Voorlichting praktijkleren hbo-Verpleegkunde

Voorlichting praktijkleren hbo-Verpleegkunde

Welkom!

Deze voorlichting praktijkleren is onderdeel van de onderwijsvernieuwing hbo-Verpleegkunde van Hogeschool Rotterdam.


Doel: Alle instellingsdocenten, SLC'ers, werkbegeleiders en praktijkopleiders betrokken bij het praktijkleren binnen de hbo-opleiding Verpleegkunde (voltijd en duaal) zijn op de hoogte van de kaders van het nieuwe praktijkleren, zodat zij handvatten hebben om praktijkleren vanuit hun eigen rol vorm te geven.

Voor wie? Instellingsdocenten, SLC’ers, werkbegeleiders, praktijkopleiders en opleidingsadviseurs.

Duur: Het doorlopen van deze voorlichting duurt ongeveer één uur.

werkbegeleiders, opleidingsadviseurs.

Let op: De komende jaren geldt een overgangsfase waarin het oude en nieuwe onderwijs naast elkaar bestaan.
Vanaf studiejaar 2025-2026 (september 2025) starten de studenten van leerjaar 2 met het praktijkleren volgens het nieuwe onderwijs.
Studenten uit leerjaar 3 en 4, evenals studenten uit leerjaar 2 die een herkansing doen, volgen het oude onderwijs met de bijbehorende bestaande procedures voor praktijkleren.

De weg naar de onderwijsvernieuwing - Bachelor of Nursing 2030

Projectleider Onderwijsvernieuwing Lisette Flink neemt je in onderstaande video mee in de totstandkoming van de onderwijsvernieuwing.

Video 1: De weg naar de onderwijsvernieuwing - Lisette Flink

Onderwijsvisie

Studenten groeien tijdens de opleiding tot hbo-verpleegkundigen van de toekomst: wendbaar, veerkrachtig en klaar voor elke uitdaging. Ze omarmen maatschappelijke veranderingen, zijn kritisch, innovatief en nemen het voortouw in hun vak. Met trots vervullen ze hun rol als verpleegkundige, omdat ze weten dat ze het verschil maken. Deze generalistische opleiding stuurt aan op hbo-verpleegkundigen die vanuit een holistische aanpak persoonsgerichte zorg kunnen bieden in uiteenlopende situaties.

  • Ons onderwijs leidt op tot hbo-verpleegkundigen die zich kunnen aanpassen aan een voortdurend veranderend werkveld;​
  • Ons onderwijs stuurt aan op de ontwikkeling van waarden, normen en gewoonten passend bij het verpleegkundig beroep en de maatschappij in zijn geheel;​
  • Ons onderwijs stimuleert de eigen (professionele en persoonlijke) identiteitsontwikkeling van studenten in relatie tot het verpleegkundig beroep.

BN2030 in het nieuwe onderwijs

Het opleidingsprofiel Bachelor of Nursing 2030 (BN2030) geeft een overzicht van de landelijk vastgestelde competenties van de bacheloropleiding Verpleegkunde. BN2030 zet in op de verbinding tussen de verschillende CanMEDS-rollen met de rol van Bachelor Verpleegkundige. Dit sluit aan op een uitgangspunt van ons nieuwe onderwijs: het onderwijs opnieuw onder de loep nemen en de kern van het verpleegkundig beroep goed aanleren.

Dit hebben we gedaan door in overleg met elkaar het aantal onderwerpen uit het curriculum te reduceren en het onderwijs dat goed was te behouden. Daarbij zetten we in op het ondersteunen van studenten om steeds zelfstandiger keuzes te maken tijdens hun ontwikkeling tot bachelor verpleegkundige.

Klik op deze link voor het volledige opleidingsprofiel BN2030 van het LOOV

Activeer je kennis!

Test: Activeer je kennis! Wat weet jij al van het praktijkleren in het nieuwe onderwijs?

Start

Opbouw praktijkleren

Binnen het praktijkleren staat het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en professionele identiteit van studenten centraal. Het richt zich op de transfer van theoretische kennis, opgedaan tijdens de opleiding, naar de toepassing ervan in de praktijk. Daarnaast bereidt praktijkleren studenten voor op een rol als breed inzetbare, kritische en wendbare professionals, die veerkrachtig en innovatief omgaan met complexe en veranderende werksituaties.

De kracht van het nieuwe praktijkleren is dat de student meer houvast krijgt in leerjaar 2, waardoor de student meer inzicht krijgt in de eigen ontwikkeling en hierdoor vanaf leerjaar 3 beter de eigen koers kan bepalen. Daarnaast biedt het ook de begeleiding binnen de hogeschool en praktijk meer inzicht in de ontwikkeling van de student gedurende het proces.

Met behulp van een digitaal e-portfolio en integratieve toetsing wordt de aandacht gericht op toepassing van het geleerde; zowel op het gebied van kennis en vaardigheden als op het gebied van vorming van professionele identiteit.
Via de inhoud van het e-portfolio wordt de groei in zelfstandigheid en zelfregulerend leren inzichtelijk.

In de opleiding verschuift de focus steeds meer naar zelfregulerend leren. In leerjaar 2 is er nog veel structuur en begeleiding. In leerjaar 3 en 4 verschuift de focus naar zelfstandig leren en het zelf plannen en organiseren van het leerproces. Dit onder begeleiding van instellingsdocenten, werkbegeleiders en praktijkopleiders. Studenten hebben een toenemende verantwoordelijkheid ontwikkeld voor het stellen van leerdoelen en reflecteren op hun eigen ontwikkeling.  

Stagecoördinatoren Arie Hettinga en Monique Smit-Willemse nemen je in deze video mee in de opbouw en kaders van het praktijkleren. Daarnaast lichten ze het trainingsaanbod toe voor praktijkopleiders, werkbegeleiders en instellingsdocenten.

Video 2: Opbouw praktijkleren - Arie Hettinga en Monique Smit-Willemse

Volg deze link naar de stagewebsite Verpleegkunde van Hogeschool Rotterdam voor het stagebeleid en alle actuele formulieren

Verdeling praktijkleren binnen de opleiding

Onderwijsoverzicht opleiding hbo-Verpleegkunde:

Figuur 2: Overzicht leeruitkomsten opleiding hbo Verpleegkunde - met praktijkleren (in donkerblauw)
Figuur 2: Overzicht leeruitkomsten opleiding hbo Verpleegkunde - met praktijkleren (in donkerblauw)

Leerjaar 1: Oriëntatieweek praktijk en vaardigheidsonderwijs.

Leerjaar 2: Stage van 18 weken, 4 dagen per week.

Leerjaar 3: Twee stages van elk 19 weken, 3 dagen per week.

Leerjaar 4:

  • Semester 1 - Minorperiode: 20 weken praktijk voor duale studenten. Voltijdstudenten volgen afhankelijk van de gekozen minor aanvullende praktijkuren.

  • Semester 2 - Afstudeerfase: Stage van 20 weken, 3 dagen per week.

Onderwijs naast praktijkleren

Alle leeractiviteiten op de hogeschool ondersteunen de praktijkvraagstukken waar de student in de praktijk mee bezig is.

​De student heeft een vaste terugkomdag onder begeleiding van de SLC'er die de volgende onderdelen bevat:​

  • Uitwisselen van ervaringen; 
  • Opstellen en evalueren van het plan van aanpak voor praktijkvraagstukken; ​
  • Ondersteunende theorie en workshops;
  • Samenwerking in het werken aan praktijkvraagstukken;
  • De meetmomenten op de hogeschool worden ingevuld door medestudenten (peers) en/of de begeleidende docent (SLC'er). Deze meetmomenten vinden zoveel mogelijk plaats in lestijd.
  • ​​​​​​​Gedurende de stage heeft de student twee individuele coachingsgesprekken gericht op de persoonlijke en professionele ontwikkeling met de studieloopbaancoach. Indien gewenst kan deze frequentie worden uitbereid.  


Begeleiding door: ​

  • medestudenten van de vaste studiegroep; ​

  • begeleidend docent tevens studieloopbaancoach (SLC'er).​ In leerjaar 2 is de SLC'er ook de vakexpert. In leerjaar 3 is het streven dat de SLC'er en vakexpert dezelfde docent zijn.

Kaders praktijkleren

In het nieuwe onderwijs zijn leeruitkomsten (LUKs) geformuleerd die gerelateerd zijn aan de CanMEDS-rollen zoals beschreven in BN2030. Leeruitkomsten zijn meetbare resultaten van leerinspanningen en geven een beeld van de competentiebeheersing op een bepaald niveau.

Een leeruitkomst binnen het praktijkleren is geconcretiseerd in praktijkvraagstukken met opdrachten en succescriteria.
Om een praktijkvraagstuk op te lossen, maakt een student vaste opdrachten waarvan hij/zij/hen bewijslast verzamelt in het e-portfolio. Tijdens de stage werkt de student toe naar het aantonen van een leeruitkomst. ​De monitoring en begeleiding van het leerproces is ontwikkelingsgericht met meetmomenten en evaluatiemomenten.  

Figuur 3: Onderwijsconcept
Figuur 3: Onderwijsconcept

Rollen en verantwoordelijkheden student en SLC'er

Figuur 4: Rolverdeling
Figuur 4: Rolverdeling

Rol student
De student zelf is de eerstverantwoordelijke voor het leerproces en de competentie-ontwikkeling. Dat begint al bij de voorbereiding op de stage. De student gaat vanuit het eerste praktijkvraagstuk aan de slag met de oriëntatie op de nieuwe stageplek en stelt een plan van aanpak op om zich te ontwikkelen tot het gewenste niveau van de succescriteria. De student plant tijdig de vaste gespreksmomenten met de betrokkenen. De student is verantwoordelijk voor de communicatie tussen de werkbegeleider, praktijkopleider en instellingsdocent en maakt hierover duidelijke afspraken.

De studieloopbaancoach
Iedere student op Hogeschool Rotterdam heeft gedurende de studie een studieloopbaancoach (SLC'er).
De SLC'er begeleidt studenten in hun ontwikkeling van de persoonlijke en professionele identiteit (PPI) en de studievoortgang. Dit vindt plaats zowel op individueel als op groepsniveau. Daarnaast begeleidt de SLC'er studenten bij het resultaatgericht werken aan de LUKs. Belangrijke taken hierbij zijn het organiseren van het leren omgaan met vormen van feedback, begeleiden van peerfeedback en het begeleiden van intervisie. De SLC'er is zich bewust van de eigen invloed op de studenten en hun ontwikkeling en toont zich als rolmodel op het gebied van zelfreflectie.

Rollen en verantwoordelijkheden praktijkleren

De begeleiders tijdens de stage zijn werkbegeleiders en/of een praktijkopleider en een instellingsdocent. ​
​Op sommige stageplaatsen is de werkbegeleider en praktijkopleider dezelfde persoon. Elke praktijkinstelling biedt begeleiding op hbo-niveau, ongeacht in welke stagesetting de student zich bevindt. Een uitzondering daarop vormt het tweede leerjaar waarin een student door een mbo-verpleegkundige begeleid kan worden, conform het stagebeleid. ​

 

De werkbegeleider vervult een voorbeeldrol en coacht de student bij het dagelijkse leren in de praktijk. Ook attendeert de werkbegeleider de student op de mogelijkheden bij het vertalen van praktijkvraagstukken naar de desbetreffende stageplaats, het plannen van leeractiviteiten en stimuleert de student bij de uitvoering. De werkbegeleider biedt ruimte tot reflectie op leerwerksituaties en geeft zowel gevraagd als ongevraagd feedback en feedforward. ​De rol van de werkbegeleider kan per stageverlenende instelling net iets anders vormgegeven zijn dan hier beschreven is.

De praktijkopleider is de intermediair tussen de student en de werkbegeleider. De praktijkopleider onderhoudt contact met de student en werkbegeleider over het leerproces van de student en neemt waar nodig contact op met de instellingsdocent. De praktijkopleider faciliteert de werkbegeleider zodat deze de student adequaat kan begeleiden. De praktijkopleider bewaakt het leerklimaat op de afdeling en coacht werkbegeleiders en andere medewerkers.
De praktijkopleider is ook betrokken bij de beoordeling van de student. De rol van de praktijkopleider kan per stageverlenende instelling net iets anders vormgegeven zijn dan hier beschreven is.

 

Figuur 4: Rolverdeling
Figuur 4: Rolverdeling

De instellingsdocent is de docent van de hogeschool die betrokken is bij de stage. De student komt pas vanaf leerjaar 2 in aanraking met deze rol van de docent als het leren in de praktijk van start gaat. De rol van instellingsdocent bevindt zich op twee vlakken:

Enerzijds is de instellingsdocent de contactpersoon tussen opleiding en stageverlenende instelling. De instellingsdocent zorgt voor relatiebeheer en communicatie met de begeleiding van de instelling, en signaleert ontwikkelingen binnen de instelling en de beroepspraktijk. De instellingsdocent zal de kwaliteit van het leerklimaat van de betreffende afdelingen/teams binnen de instelling bewaken en toetsen. De instellingsdocent is de ambassadeur van de opleiding en draagt de visie van de opleiding uit naar de stageverlenende instelling.

Anderzijds monitort de instellingsdocent de competentie-ontwikkeling van de student tijdens de stage. De instellingsdocent coacht op het leerproces vanuit de principes van didactisch coachen, verbindend communiceren en formatief handelen.

Gedurende de stage is er door het e-portfolio nauwe samenwerking tussen de praktijkopleider, instellingsdocent en SLC'er in de monitoring van de competentie-ontwikkeling van de student. Zo nodig neemt de instellingsdocent contact op met de praktijkopleider/werkbegeleider en SLC'er over de competentie-ontwikkeling van de student.

Aan het einde van de stage heeft de instellingsdocent de beoordelende rol samen met de praktijkopleider/werkbegeleider. De instellingsdocent is eindverantwoordelijk voor de beoordeling van de stage.

De instellingsdocent krijgt voor deze taken in totaal 7 uur per student per semester toegewezen.​

Meetmomenten

Gedurende de stageperiode vinden meerdere meetmomenten plaats waarop de student gerichte feedback en feedforward krijgt over de competentieontwikkeling per CanMEDS-rol. 
De meetmomenten zijn specifiek voor de LUK en de mate van zelfregulatie is passend bij de fase van de opleiding. ​De meetmomenten kunnen uiteenlopen van een evaluatiegesprek met de werkbegeleider of een reflectieverslag na een gesprek of handeling, tot een opdracht gebaseerd op een praktijkvraagstuk of een casusbespreking met de studiegroep op school. Sommige meetmomenten zijn vooraf gepland, terwijl andere door de student zelf geïnitieerd worden.

Bij elk meetmoment levert de student een concreet product of handeling (bewijsstuk) aan waarop feedback en feedfoward gegeven wordt. De feedback wordt verzameld vanuit verschillende perspectieven: medestudenten (peers), docent op school (SLC'er), werkbegeleiders, praktijkopleider en instellingsdocent.
Daarnaast wordt feedup toegepast om vooraf helderheid te geven over de verwachtingen ten aanzien van het niveau van het product. Dit helpt de student inzicht te krijgen in de succescriteria en het gewenste prestatieniveau en waar de focus van het eigen leerproces ligt. Op deze manier ontstaat een cyclisch proces van sturing, reflectie en verbetering.

Figuur 5: Routekaart Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5 - Mogelijke meetmomenten opgenomen als diagonale streepjes
Figuur 5: Routekaart Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5 - Mogelijke meetmomenten opgenomen als diagonale streepjes

E-portfolio

De student gebruikt tijdens de stage een e-portfolio (Portflow) met daarin een plan van aanpak en de verzamelde bewijsstukken van de competentieontwikkeling.

Het plan van aanpak bestaat uit:

  • een tijdschema (planning en prioritering) per praktijkvraagstuk;
  • doelstellingen, taken en activiteiten per praktijkvraagstuk;
  • benodigdheden bij taken (materialen, mensen);
  • communicatieplan (bijv. van wie wil de student feedback tijdens meetmomenten).

Na ieder evaluatiemoment past de student het plan van aanpak aan op basis van de ontvangen feedback en feedforward.

De bewijsstukken in het portfolio worden geordend per beroepsrol. Voorbeelden zijn: een zelfevaluatie aan de hand van een rubric, een feedbackformulier, reflectieverslag, checklist, observatieformulier, peer assessment, quiz of test, presentatie, casusstudie, simulaties, etc zijn.

Figuur 6: Spinnenweb als evaluatie-instrument
Figuur 6: Spinnenweb als evaluatie-instrument

In de evaluatiemomenten wordt een waardering (boven, op of onder het gewenste niveau) per CanMEDS-rol gegeven op basis van de uitwerking van praktijkvraagstukken die de student aanlevert. Dit wordt zichtbaar in het spinnenweb als evaluatie-instrument en zo wordt de beheersing van de CanMEDS-rol inzichtelijk.
De waarderingen samen geven niet alleen inzicht in de ontwikkeling van de student, ook draag het geheel van de verschillende evaluatiemomenten bij aan een betrouwbare beoordeling. Het e-portfolio wordt hierbij gebruikt als een ontwikkelportfolio (voor reflectief gebruik, gericht op het verzamelen van feedback met veel ruimte voor eigen overwegingen) en als dossierportfolio (gericht op resultaten die behaald zijn in een bepaalde periode en als verzameling van bewijzen ten behoeve van het beoordelingsgesprek).

De betrokken student, werkbegeleiders, praktijkopleider en docenten hebben middels dit e-portfolio een duidelijk overzicht in de voortgang van de ontwikkeling van de student.

Het e-portfolio is voor student en docenten bereikbaar via Brightspace. De student geeft de begeleiders uit de praktijk zelf actief toegang tot het portfolio middels een weblink. Ook geeft de student specifiek toegang tot die onderdelen van het portfolio waar feedback op gevraagd wordt of welke ingezet worden voor de evaluatiemomenten en het beoordelingsmoment. Op deze manier kan de student met behoud van privacy het e-portfolio door de hele studieloopbaan meenemen en ontwikkelen.

In onderstaande video wordt een korte instructie gegeven van het gebruik van het e-portfolio (Portflow). Let op: deze video bevat géén geluid.

Instructie e-portfolio Portflow - feedback en evalueren

Gespreksmomenten

Per stageperiode zijn er vier vaste gespreksmomenten, bestaande uit drie evaluatiemomenten en een beoordelingsmoment. De periode waarin de evaluatiemomenten en het beoordelingsmoment gepland worden, is vastgelegd in de routekaart per leerjaar en stageperiode. Het eerste en derde evaluatiemoment vinden online plaats (Microsoft Teams). Het tweede evaluatiemoment en het beoordelingsmoment vinden op locatie plaats binnen de stageverlenende instelling.

De instellingsdocent is bij alle evaluatiemomenten en het beoordelingsmoment aanwezig. De praktijkopleider is verplicht aanwezig bij het tweede evaluatiemoment en het beoordelingsmoment. Idealiter is de praktijkopleider ook aanwezig bij het eerste en derde evaluatiemoment (dit is niet verplicht). De werkbegeleider mag aanwezig zijn bij de evaluatiemomenten en het beoordelingsmoment (dit is niet verplicht).

Indien de instelling zich buiten de regio Rotterdam bevindt, verloopt het contact tussen de stageverlenende instelling en de instellingsdocent online (Microsoft Teams) of vindt plaats op de hogeschool.

 

Figuur 7: Vaste gespreksmomenten als ovale 'stations' opgenomen in routekaart Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5
Figuur 7: Vaste gespreksmomenten als ovale 'stations' opgenomen in routekaart Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5

Evaluatiemomenten

Tijdens drie evaluatiemomenten bespreken de student, praktijkopleider en instellingsdocent gezamenlijk de voortgang van het werken aan de praktijkvraagstukken en de competentieontwikkeling. Tijdens deze evaluatiemomenten wordt er ook een waardering gegeven aan de voortgang middels op, onder of boven niveau. Tijdens het evaluatiemoment wordt de feedback samengevat en vertaald naar concrete vervolgstappen, zodat de student hierin verder regie kan nemen. Door de uitgesproken waarderingen in de evaluatiemomenten, krijgt de student inzicht op het niveau van de competentiebeheersing per CanMEDS-rol op dat moment.

Voorafgaand aan het evaluatiemoment zorgt de student dat het e-portfolio op orde is en dat de deelnemers aan het evaluatiemoment inzicht hebben in de stukken. Het e-portfolio bevat een uitwerking van de vaste opdrachten bij het praktijkvraagstuk. Daarnaast mag de student per praktijkvraagstuk maximaal twee zelfgekozen bewijsstukken toevoegen, mits deze aantoonbaar gekoppeld zijn aan de succescriteria en CanMEDS-rollen. De feedback uit eerdere meetmomenten wordt samengevat door de AI-analysetool in het e-portfolio. Indien gewenst kan de instellingsdocent en/of praktijkopleider altijd de werkelijk gegeven feedback van het meetmoment nalezen.


Het evaluatiemoment
Doel:
voortgang competentieontwikkeling inzichtelijk maken
Duur: 30 minuten
Aanwezigen: de student, de instellingsdocent en de praktijkopleider

Gespreksstructuur:

  1. 5 min: De student vat samen wat hij tot dan toe gedaan heeft en wat de opbrengst daarvan is
  2. 5 min: De student presenteert de uitwerking van het praktijkvraagstuk
  3. 15 min: De student, instellingsdocent en praktijkopleider (indien aanwezig) gaan dieper in op de succescriteria waar vragen over zijn. 
  4. 5 min: Conclusie en vooruitblik in relatie tot de succescriteria zodat student eigen plan van aanpak voor de komende periode kan bijwerken.

Op basis van de ontvangen waardering, feedback en feedforward past de student het plan van aanpak aan. Na afloop van het evaluatiemoment is helder wat er nog nodig is om de CanMEDS-rollen behorende bij het praktijkvraagstuk op het beoogde niveau aan te tonen.

Beoordelingsmoment

Aan het einde van de stage vindt het beoordelingsmoment (fysiek) plaats met de student, praktijkopleider en instellingsdocent. Voor dit gesprek levert de student het e-portfolio aan met hierin een uitwerking van alle praktijkvraagstukken en de waarderingen en feedback van de meet- en evaluatiemomenten. Het beoordelingsgesprek kan alleen plaatsvinden indien een week voorafgaand aan het beoordelingsmoment het portfolio compleet is. Dit betekent dat in ieder geval alle vaste opdrachten behorend bij de praktijkvraagstukken ge-upload moeten zijn en voorzien van feedback.

Beoordelingsmoment
Doel:
Vaststellen van het niveau van de competentiebeheersing aan de hand van de CanMEDS-rollen en succescriteria.
Duur: 45 minuten
Aanwezigen: de student, de instellingsdocent en de praktijkopleider.

Gespreksstructuur:

  • Voorbespreking: De praktijkopleider en instellingsdocent bespreken het gesprek samen voor om af te stemmen welke CanMEDS-rollen verder uitgediept worden aan de hand van de feedback, feedforward en waarderingen uit de meet- en evaluatiemomenten (5 minuten).
  • Presentatie: De student maakt een presentatie die de inhoud van het portfolio aanvult of overstijgt. De student presenteert in een metareflectie zijn/haar/hen ontwikkeling gedurende de stage. De student legt uit welke verbeteringen zijn doorgevoerd na de evaluatiegesprekken en welke bewijsstukken aan het portfolio zijn toegevoegd (10 minuten).
  • Criteriumgericht interview (CGI): De praktijkopleider en instellingsdocent stellen verdiepende vragen door middel van een criteriumgericht interview (20 minuten). Het criteriumgericht interview dient om meer informatie te verzamelen over zijn/haar/hun kennen en kunnen aan de hand van de succescriteria. Er kunnen nog onbelichte punten aan de orde komen. Ook kunnen verdiepende vragen gesteld worden over het portfolio om inzicht te krijgen in competenties die nog niet of onvoldoende naar voren zijn gekomen of waarin de student excellentie kan aantonen. Op deze manier vormen de praktijkopleider en de instellingsdocent een samenhangend totaalbeeld over het functioneren. Het criteriumgericht interview heeft een doorslaggevende rol bij de beoordeling. De feedback en waarderingen vanuit de meet- en evaluatiemomenten liggen hieraan ten grondslag.

    Tijdens het criteriumgericht interview wordt gebruikgemaakt van de STARRT-interview methode die bestaat uit de volgende (basis)vragen:

Situatie: Wat was de situatie?              
Taak: Wat was je opdracht?
Acties: Wat heb je precies gedaan of gezegd?
Resultaat: Wat was het effect van jouw gedrag?
Reflectie: Wat heb je ervan geleerd?     

Transfer: Wat neem je mee naar een volgende situatie?
De vragen uit de STARRT- methodiek kunnen in willekeurige volgorde, maar ook los van elkaar of in iets andere vorm worden gesteld. Indien gewenst kan er worden doorgevraagd naar het ‘hoe’ of ‘waarom’.

  • Beoordeling: De praktijkopleider en instellingsdocent vullen samen de beoordeling in (10 minuten). Beiden hebben een evenredige inbreng in de beoordeling (volgens het stagebeleid blijft docent Hogeschool Rotterdam eindverantwoordelijk). Zijn de beoordelaren het oneens in de beslissing, dan overlegt de instellingsdocent met de LUK-houder of stagecoördinator en geven zij de doorslag.

Bij de beoordeling wordt gebruikgemaakt van een rubric die ingevuld wordt voor alle CanMEDS-rollen. De beoordeling wordt gedaan op basis van het e-portfolio, de presentatie, het CGI en de eerder uitgesproken waarderingen uit de meet- en evaluatiemomenten. Deze waarderingen geven inzicht in de beheersing van de CanMEDS-rollen en dienen als input voor de beoordeling. Het eindcijfer wordt bepaald aan de hand van tabel 1. Met een positief resultaat van het beoordelingsmoment spreken de praktijkopleider en de instellingsdocent uit dat ze voldoende vertrouwen hebben dat de student zich kan ontwikkelen naar een volgend niveau.
 

Alle 7 beroepsrollen boven niveau

10

5-6 beroepsrollen boven niveau, overige beroepsrollen op niveau

9

3-4 beroepsrollen boven niveau, overige beroepsrollen op niveau

8

1-2 beroepsrol boven niveau, overige beroepsrollen op niveau

7

Alle beroepsrollen op niveau

6

1 of meer beroepsrollen onder niveau.

5

Bij 2 of meer beroepsrollen onder niveau

4












Tabel 1 Eindcijfertabel

 

Herkansingsmoment

Wanneer één of meer beroepsrollen bij het beoordelingsmoment onder niveau zijn beoordeeld komt de student in aanmerking voor een herkansing.

Let op: Praktijkleren is een ontwikkelingsgericht proces. Een onvoldoende dient voor de student niet als verrassing te komen, maar als een begrijpelijk gevolg van eerdere meetmomenten en feedback.

De instellingsdocent licht de onvoldoende schriftelijk toe op het beoordelingsformulier en adviseert of een herkansing zinvol is.  Wil de student gebruikmaken van een tweede toetskans, dan dient dit binnen 72 klokuren via de mail na het eindgesprek gemeld te worden bij de instellingsdocent en praktijkopleider.

De herkansing vindt plaats in week 1 na het semester waarin stage is gelopen (dat betekent onderwijsweek 3.1 of uitloopweek 1) met de instellingsdocent en de praktijkopleider. Mocht het vanuit de praktijkopleider niet haalbaar zijn op korte termijn een herkansingsgesprek te plannen dan zal er een tweede beoordelende docent aansluiten bij het eindgesprek.

Voor de herkansing van het beoordelingsmoment levert de student geen nieuwe bewijslast aan en doet de student geen aanpassingen in het portfolio. De student wordt gevraagd in de herkansing van het eindgesprek vanuit een aangepaste metareflectie de onvoldoende beoordeelde beroepsrollen te presenteren en onderbouwt zijn/haar/hen beheersing van deze rollen vanuit de succescriteria.

Onderwijsprincipes

Ons onderwijs is gericht op het stimuleren van zelfregulatie en zelfverantwoordelijkheid van de student. Daarnaast gaan wij ervan uit dat onze studenten het beste leren door actief aan de slag te gaan in interactie met elkaar. Het praktijkleren vraagt daarom om bijpassende pedagogische en didactische kennis, vaardigheden en houding van de werkbegeleider, praktijkopleider, instellingsdocent en SLC'er. Deze professionals ondersteunen de student vanuit een coachende rol en geven hier invulling aan door didactisch coachen, verbindend communiceren en formatief handelen.

Hogeschooldocent Corrian de Vries houdt zich bezig met de docentenprofessionalisering binnen het nieuwe curriculum. Zij neemt je in deze video mee in de feedbackgeletterdheid voor docenten, werkbegeleiders en praktijkopleiders in de coachende rol binnen het praktijkleren.

Video 3: Focus op feedback! Stimuleren van leren en ontwikkelen - Corrian de Vries

Specifieke informatie | Praktijkleren per leerjaar

Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5 Verpleegkundig handelen op niveau 1

In leerjaar 2 start de student met twee lesweken op de hogeschool ter voorbereiding van de stage. Vanaf lesweek drie zijn er per week vier stagedagen en één terugkomdag.

De terugkomdag op de hogeschool is gestructureerd met vaste onderwerpen gericht op de professionele ontwikkeling en praktijkvraagstukken. Studenten werken individueel of samen met medestudenten en de begeleidend docent om leerdoelen te realiseren en aan opdrachten behorend bij de praktijkvraagstukkken te werken. In deze gestructureerde omgeving is er ruimte voor de student om praktijkvraagstukken aan te passen zodat deze passend zijn bij de specifieke stageplaats. Daarnaast kan de student in de uitwerking verschillende keuzes maken om bewijslasten te verzamelen in het e-portfolio.  ​Het is van belang dat de student bij deze lessen aanwezig is. Tijdens de lessen wordt veel tijd besteed aan de voorbereiding en uitwerking van de vaste opdrachten binnen de praktijkvraagstukken.

Kerndocent Klarina Soare-Breen is onderwijsontwikkelaar van het praktijkleren voor leerjaar 2 en neemt je in deze video mee in de inhoud van de praktijkvraagstukken van LUK 5 Verpleegkundig handelen op niveau 1.

Video 4: Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5 Verpleegkundig handelen op niveau 1 - Klarina Soare-Breen

Figuur 8: Routekaart Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5
Figuur 8: Routekaart Praktijkleren leerjaar 2 | LUK 5

Praktijkleren leerjaar 3 | LUK 9 Verpleegkundig handelen op niveau 2

Vanaf leerjaar 3 verschuift de nadruk naar zelfsturing en maatwerk: studenten krijgen meer vrijheid om de begeleidingsuren op de hogeschool in te vullen op basis van hun eigen leerbehoeften en professionele ontwikkeling. Dit kan variëren van het bespreken van praktijkervaringen tot het uitwerken van eigen casussen.

Naast deze flexibiliteit blijft er een kennisgerichte component centraal staan. Studenten worden gestimuleerd om zich actief te verdiepen in complexe vakinhoudelijke thema’s, bijvoorbeeld door middel van literatuuronderzoek, het analyseren van praktijkcasussen of het ontwikkelen van kennisproducten.

De docent ondersteunt hierin als vakexpert en gesprekspartner om de theoretische verdieping te waarborgen en de koppeling met de praktijk verder te versterken. De vakexpert organiseert en begeleidt het inhoudelijke onderwijs. Deze docent bevordert het onderzoekend vermogen van de student, kritisch denken en redeneren in het licht van methoden van onderzoek, diagnosticeren en ontwikkelen van beroepsethisch handelen. De vakexpert stuurt acties en werkzaamheden conform de planning en bewaakt en evalueert de voortgang. De vakexpert is een rolmodel en draagt trots uit voor het vak. Waar in leerjaar 2 de SLC'er tevens de vakexpert is, is dat in leerjaar 3 het streven.

De ontwikkeling van het nieuwe onderwijs voor leerjaar 3 start per studiejaar 2025-2026 en wordt in studiejaar 2026-2027 geïmplementeerd.

Pilot Afstudeerfase | LUK 12

Stand van zaken
Op dit moment vindt de pilot plaats onder duale studenten in de ziekenhuissetting en in het studiejaar 2025-2026 zal de pilot gaan draaien bij voltijd studenten in andere zorgsectoren. De uitkomsten van de evaluaties worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van het onderwijs en professionalisering van collega’s.

De pilot draait bij een beperkt aantal vooraf geïnformeerde stageplaatsen. Wanneer dit in jouw instelling het geval is, wordt je hierover geïnformeerd door de afstudeercoördinatoren. 

Figuur 9: Routekaart afstuderen - LUK 12
Figuur 9: Routekaart afstuderen - LUK 12

Trainingsaanbod en FAQ

Vragen?
Heb je een vraag of blijft er iets onduidelijk? Laat het weten! De antwoorden komen terug in de trainingen of in de FAQ.

Noteer hier jouw vragen

Trainingsaanbod

Wil jij je verder bekwamen in de begeleiding en beoordeling van het praktijkleren binnen het nieuwe en/of oude onderwijs? Meld je dan aan voor een kalibratiesessie, workshop of training.
Onderstaande link is voor het aanmelden van deelnemers uit de praktijk. Docenten ontvangen later een aparte aanmeldlink via het secretariaat

Aanmelden Trainingsaanbod Praktijkleren (voor praktijk)

Aanmelden Trainingsaanbod Praktijkleren (voor docenten)

FAQ
1. Kan ik als praktijkbegeleider toegang krijgen tot Portflow met ZorgMail?  
Ja, dit is getest en zou geen probleem moeten zijn. De student deelt met de praktijkbegeleiders een directe weblink voor inzage in het e-portfolio.