Het arrangement Opdracht: Spellingregels 3 - v456 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.
- Auteur
- Laatst gewijzigd
- 28-01-2025 22:02:17
- Licentie
-
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:
- het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
- het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
- voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.
Aanvullende informatie over dit lesmateriaal
Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:
- Toelichting
- Deze opdracht hoort bij het thema Spelling en is onderdeel van de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vwo456. In deze opdracht ontwikkel je het vermogen om te bepalen wanneer je wel of geen -n als eindletter gebruikt bij zelfstandig of bijvoeglijk gebruikte naamwoorden. Je leert ook wanneer zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden aan elkaar geschreven moeten worden en wanneer ze los geschreven dienen te worden. Bovendien krijg je inzicht in de correcte wijze van het schrijven van afkortingen, inclusief het gebruik van punten en/of hoofdletters. Om de opdracht af te maken maak je een toets. veel succes!
- Leerniveau
- VWO 6; HAVO 3; VWO 4; VWO 5;
- Leerinhoud en doelen
- Schrijven; Spelling, interpunctie en grammatica; Nederlands; Schrijfvaardigheid;
- Eindgebruiker
- leerling/student
- Moeilijkheidsgraad
- gemiddeld
- Studiebelasting
- 2 uur 0 minuten
- Trefwoorden
- afkortingen, arrangeerbaar, bijvoeglijk naamwoord, eindletter, nederlands, spelling, spellingsregels 3, stercollectie, vwo456, zelfstandig naamwoord
Gebruikte Wikiwijs Arrangementen
VO-content Nederlands. (2020).
Spellingregels 3 - h45
Aan het eind van deze opdracht kan ik:
Zelfstandig gebruikte woorden krijgen -n als ze op mensen slaan die niet in dezelfde zin genoemd worden.

Welke zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden schrijf je aan elkaar en welke los? Wanneer schrijf je tekort, teveel en tegoed aan elkaar en wanneer schrijf je het los van elkaar?
Hoofdregel: Als je een woord afkort, eindig je de afkorting met een punt. Per afgekort woord gebruik je een punt. Je gebruikt een hoofdletter als die ook in het woord voorkomt:

