Toolbox

Toolbox

Home

De Schoter Les

Welkom op de Toolbox van de Schoter Les

Hier vind je verschillende activerende werkvormen die door collega's van Het Schoter zijn gemaakt. Voor deze werkvormen hebben wij een indeling gemaakt op welk moment van de Schoter Les deze ingezet kan worden: Start - Midden - Slot. Een aantal van deze werkvormen is gepubliceerd in de BER.

Probeer een werkvorm uit en laat weten wat je bevindingen zijn.

 

 

Werkgroep Onderwijs:

Max Hemprig, Carolien van Aken, Tjeerd Stobbe, Marloes Verstraeten, Joke de Jong, Monique van der Grijp, Bas Koster, Niels Meinster, Yara van Zon

 

 

We zijn bezig om de toolbox te vullen.

 

Veel Succes Met De Schoter Les!
Veel Succes Met De Schoter Les!

Onderwijsvisie

Visie van Het Schoter

Het Schoter daagt je uit en kleurt je leven.

Op Het Schoter zien we het als onze taak om alle leerlingen voor te bereiden op de rest van hun leven. Dat betekent dat we leerlingen zoveel mogelijk kansen geven om zich als persoon te ontwikkelen, dat we hen optimaal uitdagen tot een leven lang leren en dat we hen willen voorbereiden op het functioneren in een complexe en multiculturele internationale omgeving. Die opdracht komt terug in de wijze waarop we onze onderwijskundige visie, onze pedagogische visie en onze burgerschapsvisie hebben geformuleerd.

Onze onderwijskundige visie

Met onze visie op leren, die erop gericht is om leerlingen uit te dagen steeds het beste uit zichzelf te halen, sluiten we nadrukkelijk aan bij wat we uit de cognitieve psychologie weten over hoe mensen leren en bij wat aantoonbaar werkt in het onderwijs. We werken nadrukkelijk evidence informed. Daar vloeit uit voort dat we leerlingen een gedegen kennisbasis meegeven, dat we aandacht besteden aan reflectie op alle niveaus en dat we leerlingen in toenemende mate ruimte geven om bewust eigen keuzes te maken. Onze visie berust op drie onderwijskundige pijlers en is tot stand gekomen door input van het hele team. De drie pijlers zijn:

  1. Oog voor kennis verwerven
  2. Oog voor reflectie
  3. Oog voor autonomie

Wij geloven dat wij met onze aanpak op een positieve wijze bijdragen aan het leren en ontwikkelen van leerlingen en collega’s. De drie pijlers zullen de komende schooljaren in samenspraak met leerlingen en docenten nader uitgewerkt worden.

Start van de les

De Foto

Vliegende Start

Een Lesopening uit ‘Een goed begin is het halve werk’ van Frank Gaarthuis

Bij een standaard-les kun je denken aan de volgende lesonderdelen:

  • Welkom
  • Opening (rol van presentator)
  • Instructie over lesonderwerp
  • Opdracht ter verwerking van de lesstof
  • Checken of leerdoelen zijn behaald
  • Afsluiting van de les

Wanneer je de opening meteen kunt over laten gaan in de eerste instructie, ben je bezig met een ‘Vliegende Start’, die we goed kunnen gebruiken nu we lessen van 50 minuten hebben. In de komende afleveringen van de BER zal ik steeds een lesopening bespreken uit het boekje van Frank Gaarthuis.

Wat heb je nodig: een foto

Geschikt voor: alle vakken

Met een zelfgemaakte foto in de hand of op het digibord wek je direct bij binnenkomst de interesse van je leerlingen. Denk hierbij aan een foto die te maken heeft met het thema van de les. Vertel iets over de foto of stel leerlingen een vraag. Richt hiermee de aandacht op het lesonderwerp. Door een foto van jezelf te gebruiken leren de leerlingen jou beter kennen. Zo heb ik wel eens een foto van mezelf laten zien op de Waddenzee bij laag water. De grond is wel een beetje nat, maar tot aan de horizon zie je haast geen water. Met de vraag: “Waar denk je dat ik toen was?” kun je de verwondering over droogvallend land stimuleren en het bijvoorbeeld hebben over ‘diepte van water en negatieve getallen’, of ‘een periodiek verband’.

Bas Koster

 

De Puzzel

Wat heb je nodig: een puzzel

Geschikt voor: alle vakken

Leerlingen duiken meteen met aandacht in het onderwerp van de les als je ze een puzzel laat oplossen. Wanneer er geen twijfel is over hoe ze het moeten doen, gaan ze zelfstandig aan de slag. Geef een groepje (2, 3 of 4 leerlingen) een puzzel en zorg dat de instructie erop staat of op het bord. Denk aan de volgende puzzels:

  • Woordzoeker (https://www.woordzoekermaken.nl/)
  • Kruiswoordpuzzel. Ook voor cijfers te doen. (https://kruiswoordpuzzelfabriek.nl/)  
  • Slang (strookjes met een begrip en de uitleg van een ander begrip. Laat deze aan elkaar leggen als een slang die uiteindelijk in z’n staart bijt).
  • Losse briefjes met woorden om een zin te maken (ontkennend, verwijswoorden, etc.).
  • Gatentekst. Een tekst met ontbrekende woorden. (De derde letter van elk ingevulde woord geeft een oplossing).

Zorg dat het te doen is, maar ook niet te makkelijk is. Op deze manier kun je snel de begrippen van de vorige les of van het afgelopen schooljaar ophalen.

Bas Koster

De Slimste Mens

Wat heb je nodig: drie begrippen of woorden

Geschikt voor: alle vakken

Wil je de les op een speelse en competatieve manier beginnen? Speel dan De Slimste Mens. Dit is een onderdeel uit het gelijknamige TV programma waarbij leerlingen drie begrippen of woorden moeten raden uit de omschrijvingen op het bord. Ieder begrip wordt door vier omschrijvingen of trefwoorden duidelijk gemaakt. Zij zoeken de verbanden en raden jouw begrippen of woorden. Op de eerste pagina van je PowerPoint staan deze twaalf omschrijvingen of trefwoorden. Laat de leerlingen opschrijven waar ze aan denken. Jij bepaalt wie een begrip mag raden. Wanneer de begrippen geraden zijn, of wanneer de tijd om is, ga je over naar de volgende pagina waar dezelfde begrippen in drie verschillende kleuren staan aangegeven. Loop per begrip de omschrijvingen die daar bij horen even kort door en geef daarna snel een opdracht die daar mee te maken heeft.

Bas Koster

Vliegende Start

Een Lesopening uit ‘Een goed begin is het halve werk’ van Frank Gaarthuis

Bij een standaard-les kun je denken aan de volgende lesonderdelen:

  • Welkom
  • Opening (rol van presentator)
  • Instructie over lesonderwerp
  • Opdracht ter verwerking van de lesstof
  • Checken of leerdoelen zijn behaald
  • Afsluiting van de les

Wanneer je de opening meteen kunt over laten gaan in de eerste instructie, ben je bezig met een ‘Vliegende Start’, die we goed kunnen gebruiken nu we lessen van 50 minuten hebben. In de komende afleveringen van de BER zal ik steeds een lesopening bespreken uit het boekje van Frank Gaarthuis.

 

Wat heb je nodig: een foto

Geschikt voor: alle vakken

Met een zelfgemaakte foto in de hand of op het digibord wek je direct bij binnenkomst de interesse van je leerlingen. Denk hierbij aan een foto die te maken heeft met het thema van de les. Vertel iets over de foto of stel leerlingen een vraag. Richt hiermee de aandacht op het lesonderwerp. Door een foto van jezelf te gebruiken leren de leerlingen jou beter kennen. Zo heb ik wel eens een foto van mezelf laten zien op de Waddenzee bij laag water. De grond is wel een beetje nat, maar tot aan de horizon zie je haast geen water. Met de vraag: “Waar denk je dat ik toen was?” kun je de verwondering over droogvallend land stimuleren en het bijvoorbeeld hebben over ‘diepte van water en negatieve getallen’, of ‘een periodiek verband’.

Bas Koster

 

Midden van de les

The vocab walk assignment

Turen bij de buren: the vocab walk assignment

De werkgroep onderwijs heeft de afgelopen jaren veel mooie werkvormen mogen delen in de BER. Ik mocht vandaag zo’n mooie werkvorm zien bij onze collega Engels, Nigel Hoffman. Klas 1THc heeft morgen een toets vocabulary. Een ideaal moment om nog de puntjes op de i te zetten voor de toets. De mededeling dat er de prijzen te verdienen vielen met deze opdracht, (plek 1, 2 en 3) werd met gejuich ontvangen.

Stap 1:

Leerlingen kregen van Nigel een blaadje waar een tabel van zes bij zes op te vinden was. De leerlingen moesten 6 zinnen schrijven die precies zes woorden bevatten. Per zin moest er een woord gekozen worden die op het bord stond. Zij konden uit acht van deze woorden kiezen (die uit de vocabulairelijst kwamen). Hiervoor kregen de leerlingen vijf minuten de tijd.  Differentiatie kwam hier meteen aan bod. Ik zag een leerling hele mooie zinnen maken (gebruik makend van het woord stronghold) en een andere leerling had wat meer moeite, maar kwam er alsnog uit.

Stap 2:

Leerlingen moesten hun zinnen zo uitknippen dat zij 36 kleine stukjes papier overhielden waar een woord op te vinden was. Wanneer de leerlingen hiermee klaar waren, moesten zij deze stukjes in de doos stoppen (zie foto 1).

Stap 3:

Het doel is om vijf correcte Engelse zinnen te maken. Hoe?

In tweetallen moesten de leerlingen aan de slag. De ene leerling liep steeds naar de doos, haalde een woord en bracht dit woord naar zijn maatje. Dit maatje had de taak om de woorden te verzamelen om zo vijf Engelse zinnen te vormen. Deze zinnen werden neergelegd op een blaadje waar een tabel te vinden was van vijf bij vijf (zie foto 2). Er werd fanatiek doorgelopen naar de doos en de lopers kregen ondertussen aanwijzingen van de zinnenmakers: “Zoek a of an!” “Probeer een mens of een dier te vinden”. Een loper was aan het juichen en riep: “Ik heb een heel goed woord voor je!” Het enthousiasme was te zien. Na een tijdje zag je dat er gewisseld werd, de lopers werden zinnenmakers en andersom. Er werd goed samengewerkt. Nigel liep rond om de leerlingen uit de brand te helpen of tips te geven hoe ze de zin wel correct konden maken. De les vloog voorbij. De prijzen worden de volgende les uitgedeeld, spannend!

Wat heb je nodig: A4 blaadjes met een tabel van vijf rijen en van zes rijen.

BRON: BER 7 10-10-2025

Prijskaartjes-Race

Turen bij de buren: Prijskaartjes-race

De werkgroep onderwijs heeft de afgelopen jaren veel mooie werkvormen mogen delen in de BER. Ik mocht vandaag zo’n mooie werkvorm zien bij onze collega economie, Daniël Hagen. Klas 4M had de les ervoor uitleg gekregen over de berekening van inkoopprijs naar consumentenprijs en andersom. Deze les konden de leerlingen een prijs winnen door zo veel mogelijk juiste berekeningen uit te voeren.

De leerlingen van 4M kwamen het lokaal binnen en zochten een plek. Ik ervaarde een herkenbare sfeer van eilandjes: drie jongens die elkaar voortdurend in de maling nemen, twee meisjes die niet zonder elkaar kunnen. Twee andere meisjes die expres niet naast elkaar zitten en uitleggen aan klasgenoten dat er ruzie is. Drie jongens die denken dat ze alles al weten en vastbesloten met z’n drieën gaan winnen. Eén jongen die later binnenkomt en duidelijk laat merken dat hij eigenlijk niet naar de les wilde komen. Verder zitten er hier en daar enkele leerlingen zich af te schermen van de drukte om hun heen, te wachten tot de les begint. Daniël beweegt zich zeer actief en opgewekt door het lokaal. Deze les draait om ACTIVEREN. Hij legt de regels uit voor de Prijskaartjes-race en houdt bepaalde onderdelen mysterieus, waaronder de te winnen prijs.

Magister maakt groepjes van drie. “Spannend hè?”, zegt Daniël. “Het is heel goed om een keer samen te werken met iemand anders.” Zodra de tafels verschoven zijn en de kaartjes en antwoordformulieren verdeeld zijn, wordt het rustig. Op het bord loopt de timer: nog 15 minuten. Nu willen ze weten hoe ze de berekeningen moeten uitvoeren. Maar ja, de uitleg is al geweest dus komt het aan op hun geheugen. Een aantal leerlingen gaat meteen aan de slag, een ander verleidt Daniël voor uitleg, weer een ander pakt stiekem het boek er bij en er zijn ook leerlingen die het nu al opgeven. De kaartjes maken het mogelijk dat meerdere leerlingen tegelijk kunnen werken en de manier van elkaar kunnen afkijken. Ze kunnen elkaar corrigeren, want met elkaar willen ze zo veel mogelijk punten halen. Intussen loopt Daniël rond om iedereen aan het werk te krijgen. Na tien minuten zijn sommige groepjes klaar. Zonder de antwoorden nog een keer te checken kijken ze tevreden in het rond. Trots op hun snelheid. Gelukkig heeft Daniël nog bonusopgaven, zodat deze groepjes weer aan de slag kunnen om nog meer punten te halen.

Wanneer het tijd is, krijgt ieder groepje het formulier van een ander groepje en gaat de puntentelling beginnen. De antwoorden komen op het bord. De leerlingen zijn streng voor elkaar en nu mogen er vragen gesteld worden. Zonder dat ze het van plan waren hebben veel leerlingen geleerd. Of ze het leuk vonden? Dat houden ze voor zichzelf.

Nodig:

  • Set opgavekaartjes
  • Antwoordformulieren
  • Korte duidelijke instructie
  • Scoreblad met juiste antwoorden
  • Een prijs

Wat wordt bereikt:

  • Vaardigheid in rekenen met percentages.
  • Samenwerken onder tijdsdruk.
  • Reflectie op fouten en strategieën.

Lesplan:

  • 0–10 min        Herhaling uitleg vorige les
  • 10–15 min      Uitleg van de werkvorm en groepsindeling
  • 15–35 min      Uitvoering van de Prijskaartjesrace in groepjes
  • 35–50 min      Nabespreking antwoorden en reflectie en opruimen

Bas Koster

bron: BER 9 31-10-2025

Grammatica Duits

Op les-inspiratie-observatie bij Conchita

Namens de werkgroep onderwijs, mocht ik op lesbezoek bij Conchita Lavalette. Conchita legt mij uit dat een van de belangrijkste basale grammaticale onderwerpen het vervoegen van een regelmatig werkwoord op -en is.

Leerlingen in mavo en havo vinden dit heel lastig en vaak hoort zij zinnetjes als: “er heiße Gijs” ipv “er heißt Gijs”. Om te zorgen dat de leerlingen dit beter gaan onthouden, heeft Conchita deze opdracht met kaartjes gemaakt. Op 4 november mocht ik komen kijken, bij 2Mc, een klas die ik zelf ook les geef.

Conchita start met de uitleg van wat theorie over het vervoegen van werkwoorden en zet hierbij de (Fe)esttenten regel op het whiteboard.

De leerlingen krijgen allemaal twee setjes met gekleurde blaadjes.

Geel = persoonlijk voornaamwoord: Wir, ich, du, er, die, es, ihr en Sie

Rood = het regelmatige werkwoord spielen: spiele, spielst, spielt, spielen

Ook krijgen ze een rood en een groen blaadje om te stemmen.

Het eerste ‘spel’ is met de groen – rood kaartjes:

De leerlingen letten heel goed op en proberen zo snel mogelijk het juiste, gekleurde blaadje omhoog te houden. Goed = groen, fout = rood.

 

Deel twee, het persoonlijk voornaamwoord combineren met de juiste werkwoordsvorm:

Conchita noemt bijvoorbeeld op: “Wij spelen” en ook “Hij speelt”. De leerlingen hebben duidelijk veel lol in het uitzoeken wat telkens het juiste antwoord en dus de juiste combinatie is. Er wordt eerst klassikaal geoefend, daarna krijgen leerlingen de beurt om de juiste combinatie te zoeken en wordt er een woord aan toegevoegd.

Conchita wijst een leerling aan en zegt “Ik speel voetbal”. De aangewezen leerling doet twee kaartjes omhoog en zegt dan het derde woord erbij op. Het woord dat ze erbij moeten zeggen, zijn de woorden die ze moesten leren voor deze les.

 

Het derde deel: Is deze zin goed of fout?:

Conchita leest een zin op. De leerlingen doen het groene of rode kaartje omhoog. Als het fout was, vraagt Conchita aan een leerling wat dan wel het goede antwoord zou zijn. Iedereen is alert. Ze willen elkaar ook graag helpen, als iemand het niet weet. En telkens komt Conchita terug op de Feesttentenregel om weer even duidelijk te hebben, waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt.

Na een kwartier oefenen met de blaadjes, worden de setjes weer gestapeld. Conchita maakt complimenten, omdat zij merkt dat de klas het goed begrijpt. Iedereen mag zijn boek erbij pakken en de rest van de les gaat verder.

Ik vond het heel leuk en inspirerend om te zien hoe Conchita deze les gaf. Maar vooral vond ik het heel mooi om te zien hoe alert de leerlingen waren tijdens deze oefening. Toen ze daarna in hun werkboek gingen werken, stonden de leerlingen nog steeds heel ‘aan’. Conchita, nogmaals dankjewel voor deze les-inspiratie-observatie!

Marloes Verstraeten

 

Bron: BER 10 7-11-2025

Kaartjes Bingo

Turen bij de buren: Kaartjes Bingo

De werkgroep onderwijs heeft de afgelopen jaren veel mooie werkvormen mogen delen in de BER. Ik mocht vandaag zo’n mooie werkvorm zien bij onze collega natuurkunde, Roy Dekkers. Klas 4V had in de aanloop naar deze les uitleg gekregen over elektriciteit, waarbij zij berekeningen moeten kunnen maken over totale weerstand, spanning en stroomsterkte. Deze les konden de leerlingen prijzen winnen met hun Bingokaarten: een volle kolom (verticaal), een volle rij (horizontaal), een diagonale lijn of de hele kaart gevuld.

De leerlingen mochten eigen groepjes van 4 kiezen en schoven hun tafels tegen elkaar. Ieder groepje kreeg een Bingokaart en een set opdrachtkaartjes in vier verschillende kleuren. Al snel werden de kaartjes verdeeld: iedereen koos een kleur. Ze hadden de vragen ook in verschillende moeilijkheid of op onderwerp kunnen verdelen. Het werd stil en de leerlingen waren allemaal aan het rekenen. Ze maakten deze berekeningen in hun schrift, omdat ze niet op de geplastificeerde kaartjes (grote dank aan Eric Amama voor dit plastificeerwerk) mochten schrijven. Sommige leerlingen pakten hun boek er bij.

Al snel stonden er leerlingen met hun opdrachtkaart en Bingokaart bij Roy om te vragen of hun antwoord goed was. Roy hoefde geen berekening te controleren. Hij had een code-spreadsheet voor zich om de verschillende antwoorden snel te kunnen checken. Er stonden geen antwoorden in zijn overzicht, maar een code van een letter met een cijfer. De leerling zocht op een soort schaakbord, elders in het lokaal, in welk vakje zijn/haar antwoord staat. Dat vakje was bijvoorbeeld C4. Nu kon de leerling met de bingokaart naar Roy lopen en checken of vraagkaart blauw-2 inderdaad bij C4 hoort. Wanneer dat klopte, zette Roy een krul in het vakje blauw-2 op de bingokaart. Dit lijkt misschien ingewikkeld, met zo’n extra stap er tussen, maar met een kleine aanpassing heb je een Bingospel over een ander onderwerp.

Na dertien minuten wordt de eerste Bingo gemeld. Ik zie verslagenheid bij andere leerlingen. Roy zegt: “Werk rustig verder. Dit kunnen jullie ook.” De groepjes werken snel door. Een leerling loopt snel terug naar z’n plek, om de berekening opnieuw te maken. Zijn antwoord was fout. Een andere leerling gaat bij een groepsgenoot staan om te helpen, want haar kaartjes zijn op. Op een gegeven moment is een groepje van vier jongens gefrustreerd doordat hun laatste Bingovakje nog steeds geen krul gekregen heeft. Nog een keer proberen. Ze steken de koppen bij elkaar.

Het spel is voorbij en nu kan Roy goed uitleggen hoe die laatste moeilijke vragen op te lossen zijn. Er is veel aandacht, want ze wíllen het weten.

Nodig:

Wat wordt bereikt:

  • Inoefenen van een vaardigheid.
  • Samenwerken onder tijdsdruk.
  • Reflectie op fouten en strategieën.

Lesplan:

  • 0–10 min        Uitleg werkvorm en groepsindeling
  • 10–35 min      Uitvoering van de Kaartjes Bingo in groepjes
  • 35–50 min      Nabespreking antwoorden en reflectie en opruimen

Tips:

  • Voor eenvoudiger printen kun je alle kleur-opdrachtvellen apart klaarzetten.
  • In PowerPoint de opdrachtvellen maken is eenvoudig.
  • Hang het antwoordblad (schaakbord) op verschillende plekken om drukte bij het bord te voorkomen.
  • Bepaalde misconcepties kun je toevoegen aan je scoreblad. Je kunt dan korte vragen stellen als: “Weet je zeker dat de schakeling in serie is?” of “Heb je de eenheid goed?”

Mocht je vragen hebben aan Roy, hij wil het graag verduidelijken.

Het materiaal van deze werkvorm en alle eerder gepubliceerde werkvormen kun je vinden in de TOOLBOX: https://maken.wikiwijs.nl/220771/Toolbox  

Bas Koster

 

Bron: BER 11 14-11-2025

Recap Quiz

Turen bij de buren: Recap Quiz

De werkgroep onderwijs heeft de afgelopen jaren veel mooie werkvormen mogen delen in de BER. Ik mocht vandaag zo’n mooie werkvorm zien bij onze collega aardrijkskunde, Jazz Dobbins bij klas 1TVa

Ter voorbereiding op de quiz:

Individueel:

De leerlingen startten met het leren/herhalen van de begrippen voor 5 minuten. Het was muisstil voor deze 5 minuten. De leerlingen waren goed en serieus aan het oefenen.

In tweetallen:

Na deze 5 minuten gingen de leerlingen hun buurman/buurvrouw overhoren. Elk begrip wat je niet wist, schreef je op in jouw schrift. Al lopend door de klas zag je de verschillen. De ene leerling gooide in vloeiend Engels het ene begrip na het andere begrip eruit, terwijl sommige leerlingen er toch nog wat moeite mee hadden. Met een beperkter vocabulaire kwamen ze toch tot de kern van het begrip, erg knap!

Ronde 1:

De docent deelde aan elke leerling een kaartje uit met daarop een begrip of de definitie van het begrip. Elke leerling moest gaan staan achter zijn/haar tafel. De docent koos een leerling uit en deze leerling moest in het Engels hardop voorlezen wat op zijn/haar kaartje stond. Als jij het andere kaartje had, wat een match moest vormen, stak jij je hand op en las jij voor wat op jouw kaartje stond. Wanneer het een match was, moesten de twee leerlingen gaan zitten. Op deze manier waren de leerlingen actief bezig met het herhalen en leren van de begrippen. Nadat alle matches werden gemaakt, werden de kaartjes weer opgehaald en deelde de docent de kaartjes uit voor ronde 2.

Ronde 2:

Bij ronde twee moest wederom iedereen gaan staan. De docent begon het met aanwijzen van een leerling die het begrip of de definitie van het begrip op zijn/haar kaartje had staan. Deze leerling las zijn/haar kaartje voor en mocht een leerling aanwijzen. Deze leerling las voor wat op zijn/haar kaartje stond. Was het een match? Dan mocht de leerling doorspelen en verdiende de leerling een punt. Was het geen match? Dan werd er een nieuwe leerling gekozen. In het begin was het natuurlijk nog erg zoeken naar matches, later zag je bij de leerlingen dat zij echt al meerdere leerlingen die bij elkaar hoorden konden aanwijzen. Dan moest je natuurlijk nog wel uitgekozen worden…. Nadat elke match was gevonden , eindigden twee leerling met een gelijke stand 3-3. Daar konden ze mee leven. Ik zag een actieve les waarin iedereen echt mee aan het doen was en  begrippen aan het leren waren op een speelse manier. Echt een aanrader. Bedankt Jazz!

Nodig:

-Kaartjes met daarop begrippen en definities

-Bord en stift

Lesplan:

0-5 minuten uitleg geven over het programma van vandaag

5-10 minuten: leerlingen zijn zelfstandig de begrippen aan het leren

10-15 minuten: leerlingen zijn elkaar aan het overhoren. Weten ze een begrip niet. Opschrijven

15-25 minuten: Ronde 1

25-45 minuten: Ronde 2

45-50 minuten: afsluiting van de les

 

BRON: BER 28-11-2025

Thema's in een mindmap voor het lezen

Turen bij de buren: Thema’s in een mindmap voor het lezen

De werkgroep onderwijs heeft de afgelopen jaren veel mooie werkvormen mogen delen in de BER. Ik mocht vandaag zo’n mooie werkvorm zien bij onze collega Engels, Abbie Aspland. Klas 6tV start met een lessenreeks literatuur. Ze gaan een boek van Murakami lezen. Dat trok natuurlijk gelijk mijn aandacht. In deze les werkt Abbie met het maken van mindmaps over thema’s die ze daarna moeten herkennen in het werk.

Alle leerlingen zitten achterin de klas. Er staan vier thema’s op het bord, namelijk ‘lust’, ‘longing’, ‘love  en ‘loneliness’. Abbie gaat alle thema’s die op het bord staan af. Ze bespreekt bijvoorbeeld het thema ‘love’ en maakt samen met de klas een mindmap. De leerlingen hebben veel te zeggen over het thema ‘love’. Het is bijzonder hoe veel leerlingen antwoorden willen geven en hoe mooi de antwoorden zijn. Een aantal leerlingen is daar zelf ook wel erg tevreden over. De rest van de thema’s wordt ook besproken. Leerlingen hebben lol en antwoorden in het Engels. Abbie reageert continu met wedervragen, waarom past het woord bij dit thema en leg uit. Bij verschillende woorden roept dit persoonlijke verhalen op bij leerlingen en dat maakt dat leerlingen goed meedoen. Het is herkenbaar.

Leerlingen zijn ook kritisch; past dit wel bij ‘lust’, dat past toch beter bij ‘longing’. Abbie staat open voor kritische vragen en leerlingen discussiëren in het Engels verder over bepaalde thema’s. Abbie zorgt ervoor dat alle leerlingen aan het woord komen en stelt ook gerichte vragen. Het is een echt klassengesprek, waardoor ze het boek straks hopelijk beter begrijpen. Als een leerling een woord of zin niet helemaal goed zegt, herhaalt Abbie de zin met het juiste woord. De leerling herhaalt dat dan weer, waardoor ze het de volgende keer beter onthoudt.

Als alle thema’s zijn besproken dan vraagt Abbie waar ze denken dat de verhalen van Murakami over gaan? Leerlingen vinden deze vraag moeilijk om te beantwoorden. Een leerling geeft aan dat het vast vooral over loneliness gaat, omdat de titel ‘Men without women’ is. Een leerling vertelt ook wat achtergrondinformatie over Japan, omdat hij daar gewoond heeft, om het werk ook in perspectief te plaatsen. Hij vertelt dat de maatschappij meer gericht is op het individu en dat er wellicht ook meer eenzaamheid is. Abbie legt ook nog een link met een andere schrijver.

Dan gaat Abbie voorlezen en moeten de leerlingen roepen als ze één van de vier thema’s voorbij horen komen. Na een tijdje geeft een leerling aan dat hij wel een thema hoort en zegt dat het personage verlangt naar een mannelijke chauffeur. Dat wordt kort besproken. Abbie stopt ook af en toe bij een moeilijk woord en vraagt aan de klas wat het woord betekent. Het werk wordt dus echt diepgaand gelezen en Abbie concludeert nog even wat er is gelezen.

Nodig:

  • Bord en stift

Wat wordt bereikt:

  • Herkennen van thema’s in een literair werk
  • Precies lezen

Lesplan:

  • 0 – 5 min           Uitleg les
  • 5 – 25 min         Mindmap over 4 thema’s klassikaal maken
  • 25 – 40 min       Voorlezen en leerlingen thema’s laten herkennen

Mocht je vragen hebben aan Abbie, dan wil zij het graag verduidelijken. En ze heeft nog meer mooie CLILtips voor je!

Yara van Zon

 

Bron: BER 12    21-11-2025

Differentiëren - Verzin zelf een opgave

Turen bij de buren: Verzin zelf een opgave

De werkgroep onderwijs heeft de afgelopen jaren veel mooie werkvormen mogen delen in de BER. Na de inspirerende studiedag over differentiëren schrijven we lesverslagen met successen over hoe je op deze manier recht kunt doen aan ieders niveau. Ik mocht vandaag een mooie werkvorm zien bij onze collega Marrit van Brummelen: Verzin zelf een opgave.

Klas 1tVa krijgt de laatste les voor het proefwerk. De één is al heel ver in de voorbereiding, maar een ander moet nog veel doen. In dit hoofdstuk hebben de leerlingen voor het eerst over formules geleerd.

Lesverloop

In het begin van de les wordt samen met de leerlingen, klassikaal, nagedacht over iets dat je kan huren (een auto), en wat dat dan kost (vast bedrag voor administratiekosten en een bedrag per km). De leerlingen krijgen nu de opdracht om bij dit verhaaltje een formule te maken. Na een aantal minuten neemt Marrit de formules van de leerlingen over op het bord.

Marrit: “Kijk eens goed. Dit zijn jullie formules. Ze zijn een beetje verschillend. Uiteraard kunnen er meerdere goed zijn, maar welke vind je het beste?” Er komen verschillende meningen, waarbij Marrit vraagt om toelichting te geven. De leerlingen luisteren naar elkaars uitleg. De formule die ze het beste vinden schrijft Marrit over op het linker bord en zij schrijft het verhaaltje erboven. Zij geeft de volgende opdracht:

-          Verzin bij dit verhaaltje 3 toetsopgaven die ik zou kunnen stellen in het proefwerk.

De leerlingen krijgen een aantal kleine papiertjes waarop zij hun zelf bedachte vragen moeten opschrijven en op de achterkant de uitwerking. Ze hebben 10 minuten de tijd om dit zelfstandig te doen. Daarna wisselt Marrit de vragen uit en moeten ze elkaars vragen beantwoorden.  Aan het eind van de les neemt zij de blaadjes in. Zij geeft een compliment over de opbrengst en kondigt aan dat zij een kleine prijs gaat uitloven voor de beste vraag.

Reflectie:

Marrit zit in het laatste jaar van de opleiding en één van haar ontwikkeldoelen is meer te differentiëren. “Met deze les heb ik gedifferentieerd omdat leerlingen allemaal op hun eigen niveau een vraag konden verzinnen. Het heeft mij het inzicht opgeleverd dat differentiëren niet alleen betekent dat je leerlingen in groepen indeelt en andere opgaven laat maken, maar dat je dit ook op andere manieren kunt doen.”

“Wat zou je een volgende keer anders doen?”

“Ik merkte dat sommige leerlingen random toetsvragen gingen bedenken. Ik vind dat niet heel erg, want ze waren wel bezig met de stof van het hoofdstuk en ik wil de creativiteit niet te veel in de weg staan. Maar de volgende keer moet ik duidelijker zijn. Bijvoorbeeld dat er in ieder geval twee vragen moeten gaan over het verhaaltje op het bord. Leerlingen zijn dan vrij om een derde vraag over een ander onderwerp te maken.

Mocht je vragen hebben aan Marrit, dan wil zij het graag verduidelijken.

Het materiaal van deze werkvorm en alle eerder gepubliceerde werkvormen kun je vinden in de TOOLKIT: https://maken.wikiwijs.nl/?id=15&arrangement=220771#!page-8475170

Bas Koster

 

Bron: BER 9-1-2026

Slot van de les

Commando spel

Pak nog even de concentratie aan het einde van de les. Wat hebben we geleerd? Weet je het nog?

Doel van deze werkvorm is het in hoofd stampen van bepaalde begrippen / sommen / woordjes etc. Omdat zaken beter blijven hangen in je hersenen als je beweegt, hebben we het commandospel gekozen om hier mee aan de slag te gaan. Bij LO2 en BSM werkt het heel erg goed omdat er ook een beetje competitie is, ze hoeven niet stil te zitten en hebben lol met elkaar.

  • Bewegen is goed voor je hersenen. Het verbetert je geheugen, zorgt ervoor dat je beter slaapt en vermindert stress (bron: hersenstichting)

Hoe het spel werkt:

Leerlingen staan ergens in de ruimte (gymzaal / klaslokaal)

Je geeft de leerlingen een opdracht, bijvoorbeeld “commando schouders” dan raken ze hun eigen schouders aan. Als je alleen “schouders” zegt moeten ze niks doen. Als de leerling het fout doet (dus wel schouders aantikken als er geen commando gezegd of knieën aantikken als je “commando schouders” zegt) dan ben je af en moet je zitten op de bank / een stoel. Uiteraard kan je beginnen met wat oefenrondes of geef je leerlingen 2 levens.

Dat wat je aantikt kan je variëren per vak:

  • BSM/LO2: botten of spieren aantikken bij anatomie.
  • AK: bijvoorbeeld kaartjes maken met de klimaatgrafieken die ze van tafel moeten pakken.
  • Talen: woord in NL zeggen, ze pakken het juiste woord in de vreemde taal van tafel.
  • GS: gebeurtenissen roepen, jaartal kaartje pakken.
  • Ec/ma/bio: begrippen =
  • Wiskunde: som + uitkomst.
  • Etc.

Variatie: je kunt juist / onjuist doen door ze handen op te laten steken of juist naar beneden (of tenen aantikken en hoofd aantikken)

  • Het arrangement Toolbox is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Laatst gewijzigd
    08-01-2026 15:11:39
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    dddd
    Leerniveau
    VWO 1;
    Leerinhoud en doelen
    Levensbeschouwing;
    Eindgebruiker
    leraar
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.