Het arrangement Opdracht: Veelvoorkomende taalfouten - v456 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.
- Auteur
- Laatst gewijzigd
- 28-01-2025 22:01:55
- Licentie
-
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:
- het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
- het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
- voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.
Aanvullende informatie over dit lesmateriaal
Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:
- Toelichting
- Deze opdracht hoort bij het thema Formuleren en is onderdeel van de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vwo456. In deze opdracht leer je over veelvoorkomende taalfouten te herkennen en te vermijden, waaronder fouten met herhalingen, verwijswoorden, congruentie, dat-als-constructie, weglating, beknopte bijzinnen, inversie en symmetrie. Om de opdracht af te sluiten maak je een toets voor een klasgenoot. Veel succes!
- Leerniveau
- VWO 6; HAVO 3; VWO 4; VWO 5;
- Leerinhoud en doelen
- Schrijven; Spelling, interpunctie en grammatica; Nederlands; Schrijfvaardigheid; Woordgebruik en woordenschat (Nederlands); Tekstkenmerken;
- Eindgebruiker
- leerling/student
- Moeilijkheidsgraad
- gemiddeld
- Studiebelasting
- 4 uur 30 minuten
- Trefwoorden
- arrangeerbaar, congruentie, formuleren, inversie, nederlands, stercollectie, taalfouten, veelvoorkomende taalfouten, verwijswoorden, vwo456
Gebruikte Wikiwijs Arrangementen
VO-content Nederlands. (2020).
Veelvoorkomende taalfouten - h45
https://maken.wikiwijs.nl/163717/Veelvoorkomende_taalfouten___h45
Aan het eind van deze opdracht kan ik:


Verwijswoorden wijzen vooruit of terug naar woorden, woordgroepen of zinnen.
De oefening is een meerkeuzeoefening.



In een beknopte bijzin staat geen onderwerp (het zogenaamde verzwegen onderwerp). Als je er een gewone bijzin van maakt, moet het onderwerp uit die bijzin verwijzen naar dezelfde persoon/ zaak als het onderwerp uit de hoofdzin.
In een normale zin komt de persoonsvorm na het onderwerp.
In een opsomming moeten de verschillende delen van dezelfde orde zijn (woorden, woordgroepen, bijzinnen). Gelijkheid in bouw en vorm noemen we symmetrie. In nogal wat zinnen ontbreekt die symmetrie.

