Het arrangement Thema 5 "Planten" is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.
- Auteur
- Laatst gewijzigd
- 13-06-2022 11:13:19
- Licentie
-
Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:
- het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
- het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
- voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.
Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.
Aanvullende informatie over dit lesmateriaal
Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:
- Eindgebruiker
- leerling/student
- Moeilijkheidsgraad
- gemiddeld
- Studiebelasting
- 4 uur 0 minuten
Gebruikte Wikiwijs Arrangementen
Spinoza20first Domein Natuur & Technologie. (z.d.).
Jaar 1Thema 5 Planten
Spinoza20first Domein Natuur & Technologie 2. (2021).
4M Biologie
Je hebt in thema 3 en 4 al geleerd dat planten zelfvoedend (autotroof) zijn. Planten kunnen door hun bladgroenkorrels als enige aan fotosynthese doen. Tijdens fotosynthese zetten planten CO2 (koolstofdioxide) en H2O (water) met behulp van energie uit zonlicht om in C6H12O6 (suiker) en O2 (zuurstof).
A. De bouw van planten







Hoofdwortel: Dikke wortel in het midden.

Zaadplanten behoren, samen met de varens, tot de vaatplanten. In een vaatplant worden stoffen vervoerd (getransporteerd) door buisjes.

De bladnerven zorgen voor het transport van water en stoffen. In de nerven bevinden zich daarvoor kleine buisjes ofwel vaten.
Kroonblad: meestal gekleurd blad dat bij veel bloemen dient om insecten aan te lokken.

Bloemen dienen voor de voortplanting van zaadplanten. Veel bloemen hebben mooie kleuren om insecten aan te trekken.




Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel/ pollen van de meeldraden naar de stamper met als doel voortplanting. Veel bloemplanten gebruiken insecten, zoals bijen en hommels voor de bestuiving. De plant lokt de insecten met opvallend gekleurde bloemen en met nectar.
Bestuiving door de wind




Zodra een zaad ontstaat, veranderen de cellen die om het zaadbeginsel heen liggen. Bij veel planten ontstaat er dan uit het vruchtbeginsel een vrucht. Het zaad ligt in de vrucht.



Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting 

In de ogen van een aardappel (een knol) bevinden zich cellen die kunnen uitgroeien tot een nieuwe aardappelplant. De aardappelen die aan die aardappelplant groeien hebben dezelfde eigenschappen als de eerste aardappel.









Fotosynthese is een proces, waarbij planten glucose (= een soort suiker) maken met behulp van energie uit het zonlicht. Dit gebeurt in de groene delen van de plant, vooral in de bladeren.
Opdrachten Kiemen en levenscyclus