Thema 7 Op reis - hv12

Thema 7 Op reis - hv12

Op reis

Inleiding

In een reisgids kun je van alles lezen over de stad die je bezoekt. Reisgidsen zijn door de jaren heen veranderd. In de 19e eeuw bestond een reisgids uit een kaart met daarbij een lange tekst over die kaart. Nu staat er in reisgidsen veel meer informatie. Bijvoorbeeld: Leuke tips voor restaurantjes, uitgestippelde wandelroutes, foto’s en soms een QR-code voor de bijbehorende app.

Wat kan ik straks?

Hier vind je de leerdoelen die horen bij het thema: Op reis.

Leerdoel Opdracht
Ik kan een zakelijke brief schrijven volgens vaste richtlijnen. Schrijven - Zakelijke brief
Ik kan het verschil omschrijven tussen formeel en informeel taalgebruik. Schrijven - Zakelijke brief
Ik kan zelfstandige naamwoorden aanwijzen in een tekst. Grammatica - Zelfstandig naamwoord
Ik kan tegenstellingen herkennen en op correcte wijze gebruiken. Woordenschat - Tegenstellingen
Ik kan bepalen wanneer ik wel en wanneer ik niet een hoofdletter moet gebruiken. Spelling - Hoofdletters

Wat ga ik doen?

Het thema 'Op reis' bestaat uit de volgende onderdelen:

Onderdeel Tijd Eindproduct
Inleiding 0,5 lesuur -
Schrijven - Zakelijke brief 2 lesuren Zakelijke brief
Grammatica - Zelfstandig naamwoord 1 lesuren Rebus of toets
Woordenschat - Tegenstellingen 1 lesuur Domino of toets
Spelling - Hoofdletters 2 lesuren Poster
Afsluiting 2 lesuren Podcast maken
Totaal 8 à 9 lesuren  

Opdrachten

Schrijven - Zakelijke brief

Zakelijke brief

Intro

Je hebt vast wel eens een brief of kaart geschreven aan een vriend, vriendin of iemand in de familie.
Je schrijf dan vaak op dezelfde manier als je praat.

Maar heb je ook al eens een zakelijke brief geschreven?
Bijvoorbeeld een brief aan de teamleider omdat je het niet eens bent met de gang van zaken rondom het schoolfeest? Dan is de toon van je brief heel anders.
Je gebruikt andere woorden en moet letten op de indeling van je brief.
Hoe dat precies werkt, ga je in deze opdracht leren.

In deze schrijfopdracht staat het onderwerp zakelijke brief centraal.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • drie kenmerken noemen van een zakelijke brief.
  • aangeven wat de rol van de inleiding, het middenstuk en het slot van een zakelijke brief is.
  • de acht onderdelen noemen die ik in een zakelijke brief zet.
  • het verschil omschrijven tussen formeel en informeel taalgebruik. Noem drie voorbeelden.
  • aangeven wanneer ik spreektaal gebruik en wanneer schrijftaal.
  • uitleggen wat het voordeel is van een vaste indeling van een zakelijke brief.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van het Kennisbankitem 'Zakelijke brief' kan ik vragen over de indeling en de toon van een zakelijke brief beantwoorden.
Stap 2 en Ik kan aangeven wanneer er sprake is van informeel of formeel taalgebruik en wanneer er sprake is van spreektaal of schrijftaal.
Stap 3 Ik bestudeer de juiste indeling van een zakelijke brief.
Stap 4 Ik kan de verschillende onderdelen van een zakelijke brief benoemen.
Stap 5 Ik kan een zakelijke brief verbeteren.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht: Zakelijke brief Schrijf een zakelijke brief
Extra opdrachten Er zijn meerdere extra opdrachten. Maak één of meer extra opdrachten. Overleg met mijn docent.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands de volgende onderwerpen:

Stap 2: ​​​​Formeel of informeel?

Stap 3: Indeling

In een zakelijke brief moet je alles zoveel mogelijk volgens vaste regels doen. Voordeel daarvan is, dat alle gegevens snel terug te vinden zijn, maar ook dat de informatie volledig is en voor iedereen duidelijk.

Hoe een zakelijke brief volgens de regels wordt ingedeeld, plus voorbeelden, kun je zien op de site van CambiumNed.

Kijk of je de volgende onderdelen kunt vinden:

  • Afzender - Dagtekening - Geadresseerde
  • Betreft: .... - Aanspreking - Inleiding - Middenstuk - Slotalinea
  • Afsluiting en ondertekening - Verwijzing naar bijlagen.

Stap 4: Zakelijke brief

Bekijk de zakelijke brief.

T. Poot
Gademasingel 24
9602 MB Groningen
Tel. 06-12345678
t.poot@gmail.com

Groningen, 19 november 2012

De heer H. Hak
Zuidstraat 18
7201 AH Zutphen

Betreft: bevestiging ontvangst .....


Geachte heer Hak,

Uitleg over het waarom je de brief schrijft.

Alinea met daarin een mededeling, verzoek, klacht of bedankje.

Alinea waarin je aangeeft wat je van de geadresseerde verwacht.

Met vriendelijke groet,
Theo Poot.


Bijlagen: 2

Stap 5: Verbeteren

Je gaat nu zelf een zakelijke brief verbeteren.
Download de Brief.
De brief is een zakelijke brief waarin je verlof aanvraagt.

In de brief zijn sommige onderdelen onvolledig en sommige
onderdelen staan op de verkeerde plaats.
Verbeter de brief.

Laat de verbeterde brief lezen door een klasgenoot.
Vraag om commentaar.
Lees ook de brief van je klasgenoot.
Geef op een goede manier feedback.

Lever de verbeterde brief daarna in bij je docent. 
Je docent let op de volgende punten: 

  • is de brief ingedeeld volgens de briefconventies?
  • bevat de brief geen taalfouten?
  • is de nieuwe brief een duidelijke verbetering vergeleken met de oude brief?

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht: Zakelijke brief

Je gaat zelf een zakelijke brief schrijven.

Je brief richt je aan de directeur van je school. Je vraagt, namens de Leerlingenraad waar je lid van bent, toestemming om op 6 juni een film over War Child te draaien in de aula. Leg ook kort uit waarom dit volgens jou een belangrijke activiteit is.

Schrijf de brief volgens de richtlijnen die je in deze opdracht hebt geleerd.

Beoordeling
Je docent beoordeelt de brief op de volgende punten:

  • Indeling volgens de afspraken bij een zakelijke brief.
  • Volledigheid.
  • Formeel en duidelijk taalgebruik.
  • Geen spelfouten.
  • Overtuigingskracht.

Klaar?
Kijk nog eens goed bij beoordeling aan welke eisen de brief moet voldoen.
Voldoet je brief aan de eisen?
Laat je zakelijke brief dan beoordelen door je docent.

Brief schrijven

Een brief is een goede manier om aan iemand te laten weten wat je van een bepaald
onderwerp vindt of iemand te vragen om in actie te komen rond een bepaald onderwerp.

 

Extra opdrachten

Extra opdracht

Schrijfwedstrijd zakelijke brief - vwo
Werk samen met één of meer klasgenoten.
Stel je voor: je hebt nog een paar weken over in de zomervakantie. Nu wil je graag helpen bij een vrijwilligersorganisatie die oude spullen verkoopt voor het goede doel.

De organisatie heet Handje Helpen en is gevestigd aan de
Laakweg 4, 2323 HG in Zutphen.
Je wilt graag meehelpen in de afdeling Meubilair.

Aan de slag:

  • Schrijf een brief in Google documenten aan de organisatie, waarin je je hulp aanbiedt voor de weken 1 - 15 augustus.
  • Vertel waarom je gemotiveerd bent om dit werk te doen.
  • Stel de brief op zoals een zakelijke brief eruit hoort te zien.

LET OP:
Maak expres DRIE fouten in deze brief. Bijvoorbeeld: laat een vast onderdeel van de indeling weg, maak een fout bij de indeling, of gebruik een formulering die niet helemaal past in een zakelijke brief.

Kijk elkaars brieven na en probeer de fouten te ontdekken.
Elke fout die je ontdekt, levert een punt op.
Onbedoelde fouten leveren per fout een bonuspunt op!

Bespreek de uitkomst en bepaal wie de winnaar is van deze schrijfwedstrijd.

Je docent zal zeker als scheidsrechter kunnen optreden.

Terugkijken

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Kun je nog meer voorbeelden verzinnen voor zakelijke brieven?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Hoe vond je het om een bestaande brief aan te passen? Vind je dat makkelijker of moeilijker dan het zelf schrijven van een brief?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Is het gelukt om de brief goed te formuleren?
    Wat vind je het meest lastige aan het schrijven van een zakelijke brief?
  • Extra opdrachten
    Heb je de extra opdrachten gemaakt? Ging het goed?

Grammatica - Zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

Intro

Je leert hoe je zelfstandig naamwoorden kunt herkennen.

Maar wat zijn eigenlijk zelfstandig naamwoorden? In de volgende video krijg je alvast een eerste introductie. Bespreek na het kijken met een klasgenoot wat zelfstandig naamwoorden zijn.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • zelfstandige naamwoorden aanwijzen in een tekst.
  • met een voorbeeld duidelijk maken dat er meer dan één zelfstandige naamwoord in een zin kan staan.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van het Kennisbankitem 'Het zelfstandig naamwoord'  kan ik het zelfstandig naamwoord vinden in een zin.
Stap 2 Ik kan in een tekst alle zelfstandig naamwoorden aanwijzen.
Stap 3 Ik kan rebussen oplossen waarin zelfstandig naamwoorden staan.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht A Maak de toets
Eindopdracht B en Maak een rebus en laat deze maken door een klasgenoot.
Extra opdracht Maak eventueel de extra opdracht.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

Tijd

Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Maak daarna de volgende oefening.

Stap 2: Zoekopdracht

Stap 3: Rebus

Je gaat straks als eindproduct een rebus maken.
Een rebus is een woordpuzzel waarin figuren gebruikt worden om woorden of woorddelen voor te stellen. De figuren die worden gebruikt stellen meestal een zelfstandig naamwoord voor. Door een of meerdere letters toe te voegen of weg te laten kun je er allerlei woorden van maken.

Misschien leuk om eerst een paar rebussen op te lossen.
Ben benieuwd of je er goed in bent.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht A: Toets

Eindopdracht A bestaat uit een toets over het zelfstandig naamwoord. 

Eindopdracht B: Rebus maken

Bij eindopdracht B maak je een rebus.

Een rebus is een woordpuzzel waarin figuren gebruikt worden om woorden of woorddelen voor te stellen. Naast de figuren bestaat de rebus meestal uit letters die toegevoegd, verwijderd of vervangen moeten worden door andere letters.

Je gaat nu zelf een rebus bedenken.

  • Begin met het bedenken van een zin waarvan je de rebus wilt maken. Zorg dat de zin niet te kort, maar ook niet te lang is. Zorg dat er wel minimaal twee zelfstandig naamwoorden in je zin zitten.
  • Bedenk welke figuren je zou kunnen gebruiken om de rebus te maken.
  • Bedenk bij elk figuur welke letters je toe moet voegen of weg moet laten.
  • Teken zelf de figuren of ga op internet op zoek naar passende afbeeldingen.
  • Zorg dat de figuren in de goede volgorde op een stuk papier komen te staan.
  • Geef onder ieder figuur, door hokjes te tekenen, aan uit hoeveel letters het woord bestaat.

Vraag een klasgenoot of hij de rebus kan oplossen. Vraag hem om commentaar op je rebus.
Natuurlijk los jij ook de rebus van je klasgenoot op. Geef goed commentaar.
Verwerk het commentaar.

Beoordeling
Je rebus laat je beoordelen door je docent.
Je docent kijkt bij de beoordeling naar:

  • Oplosbaarheid: is de rebus oplosbaar?
  • Creativiteit: is de rebus origineel?
  • Netheid: is er aandacht besteed aan de netheid?
  • Staan er minimaal twee zelfstandig naamwoorden in de rebus?

Klaar?
Lever je rebus in bij je docent.

Extra opdracht

Maak de extra opdracht.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Gaf de video een duidelijk beeld van een zelfstandig naamwoord?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Vind je het lastig om de zelfstandig naamwoorden te vinden als er meer dan één in een zin staan?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    A: Kon je in de toets alle zelfstandig naamwoorden vinden?  
    B: Is het gelukt om de rebus te maken? Waar heb je de afbeeldingen gevonden? Kon je klasgenoot jouw rebus gelijk oplossen en jij die van je klasgenoot?
  • Extra opdracht
    Heb je de extra opdracht gemaakt? Ging het goed?

Woordenschat - Tegenstellingen

Tegenstellingen

Intro

Als peuter leer je al voor het eerst kennis maken met tegenstellingen. Groot en klein, lekker en vies, mooi en lelijk. Zelfs als klein kind weet je al snel wat het verschil is.

Maar deze tegenstellingen zijn nog vrij eenvoudig, want sociaal en asociaal, perfect en imperfect worden al een stuk ingewikkelder. Daarover ga je meer leren in deze opdracht.

In deze opdracht staan tegenstellingen centraal.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen wat tegenstellingen zijn.
  • tegenstellingen herkennen, bijvoorbeeld aan een voorvoegsel.
  • tegenstellingen op correcte wijze gebruiken.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de Kennisbank over Tegenstellingen kun je van verschillende woorden de tegenstelling aangeven.
Stap 2 Ik kan een tekst een andere betekenis geven door tegenstellingen in te voegen.
Stap 3 Ik kan in een puzzelwoordenboek tegenstellingen opzoeken.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht A Maak de toets 'Tegenstellingen'.
Eindopdracht B Maak samen met een klasgenoot een tegenstellingen-domino.
Extra opdracht Maak eventueel de extra opdracht.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

Benodigdheden

Tijd
Voor deze opdracht heb je 1 lesuur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Doe nu de volgende oefeningen.

Stap 2: Tegengestelde woorden

Stap 3: Puzzelwoordenboek

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht A: Toets

Bij eindopdracht A maak je een toets. 

Succes!

Eindopdracht B: Dominospel

Als eindproduct B maak je samen met een klasgenoot een tegenstellingen-domino. 

  • Download eerst het format dominospel.
  • Maak samen een lijstje van zes tegenstellingen.
  • Vul de tegenstellingen op de juiste manier in op de verschillende kaartjes.
  • Print het spel uit, knip de kaartjes uit en plak ze op stevig karton.
  • Download nu de spelregels van het echte spel.
  • Pas de spelregels aan op de punten waar dat nodig is.
  • Speel het spel een aantal keer.

Beoordeling
Jullie krijgen een goede beoordeling voor de opdracht als:

  • Het dominospel goed is uitgewerkt.
  • De tegenstellingen kloppend zijn.
  • De spelregels van het spel duidelijk zijn.
  • Het spel er verzorgd uitziet.
  • Het spel op tijd klaar is.

Klaar?
Laat het spel beoordelen door je docent.

Extra opdracht

Terugkijken

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Bedenk nog minimaal 5 tegenstellingen. Maak het nu niet te makkelijk.

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Tegenstellingen zijn niet altijd makkelijk. Waren er tegenstellingen die je echt nog niet kende?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    A: Kende je alle tegenstellingen die in de toets naar voren kwamen?
    B: Is het gelukt om samen een domino te maken? Hoe verliep de samenwerking? Konden jullie goed overleggen? Werden de taken eerlijk verdeeld?
  • Extra opdracht
    Heb je de extra opdracht gemaakt? Ging het goed?

Spelling - Hoofdletters

Hoofdletters

Intro

In deze spellingsopdracht staat het gebruik van hoofdletters centraal.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • bepalen wanneer ik wel en wanneer ik niet een hoofdletter moet gebruiken.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank kan ik van zinnen aangeven of de hoofdletters op de juist manier geplaatst zijn en kan ik zelf hoofdletters op de juiste plek in de zin plaatsen.
Stap 2 en Ik kan fouten uit de tekst van een klasgenoot corrigeren.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht en Maak een poster over hoofdlettergebruik.
Extra opdrachten Maak eventueel de extra oefeningen op de werkbladen.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Maak nu de volgende twee oefeningen.

Stap 2: Verhaal

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht: Poster

Poster over hoofdlettergebruik
Je hebt nu een aantal oefeningen over het gebruik van hoofdletters gemaakt. Ging het goed of maakte je steeds dezelfde fout?
Ter afsluiting van de opdracht schrijf je een tip die je helpt om in de toekomst minder fouten te maken bij het gebruik van hoofdletters.
Laat jouw tip zien aan een aantal klasgenoten. Bekijk ook de tips van een aantal klasgenoten.

Verzamel naast jouw tip drie/vier tips van klasgenoten en maak met die vier/vijf tips een poster over hoofdlettergebruik.
In de gereedschapskist hieronder kun je lezen waar je op moet letten bij het maken van een poster.

Beoordeling
Je docent let bij de beoordeling van je poster op het volgende:

  • bevat de poster minimaal vier tips voor het gebruik van hoofdletters?
  • zijn de tips begrijpelijk en duidelijk geformuleerd?
  • is de poster aantrekkelijk vormgegeven?
  • sluit de poster aan bij de doelgroep (jouw klasgenoten)?
  • is de poster vrij van fouten?
  • Lees voor verdere beoordelingseisen de tabel in de gereedschapskist.

Klaar?
Laat de poster beoordelen door je docent.

Poster maken

Op een informatieve poster kun je laten zien wat de belangrijkste delen van de lesstof zijn. Ook kun je weergeven hoe bepaalde delen zich tot elkaar verhouden.

 

Extra opdrachten

Hier vind je een extra oefening over het gebruik van hoofdletters.

Opdracht 1

Download het Werkbestand: Tekst 1
Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).

Lees het artikel en plaats hoofdletters waar dat nodig is.

Opdracht 2

In het volgende artikel staan wel hoofdletters, maar... niet allemaal waar ze horen.
En soms staan er geen hoofdletters waar ze wèl horen.

Download het Werkbestand: Tekst 2 en verbeter hem!
Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).


Overleg met je docent of je de werkbladen in moet leveren.
Je docent let dan op de volgende punten:

  • Is de tekst correct overgenomen?
  • Zijn de hoofdletters op de juiste plek geplaatst (werkblad 1 en 2)?
  • Zijn eventueel foutief geplaatste hoofdletters verbeterd (werkblad 2)?

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door. Had je alle fouten gevonden? Zo niet, maak de tekst dan nu nogmaals.

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Welke hoofdletters vind jij het meest lastig? Zijn dat die van plaatsnamen of juist de uitzonderingen of misschien wel iets heel anders!
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Is het gelukt om in de poster de tips op een begrijpelijke manier te verwerken? Vond je de tips van je klasgenoten bruikbaar en begrijpelijk? Zo niet, wat heb je gedaan om te zorgen dat je goede tips op je poster kon schrijven?
  • Extra opdrachten
    Heb je de extra opdrachten gedaan? Wat vond je van de opdrachten? Ging het goed?

Afsluiting

Kennisbanken

Hier vind je de kennisbanken die gebruikt zijn in dit thema.

Eindopdracht

Je gaat het thema ‘Op reis’ afronden. Je maakt samen met een klasgenoot een podcast over een stad naar keuze. Overleg met je docent of je dit als script in een word-document maakt of als audiobestand. Jullie hebben voor het maken van de podcast twee lesuren de tijd.

Lijkt het je leuk om dit ook in een andere taal te doen? Overleg dan met de docent van de betreffende taal of je de podcast ook voor dat vak mag maken.  

Aan de slag

  1. Kies een stad voor jullie podcast. Het moet een stad in het buitenland zijn.
  2. Bedenk een thema voor jullie podcast. Denk aan onderwerpen als shoppen, musea of andere bezienswaardigheden.
  3. Ga op zoek naar informatie over jullie stad, die bij het thema past. Bijvoorbeeld:
    - Hebben jullie het thema shoppen gekozen, dan zoek je informatie over bekende of bijzondere winkels in jullie stad.
    - Hebben jullie het thema musea gekozen, dan zoek je informatie over verschillende musea in jullie stad. Denk hierbij ook aan praktische informatie, zoals: hoeveel kost een kaartje, is het museum makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer?
  4. Bedenk welke vragen je hierover kunt stellen. Schrijf die uit en bedenk ook wat het juiste antwoord is op die vraag. Maak er een samenhangend verhaal van en verwerk het tot een goed script voor jullie podcast.
  5. Zorg ervoor dat het script niet langer is dan 800 woorden.  

Beoordeling
Bij de beoordeling let je docent op de volgende punten:

  • Hebben jullie de podcast in vraag en antwoordvorm uitgeschreven, in een samenhangend verhaal?
  • Bevat de podcast geen taalfouten?
  • Is de informatie duidelijk?
  • Hebben jullie goed samengewerkt?

Klaar?
Lever je script in als word-document of neem je podcast op en mail het audio-bestand naar je docent.

D-Toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de inleiding. Ben jij al wel eens in Londen geweest of in een ander (extreem) groot warenhuis?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 8 à 9 uur met dit thema bezig zou zijn.
    Klopt dat met het aantal lessen dat je over dit thema hebt gehad?
  • Inhoud
    Welke opdracht binnen dit thema vond je het leukste? Welke het moeilijkste?
    Kun je informatie die je in de ene opdracht krijgt soms weer gebruiken in de andere opdracht?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Konden jullie je goed inleven in de situatie?
    Konden jullie elkaar goed helpen bij het bedenken van de dialogen?
    Vonden jullie het moeilijk om de dialogen te vertalen? Welke hulp(middelen) hebben jullie gebruikt?
    Welke onderdelen van deze opdracht vonden jullie het moeilijkst?

Verderkijker

De Verderkijker biedt bij het thema passende externe linkjes naar uitleg, oefenmateriaal of filmpjes.

Schrijven

Voor het onderdeel Zakelijke brief zijn de volgende items geselecteerd.

Grammatica

Voor het onderdeel Zelfstandig naamwoord zijn de volgende items geselecteerd.

Woordenschat

Voor het onderdeel Tegenstellingen zijn de volgende items geselecteerd.

Spelling

Voor het onderdeel Hoofdletters zijn de volgende items geselecteerd.

  • Het arrangement Thema 7 Op reis - hv12 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    29-11-2025 10:48:48
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    StudioVO

    Deze module is ontwikkeld door medewerkers van StudioVO.

    Fair Use

    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vmbo-hv12. Dit thema bestaat uit vier opdrachten, waarbij in iedere opdracht een andere taalvaardigheid centraal staat. Je gaat aan de slag met het schrijven van zakelijke brieven volgens vaste richtlijnen. Je leert het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik en kunt zelfstandige naamwoorden in een tekst aanwijzen. Daarnaast leer je hoe je tegenstellingen herkent en op de juiste manier gebruikt, en hoe je kunt bepalen wanneer je wel of geen hoofdletters moet gebruiken. Als eindopdracht werk je samen met een medeleerling aan het bedenken van vier situaties waarin je jezelf moet redden in een grote stad, bijvoorbeeld Londen. Jullie gaan dialogen schrijven voor elke situatie. Denk aan situaties zoals de weg kwijtraken bij het zoeken naar een specifieke winkel, het ruilen van een artikel zonder bonnetje, het vinden van de juiste metro naar je hotel, het zoeken naar een bepaald artikel dat nergens te vinden is, of het beschrijven van een winkeldief aan een politieagent. Daarnaast is er een diagnostische toets beschikbaar aan het eind van het thema. Succes!
    Leerniveau
    VWO 2; HAVO 1; VWO 1; HAVO 2;
    Leerinhoud en doelen
    Schrijven; Spelling, interpunctie en grammatica; Nederlands; Schrijfvaardigheid; Afstemming op publiek; Woordgebruik en woordenschat (Nederlands); Afstemming op doel;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    8 uur 30 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, formeel en informeel taalgebruik, hoofdletters, hv12, nederlands, shoppen in londen, stercollectie, tegenstellingen, zakelijke brief, zelfstandig naamwoord

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Grammatica - Zelfstandig naamwoord - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52550/Opdracht__Grammatica___Zelfstandig_naamwoord___hv12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Schrijven - Zakelijke brief - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52549/Opdracht__Schrijven___Zakelijke_brief___hv12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Spelling - Hoofdletters - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52552/Opdracht__Spelling___Hoofdletters___hv12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Woordenschat - Tegenstellingen - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52551/Opdracht__Woordenschat___Tegenstellingen___hv12

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Shoppen in Londen

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.