Ontwikkelingshulp
De samenwerking tussen rijke en arme landen noem je ontwikkelingssamenwerking. Het doel van ontwikkelingssamenwerking is de levensomstandigheden in het ontwikkelingsland te verbeteren.
De Nederlandse regering geeft geld uit aan ontwikkelingssamenwerking.
Daarnaast zijn er veel organisaties die aan ontwikkelingssamenwerking doen.
Denk maar aan: Artsen zonder grenzen, Novib, Stichting Max Havelaar, enzovoorts.
Organisaties als Novib en Artsen zonder Grenzen krijgen geen geld van de Nederlandse overheid om hun hulp te leveren. Ze zamelen zelf op verschillende manieren geld in. Omdat er in dit geval geen medewerking van de overheid is noemen we dit particuliere hulp.
De overheid zelf geeft ook elk jaar een bepaald bedrag uit aan ontwikkelingshulp. Deze hulp komt vooral terecht bij de zogenaamde partnerlanden. Dit zijn landen waarmee Nederland een bijzondere relatie heeft. (voor meer info: Rijksoverheid).
Zodra Nederland hulp biedt aan een ander land dan spreken we van bilaterale hulp. Hulp van land tot land.
In sommige gevallen geeft Nederland samen met een hoop andere landen hulp aan een bepaald land of gebied. Bijvoorbeeld na een humanitaire ramp. Dit gebeurt dan vaak onder de vlag van de Verenigde Naties. Als meerdere landen samenwerken bij het bieden van hulp dan spreken we van multilaterale hulp
Noodhulp en structurele hulp
Vormen van hulp
Hieronder staan twee voorbeelden van hulp beschreven.
1 Bij een aardbeving worden vanuit Nederland dokters naar het land gezonden om de slachtoffers te behandelen.
2 Als er in een land te weinig dokters zijn, wordt er vanuit Nederland steun gegeven bij het opzetten van opleidingen voor dokters.
Welke vorm van hulp is wanneer nodig?
Er zijn verschillende vormen van ontwikkelingssamenwerking,
bijvoorbeeld.:
- noodhulp: het geven van voedsel, kleding en medicijnen als de oogst is mislukt of als er een ramp is gebeurd.
- structurele hulp: het helpen met geld, materialen of kennis.
De hulp heeft als doel dat het ontwikkelingsland de problemen in de toekomst zelf kan oplossen en/of dat het het land op de lange termijn helpt meer zelfstandig te worden
Gebonden en ongebonden hulp
Gebonden en ongebonden hulp
Als een land dat geld verstrekt aan een ontwikkelingsland voorwaarden stelt aan de besteding van het geld, spreek je van gebonden hulp. Voorbeelden van gebonden hulp zijn bijvoorbeeld als Nederland €10mln aan Kenia geeft, maar dat Nederland aangeeft dat het aan onderwijs besteed moet worden. Vaak stuurt Nederland dan ook een aantal mensen naar Kenia om te kijken of het geld goed terecht komt. Een andere vorm van gebonden hulp is als Nederland een land €10 mln geeft maar dat ze ook bepalen dat hier landbouwmachines van gekocht moeten worden en dat deze uit Nederland moeten komen.
Bij ongebonden hulp mag het ontvangende land het geld vrij besteden.