Voor het positieve getal x geldt: x35=1000 .
Voor het positieve getal y geldt: 3√y=4y.
Het vermogen dat een windmolen levert hangt af van hoe hard het waait en hoe groot de rotor is.
Voor een zeker type windmolen geldt:
p=0,00013⋅v3⋅d2
Hierbij is p het vermogen in kilowatt, v de windsnelheid in m/s en d de diameter van de rotor.
Stel dat de windmolen een rotordiameter heeft van 10 meter.
Als de diameter half zo groot is, moet het harder waaien om hetzelfde vermogen te krijgen.
Noem de nodige windsnelheid w, dan is het vermogen bij halve diameter: p=0,00013⋅w3⋅(12d)2, dus w3=4v3, dus w=3√4⋅v keer zo groot.
Dus het moet 3√4 keer zo hard waaien.
Gegeven is de functie f:x→x2+2x−3x2−x.
De grafiek van f heeft een perforatie.
De grafiek van f heeft een horizontale en een verticale asymptoot.
Gegeven is de functie g:x→-x+5 .
Bereken de coördinaten van de gemeenschappelijke punten van de grafieken van f en g exact.
Voor welke x geldt: f(x)≤g(x) ? Licht je antwoord toe.
\small{\mathop {\lim }\limits_{x \to \pm \infty } f(x) = 1}, dus horizontale asymptoot \small{y=1}.
en \small{\mathop {\lim }\limits_{x \downarrow 0} f(x) = \infty }, dus de \small{y}-as is verticale asymptoot.
-
\small{\frac{{{x^2} + 2x - 3}}{{{x^2} - x}} = {\text{ - }}x + 5}, dus \small{\frac{{x + 3}}{x} = {\rm\text{ - }}x + 5 \Leftrightarrow {x^2} - 4x + 3 = 0}, dus \small{x=3}, dan snijpunt (3,2).
Uit de grafieken en het vorige onderdeel volgt: \small{x < 0} of \small{1 < x \le 3}.
Gegeven zijn de functies \small f:x \to \sqrt x en \small g:x \to \sqrt {2x + 3}.
De grafiek van \small{g} ontstaat uit die van \small{f} door eerst horizontaal te verschuiven en dan horizontaal te vermenigvuldigen.
De grafiek van \small{g} ontstaat uit die van \small{f} door eerst horizontaal te vermenigvuldigen en dan horizontaal te verschuiven.
\small{3} eenheden naar links en dan horizontaal \small{1 \over 2} met vermenigvuldigen.
Horizontaal met \small{1 \over 2} vermenigvuldigen en dan \small{1{1 \over 2}} eenheid naar links schuiven.
\small{g} is de ketting: MAAL \small{2}→PLUS \small{3}→WORTEL, dus is de ketting
KWAD→MIN \small{3}→DD \small{2}, dus \small{{g_{{\rm{inv}}}}:x \to {\textstyle{1 \over 2}}\left( {{x^2} - 3} \right)}.
Hieronder staat de grafiek van de functie \small{f} De snijpunten met de \small{x}-as zijn \small{(\text-6,0)} en \small{(6,0)} en met de \small{y}-as \small{(0,3)}.
De grafiek van \small{f} ontstaat uit die van\small{x \to |x|} door (eventueel) meerdere keren) te verschuiven en te vermenigvuldigen.
\small{k} is de lijn met vergelijking \small{y = {\textstyle{1 \over 3}}x - 22}.
Als \small{x>0} dan \small{3 - {\textstyle{1 \over 2}}x = {\textstyle{1 \over 3}}x - 22 \Leftrightarrow {\textstyle{5 \over 6}}x = 25 \Leftrightarrow x = 30} en
als \small{x<0} dan \small{3 + {\textstyle{1 \over 2}}x = {\textstyle{1 \over 3}}x - 22 \Leftrightarrow {\textstyle{1 \over 6}}x = {\rm \text{ - }}25 \Leftrightarrow x = {\rm \text{ - }}150}, dus de snijpunten zijn \small{(30,\text-12)} en \small{(\text-150,\text-72)}.
Los de volgende vergelijkingen exact op.
Dus \small{x=8}, want \small{x=0} voldoet niet.