Vwo biologie: wat moet je weten

Vwo biologie: wat moet je weten

Belangrijke begrippen tijdens jouw examen

Op deze pagina bieden we een overzicht van de begrippen die je moet kennen voor jouw examen. Weet je waar deze begrippen over gaan, herken je ze én kun je ze toepassen in een specifieke context? Dan ben je al een heel eind op de goede weg. De precieze leerdoelen voor dit vak staan in de syllabus.

M. Molecuul- en celniveau

Als je alle examenstof hebt geleerd, kun je:

  • met behulp van de concepten DNA en eiwitsynthese verklaren hoe zelfregulatie op moleculair niveau plaatsvindt, in de context van gezondheid en voedselproductie;
  • met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie verklaren hoe de stofwisseling van cellen van prokaryoten en eukaryoten verloopt, in de context van gezondheid en voeding;
  • met behulp van de concepten genexpressie en celdifferentiatie benoemen hoe de ontwikkeling van cellen verloopt, en uitleggen hoe stoornissen in de ontwikkeling kunnen ontstaan en worden aangepakt, in de context van gezondheid en voedselproductie;
  • met behulp van de concepten genregulatie en interactie met (a)biotische factoren verklaren hoe moleculaire regulatie plaatsvindt, in de context van gezondheid en voedselproductie;
  • met behulp van de concepten celcommunicatie en interactie met (a)biotische factoren uitleggen hoe cellulaire interactie verloopt, in de context van gezondheid;
  • met behulp van de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap verklaren hoe eigenschappen worden overgedragen, en uitleggen hoe de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt, in de context van energie, gezondheid en voedselproductie;
  • met behulp van de concepten DNA, mutatie, genetische variatie, recombinatie en populatie verklaren hoe variatie in populaties tot stand komt, in de context van gezondheid en voedselproductie.

 

De begrippen die je bij dit domein in ieder geval moet kennen luiden als volgt:

 

Onderwerpen en begrippen

Dit weet ik

M1 Eiwitsynthese (Subdomein B1)

 

M1.1 DNA

 

dna, rna, nucleïnezuur, helixstructuur, basenparing, nucleotide, enkelstrengs dna, dubbelstrengs dna, chromosoom, histon, atoom, molecuul, ion, molecuulformule, structuurformule, waterstofbrug

 

kern dna, mitochondriaal dna, chloroplast dna

 

basenvolgorde, genetische code, plasmide, primer, pcr, sequencen, restrictie-enzym

 

M1.2 Eiwitsynthese

 

aminozuur, eiwit, proteïne, codon, startcodon, stopcodon, tripletcode

 

transcriptie, translatie, mrna, trna, rrna, cytoplasma, ribosoom, golgi-systeem, endoplasmatisch reticulum, anticodon, coderende streng, afleesrichting, template/matrijsstreng, dna-polymerase

 

primaire structuur, secundaire structuur, tertiaire structuur, quaternaire structuur, peptidebinding, zwavelbrug

 

M2 Stofwisseling van de cel (Subdomein B2)

 

M2.1 Homeostase

 

prokaryoot, bacterie, celwand, cirkelvormig chromosoom

 

virus, eiwitmantel, dna-virus, rna-virus

 

eukaryoot, endosymbiose, celkern, kernlichaampje, kernporie, vacuole, grondplasma, cytoskelet, centriolen, mitochondrie, lysosoom, chloroplast, chlorofyl, plastide, ciliën, flagel

 

dynamisch evenwicht, ionenpomp

 

homeostase, terugkoppeling, receptoreiwit, effector, cascade

 

M2.2 Transport

 

diffusie, osmose, actief transport, passief transport, endocytose, exocytose, ionentransport, glucose, zuurstof, koolstofdioxide, natriumchloride

 

fosfolipiden, wateroplosbaar, vetoplosbaar, hydrofiel, polair, hydrofoob, apolair  
plasmolyse, turgor  
semipermeabel membraan, selectief permeabel, isotonisch, hypotonisch, hypertonisch, osmotische druk, osmotische waarde, waterpotentiaal  
motoreiwit  
M2.3 Assimilatie en dissimilatie  
autotroof, heterotroof, assimilatie, dissimilatie  
chemische reactie, katalyseren, enzym, evenwichtsreactie  
chemische energie, lichtenergie, kinetische energie, warmte, adp, atp, nad, nadh, nadp, nadph, proton, elektron, licht  
fotosynthese, c-assimilatie, lichtreactie, donkerreactie, elektromagnetisch spectrum  
voortgezette assimilatie, bouwstof, brandstof, reservestof, koolhydraat, monosacharide, disacharide, polysacharide, zetmeel, glycogeen, cellulose, vet, vetzuur, glycerol, essentieel aminozuur, niet-essentieel aminozuur, tussencelstof  
anaeroob, glycolyse, gisting, alcohol, melkzuur, methaan  
aeroob, verbranding, citroenzuurcyclus, oxidatieve fosforylering, oxidator, reductor  
reactievergelijking, calcium, chloor, fosfor, ijzer, kalium, koolstof, stikstof, natrium, waterstof, zuurstof, ammoniak, fosfaat, glucose, nitraat, nitriet, stikstofgas, water, zuurstofgas  
enzymwerking, substraat, enzymsubstraatcomplex, indicator  
ph, denaturatie, optimumkromme  
fermentatie, recombinant-dna-technologie, micro-organismen  
chemosynthese  
M3 Zelforganisatie van cellen (Subdomein C1)  
M3.1 Genexpressie  
niet-coderend dna  
introns, exons, cdna  
genexpressie, gen, splicing  
receptor, membraaneiwit, transporteiwit, eiwithormoon, structuureiwit, antistof  
knock-out-gen, fenotype  
M3.2 Celdifferentiatie  
genotype  
celtype, celdifferentiatie, specialisatie  
stamcel, stamcelonderzoek, stamceltransplantatie  
apoptose, kanker  
M4 Moleculaire en cellulaire interactie (Subdomeinen D1 en D2)  
M4.1 Genregulatie en interactie met (a)biotische factoren  
genregulatie  
structuurgen, regulatorgen, promotor, operator, repressor  
transcriptiefactor, activator  
nucleosoom, methylering, epigenetica, rna  
mutagene factor, proto-oncogen, tumorsuppressorgen  
M4.2 Celcommunicatie en interactie met (a)biotische factoren  
signaalstof, receptor, respons, second messenger, signaalcascade  
synaps, natrium/kalium-pomp, impulsgeleiding, sprongsgewijze impulsgeleiding, neurotransmitter, rustpotentiaal, actiepotentiaal, prikkeldrempel, refractaire periode, exciterend, inhiberend  
zenuwcel, cell junctions, hormoon, cytokine  
steroïdhormoon, peptidehormoon, receptor in celmembraan, receptor in cytoplasma  
celcommunicatie  
M7 Reproductie van het organisme (Subdomein E3)  
M7.1 Erfelijke eigenschap  
allel, genoom, fenotype, milieufactor  
autosoom, geslachtschromosoom, x-chromosoom, y-chromosoom  
monohybride kruising, dihybride kruising, dominant, onvolledig dominant, recessief, intermediair, stamboom, kruisingsschema, homozygoot, heterozygoot, x-chromosomaal, multipele allelen, letale factor, gekoppelde genen  
ethisch argument, biologisch argument  
M8 Selectie (Subdomein F1)  
M8.1 DNA  
dna-analyse, verwantschap  
M8.2 Mutatie  
puntmutatie, deletie, insertie, genoommutatie, leesraamverschuiving, frame shift mutatie  
mutagene stof, mutagene straling, dna-repairsysteem, genetische modificatie  
overlevingskans  
M8.3 Recombinatie  
geslachtelijke voortplanting, meiose, haplotype, homologe chromosomen, crossing-over  
M8.4 Genetische variatie  
genetische variatie, recombinatie, genenpool, aanpassing, inteelt  
cisgeen, transgeen  

O. Orgaan- en organismeniveau

Als je alle examenstof hebt geleerd, kun je:

  • Met de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport verklaren hoe de stofwisseling van organismen verloopt en uitleggen hoe stoornissen daarin kunnen ontstaan en aangepakt kunnen worden, in contexten zoals gezondheid en voedselproductie.

  • Met de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie uitleggen hoe zelfregulatie bij eukaryoten verloopt, en uitleggen hoe stoornissen hierin kunnen ontstaan en aangepakt kunnen worden, in bijvoorbeeld contexten van sport en voeding.

  • Met het concept afweer uitleggen hoe organismen zich beschermen tegen andere organismen, virussen en allergenen, en uitleggen welke problemen hierbij kunnen optreden en hoe deze aangepakt kunnen worden, in bijvoorbeeld gezondheidszorg en voedselproductie.

  • Met de concepten voortplanting en erfelijke eigenschap uitleggen hoe eigenschappen worden overgedragen, en uitleggen hoe de reproductie van eukaryoten en prokaryoten verloopt, in contexten zoals energie, gezondheid en voedselproductie.

De begrippen die je bij dit domein in ieder geval moet kennen luiden als volgt:

Onderwerpen en begrippen

Dit weet ik

O1 Stofwisseling van het organisme (Subdomein B3)

 

O1.1 Orgaan

 

cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel

 

gaswisseling, vertering, uitscheiding, transport  
O1.2 Fotosynthese  
koolstofassimilatie, anorganische stof, organische stof, beperkende factor  
O1.3 Ademhaling  
longen, luchtpijp, bronchie, longblaasje  
ademhalingsspieren, ventilatiebewegingen, longcapaciteit, vitale capaciteit, restvolume, interpleurale ruimte, dode ruimte, chemoreceptor, ademhalingscentrum  
wet van fick, zuurstofconcentratie, zuurstofdruk, zuurstoftransport, hemoglobine, myoglobine, bohr-effect, koolstofdioxideconcentratie, koolstofdioxidedruk, koolstofdioxidetransport, verzadigingscurve  
huidmondje  
O1.4 Vertering  
speekselklier, slokdarm, maag, twaalfvingerige darm, alvleesklier, lever, galblaas, dunne darm, dikke darm, endeldarm, kringspier, lengtespier, darmperistaltiek  
voedingsstof, voedingsvezel, mechanische vertering, chemische vertering, verteringssap, pro-enzymen, emulgeren, gal, verteringsproduct  
resorptie, darmvlok, darmbacterie  
O1.5 Uitscheiding  
leverlobje, nier, niereenheid, niermerg, nierschors, kapsel van bowman, glomerulus, nierbuisjes, urineblaas, zweetklier  
galzouten, galkleurstof, ureum, waterhuishouding, ultrafiltratie, reabsorptie, terugresorptie, voorurine, urine, adh, zweet  
O1.6 Transport  
open circulatiesysteem, gesloten bloedsomloop, enkele bloedsomloop, dubbele bloedsomloop, grote bloedsomloop, kleine bloedsomloop, hart, hartklep, sinusknoop, av-knoop, bundel van his, diastole, systole, hartslagfrequentie, slagvolume, slagader, ader, haarvat, bloeddruk, bovendruk, onderdruk, tegenstroomprincipe  
embryonale bloedsomloop, navelstrengslagader, navelstrengader, foramen ovale, ductus botalli  
bloedsamenstelling, bloedplasma, voedingsstoffen, afvalstoffen, cholesterol, bloedplaatje, beenmerg, bloedstolling, weefselvloeistof, lymfe  
bloedvatenstelsel, lymfesysteem, lymfevat, filtratiedruk, colloïd-osmotische druk, oedeem, borstbuis,
wortelhaar, houtvat, worteldruk, cohesiekracht, adhesiekracht, verdamping, bastvat, assimilatieproduct, organische sapstroom, anorganische sapstroom
 
O2 Zelfregulatie van het organisme (Subdomein B4)  
O2.1 Homeostase  
zintuigen, inwendig milieu, uitwendig milieu, temperatuurregulatie, bufferende werking, glucoseconcentratie, drukreceptoren in aorta, pco2, po2  
regelkring, positieve terugkoppeling, negatieve terugkoppeling  
O2.2 Hormonale regulatie  
hormoonklier, exocrien, endocrien, hormoonstelsel, hormoonconcentratie, doelwitorgaan, hormoonreceptor, releasing hormoon  
hypothalamus, hypofyse, schildklier, bijnier, eierstok, teelbal, eilandje van langerhans, insuline, glucagon, adrenaline, schildklierhormoon, spijsverteringshormoon, epo  
O2.3 Neurale regulatie  
centraal zenuwstelsel, perifeer zenuwstelsel, grote hersenen, kleine hersenen, centra in hersenschors, witte stof, grijze stof, hersenstam, ruggenmerg, autonoom zenuwstelsel, animaal zenuwstelsel, orthosympatisch zenuwstelsel, parasympatisch zenuwstelsel, sensorisch neuron, schakelneuron, motorisch neuron, cel van schwann, myelineschede, prikkel, impuls, temperatuurreceptor, lichtreceptor, tastreceptor, pijnzenuw, reflexboog  
O3 Afweer van het organisme (Subdomein B5)  
O3.1 Afweer  
slijmvliezen, lymfe, beenmerg, lymfeknoop, macrofagen, t-helpercel, cytotoxische t-cel, b-cel, plasmacel, geheugencel, mestcel  
aangeboren afweer, verworven afweer, natuurlijke immuniteit, kunstmatige immuniteit, actieve immuniteit, passieve immuniteit, lichaamseigen, lichaamsvreemd, humorale respons, cellulaire respons, antigeen, mhc-i-receptor, mhc-ii-receptor, vaccinatie, transplantatie, allergie, bloedtransfusie, ab0-systeem, resusfactor, donor, acceptor  
schimmel, parasiet, antibioticum, resistentie, mechanische afweer, chemische afweer  
O9 Reproductie van het organisme (Subdomein E3)  
O9.1 Voortplanting  
levenscyclus, ongeslachtelijke voortplanting  
gameten, spore, mitose, haploïd, diploïd, polyploïd, eicel, spermacel, poollichaampje, follikel, geel lichaam, bevruchting, klievingsdeling, zygote  
placenta, embryo, embryonale ontwikkeling, foetus  
voortplantingsorganen, primair geslachtskenmerk, eierstok, eileider, baarmoeder, vagina, clitoris, teelbal, penis  
geslachtshormoon, fsh, lh, oestrogeen, progesteron, testosteron, hcg, secundair geslachtskenmerk, menstruatiecyclus, anticonceptie  
kunstmatige inseminatie, in vitro fertilisatie, icsi, klonen  

P. Populatie- en ecosysteemniveau

Als je alle examenstof hebt geleerd, kun je:

  • Met de concepten energiestroom, kringloop, dynamiek en evenwicht verklaren hoe ecosystemen zichzelf reguleren, en beargumenteren welke effecten kunnen optreden als de zelfregulatie van ecosystemen en het systeem Aarde wordt verstoord. Ook kun je beargumenteren met welke maatregelen de mens de zelfregulatie van ecosystemen en het systeem Aarde kan beïnvloeden, in contexten van duurzaamheid.

  • Met de concepten dynamiek en evenwicht benoemen hoe ecosystemen zich kunnen ontwikkelen, en beargumenteren met welke maatregelen de mens de zelforganisatie van ecosystemen en het systeem Aarde kan beïnvloeden, in contexten van duurzaamheid en wereldbeeld.

  • Met de concepten voedselrelatie en interactie met (a)biotische factoren benoemen welke relaties tussen populaties en ecosystemen bestaan, en beargumenteren hoe vraagstukken die daarmee te maken hebben benaderd kunnen worden, in contexten van duurzaamheid en voedselproductie.

  • Met de concepten populatie, variatie, selectie en soortvorming verklaren hoe nieuwe soorten kunnen ontstaan, in contexten van gezondheid en wereldbeeld.

 

De begrippen die je bij dit domein in ieder geval moet kennen luiden als volgt:     

 

Onderwerpen en begrippen

Dit weet ik

P1 Regulatie van ecosystemen (Subdomein B8)

 

P1.1 Energiestroom

 

energiestroom, producent, consument, reducent, trofisch niveau

 

foto-autotroof, chemo-autotroof, bpp, npp, productiviteit

 

effect van klimaatverandering, overbevissing, ontbossing  
fossiele brandstof, biobrandstof, biomassa, energietransitie  
P1.2 Kringloop  
koolstofkringloop, stikstofkringloop  
denitrificatie, nitrificatie, ammonificatie, stikstofbinding, aeroob, anaeroob, ammonium  
uitspoeling, eutrofiering, broeikaseffect, broeikasgassen  
hergebruik, recyclen, gevolgen voor biodiversiteit  
P1.3 Dynamiek en evenwicht  
ecosysteem, habitat, niche, levensgemeenschap, soortensamenstelling  
populatie, indicatorsoort, biotische factor, abiotische factor  
dynamiek, geboorte, sterfte, migratie, microklimaat, beperkende factor, tolerantie, optimum, eilandtheorie  
concurrentie  
exoot, natuurbeheer  
P2 Zelforganisatie van ecosystemen (Subdomein C3)  
P2.1 Dynamiek en evenwicht  
successie, pioniersoort, climaxecosysteem  
gradiëntecosysteem, concurrentie, groeicurve  
draagkracht, tolerantiegrenzen, omslagpunt  
exoot, natuurbeheer, klimaatverandering  
P3 Interactie in ecosystemen (Subdomein D5)  
P3.1 Voedselrelatie  
voedselrelatie, trofisch niveau, predatie, vraat, signaalstof  
voedselketen, producent, consument, reducent, symbiose, parasitisme, mutualisme, commensalisme  
voedselweb  
P3.2 Duurzame ontwikkeling  
duurzame ontwikkeling, biologisch afbreekbaar, open kringloop, gesloten kringloop, biodiversiteit  
energieproductie, hernieuwbare energiebron, energiebesparing  
voedselproductie, bestrijdingsmiddel, biologische landbouw  
accumulatie, persistent, resistent, microplastic, milieuvervuiling  
P4 Soortvorming (Subdomein F2)  
P4.1 Populatie  
soort, populatie  
genotype, fenotype  
emergente eigenschap  
P4.2 Variatie  
genetische variatie, adaptatie, fitness, genetic drift, gene flow, allelfrequentie, divergentie, convergentie  
stichtereffect/founder effect, flessenhalseffect/bottleneck effect  
regel van hardy-weinberg, (p + q) x (p + q) = p² + 2pq + q² = 1  
P4.3 Selectie  
adaptatie, natuurlijke selectie, fitness  
selectiedruk, soort, homologie, analogie, voortplantingssucces  
kunstmatige selectie, seksuele selectie, veredeling, fokken, inteelt  
P4.4 Soortvorming  
soort, geslacht (genus), reproductieve isolatie, co-evolutie, sympatrische soortvorming, allopatrische soortvorming  
verwantschap, afstamming, cladogram, clade, (radioactieve) isotoop  
  • Het arrangement Vwo biologie: wat moet je weten is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Laatst gewijzigd
    2024-12-06 11:43:39
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Wat moet je weten voor het centraal eindexamen? Je kunt hier per examenonderdeel lezen wat je globaal moet kunnen. De begrippen, onderwerpen en/of opvattingen die je in ieder geval moet kennen, vind je hier. Maar let goed op! Deze begrippen, onderwerpen, en/of opvattingen moet je altijd kunnen duiden. Je moet de begrippen met elkaar verbinden, in een specifieke context herkennen en toepassen of elders weer gebruiken. Sec alleen het uit je hoofd leren van de begrippen is lang niet voldoende om je examen te halen. Vraag dus altijd aan je docent om je bij het leren te helpen.
    Leerniveau
    VWO 6; VWO 4; VWO 5;
    Leerinhoud en doelen
    Biologie;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Trefwoorden
    centraal eindexamen, eindexamen, voexamen, watmoetjeweten

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Wat moet je kennen - LVHE - Syllabi. (z.d.).

    Disclaimer

    https://maken.wikiwijs.nl/176566/Disclaimer

    Wat moet je kennen - LVHE - Syllabi. (z.d.).

    Sjabloon wat moet je weten

    https://maken.wikiwijs.nl/174792/Sjabloon_wat_moet_je_weten

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.