De evolutietheorie van Darwin I
Variatie
De engelse onderzoeker Charles Darwin is de grondlegger geweest van de evolutietheorie. In 1859 publiceerde hij zijn beroemde boek ‘On the origin of ‘species’ dat gaat over het ontstaan van soorten. Darwin beschrijft in dit boek een, voor die tijd, geheel nieuwe verklaring voor het ontstaan van soorten. Het begrip variatie speelt hierbij een essentiële rol. Het gegeven dat er allerlei verschillen bestaan tussen de individuen van een soort lijkt misschien erg voor de hand liggend, maar Darwin was de eerste die deze variatie in verband bracht met het veranderen van soorten.
Darwinvinken
De reis van Charles Darwin voerde ook langs een eilandengroep in de Grote oceaan, de Galápagos eilanden. Darwin ontdekte daar meer dan 10 nieuwe soorten vinken, die vrij veel op elkaar leken maar verschillende snavelvormen hadden. De meeste van deze vinken leefden niet op alle eilanden, sommige soorten kwamen maar op één eiland voor. Deze vinkensoorten vertoonden allemaal sterke overeenkomsten met de vinken die Darwin kende van het vasteland in Zuid-Amerika. De onderlinge overeenkomsten deden Darwin vermoeden dat de vinkensoorten die op de Galápagos eilanden voorkwamen allen afstamden van eenzelfde voorouder, afkomstig van het vasteland.
Hoe kan het nou gebeuren dat uit één enkele soort vink zoveel verschillende soorten ontstaan?
Darwinvinken
Opdracht
Niet elke vink heeft precies dezelfde snavelgrootte. Er is variatie tussen de soorten vinken. Snavelgrootte is een erfelijke eigenschap. Bespreek de volgende vragen met een klasgenoot. Maak hierbij gebruik van de afbeelding.
- Als een mannetjesvink en een vrouwtjesvink allebei een grote snavel hebben, wat voor snavel verwacht je dan bij hun jongen?
De vinken eten de zaden van twee soorten planten die op het eiland groeien. De ene plant maakt grote, harde zaden. De andere plant maakt kleine, zachte zaadjes. Door de verschillen in de grootte van de snavel kunnen niet alle vinken even goed alle zaden eten.
- Welke snavel zal de vink hebben die vooral de kleine zaadjes eet?
- Welk type snavel zal de vink hebben die het liefst harde zaden eet? Waarom denk je dat?
Planten met kleine zaadjes hebben veel water nodig om te groeien. In een droog jaar zijn er daarom bijna alleen maar grote, harde zaden. In een nat jaar vooral kleine zaadjes.
- Welk type vogel zal in een droog jaar minder te eten hebben?
- Welk type vogel zal in een nat jaar minder te eten hebben?
|
Het snavelpracticum
Bij de opdracht heb je voorspeld welke snavel het best geschikt is voor een bepaald type zaad. Je wil natuurlijk weten of die voorspelling juist was. Je gaat daarom een experiment doen. De voorspelling (de hypothese) is het startpunt. Je moet de hypothese op een bepaalde manier testen. Je kunt dat niet met echte vogelbekken doen, maar de functie van een snavel is te vergelijken met de functie van een tang. Je gebruikt dus tangetjes om het experiment uit te voeren.