In het begin van het jaar, heb je een herhaling gehad van de voorzetsels met de 3e naamval en de voorzetsels met de 4e naamval.
Hier oefen je dit nog een keer.
Schrijf als eerste de voorzetsels op, die in de zinnen staan. Vul daarna de juiste vorm in.
Je hebt alle vragen beantwoord. Je kunt je antwoorden bekijken door terug te gaan naar de vragen.