Processing math: 55%

H1 Verschillen

H1 Verschillen

H1 Verschillen

Test: H1 Verschillen

Introductie

Introductie

Algemene informatie
Titel
H1 Verschillen
Aantal vragen
4
Maximaal te behalen punten
4
Punten nodig om te slagen
3
Start

Bekijk onderstaande kruistabellen.

inwoners Nederland

 

inwoners Denemarken

 

milieubewust

niet milieubewust

 

 

milieubewust

niet milieubewust

jonger dan 20 jaar

34

57

 

jonger dan 20 jaar

71

65

ouder dan 30 jaar

68

41

 

ouder dan 30 jaar

44

20

 

  1. Bereken het verschil in het percentage milieubewuste mensen tussen jongeren en ouderen in Nederland.
  2. Beargumenteer met behulp van de odds-ratio in welk land de verschillen tussen ouderen en jongeren het grootst zijn.

In een onderzoek naar energieverbruik in woningen in Nederland werd bij 50 woningen gevraagd of de woning voorzien was van muurisolatie en hoeveel gas er per jaar werd verbruikt.

Van deze 50 woningen bleken er 21 wel en 29 geen muurisolatie te hebben. De gegevens over het gasverbruik in beide groepen zijn verwerkt in cumulatieve frequentiepolygonen in de grafiek hieronder.

 

  1. Beargumenteer welke grafiek (de gestippelde of de doorgetrokken) hoort bij de woningen met muurisolatie en welke bij de woningen zonder muurisolatie.
  2. Teken bij de gestippelde grafiek zo nauwkeurig mogelijk een boxplot.
  3. Bepaal voor de groep ‘geen muurisolatie’ hoeveel woningen een gasverbruik hebben van meer dan 4000 m3.

Bij de doorgetrokken grafiek is (bij benadering) normaal verdeeld, dus je kunt de ‘vuistregels voor de normale verdeling’ gebruiken.

  1. Bepaal met de grafiek en de vuistregels zo nauwkeurig mogelijk de standaardafwijking bij de doorgetrokken grafiek.

Bij een onderzoek naar het aantal uren huiswerk dat 4 VWO-leerlingen per week aan hun huiswerk besteden is gebleken dat de verdeling van deze scores ongeveer ‘normaal’ is en dat in de provincie Utrecht het gemiddelde daarbij 10,45 uur is en de standaarddeviatie 2,14 uur.

In de provincie Groningen liggen die cijfers echter totaal anders. In Groningen is het gemiddelde 12,30 uur en de standaarddeviatie 1,10 uur.

 

Eén van de onderzoekers heeft van de onderzochte gegevens 2 boxplots getekend, maar is vergeten om bij de boxplots te zetten op welke provincie de boxplot betrekking heeft.

Hiernaast zie je beide boxplots.

  1. Leg duidelijk uit welke boxplot bij de provincie Groningen hoort.

 

Een collega van de onderzoeker wist gelukkig nog wel de juiste boxplot te vinden bij de provincie Groningen. Hij zette bij het middelste streepje van de boxplot het cijfer 12,30, bij het linker streepje van de box het cijfer 11,20 en bij het rechter streepje 13,40. Bij de twee buitenste streepjes zette hij geen getallen.

  1. Leg uit of jij het met de 3 genoteerde getallen van deze collega eens bent. Je moet hierbij duidelijk aangeven waarom je het wel of niet met hem eens bent.

Op het Fantasia-college is 3 maanden geleden aan de klassen v3a en v3b een wiskundetoets gegeven over algebraïsche vaardigheden. Het merkwaardige feit deed zich daarbij voor dat de resultaten van de toets in beide klassen exact hetzelfde waren. In onderstaande frequentieverdeling staan de behaalde resultaten:

cijfer

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

v3a

0

1

2

3

9

8

4

2

1

0

v3b

0

1

2

3

9

8

4

2

1

0

De schoolleiding van het Fantasia-college was zeer ontevreden met de resultaten, omdat er teveel leerlingen een onvoldoende gehaald hadden en omdat het gemiddelde cijfer te laag was. Er werd daarom besloten om extra lessen te geven aan beide klassen en om na de bijlessen de toets voor iedereen te herhalen.

In klas v3a kreeg iedereen bijles, terwijl in klas v3b alleen aan de leerlingen die een onvoldoende behaald hadden, bijles werd gegeven.

Na het herhalen van de toets bleek dat in klas v3a elke leerling precies 1 punt hoger haalde dan bij de eerste toets. In klas v3b scoorden de leerlingen die bij de eerste toets een onvoldoende hadden, nu 2 punten hoger. En de leerlingen, die al een voldoende hadden bij de eerste toets, haalden nu precies hetzelfde cijfer als de eerste keer.

  1. Geef zo nauwkeurig mogelijk aan wat je bij klas v3a kunt zeggen over het gemiddelde en wat over de standaardafwijking van de eerste en de tweede toets, zonder dat je die waarden uitrekent.
  2. Geef zo nauwkeurig mogelijk aan wat je bij klas v3b kunt zeggen over het gemiddelde en wat over de standaardafwijking van de eerste en de tweede toets, zonder dat je die waarden uitrekent.

Als je de effectgrootte van de extra bijles bij klas v3a uitrekent, is deze gelijk aan 0,657.

  1. Bereken (nu wel met je rekenmachine) wat de effectgrootte van de extra bijles is bij klas v3b en geef aan in welke klas de bijles het meeste effect heeft gehad.

De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.
Vraag 1

Bekijk onderstaande kruistabellen.

inwoners Nederland

 

inwoners Denemarken

 

milieubewust

niet milieubewust

 

 

milieubewust

niet milieubewust

jonger dan 20 jaar

34

57

 

jonger dan 20 jaar

71

65

ouder dan 30 jaar

68

41

 

ouder dan 30 jaar

44

20

 

  1. Bereken het verschil in het percentage milieubewuste mensen tussen jongeren en ouderen in Nederland.
  2. Beargumenteer met behulp van de odds-ratio in welk land de verschillen tussen ouderen en jongeren het grootst zijn.
Juist antwoord / Uitleg

a.

Jongeren        34 : (34+57) x 100 = 34 : 91 x 100 = 37,36 %

Ouderen         68 : (68 + 41) x 100 = 68 : 109 x 100 = 62,39 %

62,39 – 37,36 = 25,02 %  (of 25%)

b.

Nederland       34 : 57 = 0,596                       of         34 : 68 = 0,5

                       68 : 41 = 1,659                                   57 : 41 = 1,39

                       1,659 : 0,591 = 2,78                           1,39 : 0,5 = 2,78

 

Denemarken   71 : 65 = 1,092                       of         71 : 44 = 1,61

                       44 : 20 = 2,200                                   65 : 20 = 3,25

                       2,200 : 1,092 = 2,01                           3,25 : 1,61 = 2,01

 

Conclusie:  In Nederland zit er dus meer verschil in hoe milieubewust jongeren en ouderen zijn.

Gegeven antwoord
0% (0)
Vraag 2

In een onderzoek naar energieverbruik in woningen in Nederland werd bij 50 woningen gevraagd of de woning voorzien was van muurisolatie en hoeveel gas er per jaar werd verbruikt.

Van deze 50 woningen bleken er 21 wel en 29 geen muurisolatie te hebben. De gegevens over het gasverbruik in beide groepen zijn verwerkt in cumulatieve frequentiepolygonen in de grafiek hieronder.

 

  1. Beargumenteer welke grafiek (de gestippelde of de doorgetrokken) hoort bij de woningen met muurisolatie en welke bij de woningen zonder muurisolatie.
  2. Teken bij de gestippelde grafiek zo nauwkeurig mogelijk een boxplot.
  3. Bepaal voor de groep ‘geen muurisolatie’ hoeveel woningen een gasverbruik hebben van meer dan 4000 m3.

Bij de doorgetrokken grafiek is (bij benadering) normaal verdeeld, dus je kunt de ‘vuistregels voor de normale verdeling’ gebruiken.

  1. Bepaal met de grafiek en de vuistregels zo nauwkeurig mogelijk de standaardafwijking bij de doorgetrokken grafiek.
Juist antwoord / Uitleg
  1. De gestippelde grafiek hoort bij de woningen met muurisolatie
  2. Aflezen:
    minimale waarde aflezen bij 0%: 0
    maximale waarde aflezen bij 100%: 8  (ofwel 8000 (m3))
    mediaan aflezen bij 50%: 1,85  (ofwel 1850 (m3))
    Q1 aflezen bij 25%: 1,15  (ofwel 1150 (m3))
    Q3 aflezen bij 75%: 3,2  (ofwel 3200 (m3))
    Tekenen van de boxplot, met bijpassende schaalverdeling
  3. Op verticale as waarde 72% aflezen bij doorgetrokken grafiek
    100% 72% =28%
    Dus 0,2829=8,12, dus 8 woningen
  4. Het gemiddelde zit bij 50%, dus 3,2; ofwel μ=3200 (m3)
    Onder \small{μ – σ} zit volgens de vuistregel \small {(100\% – 68\%)/2 = 16\%}
       (of onder \small{μ + σ} zit volgens de vuistregel \small{84}%)
    Aflezen bij \small{16}% geeft \small{μ – σ  = 1,65} (of \small{1650} (m3))
       (of aflezen bij \small{84}% geeft \small{μ + σ = 5,2} (of \small{2500} (m3))
    \small{σ = 3200 – 1650 = 1550}  (m3)
       (of \small{σ = 5200 – 3200 = 2000}  (m3))
Gegeven antwoord
0% (0)
Vraag 3

Bij een onderzoek naar het aantal uren huiswerk dat 4 VWO-leerlingen per week aan hun huiswerk besteden is gebleken dat de verdeling van deze scores ongeveer ‘normaal’ is en dat in de provincie Utrecht het gemiddelde daarbij \small 10,45 uur is en de standaarddeviatie \small 2,14 uur.

In de provincie Groningen liggen die cijfers echter totaal anders. In Groningen is het gemiddelde \small 12,30 uur en de standaarddeviatie \small 1,10 uur.

 

Eén van de onderzoekers heeft van de onderzochte gegevens 2 boxplots getekend, maar is vergeten om bij de boxplots te zetten op welke provincie de boxplot betrekking heeft.

Hiernaast zie je beide boxplots.

  1. Leg duidelijk uit welke boxplot bij de provincie Groningen hoort.

 

Een collega van de onderzoeker wist gelukkig nog wel de juiste boxplot te vinden bij de provincie Groningen. Hij zette bij het middelste streepje van de boxplot het cijfer \small 12,30, bij het linker streepje van de box het cijfer \small 11,20 en bij het rechter streepje \small 13,40. Bij de twee buitenste streepjes zette hij geen getallen.

  1. Leg uit of jij het met de \small{3} genoteerde getallen van deze collega eens bent. Je moet hierbij duidelijk aangeven waarom je het wel of niet met hem eens bent.
Juist antwoord / Uitleg
  1. Bij boxplot A liggen de gegevens dichter bij elkaar
    In Groningen is de standaardafwijking kleiner
    Dus boxplot A hoort bij Groningen
  1. Met middelste streepje: eens, want het gemiddelde = mediaan bij ‘normaal’ verdeelde scores
    Met andere twee: oneens, want boxplot  is ‘opgedeeld’ in vakken van \small 25% en niet van \small 34% (vuistregel)
Gegeven antwoord
0% (0)
Vraag 4

Op het Fantasia-college is \small 3 maanden geleden aan de klassen v3a en v3b een wiskundetoets gegeven over algebraïsche vaardigheden. Het merkwaardige feit deed zich daarbij voor dat de resultaten van de toets in beide klassen exact hetzelfde waren. In onderstaande frequentieverdeling staan de behaalde resultaten:

cijfer

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

v3a

0

1

2

3

9

8

4

2

1

0

v3b

0

1

2

3

9

8

4

2

1

0

De schoolleiding van het Fantasia-college was zeer ontevreden met de resultaten, omdat er teveel leerlingen een onvoldoende gehaald hadden en omdat het gemiddelde cijfer te laag was. Er werd daarom besloten om extra lessen te geven aan beide klassen en om na de bijlessen de toets voor iedereen te herhalen.

In klas v3a kreeg iedereen bijles, terwijl in klas v3b alleen aan de leerlingen die een onvoldoende behaald hadden, bijles werd gegeven.

Na het herhalen van de toets bleek dat in klas v3a elke leerling precies \small 1 punt hoger haalde dan bij de eerste toets. In klas v3b scoorden de leerlingen die bij de eerste toets een onvoldoende hadden, nu \small 2 punten hoger. En de leerlingen, die al een voldoende hadden bij de eerste toets, haalden nu precies hetzelfde cijfer als de eerste keer.

  1. Geef zo nauwkeurig mogelijk aan wat je bij klas v3a kunt zeggen over het gemiddelde en wat over de standaardafwijking van de eerste en de tweede toets, zonder dat je die waarden uitrekent.
  2. Geef zo nauwkeurig mogelijk aan wat je bij klas v3b kunt zeggen over het gemiddelde en wat over de standaardafwijking van de eerste en de tweede toets, zonder dat je die waarden uitrekent.

Als je de effectgrootte van de extra bijles bij klas v3a uitrekent, is deze gelijk aan \small 0,657.

  1. Bereken (nu wel met je rekenmachine) wat de effectgrootte van de extra bijles is bij klas v3b en geef aan in welke klas de bijles het meeste effect heeft gehad.
Juist antwoord / Uitleg
  1. Iedereen \small 1 punt hoger, dus ook gemiddelde \small 1 punt hoger
    Verdeling over cijfers blijft gelijk, dus sd blijft gelijk
  2. Helft scoort \small 2 punten hoger, rest blijft gelijk, dus gemiddelde \small 1 punt hoger
    Cijfers komen dichter bij elkaar te liggen, dus sd wordt kleiner
  3. De nieuwe cijfers voor v3b zijn:

    cijfer

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    7

    8

    9

    10

    v3b

    0

    1

    2

    3

    9

    8

    4

    2

    1

    0

    v3b nieuw

    0

    0

    0

    1

    2

    8+3=

    11

    4+9=

    13

    2

    1

    0

v3b (oud)        cijfers invoeren bij L1, aantallen invoeren bij L2

                       1-Var Stats L1, L2 geeft gemiddelde \small{ ≈ 5,5333} en sd \small{ ≈ 1,5217}

v3b (nieuw)     cijfers invoeren bij L3, aantallen invoeren bij L4

                       1-Var Stats L3, L4 geeft gemiddelde \small{≈ 6,5333} en sd \small{ ≈ 0,9568}

Effectgrootte   \small {(6,5333 – 5,5333)  /  ((1,5217 + 0,9568) / 2) = 0,8069}

Bijles had dus meer effect in klas v3b  (want de effectgrootte \small 0,8069 is groter dan de effectgrootte \small 0,657 van klas v3a)

Gegeven antwoord
0% (0)