Oefening: Gecombineerde oefening ze, hen, hun, mij/mijn,jou/jouw, u/uw, deze, die, dit, dat (persoonlijke, bezittelijke en aanwijzende voornaamwoord).
-
-
-
Goed zo!
Je hebt alle vragen beantwoord. Je kunt je
antwoorden bekijken door terug te gaan naar
de vragen.
-
-
-