digitale middelen je kunt gebruiken en aan welke vaardigheden je werkt tijdens het maken van je eindproduct. Veel succes!

 

Afronding

Begrippenlijst

Hier vind je de begrippenlijst die hoort bij deze opdracht.

Zuurstof
Molecuul bestaat uit twee zuurstofatomen; gas dat ontstaat bij fotosynthese in planten en nodig is voor verbranding.

Ademen
Opnemen van zuurstof en uitscheiden van koolstofdioxide (koolzuurgas), inademen en uitademen, met behulp van longen, kieuwen of tracheeën. Vorm van gaswisseling.

Inademen
Middenrif trek samen, borstkas wordt groter, longen zuigen lucht aan.

Uitademen
Middenrif ontspant, borstkas wordt kleiner, longen geleiden lucht naar buiten.

Longen
Organen die betrokken zijn bij het in- en uitademen en het opnemen van zuurstof en afgeven van koolstofdioxide.

Onderdeel van het ademhalingsstelsel. Uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide vindt plaats in de longen tussen longblaasjes en bloed.

Longvlies
Vlies dat samen met het borstvlies de longen met de ribbenkast verbindt, doordat de vliezen vacuüm aan elkaar zitten gezogen.

Borstvlies
Vlies dat samen met het longvlies de longen met de ribbenkast verbindt, doordat de vliezen vacuüm aan elkaar zitten gezogen.

Luchtpijp
Buis met kraakbeenringen die de mondholte verbindt met de bronchiën, waardoor lucht naar binnen en buiten stroomt.

Vertering
Het afbreken van voedsel tot kleine door het lichaam opneembare deeltjes.

Verbranding
Chemisch proces waarbij energie vrijkomt uit glucose en zuurstof.

Examenopgaven

Je hebt in deze module veel theorie bestudeerd en veel opdrachten gemaakt.
In de afsluiting ga je aan de slag met examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips

 

Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

Hier vind je de examens van biologie waarmee je kunt oefenen.

Examens vmbo-b34

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Bedenk bij alle leerdoelen een vraag en het antwoord op die vraag.

Hoe ging het?

  • Tijd
    Hoelang ben je met de opdracht bezig geweest?
    Heb je in die tijd alle stappen kunne doorlopen?
  • Inhoud
    Wat voor product heb je gemaakt in stap 5?
    Ben je tevreden met het resultaat? Hoe verliep de samenwerking? Wat zou je de volgende keer anders doen?
  • Examenopgaven
    Heb je de examenopgaven gemaakt? Ging het goed?

Prikkels en impulsen

Prikkels en impulsen

Intro

Om ergens op te reageren heb je een prikkel nodig. Een prikkel kan bijvoorbeeld het geluid van je telefoon zijn.

Maar op welke manier wordt deze prikkel dan verwerkt door je lichaam?
Daarover gaat deze module.

Kijk voor je verder gaat met deze module eerst de volgende video.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze module kan ik:

  • omschrijven met welke zintuigen men welke prikkels kan waarnemen.
  • de begrippen adequate prikkel, prikkeldrempel en gewenning omschrijven.
  • omschrijven wat impulsen zijn.
  • het verschil omschrijven tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex).

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Activiteit

Stap 1

Je bestudeert het Kennisbankitem dat past bij dit onderdeel en test je kennis.

Stap 2

Maak een kruiswoordpuzzel met begrippen die te maken hebben met prikkels en impulsen.

Stap 3

Test je eigen zintuigen. Zie je wat je moet zien?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Hier vind je de begrippenlijst die hoort deze module.

Examenopgaven

Maak de examenopgaven die passen bij de module.

Terugkijken

Terugkijken op de module.


Tijd
Voor deze opdracht heb je twee lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Met je oren, tong, neus en huid kun je prikkels waarnemen.
Deze waarnemingen worden doorgegeven aan de hersenen en dat maakt het mogelijk dat je kan reageren op de waarnemingen.

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het onderdeel 'Prikkels en impulsen'.

Prikkels en impulsen


Test je kennis
Beantwoord de volgende vragen over de theorie in de Kennisbank.

Stap 2: Puzzelen

Je gaat een eigen kruiswoordpuzzel maken met begrippen die te maken hebben met prikkels en impulsen. Als titel gebruik je: “Prikkels en impulsen.”
Gebruik de volgende woorden.

zintuigen

tong

geur

prikkeldrempel

adequate

zintuigcellen

impulsen

zenuwen

hersenen

reflex

bewust

gewenning


Gebruik de tips en tools uit de Gereedschapskist bij het maken van de puzzel.

Klaar?
Laat jouw puzzel maken door je klasgenoten en door je docent.
In de Gereedschapskist vind je beoordelingscriteria.

Kruiswoordpuzzel maken

Bij een kruiswoordpuzzel vul je de letters van woorden in vakjes in.  

 

Stap 3: Waarnemen

Afronding

Begrippenlijst

Hier vind je de begrippenlijst die hoort bij deze opdracht.

Prikkel
Vanuit het lichaam zelf of van buitenaf afkomstige informatie. Bijvoorbeeld het voelen van pijn of het horen van geluid.
Zintuig
Orgaan dat een verandering in de omgeving kan waarnemen en signalen doorgeeft aan delen van het zenuwstelsel.
Adequate prikkel
De bepaalde prikkel waar een bepaald zintuig gevoelig voor is, noem je de adequate prikkel.
Gezichtszintuig
Orgaan met zintuigcellen die licht registreren/waarnemen, waardoor je kunt zien. Ook wel ogen genoemd.
Gehoorzintuig
Orgaan met zintuigcellen die geluidstrillingen registreren/waarnemen, waardoor je kunt horen. Ook wel oren genoemd.
Reukzintuig
Orgaan met reukzintuigcellen die geuren kunnen waarnemen, waardoor je kunt ruiken. Ook wel neus genoemd.
Smaakzintuig
Orgaan met smaakzintuigcellen die smaken kunnen waarnemen, waardoor je kunt proeven.
Gevoelszintuig
Tastzintuigen, drukzintuigen, warmtezintuigen en koudezintuigen, o.a. in de huid, geven informatie door aan het zenuwstelsel over gevoel.
Zintuigcellen
Zintuigen bestaan uit zintuigcellen. In deze cellen worden prikkels omgezet in impulsen.
Impulsen
Elektrische stroompjes die door zintuigcellen worden doorgegeven aan zenuwcellen.
Reflex
Een zeer snelle reactie van het zenuwstelsel, waarbij het signaal in eerste instantie niet via de hersenen verloopt, maar alleen via het ruggenmerg.
Prikkeldrempel
De waarde van een prikkel die nog net omgezet wordt in een impuls en dus waargenomen wordt.
Gewenning
Het hoger worden van de prikkeldrempel voor een bepaalde drempel door een constante aanvoer ervan.
Hersenen
Een buitengewoon ontwikkeld orgaan, dat alle gevoelens, het bewustzijn en alle mogelijkheden om iets te doen bevat.

Examenopgaven

Je hebt in deze module veel theorie bestudeerd en veel opdrachten gemaakt.
In de afsluiting ga je aan de slag met examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips

 

Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

Hier vind je de examens van biologie waarmee je kunt oefenen.

Examens vmbo-b34

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je ongeveer twee uur met de opdracht bezig geweest?
    Welke stap kostte het meeste tijd? En met welke stap was je zo klaar?
  • Inhoud
    Vond je het leuk om een puzzel te maken?
    Heb je de begrippenlijst gebruikt bij het maken van de puzzel?
  • Examenopgaven
    Heb je de examenopgaven gemaakt? Ging het goed?

Horen

Horen

Intro

Je oren heb je om te horen. Dat klinkt simpel, maar zo is het toch echt!

Je gehoor zorgt ervoor dat je gesprekken kunt voeren, muziek kunt luisteren maar ook dat je je bijvoorbeeld veilig door het verkeer kunt bewegen.

In de video van SchoolTV hoor je hoe het gehoor werkt.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze module kan ik:

  • de verschillende onderdelen van het oor in een afbeelding aanwijzen.
  • van de verschillende onderdelen van het oor de functie omschrijven.
  • de werking van het oor uitleggen.
  • het begrip geluidssterkte omschrijven en de maat voor geluidsterkte noemen (decibel).

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Activiteit

Stap 1

Je bestudeert het Kennisbankitem dat past bij dit onderdeel en test je kennis.

Stap 2

Doe de toepassing 'Bouw van het oor'.

Stap 3

Bekijk de video en onderzoek hoe het geluid zijn weg vindt.

Stap 4

Bekijk in de video wat klaren is.

Stap 5

Doe een hoortest.

Stap 6

Beantwoord de vragen over een oorontsteking.

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Hier vind je de begrippenlijst die hoort deze module.

Examenopgaven

Maak de examenopgaven die passen bij de module.

Terugkijken

Terugkijken op de module.


Tijd
Voor deze opdracht heb je twee lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Uit welke onderdelen het gehoorzintuig bestaat en over de functie van die verschillende onderdelen gaat het item 'Horen' van de Kennisbank biologie.

Horen


Test je kennis
Beantwoord de volgende vragen over de theorie in de Kennisbank.

Stap 2: Bouw van het oor

Weet je na het bestuderen van het Kennisbankitem hoe het oor in elkaar zit?
Doe de toepassing op het werkblad.

 

Toepassing Het oor

  • Download dan het werkblad Bouw oor.
    Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Schrijf de namen van de onderdelen op de juiste plaats.
  • Gebruik de informatie in de Kennisbank om je antwoorden te checken.

 

Stap 3: Geluid

Dankzij je oren kun je van alles horen.
Voordat je ook daadwerkelijk het geluid hoort, is er veel gebeurd met de geluidsgolf die het oor binnenkomt.

Kijk maar eens naar de volgende video. 

Horen doe je met je oren: logisch.
Maar geluid is een knap staaltje samenwerking tussen je hersenen en je oren.

Doe nu de volgende toepassing op het werkblad.

Toepassing De weg van het geluid

  • Download dan het werkblad Weg van het geluid.
    Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde.
  • Gebruik de informatie in de Kennisbank om je antwoorden te checken.


Geluidsterkte

Mensen hebben de afspraak gemaakt dat het zachtste geluid dat mensen nog kunnen horen 3 decibel is. Het zachtste geluid dat mensen kunnen horen wordt wel de gehoordrempel genoemd. De geluidssterkte kun je meten met een decibelmeter.

De geluidssterkte van een stofzuiger is ongeveer 70 decibel. Als twee stofzuigers twee keer zo veel geluid maken, zou je verwachten dat de geluidssterkte 140 decibel is, maar dat is niet zo. Als geluid twee keer zo hard is, komen er 3 decibel bij. Dus als één stofzuiger 70 decibel aan geluid produceert, produceren twee stofzuigers 73 decibel aan geluid.
Onthoud: Als de geluidssterkte verdubbeld komt er 3 decibel bij.

Doe de volgende sleepoefening.

Stap 4: Klaren

Heb je weleens zo'n druk op je oren gevoeld dat het pijn doet?
Het kan je overkomen in een vliegtuig als je verkouden bent, maar ook bij het duiken.
Hoe kun je die pijn voorkomen? Deze video laat het zien.

 

Stap 5: Gehoortest

Ronald Ligtenberg leidde lange tijd het snelle, hippe leven.  Uiteindelijk bracht dat hem geen voldoening.

Ronald ging evenementen organiseren die alle zintuigen prikkelen.
Dansavonden voor doven en horenden. Avonden waarbij iedereen uit z'n dak gaat.

Hoe dat er uitziet?
Dat zie je in de volgende video.

Te veel geluid kan gehoorbeschadiging tot gevolg hebben.
Bekijk de volgende video:



Muziek laat de trilharen in het slakkenhuis lekker swingen.
Maar bij een te hard geluid knakken de haartjes.

Doe de Nationale hoortest en de MP3-test op de site van oorcheck.

Bespreek de resultaten met een klasgenoot.
Hebben jullie iets van de testjes geleerd?

Stap 6: Oorontsteking

Bekijk de video. Lees voor het kijken eerst de vragen onder de video door. De antwoorden hoor je (deels) in de video. 

 

Afronding

Begrippenlijst

Hier vind je de begrippenlijst die hoort bij deze opdracht.

Geluid
Geluid is een trilling van de lucht.

Trommelvlies
Deel van het oor; het vlies gaat trillen door geluidstrillingen en geeft deze trillingen door aan de gehoorbeentjes.

Gehoorbeentjes
Drie kleine botjes in het middenoor, die geluidstrillingen doorgeven aan het slakkenhuis.

Hamer
Gehoorbeentje dat de trilling doorgeeft van trommelvlies naar aambeeld.

Aambeeld
Gehoorbeentje dat de trilling doorgeeft van hamer naar stijgbeugel.

Stijgbeugel
Gehoorbeentje dat de trilling doorgeeft van aambeeld naar vlies/venster.

Slakkenhuis
Deel van het binnenoor, gevuld met vloeistof. Het ontvangt geluidstrillingen van de gehoorbeentjes en zet deze om in elektrische signalen. Zintuigcellen in het slakkenhuis geven de signaaltjes door aan de gehoorzenuw.

Impulsen
Elektrische stroompjes die door zintuigcellen worden doorgegeven aan zenuwcellen.

Gehoorzenuw
Geeft impulsen van het oor door aan de grote hersenen.

Gehoorcentrum
Deel van de hersenen dat impulsen van de gehoorzenuw verwerkt.

Hersenen
Een buitengewoon ontwikkeld orgaan dat alle gevoelens, het bewustzijn en alle mogelijkheden om iets te doen bevat.

Decibel
De eenheid waarin geluidssterkte wordt uitgedrukt.

Buis van Eustachius
Buis die het binnenoor verbindt met de keelholte. Door slikken of geeuwen kun je je oren 'klaren': lucht wordt dan aan- of afgevoerd en daarbij wordt de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies gelijk.

Evenwichtszintuig
Met vloeistof gevulde kanalen vlak bij het slakkenhuis; het verzamelt informatie over bewegingen van het lichaam en houdt het lichaam in evenwicht.

Trilharen
'Haartjes' op slijmvliescellen, o.a. neusslijmvlies, die ervoor zorgen dat vuil, slijm en ziekteverwekkers naar buiten worden gewerkt. Bijvoorbeeld in de luchtpijp: ziekteverwekkers komen via de trilharen in de mondholte, waar je ze inslikt. In de maag worden de ziekteverwekkers onschadelijk gemaakt.

Horen
Het waarnemen van geluid (hoog/laag, hard/zacht) met de oren (gehoorzintuig).

Trillingsfrequentie
Het aantal trillingen per seconde. Bijvoorbeeld: 10000 trillingen per seconde. Hoe hoger de toon, hoe hoger de trillingsfrequentie.

Examenopgaven

Je hebt in deze module veel theorie bestudeerd en veel opdrachten gemaakt.
In de afsluiting ga je aan de slag met examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips

 

Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

Hier vind je de examens van biologie waarmee je kunt oefenen.

Examens vmbo-b34

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Ga bij ieder leerdoel na of je kunt wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je inderdaad 2 uur met de opdracht bezig geweest?
  • Inhoud
    Hoe is de gehoortest verlopen? Ben je tevreden over de uitkomst?
  • Begrippenlijst
    Kijk in de begrippenlijst of alle begrippen uit de opdracht beschreven zijn.
  • Examenopgaven
    Heb je de examenopgaven gemaakt? Ging het goed?

Ruiken en proeven

Ruiken en proeven

Intro

Ruiken en proeven doe je elke dag. Maar wist je dat je daarvoor ook je ogen gebruikt?
Kijk maar eens naar de erwtjes in de peul op de afbeelding.

Als je moest kiezen, kies je waarschijnlijk voor de groene.
Je hersenen koppelen een erwtje automatisch aan groen in plaats van de andere kleuren.

Eten heeft dus niet alleen met ruiken en proeven te maken, maar ook met je ogen en dus ook je hersenen!

In deze module gaan we het hebben over ruiken en proeven.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze module kan ik:

  • aangeven welke organen een rol spelen bij het proeven.
  • de onderdelen van het reukzintuig in een afbeelding aanwijzen.
  • de functie van de onderdelen van het reukzintuig omschrijven.
  • de werking van de neus omschrijven.
  • de onderdelen van het smaakzintuig benoemen en hun functie omschrijven.
  • de werking van het smaakzintuig omschrijven.
  • de smaken die de tong kan waarnemen noemen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Activiteit

Stap 1

Je bestudeert het Kennisbankitem dat past bij dit onderdeel en test je kennis.

Stap 2

Beantwoord de vragen over de video over speurhonden.

Stap 3

Doe het onderzoek 'Hoe goed kun je proeven?'.

Stap 4

Schrijf een verslag bij het practicum 'Smaak'.

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Hier vind je de begrippenlijst die hoort deze module.

Examenopgaven

Maak de examenopgaven die passen bij de module.

Terugkijken

Terugkijken op de module.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 à 3 lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Proeven doe je met je tong, maar niet alleen met je mond.
Ook je reukzintuig speelt daarbij een belangrijke rol.

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het onderdeel 'Ruiken en proeven'.

Ruiken en proeven


Test je kennis
Beantwoord de volgende vragen over de theorie in de Kennisbank.

Stap 2: Speurhond

Bij honden is de reuk het meest ontwikkelde zintuig.
Honden gebruiken de neus bij het volgen van een spoor of het opsporen van bepaalde voorwerpen.
Dit filmpje gaat over het werk van speurhonden van de politie.

Bekijk de video en beantwoord daarna de vragen. Lees eventueel de vragen alvast door voor je de video kijkt. 

 

Stap 3: Hoe goed kun jij proeven

Deze stap werk je in tweetallen.

De zintuigcellen in de smaakknopjes kunnen vijf soorten smaakstoffen waarnemen:

zoet, zuur, zout, bitter en umami.

Als je eet en drinkt lossen de smaakstoffen gedeeltelijk op in het speeksel. Ze komen in contact met de smaakknopjes. Via de zenuwen gaan er impulsen van de zintuigcellen naar de hersenen en zo wordt het mogelijk om een smaak te proeven.

Suiker is een zoete smaak die je waarneemt met de smaakzintuigen die in je tong zitten.
Je maakt zelf een zes oplossingen met suiker, waarbij je steeds minder suiker gebruikt.

Je onderzoekt bij welke hoeveelheid suiker, je geen suiker meer proeft.

Onderzoek: Hoe goed kun je proeven?

  • Download de onderzoeksopzet Hoe goed kun je proeven?.
    Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Lees de onderzoeksopzet een keer helemaal door.
  • Zoek de benodigdheden bij elkaar.
  • Maak gebruik van de informatie in de Gereedschapskist.
  • Voer het onderzoek uit zoals beschreven onder de werkwijze.
  • Maak het onderzoeksverslag.
  • Beoordeel eerst samen het onderzoeksverslag.
  • Laat het verslag vervolgens beoordelen door jullie docent.

Natuurwetenschappelijk verslag maken

Schrijf je een verslag van een onderzoek voor biologie of NaSk, dan wordt dit een natuurwetenschappelijk verslag genoemd. Het is hierbij vooral belangrijk dat het doel van je onderzoek en de manier waarop je het uitvoert zo duidelijk mogelijk wordt weergegeven. Het schrijven van zo’n verslag gebeurt in verschillende stappen.

 

Stap 4: Je smaakzintuig werkt niet alleen

Smaak neem je waar met je smaakzintuigen in je tong zitten. Toch is niet helemaal waar.
Welke rol spelen andere zintuigen bij het waarnemen van smaak?
Kijk eerst eens of je antwoord kunt geven op deze drie vragen.

Je onderzoekt wat de invloed van andere zintuigen is op de smaak.

Practicum Smaak

  • Download de onderzoeksopzet Smaak.
    Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
    of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Lees de onderzoeksopzet een keer helemaal door.
  • Zoek de benodigdheden bij elkaar.
  • Maak gebruik van de informatie in de Gereedschapskist.
  • Voer het onderzoek uit zoals beschreven onder de werkwijze.
  • Maak het onderzoeksverslag.
  • Beoordeel eerst samen het onderzoeksverslag.
  • Laat het verslag vervolgens beoordelen door jullie docent.

Natuurwetenschappelijk verslag maken

Schrijf je een verslag van een onderzoek voor biologie of NaSk, dan wordt dit een natuurwetenschappelijk verslag genoemd. Het is hierbij vooral belangrijk dat het doel van je onderzoek en de manier waarop je het uitvoert zo duidelijk mogelijk wordt weergegeven. Het schrijven van zo’n verslag gebeurt in verschillende stappen.

 

Afronding

Begrippenlijst

Hier vind je de begrippenlijst die hoort bij deze opdracht.

Reukzintuig
Een zintuig; orgaan met reukzintuigcellen die geuren kunnen waarnemen, waardoor je kunt ruiken'.

Neusholte
Onderdeel van het ademhalingsstelsel.

Neusslijmvlies
Laagje slijm dat de neusholte bedekt en waarin de geurstoffen oplossen die via het neusgat de holte binnenkomen.

Smaakzintuig
Een zintuig; orgaan met smaakzintuigcellen die smaken kunnen waarnemen, waardoor je kunt proeven.

Proeven
Het waarnemen van smaken met een tong (smaakzintuig).

Smaakstoffen
Er zijn vijf soorten smaakstoffen; zoet, zuur, zout, bitter en umami.

Speeksel
Verteringssap, aangemaakt in speekselklieren; bestaat uit water, slijm en enzymen voor de vertering.

Ruiken
Het waarnemen van geur met een neus (reukzintuig).

Reukharen
Kleine, dunne haartjes in de neus. Reukharen kunnen geurstoffen waarnemen die zijn opgelost in het reukslijmvlies.

Groef
Ruimte op de tong waarin de opgeloste vloeistof stroomt.

Smaakknopje
Kan prikkels omzetten in impulsen. De impulsen gaan via zenuwen naar het centrale zenuwstelsel.

Zenuw
Geeft impulsen door naar de hersenen.

Zintuigcel
Kan prikkels omzetten in impulsen. De impulsen gaan via zenuwen naar het centrale zenuwstelsel.

Examenopgaven

Je hebt in deze module veel theorie bestudeerd en veel opdrachten gemaakt.
In de afsluiting ga je aan de slag met examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips

 

Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

Hier vind je de examens van biologie waarmee je kunt oefenen.

Examens vmbo-b34

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Heb je binnen de aangegeven tijd alle stappen kunnen doorlopen?
    Heb je beide practica gedaan?
  • Inhoud
    Wat vond je van het practicum 'Smaak'?
    Vond je de uitkomst verrassend of had je de uitkomst wel verwacht?
  • Examenopgaven
    Heb je de examenopgaven gemaakt? Ging het goed?

Zenuwstelsel

Zenuwstelsel

Intro

Weet jij waarom je je hand wegtrekt als je je vinger brandt? Dat heeft alles te maken met reflexen en prikkels.

Kijk maar eens naar de volgende video van SchoolTV. Maak daarna deze module.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze module kan ik:

  • benoemen uit welke onderdelen het zenuwstelsel bestaat.
  • de drie type zenuwcellen omschrijven.
  • de weg van de impulsen bij een bewuste reactie beschrijven.
  • omschrijven wat een reflex is.
  • de weg van de impulsen bij een onbewuste reactie beschrijven.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Activiteit

Stap 1

Je bestudeert het Kennisbankitem dat past bij dit onderdeel en test je kennis.

Stap 2

Bekijk de video en doe de oefening 'Bewuste reactie'.

Stap 3

Beantwoord de vragen over de video 'Reflexen'.

Stap 4

Doe de oefening op het werkblad 'Kniepeesreflex'.

Stap 5

Welke reflexen heeft een pasgeboren baby al? Onderzoek het in deze stap.

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Hier vind je de begrippenlijst die hoort deze module.

Examenopgaven

Maak de examenopgaven die passen bij de module.

Terugkijken

Terugkijken op de module.


Tijd
Voor deze opdracht heb je twee lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

In de module 'Zenuwstelsel' leer je welke zenuwcellen er zijn en hoe die cellen prikkels waarnemen, doorgeven aan de hersenen en hoe ze je spieren aan het werk zetten.

Bestudeer uit de Kennisbank biologie het volgende onderdeel.

Zenuwstelsel


Test je kennis
Beantwoord de volgende vragen over de theorie in de Kennisbank.

Stap 2: Bewuste reactie

Je lichaam bestaat uit een netwerk van zenuwen.
Berichten worden van en naar de hersenen gestuurd. 
Hoe dat werkt, zie je in de video. 

Maak nu van stap 1 t/m stap 6 een stripverhaal.
Laat op elk plaatje zien wat er met welke zenuwen gebeurt.

Stripverhaal maken

Met een stripverhaal kun je een kort verhaal in beeld brengen. Je maakt een combinatie van tekst en beeld door je verhaal uit te werken in tekeningen met tekstballonnen.        

 

Stap 3: Reflex

Bij een reflex volgt op een bepaalde prikkel een snelle reactie,
zonder dat er een bewustwording plaatsvindt.
Hoe dat werkt zie je weer in de volgende video. 

Stap 4: Kniepeesreflex

Kniepeesreflex
Als iemand met een hamertje op je kniepees slaat, gaat je onderbeen
vanzelf omhoog. Dit is bekend als de kniepeesreflex.
In de volgende toepassing ga je uitzoeken hoe de kniepeesreflex werkt.

Werkblad Kniepeesreflex

  • Download het werkblad Kniepeesreflex.
    Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...)
    of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Lees het werkblad een keer helemaal door.
  • Doe de opdracht op het werkblad.
  • Overleg met je docent over de beoordeling.


Doe nu ook de volgende oefening.

Stap 5: Reflexen bij een baby

Werk deze stap in tweetallen.
Een pasgeboren baby heeft een aantal reflexen. Het zijn de overlevingstrucjes van de natuur.
Deze reflexen verdwijnen wanneer de baby drie maanden oud is.​

Afronding

Begrippenlijst

Hier vind je de begrippenlijst die hoort bij deze opdracht.

Prikkel
Vanuit het eigen lichaam of van buitenaf afkomstige informatie.

Zintuig
Orgaan dat een verandering in de omgeving kan waarnemen en signalen doorgeeft aan delen van het zenuwstelsel (zenuwcellen).

Adequate prikkel
De bepaalde prikkel waar een bepaald zintuig gevoelig voor is.

Gezichtszintuig
Orgaan met zintuigcellen die licht registreren/waarnemen, waardoor je kunt zien. Ook wel ogen genoemd.

Gehoorzintuig
Orgaan met zintuigcellen die geluidstrillingen registreren/waarnemen, waardoor je kunt horen. Ook wel oren genoemd.

Reukzintuig
Orgaan met reukzintuigcellen die geuren kunnen waarnemen, waardoor je kunt ruiken. Ook wel neus genoemd.

Smaakzintuig
Orgaan met smaakzintuigcellen die smaken kunnen waarnemen, waardoor je kunt proeven.

Gevoelszintuig
Tastzintuigen, drukzintuigen, warmtezintuigen en koudezintuigen, o.a. in de huid, geven informatie door aan het zenuwstelsel over gevoel.

Zintuigcellen
Zintuigen bestaan uit zintuigcellen. In deze cellen worden prikkels omgezet in impulsen.

Impulsen
Elektrische stroompjes die door zintuigcellen worden doorgegeven aan zenuwcellen.

Reflex
Een zeer snelle reactie van het zenuwstelsel, waarbij het signaal in eerste instantie niet via de hersenen verloopt, maar alleen via het ruggenmerg.

Prikkeldrempel
De waarde van een prikkel die nog net omgezet wordt in een impuls en dus waargenomen wordt.

Gewenning
Het hoger worden van de prikkeldrempel voor een bepaalde drempel door een constante aanvoer ervan.

Gevoelszenuwcellen
Zenuwcellen die impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel brengen.

Schakelcellen
Zenuwcellen die impulsen van de ene naar de andere zenuwcel brengen.

Bewegingszenuwcellen
Zenuwcellen die impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en/of klieren brengen.

Hersenen
Een buitengewoon ontwikkeld orgaan, dat alle gevoelens, het bewustzijn en alle mogelijkheden om iets te doen bevat.

Examenopgaven

Je hebt in deze module veel theorie bestudeerd en veel opdrachten gemaakt.
In de afsluiting ga je aan de slag met examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips

 

Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

Hier vind je de examens van biologie waarmee je kunt oefenen.

Examens vmbo-b34

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Heb je alle stappen in 2 uur kunnen doorlopen?
  • Inhoud
    Je hebt al eerder een opdracht over het zenuwstelsel gemaakt.
    Wist je alles nog? Schrijf één ding op wat nieuw voor je was.
  • Begrippenlijst
    Kijk of je alle begrippen in de begrippenlijst in de opdracht bent tegengekomen.
  • Examenopgaven
    Heb je de examenopgaven gemaakt? Ging het goed?

Infectie bacteriën en virussen / Infecties

Infectie bacteriën en virussen

Intro

In het voorjaar van 2020 raakt de wereld in de ban van het Coronavirus.

De meeste landen in de wereld en ook Nederland gaan op slot.

Scholen gaan dicht, winkels hebben beperkte toegang en mensen mogen niet meer samenkomen.
Een periode die grote impact heeft op iedere burger van ons land.

Maar wat is eigenlijk de invloed van een virus op je lichaam? Hoe maakt een virus je ziek?
Dat ga je in deze module ontdekken.

Kijk eerst in de volgende video van SchoolTV naar de uitleg over ziek worden door Corona.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze module kan ik:

  • minimaal twee voorbeelden van ziektes noemen die door infecties van bacteriën en virussen ontstaan.
  • het nut van wel of niet toedienen van antibiotica bespreken.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag

Stap

Activiteit

Stap 1

Je bestudeert het Kennisbankitem dat past bij dit onderdeel en test je kennis.

Stap 2

Bekijk de video en beantwoord de vragen.

Stap 3

Onderzoek waarom hygiëne (bijvoorbeeld op de wc) zo belangrijk is.

Stap 4

Beantwoord de vragen 'Vaccinatie, antibioticum of uitzieken'?

Afronding

Onderdeel

Activiteit

Samenvattend

Hier vind je de begrippenlijst die hoort deze module.

Examenopgaven

Maak de examenopgave die past bij de module.

Terugkijken

Terugkijken op de module.


Tijd
Voor deze opdracht heb je twee lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bekijk de video:

Een dagje niet lekker? Misschien meld je je ziek met griep.
Maar van échte griep ben je zeker een week ziek.
De enige oplossing voor échte ziek is uitzieken.

Bacteriën en virussen vormen een constante bedreiging voor onze gezondheid.
Deze ziekteverwekkers kunnen het lichaam op verschillende manier binnendringen.

Voor deze opdracht bestudeer je volgende onderdeel van de Kennisbank.

Infectie bacteriën en virussen


Test je kennis
Beantwoord de volgende vragen over de theorie in de Kennisbank.

 

Stap 2: Bacterie vs virus

Bacteriën en virussen...Je kunt van allebei goed ziek worden!

Allebei vervelend, maar wat is eigenlijk het verschil tussen die twee?
Kijk de volgende video. Beantwoord daarna de vragen onder de video. 

Stap 3: WC-situatie

Bacteriële infectie en hygiëne

In 2013 haalde dj’s van 3FM geld op voor het Rode Kruis tijdens Serious Request. Hiermee vroegen ze aandacht voor het belang van schoon drinkwater en goed sanitair. Iedere dag sterven ruim 70 volle schoolklassen per dag, oftewel 2.200 kinderen, aan diarree.

Wat weet jij al over het krijgen en voorkomen van diarree?

Bekijk de volgende twee clips:

Iedere 20 seconden sterft er ergens op de wereld een kind door slechte hygiëne of door ondervoeding.

In Nepal zijn mensen erg arm.
Ze hebben geen geld voor voedsel en geen schoon drinkwater.
Veel mensen sterven doordat de hygiëne slecht is.
Op school leren kinderen hoe ze om moeten gaan met hygiëne.

WC-situatie

Diarree ontstaat vaak door virussen of bacteriën. Deze ziekteverwekkers komen het lichaam binnen via besmet water of bedorven voedsel. Ook kun je besmet raken door contact met ontlasting van iemand die diarree heeft.

De hele dag door kom je met bacteriën en virussen in aanraking, deze zitten dan ook vaak op je handen.
Je handen zijn een ideale plek voor bacteriën en virussen om zich te verspreiden.
Je handen raken namelijk voortdurend die dingen aan waar andere mensen ook met hun handen aan zitten: deurklinken, lichtknopje van de wc, kranen, toetsenborden, telefoons. Door goede sanitaire voorzieningen (schone wc en zeep om je handen te wassen) heb je minder kans om diarree te krijgen.

Hoe is de situatie op je eigen school?

Je gaat samen met een klasgenoot een beeldverslag maken, bijvoorbeeld via Instagram, pixlr of prezi.
Of je maat een filmpje met je mobiel over de 'wc-situatie' bij jullie op school.
In het beeldverslag/filmpje verwerk je de antwoorden op de vragen hieronder.
Wat wordt er gedaan rond toiletgebruik en handen wassen bij jou op school?

Beantwoord de volgende vragen.

Video maken

Video kan voor veel dingen gebruikt worden bijvoorbeeld om iets uit te leggen, een project te evalueren of mensen te interviewen.        

 

Stap 4: Vaccinatie, antibiotica, uitzieken

Antibiotica

Vaccinatie, antibioticum of uitzieken?

Vooral bij ziekten waarvoor je geen medicijnen krijgt moet je vaak wat langer geduld hebben, voordat het over gaat. Je lichaam maakt zelf antistoffen, maar neemt daar wel de tijd voor. Daar zit jij niet altijd op te wachten.

Bekijk de video en maak daarna de vragen na de video. 

 

Afronding

Begrippenlijst

Hier vind je de begrippenlijst die hoort bij deze opdracht.

Virus
Een virus is een hoeveelheid erfelijk materiaal, gewoonlijk ingesloten in een omhulsel van eiwit. Virussen verschillen van bacteriën en andere levensvormen doordat ze zich niet onafhankelijk kunnen voortplanten. Veel virussen zijn ziekteverwekkend.

Bacterie
Een eencellig organisme dat zich snel kan delen. Bacteriën zitten overal en kunnen nuttig en schadelijk zijn. Je kunt ze met het blote oog niet zien. Van bacteriën kun je ziek worden.

Tetanus
Tetanus is een ernstige besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door een bacterie. De bacterie kan het lichaam binnenkomen via een wond.

Steriel
Steriel betekent dat alle organismen gedood zijn.

SOA
Als mensen onbeschermd geslachtsgemeenschap hebben, kunnen ze bacteriën, schimmels en virussen overdragen. Zulke ziektes noem je seksueel overdraagbare aandoeningen (soa).

Tuberculose
Tuberculose kun je krijgen door het inademen van tuberculosebacteriën. Bij iemand met tuberculose zwellen de lymfeklieren op. Het gevolg is veel hoesten, soms met bloed.

Antibiotica
Antibiotica zijn medicijnen tegen een ontsteking door bacteriën. Antibiotica helpen niet tegen een ontsteking door virussen. Antibiotica kunnen bijwerkingen geven, zoals misselijkheid en rode huiduitslag.

 

Examenopgaven

Je hebt in deze module veel theorie bestudeerd en veel opdrachten gemaakt.
In de afsluiting ga je aan de slag met examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips

 

Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

Hier vind je de examens van biologie waarmee je kunt oefenen.

Examens vmbo-b34

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Ben je met de opdracht ongeveer 2 uur bezig geweest?
    Heb je in die tijd ook stap 3 kunnen doen?
  • Inhoud
    In de opdracht staan nogal wat video's. Vond je alle video's goed?
    Schrijf op welke je beste vond en welke de minste.
  • Examenopgaven
    Bij deze opdracht maar één examenopgave.
    Heb je die opgave gemaakt? Ging het goed?

Afsluiting

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbankitems bij dit thema.

Examenvragen

Je hebt in zeven modules veel theorie bestudeerd en veel opdrachten gemaakt.
In de afsluiting ga je aan de slag met examenvragen over dit onderwerp. Lees eerst de tips.

Tips


Van de examenvragen kan de voortgang worden bijgehouden op ExamenKracht.
Vraag verdere instructies aan je docent.

VMBO-B34 2018-TV1

VMBO B34 2018-TV1 Vragen 15-18

VMBO-B34 2019-TV1

VMBO B34 2019-TV1 Vragen 11 en 12
VMBO B34 2019-TV1 Vraag 25

VMBO-B34 2021-TV1

VMBO B34 2021-TV1 Vraag 8
VMBO B34 2021-TV1 Vragen 9-12
VMBO B34 2021-TV1 Vraag 16

VMBO-B34 2021-digitaal examenvariant 1

VMBO B34 2021-digitaal exvariant 1 Vraag 18
VMBO B34 2021-digitaal exvariant 1 Vraag 24
VMBO B34 2021-digitaal exvariant 1 Vraag 25

VMBO-B34 2021-digitaal examenvariant 2

VMBO B34 2021-digitaal exvariant 2 Vraag 26

Terugkijken

Intro

  • Kijk nog eens naar de intro van het thema. Sluit de intro goed aan bij het thema?
    Waarom wel/niet?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • De leerdoelen van dit thema vind je onder het kopje 'Wat ga ik leren?'
    Lees die leerdoelen nog eens door. Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Voor dit thema was ongeveer 16 uur gepland.
    Klopt dat met het aantal uur dat je met dit thema bezig bent geweest?
  • Modules
    Kijk nog eens naar de titels van de modules.
    Passen alle modules bij de intro van het thema? Welke wel en welke niet?
  • Inhoud
    Niet alle modules waren helemaal nieuw.
    Een deel van de stof heb je in klas 1 of 2 ook al behandeld?
    Schrijf twee onderwerpen op die helemaal nieuw waren.
  • Examenvragen
    Heb je de examenvragen gemaakt? Ging het goed?
  • Het arrangement Thema: Verkouden vmbo-b34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    06-11-2025 22:33:07
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Verkouden' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor biologie voor vmbo-b34. Dit thema heet verkouden en bevat 6 onderwerpen. Het eerste onderwerp gaat over het ademhalingsstelsel, hierbij kan je aanwijzen in een afbeelding waar de volgende onderdelen zich bevinden; neusholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën en longblaasjes. Ook kan je hiervan de functies omschrijven. Je weet hoe de inademing (ribben gaan omhoog en de middenrif trekt samen) en de uitademing (ribben gaan omlaag en de middenrif ontspant) werk. Je weet hoe de gasuitwisseling tussen de longblaasjes en het bloed verloopt. Ook weet je uit welke gassen de lucht is opgebouwd (stikstof, zuurstof, koolstofdioxide, argon en andere stoffen) en wat astma is. Het tweede onderwerp gaat over prikkels en impulsen, Hierbij leer je met welke zintuigen je welke prikkels kan waarnemen (met je gezichtszintuigen licht, met de gehoorzintuigen geluid, met de reukzintuigen geur, met de smaakzintuigen zoet, zout, zuur, bitter en umami en met de gevoelszintuigen druk, warmte en kou. Ook weet je wat de begrippen; adequate prikkel (een prikkel waar een zintuig gevoelig voor is), prikkeldrempel (de waarde van een prikkel die je nog net waar kunt nemen) en gewenning (als er voortdurend prikkels worden afgegeven en je dat niet meer merkt) inhouden en je kan omschrijven wat een impuls is. Je kan ook het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex) omschrijven. Het derde onderwerp heet horen, hierbij kan je de verschillende onderdelen van het oor aanwijzen op een afbeelding en hun functies omschrijven (oorschelp, gehoorgang, aambeeld, stijgbeugel, ovale venster, evenwichtszintuig, gehoorzenuw, slakkenhuis, buis van Eustachius en trommelvlies). Je kan de werking van het oor uitleggen en het begrip geluidssterkte omschrijven en de maat voor geluidsterkte noemen (decibel). Het vierde onderwerp gaat over ruiken en proeven, hierbij kan je aangeven welke organen een rol spelen bij het proeven (tong en reukzintuig). Je kan de onderdelen van je reukzintuig in een afbeelding aanwijzen en je weet wat de functies van deze onderdelen zijn (neusholten, neusslijmvlies, reukharen, zintuigcel en zenuw). Je weet wat de werking van de neus is. Je kan ook de onderdelen van je smaakzintuig aanwijzen en benoemen wat de functies van de onderdelen zijn (tong, zenuw, groef, smaakknopje, zintuigcel en zenuw). Je weet wat de werking van het smaakzintuig is en je weet welke smaken de tong kan waarnemen (zoet, zout, zuur, bitter en umami). Het vijfde onderwerp gaat over het zenuwstelsel, hierbij leer je uit welke onderdelen het zenuwstelsel (centrale zenuwstelsel en perifere zenuwstelsel) bestaat en wat de drie type zenuwcellen zijn (gevoelszenuwcellen, schakelzenuwcellen en bewegingszenuwcellen). Je weet wat de weg van de impulsen zijn bij een bewuste reactie (zintuig naar gevoelszenuwcellen naar ruggenmerg/hersenstam naar de hersenen naar ruggenmerg/hersenstam naar bewegingszenuwcellen naar spieren/klieren). Je weet wat een reflex is en wat de weg van de impulsen zijn bij een onbewuste reactie (zintuig naar gevoelszenuwcellen naar ruggenmerghersenstam naar bewegingszenuwcellen naar spieren/klieren). Het zesde onderwerp is infectie bacteriën en virussen, hierbij kan de twee voorbeelden van geven van ziekten die door bacteriën of virussen ontstaan, zoals aids, tetanus, hepatitis en tuberculose. Ook weet je wat het nut is van het wel of niet toedienen van antibiotica.
    Leerniveau
    VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO basisberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Biologie; Instandhouding en ontwikkeling;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    17 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    ademhalingsstelsel, arrangeerbaar, b34, biologie, infectie door bacteriën en virussen, prikkels en impulsen, reukzintuig en smaakzintuig, stercollectie, verkouden, zenuwstelsel

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content - Kennisbanken. (z.d.).

    Kennisbank Biologie - blauw

    https://maken.wikiwijs.nl/147184/Kennisbank_Biologie___blauw

    VO-content Biologie. (2020).

    Ademhalingsstelsel vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/73603/Ademhalingsstelsel__vmbo_b34

    VO-content Biologie. (2020).

    Horen vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/73609/Horen__vmbo_b34

    VO-content Biologie. (2020).

    Infectie bacteriën en virussen vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/73606/Infectie_bacteri_n_en_virussen__vmbo_b34

    VO-content Biologie. (2020).

    Prikkels en impulsen vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/73608/Prikkels_en_impulsen__vmbo_b34

    VO-content Biologie. (2020).

    Ruiken en proeven vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/73611/Ruiken_en_proeven__vmbo_b34

    VO-content Biologie. (2020).

    Zenuwstelsel vmbo-b34

    https://maken.wikiwijs.nl/73612/Zenuwstelsel__vmbo_b34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.