Infomedia leerjaar 2

Infomedia leerjaar 2

PERIODE 1 vakantieverhaal

Een beschrijving van de opdracht vind je in onderstaand document

PERIODE 2 Office Word

Opdracht 1.1

Natuurlijk ken je Word al. Deze oefening is bedoeld om te kijken wat je allemaal al kunt. .

Je zult Word veel gebruiken bij het maken van werkstukken. En zo'n werkstuk moet er natuurlijk netjes uitzien. Binnen Word zijn daar veel mogelijkheden voor. Die mogelijkheden moet je dus goed kennen. Daar dient deze oefening voor.

Het geeft helemaal niets als je sommige opdrachten niet kunt uitvoeren. Die opdrachten ga je dan straks oefenen.

  • Open het Wordbestand " Boef laat andere kant van zichzelf zien in Supergaande talkshow"
  • Open nu het Wordbestand 'Oefenopdracht'
  • Maak de opdrachten. Weet je niet hoe iets moet? Kijk dan in het document 'handleiding Word'

 

Opdracht 1.2 Boekverslag kappen

Het bestand hieronder bevat een tekst die wel wat mooier/beter/netter kan. Er zijn zeker 5 dingen die verbeterd kunnen worden. Kun jij ze vinden? Volg de onderstaande stappen uit:

  • Open het bestand 'Boekverslag Kappen'
  • Sla het bestand onder je eigen naam op (OPSLAAN ALS)
  • Zoek zoveel mogelijk dingen in het bestand die beter kunnen.
  • Verbeter die dingen (denk aan: lettertype overal hetzelfde, plaatjes netjes in de tekst, spelfouten, inhoudsopgave, voorblad, etc.
  • Vergelijk je oplossingen met die van je buurman/buurvrouw
  • Hebben jullie alles gevonden en verbeterd?

 

Opdracht 2 Inleiding Excel

OEFENTOETS WORD BASIS

Om alvast te oefenen voor de Word toets kun je onderstaande bestanden openen. Je hebt TWEE bestanden nodig, in het ene bestand vind je de opdrachten en in het andere bestand vind je de tekst waarin je de opdrachten moet gaan verwerken. Het is belangrijk dat je alle opdrachten alvast goed doorleest voordat je gaat starten.

 

Om te starten met de oefentoets OPEN je de ONDERSTAANDE TWEE BESTANDEN

OEFENTOETS WORD K/G

Om alvast te oefenen voor de Word toets kun je onderstaande bestanden openen.
Je hebt TWEE bestanden nodig, in het ene bestand vind je de opdrachten en in het andere bestand vind je de tekst waarin je de opdrachten moet gaan verwerken.

Het is belangrijk dat je alle opdrachten alvast goed doorleest voordat je gaat starten.

 

Om te starten dien je de twee onderstaande bestanden te openen. LET OP! bij het tekstbestand zijn de eerste pagina's leeg!

EINDTOETS WORD K/G

Om de eindtoets Word te maken, dien je onderstaande bestanden openen.

Je hebt TWEE bestanden nodig, in het ene bestand vind je de opdrachten en in het andere bestand vind je de tekst waarin je de opdrachten moet gaan verwerken.

Het is belangrijk dat je alle opdrachten alvast goed doorleest voordat je gaat starten.

 

Om te starten dien je de twee onderstaande bestanden te openen. LET OP! bij het tekstbestand zijn de eerste pagina's leeg!

PERIODE 3 office Excel

Introductie Excel

Excel is software die overal ter wereld gebruikt wordt. En dat komt omdat je in Excel je gegevens goed kunt ordenen, mooie grafieken kunt maken, maar vooral: omdat je in Excel kunt rekenen.

In het filmpje zie je dat Excel eigenlijk een rekenblad is met hokjes. Als je je cursor beweegt spring je van hokje naar hokje.

Je kunt de hokjes groter en kleiner maken of een kleurtje geven. Maar vooral kun je er in typen. Je kunt er tekst in zetten en getallen. Die tekst of getallen kun je opmaken: groter of kleiner maken, een kleur geven enzovoorts.

Maar het belangrijkste in Excel zijn de getallen. En met die getallen kun je in Excel rekenen.

 

Kijk bovenstaand filmpje

Wat is een tabel?

Een tabel is een lijst met gegevens die netjes geordend zijn. Bijvoorbeeld een lijst van alle leerlingen in de klas, op alfabet. Of een lijst van alle cijfers die je behaald hebt.

Een tabel kent rijen en kolommen.

Eén hokje in zo'n tabel noem je (in Excel) een cel.

In Excel kun je zo'n geordende lijst heel gemakkelijk maken.

Opdracht 2.1 Tabel cijfers

  • Maak de tabel hierboven na in Excel. Denk erom dat je de kolommen breed genoeg maakt.
  • Sorteer daarna de tabel op alfabetische volgorde
  • Zorg dat de kopregel opvalt

Open het bestand hieronder om te zien hoe het moet.

Opdracht 2.2. Formules (voor k/g en basis als extra opdracht)

Vulgreep, kopieren en formules


formule in excel

  • Je kunt een heleboel cellen tegelijk vullen met de vulgreep, het kleine vierkantje dat je rechtsonder ziet als je op een cel gaat staan. Excel denkt bij het vullen met je mee.
  • Je kunt ook de inhoud van cellen kopieren (net als in Word) met kopieren en plakken. Ook dan denkt Excel mee.
  • In Excel kun je formules maken. Een formule begint altijd met een = teken.

2.2.1 Tafel  van 79

  • Maak de tafel van 79 in Excel.
  • Maak de kolommen breed of smal genoeg
  • Maak de tekst bovenaan vet
  • Geef de kop bovenaan een mooie kleur
  • Let op: in de kolom antwoord gebruik je een formule.
  • Typ niet alles in maar kopieer wat je nodig hebt of gebruik de vulgreep.
  • Kopieer ook je formule
  • Controleer of de antwoorden kloppen.


2.2.2 Tafel van 54301

Kun je nu in 10 seconden de tafel van 54301 maken?

  • Verander je tabel uit opdracht 3a zo dat je de tafel van 54301 krijgt.

Werken met + - * en /

Je hebt geleerd dat een formule in Excel altijd begint met =.

Je hebt ook gezien dat je in Excel kunt vermenigvuldigen door het sterretje * te gebruiken.

Je kunt in Excel op dezelfde manier ook aftrekken, vermenigvuldigen en delen.

Opdracht 2.3 Grafieken

Grafiek maken in Excel


Grafiek in Excel

Grafieken zijn een goed hulpmiddel om gegevens in één klap duidelijk te presenteren. Er zijn verschillende soorten grafieken. De bekendste soorten zijn de kolomgrafiek, de lijngrafiek en het cirkeldiagram. In Excel kun je die grafieken gemakkelijk maken. In het filmpje zie je:

  • Gemakkelijk een grafiek maken
  • Werken met 'aanbevolen grafieken'
  • De opmaak van een grafiek aanpassen

OPDRACHT 2.3: Bloedsuiker I

Antoinette meet een aantal weken haar bloedsuikersspiegel. Ze vult de scores elke keer in een spreadsheet in. Om de waarden te kunnen bepalen prikt ze iedere dag twee keer bloed: vóór het avondeten en ná het avondeten.

  • Open het excelbestand bloedsuiker. Je ziet dit bestand onderaan deze pagina.
  • In het excelbestand bloedsuiker vind je een tabel. Maak op basis van die tabel onderstaande grafiek.
  • Hoe je dit moet doen, vind je in het bestand bloedsuiker UITLEG 

 

OPDRACHT 2.3.2: Bloedsuiker II

In de vorige opgave heb je een kolomgrafiek gemaakt van de bloedsuikerspiegel van Antoinette. Je hebt alleen de bloedsuikerspiegel vóór het eten in de grafiek gezet. Je gaat nu verder met de grafiek die je hebt gemaakt in opgave 5.

  • Nu ga je de grafiek uitbreiden. Je gaat óók de bloedsuikerspiegel na het eten in je grafiek opnemen. Je gebruikt daarvoor een ander grafiektype: de gegroepeerde kolomgrafiek.
  • Hoe het moet lees je in het bestand 'Bloedsuiker voor en na" onderaan deze bladzijde.
  • Als je klaar bent ziet je grafiek er ongeveer zo uit:

OEFENTOETS EXCEL BASIS

De oefentoets Excel basis bestaat uit TWEE opdrachten. Opdracht 1 is het maken van een tabel en opdracht 2 is het maken van de bijbehorende grafiek. Uiteindelijk lever je 1 Excel bestand in met deze twee opdrachten via je schoolmail.

Hieronder volgen de opdrachten:

Opdracht 1
Maak de onderstaande tabel na in het programma Excel Afbeeldingsresultaat voor logo excel

 

Oefentoetsje Excel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht 2

Maak de volgende grafiek die hoort bij de tabel die je zojuist hebt gemaakt bij opdracht 1 (je mag zelf de kleurtjes bepalen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als je de tabel en de grafiek hebt gemaakt, in hetzelfde Excel bestand, dan sla je deze op (OPSLAAN ALS) en geef je deze een naam (mag je zelf bedenken).

Daarna verstuur je ditzelfde Excel bestand als bijlage via je schoolmail. 

 

Succes!

OEFENTOETS EXCEL K/G

Voor deze oefentoets dien je 3 opdrachten uit te voeren in het programma Excel Afbeeldingsresultaat voor logo excel
Maak deze opdrachten in 1 Excel bestand (dus niet 3 aparte bestanden).

 

Opdracht 1
Reken de tafel van 86 uit in Excel (TIP: =1*86 of cel*cel)

1x 86
2x 86
3x 86
4x 86
5x 86
6x 86
7x 86
8x 86
9x 86
10x 86

 

Opdracht 2
Maak onderstaande tabel precies na in Excel (let ook op de kleurtjes, randjes etc)

 

Oefentoetsje Excel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht 3

Maak de volgende grafiek die hoort bij de tabel die je zojuist hebt gemaakt bij opdracht 1 (je mag zelf de kleurtjes bepalen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als je alle 3 de opdrachten hebt gemaakt, in hetzelfde Excel bestand, dan sla je deze op (OPSLAAN ALS) en geef je deze een naam (mag je zelf bedenken).

Daarna verstuur je ditzelfde Excel bestand als bijlage via je schoolmail.

 

Succes!

 

 

EINDTOETS EXCEL K/G

Toets Excel infomedia

Voor deze toets dien je 3 opdrachten uit te voeren in het programma Excel Afbeeldingsresultaat voor logo excel
Maak deze opdrachten in 1 Excel bestand (dus niet 3 aparte bestanden).

 


Opdracht 1(weet je niet hoe dit moet? Ga dan naar opdracht 2.1)

Maak onderstaande tabel na in Excel en verwerk de volgende punten:

1. Je eigen naam
2. Je eigen cijfers voor 5 schoolvakken (haal je gemiddelde uit Eduarte portalen)
3. Geef bovenste rij een kleur naar keuze
4. Geef de cel met daarin je eigen naam een andere kleur naar keuze
5. Zet zwarte randen/kaders om je tabel
6. Zet het lettertype in ARIAL
7. Zet de lettergrootte op 12
8. Maak je naam en de bovenste rij dik/vetgedrukt

 

Opdracht 2 (weet je niet hoe dit moet? Ga dan naar opdracht 2.2)

Maak een grafiek die hoort bij de tabel die je zojuist hebt gemaakt bij opdracht 2 en verwerk de volgende punten:

1. Kies een kolomdiagram (zoals in dit voorbeeld)
2. Verander de titel naar: Cijfers
3. Geef de balkjes/staafjes elk een andere kleur

 

Opdracht 3 (weet je niet hoe dit moet? Ga dan naar opdracht 2.3 Formules)
Reken de tafel van 81 uit in Excel (TIP!: =1*81 of =cel*cel)

KLAAR?

Als je alle 3 de opdrachten hebt gemaakt, in hetzelfde Excel bestand, dan sla je deze op (OPSLAAN ALS) en geef je deze een naam (mag je zelf bedenken).

Daarna verstuur je ditzelfde Excel bestand als bijlage/kopie via je schoolmail en zet bij onderwerp: Toets Excel. Mail het bestand via je schoolmail.

Check bij jouw verzonden items of het versturen goed gelukt is!

 

Succes!

 

PERIODE 4 mediawijsheid 1 (informatievaardigheden & veilig online)

In deze periode ga je aan de slag met informatievaardigheden.

Informatievaardigheden zijn vaardigheden die helpen bij het zoeken, vinden, beoordelen en verwerken van informatie. Offline en online.

 

Wat kan er misgaan?

Zonder informatievaardigheden kun je makkelijk verdwalen in de enorme hoeveelheid informatie, en erger nog, de verkeerde bronnen gebruiken.

Zoeken op internet is een dagelijkse bezigheid geworden, ook voor kinderen. Denk maar aan huiswerkopdrachten en het voorbereiden van spreekbeurten. Uit de miljoenen websites op internet moeten we een selectie maken. Wat is belangrijk? Wat is waar? Wie zegt wat? En met welke bedoeling?

Kinderen die onvoldoende informatievaardig zijn, nemen vaak klakkeloos dingen over van internet en realiseren zich onvoldoende dat informatie (bewust of onbewust) fout of verdraaid kan zijn. Informatievaardigheden leren je de zin van de onzin te onderscheiden.

Kijk onderstaand filmpje ter introductie op dit onderwerp

 

 

Opdracht 1 webdetective

Ga aan de slag met de introductieopdrachten door op onderstaande knop met webdetective erop te klikken en maak de 4 opdrachten (vragen stellen, bronnen controleren, informatie zoeken en informatie vinden).

 

WEBDETECTIVE
 

Opdracht 2 informatie zoeken

Het zoeken naar informatie op het internet kan soms lastig zijn, want hoe zoek je nu 'goed' en welke informatie is betrouwbaar? Onderstaand filmpje geeft je alvast wat tips die je kunt gebruiken bij het zoeken naar informatie.

 

Opdracht 2

Voer de volgende zoekopdrachten uit in  GOOGLE   en gebruik de tips uit bovenstaand filmpje
Typ de vragen en antwoorden in een Word document. Vermeld ook de websitelinks waar je het atwoord vandaan hebt (bronvermelding).

a. Wat is 'plagiaat'?
b. Tot welke leeftijd is een 'railrunner' geldig (NS treinkaartje voor kinderen)
c. Wat kost een NS treinkaartje van 'Castricum station' naar 'Amsterdam Centraal station' (enkele reis, 2e klas) ?
d. Wat is de geboortedatum van Koning Willem Alexander?
e. Onze koning heeft ooit onder een schuilnaam (nickname) de Elfstedentocht geschaatst. Onder welke naam was dit?
f. Hoeveel nummer 1 hits heeft Rihanna in Nederland gehad?
g. Welke kleur wordt gebruikt voor bakboord en welke kleur wordt gebruikt voor stuurboord?
h. In welk jaar is Youtube online gegaan?

Een ander belangrijk punt om rekening mee te houden is de betrouwbaarheid van websites waarop je informatie vindt.
 

In dit filmpje worden handige tips gegeven om te achterhalen of de website waar je op zit wel betrouwbaar is en waar je op kunt letten.

 

 

Opdracht 3 veilig online

wanneer je online bent, zowel op je smartphone als op de computer, ben je vindbaar voor anderen. Bijvoorbeeld wanneer je op social media zoals Snapchat/Instagram zit, kan men je profiel opzoeken en/of een vriendschapsverzoek naar je sturen. Je kunt in veel gevallen je instellingen zo aanpassen dat je profiel is afgeschermd, maar dit moet je net weten. Andere belangrijke punten die met je online veiligheid te maken hebben zijn bijvoorbeeld: het geheimhouden van je wachtwoord, het niet doorgeven van je adres of andere persoonsgegevens aan mensen die je niet kent, afspreken met mensen die je nog nooit in het echt gezien hebt, etc.

Kijk onderstaand filmpje ter introductie door op de knop te klikken. 
 

Het internet is een fijne wereld, maar soms kunnen er ook nare dingen gebeuren. Daarom ga je best veilig om met het internet.

De 13-jarige Yana surft graag op het internet. Af en toe chat ze met mensen die ze niet echt kent. Of dat goed afloopt, zie je in deze Karrewiet Plus.

 

FILMPJE VEILIG ONLINE

Opdracht 3

Om veilig onine te zijn, kun je met meerdere dingen rekening houden. Denk bijvoorbeeld aan een goed wachtwoord om je gegevens te beveiligen of het afschermen van je Instagram account (zorgen dat je profiel niet openbaar is).

De opdracht:

Zoek via google.com nog 5 andere tips (elk van een andere website!) die helpen om veilig online te kunnen zijn. Vermeld ook alle bronnen (dus de website links) waar je de tips vandaan hebt gehaald.

Verwerk deze tips in hetzelfde Word document als waarin je opdracht 2 hebt gemaakt en check de onderstaande inlevereisen.

 

INLEVEREN OPDRACHT 2 & 3

Zorg dat opdracht 2 en 3 in 1 Word document staan, in lettertype Arial en lettergrootte 12. Maak ook een voorblad/voorkant (met daarop de naam van het vak, bijpassende plaatjes, jouw naam en klas) en zorg dat je alle bronnen (dus de website links) vermeld hebt. Voeg ook paginanummers toe.

 

Inleveren doe je via de mail --> b.udding@clusius.nl

PERIODE 5 programmeren

Programmeren met Codecombat

Vorig jaar heb je al een klein beetje geprogrammeerd met Minecraft en in Scratch. Nu gaan we een stapje verder en gaan we programmeren en tegelijk een game spelen.

Je gaat straks een game spelen waarin je moet programmeren in de programmeertaal 'Python'

Hieronder volgt een filmpje waarin je kunt zien hoe je kunt beginnen met de game. Het filmpje duurt erg lang, dus je kunt ervoor kiezen om alleen het begin te zien en zodra je vastloopt het filmpje er weer bij te pakken.

 

 

 

 

Om te kunnen starten met de game klik je op deze knop --> CODECOMBAT

Programmeren in HTML

A. Inleiding

Weet je wat html is?

Bekijk eerst dit filmpje.

 

 

Samengevat is html:

B. Je eerste webpagina maken

Wat is html?

Html bestaat uit een serie afspraken voor opmaakcodes. Deze codes noemen we tags. Overal ter wereld is bekend wat deze tags betekenen en je kunt ze dus overal ter wereld gebruiken. De codes zijn gestandaardiseerd.

Door html-codes te gebruiken kan informatie grafisch worden weergegeven op html-pagina's. Zo'n html-pagina kan tekst bevatten, maar nog veel meer. Denk daarbij bijvoorbeeld aan plaatjes, geluid of film.

Hoe is html ontstaan?

Html betekent eigenlijk Hypertext Markup Language. Hypertext wil zeggen 'klikbare tekst'. Als je op hypertext klikt gebeurt er iets: je gaat bijvoorbeeld naar een ander stuk van de website. Html is in 1991 ontwikkeld door Tim Berners-Lee. Deze man werkte toen aan een project om een systeem te bedenken waarmee mensen zouden kunnen samenwerken aan dezelfde documenten. Dat project heette "World Wide Web".

Hoe kun je een html-pagina bekijken?

Als je html-pagina wilt bekijken heb je een browser nodig. De browser kan html-pagina's inlezen en op een beeldscherm laten zien. De browser vertaalt de html-codes in de juiste opmaak. Als de browser bijvoorbeeld de tag voor 'vetgedrukt' tegenkomt "", dan zal hij de tekst na de tag vetgedrukt op het beeldscherm laten zien. De browser maakt dus verschil tussen een tag en tekst, plaatjes of films die moeten worden

Gesproken tekst: wat is html:

Wat is een URL

Als je een html-pagina hebt gemaakt moet de browser die pagina wel kunnen vinden. Daarom moet iedere pagina op internet een unieke naam krijgen. Zo'n naam noemen we een URL. Dat betekent Uniform Resource Location.

Een voorbeeld van zo'n naam is "http://shetland.xs4all.nl"

Gesproken tekst: wat is een url:

Hoe gebruik je een tag?

Een html-pagina is alleen maar een bestand met tekst erin. Sommige stukjes tekst beginnen met "<" en eindigen met ">". Alle tekst die tussen die twee tekens staat vormt samen een tag.

Als de browser en html-pagina gaat inlezen vertellen de tags wat er moet gebeuren. Bijvoorbeeld waneer er een plaatje moet worden getoond, wanneer een tabel of wanneer er een muziekje moet gaan spelen.

De browser moet niet alleen weten wanneer hij moet beginnen, maar ook wanneer hij moet stoppen. Als je de tag voor "vetgedrukt" gebruikt zal alle tekst daarna vetgedrukt op het scherm komen. Logisch dat je de browser ook moet kunnen vertellen dat je wilt stoppen met vetgedrukt.

Daarom bestaan er begin tags en eind tags. Je kunt ze altijd van elkaar onderscheiden: bij een eind tag (closing tag) staat er na het "<"teken altijd een "/".

Bijvoorbeeld: begin tag schuingedrukt = "<i>", eindtag = "</i>".

Gesproken tekst: hoe gebruik je een tag:

Hoe bouw je een webpagina op?

Sommige tags heb je altijd nodig, voor iedere html-pagina die je bouwt.

  • Iedere pagina begint en eindigt met de html-tag "<html>" en "</html>"
  • Iedere pagina moet een begin en einde head-tag hebben: "<head> en </head> "
  • Iedere pagina moet een begin en einde title-tag hebben: "<title> en </title> " Hiertussen kun je de titel van de html-pagina kwijt die in de blauwe balk te zien is.
  • Iedere pagina moet een begin en einde body-tag hebben: "<body> en </body>". Tussen deze tags zet je de inhoud van je pagina.

Kijk naar het voorbeeld. Je ziet hier een basis html-pagina.

Je ziet ook dat de tekst steeds een stukje inspringt. Je ziet dat de begintag en de eindtag die bij elkaar horen steeds even ver zijn ingesprongen.
Het is belangrijk dat je dat straks zelf ook gaat doen. Het is heel gemakkelijk om bij het schrijven van html-code iets te vergeten, bijvoorbeeld een eind-tag. Je webpagina zal dan niet gaan werken. Je moet dan zelf uitzoeken waarom het niet lukt en dat is veel gemakkelijker als je netjes inspringen hebt gebruikt. Dan moet je namelijk altijd recht onder het begin van een tag ook een eindtag vinden.

Gesproken tekst: opbouw webpagina:

eerste.JPG
eerste.JPG

0. En nu zelf

Je gaat nu zelf een html-pagina bouwen. Je voert je html-code in Kladblok in.

'Kladblok' is een programma dat al op de computer staat. Je kunt het vinden door het op te zoeken met het

'vergrootglasje' onderin de balk  

 

en daarna typ je 'kladblok' in en open je het


<-- zo ziet het logo van kladblok eruit

 

Hieronder zie je hoe het programma kladblok er uitziet als je het opent. Het lijkt op een hele simpele versie van Word.

 

 

 

 

 

Opdracht

  • Start Kladblok op.
  • Typ de tekst uit het voobeeld in (zie plaatje hieronder). Je kunt bijvoorbeeld het scherm verkleinen, zodat je de tekst van de opdracht én het kladblok venster naast elkaar in beeld hebt.
  • De tekst tussen de title tags en de body tags mag je zelf kiezen. Denk wel aan het inspringen
     
  • KLAAR?
  • Sla de tekst op in DOCUMENTEN. Dit gaat als volgt:
    - Kies voor 'bestand' (links boven) en dan 'opslaan als'
    - Kies nu onderaan bij 'opslaan als' voor 'alle bestanden'




    - typ als naam basis.html (LET OP! door .html achter de naam te zetten, maak je er een echte webpagina van)



     
  • - klik op 'opslaan'.

Tip

Bewaar dit bestand goed. Het komt bij iedere volgende opdracht van pas. Als je iedere oefening begint met het oproepen van basis.html hoef je niet iedere keer de vaste tags opnieuw in te typen.

Gesproken tekst: en nu zelf:

Je webpagina bekijken

Als je html-pagina is opgeslagen in kladblok wil je het resultaat natuurlijk bekijken. Dat gaat als volgt:

1. Zoek je bestand in documenten op. Als het goed is, heb je dit als naam "basis.html" gegeven. In documenten zal het stukje .html waarschijnlijk wegvallen, dus je bestand heet nu "basis"
2. Dubbelklik op het bestand (open het bestand)
3. Je ziet nu je eerste webpagina. Is het gelukt?
4. Mocht het niet gelukt zijn, kijk dan eerst even naar onderstaande tips
5. Is het je wel gelukt? Laat dit zien aan je docent

Gesproken tekst: webpagina bekijken:

Tips

Lukt het niet? Bekijk dan eerst onderstaande tips

Heb je het bestand wel als .html opgeslagen?

Kijk goed na of je bestand wel xxxx.html heet. Wanneer je je bestand per ongeluk als tekst (.txt) of in een ander formaat hebt opgeslagen, kun je het niet als webpagina oproepen. Heb je het fout gedaan?

Roep het bestand dan op in kladblok
Kies voor 'opslaan als'
Kies nu onderin bij 'opslaan als' voor 'alle bestanden'
Geef het bestand een naam die eindigt op .html
Kies voor opslaan

Heb je het bestand wel met een browser geopend?

Het kan zijn dat je het bestand niet met een browser hebt geopend maar bijvoorbeeld met kladblok. Klik met de rechtermuisknop op het bestand. Kies voor 'openen met' en selecteer een browser (bijvoorbeeld Internet Explorer, Mozilla Firefox of Safari).

Klopt de code wel?

Kijk nog eens goed naar de code die je hebt ingevoerd en vergelijk die met het voorbeeld. Klopt alles wel?

Heb je voor de begintags ook wel een eindtag gebruikt?
Heb je misschien ergens een typfout gemaakt?
Ben je misschien een regel vergerten?

Lukt het nog niet? Roep dan je leerkracht

Gesproken tekst: tips:

C. Meer tags en trucs

Op de volgende pagina's leer je de basis om een eenvoudige website te maken.

Tips

  • In de les krijg je een aantal opdrachten. Iedere menukeuze met een cijfertje ervoor is een opdracht
  • Begin steeds met je basis website die je in deel B gemaakt hebt. Dat scheelt werk
  • Maak een aparte map aan waar je alle opdrachten in opslaat.
  • Sla iedere opdracht in een apart bestand in je map op. Geef het bestandje steeds het nummer van je opdracht, dan kun je gemakkelijk terugzoeken waar je bent gebleven.

 

 

1. Grotere tekst met de h-tag

Je kunt met html-codes tekst op verschillende manieren groter en kleiner maken. Een gemakkelijke manier om tekst groter te maken is de h-tag.

De h-tag

Met de h-tag (de h komt van Head) kun je koppen maken. Een kop is een tekst die je boven een verhaaltje zet. Vaak wil je zo'n tekst wat groter maken zodat hij goed opvalt.

Binnen html kun je 6 koppen kiezen: h1 t/m h6. Kop h1 is het grootst en kop h6 het kleinst.

Opdracht 1. 

Maak het voorbeeld na in kladblok, maar kies je eigen teksten.

Probeer ook H2 t/m H5 uit.

Sla je bestand op als html-pagina.

Ga naar de verkenner, dubbelklik op je bestand en bekijk het resultaat.

Is het gelukt?

Gesproken tekst: h-tag:

2. Tekstterugloop (return) met de br-tag

Misschien heb je het al gemerkt, maar als je tekst intypt in je html-bestand komt al je tekst achter elkaar te staan. Dat is natuurlijk niet mooi.: je wilt zelf kunnen kiezen waar je op de volgende regel begint. Dat kan met de "<br>" tag. (break). Op dezelfde manier kun je deze tag gebruiken om lege regels tussen je tekst te krijgen.

Een "<br>"tag heeft geen eindtag.

Opdracht

Maak een voorbeeld html pagina waarbij je tussen de "<body>" tags twee keer dezelfde tekst zet. Kies zelf je tekst, zolang hij maar minstens 100 woorden lang is.

De eerste keer zet je de tekst neer zonder gebruik te maken van de br-tag, en de tweede keer gebruik je wél de br-tag.

Bekijk je webpagina en let op het verschil. Laat je pagina ook zien aan je docent.

terugloop2.JPG
terugloop2.JPG

Gesproken tekst: tekstterugloop:

3. Vet (b-tag), onderstreept (u-tag), schuin (i-tag)

i by lee robertson.JPG
i by lee robertson.JPG

Iedereen gebruikt in zijn teksten weleens:

Vet (bold)

Schuin (italics)

of onderstreept

Dit kun je regelen met verschillende tags:

Vet (bold) met "<b>" en "</b>"

Schuin (italics) met "<i>" en "</i>"

Onderstreep met "<u>" en "</u>"

Opdracht 3

Maak een voorbeeldpagina met een zin die schuingdrukt is, een zin die vetgedrukt is en een zin die onderstreept is.

Gesproken tekst: vet, schuin, onderstreept:

4. Tekst centreren met de center-tag

Maak een voorbeeldpagina waarbij je een stukje tekst gecentreerd op het scherm laat zien.

Soms wil je niet dat je tekst aan de linkerkant van je pagina begint, maar dat hij vanuit het midden van de pagina staat. Dat heet centreren. Dat kan met behulp van de center-tag.

Opdracht 4

Maak een voorbeeldpagina waarbij je een stukje tekst gecentreerd op het scherm laat zien.

Gesproken tekst: centreren:

5. Commentaar toevoegen

Het is belangrijk dat je zelf nog begrijpt hoe je html-pagina in elkaar zit. Wat daarbij kan helpen is het toevoegen van commentaar. Dat commentaar kun je alleen maar zien wanneer je de html-code van je pagina bekijkt. Je ziet het dus niet via de browser op je webpagina staan.

Je moet de browser dan natuurlijk wel laten weten dat je tekst bedoeld is als commentaar. Dat doe je op de volgende manier:

Begin commentaar: "<!--"

Einde commentaar: "-->"

Opdracht 5

Roep één van de voorbeeldpagina's op die je eerder hebt gemaakt en zet er een commentaarregel bij.

Bekijk het resultaat.

Gesproken tekst: commentaar:

6. Werken met lettertypes (font-tag), attributen

De werking van sommige tags kun je uitbreiden door gebruik te maken van attributen. Attributen zijn een aanvulling op de werking van de begintag. Je schrijft ze daarom ook binnen de begintag. De eindtag verandert niet.

Voorbeeld

Als voorbeeld kijken we naar de font-tag. Met de font-tag kun je veel dingen regelen rondom het lettertype, bijvoorbeeld de kleur van de letters, de grootte, maar ook het type zelf. Dit laatste doe je met het attribuut face.

Je kent waarschijnlijk zelf al wel een aantal lettertypes zoals Arial, Courier, Verdana of Wingdings. Stel dat je website-pagina Verdana moet laten zien, dan noteer je dat als volgt:

Als je een website maakt moet je er natuurlijk altijd goed over nadenken hoe mensen straks jouw pagina gaan bekijken. Misschien zijn er wel mensen die op hun pc helemaal geen Verdana hebben. Je kunt dan besluiten om meerdere lettertypes op te geven: wordt geen Verdana gevonden, dan zal de browser op zoek gaan naar het volgende lettertype.

Meer attributen bij font

Bij de font-tag kunnen nog veel meer attributen worden opgegeven, zoals size waarmee de grootte van de letter kan worden opgegeven. Je kunt kiezen voor een size van 1 t/m 7, waarbij 1 het kleinst is en 7 het grootst.

Opdracht 6

Maak een voorbeeldpagina waarin je teksten in verschillende lettertypes en groottes opneemt. Laat het resultaat zien aan je docent.

Gesproken tekst: lettertypes:

7. Werken met kleur (color en bgcolor attribuut)

Het is natuurlijk leuk als je letters of achtergronden op je website een andere kleur kunt geven. Maar je moet de browser dan wel kunnen vertellen welke kleur je bedoelt. Dat kan, want iedere kleur heeft een unieke code. Dat noemen we de RGB-waarde. De RGB-waarde van helderrood is bijvoorbeeld FF0000 en die van wit is FFFFFF.

Letters in kleur

Om de tekst op je webpagina een kleur te geven kun je gebruik maken van het attribuut color bij de font-tag.

Achtergrond in kleur

Je kunt de achtergrond van je webpagina een kleur geven met het bgcolor attribuut. Wanneer de achtergrond van je webpagina rood moet zijn, kun je dit regelen door aan de body tag het bgcolor attribuut mee te geven.

Opdracht 7 a

Neem één van de voorbeeldpagina's die je eerder hebt gemaakt en zorg dat de achtergrond van je pagina rood wordt en de letters wit. Bekijk het resultaat.

Hoe kun je nu de RGB-waardes voor andere kleuren te weten komen? Er zijn diverse sites die je daarbij helpen. Hier vind je er twee, maar er zijn er veel meer.

Ook zijn er diverse hulpmiddelen gratis te downloaden zoals Contrast Analyzer en ColorCop.

Er zjn ook hulpmiddelen om van een bestaande kleur de RGB-waarde te achterhalen.

http://www.easycalculation.com/color-coder.php

Opdracht 7b

Maak nu de achtergrond van je webpagina geel en de letters paars. Wat vind je van het resultaat?

Gesproken tekst: kleur:

8. Lijn op de pagina zetten (hr-tag)

Met de hr-tag kun je een lijn op een pagina zetten. Bij deze tag horen een aantal attributen die je kunt gebruiken:

Dikte van de lijn: size-attribuut. Size=20 betekent dat de lijn 20 pixels (puntjes op het scherm) dik wordt.
Breedte van de lijn: width-attribuut. Gebruik je dit attribuut niet, dan wordt de lijn over de hele breedte van het scherm getoond. Je kunt het width-attribuut op twee manieren aangeven:

  • in procenten: "<hr width = 75%?>" betekent dat de lijn over driekwart van het beeldscherm loopt.
  • in pixels: "<hr width = 75?>" betekent dat de lijn 75 pixels breed is.

Uitlijning van de lijn. Als de lijn over de hele breedte van het scherm loopt hoef je je niet druk te maken om de uitlijning. Maar bij een lijn met een width van bijvoorbeeld 50% zul je willen aangeven waar de lijn moet staan: links (left), rechts (right) of in het midden (center) van de pagina. Dat kun je doen met het align-attribuut: "<hr width = 50% align = left>?"

Normaal gesproken wordt een lijn getoond met een schaduw. Hoe dikker de lijn, hoe duidelijker de schaduw zal zijn. Wil je geen schaduw, gebruik dan het attribuut noshade (geen schaduw).
De kleur van de lijn kun je instellen met het color-attribuut.

Opdracht 8

Maak een voorbeeld webpagina (of gebruik er één die je al gemaakt heb) en zet daar vier lijnen onder elkaar:

  • Een lijn met dikte 10 over de hele breedte van het scherm
  • Gecentreerd met dikte 50 over 30% van het scherm
  • Rechtslijnend met dikte 25 over 75% van het scherm
  • Linkslijnend met dikte 40 over 25% van het scherm
  • Geef de lijnen verschillende kleuren

Gesproken tekst: lijn op je pagina:

9. Plaatje toevoegen met de img-tag

Een plaatje op je pagina met de img-tag

Klik hier voor gesproken tekst

Een website wordt wel héél saai als er geen plaatjes op voorkomen. Je kunt twee types plaatjes opnemen: GIF of JPEG (JPG).

Het opnemen van een plaatje gaat met de img -tag. (er is geen eindtag). Daarbij zul je natuurlijk de naam van het plaatje moeten opgeven. Let op: het plaatje moet in dezelfde map staan als waar je je html-code hebt opgeslagen anders zul je het op je webpagina niet kunnen zien.

Stel je voor dat een plaatje hebt van een schaap dat schaap.gif heet. Je hebt het plaatje netjes in dezelfde map opgeslagen als je html-pagina. Je kunt het plaatje nu op je pagina laten zien door de volgende html-code.

Bij de img-tag kun je ook weer attributen gebruiken. Je wilt kunnen kiezen of je plaatje links of rechts komt te staan en ook hoe de tekst rondom de afbeelding loopt.

- Plaatje links: align = left
- Plaatje rechts: align = right

Je kunt het plaatje ook een tekst meegeven die wordt getoond als de browser niet met afbeeldingen kan omgaan. Ook zie je deze tekst kort als je met de muis over de afbeelding gaat.

Het attribuut om dit te doen is het alt-attribuut (alternative)

Je kunt aan het plaatje ook de breedte en hoogte meegeven (in pixels)

Dit doe je met de attributen width en height (bijv. width = 300 height = 348)

Kijk naar het voorbeeld.

Opdracht 9

Maak een voorbeeldpagina met een links- en een rechtslijnend plaatje. Neem een plaatje van je keuze. Controleer of de alternatieve tekst verschijnt. Let op: soms is er verschil tussen de verschillende browsers.

Gesproken tekst: afbeeldingen:

10. Een opsomming maken (ul of ol en li)

Een opsomming is een manier om een duidelijke lijst te maken. Dit kan op verschillende manieren:

  • dit is een
  • ongeordende lijst
  • Gebruik de ul-tag (unordened list) en de li-tag

 

  1. Hier zie je geen 'bullets'
  2. maar nummertjes
  3. Er zit een volgorde in de lijst: de lijst is geordend
  4. Gebruik de ol-tag (ordened list) en de li-tag

Opdracht

Kijk naar de voorbeelden en maak op een voorbeeldpagina een geordende en een ongeordende lijst.

Gesproken tekst: opsomming:

11. Een hyperlink maken

Wanneer je een website bouwt zijn links heel belangrijk. Een link maakt het mogelijk om:

  • Verschillende html-pagina's met elkaar te verbinden
  • Naar een ander stuk tekst van dezelfde html-pagina te springen
  • Naar een stuk tekst binnen een ander html-pagina te springen

Je gebruik hiervoor de a-tag (anchor). Je kunt een a-tag niet gebruiken zonder attribuut. In dit geval hebben we het href-attribuut nodig. Met het href-attribuut kun je namelijk aangeven wat er moet gebeuren als er op de hyperlink geklikt wordt. Als je een stukje tekst 'klikbaar' maakt wordt die tekst door de browser blauw en onderstreept getoond.

Verbinden van verschillende html-pagina's

Stel je voor dat je vanaf je html-pagina naar een andere html-pagina wilt springen. Die andere html-pagina heb je ook gemaakt. De pagina heet tweede.html en je hebt hem neergezet in dezelfde map als de eerste pagina.

Je kunt nu van de eerste naar de tweede pagina springen op de volgende manier:

Je hebt nu een stukje tekst 'klikbaar' gemaakt, maar datzelfde kun je ook met een plaatje doen. Op je webpagina zie je dat het plaatje klikbaar is, doordat je muis verandert in een handje wanneer je er overheen gaat.

 

Springen naar een ander stuk van de pagina

Je kunt ook aangeven dat je naar een ander stuk van dezelfde pagina wilt springen. Dit is vooral handig bij lange pagina's. Je gebruikt weer de a-tag. Maar je hebt nu nog iets extra's nodig. Je moet de browser namelijk laten weten wáár je naar toe wilt springen. Op de plekt in html-code waar je terecht wilt komen moet ook een anchor staan.

  • "<a href="#onder"> 
       Ga naar het onderste stuk
     </a> "
    Hier geef je aan dat je naar een plek in je pagina wilt
    springen met de naam 'onder'. Let vooral op het hekje!
  • "<a name="onder"
    Hier geef je de plek aan waar naartoe gesprongen moet worden. Deze code moet je dus neerzetten op de plek in de html-code waar je heen wilt springen.

Springen naar een stuk tekst van een andere pagina

Hier combineer je allebei de mogelijkheden.

  • "<a href="tweede.html#onder"> 
    ga naar onderen op de tweede blz
    </a>"

Opdracht 11

Waarschijnlijk heb je inmiddels een aardig aantal voorbeeldpagina's. Link drie van deze pagina's aan elkaar. Zorg dat je ook terug kunt naar de vorige pagina.

Maak een link naar een specifiek stuk tekst op een andere pagina.

Laat het resultaat zien aan je docent.

Gesproken tekst: hyperlink:

12. Een tabel maken

Om informatie op een overzichtelijke manier op een webpagina te kunnen laten zien, kan het heel handig zijn om een tabel te gebruiken. Met een tabel kun je de plek op de pagina van bepaalde stukken tekst, plaatjes en dergelijke nauwkeurig bepalen.

Een tabel is opgebouwd uit rijen en kolommen.

Het kruispunt van een specifieke rij en een specifieke kolom noemen we een cel (denk aan Excel, dat gaat precies zo).

Table-tag

Als je begint zul je de browser eerst moeten vertellen dat je een tabel wilt maken. Dat gaat met de table tag en aan het eind van je tabel met het einde table-tag. De table tag heeft het attribuut border. Met border regel je of er lijntjes om je tabel zichtbaar zijn en hoe dik die moeten worden. Gebruik je het border attribuut niet of gebruik je border = 0 dan zie je geen lijntjes.

Tr- en td-tag

Nadat je je browser hebt verteld dat je een tabel wilt maken moet je ook nog zeggen hoe het zit met de rijen en kolommen van je tabel, en wat er in de cellen moet komen te staan.

Iedere nieuwe rij in je tabel begint met een tr-tag "<tr>". (tr komt van table row). De rij eindigt met een einde tr-tag "</tr>".
Iedere nieuwe cel in je rij begint met een td-tag "<td>" ( td komt van table data) en eindigt met een einde td-tag "</td>".

Als je het in een tabel zou zetten ziet het er dus zo uit:

Opdracht 12

Maak nu zelf een tabel met twee rijen en twee kolommen. Zet in alle cellen tekst. Zorg dat er een smal lijntje om je tabel wordt weergegeven.

Tip: teken eerst voor jezelf de tabel en schrijf "<tr>,</tr>, <td> en </td>" op de juiste plaatsen. Dat helpt om je code goed op te schrijven. Kijk naar het voorbeeld.

Laat het eindresultaat zien aan je docent.

Gesproken tekst: tabel:

13. Opzoeken meer mogelijkheden

Je zult begrijpen dat er nog veel meer tags bestaan. Die tags gaan we niet allemaal in de les behandelen terwijl je ze soms wel nodig hebt als je een webpagina gaat maken.

Gelukkig zijn er genoeg sites waar je zaken kunt opzoeken, bijvoorbeeld op handleidinghtml.nl. Hieronder vind je de link naar deze site.

Opdracht 13

Zoek op deze site hoe je een lichtkrant maakt en maak hiermee een voorbeeldpagina. Laat de pagina aan je docent zien.

Gesproken tekst: meer mogelijkheden:

Extra

Tips over vormgeving

Serie filmpjes over het maken van een website

D. Afsluiting

Eindopdracht

Vraag aan je docent:

- wat je eindopdracht is

- aan welke eisen deze moet voldoen

- wanneer de eindopdracht moet worden ingeleverd

- hoe de eindopdracht moet worden ingeleverd.

PERIODE 6 Mediawijsheid 2 (strafbare feiten online)

Deze periode ga je aan de slag met een waargebeurd verhaal die te maken hebben met strafbare feiten op het internet. Wellicht heb je wel eens van sommige verhalen gehoord.

 

De opdracht

Per groepje krijgen jullie 1 waargebeurd verhaal, door de docent toegwezen, waar jullie informatie over gaan zoeken en een paar vragen over gaan beantwoorden. Aan het einde van de periode presenteert elk groepje de resultaten aan de klas. Jullie mogen dit met een poster doen of bijvoorbeeld een Powerpoint presentatie. Hebben jullie een ander idee hoe jullie dit kunnen presenteren? Bespreek dit dan even met je docent.

Zorg dat je met jouw groepje de informatie leest en de beschikbare filmpjes bekijkt die bij jullie waargebeurde verhaal horen. Zoek eventueel zelf ook nog extra informatie over jullie verhaal. Zorg dat jullie de onderstaande opdrachten maken. Deze gaan jullie uiteindelijk presenteren aan de klas (bijvoorbeeld met behulp van een mooie powerpoint). Zorg dat de presentatie 5 tot 10 minuten duurt. De presentatie kan 'opgeleukt' worden door bijvoorbeeld een filmpje of wat quiz vraagjes toe te voegen.

 

Groepsopdracht waargebeurde verhalen

Om te weten welke zaken er strafbaar zijn online, kijk je dit filmpje:

 

 

 

Meer informatie over strafbare zaken vind je door op deze knop te klikken

Informatie strafbare zaken online

 

Waargebeurd verhaal 1

Nadat je bovenstaand document met informatie over het waargebeurde verhaal hebt gelezen, kijk je onderstaande filmpjes die over het verhaal gaan.

 

 

Cyberpesten: het verhaal van Amanda Todd

 

 

 

 

“Filmpje Amanda Todd was geen afscheidsvideo” - RTL LATE NIGHT

 

 

 

Moeder Amanda Todd: “Praat met kinderen over wat er gebeurt online" - RTL LATE NIGHT

 

In onderstaand document staan de vragen omschreven die jullie als groepje gaan beantwoorden. Er is ook een vraag dat gaat over strafbare feiten.

Waargebeurd verhaal 2

Nadat je bovenstaand document met informatie over het waargebeurde verhaal hebt gelezen, kijk je onderstaande filmpjes die over het verhaal gaan.

 

Doorbraak in Facebookzaak Chantal - PETER R. DE VRIES: INTERNETPESTERS AANGEPAKT

 

 

Wraakpornoslachtoffer Chantal: 'We gaan de maker vinden- RTL NIEUWS

 

 

Wraakpornoslachtoffer: nog steeds in onzekerheid - RTL LATE NIGHT

 

 

 

Slachtoffer wraakporno: 'Dit voelt als een overwinning'

 

 

In onderstaand document staan de vragen omschreven die jullie als groepje gaan beantwoorden. Er is ook een vraag dat gaat over strafbare feiten.

Waargebeurd verhaal 3

Nadat je bovenstaand document met informatie over het waargebeurde verhaal hebt gelezen, kijk je onderstaande filmpjes die over het verhaal gaan.

 

'Mam, ik sta naakt op internet' - RTL LATE NIGHT

 

 

 

Sexting heeft mijn hele leven verziekt! - RTL LATE NIGHT
 

 

 

 

 

'Sexting steeds groter probleem' - RTL LATE NIGHT

In onderstaand document staan de vragen omschreven die jullie als groepje gaan beantwoorden. Er is ook een vraag dat gaat over strafbare feiten.

Waargebeurd verhaal 4

Nadat je bovenstaand document met informatie over het waargebeurde verhaal hebt gelezen, kijk je onderstaande filmpjes die over het verhaal gaan.

 

Treitervloggers bij Pauw

 

 

Treitervloggers Zaandam - Zondag met Lubach (S05)

 

Hard optreden tegen treitervloggers

 

 

In onderstaand document staan de vragen omschreven die jullie als groepje gaan beantwoorden. Er is ook een vraag dat gaat over strafbare feiten.

Waargebeurd verhaal 5

De uitleg van dit verhaal vind je in onderstaand document:

Nadat je de informatie hebt gelezen in bovenstaand document, kijk je deze filmpjes die horen bij dit verhaal.

 

SnapKing scheldt mensen in de trein

 

Het filmpje waardoor Snapking door RTL is ontslagen

 

SnapKing biedt excuses aan voor het misleiden van fans - RTL LATE NIGHT/ SUMMER NIGHT

 

Glennis geschokt om beelden SnapKing - RTL LATE NIGHT/ SUMMER NIGHT

 

In onderstaand document staan de vragen omschreven die jullie als groepje gaan beantwoorden. Er is ook een vraag dat gaat over strafbare feiten.

PERIODE 7 website/portfolio maken

Introductie periode 7

Deze periode ga je een eigen website/portfolio maken! We gaan dit doen met Jimdo. Voordat je gaat starten, kijk je onderstaand filmpje

 

 

Opdracht website maken in JIMDO

Nadat je het filmpje bekeken hebt, ga je twee dingen doen.

1. Het aanmaken van een website via https://nl.jimdo.com/designs/
Volg alle stappen zoals uitgelegd in het filmpje (vergeet niet de cookies te accepteren). Een extra uitleg volgt in onderstaand document 'uitleg jimdo website maken'.

2. Het aanmaken van een paginawachtwoord nadat je stap 1 hebt afgerond
Een uitleg hoe je dit doet, vind je in onderstaand document 'Paginawachtwoord aanmaken Jimdo (VERPLICHT!)'.

Opdracht website maken in JOUWWEB

Leer hoe je eenvoudig een website kan maken. Dit is gratis en vereist geen technische kennis.

Lespakket website maken

Zelf website maken

PERIODE 8 een eigen bedrijf

  • Het arrangement Infomedia leerjaar 2 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    Berdien Udding
    Laatst gewijzigd
    26-05-2018 10:10:36
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederlands licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    infomedia (informatica & mediawijsheid)
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld

    Bronnen

    Bron Type
    Introductie Excel
    https://youtu.be/ivVLwKxXj1Q
    Video
    http://www.easycalculation.com/color-coder.php
    http://www.easycalculation.com/color-coder.php
    Link
    Tips over vormgeving
    http://www.succesvolle-website-bouwen.com/ontwerp_tips.html
    Link
    Serie filmpjes over het maken van een website
    http://webmee.nl/
    Link
    Lespakket website maken
    http://school.jouwweb.nl
    Link

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Infomedia. (z.d.).

    HTML in kladblok

    https://maken.wikiwijs.nl/119225/HTML_in_kladblok

    Infomedia. (z.d.).

    Toets Excel K/G

    https://maken.wikiwijs.nl/116222/Toets_Excel_K_G

    Twisk, W. (2017).

    Zelf een website maken

    https://maken.wikiwijs.nl/107485/Zelf_een_website_maken

    Udding, Berdien. (z.d.).

    Word

    https://maken.wikiwijs.nl/110882/Word

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.